CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

(bijlage 9) Bijlage 4 bij toelichting

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Bestemmingsplan Oude Goote21.925 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ASFALTONDERZOEK EN VERKENNEND BODEM- WATERBODEM- EN ASBESTONDERZOEK Oude Goote te Brielle

uitgevoerd door: RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk e-mail: info@rskgroup.nl

rapportnummer: 517386.001(01)

rapportagedatum: 14 april 2021 in opdracht van: Gemeente Brielle Postbus 101 3320 AC Brielle

status rapport: definitief

Rapportstatus

Definitief Naam

Handtekening

Datum

Opgesteld

Hidde Gerretsen

14 april 2021

Gecontroleerd

Marc Drent

14 april 2021

Vrijgegeven

Marc Drent

14 april 2021

Dit rapport mag niet worden gebruikt voor contractuele doeleinden of ingenieursdiensten tenzij de bovenstaande tabel juist en volledig is ingevuld en getekend door de projectmanager, technische- en kwaliteitsreviewer(s) en het rapport als DEFINITIEF is aangewezen. © Dit rapport valt onder het auteursrecht van RSK Netherlands. Elke niet geautoriseerde reproductie of elk gebruik door iemand anders zonder nadrukkelijke toestemming van de opdrachtgever is strikt verboden.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Inleiding ........................................................................................................................................................................ 2 1.1

Doel en aanleiding ................................................................................................................................................. 2

1.2

Kwaliteit .................................................................................................................................................................. 2

1.3

Onafhankelijkheid ................................................................................................................................................... 2

Vooronderzoek ............................................................................................................................................................. 3 2.1

Doelstelling en geraadpleegde informatie .............................................................................................................. 3

2.2

Locatiebeschrijving en huidig gebruik .................................................................................................................... 3

2.3

Historische informatie ............................................................................................................................................. 4

2.4

Toekomstig gebruik ................................................................................................................................................ 6

2.5

Bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................................................................... 6

2.6

Beschikbare gegevens bodemkwaliteit .................................................................................................................. 7

2.7

Conclusies vooronderzoek/verwachte bodemkwaliteit ........................................................................................... 7

Onderzoeksopzet ......................................................................................................................................................... 8 3.1

Asfaltonderzoek (teerhoudendheid) ....................................................................................................................... 8

3.2

Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................................... 8

3.3

Verkennend (bodem)onderzoek asbest ................................................................................................................. 8

3.4

Verkennend waterbodemonderzoek ...................................................................................................................... 9

Veldonderzoek ........................................................................................................................................................... 10 4.1

Uitvoering werkzaamheden en erkenningen ........................................................................................................ 10

4.2

Locatie inspectie en maaiveldinspectie ................................................................................................................ 10

4.3

Asfalt .................................................................................................................................................................... 10

4.4

Grondboringen, waterbodemboringen, peilbuizen en zintuiglijk onderzoek ......................................................... 10

4.5

Bemonstering grondwater .................................................................................................................................... 12

4.6

Asbest .................................................................................................................................................................. 13

4.7

Afwijkingen veldonderzoek ................................................................................................................................... 13

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten .................................................................................................... 14 5.1

Asfalt .................................................................................................................................................................... 14

5.2

Grond ................................................................................................................................................................... 14

5.3

Grondwater .......................................................................................................................................................... 16

5.4

Waterbodem ......................................................................................................................................................... 17

5.5

Asbest .................................................................................................................................................................. 18

5.6

Afwijkingen laboratoriumonderzoek ..................................................................................................................... 19

Conclusies en advies ................................................................................................................................................ 20 6.1

Conclusies ............................................................................................................................................................ 20

6.2

Advies .................................................................................................................................................................. 21

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Regionale ligging Situatietekening Boorprofielen Analysecertificaten Overschrijdingstabellen Toetsingskader Foto’s

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

1

Inleiding

1.1 Doel en aanleiding In opdracht van de gemeente Brielle heeft RSK Netherlands (hierna RSK) een asfaltonderzoek en verkennend asbest- bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Oude Goote te Brielle. De ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Aanleiding voor de onderzoeken is de herontwikkeling van het gebied met als bestemming wonen. Het bodemonderzoek dient vast te stellen of deze locatie geschikt is voor deze functie (wonen) in het kader met het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure, het afgeven van een omgevingsvergunning en de financiële doorrekening van het plan. Hierbij is het uitgangspunt dat er geen grond vanuit het gebied wordt afgevoerd, maar dat dit binnen het gebied wordt herschikt. De voorkeur is dat grondverzet binnen het projectgebied vrij kan plaatsvinden.

Het doel van de onderzoeken is: • het vaststellen van de milieuhygiënische bodem- en hergebruikskwaliteit binnen het plangebied (verkennend bodemonderzoek); • het vaststellen van de milieuhygiënische waterbodem- en hergebruikskwaliteit binnen het plangebied (verkennend waterbodemonderzoek); • het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit (teerhoudendheid) van het asfalt (asfaltonderzoek); • het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit ten aanzien van asbest ter plaatse van de inritten en dammen (verkennend onderzoek asbest conform NEN5707); • het indicatief vaststellen van de hergebruikskwaliteit van de fundering onder het asfalt. 1.2 Kwaliteit Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond zoals beschreven in de vigerende NEN 5740 en de onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, zoals beschreven in de vigerende NEN 5720. Het asbest in grond onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN 5707+C2. Het veldwerk is onder certificaat op basis van de BRL SIKB 2000 uitgevoerd, waardoor is voldaan aan de eisen van Kwalibo.

Zo is gebruik gemaakt van externe functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt (Kwaliteitsborging in het bodembeheer). RSK Netherlands is verder in het bezit van een gecertificeerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan NEN-EN-ISO9001. De door RSK Netherlands genomen bodemmonsters worden geanalyseerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd onafhankelijk laboratorium (conform de vigerende ISO/IEC). Het laboratorium is tevens AS3000 geaccrediteerd. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek een steekproef betreft, waardoor niet kan worden uitgesloten dat lokale afwijkingen in de bodem (met mogelijk hierin aanwezige verontreiniging(en)) niet zijn herkend. Er is een beperkte geldigheid van het onderzoek in verband met mogelijke (bedrijfs-)activiteiten op de onderzoekslocatie en stofeigenschappen welke van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem. 1.3 Onafhankelijkheid Het adviesbureau mag geen “eigen grond” keuren of onderzoeken. RSK Netherlands heeft geen grond in eigendom. RSK Netherlands is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. RSK verklaart hierbij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.

Het procescertificaat van RSK Netherlands en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever.

2

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

2

Vooronderzoek

2.1 Doelstelling en geraadpleegde informatie Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de vigerende norm voor vooronderzoek (NEN 5725 (Bodem – landbodem –strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënische vooronderzoek en de NEN5717 (Bodem Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek)). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 2.1. Doel van het vooronderzoek is bepaald op basis van de aanleiding van het verkennend (water)bodemonderzoek. In onderhavig geval betreft dat het volgende doel; • Het opstellen van een hypothese over de te verwachten milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit; • Het opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie; • Toetsing voor het gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond; • Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen t.b.v. het vooronderzoek Bron

Doel

Beschikbaarheid gegevens

Kadaster

Kadastrale gegevens en oppervlak

Zie paragraaf 2.2

Topotijdreis

Historisch kaartmateriaal

Zie paragraaf 2.3

Bodemloket

Algemene bodemkwaliteit en potentiele historische locaties

Zie paragraaf 2.3

BIS gemeente/omgevingsdienst

Zie paragraaf 2.3

DINO loket

Geohydrologische informatie

Zie paragraaf 2.5

Actueel Hoogtebestand Nederland

Maaiveldhoogte

Zie paragraaf 2.5

Bodemkwaliteitskaart

Indicatie verwachte bodemkwaliteit

Zie paragraaf 2.6

KLIC

Kabels en leidingen

2.2 Locatiebeschrijving en huidig gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan Oude Goote te Brielle. De onderzoekslocatie is het gebied dat wordt begrensd door de Hossenbosdijk, Veckdijk, Voorweg en de Oude Dijk. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als weiland met sloten, welke de weilanden opdelen in zes deelgebieden. Verder zijn er een aantal inritten (dammen) met verharde paden. De onderzoekslocatie betreft de kadastrale percelen gemeente Brielle, sectie F, nummers 268, 268, 279, 270, 272, 276, 277, 278, 627, 1306, 1307 en 1308. Het oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 302.627 m2. De onderzoekslocatie is te zien in afbeelding 1, het rode kader betreft het onderzoeksgebied ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek. In tabel 2.2 zijn gegevens over de onderzoekslocatie opgenomen.

