(bijlage 9) Bijlage 7 - Externe veiligheidsanalyse
Tekst van het document
Samenvatting De effecten van de realisatie van de windturbines langs de N57, nabij de Haringvlietdam, zijn getoetst aan de eisen uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Er zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten gelegen binnen de generieke PR10-05 en PR10-06 contouren. Vanwege het huidige gebruik en bestemmingsregels van de terreinen rondom de windturbinelocaties wordt het aanbevolen om (extensieve) recreatieve activiteiten in de directe nabijheid (binnen een afstand van een halve rotordiameter) te beperken. Ook wordt aanbevolen om intensieve recreatie binnen een afstand van tiphoogte rondom de windturbinelocaties te beperken. Hiermee wordt de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare locaties in de directe nabijheid van de windturbines voorkomen. Er is geen sprake van rotoroverdraai over de rijksweg N57. Het Individueel Passanten Risico (IPR) en Maatschappelijk Risico (MR) is bepaald en is beide ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat. Voor de overige wegen worden vanuit de gemeente geen eisen of voorwaarden gesteld voor wat betreft overdraai. Er is geen gasnetwerk en hoogspanningsinfrastructuur aanwezig in de nabijheid van de beoogde windturbinelocaties. De invloed van de windturbines op de waterkering is in een separaat onderzoek behandeld. Voor wat betreft de effecten van ijsaangroei en ijsworp wordt het aanbevolen een ijsprotocol op te stellen.
Met een dergelijk ijsprotocol wordt ijsworp van draaiende bladen en dwarrelend ijs van stilstaande bladen op de autoweg N57 zo veel mogelijk voorkomen. Als er in de winter ook recreatie plaatsvindt rondom de windturbines verdient het aanbeveling om door middel van borden passanten van de risico’s op de hoogte te brengen.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2
2
Bebouwing 2.1 2.2 2.3
3
4 5 6 7 8
5
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ______________________________________ 5 Bestemmingsplanmogelijkheden _____________________________________________ 6 Ontwikkellocatie __________________________________________________________ 9
Wegen 3.1 3.2 3.3
1
Windturbines _____________________________________________________________ 1 Posities windturbines ______________________________________________________ 3
11
Wegen in beheer van Rijkswaterstaat _________________________________________ 11 Gevaarlijke transporten ____________________________________________________ 13 Waterwegen ____________________________________________________________ 13
Risicovolle inrichtingen en installaties Ondergrondse buisleidingen en bovengrondse gasnetwerk Hoogspanningsinfrastructuren Waterkeringen Kwalitatieve analyse ijsworpscenario
15 16 17 18 20
Voor windturbines binnen de bandbreedte is de PR10-06 volgens de vuistregel nooit verder gelegen dan 200 meter. Voor specifieke windturbines kan de werkelijke specifieke PR10 -06 contour kleiner zijn. Er zijn geen gebouwen/objecten aanwezig binnen een afstand van 200 meter. Het eerste gebouw (object) van derden is gelegen op een minimale afstand van circa 320 meter. Er kan met zekerheid worden voldaan aan artikel 3.15a lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor windturbines binnen de bandbreedte is de PR10-05 volgens de vuistregel nooit verder gelegen dan 83 meter. Voor specifieke windturbines kan de werkelijke specifieke PR10 -05 contour kleiner zijn. Er zijn geen gebouwen/objecten aanwezig binnen een afstand van 83 meter. Het eerste gebouw (object) van derden is gelegen op een minimale afstand van circa 320 meter. Er kan met zekerheid worden voldaan aan artikel 3.15a lid 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
2.2 Bestemmingsplanmogelijkheden Naast invloed op bestaande objecten kunnen windturbines een invloed hebben op de mogelijkheden van bestemmingen4 in de nabije omgeving. Binnen de maximale ligging van de PR10 -05 en PR10-06 contour zijn enkelbestemmingen aanwezig die vallen onder: •
Natuur o Voor het bouwen van gebouwen geldt dat op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd met uitzondering van maximaal 1 gebouw ten behoeve van doeleinden van openbaar nut. Er is niet een dergelijk gebouw gelegen binnen de maximale ligging van de PR10 -05 en PR10-06 contouren.
