Bijlage 6 OMGEVINGSVISIE VOORNE AAN ZEE 2040 - Deel C
Tekst van het document
Vaststelling - Deel C
Visie op de uitvoering
’t Is mooi hier
Inhoudsopgave 5.
Werken met de omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 .............................................................................................................................................................. 3 5.1 Inleiding ................................................................................................................................................................................................................................................ 3 5.2 (Be)sturingsfilosofie, samenwerking en rol van de gemeente en partners........................................................................................................................... 3 Rollen van de gemeente ..................................................................................................................................................................................................................... 4 (Regionale) samenwerking ................................................................................................................................................................................................................. 5 5.3 Operationalisering instrumenten van de Omgevingswet .........................................................................................................................................................
5 Relatie met Omgevingswetinstrumenten ....................................................................................................................................................................................... 5 Omgevingsplan ...................................................................................................................................................................................................................................... 6 Programma’s.......................................................................................................................................................................................................................................... 6 Omgevingswaarden.............................................................................................................................................................................................................................. 7 Inspiratie- en afwegingskader ............................................................................................................................................................................................................
8 5.4 Beoogde investeringen en dekking ................................................................................................................................................................................................ 8 Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................................................................................................................................. 8 Verevening en kostenverhaal ............................................................................................................................................................................................................ 8 Subsidie en cofinanciering ................................................................................................................................................................................................................ 10 Voorkeursrecht ..................................................................................................................................................................................................................................
10 Monitoring en evaluatie .................................................................................................................................................................................................................... 11 Stap richting omgevingsvisie 2.0 ..................................................................................................................................................................................................... 11 OER ....................................................................................................................................................................................................................................................... 12 Vervolg.................................................................................................................................................................................................................................................. 12
Colofon .......................................................................................................................................................................................................................................................... 13
2 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
5. Werken met de omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 5.1 Inleiding Deel C van de omgevingsvisie laat zien hoe de omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 te gebruiken is. Hoe gaan we de stap maken van een visie naar uitvoering? Als gemeente staan we hiervoor niet alleen zelf ‘aan de lat’. De omgevingsvisie van Voorne aan Zee staat ook niet op zichzelf. Er is een duidelijke relatie met het omgevingsplan en programma’s onder de Omgevingswet. Dit kan in de toekomst de reden zijn om de omgevingsvisie weer iets aan te passen als dit nodig is. Deze omgevingsvisie (de stip op de horizon) is nu bewust globaal van opzet en kan bij een eventuele toekomstige aanpassing op onderdelen gedetailleerder worden, als dat nodig is. De ambities kunnen in een latere fase nog verder worden verdiept in Programma’s of planontwikkelingen. We werken samen met andere partijen en de regio aan de ambities beschreven in deze omgevingsvisie. De gemeente zal hierin zo nu en dan verschillende rollen aannemen. Soms zijn we initiatiefnemer, regisseur of maken we juist zaken mogelijk. Het realiseren van doelen uit de omgevingsvisie zal ook kosten met zich meebrengen. We hebben daarom beschreven welke mogelijkheden er zijn om deze investeringen te bekostigen. We gaan kort in op diverse andere aspecten die met de uitvoering samenhangen, zoals verevening en kostenverhaal, subsidie en cofinanciering en voorkeursrecht.
Tot slot geven we aan hoe we omgaan met de monitoring, evaluatie en handhaving.
Rollen samenleving, gemeentelijke organisatie en bestuur
5.2 (Be)sturingsfilosofie, samenwerking en rol van de gemeente en partners We vinden het in Voorne aan Zee belangrijk dat inwoners, ondernemers en andere partijen zoveel mogelijk de ruimte krijgen om onderdeel te zijn van de ruimtelijke ontwikkeling van Voorne aan Zee. Ook vinden we het belangrijk dat zij in een vroeg stadium worden betrokken bij het maken van plannen en het beoordelen van initiatieven. Met een open houding staan we klaar voor wie ons nodig heeft. Hierbij gaan we niet uit van het ‘nee, tenzij’ principe, maar het ‘ja, mits’. Als het nodig is zoeken we hiervoor de rek in de regels. We willen maatwerk bieden waar dit nodig is. Daarnaast willen we in de toekomst sneller beslissingen nemen, integraler werken en nog transparanter zijn.
