Bijlage 2. Nota van beantwoording
Tekst van het document
Ontwerp - Nota van beantwoording •
Zienswijzen op het concept-ontwerp wijziging Gemeenschappelijke Regeling MRDH
Inleiding Op 18 januari 2022 zijn de Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen gepubliceerd. Deze wijziging is op 1 juli 2022 in werking getreden. De MRDH heeft twee jaar de tijd gekregen om, vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wet, de Gemeenschappelijke regeling MRDH 2014 in overeenstemming te brengen met deze wet. Daartoe is een concept-ontwerp wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH opgesteld. Zienswijzen De concept-ontwerp wijziging van de gemeenschappelijke regeling is vanaf 11 september 2023 ter zienswijze voorgelegd aan de 21 gemeenteraden van de gemeenten die samenwerken binnen de MRDH. De zienswijzeperiode duurde negen weken en eindigde op 13 november 2023. Van 17 gemeenten is een zienswijze ontvangen, van 4 gemeenten is geen reactie ontvangen. In een aantal gevallen is het ontwerp aangepast op de zienswijzen van de gemeenten. Dan wordt in de reactie van het algemeen bestuur, dit artikel getoond met in rood de wijzigingen. Omdat soms meerdere gemeenten hebben gereageerd op een bepaald artikel, kan het zijn dat er meer rode wijzigingen zichtbaar zijn dan in die specifieke zienswijze wordt gevraagd.
Een aantal gemeenten heeft naar aanleiding van deze zienswijze onderwerpen aangedragen om te behandelen in de evaluatie MRDH2024. Deze zullen door het algemeen bestuur worden meegenomen in die evaluatie. In de Nota van Beantwoording is een lijst opgenomen met de ingebrachte onderwerpen. In de Nota van Beantwoording zijn de volgende afkortingen gehanteerd: • GR = Gemeenschappelijke Regeling van de MRDH • huidige GR = de nu geldende GR • nieuwe GR = het ontwerp dat nu voorligt • Wgr = Wet gemeenschappelijke regelingen • RvO = Reglement van Orde • Va = Vervoersautoriteit • EV= Economisch Vestigingsklimaat • Gremia: o AB = Algemeen bestuur o AcVa = Adviescommissie Vervoersautoriteit o AcEV = Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat Er zijn ook nog twee wijzigingen opgenomen vanwege vergissingen die door de MRDH zelf zijn opgemerkt.
Albrandswaard Van de gemeente Albrandswaard is geen zienswijze ontvangen.
Barendrecht Hierbij ontvangt u onze zienswijze op het ontwerp voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH (hierna: GR MRDH). We kunnen ons goed vinden in de gekozen beleidsarme aanpak van deze wijziging. We geven u met deze zienswijze graag een aantal voorstellen ter verbetering mee. Daarnaast willen we ter voorbereiding op de voorziene evaluatie in 2024 al een aantal aandachtspunten meegeven. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw uitgebreide reactie. Mogelijkheid gemeenten initiëren adviescommissie Het huidige artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) biedt de mogelijkheid om commissies in te stellen die advies kunnen geven aan het algemeen bestuur (hierna: AB). We willen elke gemeenten de ruimte bieden om een adviescommissie te initiëren. Hoewel het onze voorkeur heeft thema’s via de reguliere overleggen te agenderen willen we niet op voorhand een adviescommissie onmogelijk maken. Reactie algemeen bestuur De vier huidige adviescommissies van de MRDH (Va, EV, bezwaarschriftencommissie en Rekeningcommissie) beslaan alle beleidsterreinen van de MRDH. Het staat deelnemers aan de GR altijd vrij, al dan niet gezamenlijk, het algemeen bestuur te verzoeken een extra adviescommissie in het leven te roepen. Die kan dan op dat moment het voorstel van de gemeenten wegen en daarop beslissen.
Deze mogelijkheid tot het instellen van een adviescommissie is op basis van de wet, artikel 24 Wgr, altijd mogelijk. Dit hoeft daarom niet opgenomen te worden in de GR. Participatie/inspreken door burgers Als op dit moment in de RvO van de regeling het onderdeel participatie/ inspreken door burgers is opgenomen, dan moet dat nu in de regeling worden opgenomen. De mogelijkheid voor inspreken door burgers in het algemeen bestuur dienen we altijd mogelijk te maken in het kader van transparant en toegankelijk besturen. Reactie algemeen bestuur We delen het belang zoals u dat beschrijft. Deze onderdelen zijn in de wijziging van de GR opgenomen (artikel 2:2a Inspraak door belanghebbenden en ingezetenen). Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden; schriftelijke vragen raadsleden Wij achten het onwenselijk dat raadsleden schriftelijke vragen direct stellen aan de MRDH. Dit ondermijnt naar onze mening de controlerende functie van de raden ten opzichte van de colleges. Raadsleden kunnen via hun vertegenwoordiging in de Adviesraden zaken agenderen en voor hun controlerende taak dit via de bestuurders van hun gemeente laten lopen. Reactie algemeen bestuur Uiteraard is het niet de bedoeling om met de wijziging van de GR de gemeentelijke controle en verantwoordingslijnen te doorkruisen. De MRDH is verlengd lokaal bestuur. Art.
2.2 voorziet alleen in het geval dat de raden of raadsleden informatie direct van de bestuursorganen van de MRDH wensen te verkrijgen. Daarbij worden de vertegenwoordigers van uw gemeenten dus aangesproken in de rol van bestuurder van de MRDH. Dit is overigens in lijn met de huidige praktijk binnen de GR.
Uiteraard kunnen raden en raadsleden hun eigen vertegenwoordigers in de MRDH bevragen op grond van de Gemeentewet en de daaruit voortvloeiende verantwoordingslijnen. Dit staat los van dit artikel waar juist bevraging van het MRDH bestuur aan de orde is en deze zelfde mensen dus als MRDH-bestuurder worden bevraagd. Er wordt daarom voorgesteld dit artikel als volgt te verduidelijken. Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, door middel van toezending van die informatie aan de voorzitters van de vertegenwoordigende organen via de griffie. De begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda’s, de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling dienen in ieder geval beschouwd te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd. 3.