3

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

7 6

1

8 2 3 4

5

Afbeelding 1: projectgebied Oude Goote te Brielle (rood: grens projectgebied, blauw: te onderzoeken watergangen, nummers 1 t/m 8: locaties inritten/ dammen) Tabel 2.2: Gegevens onderzoekslocatie Omschrijving

Toelichting

Oppervlakte onderzoekslocatie

302.627 m2

Kadastrale gegevens

Gemeente Brielle, sectie F, nummers 68, 268, 279, 270, 272, 276, 277, 278, 627, 1306, 1307 en 1308

Kadastrale eigendom

Deels gemeente Brielle en deels BPD-Rotij

Huidige kadastrale functie

Landbouw

Huidig gebruik

Akkerlandlanden

Verdachte locaties

Voormalig glastuinbouwbedrijf

2.3

Historische informatie

Historisch kaartmateriaal Op basis van Topotijdreis is de onderzoekslocatie vanaf 1815 al een landbouwgebied geweest. In de loop der jaren hebben er wijzigingen opgetreden in de kavelverdeling, waarbij sloten zijn gegraven en gedempt. Rond 1940 zijn de eerste tekenen van kassen zichtbaar (glastuinbouwbedrijf). Deze hebben rond 1995 plaatsgemaakt voor een boerderij. Deze is rond 2011 afgebroken en heeft plaatsgemaakt voor landbouwgrond. Op de onderzoeksgrenzen en nabij de voormalige boerderij zijn diverse inritten aanwezig die mogelijk uit puin bestaan.

4

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

a) Topokaart 1900

b) Topokaart 1940

d) Topokaart 1965

e) Topokaart 1995

f) Topokaart 2011

Uitgevoerde bodemonderzoeken Op basis van het BIS van de omgevingsdienst DCMR is er bodeminformatie bekend van de onderzoekslocatie, deze is beschikbaar gesteld vanuit de opdrachtgever en hieronder beschreven. Verder zijn er op enkele aangrenzende (particuliere) locaties bodemonderzoeken uitgevoerd. 5

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

-

Verkennend bodemonderzoek Oude Goote (Hossenbosdijk/Veckdijk) te Vierpolders (AquaTerra, kenmerk 20060703, d.d. 23 februari 2006);

Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een bouwvergunning voor de woningbouw. De onderzoekslocatie is opgedeeld in 8 segmenten waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen de weilanden, sloten, gedempte sloten, inritten en glastuinbouwbedrijf met aanliggende woning en activiteiten. Ter plaatse van de voormalige boerderij was een glastuinbouwbedrijf gevestigd met diverse onder-, bovengrondse tanks en opslag voor bestrijdingsmiddelen. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat er in grond en grondwater maximaal licht verhoogde gehaltes zijn aangetoond (parameters: arseen, cadmium, chroom, koper, lood, nikkel, zink, PAK, OCB’s, minerale olie en xylenen. Er is enkel onderzoek gedaan naar het voorkomen van bestrijdingsmiddelen ter plaatse van de OCB opslag. Ter plaatse van de voormalige kassen en boomgaarden is geen onderzoek gedaan naar OCB’s. Op basis van de resultaten wordt de hypothese ‘verdacht’ voor de onderzochte segmenten ter plaatse van het voormalige glastuinbouwbedrijf / boerderij behouden. Voor het overige terrein (akkerlanden) wordt geconcludeerd dat de hypothese ‘onverdacht’ formeel gezien moeten worden verworpen, echter wordt op basis van de resultaten (maximaal enkele licht verhoogde gehalten/ concentratie aangetroffen in de boven- en ondergrond en het grondwater) het niet noodzakelijk geacht een nieuwe hypothese aan te nemen.

Uit de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat de waterbodem klasse 0 en 2 betreft (parameter: PAK). Ten behoeve van de gedempte sloten is een ‘praktische’ strategie gehanteerd waarbij er sleuven zijn gegraven en deze zijn zintuigelijk beoordeeld. Verspreid op het terrein is er in de bodem op diverse plekken puin aangetroffen. Er is geen asbestonderzoek uitgevoerd. 2.4 Toekomstig gebruik Op basis van de beschikbare informatie blijkt dat er wijzigingen zullen optreden in het gebruik van de locatie. Er zal op de locatie woningbouw worden gerealiseerd (bestemmingswijziging). 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemopbouw en de geohydrologische situatie wordt verwezen naar tabel 2.3. Tabel 2.3: Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m-mv)

Geologische eenheid/ Formatie

Lithologische beschrijving/ Grondsoort

Geohydrologische indeling

0,0-19,5

Holocene afzetting

Complexe eenheid

Deklaag

19,5-38,5

Formatie van Kreftenheye

Tweede en derde zandige eenheid

1e watervoerende laag

38,5-45,0

Formatie van Peize en Formatie van Waalre

Tweede zandige eenheid

1e watervoerende laag

45,0-49,0

Formatie van Waalre

Tweede kleiige eenheid

1e scheidende laag

49,0-63,0

Formatie van Peize en Formatie van Waalre

Derde zandige eenheid

2e watervoerende laag

Het maaiveld op de onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse globaal op een hoogte van NAP -0,63 m. De gemiddelde grondwaterstand op de locatie bevindt zich op een diepte van circa 0,5 m-mv. In de directe nabijheid van de onderzoekslocatie is de stromingsrichting van het freatisch grondwater zuidelijk. De locatie ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied en/of binnen het invloedsgebied van een industriële of particuliere grondwateronttrekking.

6

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

2.6 Beschikbare gegevens bodemkwaliteit Uit de geraadpleegde bronnen zijn de volgende bodemkwaliteitsgevens naar voren gekomen: Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de regio Voorne Putten (Oranjewoud, kenmerk 239392, november 2012) ligt het onderzoeksgebied in zone C: recreatie en buitgebied. De (algemene) bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie is ‘AW2000’ voor de boven- en ondergrond (traject 0-2,5 m-mv). De bodemfunctieklasse is Wonen. PFAS Vanwege het nieuwe beleid rondom PFAS, dat is vastgelegd in het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ is de bovengrond en de geroerde ondergrond verdacht op (diffuse) verontreiniging met PFAS. De locatie is niet verdacht op puntbronnen met PFAS en niet verdacht op GenX. Gemeente Brielle heeft specifiek beleid met betrekking tot PFAS vastgesteld (de hergebruiksnormen wijken af van de normen uit het Tijdelijk Handelingskader). De opdrachtgever heeft het voornemen de grond te hergebruiken op de locatie, derhalve wordt er geen onderzoek naar PFAS uitgevoerd. 2.7 Conclusies vooronderzoek/verwachte bodemkwaliteit Op basis van de beschikbare (voor)informatie wordt de onderzoekslocatie ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf/boerderij als verdacht beschouwd met betrekking tot het voorkomen van zware metalen in de bodem.

