CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Beslissing op bezwaar Stichting Edumare

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Financiering huisvesting basisschool De Verwondering3.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dienst Uitvoering Onderwijs Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap > Retouradres Postbus 30205 2500 GE Den Haag

Stichting Onderwijsgroep EduMare p/a AantjesZevenberg Advocaten De heer mr. J.C. Zevenberg Haagweg 108 2282 AE RIJSWIJK ZH

Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.duo.nl/zakelijk/oneens-metduo

Contactpersoon mr. M. Kalpoe T 06 25769562 E mad hvi. kalpoe@d uo.n1 Onze referentie BC2200558/2 Uw referentie 13893 (AZA)

'2

7 DEC. 2022 Datum Betreft Beslissing op bezwaar Bijlage Wettelijk kader

Zaaknummer BC2200558

Geacht bestuur, Op 31 oktober 2021 heeft Stichting Mares Beheer een aanvraag ingediend voor bekostiging van een bijzondere basisschool in de gemeente Brielle. Op 17 maart 2022 heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) een positief advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie over de to verwachten onderwijskwaliteit is op alle deugdelijkheidseisen voldoende. Bij brief van 30 mei 2022 is op grond van artikel 74, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) besloten dat de gevraagde bijzondere basisschool voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht (hierna: het bestreden besluit). Het bestreden besluit is gepubliceerd op 14 juni 2022 in de Staatscourant, met nummer 15500. Bij brief van 27 juni 2022, aangevuld bij brief van 29 augustus 2022, heeft de heer Zevenberg van AantjesZevenberg Advocaten namens Stichting Onderwijsgroep Edumare (hierna: bezwaarde) bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit van 30 mei 2022. Bij e-mail van 28 september 2022 heeft de heer Maagdenberg namens Stichting Mares beheer (hierna: belanghebbende) naar aanleiding van uw bezwaarschrift een zienswijze ingediend. Op 13 oktober 2022 hebt u uw bezwaren mondeling toegelicht. Tijdens de hoorzitting waren aan uw zijde als bezwaarde aanwezig de heer Zevenberg (advocaat-gemachtigde) en mevrouw Van Doesburg.

Van de zijde van belanghebbende waren mevrouw De Melo-Maagdenberg en de heer Maagdenberg aanwezig. U bent gehoord door mevrouw Van Mil, mevrouw Van Hattum en mevrouw Kalpoe. Met deze brief wordt op uw bezwaar beslist.

Pagina 1 van 8

Besluit Ik verklaar uw bezwaarschrift ongegrond omdat op goede gronden is besloten dat de door belanghebbende gevraagde bijzondere basisschool voor bekostiging in aanmerking komt. Voor de onderbouwing van dit besluit verwijs ik u naar de onderstaande overwegingen. Gronden van uw bezwaar In uw bezwaarschrift en op de hoorzitting hebt u het volgende aangevoerd. U geeft aan dat u naar aanleiding van de ingediende aanvraag een bezwaarschrift hebt ingediend op 23 november 2021. Na overleg is het bezwaarschrift aangemerkt als zienswijze. In het bestreden besluit wordt niet ingegaan op uw zienswijze. Verder voert u het volgende aan. Belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Alqemene wet bestuursrecht U bent een bestuur dat valt binnen het voedingsgebied waar belanghebbende voornemens is een school te stichten. U meent daarom dat u als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kunt worden beschouwd. Uitnodiqinqsolicht en het voeren van gesprekken in het voedinqsaebied Met verwijzing naar de Memorie van Toelichting op de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (hierna: wet MRvNS) merkt u onder andere op dat er sprake is van een uitnodigingsplicht. De initiatiefnemer moet volgens u aantonen dat besturen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de verlangde school zijn uitgenodigd om met de initiatiefnemer in overleg te treden.