3 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
Wij zijn ervan overtuigd dat er veel kracht en kennis aanwezig is in de lokale gemeenschap. Die kan nog beter gemobiliseerd en benut worden. Er wordt dan ook gekozen voor een terugtredende rol van de gemeentelijke overheid. De gemeente gaat minder taken zelf doen en meer een regierol pakken om deze kracht in de samenleving te organiseren. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn goed in staat om zichzelf en elkaar te helpen, elkaar aan te spreken op gedrag, samen problemen in hun buurt of wijk op te lossen en zelf initiatieven te nemen. Daarom verwachten we de komende jaren van de inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Gemeente is en blijft bevoegd gezag. Naast de eigen verantwoordelijkheid is er ook een verantwoordelijkheid voor elkaar. Inwoners die kwetsbaar zijn en minder goed voor zichzelf kunnen zorgen, kunnen rekenen op ondersteuning. Dit vraagt ook om een andere overheid. Een overheid die vertrouwen geeft en meer ruimte laat. Dit tegen de achtergrond dat de financiële mogelijkheden van de gemeente zullen afnemen. Het is zaak een balans te vinden, zodat bezuinigingen niet leiden tot afnemend draagvlak, maar juist tot herbezinning en de wil om gezamenlijk de juiste keuzes te maken op de punten die er toe doen.
Het realiseren van deze visie vereist ander gedrag en een andere houding van onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Maar ook de cultuur en rol van gemeenteraad, college en gemeentelijke organisatie dienen te veranderen. Deze verandering van houding en gedrag is één van de belangrijkste opgaven voor onze gemeentelijke overheid voor de komende jaren. Het moet leiden tot reële verwachtingen over wat de lokale overheid doet en kan, zowel in de samenleving, als “binnen” in de gemeentelijke organisatie. De invoering van deze verandering vraagt tijd en dient rustig en geleidelijk aan te verlopen. Kwaliteit gaat boven snelheid. Essentieel bij dit uitvoeringsproces is communicatie. Daarnaast is het van groot belang dat wederzijds duidelijkheid wordt geschapen over verwachtingen. Bij de veranderende rol van de gemeentelijke overheid hoort dat onze partners meer vertrouwen van ons krijgen. Bij vertrouwen geven hoort ruimte geven aan initiatieven, loslaten en soms het nemen van risico’s. Ook dit vertrouwen dient te groeien, opgebouwd te worden en geleidelijk tot stand te komen. Vertrouwen geven is tot slot maatwerk per relatie.
Rollen van de gemeente In de samenwerking met de samenleving van Voorne aan Zee heeft de gemeente verschillende rollen: ▪ ▪ ▪ ▪
De gemeente is zelf initiatiefnemer, bijvoorbeeld bij grond die zij in bezit heeft en tot ontwikkeling wil brengen en maatschappelijke doelen die ze wil realiseren. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor initiatiefnemers met plannen voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan als belanghebbende meedoen met initiatieven van anderen in een publiekprivate samenwerking, waarbij zij het algemeen belang bewaakt. De gemeente ondersteunt en faciliteert bij initiatieven uit de samenleving, bijvoorbeeld door een bedenker van een sociaalmaatschappelijk waardevol plan te helpen om dit verder te brengen en/of wegwijs te maken bij procedures rondom vergunningen. Bij een ontwikkeling brengen de initiatiefnemers vaak de belangen van de directe omgeving in beeld en zijn ze zelf verantwoordelijk voor de participatie en het gesprek hierover. Op basis van een afweging van alle belangen moet de gemeente uiteindelijk een definitief besluit nemen. Als ‘beslisser’ bepaalt ze of een initiatief daadwerkelijk door mag gaan. De gemeente hakt knopen door en maakt duidelijk hoe ze de verschillende belangen heeft afgewogen in haar besluit.