De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH Metropoolregio, vanuit diens rol van bestuurder van de Metropoolregio, op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De bevraagde vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord. Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. 4. De onder het derde lid beschreven procedure wijzigt of vervangt niet de mogelijkheden, noch de procedures vanuit de Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving die de vertegenwoordigende organen hebben vanuit de controlerende functie naar hun eigen gemeentelijke bestuursleden die als lokale vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de Metropoolregio zitting hebben. 5. De onder het derde lid gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. 6.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld in artikel 2:7. Input evaluatie De inzet is zoals aangegeven in de aanbiedingsbrief een beleidsarme doorvoering van de wijzigingen van de Wgr in de GR MRDH. De MRDH wil in 2024 een evaluatie uitvoeren, daarbij zullen zaken die van invloed zijn op de GR MRDH opnieuw worden voorgelegd via een zienswijze procedure. Twee aandachtspunten geven we op voorhand graag mee ter agendering bij de evaluatie van de MRDH: • Het huidige artikel 24 van de Wgr biedt de mogelijkheid om commissies in te stellen die advies kunnen geven aan het algemeen bestuur. Het kan wenselijk zijn om ruimere mogelijkheden te creëren voor het instellen van commissies, ook op initiatief van enkele gemeenten. Dit kan een bespreekpunt zijn bij de evaluatie. • Artikel 6.2 gaat in op de aanpak en kosten bij eventuele uittreding van een gemeente. Nu staat "Het dagelijks bestuur benoemt daartoe een projectgroep onder leiding van een onafhankelijke extern financieel deskundige". De kosten hiervoor zijn voor de uittredende partij. Bespreekpunt bij evaluatie is dat algemeen bestuur en uittreder gezamenlijk komen tot de keuze van een deskundige.
Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de input voor de Evaluatie GR 2024. Wij zullen deze inhoudelijke punten meenemen in dat proces.
Capelle aan den IJssel Van de gemeente Capelle aan den IJssel is geen zienswijze ontvangen.
Delft Positieve aanpassingen in de werkwijze rond de adviescommissies Wij maken van de gelegenheid gebruik om ook ons positieve geluid te laten horen over enkele (recente) aanpassingen in de werkwijze, waarmee de leden van de adviescommissies: - een inhoudelijke jaarplanning ontvangen, waarbij ook de planning van de bestuurscommissies is betrokken. - vaker op de agenda van de vergadering kunnen zien hoe bespreking is voorzien, wat het doel is van bespreking, en op welke wijze advisering wordt gevraagd. - een preadvies ontvangen met een bundeling van adviesvoorstellen die vooraf door de leden uit hun midden zijn aangedragen. - t.b.v. advisering aan het algemeen bestuur na een zienswijzeprocedure een agendapost ontvangen, met daarin ‘rode draden’ uit de zienswijzen - via de ontvangst van bestuursrapportages meer tussentijds inzicht in de voortgang van beleidsuitvoering en de financiën hebben. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve feedback. Algemeen Voor zover de nieuwe Wgr vereist om een werkwijze vast te leggen (namelijk ten aanzien van zienswijzen, participatie, informatieplicht, evaluatie en uittreding) ondersteunt Delft veelal de manier waarop u de bestaande reglementen en de werkpraktijk met betrekking tot deze onderwerpen heeft vertaald naar ontwerp-wijzigingen van de GR MRDH.
Tevens spreken we onze steun uit ten aanzien van het voorgenomen gesprek over burgerparticipatie bij evaluatie 2024, zoals ook door de MRDH-Adviescommissies is geadviseerd. Uw wijzigingen zijn vooral technisch van aard. Wij zien wel graag een aantal verduidelijkingen en aanscherpingen in de vertaling van de Wgr-vereisten naar de GR MRDH en uw (beleidsarme) aanpassingen. Daarbij ligt onze focus op de versterking van de rol van gemeenteraden en hun vertegenwoordigers in de MRDH-Ac’s: via informatievoorziening en de impact van hun kaderstelling en advisering. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw positieve reactie en input. Informatie-en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden Zienswijze: verduidelijking procesvoorstel rond de informatieplicht. Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden, GR Artikel 2:2 De Wgr-bepalingen over de passieve informatieplicht (informatie n.a.v. vragen) vult u in via artikel 2.2. lid 3 ontwerp-GR. Uw ontwerp-artikel gaat ervanuit dat vragen van raadsleden aan het MRDH-algemeen bestuur in eerste instantie schriftelijk aan het eigen AB-lid (in praktijk collegelid) worden gesteld en door dat AB-lid worden beantwoord, waarbij de
MRDH terstond wordt geïnformeerd over vraag en antwoord. Dit grotendeels overeenkomstig de huidige werkwijze in het Reglement van orde van het MRDH-AB. Het huidige reglement van orde van het AB biedt wel meer mondelinge naast schriftelijke mogelijkheden voor vragen en antwoorden. In de wijze waarop die informatieverstrekking wordt voorgesteld zien wij de informatieplicht van het college op grond van de Gemeentewet en die van het AB/DB op grond van de Wgr door elkaar lopen. Dit inzicht komt voort uit aandachtspunten geuit door de Raad van State voor vaststelling van de Wgr en uit de ervaring dat andere GR-en kiezen voor een andere invulling van de Wgr-verplichting. Na een verhelderend overleg met uw medewerker, vragen wij u om de werkwijze in artikel 2:2 en de toelichting daarbij aan te passen of te verduidelijken, qua: - de twee rollen van waaruit collegeleden bevraagd worden door raadleden en/of antwoord geven: (1) als lokale (Delftse) vertegenwoordiger in het MRDH-bestuur (Gemeentewet/Verlengd lokaal bestuur) of (2) als MRDH-bestuurder (Wgr). - de mogelijkheid van mondelinge (naast schriftelijke) informatie-uitwisseling, in elk geval in de rol van het collegelid als lokale vertegenwoordiger. - in welke van bovenstaande gevallen de GR-wijziging beoogt dat een afschrift van vraag aan en antwoord door collegeleden over de MRDH, dient te worden gezonden aan de MRDH t.b.v.
online publicatie door de MRDH. De noodzaak tot deze verduidelijkingen in artikel 2:2 zijn een direct gevolg van de wijze van implementatie van de Wgr en kunnen niet wachten tot de evaluatie van 2024. Reactie algemeen bestuur Uiteraard is het niet de bedoeling om met de wijziging van de GR de gemeentelijke controle en verantwoordingslijnen te doorkruisen. Art. 2.2 voorziet alleen in het geval dat de raden of raadsleden informatie direct van de bestuursorganen van de MRDH wensen te verkrijgen. Daarbij worden de vertegenwoordigers van uw gemeenten dus aangesproken in de rol van bestuurder van de MRDH. Dit is overigens in lijn met de huidige praktijk binnen de GR. Uiteraard kunnen raden en raadsleden hun eigen vertegenwoordigers in de MRDH bevragen op grond van de Gemeentewet en de daaruit voortvloeiende verantwoordingslijnen. Dit staat los van dit artikel waar juist bevraging van het MRDH bestuur aan de orde is en deze zelfde mensen dus als MRDH-bestuurder worden bevraagd. Er wordt daarom voorgesteld dit artikel als volgt te verduidelijken. Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, door middel van toezending van die informatie aan de voorzitters van de vertegenwoordigende organen via de griffie. De begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda’s, de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling dienen in ieder geval beschouwd te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd. 3. De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH Metropoolregio, vanuit diens rol van bestuurder van de Metropoolregio, op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De bevraagde vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het
daarop gegeven antwoord. Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. 4. De onder het derde lid beschreven procedure wijzigt of vervangt niet de mogelijkheden, noch de procedures vanuit de Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving die de vertegenwoordigende organen hebben vanuit de controlerende functie naar hun eigen gemeentelijke bestuursleden die als lokale vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de Metropoolregio zitting hebben. 5. De onder het derde lid gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. 6. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld in artikel 2:7. Zienswijze bij toezendingstermijn stukken Zienswijze bij toezendingstermijn stukken Algemeen bestuur, GR Art 2:3 U stelt voor de termijn voor toezending van voorstellen van het DB aan het AB formeel te verkorten van tenminste acht naar tenminste twee weken voor vaststelling door het AB.