U omschrijft het als een bestuurlijk overleg waarvoor de omliggende besturen, het samenwerkingsverband en de gemeente worden uitgenodigd, waarbij de initiatiefnemer uitlegt wat zij van plan is en waarbij u en de overige genodigden de kans krijgen om erop te reageren. Als de initiatiefnemer dit niet kan aantonen bij de bekostigingsaanvraag, dan moet de aanvraag tot bekostiging volgens u worden afgewezen. U bent van mening dat er geen sprake is van een uitnodiging zoals aangegeven in de Memorie van Toelichting omdat er alleen een algemene uitnodiging is verstuurd naar een aantal random geselecteerde mensen, waaronder een aantal medewerkers van uw stichting. U meent hier bevestiging van te vinden van de gemeente Brielle omdat ook zij volgens u van mening zijn dat de inhoud van het overleg niet is vormgegeven zoals bedoeld door de wetgever. Op basis hiervan stelt u zich op het stand punt dat er geen sprake is van een uitnodiging aan het bestuur om tot een overleg te komen en wordt er daarom niet voldaan aan de uitnodigingsplicht. De aanvraag voor bekostiging had volgens u dan ook moeten worden afgewezen. U voert aan dat hetgeen in het bestreden besluit is gesteld over de uitnodigingsplicht, wat u de uitnodigingsplicht van de gemeente noemt, dit niet anders maakt.

Ondanks dat er in artikel 74, tweede lid en onder c, van de WPO, geen vormvereisten zijn gesteld aan de uitnodigingsplicht, betekent dat volgens u niet dat kan worden volstaan met een algemene uitnodiging voor een digitate informatieavond. Op geen enkele wijze wordt inhoud gegeven aan het vereiste overleg en de mogelijkheid om tot nadere afspraken te komen, waaronder de mogelijkheid om het gevraagde onderwijs binnen de bestaande scholen te realiseren en verdere versnippering van het onderwijsaanbod te voorkomen. Na bestudering van de documenten die u ter inzage hebt ontvangen, merkt u op dat de uitnodiging voor de online bijeenkomst in de laatste week van de zomervakantie is verstuurd en dat de bijeenkomst plaatsvond in een voor de meeste scholen drukke periode. Verder denkt u dat de uitgenodigde personen van uw bestuur misschien zijn uitgenodigd omdat u

Pagina 2 van 8

samen met belanghebbende in het verleden aan een project hebt gewerkt. U blijft erbij dat de uitnodiging aan het bestuur had moeten zijn gericht. Daarom hebt u de uitnodiging niet gezien als een uitnodiging voor een bestuurlijk overleg. Ook zijn niet alleen de scholen binnen het vestigingsgebied uitgenodigd, maar ook ouders en de gemeente. Hoewel op de agenda vermeld staat dat het onderwerp `samenwerking' wordt besproken, wordt enkel de Lokale Educatieve Agenda en hoe de school in de bestaande samenwerking denkt te kunnen participeren besproken. Dit kan niet worden beschouwd als een uitnodiging en overleg als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder c, van de WPO. Omvang van het voedingsgebied U bent van mening dat het voedingsgebied te ruim is genomen. De belangstellingsmeting heeft ogenschijnlijk plaatsgevonden binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk binnen een straal van zes kilometer is gelegen van de plaats van vestiging, maar in de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat er moet worden uitgegaan van een voedingsgebied dat aansluit bij de afstand die het merendeel van de leerlingen in Nederland naar school reist.

U meent dat hier een duidelijk verband wordt gelegd tussen de school en de reisafstand en dat in dit geval geen rekening is gehouden met het feit dat de Nieuwe Waterweg moet worden overgestoken. De Nieuwe Waterweg kan worden overgestoken door gebruik te maken van een veerpont of door gebruik te maken van de veel verder gelegen Beneluxtunnel. In de praktijk wordt gebruik gemaakt van de route via de tunnel. Hierdoor kan de reisafstand oplopen naar 30 kilometer of meer. Belanghebbende is hier eveneens van op de hoogte, zo blijkt volgens u uit een reactie van een beleidsadviseur die aangeeft niet werkzaam te zijn in de regio Brielle. Eveneens blijkt dat de berekening van het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032 en de stichtingsnorm elkaar nauwelijks ontlopen. Dan moet juist aandacht worden besteed aan de wijze waarop het leerlingenaantal c.q. het voedingsgebied wordt berekend. In het bestreden besluit mist u een dergelijke motivering. Ten slotte geeft u mee dat u belanghebbende hebt uitgenodigd om met haar in overleg te treden om zo alsnog een samenwerking in de regio te bespreken. Belanghebbende heeft aangegeven hangende de bezwaarprocedure hier niet op in te willen gaan. Dat is volgens u een keuze van belanghebbende. U verzoekt om het bestreden besluit te heroverwegen en tot afwijzing van de gevraagde bekostiging over te gaan.

