CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage De wijzigingen ten opzichte van de oude verordeningen

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Erfgoedverordening3.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Met de Erfgoedverordening Voorne aan Zee 2024 worden onderstaande restverordeningen geharmoniseerd. - De meeste artikelen uit de restverordeningen komen te vervallen, omdat deze artikelen al opgenomen zijn in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). De vervallen artikelen zijn rood gemarkeerd. - De restverordening van de voormalige gemeente Brielle is de meest actuele en is als enige ook gebaseerd op de Erfgoedwet 2016. Alleen de Brielse restverordening omvat artikelen die niet zijn opgenomen in de VFL, deze artikelen zijn groen gemarkeerd en opgenomen in de nieuwe Erfgoedverordening. - De geel gemarkeerde artikelen zijn de begripsbepalingen en slotbepalingen. Deze zijn aangepast in aansluiting op de nieuwe verordening.

Restverordening Erfgoedverordening Voorne aan Zee 2017 (grondgebied voormalige gemeente Brielle) De raad van de gemeente Brielle;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 03-01-2017;

gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang met de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

b e s l u i t:

vast te stellen de navolgende 'Erfgoedverordening 2017'.

Artikel 1 In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: - gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoed register; - minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

- stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.

Artikel 2 1.Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister). 2.Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed.

Artikel 3 1.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cul-tuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed. 2.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling. 3.Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist.

4.Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. 5.Dit artikel is niet van toepassing op: a.beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b.cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.

Artikel 4 1.Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of twee-de lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis

betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2.Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 3.Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 8 1.Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 advies aan een gemeentelijke adviescommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. 2.De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3.De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.

Artikel 9 1.Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag. 2.De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

Artikel 10 1.De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2.Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 15 De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:

a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.

Artikel 17 Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21 Degene die handelt in strijd met artikel 13 of het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 22 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het bevoegd gezag aangewezen toezichthouders.

Artikel 24 1.Een krachtens de 'Monumentenverordening 2012' aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2.Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de 'Monumentenverordening 2012'.

Artikel 25 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: 'Erfgoedverordening 2017'

Restverordening Erfgoedverordening Voorne aan Zee 2008 (grondgebied voormalige gemeente Westvoorne)

Intitulé Erfgoedverordening gemeente Westvoorne 2008 De raad van de gemeente Westvoorne; gezien het voorstel van het college van ………..; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988;

besluit:

vast te stellen de volgende Erfgoedverordening gemeente Westvoorne 2008;

Artikel 1. Deze verordening verstaat onder:

a. Gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; b.gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; c.beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; d.monumentencommissie: de op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid;

De begripsbepalingen onder e tot en met n worden van toepassing na vaststelling van de bepalingen over instandhouding van archeologische terreinen.

e. beschermd gemeentelijk dorpsgezicht: een groep van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haarwetenschappelijke of cultuurhistorische waarde; f. beschermd gemeentelijk dorpsgezicht: dorpsgezicht dat door het college van burgemeester en wethouders als zodanig ingevolge artikel 13 van deze verordening is aangewezen; g. lijst van beschermde gemeentelijke dorpsgezichten: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht aangewezen gebieden;

Artikel 5. 1.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2.Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na de adviesaanvraag.

Artikel 6. De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.

Artikel 11. Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend.

Artikel 12. 1.Het bevoegd gezag zendt onmiddelijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies. 2.Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.

Artikel 14. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:

a.

blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

b. de omstandigheden aan de kant van de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.

Artikel 16. 1.De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht, een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. 2.Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht wordt door burgemeester en wethouders bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt. 3.Alvorens burgemeester en wethouders de gemeenteraad ter zake een voorstel doen, wordt de Monumentencommissie gehoord. 4.De Monumentencommissie adviseert binnen acht weken na de datum van ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders.

Artikel 18. 1.Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de monumentencommissie. 2.De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.

Artikel 19. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat tot: a. de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; b. de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; c. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, derde lid;

Artikel 20.

