Bijlage 2 Nota beantwoording Zienswijzen Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2024 OUD
Tekst van het document
Op basis van de huidige ontwikkelingen, zoals het grotendeels stopzetten van financiering van het NPLG door de regering, zijn er maar beperkte financiële middelen beschikbaar voor uitvoering van omvangrijke ruimtelijke plannen. En lijken deze de indiener wat te hoog gegrepen. e. De indiener wil de gemeente Voorne aan Zee daarom verzoeken de opgaven en bijwerkingen die betrekking hebben op de agrarische sector te heroverwegen en daar waar mogelijk is af te zwakken. Zodat er ruimte blijft voor de agrarische sector om zich te ontwikkelen, in plaats van deze beperkingen en neventaken op te leggen. En deze niet zondermeer met ruimtelijke opgaves op te zadelen, zonder dit vooraf te toetsen aan een agrarisch verdienmodel. Ook wil de indiener specifieke aandacht vragen voor instandhouding van het huidige agrarische areaal.
47
Beantwoording a. De gemeente Voorne aan Zee erkent het belang van de agrarische sector als drager van het buitengebied en als een essentiële pijler van de lokale economie. Agrariërs spelen een onmisbare rol in het beheer van het landschap en de leefbaarheid van het platteland. In de Omgevingsvisie wordt expliciet benoemd dat de agrarische sector een belangrijke positie heeft binnen de gemeente en dat een gezonde landbouwsector noodzakelijk is voor een vitaal buitengebied. Wij erkennen tevens dat de sector te maken heeft met kritische maatschappelijke discussies en veranderende eisen op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is erop gericht om de sector toekomstbestendig te maken door ruimte te bieden voor innovatie, verduurzaming en economisch sterke bedrijfsvoering. b. Wij begrijpen de zorgen van indiener over de afname van agrarisch areaal en de gevolgen daarvan voor de landbouwsector en aanverwante bedrijven, zoals toeleveranciers en ondersteunende diensten. In de Omgevingsvisie wordt een evenwichtige ruimtelijke inrichting nagestreefd, waarin landbouw, natuur, waterbeheer en andere maatschappelijke opgaven met elkaar in balans worden gebracht. Wij onderkennen dat het behoud van agrarisch areaal van belang is voor de levensvatbaarheid van de sector.
Tegelijkertijd zijn er ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie, die ook een plek moeten krijgen binnen de gemeente. De Omgevingsvisie biedt de kaders om deze belangen zorgvuldig tegen elkaar af te wegen en te zoeken naar oplossingen waarin agrarisch landgebruik en andere functies op een verantwoorde wijze kunnen samengaan. Wij zijn bekend met de gezamenlijke zienswijze van de agrarische sector op VoornePutten met betrekking tot de beperking van het gebruik van agrarisch areaal voor andere doeleinden. Deze inbreng wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van beleid en gebiedsgerichte plannen. c. Indiener geeft in zijn zienswijze aan dat er te gemakkelijk een nevenfunctie of de term "meervoudig ruimtegebruik" aan agrarische ondernemers wordt opgedrongen, zonder een duidelijke financiële onderbouwing. Wij begrijpen de zorgen hierover en erkennen dat dergelijke ontwikkelingen voor agrariërs niet altijd eenvoudig inpasbaar zijn binnen de bedrijfsvoering. De Omgevingsvisie is een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven en dit geeft richting aan toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Concrete financiële uitwerkingen worden niet in de visie zelf opgenomen, maar komen aan bod in latere beleidsprocessen en programma’s.
Waar mogelijk zal in de verdere beleidsontwikkeling rekening worden gehouden met het economisch verdienmodel van agrariërs, zodat eventuele neventaken of aanvullende functies niet leiden tot onhaalbare of onevenredige lasten. Wij staan ervoor open om in overleg met de sector te bekijken hoe meervoudig ruimtegebruik kan bijdragen aan zowel een toekomstbestendige landbouw als andere maatschappelijke doelen, zoals biodiversiteit en waterbeheer. Hierbij wordt gezocht naar oplossingen die bijdragen aan een duurzaam en economisch haalbaar verdienmodel voor agrariërs. d. De opmerkingen van indiener over de mogelijke impact van groene zones en ecologische verbindingen op agrarische bedrijven nemen wij serieus. In de Omgevingsvisie worden diverse groene zones en verbindingen benoemd, onder andere om natuurwaarden te versterken en de biodiversiteit te bevorderen. Wij begrijpen dat dergelijke ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor omliggende agrarische bedrijven, en wij streven ernaar om deze impact zoveel mogelijk te beperken. Bij de verdere uitwerking van ecologische zones en natuurverbindingen 48
wordt rekening gehouden met de belangen van agrarische ondernemers. In veel gevallen zijn er nog keuzes te maken over de exacte ligging en vormgeving van dergelijke zones, en wij zullen hierover in overleg treden met betrokken partijen. Daarnaast zullen wij bij de verdere uitwerking van deze plannen zorgvuldig toetsen welke effecten deze zones kunnen hebben op agrarisch gebruik, om ongewenste beperkingen in bedrijfsvoering te voorkomen. Wij streven naar een integrale aanpak waarbij zowel agrarische als ecologische belangen in balans worden gebracht. e. Ten slotte geeft de indiener aan dat de Omgevingsvisie zeer uitgebreid is en dat ruimtelijke ontwikkelingen vaak langzamer verlopen dan in visies wordt verondersteld. Wij onderkennen dat een visie zoals deze een langetermijnperspectief biedt en dat de daadwerkelijke uitvoering afhankelijk is van vele factoren, waaronder economische ontwikkelingen en beschikbaarheid van financiële middelen. De Omgevingsvisie vormt het kader voor ruimtelijke ontwikkelingen, maar concrete projecten en uitvoeringsplannen worden in latere fases verder uitgewerkt. Hierbij zal steeds opnieuw worden gekeken naar de haalbaarheid en de financiële onderbouwing van de voorgestelde maatregelen.
Wij begrijpen dat recente ontwikkelingen, zoals het grotendeels stopzetten van de financiering van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), invloed hebben op de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen. Dit is een aspect dat wij nauwlettend in de gaten houden en meenemen in de verdere beleidsvorming. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
49
Indiener 37 Zienswijze a. In verband met een gemeentelijke reactie op een eerder verstuurd principeverzoek rondom de mogelijke (her)ontwikkeling van de Dijkweg 5 (3223 LD) Hellevoetsluis, is de focus van de indiener juist op dit gebied gericht. Het valt de indiener op dat de benoemde Groene loper en buffer in ruime zin over het gebied aan de Dijk weg zou kunnen vallen, in de huidige visie ziet de indiener geen duidelijke kaders van deze groene loper. Doordat er geen duidelijke grenzen benoemd lijken te zijn komt bij de indiener de vraag op of het gebied rond de Dijkweg 5 ook binnen deze groene loper zou kunnen vallen. Zo ja, dan heeft dat grote gevolgen voor de toezeggingen die in de reactie op het principeverzoek gedaan zijn, maar mogelijk neemt uw reactie op deze zienswijze de zorg van de indiener al weg. De Groene Lopers en buffer zijn weergegeven op de kaarten van Hellevoetsluis en Nieuwenhoorn. b. Op dit moment valt het de indiener ook op dat de locatie Dijkweg 5 niet met een ster als mogelijke herontwikkeling is aangegeven, ook dat lijkt niet te stroken met de gemeentelijke reactie op het in behandeling zijnde principeverzoek. Beantwoording a. Op de kaart van Hellevoetsluis in de Omgevingsvisie is de arcering ‘zachte stadsrand met flexibele inrichting rond Dijkweg’ opgenomen. Dit houdt in dat de locatie zich dus niet bevindt binnen de ‘Groene Loper’. b.