Op basis van het historisch onderzoek zijn er gedeeltes van het onderzoeksterrein verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB). In verband met het aangetroffen puin (in bodem) tijdens voorgaand onderzoek is er aanleiding te veronderstellen dat de bodem op de locatie verdacht is voor het voorkomen van asbest in de bodem. Indien er tijdens het bodemonderzoek asbestverdachte (puin)bijmengingen worden aangetroffen zal het onderzoek worden uitgebreid met asbest. Verondersteld kan worden dat de inritten/ dammen rondom de akkerlanden en het pad richting het voormalig glastuinbouwbedrijf een fundering van puin dan wel bijmengingen van puin hebben.

De indeling in deellocaties, bijbehorende oppervlakten en verwachte bodemkwaliteit is samengevat in tabel 2.4. Tabel 2.4: Samenvatting historisch onderzoek Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte bodemkwaliteit

Kritische parameter

Gehele onderzoekslocatie

274.000 m2

onverdacht

-

Voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij

28.700 m2

verdacht

zware metalen, PAK, minerale olie, OCB, asbest

Gedempte sloten

-

verdacht

zware metalen, PAK, minerale olie

Inritten/ dammen

8 x 100 m2

verdacht

Zware metalen, PAK, minerale olie, asbest

7

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

3

Onderzoeksopzet

3.1 Asfaltonderzoek (teerhoudendheid) Het asfaltonderzoek is uitgevoerd conform de CROW-publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt – selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, juni 2015). Het asfaltonderzoek wordt uitgevoerd ter plaatse inritten (inrit 1 t/m 4 en inrit 8 - zie afbeelding 1) richting de akkerlanden en het voormalige glastuinbouwbedrijf/ boerderij. Voor het aantal boringen en analyses (PAK-marker) worden alle inritten als één onderzoekslocatie gezien en de boringen en analyses verdeeld over de inritten, met een minimum van één boring en analyse per inrit. Aangenomen wordt dat (delen van) de asfaltverharding vóór 1995 zijn aangelegd; er wordt verwacht dat het asfalt deels teerhoudend is. Tabel 3.1: Strategie en samenvatting asfaltonderzoek Locatie Inrit 1

Oppervlakte ca. 35 m2

Inrit 2

ca. 35 m2

Inrit 3

ca. 35 m2

Inrit 4

ca. 35 m2

Inrit 8

ca. 100 m2

3.2 Verkennend bodemonderzoek De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5740/A1, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek. Hierbij zal grotendeels de onderzoeksstrategie voor een onverdachte nietlijnvormige locatie worden gehanteerd (ONV-NL), voor de deellocatie van het voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij zal de onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige heterogeen verontreinigd verdachte locatie worden gehanteerd (VED-HE-NL). In verband met het voormalig glastuinbouwbedrijf wordt het analysepakket ter plaatse uitgebreid met OCB. In verband met de gedempte sloten worden een aantal raaien (3 x 2,0 m-mv boringen loodrecht op de ligging van de voormalige sloot) gezet. Deze worden verdeeld over de gehele onderzoekslocatie. De opdrachtgever heeft het voornemen de grond te hergebruiken op de locatie, derhalve is er geen onderzoek naar PFAS uitgevoerd. In tabel 3.2 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 3.2: Strategie en verwachte bodemkwaliteit Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte bodemkwaliteit

Kritische parameter

Strategie

Gehele onderzoekslocatie

274.000 m2

onverdacht

-

NEN 5740/A1 ONV-NL

Voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij

28.700 m2

verdacht

zware metalen, PAK, minerale olie, OCB,

NEN 5740/A1 VED-HE-NL

Gedempte sloten

-

verdacht

zware metalen, PAK, minerale olie

NEN 5740/A1 maatwerk

3.3 Verkennend (bodem)onderzoek asbest Het verkennend onderzoek asbest ter plaatse van de inritten/dammen waar een halfverharding aanwezig is, is uitgevoerd conform de vigerende NEN5897 – Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (onderzoeksstrategie open halfverharding). Het verkennend onderzoek asbest ter plaatse van de overige inritten/ dammen is uitgevoerd conform de vigerende NEN5707+C2 – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (onderzoeksstrategie verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld). De werkzaamheden in het kader van NEN5897en NEN5707 zijn in tabel 3.3 weergegeven. 8

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

Tabel 3.3: strategie en veldwerk verkennend onderzoek asbest Onderzoeks c.q. deellocatie

Oppervlakte

Verwachte kwaliteit

Strategie

Inrit 1

< 100 m2

Verdacht op asbest

NEN5707+C2 – verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld

Inrit 2

< 100 m2

Verdacht op asbest

NEN5707+C2 – verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld

Inrit 3

< 100 m2

Verdacht op asbest

NEN5707+C2 – verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld

Inrit 4

< 100 m2

Verdacht op asbest

NEN5707+C2 – verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld

Inrit 5

< 100 m2

Verdacht op asbest

NEN5897 – open halfverharding

Inrit 6

< 100 m

2

Verdacht op asbest

NEN5897 – open halfverharding

Inrit 7

< 100 m2

Verdacht op asbest

NEN5897 – open halfverharding

NEN5707+C2 – verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld NEN5897: inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat < 100 m2

Inrit 8

Verdacht op asbest

3.4 Verkennend waterbodemonderzoek De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN5720, strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie met als strategie: lintvormig water - normale onderzoeksinspanning (LN). In verband met het voormalig glastuinbouwbedrijf wordt het analysepakket van de monsters van de sloten rondom uitgebreid met OCB. In tabel 3.4 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 3.4: Strategie en verwachte bodemkwaliteit waterbodemonderzoek Deellocatie

Lengte

Verwachte bodemkwaliteit op basis van vooronderzoek

Kritische parameter

Strategie NEN5720

Sloten gehele onderzoeksgebied

1.500 m

Verdacht

OCB

LN

De boringen worden doorgezet tot 0,5 meter in de vaste waterbodem.

9

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

4

Veldonderzoek

4.1 Uitvoering werkzaamheden en erkenningen In tabel 4.1 is aangegeven wanneer en door wie het veldonderzoek is uitgevoerd. Tabel 4.1: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Werkzaamheden Datum uitvoering Grondboringen, waterbodemboringen en peilbuizen

25-01-2021, t/m 03-02-2021, 22-02-2021, 23-02-2021

Asfaltboringen en inspectiegaten

22-02-2021, 23-02-2021

Grondwatermonstername

11-02-2021 t/m 15-02-2021

1

: *:

Uitgevoerd door

Erkend voor protocol1

G. Euijen C. Vervest H. de Bruin M. Keemink L. Brennan B. de Koning C. Vervest H. de Bruin

2001, 2002, 2018 1001, 2001, 2002, 2003, 2018 2001, 2002, 2003 2001, 2002 2001, 2002 2001*, 2002* 1001, 2001, 2002, 2003, 2018 2001, 2002, 2003

C. Vervest 1001, 2001, 2002, 2003, 2018 L. Brennan 2001, 2002 B. de Koning 2001*, 2002* gekwalificeerd, gecertificeerd en voor de uitvoering van deze werkzaamheden erkend. in opleiding

4.2 Locatie inspectie en maaiveldinspectie De locatie is vrijwel geheel onverhard (gras of akkerland). Ten noorden, zuiden en oosten van de akkerlanden zijn een aantal inritten/dammen gesitueerd, deze inritten/dammen zijn deels verhard met asfalt en deels onverhard. Tevens is vanaf de inrit richting het voormalig glastuinbouwbedrijf (oosten) een betonpad gelegen. Tijdens de maaiveldinspectie (asbestonderzoek) is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. 4.3 Asfalt Met behulp van een kernboor Ø120 mm zijn 5 asfaltboringen (Asf01 t/m Asf05) verricht. De locaties van de boringen is weergegeven op de situatietekening (bijlage 2). 4.4