Daarbij behoudt u de uitzondering voor spoedeisende gevallen (waarmee een kortere termijn mogelijk is). Dit is overeenstemming met de huidige werkwijze. Wij hebben twee randvoorwaarden bij uw voorstel tot formalisatie van de kortere toezendingstermijn. Dit om ruggenspraak en voorbereiding vanuit de kaderstellende en controlerende rol van de raden voor de diverse MRDH-gremia mogelijk te houden en te verbeteren: - Wij zien graag dat u het frequent gebruik van de spoed-route beperkt (minder nazendingen). Wij verzoeken u daartoe bij bovengenoemde clausule over spoedeisendheid een orde-regel op te stellen en deze orde-regel ook toe te passen op vergaderingen van andere MRDH-gremia. - Wij verzoeken u in het geval AB-advisering door de Ac’s, de vergaderingen van deze Ac’s te laten plaatsvinden tenminste 1 week voor behandeling in het DB en dit vast te leggen. Wij verzoeken u dezelfde termijn te hanteren voor de advisering door de AC aan de BC: deze dient dus ten minste 1 week voor het presidium plaats te vinden. De DB- en presidium-leden kunnen de AC-adviezen dan bij hun voorbereiding betrekken. Dit betreft minimale termijnen, met het oog op behoud van reëel doorlooptijden van processen.
Wij begrijpen dat dit zeker bij de AC-advisering over de zienswijzen bij de begroting jaarlijks een specifieke planning zal vereisen, vanwege enerzijds de wettelijk verlengde zienswijzeperiode voor de GR-begroting (+4 weken) en anderzijds de overlap van het zomerreces met de verlengde periode tot aanlevering van de begroting aan de provincie (15 september i.p.v. 1 augustus). In eerdere jaren heeft u de begroting veelal in de voorlaatste week van maart vrijgegeven voor zienswijzen. Behandeling van de zienswijzen in de Ac’s zal het ene jaar voor en het andere jaar na het reces moeten plaatsvinden, vanwege de recesplanning die volgend is aan de Nederlandse schoolvakantie spreiding. Deze aanpassing sluit direct aan op het doel van de Wgr (versterken raadskaders/controle) en aandachtspunten uit eerdere evaluaties van de GR. Directe invoering is dus passend. Mocht er vervolgens in de praktijk een nadere optimalisatie van deze termijn en werkwijze nodig blijken, kan dat alsnog worden meegenomen bij de evaluatie van 2024. Reactie algemeen bestuur Ten aanzien van het eerste punt merken we op dat de MRDH nazendingen zoveel mogelijk wil beperken en beperkt. Echter soms is het zo dat, gezien de dringendheid van
een besluit of de actuele situatie waarop snel moet worden gereageerd, een nazending eigenlijk onvermijdelijk is. De MRDH werkorganisatie streeft ernaar dit toch zo weinig mogelijk voor te laten komen, niet in de laatste plaats omdat het ook voor die werkorganisatie een veel grotere belasting van het ambtelijk apparaat betekent. De MRDH streeft altijd naar een zo tijdig mogelijke toezending van de stukken en dat de vergaderingen van de gremia qua ritme en doorlooptijd goed op elkaar aansluiten. Echter het is elk jaar weer een uitdaging om met zoveel afgevaardigden van gemeenten geschikte vergaderdata te vinden. Bij een advies van de adviescommissie is er doorgaans sprake van twee vergadercycli die door elkaar lopen, waardoor ook in 2024 heel soms zal voorkomen dat het voorstel van Delft niet altijd haalbaar is. Met betrekking tot de planning van de begroting wordt er zoveel mogelijk rekening mee gehouden dat adviescommissies voorafgaand aan het dagelijks bestuur worden gepland. Omdat de datum van 15 september erg kort op het einde van het zomerreces valt zal dit niet in alle gevallen mogelijk zijn, bijvoorbeeld als de schoolvakantie in deze regio laat valt.
Zienswijze bij sturing via de ‘werkplanfunctie’ van de MRDH-begroting Strategische Agenda, Artikel 3:2 U stelt aanpassing van het artikel voor: Het woord ‘werkplan’ is vervangen door het woord ‘begroting’: “Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een begroting {voorheen stond hier werkplan} vast op basis van de Strategische Agenda”. Wij stellen daarbij de volgende verduidelijkende aanvulling voor: “De informatie in de MRDH-begroting en -jaarrekening dient de gemeenteraden in staat te stellen om zo nodig bij te kunnen sturen op de ambities en activiteiten uit de Strategische Agenda.” Dit geeft expliciet positie aan een belangrijk aandachtspunt vanuit de gemeenten vanuit de zienswijzeprocedure bij de Strategische Agenda, dat omarmd is door het AB, namelijk de sturing door de gemeenteraden bij de uitvoering van de zes opdrachten uit de Strategische Agenda. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw suggestie. De jaarrekening komt echter al expliciet terug in artikel 4:2 Administratie. Het algemeen bestuur stelt daarom voor artikel 3:2 lid 2 als volgt aan te vullen, door toevoeging van de navolgende tekst, die met enige aanpassing is gebaseerd op uw voorstel. De aanpassing van uw voorstel is onderstaand zichtbaar gemaakt.