Momenteel is de locatie van de Dijkweg 5 (3223 LD) Hellevoetsluis niet opgenomen als mogelijke herontwikkelingslocatie. Wel ligt de locatie binnen de arcering ‘zachte stadsrand met flexibele inrichting rond Dijkweg. Deze arcering zorgt ervoor dat er voldoende mogelijkheden worden geboden voor een eventuele herontwikkeling van deze locatie. Zo is onder de ‘Visie op de stads- en dorpsranden’ het volgende opgenomen: In Hellevoetsluis richten we de stadsranden (polderranden) flexibel in. Hier zijn mogelijkheden voor toekomstige stedelijke voorzieningen in combinatie met groen (denk aan een zorgboerderij in het groen). Dit zorgt voor een zachte groene overgang van stad naar het buitengebied. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
50
Indiener 38 Zienswijze a. Indiener concludeert dat de molen in Oostvoorne onderbelicht blijft in de Omgevingsvisie. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee daarom de molen aan de Molendijk te Oostvoorne op te nemen in de ontwerp Omgevingsvisie als toeristisch attractief element en markant historisch rijksmonument in de gemeente Voorne aan Zee. Beantwoording a. De in de gemeente aanwezige molens zijn van een grote cultuurhistorische waarde. De molens zijn dan ook genoemd in deel B onder 4.7 Cultureel en beleefbaar Voorne aan Zee (pagina 58). We zullen de korenmolen Oostvoorne toevoegen aan het lijstje met voorbeelden van cultuurhistorisch waardevolle objecten binnen de gemeente. Nieuw tekstvoorstel in deel A, (pagina 53) Cultureel en beleefbaar Oostvoorne: In de gemeente zijn verscheidene oude molens, kerken en burchten waar men de geschiedenis van Voorne aan Zee kan proeven, zoals de Jacoba Burcht, de oude vuurtoren Steenen Baak, de Sint-Catharijne kerk, de Korenmolen De Hoop en de korenmolen in Oostvoorne. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De Korenmolen wordt opgenomen op de lijst met cultuurhistorisch waardevolle objecten in Oostvoorne.
51
Indieners 39, 40 Zienswijze a. Indiener merkt op dat zij met aandacht de Omgevingsvisie heeft doorgenomen en daarbij het aspect zorgwonen mist. Indiener verzoekt de gemeente het reeds ingediende initiatief aan de Gootseweg 10 op te nemen in de Omgevingsvisie. Beantwoording a. In de Omgevingsvisie wordt, onder hoofdstuk ‘Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee’ omschreven dat de gemeente de opgave en de ambitie heeft om te zorgen voor passende huisvesting van specifieke doelgroepen. Eén van deze doelgroepen is de zorgbehoevenden. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. Concrete verzoeken voor de realisatie van zorglocaties in het buitengebied zullen wij op wenselijkheid en haalbaarheid moeten beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Het door indiener ingediende initiatief wordt op korte termijn door de gemeente beoordeeld. Indiener kan dan ook een separate reactie van de gemeente op dit plan verwachten. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
52
Indiener 41 Zienswijze a. De indiener verzoekt de gemeente de plannen voor zonnepanelen en windturbines te herzien met prioriteit voor alternatieven die natuur en landschap respecteren. b. De indiener verzoet de gemeente om af te zien van huisvesting van expats op bedrijventerreinen. c. De indiener vraagt de gemeente de invloed van Kuiper Compagnons en andere externe adviesbureaus kritisch te evalueren en hierover transparant te zijn naar inwoners. d. De indiener verzoekt de gemeente de inwoners meer directe invloed te geven in het participatieproces, zodat hun zorgen en wensen daadwerkelijk worden meegenomen. e. De indiener vraagt de gemeente duidelijk te maken hoe de gemeente omgaat met overbelasting van het elektriciteitsnet en welke concrete stappen worden genomen om deze problemen op te lossen. f. De indiener vraagt de gemeente om te overwegen om recreatiewoningen tijdelijk beschikbaar te maken voor permanente bewoning, als noodmaatregel tegen het woningtekort. g. De indiener verzoekt de gemeente stil te staan bij de invloed en inmenging van (buitenlandse) organisaties op plannen en werkzaamheden in onze maatschappij en leefomgeving, zoals de SDG doelen. Beantwoording a.
De plannen voor zon- en windenergie zijn niet alleen lokaal bepaald en vastgelegd maar ingebed in nationaal beleid / Klimaatakkoord die enerzijds provinciaal en anderzijds regionaal zijn doorgelegd in bestuurlijke afspraken. Bij alle plannen voor zon- en windenergie worden natuur en landschap zo veel als mogelijk gerespecteerd en dienen vergunningsaanvragen te voldoen aan wet- en regelgeving. b. Wij vinden het een belangrijk aandachtspunt om te zorgen voor passende huisvesting van arbeidskrachten. Deze opgave werken we meer concreet uit in de Wonen, Welzijn en Zorg visie. Hier liggen kansen om huisvesting bij grote bedrijven op eigen grond te faciliteren. In de beleidsnotitie huisvesting Arbeidsmigranten Voorne aan Zee worden mogelijkheden voor initiatieven benoemd. We zien huisvesting bij Kickersbloem als een eerste kansrijke locatie. De gemeente ziet daarom niet af van de mogelijke huisvesting van arbeidskrachten op bedrijventerreinen. c. De indiener verwijst naar Land met een Plan van Kuiper Compagnons. Het is belangrijk te benadrukken dat dit document geen nationale Omgevingsvisie is, maar een toekomstperspectief uit 2021, dat niet betrokken is bij de Omgevingsvisie Voorne aan Zee. Kuiper Compagnons werkt op verschillende schaalniveaus aan plannen en visies, waarbij Land met een Plan een denkrichting biedt over toekomstige klimaatscenario’s en transities.
Het document werd niet gepresenteerd als het plan voor Nederland in 2121, maar als een middel om het gesprek over de toekomst van Nederland op gang te brengen. Dit perspectief draagt bij aan een breder nationaal debat, waaraan ook Voorne aan Zee een rol speelt. d. De Omgevingsvisie is een grote, overkoepelende visie. We vinden het belangrijk daar inwoners bij te betrekken, net als ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dat is gebeurd op het niveau van ‘raadplegen’ en ‘meedenken’. Voor een visie van dit abstractieniveau vinden we dat het meest passend. Dat hebben we op verschillende momenten en manieren gedaan. Op twee momenten in het proces met een enquête. Daarnaast tijdens een ‘dorpentour’, waar we in alle plaatsen van onze gemeente met 53
inwoners in gesprek zijn gegaan over onderwerpen uit de Omgevingsvisie die zij belangrijk vonden. Bij concrete projecten die mogelijk voortvloeien uit de Omgevingsvisie zal ook steeds een afweging over participatie worden gemaakt, waarbij altijd gekeken wordt voor wie een onderwerp het meest impactvol is. Het is altijd onze intentie om zorgen en wensen mee te nemen, al realiseren we ons dat we nooit iedere wens kunnen honoreren. e. De structurele oplossing tegen netcongestie is uitbreiding van de capaciteit door het elektriciteitsnetwerk te verzwaren. Om ruimte te bieden op het elektriciteitsnetwerk doen de netbeheerders (zowel TenneT als Stedin) grootschalige investeringen. De netbeheerders zijn afhankelijk van de beschikbare ruimte binnen de gemeente en bij private grondeigenaren voor de realisatie van nieuwe stations en kabelverbindingen. De gemeente Voorne aan Zee is dan ook in gesprek met de netbeheerders om de geschikte locaties voor nieuwe stations te verkennen. Dit alles met in het achterhoofd de impact voor onze inwoners en bedrijven en de impact op het landschap en de schaarse ruimte die wij zo veel mogelijk willen beperken. Om als gemeente (tussentijds) oplossingen te vinden voor netcongestie binnen Voorne aan Zee is een eigen impactanalyse nodig.
