Bijlage advies kno voorkeursrecht_Geanonimiseerde versie
Tekst van het document
Advies van de commissie voor de behandeling van bezwaarschriften en formele klachten (hierna: de commissie) inzake de door: • de heer ; en • mevrouw van namens mevrouw en • mevrouw ; en • mevrouw van , namens mevrouw en de heer , mevrouw en de heer , mevrouw en de heer , mevrouw en de heer , mevrouw en de heer , mevrouw en de heer , mevrouw en de heer ; (tezamen hierna te noemen: ‘bezwaarden’) ingediende bezwaarschriften met betrekking tot het besluit van 4 juli 2024 van de gemeenteraad, waarbij een voorkeursrecht op het perceel Noordweg 16 te Oostvoorne is gevestigd. Gegevens uit dossier Op 9 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op het perceel kadastraal bekend gemeente Oostvoorne, sectie A, nummer 7983, groot 26.720 m², plaatselijk bekend als Noordweg 16 te Oostvoorne. Dit besluit is op 11 april 2024 in werking getreden door inschrijving in de openbare registers van het Kadaster en gold voor de duur van maximaal drie maanden. Binnen deze drie maanden moest de gemeenteraad de vestiging van het voorkeursrecht bestendigen. Vervolgens zijn er vier bezwaarschriften ontvangen. Op 22 mei 2024 wordt het pro forma bezwaarschrift van de heer ontvangen. Op 3 juni 2024 worden zijn gronden van bezwaar ontvangen. Op 12 juni 2024 wordt bezwaarde gevraagd aan te geven waarom hij meent belanghebbende te zijn.
Bezwaarde reageert op 15 juni 2024. Op 22 mei 2024 wordt een pro forma bezwaarschrift ontvangen van mevrouw van namens mevrouw . Bezwaarde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Op 12 juni 2024 en – vanwege een probleem met de verzending van de eerdere brief - opnieuw op 12 juli 2024 wordt bezwaarde gevraagd het bezwaarschrift aan te vullen met gronden en om aan te geven waarom bezwaarde meent belanghebbende te zijn. Bezwaarde heeft daarop niet gereageerd. Op 22 mei 2024 wordt een bezwaarschrift ontvangen van mevrouw . Op 24 mei 2024 wordt een ondertekende versie van het bezwaarschrift ontvangen. Op 12 juni 2024 wordt bezwaarde gevraagd aan te geven waarom zij meent belanghebbende te zijn. Bezwaarde heeft daarop op 26 juni 2024 gereageerd. Op 22 mei 2024 wordt een pro forma bezwaarschrift ontvangen van , namens: • Mevrouw en de heer • Mevrouw en de heer • Mevrouw en de heer 1
• • • •
Mevrouw en de heer Mevrouw en de heer Mevrouw en de heer Mevrouw en de heer verzoekt om een proceskostenvergoeding. Op 12 juni 2024 en – vanwege een probleem met de verzending van de eerdere brief – opnieuw op 12 juli 2024 zijn bezwaarden in de gelegenheid gesteld het bezwaar aan te vullen met gronden en te motiveren waarom zij menen belanghebbende te zijn. Van bezwaarden is geen reactie vernomen. Op 4 juli 2024 heeft de gemeenteraad besloten de vestiging van het voorkeursrecht door het college te bestendigen en het voorkeursrecht te vestigen op de gronden aan de Noordweg 16 te Oostvoorne. Op grond van artikel 16.32c, eerste lid, van de Omgevingswet, geldt dat een bezwaar, gericht tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders, op het moment dat die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrecht van de gemeenteraad in werking is getreden, wordt geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. In dit geval is daarvan sprake, daarom worden alle ingediende bezwaren geacht te zijn gericht tegen de beschikking van de gemeenteraad van 4 juli 2024. Wet- en regelgeving Artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht 1.Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2.Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 3Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht 1.Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2.Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. 3.Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. 4.Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht 1.Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a.de naam en het adres van de indiener; b.de dagtekening; c.een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d.de gronden van het bezwaar of beroep.