De informatie in de MRDH-begroting en -jaarrekening stelt dient de gemeenteraden in staat te stellen om zo nodig bij te kunnen sturen op de ambities en activiteiten uit de Strategische Agenda. Zienswijze: Vergoeding aan de leden van de Adviescommissie Wij stellen u voor een artikel in te voegen met betrekking tot vergoedingen aan de leden van de Adviescommissie, met de volgende strekking: - De leden van de adviescommissies kunnen een door het AB vast te stellen tegemoetkoming in de kosten en/of een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen met inachtneming van de bepalingen in de Wgr. In het kader van de evaluatie kan de eventuele invulling van deze AB-bevoegdheid vervolgens onderwerp van gesprek worden. De gemeenschappelijke regeling vormt door bovengenoemde wijziging niet langer een beperking voor een eventuele implementatie. Reactie algemeen bestuur De huidige adviescommissies van de MRDH, zijn adviescommissies op grond van artikel 24 Wgr. Artikel 24, vierde lid Wgr, zegt over de vergoedingen voor dit soort commissies:
De leden van commissies van advies die geen burgemeester, wethouder of lid van een gemeenteraad zijn kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. (….) Dit betekent dat raadsleden (onze huidige adviescommissieleden) op grond van de wet geen vergoeding kunnen krijgen. We zullen dit punt echter wel meenemen in de Evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling. Steunraadsleden/ burgerraadsleden in Adviescommissies Zienswijze: steunraadsleden/ burgerraadsleden in Adviescommissies Adviescommissies, GR artikel 2:8 Wij zien dat u in praktijk de inzet van steunraadsleden in adviescommissies gedoogd. We weten de Adviescommissies nog niet tot overeenstemming zijn gekomen over het opnemen in de GR van de mogelijkheid tot inzet van steunraadsleden in de adviescommissies. - Wij stellen voor voorlopig in de GR op te nemen dat het al dan niet inzetten van steunraadleden aan afweging van de betreffende raden is en dat raadsleden en steunraadsleden die expliciet zijn aangewezen door de betreffende raad, als afvaardiging uit die raad worden gezien. Reactie algemeen bestuur Hoewel het algemeen bestuur begrip heeft voor de wens van gemeenten om steunraadsleden af te vaardigen voor de adviescommissies, vraagt dit wat het algemeen bestuur betreft om een gedegen afweging in het kader van de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling.
Raadsleden zijn direct door de burger gekozen, steunraadsleden zijn dat niet. Dat betekent dat de werking van de democratische legitimatie verandert als gemeenten steunraadsleden gaan inzetten. Uit de reacties van andere gemeenten en ook uit het eerdere advies van de adviescommissies Va en EV (brief van 8 september 2023) blijkt dat er vele verschillende meningen zijn over het al dan niet accepteren van steunraadsleden als commissielid. Het algemeen bestuur zal dit onderwerp meenemen naar de Evaluatie MRDH 2024. Zienswijze: suggestie besluitvorming geconsolideerde GR, i.p.v. wijziging In uw aanbiedingsbrief uit u het voornemen om de bestuursorganen in de regio een GRwijzigingsbesluit voor te leggen. U heeft al een ontwerp van de geconsolideerde versie van de GR meegezonden, waarin alle wijzigingen en aanpassingen zijn verwerkt. Wij geven u ter overweging die ter besluitvorming aan te bieden, in plaats van een wijzigingsbesluit, en gelijktijdig de oude GR in te laten trekken. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw input. Het algemeen bestuur zal een leesbare en werkbare vorm van een concept- wijzigingsbesluit aan u voorleggen. Vervolg op zienswijze Mocht u onze zienswijze onverhoopt op enig punt niet kunnen over nemen, vernemen wij graag van u een voorstel hoe deze betrokken wordt in het externe onderzoek in het kader van de evaluatie 2024 GR MRDH.
Dit zodat bovengenoemde onderwerpen gespreksonderwerp zijn vanaf de eerste fase van de evaluatie. Wij hebben onze zienswijzen gegeven bij uw voorstellen tot vertaling van de vereisten uit de WGR en uw overige (beleidsarme) aanpassingsvoorstellen in de GR. Onze andere voorstellen tot aanpassing van de wijze van samenwerking als MRDH-gemeenten, zullen wij inbrengen tijdens de uitvoering van de evaluatie van de GR in 2024. Ondanks verbeteringen afgelopen jaren is er volgens ons zeker nog terrein te winnen om als MRDH-gemeenten zowel de legitimiteit als de effectiviteit van de samenwerking te versterken.
Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw actieve houding ten opzichte van de samenwerking en mogelijke verbeteringen daarop. Uiteraard worden alle inhoudelijk onderwerpen die nu niet meegenomen worden in de wijziging van de GR ingebracht als onderwerp in de Evaluatie GR 2024. Hiertoe is in deze Nota van Beantwoording een lijst met in de zienswijze aangedragen onderwerpen voor de evaluatie opgenomen.
Den Haag Als zienswijze op de Wijziging Gemeenschappelijke Regeling MRDH vast te stellen dat de raad akkoord gaat met de voorgestelde wijzigingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen. Evaluatie GR 2024 Den Haag kan zich vinden in de beleidsarme insteek van het concept-ontwerp van de gewijzigde GR en kijkt uit naar de evaluatie GR MRDH en gaat er hierbij vanuit dat deze evaluatie een beleidsrijke insteek heeft. Den Haag benadrukt het belang om de democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners nadrukkelijk mee te nemen in het onderzoek. Ook ziet Den Haag graag dat de resultaten van het Haagse Rekenkameronderzoek, waarin de MRDH met twee andere vervoersautoriteiten wordt vergeleken (RIS 316706), worden meegenomen in de evaluatie. Daarop aansluitend zou Den Haag graag zien dat de volgende onderzoeksvragen een plek krijgen in dit onderzoek: a. Hoe is de borging van de democratische legitimiteit en betrokkenheid van Raden in de MRDH ten opzichte van andere bestuursvormen, waaronder een regioraad? b. Welke mogelijkheden zijn er om de inspraak en burgerparticipatie in de MRDH te vergroten? Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de ondersteuning van de beleidsarme insteek van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.
De Evaluatie 2024 is inderdaad de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, hier worden de onderwerpen democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners in meegenomen. Op 3 november 2023 heeft het algemeen bestuur het plan van aanpak vastgesteld voor de evaluatie. Het externe onderzoeksbureau wat het factbased onderzoek zal uitvoeren zal ook gewezen worden op het onderzoek van de Rekenkamer Den Haag. Eveneens zullen aan het onderzoeksbureau uw suggesties met betrekking tot het factbased onderzoek van de Evaluatie meegegeven worden. Hiertoe is aan het einde van deze Nota van Beantwoording een lijst met in de zienswijze aangedragen onderwerpen voor de evaluatie opgenomen. Participatie De MRDH te verzoeken om uiterlijk in 2025 te starten met een verbeterde vorm van participatie waarbij bewoners meer gehoor kunnen vinden bij de tafels waarop besluiten worden genomen; Reactie algemeen bestuur Vanwege de beleidsarme insteek van deze wijziging is ervoor gekozen om nu de mogelijkheden voor burgerparticipatie op te nemen, die al waren opgenomen in de reglementen van orde van de verschillende gremia van de MRDH. Participatie is één van de onderwerpen waarover tijdens de Evaluatie 2024 nader met elkaar het gesprek over gevoerd zal worden. Na afronding van dit gesprek zal duidelijk zijn hoe de MRDH in de toekomst met participatie om zal gaan.
Mogelijk kan dit dan leiden tot een aanpassing van de GR.