Met de analyse krijgen we een gedetailleerd beeld van het probleem en onderzoeken we waar het probleem zich voordoet, op welke momenten en waardoor het wordt veroorzaakt. Ook onderzoeken we wat netcongestie betekent voor ons beleid en projecten op het gebied van woningbouw, economie, zorg & onderwijs en duurzaamheid. Met het onderzoek ontstaat ook inzicht in de mogelijkheden om slimmer om te gaan met het huidige elektriciteitsnetwerk, zodat ruimte ontstaat om projecten toch aangesloten te krijgen. Deze impactanalyse biedt inzicht in het handelingsperspectief voor de gemeente, bijvoorbeeld in de wijze waarop accu-opslag kan worden ingezet, of het opzetten van een zogenaamde energie hub waarbij lokaal energie wordt uitgewisseld (tussen bedrijven). f. Als noodmaatregel tegen het woningtekort zetten wij onder andere in op het realiseren van flexwoningen. Flexwoningen zijn tijdelijke, verplaatsbare woningen bestemd voor mensen die snel een woning nodig hebben. Momenteel onderzoeken wij diverse locaties in de gemeente als mogelijke plek om flexwoningen te realiseren. Het inzetten van recreatiewoningen als tijdelijke woonoplossing heeft niet onze voorkeur. Recreatiewoningen zijn en blijven primair bedoeld voor verblijfsrecreatie. g. Momenteel is de gemeente Voorne aan Zee niet aangesloten bij SDG Nederland.
Op het gebied van milieu en duurzaamheid gaat de gemeente aan de slag met het ontwikkelen van beleid. De inhoud van het beleid is echter (mede) afhankelijk van wet- en regelgeving, maar ook beleid van andere overheden zoals de provincie ZuidHolland. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
54
Indieners 42, 43, 44, 45, 46, 47 Zienswijze a. De indieners maken bezwaar tegen specifieke onderdelen van de visie, waaronder de plannen voor zonnepanelen, windmolens en windturbines, de huisvesting van expats op bedrijventerreinen, en de bizarre situatie dat in tijden van een ernstig woningtekort recreatiewoningen nog steeds niet beschikbaar worden gesteld voor permanente bewoning. Daarnaast willen de indieners wijzen op de invloed van adviesbureau Kuiper Compagnons en vragen de indieners zich af of ook het college en de raadsleden op de hoogte zijn van hun visie. De indieners verzoeken de gemeente om de plannen voor zonnepanelen en windmolens en windturbines te herzien, met prioriteit voor alternatieven die natuur en landschap respecteren. b. De indieners verzoeken de gemeente om af te zien van de voorgestelde huisvesting van expats op bedrijventerreinen. c. De indieners verzoeken de gemeente de invloed van Kuiper Compagnons en andere externe adviesbureaus kritisch te evalueren en hierover transparant te zijn naar inwoners. d. De indieners verzoeken de gemeente om inwoners meer directe invloed te geven in het participatieproces, zodat hun zorgen en wensen daadwerkelijk worden meegenomen. e.
De indieners verzoeken de gemeente om duidelijk te maken hoe de gemeente omgaat met de overbelasting van het elektriciteitsnet en welke concrete stappen worden genomen om deze problemen op te lossen. f. De indieners verzoeken de gemeente om te overwegen om recreatiewoningen tijdelijk beschikbaar te maken voor permanente bewoning, als noodmaatregel tegen het woningtekort. Beantwoording a. De plannen voor zon- en windenergie zijn niet alleen lokaal bepaald en vastgelegd maar ingebed in nationaal beleid / Klimaatakkoord die enerzijds provinciaal en anderzijds regionaal zijn doorgelegd in bestuurlijke afspraken. Bij alle plannen voor zon- en windenergie worden natuur en landschap zo veel als mogelijk gerespecteerd en dienen vergunningsaanvragen te voldoen aan wet- en regelgeving. b. Wij vinden het een belangrijk aandachtspunt om te zorgen voor passende huisvesting van arbeidskrachten. Deze opgave werken we meer concreet uit in de Wonen Welzijn en Zorg visie. Hier liggen kansen om huisvesting bij grote bedrijven op eigen grond te faciliteren. In de beleidsnotitie huisvesting Arbeidsmigranten Voorne aan Zee worden mogelijkheden voor initiatieven benoemd. We zien huisvesting bij Kickersbloem als een eerste kansrijke locatie. De gemeente ziet daarom niet af van de mogelijke huisvesting van arbeidskrachten op bedrijventerreinen. c.
De indiener verwijst naar het document ‘Land met een Plan’ en de invloed van het stedenbouwkundige bureau Kuiper Compagnons. Dit document is géén Nationale Omgevingsvisie (NOVI) maar slechts een perspectief die het stedenbouwkundige bureau Kuiper Compagnons in 2021 heeft opgesteld. Het is een denkrichting, geen definitief plan voor Nederland in 2121, en is bedoeld om het gesprek over de toekomst van Nederland te stimuleren. Het document is niet gepresenteerd als de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en heeft geen directe rol gespeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee. De Omgevingsvisie Voorne aan Zee richt zich op de periode tot 2040 en bevat de belangrijkste ontwikkelingen en
55
opgaven voor de verschillende deelgebieden. Bij het opstellen van deze visie is de Nationale Omgevingsvisie wel betrokken. d. De Omgevingsvisie is een grote, overkoepelende visie. We vinden het belangrijk daar inwoners bij te betrekken, net als ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dat is gebeurd op het niveau van ‘raadplegen’ en ‘meedenken’. Voor een visie van dit abstractieniveau vinden we dat het meest passend. Dat hebben we op verschillende momenten en manieren gedaan. Op twee momenten in het proces met een enquête. Daarnaast tijdens een ‘dorpentour’, waar we in alle plaatsen van onze gemeente met inwoners in gesprek zijn gegaan over onderwerpen uit de Omgevingsvisie die zij belangrijk vonden. Bij concrete projecten die mogelijk voortvloeien uit de Omgevingsvisie zal ook steeds een afweging over participatie worden gemaakt, waarbij altijd gekeken wordt voor wie een onderwerp het meest impactvol is. Het is altijd onze intentie om zorgen en wensen mee te nemen, al realiseren we ons dat we nooit iedere wens kunnen honoreren. e. De structurele oplossing tegen netcongestie is uitbreiding van de capaciteit door het elektriciteitsnetwerk te verzwaren. Om ruimte te bieden op het elektriciteitsnetwerk doen de netbeheerders (zowel TenneT als Stedin) grootschalige investeringen.
De netbeheerders zijn afhankelijk van de beschikbare ruimte binnen de gemeente en bij private grondeigenaren voor de realisatie van nieuwe stations en kabelverbindingen. De gemeente Voorne aan Zee is dan ook in gesprek met de netbeheerders om de geschikte locaties voor nieuwe stations te verkennen. Dit alles met in het achterhoofd de impact voor onze inwoners en bedrijven en de impact op het landschap en de schaarse ruimte die wij zo veel mogelijk willen beperken. Om als gemeente (tussentijds) oplossingen te vinden voor netcongestie binnen Voorne aan Zee is een eigen impactanalyse nodig. Met de analyse krijgen we een gedetailleerd beeld van het probleem en onderzoeken we waar het probleem zich voordoet, op welke momenten en waardoor het wordt veroorzaakt. Ook onderzoeken we wat netcongestie betekent voor ons beleid en projecten op het gebied van woningbouw, economie, zorg & onderwijs en duurzaamheid. Met het onderzoek ontstaat ook inzicht in de mogelijkheden om slimmer om te gaan met het huidige elektriciteitsnetwerk, zodat ruimte ontstaat om projecten toch aangesloten te krijgen. Deze impactanalyse biedt inzicht in het handelingsperspectief voor de gemeente, bijvoorbeeld in de wijze waarop accu-opslag kan worden ingezet, of het opzetten van een zogenaamde energie hub waarbij lokaal energie wordt uitgewisseld (tussen bedrijven). f.