2.Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. 3.Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. Artikel 6:6 Algemene wet bestuursrecht Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: a.niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of b.het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien: a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, b. het bezwaar kennelijk ongegrond is, c. de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, d. de belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord, of e. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
2
Artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht 1.Voor de behandeling van het bezwaar is geen recht verschuldigd. 2.De kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. 3.Het verzoek wordt gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het bezwaar. 4.Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld. 5.Indien aan de belanghebbende in verband met het bezwaar een toevoeging is verleend op grond van de Wet op de rechtsbijstand, betaalt het bestuursorgaan de toe te kennen vergoeding aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de Raad voor rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door het bestuursorgaan. Artikel 16.32c Omgevingswet 1.
Als bezwaar aanhangig is tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad in werking is getreden, wordt het bezwaar geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als het bezwaar is gericht tegen een voorkeursrechtbeschikking van gedeputeerde staten en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van provinciale staten in werking is getreden.
Hoorzitting De commissie heeft met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder a Awb afgezien van het horen van bezwaarden, omdat zij vindt dat de bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Ontvankelijkheid Volgens artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat alleen eigenaren en beperkt zakelijk gerechtigden van het perceel een rechtstreeks belang hebben bij een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht op dat perceel. Zie hierover bijvoorbeeld de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 20 maart 2023 met kenmerk ECLI:NL:RBMNE:2023:1676 en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2015 met kenmerk ECLI:NL:RVS:2015:1083. De commissie stelt vast dat alleen de heer en mevrouw hebben gereageerd op de vraag waarom zij menen belanghebbende te zijn bij het bestreden besluit. Beiden hebben heel kort samengevat aangegeven direct omwonende te zijn.
Beiden zijn echter geen eigenaar of beperkt zakelijk gerechtigde van de gronden waarop het bestreden voorkeursrecht is gevestigd. Ook van de overige bezwaarden – die niet hebben gereageerd op de vraag waarom ze menen belanghebbende te zijn – is niet gebleken dat zij eigenaar of beperkt zakelijk gerechtigde zijn van de gronden waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Nu er zich onder de bezwaarden geen eigenaren of beperkt zakelijk gerechtigden op de gronden waarop het voorkeursrecht is gevestigd bevinden, kan de commissie – gelet op de genoemde vaste jurisprudentie - niet anders concluderen dan dat bezwaarden kennelijk nietontvankelijk zijn. Daarnaast geldt nog dat de bezwaren van mevrouw van namens mevrouw en de bezwaren van van namens diverse omwonenden, niet gemotiveerd waren. Deze bezwaarden zijn in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt. Gelet op artikel 6:6 en artikel 6:5 van de Awb zijn de bezwaren van mevrouw van namens mevrouw en de bezwaren van van namens diverse 3
omwonenden dan ook tevens om die reden kennelijk niet-ontvankelijk. Wellicht ten overvloede, merkt de commissie nog het volgende op. Uit de bezwaren komt naar voren, dat bezwaarden zich zorgen maken over de toekomst van de locatie Noordweg 16 te Oostvoorne. Met de bestreden voorkeursrechtbeschikking verandert er echter feitelijk nog niets aan het gebruik van het perceel, het geeft de gemeente alleen een eerste recht van koop op de genoemde gronden. Op het moment dat er in de toekomst een omgevingsvisie of omgevingsplan voor die gronden wordt opgesteld, of wanneer er in de toekomst (omgevings)vergunningen voor die locatie worden verleend, dan staat het bezwaarden uiteraard vrij hun rechtsmiddelen op dat moment te gebruiken. Proceskostenvergoeding Twee bezwaarden hebben verzocht om proceskostenvergoeding ex. 7:15 Awb. Uit dit artikel volgt dat de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan worden vergoed voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. In het onderhavige geval is geen sprake van het herroepen van het bestreden besluit. Van een proceskostenvergoeding kan dan ook, naar het oordeel van de commissie, geen sprake zijn.
Advies De commissie adviseert om de bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren en de gevraagde proceskostenvergoedingen af te wijzen. Hellevoetsluis, 22 oktober 2024 de bezwaarschriftencommissie,
mw. mr. M. van der Houwen secretaris
dhr. mr. J. van Meggelen voorzitter
4