Bijlage 2 Nota beantwoording Zienswijze Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2024 aangepast
Tekst van het document
Voor de land- en tuinbouw kan dit een kans zijn om zichtbaarder te zijn. Echter, niet alle agrarisch ondernemers zijn geschikt voor MFL of willen dit gewoon niet. Daarom dienen dit soort ontwikkelingen altijd op vrijwillige basis te gebeuren! Ook is van een groot deel van de stikstofuitstoot niet bekend waar het zijn oorsprong heeft. Bovendien zijn hier de afstanden tussen boerenbedrijven en Natura 2000-gebieden al behoorlijk groot dus hoe dat hier omschreven is gaat veel te ver. c. In Deel A, pagina 48, graag de kaart actualiseren naar geen zon op land. d. In Deel C, pagina 10 staat het voorkeursrecht opgenomen. Hier wordt de indiener niet blij van. Boeren en tuinders moeten dezelfde kansen als de gemeente hebben om gronden te verwerven. Dit is essentieel voor het kunnen door ontwikkelen van bedrijven. e. Resumerend zijn wij van mening dat de gemeente Voorne aan Zee trots moet zijn op de kracht van de agrarische sector en heel zuinig moet zijn op haar agrarische gronden. Natuurlijk komen er ontwikkelingen op de sector af die door de agrarische sectoren ook al actief worden opgepakt. LTO Noord en Glastuinbouw Nederland menen dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met de schaarse agrarische gronden die er nog in het gebied zijn zodat jonge boeren en tuinders hier ook in de toekomst op een duurzame wijze producten kunnen blijven produceren.
Agrarische percelen, en zeker de goede landbouwgronden in Voorne aan Zee, zijn niet de sluitpost voor alle opgaven in het landelijk gebied. Beantwoording a. De gemeente Voorne aan Zee waardeert de betrokkenheid van LTO Noord en Glastuinbouw Nederland, zowel in de eerdere participatierondes van Voorne aan Zet! als in deze inspraakronde. De agrarische sector is een belangrijke pijler binnen onze gemeente, zowel economisch als landschappelijk, en de bijdrage van deze sector draagt bij aan een goed onderbouwde en breed gedragen Omgevingsvisie. b. Indiener merkt terecht op dat in de ontwerp Omgevingsvisie wordt benoemd dat de oude zeekleipolders voornamelijk een agrarische functie hebben en gekenmerkt 68
worden door open weides en akkers gelegen tussen dijken. De suggestie om deze agrarische kernkwaliteit verder te benadrukken in de Omgevingsvisie wordt meegenomen. De gemeente zal in de definitieve Omgevingsvisie extra aandacht besteden aan de rol van agrarische gronden als economische drager en landschappelijk structurerend element. Dit sluit aan bij de ambities die in hoofdstuk 2.2 van Deel A zijn geformuleerd over het behoud en de versterking van kernkwaliteiten van het landschap van Voorne aan Zee. c. De gemeente waardeert de suggestie om Multifunctionele Landbouw (MFL) als kans te benoemen en erkent dat landbouw en recreatie elkaar kunnen versterken. Zoals in de visie beschreven in hoofdstuk 3.7 van Deel A (pagina 90) over de polders, kan diversificatie van agrarische activiteiten bijdragen aan zowel de economische levensvatbaarheid als de zichtbaarheid van de sector (zie ook hoofdstuk 4.9 van deel B). Echter, wij onderschrijven ook de opmerking dat niet alle agrarische ondernemers zich herkennen in MFL of hieraan willen deelnemen. Daarom zal in de definitieve Omgevingsvisie explicieter worden opgenomen dat eventuele initiatieven op dit vlak uitsluitend op vrijwillige basis plaatsvinden. De Omgevingsvisie blijft gericht op het bieden van ruimte voor agrarische ontwikkeling zonder een verplichte koers op te leggen.