Krimpen aan den IJssel Het is positief om te zien dat de MRDH vooroploopt in het toepassen van de wijziging wet Gemeenschappelijke Regeling. Dat bijna alle wijzigingen al zijn opgenomen in de GR MRDH sterkt onze overtuiging dat we op de juiste weg zitten met onze samenwerking. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw zienswijze en uw positieve reactie. Reactie op voorstellen van de adviescommissies ter voorbereiding op de evaluatie Wij achten het voor onze gemeente onwenselijk dat raadsleden schriftelijke vragen direct stellen aan de MRDH. Dit ondermijnt naar onze mening de controlerende functie van de raden ten opzichte van de colleges. De raden wijzen de burgemeesters en portefeuillehouders aan als leden van respectievelijk het algemeen bestuur en de bestuurscommissies. De collegeleden zijn daarmee het verantwoordelijke aanspreekpunt voor de raden wanneer zij vragen hebben over (het functioneren van) de GR. Reactie algemeen bestuur Uiteraard is het niet de bedoeling om met de wijziging van de GR gemeentelijke controle en verantwoordingslijnen te doorkruisen. MRDH is verlengd lokaal bestuur. Art. 2.2 voorziet alleen in het geval dat de raden of raadsleden informatie direct van de bestuursorganen van de MRDH wensen te verkrijgen. Daarbij worden de vertegenwoordigers van uw gemeenten dus aangesproken in de rol van bestuurder van de MRDH.
Dit is overigens in lijn met de huidige praktijk binnen de GR. Uiteraard kunnen raden en raadsleden hun eigen vertegenwoordigers in de MRDH bevragen op grond van de Gemeentewet en de daaruit voortvloeiende verantwoordingslijnen. Dit staat los van dit artikel waar juist bevraging van het MRDH bestuur aan de orde is en deze zelfde mensen dus als MRDH-bestuurder worden bevraagd. Er wordt daarom voorgesteld dit artikel als volgt te verduidelijken. Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, door middel van toezending van die informatie aan de voorzitters van de vertegenwoordigende organen via de griffie. De begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda’s, de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling dienen in ieder geval beschouwd te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd. 3.
De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH Metropoolregio, vanuit diens rol van bestuurder van de Metropoolregio, op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De bevraagde vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord. Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit
bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. 4. De onder het derde lid beschreven procedure wijzigt of vervangt niet de mogelijkheden, noch de procedures vanuit de Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving die de vertegenwoordigende organen hebben vanuit de controlerende functie naar hun eigen gemeentelijke bestuursleden die als lokale vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de Metropoolregio zitting hebben. 5. De onder het derde lid gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. 6. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld in artikel 2:7. Reactie op voorstellen van de adviescommissies ter voorbereiding op de evaluatie Het aanwijzen van burgerraadsleden als adviescommissieleden achten wij eveneens als onwenselijk. De waardevolle inzet van niet-gekozen inwoners is gericht op het ondersteunen en versterken van gemeenteraadsfracties. De inzet is niet gericht op de vertegenwoordiging van de gemeente in regionale verbanden. Reactie algemeen bestuur Het inzetten van steunraadsleden is als onderwerp niet beleidsarm. Raadsleden zijn direct door de burger gekozen, steunraadsleden zijn dat niet.
Dat betekent dat democratische legitimatie verandert als gemeenten steunraadsleden gaan inzetten. Uit de reacties van andere gemeenten en ook uit het eerder advies van de adviescommissies Va en EV blijkt dan ook dat er vele verschillende meningen zijn over het al dan niet accepteren van steunraadsleden als commissielid. Daarom past dit onderwerp meer bij de evaluatie GR 2024. Het algemeen bestuur zal dit onderwerp meenemen. Aanvullingen voor het concept-ontwerp Wij stellen voor om ‘gevraagd en ongevraagd’ toe te voegen aan de tekst van artikel 2:2, eerste lid, voor de tekst ‘alle informatie’. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw suggestie, deze neemt het algemeen bestuur over. Dit is toegevoegd aan het betreffende artikel 2:2. Aanvullingen voor het concept-ontwerp Wij missen in artikel 5;3 de verplichting dat de zorg voor het archief gebeurt met inachtneming van artikel 40, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen archiefregeling en wie deze archiefregeling geeft. Reactie algemeen bestuur Artikel 40, eerste lid van de Archiefwet 1995 stelt: “Een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 1989, 571) houdt ook een voorziening in omtrent de zorg voor de archiefbescheiden van bij die regeling ingestelde openbare lichamen of gemeenschappelijke organen.” Dit is precies wat artikel 5:3 beoogt, een aanpassing van de GR is daarmee niet nodig.
Het stellen van een archiefregeling of verordening is een bevoegdheid die vanuit de gemeenschappelijke regeling al bij het algemeen bestuur ligt. Voor alle duidelijkheid zal dit worden toegevoegd aan artikel 5:3. Het voorstel wordt dan: Artikel 5:3 Archief 1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Metropoolregio. 3. De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Metropoolregio voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.
5. De archivaris van de gemeente Rotterdam is belast met het toezicht op het beheer van de in het tweede lid genoemde archiefbescheiden. Wij merken op dat bij artikel 6:4 de titel ‘Opheffing’ is weggevallen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de oplettendheid, dit is gecorrigeerd bij het betreffende artikel 6:4. Evaluatie, artikel 8:1 Wij stellen voor om artikel 8:1 Evaluatie te wijzigen in: a. Het algemeen bestuur kan, op verzoek van één of meerdere gemeenteraden, ieder vierde jaar van een zittingsperiode bepalen dat het omschreven doel van de regeling, het functioneren van de organisatie en/of de samenwerkingsrelatie met de deelnemers wordt geëvalueerd. Het algemeen bestuur, indachtig het belang van alle deelnemende gemeenten, beziet en beslist hoe aan een verzoek gehoor kan worden gegeven. Het verslag van een evaluatie vergezeld van conclusies en aanbevelingen wordt gedeeld met de colleges van B&W en de gemeenteraden van de deelnemers. b. Het dagelijks bestuur kan het functioneren van (delen van) de interne organisatie van de MRDH evalueren en daarvan verslag uitbrengen aan het algemeen bestuur, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. Dit laatste vooral zodat de periode gelijkloopt met de zittingsperiode van de raden (4 jaar in plaats van 5 jaar).
Daarnaast om ervoor te zorgen dat de raden een expliciete rol hebben in het opstarten van evaluatie vanuit hun controlerende taak. Dit is naar onze mening passend in de geest van de wetswijziging die tracht om de positie van de raden te versterken ten opzichte van de gemeenschappelijke regelingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw suggestie. De suggestie onder a en b zijn passend bij de evaluatie in 2024. In deze Evaluatie 2024 gaat het algemeen bestuur graag in gesprek hoe in het vervolg de evaluatie vorm kan krijgen. Evaluatie GR MRDH 2024 Wij kijken uit naar de evaluatie in 2024. Dat is het moment om met elkaar het inhoudelijke gesprek te voeren over hoe we onze samenwerking verder gaan verbeteren en de toekomst van deze samenwerking vormgeven. Reactie algemeen bestuur Ook het algemeen bestuur kijkt er naar uit om met alle deelnemende gemeenten van gedachten te wisselen over de samenwerking.