Grondboringen, waterbodemboringen, peilbuizen en zintuiglijk onderzoek

Op de onderzoekslocatie zijn 227 grondboringen uitgevoerd, waarvan 32 boringen zijn afgewerkt met peilbuis. Er zijn 30 waterbodemboringen uitgevoerd (genummerd Wb01 t/m Wb30). De boorlocaties zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Om het overzicht te behouden is het gebied in een aantal secties opgedeeld waarbij de volgende boringen zijn gezet: • Deellocatie overig gebied (secties A t/m E); o A - noorden (A01 t/m A43 waarvan A01, A09, A12, A16, A23, A27, A31, A37 en A42 afgewerkt met peilbuis) o B - middenwesten (B01 t/m B21 waarvan B07, B14 en B21 afgewerkt met peilbuis) o C - zuidwesten (C01 t/m C35 waarvan C01, C09, C12, C20, C24, C28 en C32 afgewerkt met peilbuis) o D - zuidoosten (D01 t/m D34 waarvan D08, D10, D18, D19, D21, D30 en D32 afgewerkt met peilbuis) o E - groenstrook ten zuiden van voormalig glastuinbouwbedrijf (E01 t/m E08 waarvan E04 en E05 afgewerkt met peilbuis • Deellocatie voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij: G (G01 t/m G47 waarvan G02, G18, G27 en G36 afgewerkt met peilbuis) • Deellocatie gedempte sloten: S (S01 t/m S30) • Deellocatie inritten/ dammen: I (Asf01 t/m Asf05, I09, I11 en I13) • Deellocatie huidige sloten (waterbodemonderzoek): Wb (Wb01 t/m Wb30) Het aanwezige bodemmateriaal is geclassificeerd en bemonsterd.

De bodem bestaat tot een boordiepte van 1,0 á 2,0 m-mv uit klei met daaronder tot de maximale boordiepte (3,3 m-mv) veen. Plaatselijk wordt er van 1,0 tot 2,0 mmv een zandlaag waargenomen. Het bodemmateriaal is zintuiglijk onderzocht op verontreinigingskenmerken (kleur, aanwezigheid van bodemvreemd materiaal e.d.). De resultaten van het zintuiglijk onderzoek zijn weergegeven in tabel 4.2. 10

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

In het middenwesten van de onderzoekslocatie en ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij worden in de kleiige bodemlaag van 0 - 1,0 m-mv sporen baksteen waargenomen. Ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf ten noorden van het betonpad wordt in de kleiige bodemlaag van 0,0 - 0,5 puin (zwak) waargenomen. De puinhoudende bodemlaag wordt als asbestverdacht beschouwd, baksteen wordt niet als asbestverdacht beschouwd. In de boringen (raaien) ten behoeve van het onderzoek naar de gedempte sloten is geen dempingsmateriaal en/of een voormalige waterbodem waargenomen. Ter plaatse van de inrit/dammen is een fundering met hoogovenslakken aanwezig onder de asfaltverharding, de fundering onder de asfaltverharding ter plaatse van de inrit richting het voormalig glastuinbouwbedrijf bestaat uit lavalith. Ter plaatse van de dammen worden in de bodem bijmengingen met betongranulaat, baksteen en plaatselijk hoogovenslakken, lavalith en/of asfalt waargenomen. Verder zijn er geen bijzondere bijmengingen in de bodem aangetroffen. Tabel 4.2: Samenvatting uitgevoerde werkzaamheden en zintuiglijk onderzoek Deellocatie

Boring

Diepte boring (m-mv)

Traject (m-mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Overig gebied: sectie B

B01

1,00

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

B02

1,00

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

B07

3,00

0,50 - 0,80

Klei

sporen baksteen

G36

2,50

0,50 - 1,00

Klei

sporen baksteen

G37

1,00

0,30 - 0,60

Klei

sporen aardewerk

0,60 - 1,00

Klei

sporen baksteen

G39

1,00

0,10 - 0,50

Klei

sporen baksteen

G43

1,00

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

Gedempte sloten

S23

2,00

0,00 - 0,50

Klei

zwak puinhoudend

Inritten/ dammen

Asf01

1,00

0,06 - 0,20

-

volledig hoogovenslakken, sporen baksteen

0,20 - 0,70

Klei

sporen baksteen

0,06 - 0,50

volledig hoogovenslakken

0,50 - 0,70

-

Voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij

Asf02

1,00

volledig hoogovenslakken

0,70 - 1,00

Klei

matig hoogovenslakken houdend

Asf03

1,00

0,06 - 0,50

volledig hoogovenslakken

Asf04

1,00

0,04 - 0,50

Asf05

1,00

0,07 - 0,50

-

I01

0,50

0,00 - 0,50

klei

matig baksteenhoudend, sporen betongranulaat, sporen asfalt

I02

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen, sporen betongranulaat

I03

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sterk hoogovenslakken houdend, sporen baksteen

I04

0,50

0,00 - 0,50

Klei

matig hoogovenslakken houdend

I05

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen, sporen hoogovenslakken

I06

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen, sporen hoogovenslakken

I07

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen, sporen hoogovenslakken

I08

0,50

0,00 - 0,50

Klei

zwak baksteenhoudend, sporen hoogovenslakken

I09

1,00

0,00 - 0,50

Klei

matig betongranulaat houdend, sporen baksteen

I10

0,50

0,00 - 0,50

Klei

matig betongranulaat houdend, sporen baksteen, sporen leisteen

I11

1,00

0,00 - 0,50

Klei

matig betongranulaat houdend, sporen baksteen

I12

0,50

0,00 - 0,50

Klei

zwak betongranulaat, sporen baksteen

I13

1,00

0,00 - 0,50

klei

sporen betongranulaat

I14

0,50

0,00 - 0,50

klei

sporen betongranulaat

I15

0,50

0,00 - 0,50

Zand

sterk lavalithhoudend

I16

0,50

0,00 - 0,50

Zand

matig lavalithhoudend, matig betongranulaat houdend

I17

0,57

0,07 - 0,57

Klei

sporen baksteen

I18

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

I19

0,50

0,00 - 0,50

Klei

sporen baksteen

volledig hoogovenslakken, sporen baksteen volledig lavalith

11

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

Voor een gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw in de boorpunten wordt verwezen naar de boorprofielen die zijn opgenomen in bijlage 3. 4.5 Bemonstering grondwater De gegevens met betrekking tot de grondwaterbemonstering zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Kenmerken grondwater peilbuis

filtertraject m-mv

stijghoogte m-mv

pH (-)

EC (µS/cm)

troebelheid (NTU)

toestroming (goed/matig/slecht)

Deellocatie overig gebied: sectie A A01

2,00 - 3,00

0,98

6,6

2630

23,2

goed

A09

2,20 - 3,20

0,92

6,8

1670

24,6

goed

A12

2,00 - 3,00

0,78

6,8

1810

24,5

goed

A16

1,50 - 2,50

0,66

6,7

1700

59,6

goed

A23

1,80 - 2,80

0,70

6,8

1190

36,8

goed

A27

1,80 - 2,80

0,79

6,6

1570

27,3

goed

A31

2,00 - 3,00

0,92

6,6

1840

30,4

goed

A37

1,80 - 2,80

0,92

6,8

1370

28,9

goed

A42

1,80 - 2,80

1,10

6,4

1520

28,4

goed

Deellocatie overig gebied - sectie B B07

2,00 - 3,00

0,96

6,8

1860

22,4

goed

B14

2,00 - 3,00

0,71

6,9

1110

19,2

goed

B21

2,00 - 3,00

0,86

6,8

1250

18,6

goed

Deellocatie overig gebied - sectie C C01

2,00 - 3,00

1,26

7,0

510

16,4

goed

C09

2,20 - 3,20

1,13

6,7

1860

12,6

goed

C12

2,00 - 3,00

1,18

6,7

1640

17,6

goed

C20

2,20 - 3,20

1,09

6,8

1310

16,7

goed

C24

2,20 - 3,20

0,98

7,1

1980

15,4

goed

C28

2,00 - 3,00

1,37

6,6

2860

43,8

goed

C32

2,20 - 3,20

1,10

6,6

2100

15,3

goed

Deellocatie overig gebied - sectie D D08

2,20 - 3,20

1,04

6,7

1310

22,4

goed

D10

1,70 - 2,70

0,78

6,6

1720

23,6

goed

D18

2,20 - 3,20

0,94

6,7

3020

202

goed

D19

2,20 - 3,20

0,95

6,7

1130

25,8

goed

D21

2,20 - 3,20

1,18

6,8

1440

26,9

goed

D30

2,20 - 3,20

0,99

6,6

3820

229

goed

D32

2,20 - 3,20

1,08

6,8

1610

212

goed

Deellocatie overig gebied - sectie E E04

1,50 - 2,50

1,13

6,8

1560

62,7

goed

E05

1,50 - 2,50

0,75

7,0

1100

32

goed

Deellocatie voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij (G) G02

1,80 - 2,80

0,96

6,5

2040

40,7

goed

G18

2,20 - 3,20

0,82

6,7

1840

403

goed

G27

1,30 - 2,30

0,33

6,8

700

137

goed

12

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

peilbuis

filtertraject m-mv

stijghoogte m-mv

pH (-)