Standpunt belanghebbende Naar aanleiding van uw bezwaarschrift heeft belanghebbende een zienswijze ingediend met daarin haar standpunt. Daarnaast heeft belanghebbende haar standpunt kort toegelicht op de hoorzitting. Belanghebbende gelooft in vrijheid van onderwijs en ziet het als onwenselijk als het regionaal onderwijsaanbod maar een aanbieder kent. Dat brengt risico's met zich mee inzake beperking van pluriformiteit van lokaal onderwijsaanbod en van een eenkennige visie op het onderwijs. Met de wet MRvNS heeft belanghebbende ruimte gezien om een nieuwe school te stichten als zij onder meer kan aantonen dat er voldoende interesse bestaat van ouders en leerlingen. Dit heeft zij succesvol kunnen aantonen. Dat niet iedereen in de regio is een gegeven en daar kan belanghebbende niet veel aan veranderen.

. Pagina 3 van 8

Tijdens de aanvraagprocedure heeft belanghebbende zich geconformeerd aan de door DUO uitgegeven 'Handreiking Gesprek in de Regio. De uitgevoerde taken zijn vervolgens inhoudelijk beoordeeld door respectievelijk DUO en de inspectie. In reactie op het bezwaargrond met betrekking tot de uitnodigingsplicht heeft belanghebbende documenten overgelegd om aan te tonen dat er aan alle voorwaarden is voldaan. Verder wijst belanghebbende erop dat het niet aan hen is om te besluiten of genodigden wel of niet aanwezig zijn bij de online bijeenkomst. Het gesprek dat was gepland was alleen bedoeld voor de omliggende besturen, het samenwerkingsverband en de gemeente. Namens de gemeente was er een ambtenaar aanwezig en ook was een van de uitgenodigde besturen aanwezig. Het samenwerkingsverband en bezwaarde waren niet aanwezig. De ouders waren niet uitgenodigd voor dit gesprek. Voor de ouders had belanghebbende op drie andere momenten een informatiedag gepland. Belanghebbende wil ook aangeven dat het gesprek in de regio niet in de avond plaatsvond, maar in de middag. Voor wat betreft de omvang van het voedingsgebied is belanghebbende het eens met bezwaarde dat het voedingsgebied groot is en verwacht belanghebbende niet dat leerlingen uit het centrum van Rotterdam De Verwondering zullen bezoeken.

Maar ook voor dit onderwerp heeft belanghebbende zich gehouden aan de voorwaarden zoals opgenomen in het document 'Handreiking Gesprek in de Regio'. Tenslotte geeft belanghebbende mee ook belang te hechten aan een goede en professionele samenwerking in de regio en met de omringende partijen en stakeholders. Zo is er met de gemeente Brielle een actieve samenwerking op het gebied van huisvesting. Dat belanghebbende niet is ingegaan op uw uitnodiging tot een overleg is omdat belanghebbende van mening is dat het tegenstrijdig is om te spreken van een samenwerking tijdens een lopende bezwaarprocedure. Overwegingen ten aanzien van uw bezwaar Voordat ik toekom aan de overwegingen ten aanzien van uw bezwaar moet worden vastgesteld of u als belanghebbende bent aan te merken bij het bestreden besluit nu u geen geadresseerde van het besluit bent. Daarna zal ik ingaan op de vraag of ik op goede gronden heb besloten om de door belanghebbende gevraagde bijzondere basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de WPO, voor bekostiging in aanmerking te brengen. Ontvankelijkheid Op grond van artikel 7:1 jo. artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende bezwaar maken. Conform artikel 1:2, eerste lid, van de Awb is belanghebbend degene wiens belang rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit. Bezwaarde is een schoolbestuur met scholen in de gemeente Brielle.

Deze scholen zijn gevestigd in het voedingsgebied van de nieuw te stichten bijzondere basisschool, dat wil zeggen in het gebied waaruit het overgrote deel van de leerlingen van de door belanghebbende gevraagde bijzondere basisschool afkomstig zal zijn. Bezwaarde biedt in dit gebied basisonderwijs aan en betrekt leerlingen uit hetzelfde gebied als belanghebbende en heeft daarom een rechtstreeks belang bij het besluit. Het bezwaarschrift is ontvankelijk.