Als noodmaatregel tegen het woningtekort zetten wij onder andere in op het realiseren van flexwoningen. Flexwoningen zijn tijdelijke, verplaatsbare woningen bestemd voor mensen die snel een woning nodig hebben. Momenteel onderzoeken wij diverse locaties in de gemeente als mogelijke plek om flexwoningen te realiseren. Het inzetten van recreatiewoningen als tijdelijke woonoplossing heeft niet onze voorkeur. Recreatiewoningen zijn en blijven primair bedoeld voor verblijfsrecreatie.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
56
Indiener 48 Zienswijze a. De Rijksoverheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Inclusief onderwijs draagt bij aan de opgave om toe te werken naar een steeds inclusievere maatschappij. Inclusiever onderwijs is ook het overkoepelende thema en een gezamenlijke opgave in de Lokale Educatieve Agenda (LEA) van gemeente Voorne aan Zee. Door in de Omgevingsvisie de beweging naar inclusiever onderwijs en de implicaties voor de schoolomgeving meer nadrukkelijk op te nemen, wordt de ambitie van de LEA ook hier ondersteund. Het verzoek van de indiener is om de ontwikkeling naar inclusiever onderwijs en de doelen voor 2035 een plek te geven: Met de beweging naar inclusiever onderwijs kunnen leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften (cognitief, sociaal-emotioneel of fysiek) vaker samen dicht bij huis naar dezelfde school, zitten zij -als het kan- in dezelfde klas en ontmoeten zij elkaar op het schoolplein. De landelijke ambitie voor 2035 is dat ieder kind naar school kan die het beste bij ze past en die dichtbij is. Onderwijslocaties en kindcentra vormen een inclusieve omgeving voor ieder kind. De fysieke leefomgeving is goed bereikbaar, toegankelijk en veilig.
De omgeving ondersteunt dat kinderen met diverse ondersteuningsbehoeften terecht kunnen bij de huidige en toekomstige schoollocaties in het primair en voortgezet onderwijs. Ook wordt intensieve samenwerking rondom het kind gefaciliteerd, waarbij de ondersteuning en zorg in en nabij de scholen wordt geboden. b. Het is waardevol om het onderwijs en de onderwijslocaties waar ca. 10.000 kinderen/jeugdigen in gemeente Voorne aan Zee en vele professionals vrijwel dagelijks bijeenkomen, een meer nadrukkelijke plek te geven in de Omgevingsvisie. Onderstaande teksten vormen een aanzet voor een toevoeging aan de Omgevingsvisie. Daarnaast adviseert de indiener om zowel de huidige als, waar dit mogelijk is, de toekomstige schoollocaties en kindcentra op te nemen in de gebiedskaarten. Het onderwijs speelt binnen de gemeente Voorne aan Zee een belangrijke rol in het dagelijks leven van ongeveer 10.000 kinderen/jeugdigen en hun naasten. Professionals en organisaties werken in de diverse schoollocaties in de gemeente Voorne aan Zee samen en bereiden de kinderen/jeugdigen voor op hun plek in de maatschappij en de (inclusieve) samenleving van de toekomst. De gebouwen waar kinderen en professionals samenkomen, staan ten dienste van goed, passend en inclusiever onderwijs, zijn toekomstbestendig en voldoen aan kaders en normen voor duurzaamheid zoals de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050.
De komende jaren worden enkele van de 31 schoollocaties in het primair onderwijs vervangen door nieuwbouw (IHP po). Het IHP voor het voortgezet onderwijs (6 locaties) en voor bewegingsonderwijs wordt nog gerealiseerd. c. Er zijn diverse omgevingsfactoren van belang voor de kwetsbare doelgroepen kinderen (4 tot 12 jaar) in het primair onderwijs en jeugdigen (ca. 12 tot 18 jaar) in het middelbaar onderwijs. Zij bewegen zich meerdere dagen per week van en naar school en brengen er veel tijd door. Zij – en zeker ook de professionals – hebben baat bij een gezonde, veilige en duurzame omgeving, graag vraagt de indiener hier aandacht voor in de Omgevingsvisie: Groene buitenruimten, veilige verkeersroutes en een schone, gezonde omgeving dragen bij aan zowel fysieke als mentale gezondheid van kinderen en professionals. 57
Een gezonde omgeving heeft een positief effect op de prestaties en ontwikkeling van de kinderen. Voor professionals is een gezonde en veilige omgeving een belangrijke factor als het gaat om gezondheid, tevredenheid en werkgeluk. Veilige en toegankelijke fiets- en wandelroutes naar de schoollocaties dragen bij aan de zelfstandigheid en veiligheid van de leerlingen. Het stimuleren van fietsen naar school sluit aan bij de duurzaamheidsdoelen. Een goede, toegankelijke en veilige infrastructuur is helpend en een belangrijke voorwaarde; rondom de scholen maar ook rondom faciliteiten voor bewegingsonderwijs, zwembaden en andere locaties waar leerlingen gebruik van maken. Beantwoording a. In hoofdstuk 4.3 ‘Sociaal en leefbaar Voorne aan Zee’ wordt erop ingegaan dat sprake moet zijn van een passend pakket van maatschappelijke voorzieningen binnen onze gemeente. Ook het onderwijs speelt hierin een belangrijke rol. De gemeente is blij met de aanvulling vanuit indiener en neemt het tekstvoorstel over in de Omgevingsvisie. b. Zie beantwoording onder a. Tevens zal de gemeente nagaan of alle maatschappelijke clusters inclusief schoollocaties als zodanig zijn opgenomen op het kaartmateriaal behorend bij de Omgevingsvisie. c.
In diverse hoofdstukken van de Omgevingsvisie wordt ingegaan op groene buitenruimten, een gezonde omgeving, veilige en toegankelijke infrastructuur en het stimuleren van beweging. De gemeente is dan ook van mening dat dit op dit moment voldoende gewaarborgd is in de Omgevingsvisie. Daarbij geldt uiteraard dat de Omgevingsvisie een ambitiedocument op hoofdlijnen betreft. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Een tweetal delen van de aangeleverde tekstvoorstellen met betrekking tot onderwijs worden toegevoegd in de thematische uitwering van de Omgevingsvisie.
58
Indieners 49, 50 Zienswijze a. De indiener merkt op dat een plan-MER voor de Omgevingsvisie ontbreekt. b. In Deel A wordt met betrekking tot zonneparken het volgende opgemerkt: Het realiseren van zonneparken gaat gepaard met een toenemend aantal voorwaarden en regels. Het uitgangspunt blijft dat zonneparken niet worden toegestaan, tenzij dit door de raad geaccordeerd wordt. Dit is vastgelegd in de aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon, waarbij het Ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan Zee gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is. Vervolgens wordt ruimte voor 5 Ha aan zonnevelden in de jonge zeekleipolders, als zoekgebied op de kaart op pagina 48 deel B aangegeven en gereserveerd. Door het opnemen van het zoekgebied en uitsluiten van andere gebieden voor zonneparken kan een extern rechtsgevolg worden ontleend. In de praktijk betekent dit, dat iedere ondernemer een vergunningaanvraag kan doen voor locaties die binnen het gemarkeerde zoekgebied voor zonneparken liggen en als zodanig procedureel behandeld moet worden.