EC (µS/cm)

troebelheid (NTU)

toestroming (goed/matig/slecht)

G36

1,50 - 2,50

0,31

6,6

2480

127

goed

verklaring tabel m-mv meter beneden het maaiveld pH maat voor zuurgraad EC Electrische geleidbaarheid NTU Nephelometric Turbidity Unit (maat voor de troebelheid van het grondwater)

De gemeten pH en EC kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is verhoogd (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentraties aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek overschrijden de concentraties van geen enkele organische parameter de betreffende streefwaarde. De eventuele overschatting van de concentraties als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is derhalve niet uitgevoerd. De bemonstering van het grondwater kan als representatief worden beschouwd. 4.6 Asbest Voorafgaand aan het verkennend onderzoek asbest is tijdens het locatiebezoek geconstateerd dat ter plaatse van de inritten/dammen waar geen asfaltverharding aanwezig is, een open halfverharding is gelegen (geen bodem). Tijdens de uitvoering van het verkennend onderzoek asbest bleek dit echter niet het geval, maar is er sprake van een kleiige bodemlaag met bijmengingen betongranulaat en baksteen.

Derhalve is voor deze inritten (inrit 5, 6 en 7) afgeweken van de op voorhand bepaalde onderzoeksstrategie (NEN5897) en is het onderzoek asbest uitgevoerd conform de vigerende NEN5707+C2 – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (onderzoeksstrategie verdachte bovengrond met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld). De funderingen onder de asfaltverharding (hoogovenslakken of lavalith) wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Tijdens het bodemonderzoek was ter plaatse van boring S23 een bodemlaag met zwakke bijmengingen puin waargenomen, derhalve is ter plaatse aanvullend een asbestonderzoek conform de vigerende NEN5707+C2 uitgevoerd. Na het graven van de inspectiegaten is geconstateerd dat de eerder geconstateerde bijmengingen met ongedefinieerd puin, baksteen bleek te zijn. In totaal zijn er 19 inspectiegaten gegraven (30 x 30 cm), waarvan 16 (I01 t/m I16) in de dammen van de inritten richting de akkerlanden en 3 (I17 t/m I19) ter plaatse van de aangetroffen puinbijmengingen in boring S23. De locaties zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. In geen van de inspectiegaten is visueel asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Voor een volledige en gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw in de boorpunten wordt verwezen naar de boorprofielen die zijn opgenomen in bijlage 3.

4.7 Afwijkingen veldonderzoek Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden en tijdens de monstername zijn geen kritische afwijkingen opgetreden.

13

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

5

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten

5.1 Asfalt Het analytisch onderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium Synlab te Rotterdam. Van de 24 asfaltkernen is in het laboratorium de laagopbouw en -dikte bepaald (RAW-proef 152). Daarbij zijn de asfaltlagen onderzocht met PAK-marker. Het analyserapport van de RAW-proef 152 en het PAK-marker onderzoek is bijgevoegd in bijlage 4. De asfaltverharding van inrit 1 in het zuidwesten van de onderzoekslocatie bestaat (vanaf de bovenkant verharding) uit grindasfaltbeton (GAB). De asfaltdikte is circa 7,5 cm. Er is geen PAK-marker reactie waargenomen. De asfaltverhardingen van de overige inritten (2 t/m 4 en 8) bestaan (vanaf de bovenkant verharding) uit dicht asfaltbeton (DAB). De asfaltdikte is circa 4,5 á 7,5 cm. Er is geen PAK-marker reactie waargenomen. Kwantitatieve analyse PAK-gehalte (GCMS) Op basis van de constructieopbouw en de resultaten van het PAK-marker onderzoek zijn kwantitatieve analyses (GCMS) uitgevoerd. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4 Asfalt met een gehalte PAK kleiner of gelijk aan 75 mg/kg (samenstellingswaarde uit het Besluit bodemkwaliteit) wordt als teervrij beschouwd. In tabel 5.1 zijn de mengmonsters (samenstelling) en analyseresultaten PAK-gehalte (GCMS) weergegeven. Tabel 5.1: samenstelling mengmonsters en resultaten GCMS-analyse Mengmonster

Samenstelling mengmonster (mm)

Gehalte PAK (GCMS)

MM1asf

Asf01(0-75)

< 10mg/kg

MM2asf

Asf03(0-63)+Asf04(0-44)+Asf05(0-73)

< 10mg/kg

Op basis van de GCMS-analyses (PAK < 75 mg/kg ds) en de PAK-marker zijn de asfaltverhardingen teervrij. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4. 5.2 Grond De analyses zijn uitgevoerd volgens de bepalingsmethoden zoals vermeld op de analyserapporten (bijlage 4). De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden en (indicatief) aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Het resultaat van deze toetsing is integraal opgenomen in de overschrijdingstabellen in bijlage 5. Voor een definitie en een overzicht van de achtergrondwaarden, streefwaarden en interventiewaarden wordt verwezen naar bijlage 6. Het analyseprogramma voor de grond(meng)monsters is samengevat in tabel 5.2. In deze tabellen zijn tevens de aangetoonde verontreinigingen opgenomen. Tabel 5.2: Geanalyseerde grondmonsters noordelijke waterbergingsvoorziening Analyse(Deel)monsters Analyse Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) Monster (traject in m-mv) -pakket > AW > ½ AW+I >I Deellocatie overig gebied: sectie A MMA01 A02(0-0,5)+A11(0-0,5)+ A20(0-0,3)+A29(0-0,3) MMA02 A04(0-0,5)+A22(0-0,5)+ A33(0-0,5)+A34(0-0,5) MMA03 A06(0-0,5)+A15(0-0,3)+ A38(0-0,5)+A39(0-0,3) MMA04 A08(0-0,3)+A19(0-0,5)+ A41(0-0,5)+A43(0-0,5) MMA05 A10(0,3-0,8)+A22(0,5-1,0)+ A30(0,5-1,0)+A34(0,5-1,0) MMA06 A05(0,7-1,2)+A25(0,5-1,0)+ A38(0,5-1,0)+A39(0,5-1,0)

Toetsing BesluitBodemkwaliteit (indicatief)

STAP-g

PAK

-

-

Altijd toepasbaar

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

14

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

AnalyseMonster

(Deel)monsters (traject in m-mv)