•
Recreatie o Binnen bouwvlakken mag gebouwd worden. Daarnaast mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – dagrecreatie’ tussen april en september een gebouw ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen en opslag worden geplaatst. Verder mogen sanitaire voorzieningen buiten het bouwvlak worden gebouwd. Binnen de maximale PR10-06-contourafstand (200 m) zijn geen bouwvlakken en/of aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – dagrecreatie’ gelegen. Wel is er een ontwikkellocatie voorzien binnen de maximale PR10-06-contourafstand (zie paragraaf 2.3).
•
Verkeer o Op deze bestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd.
•
Water o Op deze bestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd.
De volgende dubbelbestemmingen en/of relevante aanduidingen zijn gelegen binnen een maximale PR106-contourafstand (200 m): •
Waterstaat – waterkering o Er zijn enkel bouwwerken toegestaan voor bescherming en onderhoud van de aangewezen waterkering.
•
Functieaanduiding windturbine o Hier zijn enkel windturbines met een maximale bouwhoogte van 80 m toegestaan.
4
Bestemmingen geraadpleegd in: Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2016 vastgesteld op 2019-06-26 Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 6
Voor de dubbelbestemmingen of relevante aanduidingen in het bestemmingsplan geldt dat er geen aanduidingen of dubbelbestemmingen zijn geïdentificeerd die de bouw van beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten mogelijk maakt (indien de onderliggende enkelbestemming dat niet mogelijk maakt). De windturbines veroorzaken door hun komst geen additionele belemmering voor objecten. Ten behoeve van duidelijkheid en helderheid verdient het aanbeveling om bij het ruimtelijk mogelijk maken van de windturbines een zone rond de windturbines op te nemen waarin de ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten wordt uitgesloten met een maximale maat gelijk aan de PR10 -05 contour. Deze is maximaal gezien gelegen op een afstand van 83 meter. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet5 dient ook rekening te worden gehouden met de definities voor Beperkt kwetsbare gebouwen, Beperkt kwetsbare locaties, Kwetsbare gebouwen, Kwetsbare locaties en Zeer kwetsbare gebouwen uit bijlage VI het Besluit kwaliteit leefomgeving 6. Er zijn geen gebouwen gelegen binnen de generieke PR10-06 en PR10-05 contouren. Het gebied rondom de windturbines heeft de bestemming Recreatie – dagrecreatie en dat kan, gezien de functie, als (beperkt) kwetsbare locatie kan worden beoordeeld.
Als het terrein rondom de windturbines wordt beoordeeld als een locatie voor recreatief dagverblijf waar doorgaans niet een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is (dit wordt ook wel extensieve recreatie genoemd), dan is er sprake van een beperkt kwetsbare locatie (dit is niet wenselijk binnen de PR10-05 contour). Op plaatsen waar wél een groot aantal personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig is (intensieve recreatie), is sprake van een kwetsbare locatie, hetgeen niet wenselijk is binnen de PR10-06 contour. Door extensieve recreatie preventief onmogelijk te maken op terreinen binnen de PR10 -05 contour, bijvoorbeeld door middel van terreininrichting, afbakening of bebording, wordt de aanwezigheid van beperkt kwetsbare locaties binnen de PR10-05 contour voorkomen. Op basis van de huidige bestemming en invulling van het terrein binnen de PR10 -06 contour wordt intensieve recreatie (en daarmee kwetsbare locaties) niet verwacht binnen de PR10 -06 contour. In Figuur 2.2 zijn de relevante bouwvlakken, functieaanduidingen en enkelbestemmingen weergegeven.