Om uitvoering te kunnen geven aan het principe dat ontwikkeling van zonneparken op landbouw -en natuurgronden in principe ongewenst is, is het van belang dat de daarvoor gestelde voorwaarden en regels in deel A van deze Omgevingsvisie, goed worden verwoord in het omgevingsplan en gelijktijdig worden opgenomen/te wijzigen in het omgevingsplan ‘Buitengebied’, te samen met het vaststellen van deze Omgevingsvisie, zodat geen leemte in beleid ontstaat tussen het omgevingsplan en de Omgevingsvisie. Bovendien is de vraag hoe het realiseren van zonneparken zich verhoudt met de beoogde waterberging in de inundatiekommen in datzelfde gebied. Beiden hebben grootschalige ambities. De afweging wordt niet gemaakt in deze Omgevingsvisie. c. Het beoogde gebied voor waterberging betreft de polder Nieuwe Goote en ligt tussen de Zwartedijk, Breeweg en de N57. De openheid van polder Nieuwe Goote is door de jaren heen behouden gebleven en mede hierdoor is deze polder rijk aan weide- en akkervogels. De waterbergingslocatie is gelegen in een (voormalig) weidevogelgebied. Nu er plannen zijn voor waterberging, zijn deze mogelijk vergelijkbaar met die van de Strypse Wetering. Na realisatie hebben veel vogels zich daar (her)gevestigd. Hetgeen ook zal gebeuren bij de uitvoering van deze beoogde waterberging.
Het verdient aanbeveling om het weidevogelgebied middels deze Omgevingsvisie in ere te herstellen en het omgevingsplan (weer) in overeenstemming te brengen met het ruimtelijk model 2015 door het opnemen van het weidevogelgebied, waardoor een extra bescherming wordt teruggegeven aan dit gebied. d. In het beoogde gebied voor waterberging staan ook woningen. Deze staan op staal. Een stabiel mogelijke grondwaterstand is voor het behoud van deze panden van belang. Door het realiseren van de waterberging kan dit van invloed zijn op de (grond) waterstand in het gebied en ruimte daaromheen. Bij de uitwerking van het plan waterberging dient serieus aandacht te zijn voor het behoud van deze panden. e. Het thema ‘Gezond en veilig’ gaat over gezondheid en veiligheid in de brede zin. Door de bredere kijk op gezondheid komt steeds meer aandacht voor welzijn en leefstijl. De kaart van het RIVM geeft een beeld van het totale milieugezondheidsrisico in Voorne aan Zee. Daarmee wordt vorm gegeven aan het begrip gezondheid in deze Omgevingsvisie. Echter de SMB-richtlijn vraagt om het effect van het programma op de gezondheid te onderzoeken. Wat is het effect van deze Omgevingsvisie op de gezondheid en leefomgeving in Voorne aan Zee. Deze 59
paragraaf geeft geen duiding hieraan. En een plan-MER ontbreekt, zoals eerder is aangegeven. f. Met name in het buitengebied, op recreatieve verblijfsaccomodaties-zonder recreatieve waarde, op bedrijventerreinen en tegenwoordig ook in garages en woningen in woonwijken is mogelijk sprake van een toename van ondermijnende activiteiten. De risico’s zoals ondermijning en druggerelateerde criminaliteit bij leegstaande bebouwing of opstallen bij agrariërs hebben de aandacht. De ambitie luidt om samen met (samenwerkings-)partners de ondermijnende activiteiten tegen te gaan: veerkracht van inwoners en ondernemers versterken en meldingsbereidheid stimuleren. De wet Bibob kan om ondermijning tegen te gaan breder ingezet worden als het gaat om vergunningverlening. Nog te weinig wordt het instrument BIBOB ingezet als het gaat om omgevingsvergunningen en de financiering daarvan. Ook de aanschaf en realiseren van (horeca) vastgoed middels notarissen bekent in het criminele circuit draagt bij aan ondermijnende activiteiten. Het dient aanbeveling om hierin gezamenlijk op te trekken met de afdeling Openbare Orde en Veiligheid en het RIEC. Vanwege de specifieke kennis en vaardigheden zou een coördinator BIBOB een goede optie zijn, om ondermijning tegen te gaan. g. Staalslakken als circulaire bouwstof vormen in de praktijk steeds meer een probleem.
Hoewel het ministerie nog steeds de toepassing toestaat en het ontwikkelen van beleid voor een meldpunt dat in 2026 operationeel moet zijn, doen zich te veel situaties voor waarbij de omgeving na toepassing geconfronteerd wordt met ernstige milieuvervuiling. Onderzoeken wijzen ook steeds meer uit dat er te veel giftige uitloog plaatsvindt vanuit de staalslakken. Daarmee zijn deze ongeschikt voor welke toepassing dan ook. Onlangs heeft de gemeente West Betuwe daarom besloten het gebruik van staalslakken binnen de gemeente te weren. Een dergelijk verbod zou ook passend zijn voor de gemeente Voorne aan Zee. h. Kleine campings, camperplekken en Bed & Breakfasts zijn een waardevol onderdeel van het recreatief verblijfsaanbod. De charme van dit aanbod is dat het niet geconcentreerd is op één plek in het gebied, maar juist her en der verspreid is. Hierbij zijn ruimtelijke kaders gewenst om sturing te geven aan zonering. De polder Nieuwe Goote heeft een open karakter en dit open karakter wordt ook beschermd met provinciaal beleid. Campings en camperplekken, hoe klein ook zorgen voor noodzakelijke opstallen. Indien deze vorm van recreatie wordt toegestaan in de polder Nieuwe Goote gaat dit ten koste van het open karakter. Behoud van het open karakter van de polder Nieuwe Goote moet daarom prominent aanwezig zijn bij het opstellen van de ruimtelijke kaders.
Het realiseren van een beperkt aantal campingplaatsen ondergeschikt aan een agrarisch bedrijf heeft daarom nog steeds de voorkeur en is in overeenstemming met het onlangs opgestelde provinciaal beleid. i. Indiener merkt op dat zich wordt afgevraagd of het wenselijk is de duurzaamheidsontwikkelingen aan te laten sluiten bij de meest recente innovatieve technieken. Uitgaande van de ontwikkelingen die zich landelijk aftekenen betekent dit hogere Industriële windturbines (verder te noemen IWT) met meer vermogen. De vraag is, of dit een verstandig uitgangspunt in de Omgevingsvisie is, om op deze manier het te realiseren aantal zonnepanelen te verkleinen. Waar hoge IWT- hoger dan 140 m tiphoogte - zijn geplaatst, leidt dit na plaatsing in de leefomgeving internationaal tot één en dezelfde (gezondheids) klachten bij omwonenden. Beantwoording a. Het klopt dat de Omgevingsvisie geen Plan MER kent. Wel is een omgevingseffectrapportage gemaakt (het instrument MER onder de omgevingswet). De Omgevingsvisie maakt nieuwe ontwikkelingen mogelijk die milieueffecten kunnen 60
b.
c.
d. e. f.
g. h.
i.
hebben. Om deze gevolgen in kaart te brengen en de kaders van de Omgevingsvisie te toetsen, heeft de gemeente een omgevingseffectrapportage (OER) gemaakt. Deze omgevingseffectbeoordeling verliep tegelijkertijd met het opstellen van de ontwerpOmgevingsvisie. Het ontwerp OER heeft tegelijk met de ontwerp Omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegen. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt gestart met het opstellen van een gebiedsdekkend omgevingsplan. In het op te stellen omgevingsplan wordt dit punt meegenomen. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. De aanbeveling van indiener zal in ogenschouw worden genomen bij de nadere uitwerking van deze beleidsplannen. Zie beantwoording onder c. Zie beantwoording onder a. De gemeente is van mening dat Bibob een waardevol instrument is. Op dit moment wordt dan ook gewerkt aan Bibob-beleid. Er wordt in de regio samengewerkt met andere gemeenten en het RIEC. De onderwerpen die worden genoemd hebben uiteraard ook onze aandacht. Zie beantwoording onder c.