Analyse -pakket

> AW

> ½ AW+I

>I

A08(0,8-1,2)+A20(1,5-2,0)+ STAP-g A24(0,5-1,0)+A40(0,5-1,0) MMA08 A05(1,7-2,0)+A08(1,5-2,0)+ STAP-g A39(1,2-1,7)+S05(1,3-1,8) MMA09 S02(1,2-1,7)+S03(1,3-1,8)+ STAP-g S04(1,0-1,2)+S05(1,0-1,3) Deellocatie overig gebied: sectie B MMB01 B01(0-0,5)+B02(0-0,5) STAP-g MMB02 B04(0-0,4)+B11(0-0,5)+ STAP-g B13(0-0,5)+B20(0-0,5) MMB03 B09(0,6-1,0)+B12(0,5-1,0)+ STAP-g B16(0,3-0,8)+B20(0,5-0,8) MMB04 B03(0,6-1,0)+B06(0,6-1,0)+ STAP-g B08(0,6-1,0)+B10(0,3-0,5) Deellocatie overig gebied: sectie C MMC01 C02(0-0,5)+C06(0-0,5)+ STAP-g C08(0-0,5)+C13(0-0,3) MMC02 C04(0-0,5)+C10(0-0,4)+ STAP-g C14(0-0,4)+C15(0-0,3) MMC03 C16(0-0,4)+C18(0-0,5)+ STAP-g C23(0-0,5)+C30(0-0,5) MMC04 C25(0-0,5)+C27(0-0,4)+ STAP-g C31(0-0,5)+C34(0-0,4) MMC05 C02(0,7-1,0)+C15(0,3-0,8)+ STAP-g C25(0,5-1,0)+C34(0,5-0,8) MMC06 C03(0,5-1,0)+C07(0,7-1,0)+ STAP-g C10(0,7-1,0)+S16(1,0-1,5) MMC07 C19(0,5-1,0)+C23(0,5-1,0)+ STAP-g C31(0,5-1,0)+C35(0,7-1,2) Deellocatie overig gebied: sectie D MMD01 D02(0-0,5)+D09(0-0,3)+ STAP-g D13(0-0,5)+D14(0-0,5) MMD02 D04(0-0,5)+D11(0-0,5)+ STAP-g D12(0-0,5)+D16(0-0,3) MMD03 D20(0-0,5)+D25(0-0,5)+ STAP-g D27(0-0,5)+D31(0-0,5) MMD04 D23(0,2-0,5)+D28(0-0,4)+ STAP-g D29(0-0,5)+D34(0-0,5) MMD05 D01(0,5-1,0)+D02(0,5-1,0)+ STAP-g D16(0,3-0,8)+D23(0,5-1,0) MMD06 D09(0,6-1,0)+D13(0,5-1,0)+ STAP-g D26(1,1-1,5)+D27(0,5-0,8) MMD07 D06(1,0-1,5)+D11(0,5-1,0)+ STAP-g D23(1,0-1,4)+D34(0,7-1,0) Deellocatie

overig gebied: sectie E MME01 E01(0,15-0,5)+E03(0,4-0,9)+ STAP-g E06(0-0,5)+E08(0,5-0,8) MME02 E01(0,8-1,0)+E06(0,9-1,1)+ STAP-g E06(1,1-1,5) Deellocatie voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij (G) MMG01 G01(0-0,4)+G03(0-0,3)+ STAP-g G13(0-0,4)+G15(0-0,4) MMG02 G05(0-0,5)+G10(0-0,2)+ STAP-g G12(0-0,3)+G17(0-0,5) MMG03 G20(0-0,5)+G25(0-0,5)+ STAP-g G32(0-0,2)+G33(0-0,4)

-

-

-

Toetsing BesluitBodemkwaliteit (indicatief) Altijd toepasbaar

kobalt, nikkel

-

-

Klasse Industrie

molybdeen

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

OCB

-

-

Altijd toepasbaar

lood, OCB

-

-

Altijd toepasbaar

PCB, OCB

-

-

MMG04

MMA07

MG05 MMG06 MMG07 MMG08

Toetsing Wet bodembescherming (Wbb)

G22(0-0,3)+G24(0-0,5)+ G29(0-0,5)+G35(0-0,5) S23(0-0,5)

STAP-g

OCB

-

-

Niet toepasbaar (> Industrie) Klasse Industrie

STAP-g

-

-

Klasse Industrie

G37(0,6-1,0)+G39(0,1-0,5)+ G43(0-0,5) G04(0,7-1,1)+G14(0,6-1,0)+ G21(0,5-0,8)+G32(0,6-1,0) G23(0,7-1,1)+G35(0,5-1,0)+ G40(1,1-1,4)+G46(0,5-1,0)

STAP-g

cadmium, koper, lood, zink, PAK lood, PAK

-

-

Altijd toepasbaar

STAP-g

kobalt, nikkel

-

-

Klasse Industrie

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

15

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

AnalyseMonster

(Deel)monsters (traject in m-mv)

Analyse -pakket

Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) > AW

> ½ AW+I

Toetsing BesluitBodemkwaliteit (indicatief)

>I

Deellocatie inritten/ dammen MMI01 I03(0-0,5)+I04(0-0,5)+ PAK STAP-g Altijd toepasbaar I05(0-0,5)+I08(0-0,5) MMI02 I09(0-0,5)+I10(0-0,5)+ molybdeen STAP-g Altijd toepasbaar I11(0-0,5) verklaring tabel m-mv meter beneden het maaiveld STAP-g standaardpakket grond: droge stof, organische stof, lutum zware metalen (Barium, Cadmium, Kobalt, Koper, Kwik, Molybdeen, Lood, Nikkel, Zink), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB (som 7)) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK VROM (som 10)) OCB organochloorbestrijdingsmiddelen Toetsing Wet bodembescherming (Wbb): onderzochte parameter(s) niet aangetoond of in gehalte(n) beneden de achtergrondwaarde(n); >AW overschrijding achtergrondwaarde; >1/2 AW+I overschrijding helft achtergrondwaarde en interventiewaarde >I overschrijding interventiewaarde 1 op basis van enkel OCB

Ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij worden in de bovengrond over het algemeen licht verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarden) lood, PCB en OCB aangetoond. In de puinhoudende (baksteen) bodemlaag (0 - 0,5 m-mv) worden licht verhoogde gehalten zware metalen (cadmium, koper, lood en zink) en PAK aangetoond. In de ondergrond worden licht verhoogde gehalten kobalt, lood, nikkel en PAK aangetoond. Ter plaatse van het overige gebied worden in de ondergrond plaatselijk maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen (kobalt, molybdeen en nikkel) aangetoond. In de bovengrond worden in het overig gebied geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden gemeten. Ter plaatse van de inritten en dammen worden in de hoogovenslak houdende en/of betongranulaat en baksteenhoudende bovengrond licht verhoogde gehalten PAK of molybdeen gemeten. Hergebruik Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de bovengrond van het zuidwestelijke deel van het voormalig glastuinbouwbedrijf niet toepasbaar. De boven- en ondergrond van het overig deel van het voormalig glastuinbouwbedrijf is van kwaliteitsklasse Industrie, met uitzondering van het noordelijk deel, deze grond is altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde).

De boven- en ondergrond van het overig gebied en de inritten/ dammen is altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde) met uitzondering van de ondergrond in het noordoosten van het gebied (oosten van sectie A), deze grond is van kwaliteitsklasse Industrie. 5.3 Grondwater De analyses zijn uitgevoerd volgens de bepalingsmethoden zoals vermeld op de analyserapporten (bijlage 4). De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden. Het analyseprogramma voor de grondwatermonsters is samengevat in tabel 5.3. In deze tabel zijn tevens de aangetoonde verontreinigingen opgenomen. Tabel 5.3: Geanalyseerde grondwatermonsters Watermonster

Filterdiepte (m -mv)

Analysepakket

Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) >S

>½S+I

>I

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

-

-

Deellocatie overig gebied: sectie A A01 A09 A12

2,00 - 3,00 2,20 - 3,20 2,00 - 3,00

A16

1,50 - 2,50

STAP-gw

-

A23

1,80 - 2,80

STAP-gw

-

-

-

A27

1,80 - 2,80

STAP-gw

-

-

-

A31

2,00 - 3,00

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

A37

1,80 - 2,80

16

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

Watermonster

Filterdiepte (m -mv)

Analysepakket

Toetsing Wet bodembescherming (Wbb)