Lansingerland In uw brief van 11 september constateert u dat de impact van de wijziging Wgr op de GR MRDH beperkt is, omdat de MRDH als model voor de wetswijziging is gebruikt. Wij delen de opvatting dat de MRDH in dat opzicht inderdaad vooruitstrevend is. Zo werkt de MRDH reeds naar tevredenheid met Adviescommissies, neemt de doorgaans tijdige en volledige informatievoorziening de noodzaak voor een actieve informatieplicht grotendeels weg, en worden gemeenteraden reeds over diverse onderwerpen uitgenodigd om een zienswijze in te dienen. In uw brief stelt u dat de wijziging van de GR MRDH naar aanleiding van de wijziging Wgr beleidsarm zal zijn, en dat een ‘beleidsrijkere’ wijziging volgt naar aanleiding van de
evaluatie die reeds is geborgd in de GR MRDH. Wij constateren dat het niet samenvallen van deze twee wijzigingen, en in het verlengde daarvan de noodzaak om tweemaal een zienswijzeprocedure te starten, ongelukkig is. Tegelijkertijd erkennen wij dat de timing van de implementatie van de wijziging Wgr vanuit de landelijke politiek een factor is die de MRDH moeilijk kan beïnvloeden. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw positieve en uitgebreide reactie. Aanlevertermijnen Ten aanzien van de begrotingscyclus staat de wijziging Wgr een verruiming van de termijn voor waarbinnen gemeenteraden een zienswijze kenbaar kunnen maken. Het achterliggende idee is dat deze verruiming de begrotingsprocessen van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen meer synchroon laat lopen. Volgens de wijziging Wgr krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting in te dienen. In tegenstelling tot de gewekte suggestie blijft deze termijn in de GR MRDH echter ongewijzigd: gemeenteraden kregen, en krijgen, 8 weken de tijd om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen. Wij ervaren echter dat deze termijn in de praktijk niet altijd haalbaar is vanwege de duur van interne besluitvormingsprocessen en de reguliere vergadercycli van de raad.
We roepen de MRDH daarom op om de termijn te verruimen naar 12 weken, zodat gemeenten te allen tijde voldoende ruimte hebben om de zienswijzen op te werken. Reactie algemeen bestuur De wettelijke termijn van 12 weken voor de begrotingscyclus is uiteraard ook van toepassing op de MRDH. Het gewijzigde artikel 35, eerste lid uit de Wgr heeft directe werking en geldt dus al sinds inwerkingtreding van de wet in juli 2022. De MRDH heeft het dan ook al voor het jaar 2023 toegepast. Nu blijkt dat dit artikel toch anders is geïnterpreteerd en tot verwarring heeft geleid zal de volgende verduidelijking in artikel 4:1 worden opgenomen. Artikel 4:1 Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn hierop van toepassing. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken. 2.
Bij wijziging van de begroting wordt slechts een zienswijze gevraagd aan de raden van de deelnemende gemeenten als de inwonerbijdragen van de gemeenten veranderen of er geschoven wordt tussen begrotingsprogramma’s. Alsdan zal de zienswijzetermijn 8 weken bedragen vanaf het moment van aanbieden door het dagelijks bestuur aan de vertegenwoordigende organen van de gemeenten. Tot slot zien wij uit naar de uitkomsten van de evaluatie van de GR, en verwelkomen wij de mogelijkheid om ook daarop een zienswijze in te kunnen dienen. Reactie algemeen bestuur Het doet het algemeen bestuur genoegen om te horen dat u uitkijkt naar de uitkomsten van de evaluatie GR MRDH 2024. Daarbij benadrukken we dat we hier een interactief proces zullen starten, waarbij een formele zienswijze inderdaad het sluitstuk vormt.
Leidschendam-Voorburg Wij danken het algemeen bestuur voor de uitgebreide documentatie en toelichting op de gemaakte wijzigingen. Uit de evaluatie en toelichting blijkt dat de wijzigingen beleidsarm zijn. De raad van Leidschendam-Voorburg zal op basis hiervan geen zienswijze op de voorgestelde wijziging indienen.
Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Maassluis Wij kunnen u melden in te kunnen stemmen met dit ontwerp en af te zien van het geven van een verdere zienswijze. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Midden-Delfland De ontwerp regeling tot wijziging en daarbij behorende bijlagen zijn behandeld in de raadsvergadering van 31 oktober 2023. De gemeenteraad heeft besloten een instemmende zienswijze af te geven. Voor de inhoud en overwegingen verwijzen wij u naar de bijgevoegde ‘raadsoplegger’. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen. Informatieplicht Artikel 17 van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht om een regeling over de informatieplicht op te nemen. Vanuit de beleidsarme implementatie van de gewijzigde wet is de huidige werkwijze overgenomen in de ontwerp-voorstellen. In de huidige praktijk heeft deze werkwijze geen onoverkomelijke problemen opgeleverd. In theorie kan door de opgenomen regeling vertraging ontstaan in de beantwoording. Het indienen van de vragen en de beantwoording daarvan verloopt via de bestuurlijk vertegenwoordiger. Hierdoor kan vertraging ontstaan, die kan oplopen tot 6 weken. Tevens bestaat een mogelijkheid van bewerking van het antwoord dat vanuit de MRDH wordt gegeven. Om de zuiverheid van het proces en de informatie te garanderen is het verzoek om bij de uitvoering van de informatieplicht geen processuele tussenstappen bij gemeenten in te bouwen.
Aanpassing van artikel 2:2 kan meegenomen worden bij de voorstellen die voortvloeien uit de evaluatie van de MRDH waarvan het proces dit najaar start. Reactie algemeen bestuur
Het algemeen bestuur dankt u voor uw kritische bijdrage en uw suggestie. Omdat het voorstel dat u doet afwijkt van de huidige werkwijze binnen de MRDH wordt dit voorstel beschouwd als niet beleidsarm. Zoals u al terecht voorstelt, zal dit onderwerp dan ook meegenomen worden in de Evaluatie 2024. Betrokkenheid maatschappelijke organisaties en inwoners In de huidige maatschappelijke context wordt het betrekken van maatschappelijke organisaties en inwoners bij een deel van de taken van de MRDH steeds belangrijker. Het vastleggen in de GR van de mogelijkheden van het inspreken bij de bestuursorganen is positief. De mogelijkheden om participatie bij beleidsprocessen beter te benutten zijn naar verwachting aanwezig. Het verzoek is dan ook om bij de komende evaluatie van de GR over de mogelijkheden tot verbreding van de inspraak en participatie met elkaar het gesprek aan te gaan. Dit hoeft niet per definitie uit te monden in een wijziging van de GR. De uitkomsten van het gesprek tussen de 21 gemeenten is vooral bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te vergroten door hierbij gebruik te maken van de kennis en betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en inwoners van onze regio. Reactie algemeen bestuur De Evaluatie 2024 is bij uitstek de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen.