In hoofdstuk 4.8 ‘Recreatie en toeristisch Voorne aan Zee’ zijn de ambities met betrekking tot recreatie en toerisme opgenomen. Daarbij wordt in ieder geval ingezet op kwalitatief hoogwaardig aanbod. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. Concrete verzoeken voor eventuele recreatieve voorzieningen zullen wij op wenselijkheid en haalbaarheid moeten beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Bij concrete verzoeken wordt altijd gekeken naar de ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. De ontwikkeling van windmolens heeft niet alleen betrekking op de (tip)hoogte, maar bijvoorbeeld ook op voorzieningen om schade aan natuur te voorkomen of ten aanzien van de geluidsproductie. Per locatie of aanvraag wordt bekeken welke normen gesteld moeten en kunnen worden. Indiener gaat uit van gezondheidsklachten maar er wordt niet gespecificeerd om welke klachten het gaat.
Overigens is het niet zo dat hogere windturbines automatisch tot een grotere geluidsbelasting leiden. Moderne windturbines zijn significanter geluidsarmer dan gedateerde windmolens. Moderne, hoge, windturbines kunnen om die reden vaak voldoen aan de adviesnorm van de Who, de 45 dB Lden norm die op jaarbasis uitgangspunt vormt.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
61
Indiener 51 Zienswijze a. De indieners willen bezwaar maken tegen de in de ontwerp-Omgevingsvisie geplande waterberging op de percelen aan de Breeweg Hellevoetsluis. Beantwoording a. In Deel A van de ontwerp Omgevingsvisie onder hoofdstuk 3.7, ‘Polders’, is op pagina 90 op de kaart van het deelgebied Polders inderdaad opgenomen dat er kansen zijn voor waterberging in voormalige inundatiekommen van de Linie Stelling van Voorne. De Linie Stelling van Voorne staat nader toegelicht in Deel B onder hoofdstuk 4.7 ‘Cultureel en beleefbaar Voorne aan zee’, waarbij voor het voormalige inundatiegebied Stelling van de Monden van de Maas en het Haringvliet geldt dat wij deze beleefbaar willen maken door de Stelling Linie van Voorne, met een kleinschalig netwerk van recreatie routes. In opdracht van de provincie Zuid-Holland is vooralsnog een inspiratiedocument ‘Linie Stelling van Voorne’ opgesteld. Het inspiratiedocument is een eerste aftrap om te komen tot een samenhangend ontwerp. Op basis van het inspiratiedocument worden deelprojecten en koppelkansen met lopende ruimtelijke ontwikkelingen verder onderzocht en uitgewerkt. Er is geen sprake van om actief waterberging te creëren op de percelen aan de Breeweg in Hellevoetsluis te realiseren.
Daar waar wij kansen zien voor waterberging en/of het beleefbaar maken van de Stelling Linie van Voorne in de betreffende zone zoals weergegeven op de kaart Cultureel en beleefbaar op pagina 61 van Deel B zal er overleg plaatsvinden met eigenaren en omwonenden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
62
Indiener 52 Zienswijze a. Deze zienswijze is aanvullend op de zienswijze die LTO Noord, mede namens Glastuinbouw Nederland, heeft ingediend en is een uitwerking van daar al kort gemaakte punten en bevat een aantal aanvullende zaken. De indiener is blij dat u als gemeente een glanzende toekomst ziet voor de land- en tuinbouwsector en dat de gemeente Voorne aan Zee inzet op het behouden van vitale bedrijven en ‘een rode loper’ aanpak hanteert voor bestaande en nieuwe ondernemers (deel A, p. 20). Daarbij ligt de nadruk op sectoren die passen bij de identiteit van Voorne aan Zee, waartoe ook de glastuinbouw behoort. De indiener is blij dat de gemeente Voorne aan Zee het belang van de sector ook op dat vlak onderschrijft. In de gebiedsgerichte uitwerking heeft de gemeente Voorne aan Zee voor de glastuinbouw drie ambities opgenomen: • Verdere concentratie van glastuinbouwbedrijven in de aangewezen clusters, • Klimaatneutrale en klimaatbestendige glastuinbouw en • Passende huisvesting voor arbeidsmigranten. De indiener schaart zich als Glastuinbouw Nederland graag achter deze ambities. b. De indiener onderschrijft de wens om verspreid liggende glastuinbouwbedrijven te verplaatsen naar toekomstbestendige glastuinbouwclusters.
Dit kan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied verbeteren en kan ondernemers daarnaast mogelijkheden bieden om gebruik te maken van collectieve verduurzamingsmogelijkheden zoals aardwarmte. Het is goed dat de gemeente Voorne aan Zee hier in verleden op heeft ingezet en op blijft inzetten. Wel dient hierbij altijd sprake te zijn van vrijwilligheid. De indiener vraagt de gemeente Voorne aan Zee dat expliciet in de visie te benoemen. c. Zuid-Holland kent meer verspreid liggend glas en kleine glasclusters, waarbij het voor de desbetreffende bedrijven en de omgeving wenselijk kan zijn die te verplaatsen naar een duurzaam glastuinbouwcluster. De indiener vraagt de provincie ZuidHolland al enige tijd een ver-plaatsingsregeling voor glastuinbouwbedrijven op te zetten in lijn van een regeling die de provincie Noord-Holland in het verleden meerdere keren heeft opengesteld. Die was daar succesvol. De indiener gaat hierover graag met de gemeente Voorne aan Zee in gesprek en vragen de gemeente Voorne aan Zee bij de provincie ook aan te dringen op een onderzoek naar de mogelijkheden van een dergelijke regeling. Ook voor uw gemeente en uw ondernemers kan een dergelijke regeling het clusteren van bedrijven stimuleren, naast het reeds bestaande instrumentarium. d.
De gemeente Voorne aan Zee stelt dat de glastuinbouw een belangrijke energievrager is in de gemeente en dat de gemeente samen met de brancheorganisatie Greenport West-Holland werkt aan de verduurzaming van de sector (deel B, p. 49). De indiener waardeert zeer dat de gemeente Voorne aan Zee een onderdeel is van de Greenport West-Holland. Ook de indiener ervaart de samenwerking in Greenport verband als constructief en waardevol. De Greenport is echter geen brancheorganisatie, maar een netwerkorganisatie. De indiener is de landelijke en regionale brancheorganisatie voor de primaire glastuinbouw. De indiener vraagt de gemeente Voorne aan Zee dit aan te passen. De glastuinbouw is inderdaad nog steeds een belangrijke energievrager. De sector wil al in 2040 klimaatneutraal zijn (in plaats van in 2050) en loopt op diverse vlakken voorop in de energietransitie. De aardwarmtebronnen in uw gemeente zijn daarvan een voorbeeld. Daarnaast wekt de glastuinbouw ook zo’n 10% van de elektriciteit op die in Nederland wordt gebruikt. De WKK’s van de glastuinbouw zijn flexibel en snel in te 63
zetten en vooralsnog onmisbaar om het elektriciteitsnet in Nederland stabiel te houden. De afgelopen jaren is er door bedrijven veel geïnvesteerd in de overstap naar (full-)LED verlichting en energieschermen. Ook wordt Het Nieuwe Telen steeds meer toegepast en wordt stevig ingezet op kennisontwikkeling en kennisdeling binnen het onderzoeksprogramma Kas als Energiebron. e. De gemeente Voorne aan Zee zet in op verdichting van de glastuinbouw in de glastuinbouwconcentratiegebieden en vindt uitbreiding van die gebieden niet wenselijk: “Een verdere uitbreiding van het glastuinbouwgebied is niet wenselijk, verdichten is daarmee een betere oplossing” (deel A, p. 103). Verdere verdichting is zeker mogelijk en daarop moet worden ingezet. Mocht het moment daar zijn dat verdichting in de praktijk niet meer mogelijk is terwijl er nog wel behoefte is aan ruimte voor glastuinbouw, dan dient gekeken te worden naar uitbreiding van aangewezen glastuinbouwconcentratiegebieden zoals Tinte. f. De gemeente Voorne aan Zee geeft aan (deel A, p. 86) dat het uitgangspunt is dat zonneparken niet worden toegestaan, tenzij dit door de raad geaccordeerd wordt. Het gebruik van landbouw- en natuur-gronden voor zonnepanelen vindt de gemeente Voorne aan Zee is in principe ongewenst. De indiener zou graag zien dat dit scherper wordt geformuleerd.