A42

1,80 - 2,80

STAP-gw

>S naftaleen

>½S+I -

>I -

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

Deellocatie overig gebied - sectie B B07 B14 B21

2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

Deellocatie overig gebied - sectie C C01

2,00 - 3,00

STAP-gw

-

-

-

C09

2,20 - 3,20

STAP-gw

-

-

-

C12

2,00 - 3,00

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

C20 C24 C28 C32

2,20 - 3,20 2,20 - 3,20 2,00 - 3,00 2,20 - 3,20

Deellocatie overig gebied - sectie D D08

2,20 - 3,20

STAP-gw

-

-

-

D10

1,70 - 2,70

STAP-gw

-

-

-

D18

2,20 - 3,20

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

naftaleen, minerale olie

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

D19 D21 D30 D32

2,20 - 3,20 2,20 - 3,20 2,20 - 3,20 2,20 - 3,20

Deellocatie overig gebied - sectie E E04

1,50 - 2,50

STAP-gw

-

-

-

E05

1,50 - 2,50

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

-

-

-

STAP-gw

barium

-

-

STAP-gw

-

-

-

barium

-

Deellocatie overig gebied - sectie G G02 G18 G27

1,80 - 2,80 2,20 - 3,20 1,30 - 2,30

G36 1,50 - 2,50 STAP-gw verklaring tabel m-mv meter beneden het maaiveld STAP-gw zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen en minerale olie (GC) Toetsing Wet bodembescherming (Wbb): onderzochte parameter(s) niet aangetoond of in gehalte(n) beneden de streefwaarde(n) >S overschrijding streefwaarde > ½ S+I overschrijding helft streefwaarde en interventiewaarde >I overschrijding interventiewaarde

In het grondwater ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf wordt een licht verhoogde concentratie (> Streefwaarde) barium aangetoond. In het grondwater van het overig gebied worden zeer plaatselijk licht verhoogde concentraties naftaleen en/of minerale olie aangetoond. 5.4 Waterbodem De analyses zijn uitgevoerd volgens de bepalingsmethoden zoals vermeld op de analyserapporten (bijlage 4.1). De analyseresultaten zijn getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Het analyseprogramma voor de waterbodemmonsters is samengevat in tabel 5.4.

17

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

Tabel 5.4: geanalyseerde (meng)monsters en analyseparameters

1 2

Monstercode

Toelichting

Samenstelling (boringnummer met monstertraject in m)1

analyseparameters

MMwb01

klei

Wb01(0,09-0,16)+Wb02(0,17-0,24)+Wb03(0,15-0,20)+Wb04(0,15-0,18)+ Wb05(0,17-0,23)+Wb06(0,22-0,26)+Wb07(0,19-0,45)+Wb08(0,16-0,27)+ Wb09(0,17-0,25)+Wb10(0,08-0,16)

STAP-s+OCB

MMwb02

veen

Wb01(0,16-0,60)+Wb02(0,24-0,70)+Wb03(0,20-0,70)+Wb04(0,18-0,68)+ Wb05(0,23-0,70)+Wb06(0,26-0,75)+Wb07(0,45-0,95)+Wb08(0,27-0,77)+ Wb09(0,25-0,75)+Wb10(0,16-0,65)

STAP-s+OCB

MMwb03

klei

Wb11(0,05-0,08)+Wb12(0,10-0,15)+Wb13(0,12-0,18)+Wb14(0,05-0,08)+ Wb15(0,15-0,25)+Wb16(0,20-0,35)+Wb17(0,38-0,42)+Wb18(0,26-0,35)+ Wb19(0,12-0,15)+Wb20(0,10-0,13)

STAP-s

MMwb04

slib

Wb21(0,12-0,21)+Wb22(0,13-0,15)+Wb23(0,21-0,34)+Wb24(0,34-0,49)+ Wb25(0,21-0,25)+Wb26(0,30-0,37)+Wb29(0,10-0,12)+Wb30(0,10-0,14)

STAP-s

MMwb05

klei

Wb11(0,08-0,58)+Wb12(0,15-0,65)+Wb13(0,18-0,68)+Wb27(0,16-0,66)

STAP-s

MMwb06

veen

Wb14(0,08-0,58)+Wb15(0,25-0,75)+Wb17(0,42-0,92)+Wb19(0,15-0,65)+ STAP-s Wb21(0,21-0,71)+Wb23(0,34-0,84)+Wb25(0,25-0,75)+Wb26(0,37-0,87)+ Wb28(0,08-0,58)+Wb29(0,12-0,62) meter beneden wateroppervlak; droge stof, organische stof (gloeirest) en lutumpercentage, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie en polychloorbifenylen (PCB’s).

In tabel 5.5 is een overzicht gegeven van de toetsingsresultaten. Het resultaat van deze toetsing (met de klasse bepalende parameters) is opgenomen in bijlage 5.1. Voor een toelichting op het toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 6. Tabel 5.5 overzicht toetsingsresultaten monstercode

Toelichting

Toepassen op/in landbodem

Toepassen in oppervlaktewater en kwaliteit ontvangende waterbodem

Toepassen in grootschalige bodemtoepassing (GBT) landbodem

oppervlaktewaterlichaam

Verspreidbaar op aangrenzend perceel

MMwb01

klei

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Toepasbaar

Toepasbaar

Verspreidbaar

MMwb02

veen

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Toepasbaar

Toepasbaar

Verspreidbaar

MMwb03

klei

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Toepasbaar

Toepasbaar

Verspreidbaar

MMwb04

slib

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Toepasbaar

Toepasbaar

Verspreidbaar

MMwb05

klei

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Toepasbaar

Toepasbaar

Verspreidbaar

MMwb06

veen

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Toepasbaar

Toepasbaar

Verspreidbaar

De gehele waterbodem binnen de onderzoekslocatie is altijd toepasbaar op/in landbodem, in oppervlaktewater, toepasbaar in grootschalige bodemtoepassing (landbodem en oppervlaktewaterlichaam) en verspreidbaar op aangrenzend perceel. 5.5 Asbest De analyses zijn uitgevoerd volgens de bepalingsmethoden zoals vermeld op de analyserapporten (bijlage 4). De analyseresultaten zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarde voor asbest in bouwstoffen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. In tabel 5.6 is een overzicht gegeven van de (toetsings)resultaten. Tabel 5.6: (toetsings)resultaten asbest fundering (bouwstof) (Meng)monster met deelmonsters

Materiaal verzamelmonster (fractie > 20 mm)

Gewogen gehalte asbest fijne fractie (fractie < 20 mm) (mg/kg ds)

Gewogen gehalte asbest (mg/kg ds)

MMasb01 (I01, I02) – Inrit 1

n.a.

<d

<d

MMasb02 (I03, I04) – Inrit 2

n.a.

<d

<d

MMasb03 (I05, I06) – Inrit 3

n.a.

<d

<d

MMasb04 (I07, I08) – Inrit 4

n.a.

<d

<d

18

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

(Meng)monster met deelmonsters

Materiaal verzamelmonster (fractie > 20 mm)

Gewogen gehalte asbest fijne fractie (fractie < 20 mm) (mg/kg ds)

Gewogen gehalte asbest (mg/kg ds)

MMasb05 (I09, I10) – Inrit 5

n.a.

<d

<d

MMasb06 (I11, I12) – Inrit 6

n.a.

<d

<d

MMasb07 (I13, I14) – Inrit 7

n.a.

<d

<d

MMasb08 (I15, I16) – Inrit 8

n.a.

17

17

MMasb09 (I17, I18, I19) – boring S23 n.a. niet aangetoond <d kleiner dan detectielimiet

n.a.

