CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verzoek ondergeschikte wijz ov aanvraag nzb_20250908_VPE

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen Windproject Noordzeeboulevard2.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Titel

Ondergeschikte wijziging omgevingsvergunningaanvraag Windproject Noordzeeboulevard

Datum Auteur

8 september 2025 Daan Booij, Wouter Verweij

Inleiding Coöperatieve Vereniging Voorne-Putten Energie U.A. heeft op 22 december 2023 een omgevingsvergunningaanvraag ingediend voor Windproject Noordzeeboulevard. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-kenmerk 8263979. Op 18 juni 2025 heeft het college het ontwerpbesluit op de omgevingsvergunningaanvraag met de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ter inzage gelegd. Het ontwerpbesluit heeft voor de energiecoöperatie aanleiding gegeven voor een ondergeschikte wijziging van de omgevingsvergunningaanvraag. De ondergeschikte wijziging betreft een aanpassing van de aangevraagde bandbreedte voor de afmetingen van de windturbines. Dit memo bevat de ondergeschikte wijziging van de aanvraag, inclusief een toelichting op de gevolgen van die wijziging voor de besluitvorming, de effecten daarvan en een beschrijving van de noodzaak voor deze ondergeschikte wijziging.

Aanleiding De omgevingsvergunningsaanvraag voor Windproject Noordzeeboulevard bevat een bandbreedte voor afmetingen van de windturbines. De afmetingen van het te bouwen windturbinetype moet passen binnen de aangevraagde en vergunde bandbreedte. De bandbreedte in de omgevingsvergunningaanvraag bedraagt 150 m tot 190 m ashoogte, 149 tot 180 m rotordiameter en 225 tot 280 m tiphoogte. De minimale en maximale tiplaagte bedraagt 76 m en 100 m. In de ontwerpverklaring van geen bedenkingen (ontwerp-vvgb), door de gemeenteraad afgegeven op 5 juni 2025, heeft de gemeente in afwijking van de aanvraag enkele voorwaarden gesteld voor het verlenen van de ontwerp-vvgb. Deze voorwaarden zijn: - Het opgesteld elektrisch vermogen van het gehele windproject (twee turbines) bedraagt 11,6 megawatt (MW) - De windturbines hebben een maximale tiphoogte van 225 meter De energiecoöperatie kan geen project uitvoeren dat aan de randvoorwaarden uit de omgevingsvergunning en de extra voorwaarden van de gemeenteraad voldoet. De reden hiervoor is dat er geen turbinetypes op de markt beschikbaar zijn, waarmee voldaan kan worden aan de eisen van de ontwerp-vvgb. Dit geeft ook aanleiding de omgevingsvergunningaanvraag op een ondergeschikt punt te wijzigen, door de ondergrens van de maximale tiphoogte te verhogen.

Voorwaarden gemeenteraad leiden tot onuitvoerbaar project Door de aangescherpte voorwaarden uit de ontwerp-vvgb van de gemeenteraad is geen sprake van een uitvoerbaar project. Daarvoor zijn de volgende redenen: Ecologische compatibiliteit Voor het project geldt een aangevraagde en vereiste tiplaagte van 76 m ter verkleining van de kans op aanvaringslachtoffers onder vogels en vleermuizen. Uit het uitgebreide ecologisch onderzoek voor de windturbine dat een zo hoog als mogelijke tiplaagte een positief effect heeft op het gebied van ecologie. Dit komt doordat veel vogelsoorten bij een hogere tiplaagte onder de rotorbladen doorvliegen in plaats van dat zij ter hoogte van het rotorvlak vliegen. Hiermee wordt de kans dat deze vogelsoorten slachtoffer worden van een aanvaring met de windturbines aanzienlijk verkleind. De opgelegde beperking van de tiphoogte leidt er echter toe dat de windturbines uitgevoerd moeten worden met een grote rotordiameter waardoor de tiplaagte lager wordt. De voorwaarde tot beperking van de tiphoogte tot 225 meter leidt dus tot meer impact op het gebied van ecologie en het Natura 2000-gebied, en is daarom strijdig aan het geformuleerde uitgangspunt van minder ecologische effecten. Om deze ecologische effecten te beperken, wordt de minimale tiphoogte verhoogd, zodat de tiplaagte ook zo hoog mogelijk kan worden gerealiseerd.