Agrarische gronden zijn schaars en de gemeente Voorne aan Zee zet zelf in op behoud van die gronden. Er zijn vooralsnog voldoende alternatieven voor zon op agrarische grond. Er is daarbij te denken aan daken van woningen en bedrijfsgebouwen en zon op waterbassins. Een uitzondering vormen ‘resthoeken’ die voor duurzame glastuinbouw ongeschikt zijn. De gemeente Voorne aan Zee benoemt deze zaken ook, maar laat toch de deur voor agrarische zonnevelden op een kier staan. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee die deur te sluiten en hierin een eenduidig standpunt in te nemen: geen zon op agrarische en glastuinbouwgronden. Aan de Konneweg in Tinte is bovendien al een groot zonnepark ontwikkeld op een perceel met glastuinbouwbestemming. De indiener heeft zich daar niet tegen verzet omdat het perceel in de praktijk (onder andere vanwege een hoogspanningsmast) slechts beperkt inzetbaar was voor glastuinbouw. De indiener zal zich echter verzetten tegen de realisatie van nog meer zonnevelden in het duurzame glastuinbouwgebied. Dit betreft zowel zonnevelden op onbebouwde glastuinbouwgronden als de ontwikkeling van ‘zon op kas’. g. De glastuinbouw is de enige sector in Nederland die op dit moment actief haar gronden wil inzetten voor de huisvesting van arbeidsmigranten die in de eigen sector werkzaam zijn.
Op initiatief van de indiener is dit in de provinciale verordening – onder voorwaarden – mogelijk gemaakt. De huisvesting is daarbij gericht op huisvesting van ‘onze’ werknemers. Terecht geeft de gemeente Voorne aan Zee in de Omgevingsvisie aan dat uw gemeente sinds kort beschikt over een beleidsregel voor de huisvesting van deze groep, onder andere op glastuinbouwpercelen. Ondanks het aanbod van de indiener bij de totstandkoming op ambtelijk niveau mee te denken is hiervan geen gebruik gemaakt. Dat betreurt de indiener, mede omdat de indiener over veel ervaring en kennis beschikt op dit terrein. Mede dat heeft er de indieners inziens toe geleid dat er weliswaar een beleidsregel is, maar dat deze in de praktijk niet tot nauwelijks zal leiden tot huisvesting op glastuinbouwpercelen. Aanpassing van die regel voor de sector is nodig. Inmiddels is een ambtelijk gesprek ingepland om hierover in gesprek te gaan. De indiener houdt dus hoop dat de indiener als sector ook in Voorne aan Zee hun verantwoordelijkheid voor goede, betaalbare huisvesting van hun werknemers op korte afstand van de werkplek kunnen nemen. h. Op verschillende plaatsen in de visie wordt stil gestaan bij de wens om de biodiversiteit te verhogen. De glastuinbouw is jaren geleden al gestart met onderzoek 64
naar de mogelijkheden van verhoogde biodiversiteit om de kas en onderzoek toont aan dat een deel van de leden hier actief mee aan de slag wil gaan of al is. Centrale vraag is of dit verantwoord kan en onder welke voorwaarden (bijv. welke zaadmengsels, onderhoud, e.d.). Verhoogde biodiversiteit om de kas mag niet leiden tot meer plagen in de kas, mede gezien het feit dat gebruik van gewasbeschermingsmiddelen steeds minder mogelijk is, leidt tot kostenverhoging en überhaupt ongewenst is. Inmiddels is een publiek private samenwerking gestart waarbij 20 glastuinbouwbedrijven in diverse regio’s in Nederland een biodiverse strook aanleggen en de WUR onderzoek doet naar de natuurlijke vijanden en plagen in de strook en de wisselwerking met de biologie in de kas. De resultaten van dit onderzoek zullen breed worden gedeeld en er hopelijk toe leiden dat meer glastuinbouwbedrijven aan de slag gaan met dergelijke stroken, zonder dat dit (onevenredige) nadelige gevolgen heeft op de teelt in de kas. Dat is voor de sector een randvoorwaarde. i. Terecht schrijft de gemeente Voorne aan Zee dat het klimaat steeds grillerig wordt. We hebben steeds meer te maken met perioden van droogte of juist extreme regenval. Ook daarmee is de sector al jarenlang aan de slag.
De indiener wil de gemeente Voorne aan Zee wijzen op het project Rainlevelr dat wordt toegepast binnen het werkgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland (zie https://rainlevelr.com/). Zoals de gemeente Voorne aan Zee zal weten vangen glastuinbouwbedrijven het hemelwater dat op de kassen valt op in waterbassins en/of silo’s om dit als gietwater te gebruiken. Door middel van Rainlevelr dragen glastuinbouwbedrijven bij aan droge voeten in polders door vóór een zware bui ruimte te maken in hun bassin of silo. Dat doen ze op vrijwillige basis op basis van een signaal van het waterschap. Mogelijk is dit ook in uw gemeente samen met het Waterschap Hollandse Delta en de locale glastuinbouwondernemers verder uit te rollen. j. Op pagina 90 van deel A is een figuur opgenomen. Het verbaast de indiener zeer dat het perceel dat in beeld is voor de tijdelijke huisvesting van expats uit de Rotterdamse haven blijkbaar ook in beeld is voor andere bedrijvigheid. In beiden kan de indiener zich niet vinden. Het betreft een perceel met glastuinbouwbestemming dat een onderdeel is van het duurzame glastuinbouwgebied. Zoals bij uw gemeente bekend is, kan de indiener akkoord gaan met de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op deze locatie mits zij werkzaam zijn in de primaire glastuinbouw.
Glastuinbouwgronden dienen niet aangewend te worden voor de huisvesting van werknemers uit andere sectoren en zeker niet voor expats. Dit past ook niet in het beleid van uw gemeente en de provincie. Ook het toestaan van andere bedrijvigheid anders dan glastuinbouw op dit perceel kan niet aan de orde zijn. De indiener vraagt de gemeente Voorne aan Zee dan ook deze afbeelding aan te passen conform de geldende bestemming van het perceel. k. De gemeente Voorne aan Zee stelt (B, p. 40) dat Natura2000-gebieden moeten worden ontlast van de negatieve effecten van de (intensieve) land- en glastuinbouwsector en een toenemende recreatiedruk. De gemeente Voorne aan Zee lijkt hier diverse sectoren op dezelfde hoop te gooien. De indiener vindt dat kwalijk, omdat de stikstofimpact van de glastuinbouw zeer beperkt is. De indiener vraagt de gemeente Voorne aan Zee hier een duidelijker onderscheid aan te brengen tussen sectoren. l. In de ontwerp visie wordt de LTO genoemd als partner. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee ook Glastuinbouw Nederland als dusdanig te benoemen, specifiek voor de primaire glastuinbouw. De indiener zet stevig in op constructieve samenwerking met overheden op alle niveaus. Na het lezen van uw ontwerp visie is 65
de conclusie van de indiener dat ambities van de gemeente en de sector op diverse thema’s aansluiten. De indiener breidt de samenwerking, al dan niet in een Greenport verband, met de gemeente Voorne aan Zee graag uit. Beantwoording a. Wij zijn verheugd dat indiener onze inzet voor het behoud van vitale glastuinbouwbedrijven en onze ‘rode loper’-benadering voor ondernemers positief waardeert. De glastuinbouw wordt in de Omgevingsvisie expliciet genoemd als een kernsector die bijdraagt aan de economische vitaliteit van de gemeente. De positieve reactie op deze ambities wordt zeer gewaardeerd en onderstreept het gezamenlijke belang van een toekomstbestendige sector. b. De gemeente Voorne aan Zee ziet, net als indiener, kansen in het versterken van glastuinbouwclusters, omdat dit bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik. Het verzoek om expliciet te benoemen dat verplaatsing uitsluitend op vrijwillige basis gebeurt, wordt gehonoreerd. In de definitieve Omgevingsvisie zullen wij dit nader verduidelijken. Wij onderkennen dat bedrijfsverplaatsingen een grote impact hebben op ondernemers en dat ondersteuning hierin belangrijk is. c. De suggestie om een provinciale verplaatsingsregeling naar voorbeeld van NoordHolland te onderzoeken, wordt door de gemeente als nuttig gezien.