De onderwerpen democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners (inspraak en participatie) worden daarin dan ook meegenomen.
Nissewaard Gezien het concept-ontwerp van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (GR) beleidsarm van aard is, delen wij u mee geen zienswijze te zullen indienen. U geeft daarnaast aan binnenkort van start te gaan met de evaluatie van de GR, waarin aan ons de gelegenheid zal worden geboden om onze inbreng te geven. Van deze mogelijkheid zullen wij graag gebruik maken. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen. Het doet het algemeen bestuur genoegen om te horen dat u uitkijkt naar de evaluatie GR MRDH 2024 en dat u in dat proces graag uw inbreng wilt leveren.
Pijnacker-Nootdorp In artikel 2:1 stelt u voor om in de gemeenschappelijke regeling niet meer op te nemen dat de gemeenteraden een zienswijze kunnen indienen op de begroting. Dit begrijpen wij, omdat de verplichting tot het ter zienswijze aanbieden van de begroting reeds via de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geborgd is. In het eerste lid van artikel 4:1 van de ontwerp GR MRDH geeft u aan dat de artikelen 34 en 35 van de Wgr van toepassing zijn. Volgens artikel 35 eerste lid wordt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Echter, mocht u zich aan deze uiterste termijn houden, dan zou behandeling van de zienswijze midden in de zomervakantie vallen en daarmee feitelijk onmogelijk worden. Gelet hierop verzoeken wij u aan artikel 4:1 een lid toe te voegen waarin u opneemt dat u de ontwerpbegroting voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de raden toezendt. Bij het hanteren van deze termijn stelt u ons als gemeenteraden in staat om voor het zomerreces zienswijzen op de ontwerpbegroting aan u kenbaar te maken.
Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur erkent dat de gemeenteraden goed in de gelegenheid moeten zijn om de zienswijze met betrekking tot de begroting kenbaar te maken. Het uitgangspunt van de MRDH bij inwerkingtreding van deze wet op 1 juli 2022 was dan ook om de zienswijzetermijn voor de ontwerpbegroting al voor het zomerreces te laten plaatsvinden. Sinds 1juli 2022 is dit dan ook op deze wijze geïmplementeerd in het zienswijzeproces. U kunt ervan uitgaan dat de zienswijze tijdig verstuurd wordt aan de gemeenteraden zodat behandeling voor het zomerreces mogelijk is. Ten aanzien van de overige door u voorgestelde wijzigingen in ontwerpregeling zijn wij akkoord. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Ridderkerk Zienswijzen bij besluiten Wij zijn van mening dat wij op dit moment al ruime mogelijkheden hebben om invloed uit te oefenen op het beleid. De termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven vinden wij echter te kort gelet op onze eigen vergadercyclus. In de afgelopen jaren heeft Ridderkerk vanwege de krappe termijn noodgedwongen een zienswijze uit laten gaan van het college omdat er geen raadsvergadering haalbaar was binnen de door u gestelde termijn. Wij achten dit onwenselijk. Wij verzoeken u de termijn van ten minste acht weken uit artikel 2:1, derde lid te wijzigen in 10 weken Reactie algemeen bestuur In de GR is destijds om meerdere redenen gekozen voor 8 weken. Een termijn van 8 weken sluit aan bij wat door de wetgever als redelijk wordt beschouwd, zie daarvoor ook artikel 1 van de Wgr waarvoor het aangaan/wijzigen van gemeenschappelijke regelingen ook een zienswijze van 8 weken wordt aangehouden. De MRDH is te allen tijde bereid mee te denken over oplossingen als incidenteel 8 weken niet haalbaar blijken te zijn, zoals dat ook nu al gebruikelijk is. Het algemeen bestuur wenst echter wel vast te houden aan de termijn van 8 weken in artikel 2:1.
Informatieplicht In het artikel 2:2, eerste lid is opgenomen dat de begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda’s, de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling in ieder geval beschouwd dienen te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Om onze rol goed te kunnen vervullen verzoeken wij u om aan de onderwerpen van informatievoorziening in artikel 2:2, eerste lid de verslagen van het algemeen bestuur, de verslagen van de bestuurscommissies en de bij de jaarrekening behorende accountantsrapportage toe te voegen. Reactie algemeen bestuur In artikel 2:2, eerste lid worden de documenten genoemd, die voor een goede beoordeling in ieder geval benodigd zijn. Dat betekent dus ook dat, indien nodig, andere informatie op enig moment als dusdanige informatie kan worden beschouwd en behandeld. De vergaderverslagen zijn allen toegankelijk via de website van de MRDH. De MRDH kijkt naar mogelijkheden om te komen tot een nog betere vindbaarheid op de website. Daarnaast wordt deze informatie te allen tijde verstrekt aan de vertegenwoordigers van de eigen gemeenten in de verschillende gremia. Voor wat betreft de accountantsverklaring,
geldt dat de jaarrekening altijd inclusief de accountantsverklaring wordt gepubliceerd en dus ook op deze wijze aan de gemeenteraden zal worden verstrekt. Voor zover er behoefte is aan een uitgebreidere gedachtewisseling over dit onderwerp wordt voorgesteld dit mee te nemen in de Evaluatie 2024 Evaluatie In artikel 8:1 wordt bepaald dat het algemeen bestuur zorgdraagt voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. In de oude regeling was de vijfjaarlijkse evaluatie gekoppeld aan het oprichtingsjaar 2015. Wij hechten aan een evaluatie in 2024, zeker omdat de voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling beleidsarm is. Wij verzoeken u om die reden aan artikel 8:1 toe te voegen dat het algemeen bestuur vanaf 2024 zorg draagt voor een vijfjaarlijkse evaluatie. Reactie algemeen bestuur In de nieuwe GR staat in artikel 8:1: Artikel 8:1 Periodieke evaluatie Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd.
Daarmee is een vijfjaarlijkse evaluatie gegarandeerd. Omdat in 2024 de eerstvolgende evaluatie plaatsvindt, zal de eerstvolgende evaluatie plaatsvinden 5 jaar later in 2029. Aan uw verzoek wordt dus al voldaan. Aanpassing begrotingscyclus In artikel 4:1, tweede lid van de regeling is bij wijziging van de begroting een zienswijze termijn opgenomen van 8 weken. Evenals bij de zienswijzetermijn bij besluiten van het bestuur van de regeling vinden wij deze termijn te kort. Wij verzoeken u de zienswijzetermijn van 8 weken van artikel 4:1, tweede lid, te wijzigen in een termijn van 10 weken Reactie algemeen bestuur In de GR is destijds om meerdere redenen gekozen voor 8 weken. Een termijn van 8 weken sluit aan bij wat door de wetgever als redelijk wordt beschouwd, zie daarvoor ook artikel 1 van de Wgr waarvoor het aangaan/wijzigen van gemeenschappelijke regelingen ook een zienswijze van 8 weken wordt aangehouden. De MRDH is te allen tijde bereid mee te denken over oplossingen als incidenteel 8 weken niet haalbaar blijken te zijn, zoals dat ook nu al gebruikelijk is. Het algemeen bestuur wenst echter wel vast te houden aan de termijn van 8 weken in artikel 2:1. Overigens komt een dergelijke begrotingswijziging waarbij een zienswijze gehanteerd wordt zelden voor. In de 9 jaar dat de MRDH bestaat is dit pas 1 keer voorgekomen.