4 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
(Regionale) samenwerking Voorne aan Zee werkt samen met andere overheden zoals de Provincie Zuid-Holland, buurgemeenten en verschillende ketenpartners. Ketenpartners voor de omgevingsvisie zijn naast de provincie, Waterschap Hollandse Delta, MRDH, GGD Rotterdam-Rijnmond, Omgevingsdienst DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. We opereren steeds meer als één overheid want steeds meer vraagstukken vragen om regionale samenwerking. De (regionale) samenwerking is belangrijk voor Voorne aan Zee, want samen krijgen we meer gedaan. Er zijn meerdere gemeenteoverstijgende en gezamenlijke ambities waar de gemeente met regionale partners aan wil (blijven) werken. Enkele voorbeelden zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ruimtelijke Puzzel Zuid-Holland; NOVEX Rotterdamse Haven Zuid-Hollands Programma Landelijk gebied; BO-MIRT Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven, met aandacht voor de verbreding van de N57; Plan Fietsen op Voorne; Campusontwikkeling met doorontwikkeling van de campus Green Technology; Samenwerkingsovereenkomst Zuid-Hollandse Delta (ZHD); Ambitiedocument “Wij zijn de Zuid-Hollandse Delta” opwerken naar een Strategische Agenda ZHD met regionale investeringsagenda; Nieuwe Regio Deal ZHD in 2025.
5.3 Operationalisering instrumenten van de Omgevingswet Relatie met Omgevingswetinstrumenten De Omgevingswet kent een zestal Omgevingswetinstrumenten waarvan de omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan de belangrijkste zijn. De omgevingsvisie heeft veel te maken met de andere Omgevingswetinstrumenten. De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze cyclus en is een dynamisch document dat we als gemeente samen met betrokkenen blijven aanscherpen.
5 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
Beleidscyclus Omgevingswet
Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat alle regels voor de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Elke gemeente in Nederland moet in 2032 een gebiedsdekkend omgevingsplan hebben. Dit plan vervangt alle huidige bestemmingsplannen. Regels zijn er in verschillende vormen. De gemeenteraad heeft straks een bepalende rol bij het omgevingsplan, door dit plan vast te stellen. Daarmee verankeren we de kaders en richtlijnen vanuit de visie en de doorvertaling in eventuele programma’s in het omgevingsplan. Het omgevingsplan moet passen binnen de globale kaders die de omgevingsvisie stelt. Komende jaren werken we aan het omgevingsplan. Dat doen we in stappen. We werken eerst aan een omgevingsplan voor het buitengebied en daarna voor het stads- en dorpsgebied en tot slot voor de bedrijventerreinen. Zo werken we toe naar één gebiedsdekkend omgevingsplan. Het omgevingsplan is bindend voor iedereen.
Programma’s Deze omgevingsvisie biedt ruimte en stelt ambities, kaders en richtlijnen. Verdere uitwerking van het strategisch beleid in de omgevingsvisie kan op tactisch/operationeel niveau plaatsvinden via programma’s. In de basis is een programma een verzameling van tijdelijke inspanningen 6 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
(projecten, routines en improvisaties) om meerdere, unieke doelen te bereiken die zonder deze coördinatie niet gerealiseerd kunnen worden. Anders dan bij projecten gaat het om meerdere resultaten. Een programma is uitvoeringsgericht. In een programma wordt concrete uitvoering gegeven aan beleidsdoelen en kan maatregelen bevatten voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en de gemeente moet zichzelf er aan houden (zelfbindend). Het wordt vastgesteld door het college. De Omgevingswet beschrijft verplichte programma’s en onverplichte programma’s in vier typen; 1. 2. 3. 4.
Verplichte programma’s volgend uit EU regelgeving; Verplichte programma’s bij dreigende overschrijding omgevingswaarde; Onverplichte (vrijwillige) programma’s; Programma’s met programmatische aanpak.