5
Volgens planning op 1 januari 2022 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een ministeriële regeling bij de nieuwe Omgevingswet, die volgens planning op 1 januari 2022 in werking treedt. Het Bkl stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. 6
Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 7
o ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen o scholen o gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen •
kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen
Kader 2.1 Mogelijkheden m.b.t. restaurants
In het Bevi wordt in relatie tot restaurants gesproken over ‘grote aantallen personen’ en ‘een groot gedeelte van de dag’. Deze zijn niet strikt gedefinieerd en het bevoegd gezag kan hier zelf in oordelen. Zo kan bijvoorbeeld een vergelijking worden gemaakt met de verblijfstijdfractie van kantoorgebouwen. Daarvoor wordt vaak uitgegaan van 50 personen die 40 uur per week aanwezig zijn. Voor horecagelegenheden zal de verwachte hoeveelheid personen en verblijfstijd echter zeer afhankelijk zijn van het type horeca. Zo worden fastfood restaurants vaak (maar niet altijd) beschouwd als beperkt kwetsbaar, omdat de verblijfstijd kort is (J. Heitink, Alles van waarde is kwetsbaar – het begrip ‘kwetsbaar’ in het Bevi). ‘Normale’ restaurants kunnen daarentegen vaker als kwetsbaar worden beschouwd (ECLI:NL:RVS:2018:3754). Daarnaast heeft ook de mate waarin de horeca-activiteit seizoensgebonden is invloed op de beoordeling of een restaurant kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is.
Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 10
passant op de minimale afstand van 54 meter (Haringvlietweg bij windturbine 2). Het IPR bedraagt 2,4x10 08
bij 500 passages van een individu per jaar en zelfs bij 1.000 fietsers per dag is het MR nog 1,8 x10 -05. Ook voor lokale wegen kan er ruim worden voldaan aan de eisen die Rijkswaterstaat stelt voor passanten.
3.2 Gevaarlijke transporten De autoweg N57 kan ook gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De risico’s die dit vervoer met zich meebrengt zouden kunnen worden verhoogd door de aanwezigheid van een windturbine. Om te analyseren of hier sprake van is wordt het huidige risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen vergeleken met het additionele risico wat de windturbine veroorzaakt. Uit de berekeningen in paragraaf 3.1 blijkt dat het risico van de windturbine voor een vrachtwagen per passage circa 4,9 x 10 -11 bedraagt over een weglengte van 693 meter (binnen tiphoogteafstand). Conform de Handleiding risicoanalyse transport (HART) v1-2 is de huidige ongevalsfrequentie van een tankwagen onder druk op een weg buiten de bebouwde kom gelijk aan 1,2 x 10-08 per voertuig per kilometer (= 8,3 x 10-09 per voertuig over een weglengte van 693 meter). Dit betekent dat het extra risico van de windturbine +0,6% bedraagt. Een dergelijke risicotoevoeging ruim onder de 10% kan als verwaarloosbaar worden gezien ten opzichte van het aanwezige risico. Dit toegevoegde risico is zodanig klein dat er geen nieuwe risicoanalyse van de transporten op de snelweg hoeft plaats te vinden. Eventuele afname van risico vanwege het verwijderen van de zes bestaande windturbines is in bovenstaande berekeningen niet meegenomen.
3.3 Waterwegen Voor waterwegen geldt dat er enkel algemene beleidsregels beschikbaar zijn voor rijkswaterwegen. Voor overige waterwegen zijn geen algemene externe veiligheidsnormen van toepassing. De windturbines zijn op minimaal 44 m gelegen vanaf het water van het Haringvliet/Deltageul. Ter indicatie is het IPR en MR op basis van conservatieve aannames berekend. Ondanks het feit dat er wel waterverkeer binnen de identificatieafstand, werpafstand en rotoroverdraai kan plaatsvinden, wordt de verblijftijd van het vaarverkeer klein geacht, gezien de situering van de windturbines ten opzichte van de vaarroutes en het feit dat het Haringvliet geen hoofdvaarweg is voor goederen en er dus enkel recreatievaart plaatsvindt.
Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 13
5 Ondergrondse buisleidingen en bovengrondse gasnetwerk Er is volgens de risicokaart geen gasnetwerk behorende onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) aanwezig in de nabijheid van het beoogde windpark. De afstand is meer dan 4500 m tot het eerste gasnetwerk.
Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 16
6 Hoogspanningsinfrastructuren Er is geen netwerk behorende bij de hoogspanningsinfrastructuur aanwezig in de nabijheid van het plangebied van het beoogde windpark
Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 17
8 Kwalitatieve analyse ijsworpscenario Op 1 tot 2 dagen per jaar kunnen de weeromstandigheden in Nederland zodanig zijn dat er sprake is van significante ijsaangroei aan de windturbinebladen. Bij het loskomen van deze ijsblokken kunnen gevaarlijke situaties ontstaan voor onbeschermde personen of door schrikreacties tijdens transport. Moderne windturbines zijn veelal voorzien van systemen die kunnen detecteren of er sprake is van aangroeiend ijs en/of weersomstandigheden waarbij ijsaangroei kan worden verwacht. Bij het merendeel van de aanwezige windturbines in Nederland hoeven geen specifieke maatregelen te worden genomen om ijsaangroei te voorkomen of het vallen van ijs te voorkomen doordat de meeste windturbines worden geplaatst in open agrarische gebieden waar weinig aanwezigheid van personen worden verwacht. Om ijsworp te voorkomen dient de windturbine te worden stilgezet indien significante ijsaangroei aanwezig is. Het voorkomen van gevaarlijke situaties en het verplicht moeten stilzetten van windturbines is reeds geregeld in de regels van het activiteitenbesluit. Om te analyseren of de omgeving gevoelig kan zijn voor ijsworp of ijsval wordt gekeken naar de directe omgeving van de windturbines tot aan een afstand gelijk aan de tiphoogte. Binnen deze afstand is een parkeerplaats gelegen (ten westen van windturbine 1).
Tevens is de omgeving bestemd voor dagrecreatie, waarmee aanwezigheid van personen mogelijk is, er wordt echter in de omstandigheden dat ijsaangroei plaatsvindt geen tot weinig aanwezigheid van recreatie verwacht. Mocht er ook in winterse omstandigheden door een groot aantal mensen in de directe omgeving van de windturbines gewandeld of gefietst worden, dan verdient het aanbeveling om bijvoorbeeld door middel van borden passanten van de risico’s op de hoogte te brengen. Ook dient ijsworp / ijsval op de autoweg N57 te worden geminimaliseerd dan wel voor zover mogelijk te worden voorkomen. De afstand tot de verharde rand van de autoweg bedraagt voor windturbine 1 circa 100 meter en voor windturbine 2 circa 87 meter. Dit betekent dat er vanaf de punt van de rotor van windturbine 1 circa (100- 83 =) 17 meter aan extra ruimte beschikbaar is en voor windturbine 2 is dit (87 83 =) 4 meter. Indien de rotor niet draait wordt ijsval verwacht tot een zone van circa een halve rotordiameter plus 11 meter als afglij / dwarrel zone. Het grootste deel van vallend ijs valt binnen een afstand van circa 11 meter vanaf de buitenkant van de rotorbladen tot aan de masttoren van de windturbine.
Een ijsdetectiesysteem, wat ijsaanvorming aan de bladen detecteert en de windturbine stilzet bij significante ijsaangroei, is voor windturbine 1 een afdoende systeem om de risico’s van ijsval op de autoweg te voorkomen. Bij windturbine 2 kan er bij een stilstaande windturbine nog steeds afglijdend of dwarrelend ijs op de autoweg terecht komen. Het is dus van belang dat bij dergelijke situaties windturbine 2 niet enkel wordt stilgezet, maar ook dusdanig wordt gedraaid dat afglijdend ijs niet op de autoweg N57 terecht komt. Voor beide windturbines geldt daarnaast dat het aanbeveling verdient om de rotor van de windturbine bij het gecontroleerd afwerpen of weer opstarten van de windturbine na ijsaangroei zodanig te positioneren dat er niet in de richting van de autoweg kan worden geworpen. Het opstellen van een ijsprotocol kan een goede uitvoering van deze acties bevorderen.
Analyse Externe VeiligheidWindpark HaringvlietAnalyse Externe Veiligheid v4.0 v4.0| Windpark Haringvliet | 720128 | 17-11-2022 Pagina 20