Indieners opmerking over de stikstofuitstoot en de afstand tot Natura2000gebieden wordt meegenomen in de nadere uitwerking van de visie, met een realistische benadering zoals verwoord in hoofdstuk 4.4 van Deel B (pagina 40-41), waar gezondheid en ecologie worden gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen. d. In de ontwerp Omgevingsvisie is het uitgangspunt dat grootschalige zonneparken op agrarische gronden niet worden gestimuleerd, zoals geformuleerd in hoofdstuk 3.8 van Deel A (pagina 97-99). Tegelijkertijd benoemt de Omgevingsvisie dat er wel ruimte is voor innovatieve toepassingen, zoals drijvende zonnepanelen op waterbassins van de glastuinbouw of panelen op overhoeken. Het verzoek om de kaart hierop aan te passen, zodat deze beter aansluit bij het bestaande beleid in de Omgevingsvisie, wordt meegenomen in de verdere aanscherping van de planvorming. e. De zorgen over het voorkeursrecht worden door de gemeente serieus genomen. Zoals beschreven in hoofdstuk 5.4 van Deel C (pagina 8-10) over verevening en kostenverhaal, is het doel van dit instrument om strategische ruimtelijke doelen te ondersteunen, maar niet om agrarische ondernemers te benadelen in hun bedrijfsvoering. De gemeente erkent dat het van belang is dat boeren en tuinders gelijke kansen behouden bij de verwerving van gronden, zodat bedrijven kunnen blijven innoveren en verduurzamen.
In de verdere uitwerking van het beleid wordt nadrukkelijk geborgd dat agrarische ondernemers eerlijke toegang tot gronden behouden, in lijn met de ambitie om een toekomstbestendige agrarische sector te ondersteunen (hoofdstuk 2.3 van Deel A, pagina 19). f. De gemeente Voorne aan Zee onderschrijft het belang van een sterke agrarische sector en een zorgvuldig beheer van de beschikbare agrarische gronden. Zoals ook verwoord in hoofdstuk 2.3 van Deel A (pagina 17-19) en de gebiedsgerichte uitwerking in hoofdstuk 3.7 en 3.8 van Deel A (pagina 88-103), wordt de agrarische sector als een kernkwaliteit van het landelijk gebied gezien. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Bij de Oude Zeekleipolders wordt de agrarische kernkwaliteit verder benadrukt en wordt extra aandacht besteedt aan de rol van agrarische gronden als economische drager en landschappelijk structurerend element.
69
Met betrekking tot Multifunctionele Landbouw wordt explicieter opgenomen dat eventuele initiatieven op dit vlak uitsluitend op vrijwillige basis plaatsvinden.
70
Indiener 54 Zienswijze a. Een punt van aandacht dat specifiek op het bedrijf van de indiener van toepassing is, is de locatie van het icoon Ontwikkellocatie Camperpark op pagina 38. Dit staat nu op een van de watersportverenigingen ingetekend. De indiener neemt aan dat de gemeente Voorne aan Zee het icoontje had gepland op de kop Nieuwe Zeedijk/Heliushaven? Beantwoording a. In het ontwerp Omgevingsvisie staat het icoon Ontwikkellocatie Camperpark inderdaad niet juist gepositioneerd. Dit zal in de vast te stellen Omgevingsvisie worden aangepast. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De gemeente zal het icoon op de kaart van Hellevoetsluis op pagina 38 aanpassen naar de juiste locatie.
71
Indiener 55 Zienswijze a. Gezien vanaf de Maasdijk/N57 lijkt de Ondernemingspolder diep te liggen, maar schijn bedriegt. De Ondernemingspolder ligt in zijn geheel boven N.A.P. Dit in tegenstelling tot andere polders in de directe en indirecte omgeving. De indiener ziet daarom niet de logica om de Ondernemingspolder in te richten als waterberging en overloopgebied. De natuurlijke wet van communicerende vaten gaat in uw visie niet werken. Met grote pompcapaciteit zou het water over een waterkerende dijk gepompt moeten worden. Een waterkerende dijk mag echter geen open waterverbinding zijn. Een dure en inefficiënte oplossing. De indiener adviseert de gemeente Voorne aan Zee de gebieden die door het Waterschap Hollandse Delta in kaart gebracht zijn na de wateroverlast in de jaren 1998/1999 ect. te bestuderen. Maak van deze gebieden op het laagste punt een incidentele waterberging/overloop gebied. Kostentechnisch goedkoop, water stroomt in tijden van extreme wateroverlast vanzelf uit alle kanten naar het laagste punt. Beantwoording a. Indiener geeft terecht aan dat het niet logisch is om de Nieuwe Ondernemingspolder in te zetten voor incidentele waterberging of overloopgebied. Dit is eerder al door indiener opgemerkt tijdens de tweede participatieronde van Voorne aan Zet! waarbij de koers per deelgebied in beeld was gebracht.
Naar aanleiding van die eerdere reactie is het icoon voor waterberging op de Nieuwe Ondernemingspolder reeds verwijderd in de ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan zee. In een zinsnede op pagina 87 in hoofdstuk 3.6 “Landschappelijke Noordrand” wordt wel nog naar incidentele waterberging en het kunnen fungeren als overloopgebied. Deze zinsnede zal worden verwijderd. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zinsnede: “Specifieke kansen liggen in diepgelegen delen zoals de Nieuwe Ondernemingspolder. Deze is potentieel een belangrijk gebied voor incidentele waterberging en kan fungeren als overloopgebied.” in hoofdstuk 3.6 “Landschappelijke Noordrand” wordt verwijderd.