Technische beschikbaarheid De reden en noodzaak tot wijziging van de aanvraag ligt in de afwezigheid van beschikbare turbinetypes die passen binnen de laagste tiphoogte. Een windturbinetype kan op enkele door de fabrikant aangegeven ashoogten worden geleverd. Op de Europese markt zijn echter geen windturbinetypen voor wind op land beschikbaar die zowel een tiphoogte van 225 meter als een tiplaagte van 76 meter (oftewel een rotordiameter van circa 149 meter) hebben. Het is daarom ook vanuit technisch oogpunt niet mogelijk om aan de extra voorwaarden uit de ontwerpverklaring van geen bedenkingen (ontwerp-vvgb) te voldoen. Aangezien er geen turbinetypes zijn met een tiphoogte van 225 meter en een tiplaagte van 76 meter (oftewel een rotordiameter van circa 149 meter) is dit ook aanleiding de aanvraag op dit onderdeel te wijzigen. Vereiste energieopbrengst In de ruimtelijke onderbouwing voor de vergunningaanvraag is over het vermogen van de windturbines het volgende opgenomen: “Het vermogen van de windturbines heeft geen ruimtelijke gevolgen en wordt daarom niet opgenomen als kenmerk van de bandbreedte voor deze vergunningaanvraag.” De aanvraag bevat dan ook geen verzoek om het vermogen van de windturbines individueel of gezamenlijk vast te leggen. Op dit punt wordt de aanvraag dan ook niet gewijzigd.

Wel wordt voor de volledigheid erop gewezen dat er onder een tiphoogte van 225 m geen gangbare modellen turbinetypes zijn, die kunnen leiden tot een opgesteld vermogen van 11,6 MW. Ter illustratie kan worden gewezen op de Nordex N149, met een vermogen tussen 4,0 en 4,5 MW, en de Vestas V150, met een vermogen van circa 4,3 tot 4,5 MW.

Pagina 2 van 7

Wijziging ondergrens tiphoogte Op de Europese markt zijn geen windturbinetypen verkrijgbaar met een tiphoogte van 225 m en een tiplaagte van 76 m. Daarmee zou het Windproject Noordzeeboulevard niet uitvoerbaar zijn onder de aanvullende voorwaarden van de gemeenteraad. Daarnaast geeft de afwezigheid van dergelijke turbinetypes aanleiding de omgevingsvergunningaanvraag te actualiseren op deze situatie. Daartoe wordt de aanvraag op een ondergeschikt punt gewijzigd, door de minimale tiphoogte aan te passen. De wijziging bestaat uit een aanpassing van de ondergrens van de bandbreedte voor de tiphoogte. Door de onderzijde van de bandbreedte te verhogen van 225 naar 250 m wordt aangesloten bij de op de markt beschikbare turbinetypes. Als aanvullend voordeel kan de ecologisch vereiste minimale tiplaagte van 76 meter worden gehandhaafd. Tabel 1

Bandbreedte afmetingen windturbines (met in rood de wijzing)

Bandbreedte Ondergrens Bovengrens

Ashoogte

Rotordiameter

Tiphoogte

Tiplaagte

150m 190m

149m 180m

250m 280m

76m 100m

De wijziging bestaat enkel uit een aanpassing van de onderzijde van de bandbreedte voor de tiphoogte van de windturbine. Overige afmetingen voor ashoogte en rotordiameter blijven ongewijzigd. Het is voor vergunninghouder technisch mogelijk om een project te realiseren dat past binnen de gewijzigde bandbreedte voor de tiphoogte dat tevens blijft voldoen aan een tiplaagte van tenminste 76 m.

Milieutechnische effecten Voor de oorspronkelijk aangevraagde bandbreedte in tiphoogte van 225 m tot 280 m zijn alle milieueffecten onderzocht. De minimale en maximale effecten die kunnen optreden bij het bouwen en gebruiken van windturbinetypen die passen binnen deze bandbreedte zijn in de vergunningaanvraag in beeld gebracht en als aanvaardbaar beoordeeld. De gewijzigde afmetingen zijn gelegen binnen de oorspronkelijk onderzochte bandbreedte. Omdat enkel sprake is van een verkleining van de bandbreedte valt de wijziging binnen de reikwijdte van de al uitgevoerde beoordeling. Er is daarom geen sprake van nieuwe of andere milieueffecten op de omgeving. De aanpassing van de ondergrens voor de tiphoogte heeft daarom geen gevolgen voor het verrichte onderzoek naar de milieueffecten van het windproject: alle ingediende stukken bij de aanvraag blijven bruikbaar en geschikt voor de toetsing van de effecten. De beschrijving van milieueffecten, zoals die is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken, blijft onveranderd van toepassing op de gewijzigde aanvraag. Onderstaand volgt per milieuaspect een toelichting ter nadere onderbouwing van het voorgaande. Pagina 3 van 7

Ecologie De verhoging van de minimale tiphoogte betekent dat een rendabel windturbinetype wordt gekozen, waarbij de vereiste tiplaagte kan worden gehandhaafd, met het oog op aanvaringskansen voor vleermuizen en laagvliegende vogels. De bestaande mitigerende werking van een minimale tiplaagte van 76 meter blijft gehandhaafd. De tiplaagte is en blijft begrensd op ten minste 76 m. Slagschaduw Voor slagschaduw geldt dat het windproject moet blijven voldoen aan de rechtstreeks werkende normering. Hierin wordt door de aanpassing van de aanvraag geen verandering gebracht. Voor de beoordeling van slagschaduw is de contour van de maximale bandbreedte leidend. De maximale effecten van slagschaduw op de omgeving zijn primaire afhankelijk van de maximale tiphoogte van de windturbines. Binnen de maximale contour van slagschaduw bevinden zich geen gevoelige objecten. Een wijziging van de ondergrens van de bandbreedte voor de tiphoogte heeft daarom in deze situatie geen enkel effect voor de mogelijke gevolgen van slagschaduw op de omgeving. Er is dan ook geen sprake van andere of nieuwe milieueffecten op dit onderdeel. In ieder geval is ook met de gewijzigde aanvraag geborgd dat blijvend kan worden voldaan aan de slagschaduwnormen. Geluid Voor geluid geldt dat het windproject moet blijven voldoen aan de rechtstreeks werkende normering.

Hierin wordt door de aanpassing van de aanvraag geen verandering gebracht. Zoals ook in de zienswijze van aanvrager is toegelicht, is de geluidsproductie van een windturbine niet afhankelijk van de afmetingen van de turbine. In de omgevingsvergunningaanvraag is de geluidsituatie aan de hand van een drietal windturbinetypen in beeld gebracht. Eén van de windturbinetypen waarmee geluidberekeningen zijn uitgevoerd valt qua tiphoogte niet binnen de gewijzigde bandbreedte. Dit betrof een relatief stil windturbinetype. De berekeningen voor beide andere typen blijven wel een referentie voor het geluid van het windproject, waaronder het relatief luide type waarmee de maximale geluideffecten in beeld zijn gebracht. Binnen de nieuwe bandbreedte zijn nog steeds voldoende overige windturbinetypen beschikbaar, waaronder windturbinetypen met een bronsterkte Lw,max die kleiner is dan de beide resterende referentietypen (relatief stille typen). Uit de geluidberekeningen voor de beide resterende windturbinetypen in het akoestisch onderzoek blijkt overigens dat de afstand tot woningen zodanig groot is dat in beide gevallen de geluidbelasting ter plaatse van woningen ruimschoots beneden de normgrens is gelegen (tussen 32 en 36 dB Lden). Dat geldt ook voor stillere windturbinetypen met een kleiner bronvermogen.

Dat maakt dat de geluidcontouren van stillere windturbinetypen in deze situatie niet veel betekenis hebben. In ieder geval is ook met de gewijzigde aanvraag geborgd dat blijvend kan worden voldaan aan de geluidsnormen. Obstakelverlichting De verplichting om obstakelverlichting te plaatsen op windturbines is niet afhankelijk van de ondergrens van de tiphoogte. De wijziging van de aanvraag heeft dan ook geen gevolgen voor de mogelijke verplichtingen en effecten hiervan. Pagina 4 van 7