<d

<d

In de bodem ter plaatse van de inrit/ dam naar het voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij is zintuiglijk geen asbest waargenomen. In de fijne fractie is een asbestgehalte van 17 mg/kg ds. gemeten (MMasb08). Het gehalte ligt ruim onder de bepalingsgrens voor het uitvoeren van een nader onderzoek. In de overige mengmonsters is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. De inritten/ dammen kunnen als asbestvrij worden beschouwd. Milieuhygiënische hergebruikskwaliteit funderingsmateriaal (bouwstof) De analyses zijn uitgevoerd volgens de bepalingsmethoden zoals vermeld op de analyserapporten (bijlage 4). De analyseresultaten zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarde en emissiewaarden voor bouwstoffen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. In de tabel 5.7 is een overzicht gegeven van de (toetsings)resultaten. Tabel 5.7: Toetsingsresultaten hergebruik bouwstoffen Monstercode mengmonster Samenstelling (inspectiegat / traject in m-mv)

Funderingsmateriaal

Toetsingsresultaten Bbk

MM1fundering Asf01 t/m Asf04 m-mv meter beneden het maaiveld

slakken

Toepasbaar

Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is het funderingsmateriaal (slakken) van de inritten toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4.

5.6 Afwijkingen laboratoriumonderzoek Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek zijn geen kritische afwijkingen opgetreden.

19

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

6

Conclusies en advies

6.1 Conclusies In opdracht van de gemeente Brielle heeft RSK Netherlands een asfaltonderzoek en verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Oude Goote te Brielle. Aanleiding voor de onderzoeken is de herontwikkeling van het gebied met als bestemming wonen Het doel van het de onderzoeken is het vaststellen van de kwaliteit van het asfalt (teerhoudendheid), vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en indicatieve milieuhygiënische hergebruikskwaliteit van de grond (inclusief OCB en asbest), waterbodem en funderingslagen. Asfalt Op basis van de GCMS-analyses (PAK < 75 mg/kg.ds) en de PAK-marker zijn de asfaltverhardingen teervrij. Grond Zeer plaatselijk worden bijmengingen baksteen en puin waargenomen (deellocatie G: voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij). In de boringen (raaien) ten behoeve van het onderzoek naar de gedempte sloten is geen dempingsmateriaal en/of voormalige waterbodem waargenomen. Ter plaatse van de inritten/dammen worden in de bodem bijmengingen met betongranulaat, baksteen en plaatselijk hoogovenslakken en/of lavalith waargenomen. Ter plaatse van de inritten en dammen worden in de hoogovenslak houdende en/of betongranulaat en baksteenhoudende bovengrond licht verhoogde gehalten PAK of molybdeen gemeten.

Ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij worden in de bovengrond over het algemeen licht verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarden) lood, PCB en OCB aangetoond. In de puinhoudende (baksteen) bodemlaag (0 - 0,5 m-mv) worden licht verhoogde gehalten zware metalen (cadmium, koper, lood en zink) en PAK aangetoond. In de ondergrond worden licht verhoogde gehalten kobalt, lood, nikkel en PAK aangetoond. Ter plaatse van het overige gebied worden in de ondergrond plaatselijk maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen (kobalt, molybdeen en nikkel) aangetoond. In de bovengrond worden in het overige gebied geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden gemeten. Grondwater In het grondwater ter plaatse van het voormalig glastuinbouwbedrijf wordt een licht verhoogde concentratie (> Streefwaarde) barium aangetoond. In het grondwater van het overige gebied worden zeer plaatselijk licht verhoogde concentraties naftaleen en/of minerale olie aangetoond. Waterbodem De gehele waterbodem binnen de onderzoekslocatie is altijd toepasbaar op/in landbodem, in oppervlaktewater, toepasbaar in grootschalige bodemtoepassing (landbodem en oppervlaktewaterlichaam) en verspreidbaar op aangrenzend perceel.

Asbest In de bodem ter plaatse van de inrit/ dam naar het voormalig glastuinbouwbedrijf/ boerderij is zintuiglijk geen asbest waargenomen, in de fijne fractie is een asbestgehalte van 17 mg/kg ds gemeten (MMasb08). Het gehalte ligt ruim onder de bepalingsgrens voor het uitvoeren van een nader onderzoek. In de overige mengmonsters is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. De inritten/ dammen kunnen als asbestvrij worden beschouwd. Veiligheidsklasse Conform de CROW400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’ is voor de werkzaamheden in grond en met betrekking tot grondwater (indicatief) geen veiligheidsklasse van toepassing. Dit betekent dat voor eventuele werkzaamheden in de bodem de basishygiëne geldt.

20

Rapportnummer: 517386.001(01) Projectlocatie: Oude Goote te Brielle

6.2 Advies De resultaten van de onderzoeken vormen geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het gebied met als bestemming / functie wonen. Hergebruik grond Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de bovengrond van het zuidwestelijke deel van het voormalig glastuinbouwbedrijf niet toepasbaar. De boven- en ondergrond van het overig deel van het voormalig glastuinbouwbedrijf is van kwaliteitsklasse Industrie, met uitzondering van het noordelijk deel, deze grond is altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde). De boven- en ondergrond van het overig gebied en de inritten/ dammen is altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde) met uitzondering van de ondergrond in het noordoosten van het gebied (oosten van sectie A), deze grond is van kwaliteitsklasse Industrie. Hier dient derhalve rekening mee te worden gehouden met de herinrichting / het hergebruik van de grond (zowel binnen als eventueel buiten de onderzoekslocatie). Aangezien er geen matig tot sterke bodemverontreinigingen zijn aangetoond binnen het projectgebied mag de grond (ook die met indicatieve kwaliteitsklasse Industrie) zonder kwaliteitsbepaling binnen het projectgebied worden hergebruikt, vermits niet bewerkt en onder dezelfde condities (in dezelfde bodemlaag) toegepast.

Eventueel kan de vrijkomende grond worden toegepast op locaties (binnen het projectgebied) met een minder gevoelig gebruik zoals de infrastructuur. Hergebruik bouwstoffen Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is het funderingsmateriaal (slakken) van de inritten toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof. Opmerking hergebruik grond, baggerspecie en bouwstoffen ▪ Voor het toepassen van grond en bouwstoffen elders (buiten de onderzoekslocatie) is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onderhavig bodemonderzoek is een indicatief onderzoek. Voor het bepalen van de definitieve hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen is formeel een keuring conform de geldende richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit (BRL 1000) noodzakelijk. In dat geval zal ook naar de kwaliteit voor de parameter PFAS moeten worden gekeken.

21

Bijlage 1 – Regionale ligging

Voeg een kaart toe d.m.v. “Invoegen afbeeldingen” en selecteer de kaart uit de map: X:\04 Templates\07. Top 25 Nederland\Kaarten Vervolgens moet je deze bijsnijden om passend te maken.

Bijlage 1

Regionale ligging onderzoekslocatie

Locatie

Oude Goote te Brielle

Datum

23 maart 2021

Formaat

A4

Projectnummer

517386

Schaal

1 : 50.000

Onderzoekslocatie

Bijlage 2a – Situatietekening

Schaal 1:25.000

7

6

1 8

2

3

4

5

Legenda grens onderzoekslocatie boring (1,0 m-mv) boring (2,0 m-mv) peilbuis waterbodem boring inspectiegat inspectiegat (incl. boring 1,0 m-mv)

Bijlage

Situatietekening

Locatie

Oude Goote te Brielle

Datum

22-03-2021

Project nr 517386 Tekenaar HG

Schaal 1:1000

Formaat A0 Burg. de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk +31 (0)180 463 330 Info@rskgroup.nl

Schaal 1:25.000

Legenda grens onderzoekslocatie deellocatie voormalig glastuinbouwbedrijf asfalt boring boring (1,0 m-mv) boring (2,0 m-mv) peilbuis waterbodem boring inspectiegat

Bijlage

Situatietekening deellocatie G

Locatie

Oude Goote te Brielle

Datum

23-03-2021

Project nr 517386 Tekenaar HG

Schaal 1:1.000

Formaat A3 Burg. de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk +31 (0)180 463 330 Info@rskgroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12840141/2