Degene, die handelt in strijd met de artikel 10 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 21. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het bevoegd gezag dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 22. De Monumentenverordening gemeente Westvoorne 2002 wordt ingetrokken.

Artikel 23. 1.De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken verordening aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2.Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 22 ingetrokken verordening.

Artikel 24. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.

Intitulé Restverordening Monumentenverordening Voorne aan Zee 2007 (grondgebied voormalige gemeente Hellevoetsluis)

Nummer: 18-10-07/8C

De raad der gemeente Hellevoetsluis;

gehoord de commissie algemene zaken en middelen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 september 2007, nummer 1810-07/8;

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet ;

gelet op de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988;

besluit:

vast te stellen de volgende: ‘Monumentenverordening Hellevoetsluis 2007’

Artikel 1 Deze verordening verstaat onder: a. monument: 1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;

b. gemeentelijk archeologisch monument: monument, als bedoeld in onderdeel a, onder 2; c. gemeentelijk monument:onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; d. gemeentelijke monumentenlijst:de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken; e. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; f. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; onder kerkelijk wordt ook verstaan levensbeschouwelijk in ruime betekenis van het woord; g. gemeentelijk stads- of dorpsgezicht:groep van onroerende zaken die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; h. beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht dat het College als zodanig ingevolge artikel 17 van deze verordening heeft aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die aanwijzing in de media;

i. gemeentelijke lijst van stads- en dorpsgezichten: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd stads- of dorpsgezicht aangewezen groepen van onroerende zaken; j. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: de commissie als bedoeld in de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; k. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit:de door het College ingestelde commissie met als taak het College op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid, met uitzondering van aanvragen om vergunning als bedoeld in art. 11 en 37 van de Monumentenwet 1988 en als bedoeld in art. 10 en 22 van deze verordening; l. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument (maakt veelal deel uit van de redengevende omschrijving). m. redengevende omschrijving : in schriftelijke rapportage vastgelegde motivatie voor de noodzaak een pand op te voeren als een monument.

Artikel 4 1.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het College. 2.Het College beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies, maar in ieder geval binnen vijfentwintig weken na de adviesaanvraag.

Artikel 10 1.Het College beslist binnen vier weken na de ontvangst van de aanvraag of de aanvraag in behandeling wordt genomen. 2.Als het College beslist de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat het over onvoldoende gegevens beschikt, geeft het College de aanvrager de gelegenheid binnen vier weken de aanvraag aan te vullen met de door het College aan te geven ontbrekende gegevens.

Artikel 11 1.Het College vraagt advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voordat zij beslist op de aanvraag op grond van artikel 10. 2.Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit schriftelijk advies uit aan het College. 3.Het College beslist binnen eenentwintig weken na ontvangst van de aanvraag. 4.Het College kan de in het derde lid genoemde termijn van eenentwintig weken met ten hoogste negen weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn. 5.Indien het College niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.

Artikel 13 1.De vergunning kan door het College worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; d. niet binnen zesentwintig weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

2.Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Artikel 14 1.Het College zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit na afloop van de termijn van veertien dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.

2.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. 3.Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geacht geadviseerd te hebben.

Artikel 15 1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: a. de weigering van het College een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; b. voorschriften door het College verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het College hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

Artikel 16 Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 21 De Gemeenteraad stelt ter bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Staatsblad 1985,626). Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stadsof dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt. Artikel 24 1.Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op de dag van haar vaststelling. 2.De monumentenverordening 1991, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 20 juni 1991, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op de dag van vaststelling van deze verordening. 3.Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking in overeenstemming met het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. 4.De monumentenverordening 1991, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 20 juni 1991, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt.

5.De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten en beschermde gemeentelijke archeologische monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 6.De beschermde gemeentelijke monumenten en beschermde gemeentelijke archeologische monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

7.Aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 5 van de in het tweede lid genoemde vervallen verordening die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van artikel 5 van de in het tweede lid genoemde verordening. Artikel 25 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Monumentenverordening Hellevoetsluis 2007.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14857359/3