Verplichte programma’s Soms is een programma verplicht. Dit is het geval bij programma’s meegegeven vanuit EU-regelgeving zoals de Richtlijn omgevingslawaai. Het artikel 3.6 van de Omgevingswet verplicht gemeenten om voor deze domeinen programma’s vast te stellen. Andere verplichte programma’s worden opgesteld bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarden (waarden die bijvoorbeeld gaan over luchtkwaliteit of geluidsnormen). Als omgevingswaarden worden vastgesteld en er wordt hier niet aan voldaan dan geldt een programmaplicht. Dan moet een programma opgesteld worden met maatregelen, waardoor wel kan worden voldaan aan de omgevingswaarden. Verplichte programma’s zijn zelfbindend. Dit betekent dat het alleen het bestuur zelf bindt. Een programma kan wel burgers en bedrijven stimuleren om die dingen te doen die helpen om de doelstellingen te halen. Vrijwillige programma’s De gemeente kan onder de Omgevingswet gebruik maken van meerdere vrijwillige programma’s. De gemeente heeft de keuze om de omgevingsvisie globaal te houden het beleid verder uit te werken in meerdere programma’s. De gemeente kan er ook voor kiezen om de omgevingsvisie veel specifieker te maken, zich te richten op gebiedsgericht werken en zo minder met programma’s te werken. Er kan worden gewerkt met onder andere gebiedsgerichte, thematische of opgavegerichte Programma’s.
Een gebiedsgericht Programma kan bijvoorbeeld het uitwerken van de visie voor het buitengebied zijn. Een thematisch gericht Programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van een plan om de biodiversiteit binnen de gemeente te verbeteren. Een opgavegericht Programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van één van de in de omgevingsvisie door Voorne aan Zee opgestelde opgaven. Momenteel heeft Voorne aan Zee nog geen (onverplichte) programma’s aangewezen.
Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. In dat geval is bij (dreigende) overschrijding een programma verplicht. Dan ligt het voor de hand dit in de omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet worden gehaald dan kunnen we 7 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
alsnog overwegen om in het omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect dat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.
Inspiratie- en afwegingskader De omgevingsvisie wordt uitgevoerd door het opstellen van het omgevingsplan en programma’s, maar is op zichzelf ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits - benadering’ uit de Omgevingswet. Het is van belang daarbij de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de Nationale omgevingsvisie (NOVI) zijn nuttige algemene kaders. Milieubeginselen Omgevingswet en Afwegingsprincipes NOVI: - het voorzorgsbeginsel; - het beginsel van preventief handelen; - het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; - het beginsel dat de vervuiler betaalt; - combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; - kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; - afwenteling wordt voorkomen. Aanvullend op deze algemene kaders bieden het integrale afwegingskader en de afwegingskaders voor de deelgebieden uit de omgevingsvisie inhoudelijke en gebiedsgerichte richting voor initiatieven. Dit geeft richting voor de nadere uitwerking in programma’s en het omgevingsplan, alsmede een toetsing van de wenselijkheid van een nieuwe ontwikkeling.
5.4 Beoogde investeringen en dekking Financiële uitvoerbaarheid Voorne aan Zee heeft in de omgevingsvisie ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Enerzijds is dit omdat nog niet alle ambities zijn uitgewerkt. Anderzijds is dit het geval, omdat in de loop der tijd vaak ook projecten afvallen en/of nieuwe projecten bijkomen. Ook de daadwerkelijke kosten en opbrengsten van projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen en aangescherpte eisen en regelgeving. Het is dan ook belangrijk om de financiële uitvoerbaarheid - op basis van dit soort nieuwe inzichten en projecten - periodiek te evalueren, te actualiseren en waar nodig bij te stellen. Op projectniveau maakt de financiële uitvoerbaarheid deel uit van het omgevingsplan.
Verevening en kostenverhaal Voorne aan Zee heeft in de omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven (een deel zal door andere partijen worden uitgevoerd) delen hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van 8 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Omgevingswet verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt naar proportionaliteit, profijt en toerekenbaarheid (PPT). Verevening en kostenverhaal in de Omgevingswet Wetgeving rondom verevening en kostenverhaal staat in de aanvullingswet Grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat uit twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: 1. kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): - bij integrale ontwikkeling – met tijdvak; - bij organische ontwikkeling – zonder tijdvak. 2. financiële bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): - bij integrale ontwikkeling – met tijdvak; - bij organische ontwikkeling – zonder tijdvak. Voor de beide hoofdgroepen geldt dat het zowel privaat- als publiekrechtelijk toegepast kan worden. Publiekrechtelijk betekent dat daarover regels gesteld worden in het omgevingsplan (het exploitatieplan komt als afzonderlijk instrument te vervallen).
De Omgevingswet maakt het mogelijk dat ook financiële bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen publiekrechtelijk kunnen worden verhaald. Dit gebeurt via regels in het omgevingsplan. Belangrijk daarbij is wel dat financiële bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen niet publiekrechtelijk kunnen worden verhaald als het kostenverhaal al privaatrechtelijk is geregeld. Als de gemeente het kostenverhaal via een anterieure overeenkomst wil regelen, zal dat voor de financiële bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen dus ook moeten gebeuren. Een belangrijke wijziging met de Omgevingswet is dat kan worden gewerkt ‘zonder tijdvak’. Dat betekent dat alleen de kosten (en financiële bijdragen) worden verhaald voor de gronden waarop de gemeente kosten maakt. Dus het aanleggen van bijvoorbeeld nieuwe wegen, waterberging en staatmeubilair. Gronden waarop deze werken niet zijn voorzien, drukken niet op de exploitatie. De kosten die moeten worden gemaakt voor het bouw- en woonrijp maken van de uitgeefbare kavels – bijvoorbeeld het saneren van de bodem als er geen schuldig eigenaar kan worden gevonden – komen dus voor rekening van de eigenaar/initiatiefnemer. Deze kosten worden niet langer verevend over het gehele exploitatiegebied.
Dat levert extra ruimte op voor organische gebiedsontwikkeling; het kan daardoor aan de markt worden overgelaten om de kavels wel of niet te ontwikkelen (en hoe) zonder dat de gemeente daarbij al te veel risico loopt. Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit de ontwerp-amvb ‘Financiële bijdragen’ (8 januari 2021). De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst zijn dus nog niet definitief. De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor 9 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd, deze kunnen echter niet worden afgedwongen. In beide gevallen moet de functionele samenhang van de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een programma. Programma Kostenverhaal Voorne aan Zee heeft ervoor gekozen de onderbouwing in een afzonderlijk, nog op te stellen, 'Programma Kostenverhaal' op te nemen. Het programma biedt duidelijkheid over de wijze waarop kostenverhaal plaatsvindt, zodat het verhaal eenduidig en transparant is. Bovendien biedt het programma inzicht in de bestedingsdoelen waaraan de verhaalde financiële bijdrage wordt besteed.
Subsidie en cofinanciering Daarnaast gaan we deze omgevingsvisie gebruiken als onderbouwing in subsidie- en cofinancieringstrajecten. In de visie hebben we de koers voor Voorne aan Zee op weg naar 2040 uitgezet. Het koppelen en verbinden van geldstromen aan de realisatie van deze koers is waar we ons hard voor maken. Daarbij gebruiken we de brede inbedding van eigen projecten in grotere structuren ook om de financiering van ambities beter mogelijk te maken. Daarnaast kan de visie wellicht ook door andere initiatiefnemers worden gebruikt in de motivering van subsidieaanvragen. Een voorbeeld is de samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam dat een Havenfonds beschikbaar heeft om een steentje bij te dragen aan RO projecten.
Voorkeursrecht Door voorkeursrecht te vestigen (voor een toegedachte niet-agrarische functie of een moderniseringslocatie) kunnen bestuursorganen in een vroeg stadium van planvorming voorkomen dat open beleidsontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat marktpartijen al in die fase grondposities innemen die de aanpak van maatschappelijke opgaven belemmeren. De omgevingsvisie, maar ook het omgevingsplan of een programma, kunnen dienen als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht. Als het voorkeursrecht (nog) niet in een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan staat en het bestuursorgaan stelt vóór afloop van de geldingsduur een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast, voorkomt dat het verval van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie jaar na het ingaan ervan. Met andere woorden, de gemeente kan op basis van een omgevingsvisie voorkeursrecht vestigen of vooruitlopend daarop (met een voorkeursrechtbeschikking). In het laatstgenoemde geval moet de gemeente binnen drie jaar een omgevingsvisie vaststellen om het te bestendigen.
De vraag of het zinvol is gebruik te maken van de vestiging van voorkeursrecht, hangt bijvoorbeeld van de volgende zaken af: ✓ is de grond niet al in eigendom van speculanten en/of ontwikkelaars? ✓ wil de gemeente een grondpositie (is actieve grondpolitiek mogelijk) of is het ook acceptabel als een andere eigenaar ontwikkelt? ✓ is realisatie van woningbouw binnen afzienbare tijd het geval? Het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien draagt de gemeente anders lang de rentelasten. Als de inzet van voorkeursrecht nuttig en gewenst is, zal de gemeenteraad hierover in beslotenheid vergaderen en een besluit nemen. 10 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
5.5 Een levend document Monitoring en evaluatie Met de omgevingsvisie hebben we als gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft richting, maar zal nooit het democratisch besluitvormingsproces doorkruisen. We beschouwen de omgevingsvisie en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Met een monitoringssysteem houden we als gemeente zicht op de voortgang van onze koers. Hierbij kan monitoringsinformatie (meten = weten) en evaluatie aanleiding zijn om de omgevingsvisie iets bij te stellen. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is.
We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn bekijken we of we de tijdsdoorloop van de cyclus verlengen.
Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze eerste omgevingsvisie voor Voorne aan Zee zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continu aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaan we als gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsstukken, maar integraal meegenomen in een herziening van deze omgevingsvisie. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitwerking van een bepaald thema, een specifieke gebiedsuitwerking of anderszins. De strategische uitspraken van een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en vanwege eventuele juridische consequenties verwerkt worden in het omgevingsplan. In deze zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van nieuw strategisch ruimtelijk beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte programma’s.
Er is een aantal thema’s die nog een verdere discussie behoeven, alvorens we daar een keuze over maken. Over twee jaar starten we met de eerste actualisatieslag waar we deze onderwerpen verder integreren in een volgende versie van onze omgevingsvisie (de zogenaamde versie 2.0): ▪ Visie Haringvlietmonding ▪ Herziening omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland (Ruimtelijke Puzzel) ▪ Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied 11 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
▪
Regionale en Lokale Energiestrategie (RES en LES)
OER De omgevingsvisie maakt nieuwe ontwikkelingen mogelijk die milieueffecten kunnen hebben. Om deze gevolgen in kaart te brengen en de kaders van de omgevingsvisie te toetsen, heeft de gemeente een omgevingseffectrapportage (OER) gemaakt. Deze omgevingseffectbeoordeling verliep tegelijkertijd met het opstellen van de ontwerp-omgevingsvisie.
Vervolg Het ontwerp zal zes weken ter inzage liggen, zodat iedereen erop kan reageren. Indien nodig zal de visie op binnengekomen zienswijzen worden aangepast. Vervolgens zullen college en raad de nota beantwoording zienswijzen en de omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 vaststellen.
12 Omgevingsvisie Voorne aan Zee
Colofon Q1 2025 Deze omgevingsvisie is opgesteld door: KuiperCompagnons Opdrachtgever: Gemeente Voorne aan Zee Graag benoemen wij de bijzondere samenwerking waarin deze omgevingsvisie tot stand is gekomen. Een groot aantal mensen hebben aan de omgevingsvisie van Voorne aan Zee bijgedragen. Het kaartmateriaal in dit visiedocument is grotendeels opgesteld door KuiperCompagnons. Foto’s en afbeeldingen zijn met zorg gekozen en waar mogelijk is een referentie opgenomen. Mocht er toch bezwaar zijn tegen gebruik van een foto of beeld, dan kunt u contact opnemen met KuiperCompagnons.
13 Omgevingsvisie Voorne aan Zee