Pagina 4 van 8

Uitnodiciingsplicht Onderdeel van de wet MRvNS is een uitnodigingsplicht voor een initiatiefnemer van partijen in de regio. Het doel is om het contact in de regio te stimuleren omdat een school niet opereert in een vacuum. Dat betekent dat een initiatiefnemer als onderdeel van de aanvraag moet aantonen dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, het samenwerkingsverband waar de initiatiefnemer zich na de start verplicht bij moet aansluiten en de besturen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de school heeft uitgenodigd om met de initiatiefnemer in overleg te treden.1 Op grond van artikel 4, tweede lid, van de Regeling voorzieningenplanning PO 2021 (hierna: de Regeling), moet de uitnodiging zijn verstuurd in de periode van 15 september 2020 tot en met 15 september 2021. Een andere eis die wordt gesteld is dat de initiatiefnemer verplicht is om in de uitnodiging te melden dat het gaat om het voornemen tot het starten van een nieuwe school. Belanghebbende heeft de in de wet genoemde partijen op 23 augustus 2021 per post en per e-mail uitgenodigd voor een digitale bijeenkomst op 8 september 2021.

In beide uitnodigingen heeft belanghebbende de volgende zinsnede opgenomen: "Bij deze hebben wij het genoegen u uit te nodigen voor een online bijeenkomst inzake de oprichting van Basisschool 'De Verwondering Voorne' in BrieIle, voor algemeen bijzonder onderwljs." Ik stel vast dat hiermee wordt voldaan aan het vereiste dat de uitnodiging tijdig aan de verplichte partijen is verstuurd en dat in de uitnodiging kenbaar wordt gemaakt dat er sprake is van het voornemen om een nieuwe school te starten. Ik kan u dan ook niet volgen in uw standpunt dat er niet wordt voldaan aan artikel 74, tweede lid en onder c, van de WPO. Verder merk ik op dat belanghebbende de uitnodiging aan uw bestuur heeft gericht, aan onder andere een bestuurssecretaris, de voorzitter van het College van Bestuur en een directeur. Deze personen vervullen een significante rol in uw organisatie. Ik deel uw mening daarom niet dat er random geselecteerde personen zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het overleg en ik stel vast dat belanghebbende uw bestuur conform de 'Handreiking Gesprek in de regio' heeft uitgenodigd. De wet MRvNS stelt hier geen vormvereisten voor vast. Dat u van mening bent dat een digitale bijeenkomst geen invulling is van de uitnodigingsplicht, maakt dat niet anders.

Nu niemand van uw bestuur heeft deelgenomen aan de informatieavond kan ik ook niet goed volgen hoe u tot nadere afspraken had willen komen om bijvoorbeeld verdere versnippering van het onderwijsaanbod te voorkomen. Dat de uitnodiging is verstuurd in de laatste week van de zomervakantie en dat de informatieavond plaatsvindt in een voor scholen drukke periode is geen factor waarop wordt getoetst. Belanghebbende heeft binnen de gestelde termijn, namelijk voor 15 september 2021, een uitnodiging verstuurd en een informatiebijeenkomst gepland. Hierbij zijn ook alle door de wet verplichte partijen uitgenodigd. Dat ook ouders zijn uitgenodigd is een keuze geweest van de belanghebbende. Tijdens de hoorzitting heeft belanghebbende overigens aangegeven dat er geen ouders waren uitgenodigd voor deze bijeenkomst en dat de bijeenkomst in de middag was.

1 Kamerstukken II, 2018-2019, 35 050, nr. 3 p. 45

Pagina 5 van 8

Gezien hetgeen hiervoor overwogen, concludeer ik dat belanghebbende voldoet aan de uitnodigingsplicht zoals opgenomen in artikel 74 van de WPO. Omvanq van het voedingsgebied Voor het meten van de belangstelling wordt in de Wet MRvNS uitgegaan van een voedingsgebied dat aansluit bij de afstand die het merendeel van de leerlingen in Nederland naar school reist. Voor het basisonderwijs geldt dat het merendeel van de leerlingen op het grootste deel van de scholen (ongeveer negentig procent) niet meer reist dan zes kilometer.2 Daarom beslaat het voedingsgebied een straal van zes kilometer rondom de beoogde plaats van vestiging. In artikel 74a, tweede lid, van de WPO, is dit tot uitdrukking gebracht. Het voedingsgebied is afgestemd op hoe ver ouders bereid zijn te reizen voor het basisonderwijs. Het is niet mogelijk om hierin rekening te houden met infrastructurele belemmeringen zoals waterwegen, verkeerswegen of spoorwegen of met de plaatselijke situatie in een specifiek geval. De wet stelt een algemene norm voor de omvang van het voedingsgebied. Het is wellicht mogelijk dat leerlingen die aan de andere zijde van de Nieuwe Waterweg wonen, de gevraagde school niet zullen bezoeken. Maar op grond van de WPO wordt alleen getoetst of de initiatiefnemer de belangstellingsmeting binnen het in de wet bepaalde voedingsgebied heeft uitgevoerd. Dit heeft belanghebbende gedaan.