De overige voorgestelde wijzigingen van de regeling geven ons geen aanleiding tot het geven van zienswijzen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Rijswijk Uit de begeleidende brief en bijlagen blijkt duidelijk dat de voorliggende wijzigingen in hoofdzaak technisch van aard zijn. Dit is ook de insteek: er is gekozen voor beleidsarme
wijzigingen. Het doel is om onze gemeenschappelijke regeling in overeenstemming te brengen met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en om zaken aan te passen die feitelijk niet meer kloppen of niet meer overeenkomen met de praktijk en werkwijze van de MRDH. Deze beleidsarme insteek doet niet geheel recht aan de doelstellingen van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen om de controlerende en kaderstellende rol van volksvertegenwoordigers bij gemeenschappelijke regelingen te versterken. De raad van Rijswijk onderstreept het belang van dit thema. U geeft aan dat dit thema en ook andere inhoudelijke discussiepunten een plaats krijgen bij de Evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH, die in 2024 wordt gehouden. Indien de evaluatie noopt tot (beleidsrijke) aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling, dan volgt er opnieuw een wijzigingsronde. We ondersteunen deze insteek en spreken de verwachting uit dat het proces rond de Evaluatie van de MRDH ons als volksvertegenwoordigers voldoende gelegenheid biedt voor een zorgvuldige discussie op voor ons inhoudelijk relevante thema’s. Wij adviseren uw bestuur om tijdig en zorgvuldig te starten met de Evaluatie in 2024 waarbij over de wijze van evaluatie volksvertegenwoordigers en hun strategische adviseurs, de griffiers, een belangrijke rol krijgen.
Met betrekking tot de wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH kunnen we instemmen met het voorliggende ontwerp. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de beleidsarme insteek van de wijziging en de voorgestelde wijzigingen. De Evaluatie GR MRDH 2024 is inderdaad de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, waarbij uiteraard ook de raden en de adviescommissieleden betrokken worden bij de relevante thema’s.
Rotterdam We danken u en laten u hierbij weten geen opmerkingen te hebben naar aanleiding van de voorgestelde wijzigingen. De Rotterdamse raad kan zich vinden in de beleidsarme insteek van het conceptontwerp van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en kijkt alvast uit naar de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen en de beleidsarme insteek van de wijziging. Ook het algemeen bestuur kijkt er naar uit om, in het kader van de evaluatie van de GR, met alle deelnemende gemeenten van gedachten te wisselen over de samenwerking. Evaluatie GR MRDH 2024 We vragen u bij de evaluatie in het bijzonder aandacht te geven aan de thema's democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en inwoners bij de MRDH en zouden graag zien dat de volgende onderzoeksvragen worden betrokken bij de komende evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH: • Hoe is de democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden in de MRDH geborgd ten opzichte van andere governancemodellen, in het bijzonder een regioraad? • Welke mogelijkheden zijn er om de inspraak en burgerparticipatie in de MRDH te vergroten? Hierbij gaan wij ervan uit dat de focus van de MRDH gericht is en blijft op haar kerntaken, te weten economisch vestigingsklimaat en verkeer en vervoer.
Wij zien alvast uit naar verdere samenwerking in de toekomst. Reactie algemeen bestuur
De Evaluatie 2024 is bij uitstek de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, hier worden de onderwerpen democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners ook in meegenomen. Op 3 november 2023 heeft het algemeen bestuur het plan van aanpak vastgesteld voor de evaluatie. Het externe onderzoeksbureau dat het factbased onderzoek zal uitvoeren is ook gewezen op het onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam. Eveneens zullen aan het onderzoeksbureau de reflecties van de zienswijzen met betrekking tot het factbased onderzoek van de Evaluatie meegegeven worden. Hiertoe is aan het einde van deze Nota van Beantwoording een lijst met in de zienswijze aangedragen onderwerpen voor de evaluatie opgenomen.
Schiedam Van de gemeente Schiedam is geen zienswijze ontvangen.
Vlaardingen De MRDH gaat in 2024 een algemene evaluatie van de regeling uitvoeren. De belangrijkste overwegingen om de MRDH-samenwerking te optimaliseren vinden plaats op basis van deze algemene evaluatie. De, bij wetswijziging in 2022 geëntameerde, wettelijke prikkels tot mogelijke aanscherping van democratische legitimiteit en vergroting van controle en betrokkenheid van de gemeenteraad komen binnen het kader van die evaluatie aan bod. In dat perspectief heeft de MRDH ervoor gekozen om op dit moment, voor de implementatiedatum van 1 juli 2024, alleen die wijzigingen al door te voeren die ‘technisch’ noodzakelijk zijn van uit de wetswijziging zelf. Andere relevante afwegingen om de mogelijke verbeteringen aan te brengen worden ‘aangehouden’, dan wel opgeschort, om deze te betrekken bij de algemene evaluatie. Vanuit deze ‘beleidsarme’ benadering wordt o.a. een oordeel over suggesties van de Regionale Adviescommissies dan ook doorgeschoven naar de evaluatie in 2024. Wij hebben deze strategie binnen de MRDH eerder ondersteund en wij zien geen aanleiding dat nu anders te doen. Wij stemmen dan ook in met de voorgestelde wijzigingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen en de beleidsarme insteek.
Voorne aan Zee Van de gemeente Voorne aan Zee is geen zienswijze ontvangen.
Wassenaar De raad is akkoord met de door u voorgestelde aanpassingen van de GR MRDH. De raad ziet dat de regeling voldoet aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve zienswijze en de instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Westland Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden In artikel 2:2 derde lid is de praktische uitwerking van het verstrekken van inlichtingen aan de vertegenwoordigende organen opgenomen. U geeft aan dat dit overeenkomstig de werkwijze is zoals reeds is vastgelegd in de reglementen van orde van diverse (bestuurs)vergaderingen. Westland wil dat deze werkwijze volledig wordt doorgevoerd door ook (een uitwerking van) het tweede lid van artikel 35b van het reglement van orde van het algemeen bestuur op te nemen. Dit lid bepaalt dat één of meerdere leden van de raad van een deelnemende gemeente zich direct kunnen richten tot de voorzitter van het betreffende overleg als het verzoek om inlichtingen via de eigen vertegenwoordiging onverhoopt onbeantwoord blijft. Reactie algemeen bestuur Het derde lid van artikel 2:2 luidt: 3. De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDHetropoolregio op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De aangeschreven vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord.