CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Memo samenvatting TAM-omgevingsplan Dorpshart Zwartewaal

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) IMRO Dorpshart Zwartewaal1.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

23 februari 2026

Voor

college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad

Onderwerp

Samenvatting TAM-Omgevingsplan Dorpshart Zwartewaal (H22g)

Aanleiding In 2022 heeft de (toenmalige) gemeente Brielle, het bestemmingsplan vastgesteld voor ontwikkeling van het project Dorpshart Zwartewaal. Dat bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om 85 woningen, een plint met commerciële functies aan het nieuwe dorpsplein en vervangende nieuwbouw voor basisschool 't Want, het dorpshuis en de sportzaal. Inmiddels zijn delen van dit project al gerealiseerd. De verdere realisatie vindt in fasen plaats. 5 extra woningen in plaats van commerciële functies aan het dorpsplein Er is intensief op ingezet om de commerciële plint te laten slagen. Zo zijn lokale makelaars betrokken en is er met plaatselijke ondernemers gesproken. Gebleken is dat er weinig tot geen belangstelling is voor de commerciële eenheden in de plint aan het dorpsplein, of in ieder geval niet tegen marktconforme voorwaarden. In overleg tussen gemeente en ontwikkelaar, zijn daarom de mogelijkheden verkend voor invulling van dit blok met meer woningen (dan oorspronkelijk beoogd). Hierbij is aangestuurd op (meer) kleinere woningen en daarmee meer betaalbare woningen voor senioren en starters. Hiermee wordt voldaan aan de behoefte vanuit het dorp. Dit heeft geresulteerd in de beoogde invulling van het blok met 16 beneden-bovenwoningen. Dit betreft een toename van 5 woningen, in vergelijking met de 11 eerder beoogde woningen boven de commerciële plint.

Gewijzigde indeling van 3 blokken met rijwoningen Voor de drie blokken met rijwoningen ten noorden van de maatschappelijke voorzieningen, is een nieuwe situering ontworpen. De oorspronkelijke situering kent namelijk twee keer de confrontatie tussen de voorzijde van een bouwblok met de achterzijde van het volgende bouwblok. Tevens biedt die situering ruimte aan twee 'kleinere' groenstroken. Door twee blokken met de achtererven naar elkaar toe te situeren, ontstaat er ruimte voor één grotere groenstrook waar uitsluitend voorzijden van woningen naartoe gesitueerd zijn. Dit vergroot zowel de gebruiksmogelijkheden als de uitstraling van deze groenstrook. Het aantal woningen blijft ongewijzigd. Er is voor gekozen om de ontwikkeling mogelijk te maken via een wijziging van het omgevingsplan in het TAM-IMRO format (bestemmingsplan-variant). Deze wijziging van het omgevingsplan dient te voldoen aan de instructieregels van Rijk en de provincie Zuid-Holland. Er dient sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er dient voldaan te worden aan het beleid van Rijk, provincie Zuid-Holland en gemeente Voorne aan Zee. De voorliggende motivering voorziet daarin en is onderdeel van het wijzigingsbesluit. In de planregels en op verbeelding worden de nieuwe activiteiten vastgelegd.

Beoordelingsregels, waaronder instructieregels Voor het beoordelen van de ontwikkeling in voorliggend wijzigingsbesluit gelden verschillende beoordelingsregels. In dit hoofdstuk worden (onder andere) de instructieregels van het Rijk en de provincie behandeld. De instructieregels van het Rijk staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl staan instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderstaand zijn conclusies van de instructieregels weergegeven. Waarborgen van de veiligheid

De ontwikkeling is relevant voor omgevingsveiligheid, omdat het plan voorziet in het toelaten van woningen. Woningen zijn gedefinieerd als kwetsbare gebouwen als bedoeld in Bijlage VI bij het Bkl. Binnen de planlocatie worden geen activiteiten mogelijk gemaakt met een extern veiligheidsrisico. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregel van het Bkl, omdat uit de beoordeling blijkt dat de veiligheid op de planlocatie is gewaarborgd. Er hoeven geen aanvullende regels te worden opgenomen om te voldoen aan de instructieregels en ETFAL. Beschermen van de waterbelangen Gelet op de toetsing is het waterbelang conform de genoemde instructieregels uit Bkl betrokken bij de totstandkoming van dit plan. Ook de provinciale instructieregels ten aanzien van klimaatverandering zijn toegepast. Geconcludeerd wordt dat deze de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Kwaliteit van de buitenlucht Ter plaatse van de planlocatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast wordt de geluidsruimte van omliggende bedrijvigheid niet beperkt door het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling voldoet aan de geldende instructieregels en is er sprake een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Geluid door activiteiten Ter plaatse van de planlocatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Daarnaast wordt de geluidsruimte van omliggende bedrijvigheid niet beperkt door het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling voldoet aan de geldende instructieregels en is er sprake een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Het omgevingsplan voldoet aan de geldende instructieregels. Met inachtneming van het reeds geldende Stap3-besluit, het daarop aanvullende hogere waardenbesluit voor de 5 extra woningen die met dit TAM-omgevingsplan mogelijk worden gemaakt en de in dat verband te treffen maatregelen bij de uitwerking van de bouwplannen, is voor de beoogde ontwikkeling sprake van een aanvaardbaar geluidniveau en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bodemkwaliteit Gelet op de onderzoeksresultaten blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie. De ontwikkeling is in overeenstemming met instructieregels voor bodemkwaliteit. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. De ontwikkeling draagt voor het aspect bodem bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Geur Voor het aspect geur vormt geen belemmering in kader van de uitvoering van het plan.

De ontwikkeling voldoet aan de geldende instructieregels voor het aspect geur, er zijn geen aanvullende regels noodzakelijk. Voorgaand toont aan dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed De ruimtelijke mogelijkheden die met dit TAM-omgevingsplan nieuw mogelijk worden gemaakt, zoals beschreven in paragraaf 2.2.2, zijn van dusdanig, beperkte omvang dat het stedenbouwkundige idee achter Dorpshart Zwartewaal en de wijze waarop dit past binnen de dorpsstructuur, niet noemenswaardig wijzigt. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het kwaliteitsbeleid van

de provincie Zuid-Holland. Met deze ontwikkeling wordt voldaan aan de relevante instructieregels en draagt de ontwikkeling vanuit het oogpunt van welstand, cultureel erfgoed en archeologie bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in de Omgevingswet. Mobiliteit en parkeren De beoogde ontwikkeling heeft een maatgevende parkeerbehoefte van 177 parkeerplaatsen. Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met de realisatie 223 parkeerplaatsen. Hiermee wordt ruimschoots voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd voor het opvangen van de volledige parkeerbehoefte binnen de projectlocatie. Op basis van het meest actuele programma zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 1.257 mvt/etmaal. Deze toename is lager dan gehanteerd in het oorspronkelijke bestemmingsplan (2022). Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot knelpunten op het omliggende wegennet op het gebied van verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat mogelijk sprake is van effecten op verblijvende vleermuizen. Om die reden is vervolgonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen.

Uit dit aanvullende onderzoek blijkt dat het plan uitvoerbaar is en dat geen sprake is van belemmeringen in het kader van soortenbescherming. Er is dan ook geen vervolgonderzoek, vrijstelling of omgevingsvergunning vereist voor flora- en faunaactiviteiten. Ten aanzien van overige beschermde soorten geldt dat met mitigerende maatregelen en het uitvoeren van werkzaamheden buiten de broedperiode overtreding van de verbodsbepalingen kan worden voorkomen. Aanvullende handelingen of ontheffingen zijn in dat kader niet noodzakelijk. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling, vanuit het oogpunt van soortenbescherming, bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in de Omgevingswet. Er kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van het aspect ecologie in het kader van dit wijzigingsbesluit geen sprake is van een evident onuitvoerbaar plan. Aangetoond is dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebied niet aantast en daarmee voldoet aan artikel 10.24 Bkl. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties In het omgevingsplan is onderbouwd of er is sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het relevante beleidskader en de relevante omgevingsaspecten en andere thema's zijn onderzocht en de toetsing aan het beleidskader en de relevante beoordelingsregels zijn beschreven.

Hieruit volgt of de ontwikkeling bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Samengevat: Op basis van de beleidstoets, de onderbouwing van het beoordelingskader en de daaruit voortvloeiende belangenafweging, moeten voor de volgende aspecten de daarbij genoemde (aanvullende) bepalingen worden opgenomen, eventuele maatregelen worden genomen of worden voldaan aan gestelde voorwaarden om te voldoen aan het beleid en de instructieregels.  

Op voor het aspect water aan de compensatie-eis van het Waterschap te voldoen, dient deze (verder) te worden aangelegd conform de daarvoor reeds verleende watervergunning; Om voor het aspect geluid te voldoen aan de instructieregels en een aanvaardbaar geluidniveau te bereiken, dient bij de realisatie van woningen voldaan te worden aan de voorwaarden zoals gesteld in het Stap3-besluit (d.d. 16-11-2022) en het (in samenhang met dit TAM-omgevingsplan genomen) hogere waarden besluit.

Om voor het aspect bodem overeen te stemmen met de instructieregels van het Bkl is een aanvullende bepaling opgenomen in de regels: het bouwen van een bijbehorend bouwwerk groter dan 50 m2, voor zover in de bruidsschat als vergunningvrij bouwwerk aangewezen, is een vergunningplichtige activiteit. Voor de bouw van een bijbehorend bouwwerk groter dan 50 m2 wordt door een aanvulling op de bruidsschat een vergunningplicht opgenomen.

Conclusie Uit de integrale beoordeling van het beleid en instructieregels volgt dat er een balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die de locatie binnen het gebied kan vervullen. De ontwikkeling kan in dit wijzigingsbesluit mogelijk worden gemaakt want er wordt voldaan aan de instructieregels en de ontwikkeling draagt bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16860390/3