Er zijn geen verklaringen van ouders met kinderen woonachtig buiten het door de wet bepaalde voedingsgebied betrokken. Verder bent u van mening dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan het geringe verschil tussen het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032 en de stichtingsnorm. In artikel 76, eerste lid, van de WPO is opgenomen dat met de belangstellingsmeting aannemelijk wordt gemaakt dat de te stichten school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door tenminste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende stichtingsnorm. Voor de gemeente Brielle is de stichtingsnorm vastgesteld op 200. Belanghebbende heeft middels het verzamelen van ouderverklaringen aannemelijk gemaakt dat de school in het elfde jaar na indiening van de aanvraag zal worden bezocht door tenminste 200 leerlingen (het precieze aantal kwam uit op 204 leerlingen). Dat er een Bering verschil is tussen de stichtingsnorm en het aantal leerlingen dat is gemeten middels de belangstellingsmeting doet daar niets aan af. Ten slotte wil ik u nog informeren dat uw brief van 23 november 2021 in overleg door DUO is ingenomen als zienswijze bij de aanvraag van belanghebbende. Uw zienswijze is wel degelijk betrokken bij het besluit, maar de inhoud van uw brief gaf geen aanleiding om de aanvraag niet te honoreren.

Omdat in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO is geregeld dat het college van burgemeester en wethouders een zienswijze naar voren kan brengen en de gemeente dat in casu ook heeft gedaan, is de zienswijze van de gemeente in het bestreden besluit wel benoemd en de inhoud daarvan geadresseerd.

2

Kamerstukken II, 2018-2019, 35 050, nr. 3 p. 31

Pagina 6 van 8

Conclusie Op grond van bovenstaande kom ik tot de conclusie dat het besluit van 30 mei 2022 zorgvuldig en op de juiste wijze tot stand is gekomen. Ik heb bij het nemen van het bestreden besluit terecht besloten dat belanghebbende heeft voldaan aan de voorwaarden van de WPO voor het stichten van een bijzondere basisschool. De door u naar voren gebrachte bezwaargronden geven mij Been aanleiding om terug to komen op het besluit. Hoogachtend, de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, namens deze, de hoofddirecteur Uitvoering van de Dienst Uitvoering Onderwijs,

W.G.J. Snijders

U kunt tegen deze beschikking beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019, 2500 EA DEN HAAG. Het beroepschrift moet binnen 6 weken na de dag waarop de beschikking u is toegezonden aan de Afdeling worden gestuurd.

Pagina 7 van 8

Wettelijk kader

Ingevolge artikel 74, eerste lid, van de WPO, kan een bevoegd gezag bij de minister een aanvraag indienen voor bekostiging van een openbare en een bijzondere school. De aanvraag vermeldt of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft en wat de beoogde plaats van de vestiging van de school is. Ingevolge het tweede lid, onderdeel a, gaat de aanvraag vergezeld van een belangstellingsmeting als bedoeld in artikel 74a van de WPO. En in het tweede lid, onderdeel c, is opgenomen dat de aanvraag vergezeld dient te zijn van een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, het samenwerkingsverband en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de school zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. Ingevolge artikel 74a van de WPO wordt de belangstellingsmeting, als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel a, van de WPO, uitgevoerd aan de hand van hetzij ouderverklaringen dan wel, in bij ministeriele regeling te bepalen gevallen, een marktonderzoek.

De belangstellingsmeting geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar van de indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de WPO, en vindt plaats binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging van de school. De aanvraag dient op grond van artikel 75, eerste lid, van de WPO ingediend te worden voor 1 november. De inspectie adviseert de minister of de aanvraag voldoet aan de verplichtingen bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel b, van de WPO. De minister controleert op grond van het derde lid of de belangstellingsmeting, als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel a, van de WPO juist en volledig is en besluit op basis van de aanvraag, bedoeld in artikel 74 eerste en tweede lid, en de voor de school geldende stichtingsnorm, bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de WPO voor 1 juni of de school met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar vo►gende op het besluit van de minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Regeling voorzieningenplanning PO 2021, dient uit het document als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO, te blijken dat de in dat lid bedoelde partijen zijn gevraagd om te overleggen over de aanvraag, waarbij de voorgestelde datum van het overleg dient te liggen in de periode van 15 september in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 14 september van het kalenderjaar van de aanvraag.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12541308/1