Wij zullen dit onderwerp inbrengen bij de provincie Zuid-Holland en binnen de samenwerking met Greenport West-Holland en andere gemeenten bespreken of een dergelijke regeling wenselijk en uitvoerbaar is. Wij blijven hierover graag met indiener in gesprek. d. Wij nemen de opmerking over de juiste benaming van Greenport West-Holland ter harte. De Greenport is een netwerkorganisatie en geen brancheorganisatie, zoals verkeerd benoemd in de ontwerpversie van de Omgevingsvisie. Dit wordt in de definitieve versie aangepast. Daarnaast onderschrijven wij de ambitie van de glastuinbouw om al in 2040 klimaatneutraal te zijn, zoals beschreven in hoofdstuk 3.8 van Deel A (pagina 100). De toelichting van indiener op de rol van aardwarmte, LEDverlichting en WKK’s als cruciale onderdelen van de energietransitie binnen de sector wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het duurzaamheidsbeleid. e. De zienswijze van indiener bevestigt dat verdichting binnen de bestaande glastuinbouwclusters de voorkeur heeft, maar dat eventuele uitbreiding niet volledig moet worden uitgesloten als verdichting onvoldoende blijkt. De gemeente is zich bewust van de ruimtelijke dynamiek en zal daarom bij de periodieke actualisaties van de Omgevingsvisie monitoren of er behoefte ontstaat aan een heroverweging van de aangewezen glastuinbouwgebieden.
Ook de specifieke suggestie om bij uitbreiding de aangewezen glasconcentratiegebieden hierbij in beeld te houden, sluit aan op onze ambities voor glastuinbouw. f. Het uitgangspunt blijft dat zonneparken niet worden toegestaan, tenzij dit door de raad geaccordeerd wordt. Dit is vastgelegd in de aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon, waarbij het Ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan Zee gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt gestart met het opstellen van een gebiedsdekkend omgevingsplan. In het op te stellen omgevingsplan wordt dit punt meegenomen. g. De gemeente Voorne aan Zee erkent het belang van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de glastuinbouwsector. Wij betreuren dat er bij de totstandkoming van de beleidsregel geen gebruik is gemaakt van het aanbod van indieners om mee te denken en staan open voor verdere 66
gesprekken om te onderzoeken hoe deze regeling beter kan aansluiten op de praktijk. In lijn met het bestaande beleid blijft de huisvesting primair gericht op werknemers binnen de glastuinbouw en wij zullen nagaan of de tekst in de definitieve Omgevingsvisie verder kan worden aangescherpt om hierover meer duidelijkheid te geven. h. De gemeente waardeert de inspanningen van de glastuinbouwsector om biodiversiteit te bevorderen en volgt de onderzoeksresultaten van Wageningen Universiteit & Research met belangstelling. Dit onderzoek draagt bij aan een beter begrip van de wisselwerking tussen biodiversiteit en geïntegreerde gewasbescherming, en waar relevant zal de gemeente deze kennis benutten bij verdere beleidsontwikkeling. i. Wij nemen de suggestie over Rainlevelr in overweging en zullen dit bespreken met Waterschap Hollandse Delta om te verkennen of en hoe dit systeem binnen Voorne aan Zee kan worden geïmplementeerd als maatregel voor klimaatadaptatie en waterbeheer. j. Wij begrijpen de verbazing over de kaartweergave van de Westvoorneweg, waarop een perceel met een glastuinbouwbestemming onterecht is aangeduid als mogelijk bedrijventerrein. De gemeente erkent dat deze aanduiding niet in lijn is met de geldende bestemming en dat er geen beleidsmatige onderbouwing is om deze locatie een andere functie toe te kennen.
Dit zal in de definitieve Omgevingsvisie worden gecorrigeerd, zodat deze volledig aansluit bij het gemeentelijke beleid om bestaande glastuinbouwgebieden te behouden en te versterken. k. Het verzoek om in de definitieve Omgevingsvisie duidelijker onderscheid te maken tussen sectoren in relatie tot Natura 2000-gebieden wordt meegenomen in de verdere aanscherping van de tekst. De impact van de glastuinbouw op stikstofdepositie is veel beperkter dan die van andere sectoren, en wij zullen dit in de definitieve visie aanpassen. l. In de ontwerp Omgevingsvisie wordt LTO Noord expliciet genoemd als partner, maar wij nemen de terechte opmerking over het ontbreken van Glastuinbouw Nederland als strategische gesprekspartner serieus. Aangezien Glastuinbouw Nederland de landelijke en regionale brancheorganisatie is voor de primaire glastuinbouw, zullen wij in de definitieve Omgevingsvisie uw organisatie expliciet opnemen als partner binnen het beleidsterrein agrifood en glastuinbouw. Dit onderstreept het belang van nauwe samenwerking tussen de gemeente en de sector. De gemeente Voorne aan Zee erkent de belangrijke rol van de glastuinbouwsector en blijft zich inzetten voor een sterke, duurzame en innovatieve sector. Zoals verwoord in hoofdstuk 3.8 van Deel A (p.
97-99), blijft de gemeente inzetten op een toekomstbestendige glastuinbouwsector, waarbij we ondernemers ondersteunen en samenwerken aan gezamenlijke uitdagingen. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek om expliciet te benoemen dat verplaatsing uitsluitend op vrijwillige basis gebeurt, wordt gehonoreerd. Wij zullen Glastuinbouw Nederland expliciet opnemen als partner binnen het beleidsterrein agrifood en glastuinbouw. Opgenomen wordt dat de Greenport een netwerkorganisatie is en geen brancheorganisatie.
67
Indiener 53 Zienswijze a. Om te beginnen is het een goede zaak dat de gemeente Voorne aan Zee haar ontwerp Omgevingsvisie tot stand heeft laten komen met de inbreng van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden uit het gebied. Door in gesprek te gaan kan een representatief beeld worden neergezet van de opgaven en de te beschermen landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied. LTO Noord en Glastuinbouw Nederland hebben het dan ook als positief ervaren dat we in een vroeg stadium zijn betrokken om mee te denken en input te leveren. Dit ziet gelukkig ook terug in deze ontwerp Omgevingsvisie. a. In Deel A, pagina 10 staat opgenomen: “Oude zeekleipolders: hebben voornamelijk een agrarische functie en heeft als kenmerk open weides en akkers gelegen tussen dijken.”. Indiener geeft aan dat als de zeekleipolders en hun agrarische functies daadwerkelijk als kracht van het gebied worden gezien dan zou dit in de rest van deze Omgevingsvisie ook nadrukkelijker naar voren mogen komen. b. In Deel A, pagina 16 staat opgenomen: “De gebruikswaarden hebben betrekking op de functies die in het landschap worden uitgevoerd. In Voorne aan Zee zijn gebruikswaarden die eruit springen, namelijk landbouw en recreatie.”. De indiener is van mening dat recreatie en landbouw elkaar kunnen versterken in de vorm van Multifunctionele Landbouw (MFL).