Bijlage 4. Ontwerp-Begrotingswijziging 2023
Tekst van het document
1e ONTWERP BEGROTINGSWIJZIGING 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie voor AB 6 april 2023
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De begroting 2023 is in juli 2022 vastgesteld op basis van uitgangspunten in de Kadernota 2023 die al december 2021 is vastgesteld. Het zo vroegtijdig moeten opmaken van de begroting heeft onvermijdelijk als consequentie dat moet worden gewerkt met soms globale aannames. Ontwikkelingen die zich na begrotingsvaststelling voordoen leiden tot de noodzaak om de begroting bij te stellen. De belangrijkste elementen zijn: - Realistisch begroten, hogere en complexere zorgvraag blijkens cijfers 2021 en 2022 - Verschuiving kosten naar regio Rijnmond door aanpassing woonplaatsbeginsel - Gevolgen van inflatie - Gefaseerde overgang (met zorgcontinuïteit) naar lokaal ingekochte zorg waaronder eigen inkoop MVS De belangrijkste bijstelling volgt uit het uitgangspunt om realistisch te begroten. Bij de opstelling van de begroting 2023 waren de voorlopige jaarrekeningcijfers 2021 de meest actuele gegevens. Die cijfers waren onvolledig. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 lieten een aanzienlijk hogere productie zien. De bestuursrapportages 2022 vertoonden een verder oplopende productieomvang. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 en bestuursrapportages 2022 geven daarmee aanleiding tot bijstelling van de uitgavenverwachting voor 2023.
Hiermee wordt het risico op grote tegenvallers in de jaarrekening verkleind en kunnen de deelnemende gemeenten eerder maatregelen treffen om kostenstijgingen op te vangen. Daarnaast zijn er nog enkele inhoudelijke besluiten genomen die moeten worden verwerkt tot een begrotingswijziging. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2023 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2023 3. Wijziging risicoparagraaf 2023 4. Besluit
2
1. Wijziging baten en lasten 2023 In de periode tot maart 2023 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2023 beïnvloeden. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.
Mutatieoverzicht bij begrotingswijziging 2023 Mutaties + Mutaties Begroting (lasten) Begroting 2023 242.409.928 A Realistisch begroten (2e Bestuursrapportage 2022) 12.692.906 12.692.906 B Maatwerk pleegzorg 250.000 250.000 C Pleegzorgvergoeding 495.927 495.927 D Diverse verschuivingen binnen de begroting 0 E Indexatie 10.002.546 10.002.546 F Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen, Schiedam 9.969.695 9.969.695 G Aanpassingen op gemeente niveau opgave gemeenten 1.812.402 -1.812.402 Aanpassingen op gemeente niveau nadere uitwerking nieuwe inkoop 23 625.271 -625.271 Totaal mutaties 33.411.073 2.437.673 30.973.400 Gewijzigde Begroting 2023 273.383.328
Hieronder worden de verschillende mutaties uit de tabel toegelicht. A. Realistisch begroten o.b.v. 2e bestuursrapportage 2022 (prijspeil 2022) Een belangrijk uitgangspunt in de Kadernota is om de begroting financieel realistisch te maken. De afgelopen jaren waren de kosten in de jaarrekening vaak hoger dan begroot. Voor een deel was dit door onverwachte en daarmee onbegrote kosten, maar ook doordat de kosten te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen is het wenselijk om in de begroting te rekenen met een zo realistisch mogelijk kostenniveau. Op het moment van opstellen van de begroting 2023 waren dat de voorlopige jaarrekeningcijfers 2021. Die cijfers waren onvolledig. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 lieten een aanzienlijk hogere productieomvang zien. De bestuursrapportages 2022 vertoonden een verder oplopende productieomvang. Dit komt voor een belangrijke mate door aanpassing van het woonplaatsbeginsel waarbij de begroting een grote onderschatting bleek. (De gemeentelijke inschattingen waren slechts ca. € 2 miljoen terwijl landelijke berekeningen -en compensatie via het gemeentefonds- op € 15 mln. kwamen voor onze regio. De wijzigingen zijn echter erg laat op gang gekomen.) Ook is weer een stijging van de inzet van LTA (landelijke aanbieders) zichtbaar. Naar de oorzaken en beïnvloedbaarheid wordt nader onderzoek gedaan.
3
Voor deze begrotingswijziging is het meest recente bestuurlijk vastgestelde document, de tweede bestuursrapportage 2022, als uitgangspunt genomen. Het gaat hier dus niet om extra groei die wordt verwacht in 2023, maar om een begrotingscorrectie vanwege structurele groei die zich in 2021 en 2022 heeft voorgedaan maar nog niet was meegenomen in de begroting. Deze ophoging is berekend naar prijspeil 2022, onder punt E wordt dit opgehoogd naar prijspeil 2023. B. Maatwerk Pleegzorg In het AB van december 2022 is besloten om voor 2023 en 2024 de Pilot Maatwerkpleegzorg voort te zetten. Dit was in de afgelopen jaren een succesvol transformatieproject dat de deelnemende gemeenten vanaf 2025 lokaal willen regelen en in de tussenliggende jaren via de regionale contractrelaties willen voortzetten. C. Pleegzorgvergoeding De pleegzorgvergoeding was per abuis niet opgenomen in de oorspronkelijke begroting 2023. Dit is met deze mutatie hersteld. Het gaat om vergoedingen die pleeghulpaanbieders moeten betalen aan pleegouders. De hoogte wordt landelijk bepaald in een Algemene maatregel van bestuur en uit oogpunt van goed opdrachtgeverschap dienen pleeghulpaanbieders hiervoor correct te worden gecompenseerd. Gemeenten worden volgens de VNG geacht dit te kunnen betalen uit het accres in de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. D.
Diverse verschuivingen binnen de begroting (met een saldoneutraal effect) Met deze mutatie is een drietal saldo neutrale wijzigingen in de begroting verwerkt. Ten eerste zijn de subsidies aan de twee Gecertificeerde Instellingen (JBRR en Leger des Heils) herkenbaar opgenomen. De oorspronkelijke indeling van de GI’s van 2015 dekte niet meer de lading. Als tweede zijn de al geraamde kosten voor transformatiefonds/innovatie nu opgenomen onder opdracht I.5. Deze kosten worden ingezet om innovaties in de zorgverlening door te voeren en maken nu onderdeel uit van de zorgkosten in de begroting in plaats van de uitvoeringskosten. In de oorspronkelijke begroting waren hogere kosten als gevolg van aanpassing woonplaatsbeginsel opgenomen onder de percelen A t/m E. Omdat deze kosten voornamelijk via maatwerkcontracten voor buitenregionale plaatsingen tot stand blijken te komen, worden deze verschuiven naar budget I 1 Buitenregionale plaatsingen. E. Indexatie 2023 Nu bij punt A als uitgangspunt de 2e bestuursrapportage 2022 is opgenomen, wordt met deze wijziging de (extra) indexatie voor het begrotingsjaar 2023 toegevoegd. Met de mutatie realistisch begroten (A) is voor een aantal onderdelen het kostenniveau uit 4
de 2e Burap 2022 als uitgangspunt genomen. Hierdoor moet de indexatie 2023 die opgenomen was in de oorspronkelijke begroting 2023 opnieuw toegevoegd worden. In de begroting 2023 is rekening gehouden met het eerder landelijk afgegeven PPCindexpercentage van 1,83% voor materiële kosten. In het najaar 2022 is, bij wijze van uitzondering en op verzoek van VWS, de definitieve PPC-index verhoogd naar 9,25%, in verband met oplopende inflatie waaronder stijging van energiekosten. Uit oogpunt van goed opdrachtgeverschap is het wenselijk en passend om aanbieders voor de hogere materiële kosten te compenseren. Op 23 november 2022 gaf het kabinet het signaal dat in de Voorjaarsnota 2023 en Meicirculaire 2023 aan de gemeenten voor 2023 e.v. extra accres op de algemene uitkering zal worden uitgekeerd vanwege de hogere PPC. Hiermee stelt het kabinet gemeenten in staat om zorgaanbieders op passende wijze tegemoet te komen en op die manier te voorkomen dat de zorg in gevaar komt door de hoge inflatie. Om die reden wordt voorgesteld de begrotingsbudgetten extra te indexeren voor het materiële kostendeel. Dit gaat om ca. € 2 mln. van de in de tabel genoemde € 10 mln. F.
Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam
Op verzoek van de drie MVS-gemeenten wordt de begroting opgehoogd met het bedrag aan zorgcontinuïteit dat naar verwachting in 2023, anders dan in eerste instantie door MVS aangegeven, toch afgenomen wordt bij de GRJR. Zie ook verderop, risicoparagraaf punt 6. G. Aanpassingen op gemeenteniveau Opgave gemeenten Na het verwerken van bovenstaande mutaties hebben de gemeente de mogelijkheid gehad om voor de opdrachten A t/m E specifieke aanpassingen te doen. Daardoor sluit de informatie in deze GR begroting nog beter aan op de informatie en financiële prognoses in de afzonderlijke gemeenten. Verschillende gemeenten hebben hier gebruik van gemaakt. Hiermee zijn diverse mutaties in de GR begroting verwerkt, zowel ophoging als verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Ook hebben de gemeenten aangeven of de aanpassing was ingegeven door het verwerken van een gemeentelijke trend of dat het een invulling is van het verwachte effect van de hervormingsagenda. De door de gemeente aangegeven wijzigingen zijn direct in hun bijdrage aan de GR verwerkt. Nadere uitwerking nieuwe inkoop 2023 Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting 2023 was de uitwerking van de nieuwe inkoop nog niet definitief. Bij deze mutatie zijn de besluiten verwerkt dat MVS op 5
een aantal onderdelen niet meedoet in de nieuwe inkoop: de maatwerkcontracten buitenregionale plaatsingen en het transformatiefonds.
6
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting: Begroting 2023
Ontwerp 1e Begrotingswijziging 2023
Begroting 2023 na wijziging
Bijdragen deelnemende gemeenten Totaal baten
242.409.928 242.409.928
30.973.400 30.973.400
273.383.328 273.383.328
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen
26.133.328 49.118.949 26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
4.872.64615.032.040 5.554.8795.259.886 6.433.187 252.055 579.779
21.260.682 64.150.989 20.719.969 16.235.504 35.383.874 8.794.897 47.310.788
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
44.517.463 714.704 1.498.841 19.125.834 19.748.096 2.177.467 17.063.440 507.189 6.808.718 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 184.369 320.374 209.600 242.409.928
44.517.463714.7041.498.84145.549.458 1.761.330 295.728 15.340.724 8.729.494 4.785.608 142.246 1.683.376 1.792.4751.848.71046.329 1.805 2.091 3.633 2.377 30.973.400
45.549.458 1.761.330 19.421.563 35.088.819 10.906.961 21.849.048 649.435 1.683.376 5.016.243 1.000 4.131.803 160.996 186.460 324.007 211.977 273.383.328
-
-
-
Begroting 2023
BATEN
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
z
SALDO
2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD 1. JBRR 2. LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren Totaal lasten
7
2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2023 Door het afschaffen van de vlaktaks in 2022 is het gemeentelijk aandeel in de begroting gelijk aan de gemeentelijk inleg. Hieronder een overzicht van de inleg op basis van de in de oorspronkelijke begroting 2023, het effect van deze begrotingswijziging en de extra inleg na deze begrotingswijziging. Naast de oorspronkelijke bijdragen Q1 tot en met Q4 (rechts in het overzicht) dienen gemeenten na definitieve begrotingsvaststelling de extra inleg in één keer te voldoen. Totaal GR Inleg 2023
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Inleg oud 2023
2.708.525 6.868.182 14.089.849 6.659.584 5.481.336 9.286.652 1.769.709 22.457.618 8.073.936 4.648.917 5.365.065 11.367.722 143.632.834 242.409.928
Extra inleg 2023 Inleg 2023 nieuw
384.288 1.508.145 -48.116 -553.104 -11.528 1.632.129 1.913.474 159.081 -376.148 4.895.280 4.340.690 715.271 16.413.939 30.973.400
Bijdrage Q1
Bijdrage Q2
Bijdrage Q3
Bijdrage Q4
3.092.813 8.376.327 14.041.733 6.106.480 5.469.808 10.918.781 3.683.183 22.616.699 7.697.788 9.544.197 9.705.755 12.082.992 160.046.773
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
273.383.328
60.602.482
60.602.482
60.602.482
60.602.482
3. Wijziging risicoparagraaf 1
2
3
Risico in de vastgestelde begroting 2023 Uitgangspunt realisatieniveau 2021 resp. 2022 Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau is bepaald op basis van onvolledige data per februari, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per april die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie Hogere zorgkosten door onderschatting van Trendmatige stijging en/of Inzet van lokaal aanbod en/of Impact van transformatiemaatregelen Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn
Stand van zaken, aanpassing beheersingsmaatregel De productie 2021 bleek achteraf inderdaad hoger dan waarmee in de begroting 2023 was gerekend. Ook in 2022 waren de kosten hoger. De begroting 2023 wordt daar nu op aangepast. In de ontwerpbegroting gebeurt dat op basis van de 2e bestuursrapportage 2022, in de definitieve begroting zal dat gebeuren op basis van de definitieve jaarrekening 2022. De begrotingswijziging bevat diverse aanpassingen op gemeenteniveau.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
8
4
5
6
meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod Hogere kosten voor buitenregionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Aannames aanpassingen gemeente niveau De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
De afbouw van de gesloten jeugdhulp (JH+) gaat gepaard met frictiekosten. Vanwege de grote financiële risico’s werken we samen met de twee betrokken aanbieders en de vijf betrokken jeugdhulpregio’s aan continuïteitsplannen. Ook is inmiddels opgeschaald naar rijksniveau voor meer landelijke regie en financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Door de regio’s verstrekte liquiditeitssteun moet op basis van de continuïteitsplannen mogelijk omgezet worden in een continuïteitsbijdrage. Op basis van de huidige inzichten bedraagt het risico voor Regio Rijnmond voor 2023 € 3mln. Dit is incidenteel, waarbij de jeugdhulpregio’s deze kosten niet als hun kosten zien maar bij de rijksoverheid zullen leggen. Daarnaast leidt de transformatie (schaalverkleining, kwalititeitsverbetering) waarschijnlijk tot hogere kostprijzen. Dit structurele risico voor de gemeenten is nog niet te kwantificeren. Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is.
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond.
9
Rotterdam, 8 september 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
10