Externe veiligheid De beoordeling van externe veiligheidseffecten is alleen gebaseerd op de maximale afmetingen van de turbines. Nu de bovengrens van de aanvraag ongewijzigd blijft, voldoet het project op dit onderdeel ook na aanpassing van de ondergrens aan de gestelde eisen. Landschap De mogelijke gevolgen van het windproject op het landschap veranderen niet wezenlijk door de aanpassing van de aanvraag. In de ruimtelijke onderbouwing zijn de marges van de aanvraag uitgebreid onderzocht, mede middels visualisaties. De gewijzigde aanvraag blijft binnen hetgeen is onderzocht. Daarmee blijft het onderzoek ook geschikt en bruikbaar voor de onderbouwing van de gewijzigde aanvraag. De conclusies over de landschappelijke gevolgen van de windturbines op de omgeving worden met de wijziging niet anders. Bodem en Archeologie Aangezien de gewijzigde aanvraag geen gevolgen heeft voor de positionering of wijze van aanleg van de windturbines, heeft dit ook geen andere of nieuwe gevolgen voor bodem en archeologie tot gevolg. Water Aangezien de gewijzigde aanvraag geen gevolgen heeft voor de positionering of wijze van aanleg van de windturbines, heeft dit ook geen andere of nieuwe gevolgen voor water tot gevolg. Radar De gevolgen van de windturbines voor defensieradar zijn voornamelijk afhankelijk van de maximale omvang van de windturbines.

Aangezien deze maximale omvang niet wordt aangepast, heeft de gewijzigde aanvraag geen gevolgen voor het verrichte onderzoek naar de gevolgen voor defensieradar. Ook voor de toetsing door LVNL op de correcte werking van de CNS apparatuur van LVNL is de maximale omvang van de windturbines relevant. Aangezien deze maximale omvang niet wordt aangepast, heeft de gewijzigde aanvraag geen gevolgen voor het verrichte onderzoek naar de gevolgen voor de CNS apparatuur. Welstand Het welstandsadvies is positief en gebaseerd op de maximale afmetingen zoals opgenomen aan de bovenzijde van de bandbreedte en een goede landschappelijke inpassing. Aangezien de voorgenomen wijziging uitsluitend betrekking heeft op de onderzijde van de bandbreedte voor de tiphoogte, blijft het positieve welstandsadvies onverkort van toepassing. Conclusie De maximale milieueffecten van het windproject blijven ongewijzigd. De wijziging van de bandbreedte voor de tiphoogte heeft daarnaast geen effect op minimale milieueffecten. De wijziging van de aanvraag blijft daarmee binnen de effecten zoals onderzocht. De ruimtelijke onderbouwing en daarvoor opgestelde onderzoeken kunnen dan ook nog steeds ten grondslag worden gelegd aan de gewijzigde aanvraag. Pagina 5 van 7

Aangezien de milieueffecten van de gewijzigde aanvraag gelegen blijven binnen hetgeen is onderzocht en aanvaardbaar is gevonden ten tijde van de terinzagelegging van de ontwerpbesluiten, worden derden niet nadelig geraakt door deze aanpassing. De maximale milieueffecten op de omgeving blijven met de wijziging van de aanvraag namelijk hetzelfde als ten tijde van de ontwerpbesluitvorming. In algemene zin geldt dat de aanvraag hetzelfde blijft, namelijk de realisatie van winturbines. De ruimtelijke uitstraling hiervan blijft ongewijzigd en de aangevraagd wijziging leidt niet tot meer ruimtelijke effecten. Daarmee is sprake van een wijziging van ondergeschikte aard en is geen nieuwe aanvraag nodig.

Ondergeschikte wijziging aanvraag Middels dit memo wordt de oorspronkelijke aanvraag gewijzigd. De ondergrens van de tiphoogte wordt aangepast van 225 meter naar 250 meter. Voor het overige blijft de aanvraag ongewijzigd. Deze ondergeschikte wijziging van de aanvraag resulteert in een smallere bandbreedte voor afmetingen van de windturbines. De milieueffecten van deze aanpassing vallen volledig binnen de eerder beoordeelde milieugrenzen. Zoals ook nader toegelicht in dit memo blijft na aanpassing van de bandbreedte sprake van een uitvoerbaar project dat voldoet aan de uitgangspunten en voorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening. ------(niet typen of selecteren voorbij deze lijn, tekst verwijderen voor verzending------

Pagina 6 van 7

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel:

030 - 677 64 66

Mail: info@boschenvanrijn.nl Web: www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2025 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16850617/2