72
Indiener 56 Zienswijze a. Er worden in de visie veel concrete wensen/ambities omschreven. De insprekers omarmen deze ambities en vragen zich af of een planning / tijdlijn ook onderdeel van deze visie wordt en hoe realisatie van deze ambities wordt geborgd? b. Initiatiefnemer vraagt zich af in hoeverre principeverzoeken die voor de fusie van de gemeenten en in 2023 en 2024 zijn binnengekomen zijn meegenomen in deze Omgevingsvisie? c. Initiatiefnemer vraagt zich af wat de omgevingsvisie betekent voor bestaande bestemmingsplannen en regels die daarin zijn opgenomen? Blijven deze ongewijzigd of worden ze (op onderdelen) geharmoniseerd? d. Indiener omarmt de ambitie om aan de slag te gaan met de beleefbaarheid van het Haringvliet. Indiener vraagt zich af of hier ook een tijdlijn aan gekoppeld kan worden. e. De omgevingsvisie gaat in op het versterken van de recreatieve aantrekkingskracht en het zorgen voor een recreatieve verbinding. Indiener vraagt zich af of er ook gedacht kan worden aan het uitbreiden en/of verbeteren van infrastructuur voor fietsers en wandelaars? f. Indiener merkt op dat is opgenomen dat geen detailhandel wordt toegestaan buiten de winkel-, buurt- en wijkwinkelcentra. Er wordt (niet in deze visie) ook regelmatig gesproken over een bruisende haven in Hellevoetsluis. Indiener vraagt zich af of dit betekend dat rondom de haven alleen horeca zal worden toegestaan.
g. Volgens inspreker staat het icoontje Ontwikkellocatie Camperpark op de verkeerde plek. h. Indiener wenst meer toelichting over de versterking van de primaire waterkering rondom de Vesting van Hellevoetsluis. i. Indiener vraagt of ook wordt gewerkt aan het realiseren en behouden van OV naar de stranden. j. Indiener omarmt dat de focus van de recreatie verder verschoven moet worden van strandrecreatie naar natuurbeleving en bij de actieve buitensport nieuwe recreatiemogelijkheden benodigd zijn. Wel vraagt indiener zich af hoe dit wordt aangemoedigd? k. Indiener merkt op dat Tinte interessanter zou kunnen worden door de Strypsche Wetering recreatiever te benutten door de ontwikkeling van kleinschalige extensieve recreatievormen. Indiener vraag of hier al concrete initiatieven voor zijn en hoe de gemeente dit wil aanjagen. l. Indiener vraagt zich af of het inderdaad wenselijk is dat een jachthaven met recreatiepark wordt ontwikkeld. m. Inspreker is van mening dat het aantrekkelijker maken van het strand prioriteit zou moeten krijgen. Zeker gezien het ‘dichtslibben’ van het badstrand. n. De mogelijkheid om nog een strandpaviljoen te realiseren zou actief gecommuniceerd mogen worden. Een vraag hierbij is hoe dit rijmt met de uitspraak dat er op onze Noordzeestranden in principe (per saldo) geen nieuwe commerciële voorzieningen bijkomen. o.
Indiener omarmt de ambitie om erfgoed in te zetten voor recreatie. Inspreker vraagt zich af hoe dat wordt gestimuleerd. Tevens vraag men zich af of er voor het Duinhuis in Oostvoorne een toeristisch recreatieve transformatie voor ogen is. p. Blijven er mogelijkheden in Voorne aan Zee om het toeristisch logies aanbod te versterken?
73
q. De insprekers maken zich zorgen over de combinatie energieopgave en recreatie. Dit matcht niet altijd goed. Welke plannen zijn er concreet op dit moment wat betreft energieopgave in recreatiegebieden? r. Indiener merkt op dat niet alle campings zijn aangeduid op de kaarten behorend bij de omgevingsvisie. Indiener vraag of dit een bewuste keuze is geweest.. s. Indiener merkt op dat wordt gesproken over ondernemerskansen op vrijkomende agrarische erven. Een van die kansen zijn mini-campings. Indiener wil ervoor waken dat er een wildgroei ontstaat van mini-campings en verzoeken de gemeente altijd te onderzoeken of vraag en aanbod nog in verhouding zijn bij herontwikkeling van agrarische bedrijven naar verblijfsrecreatie. t. Indiener vraagt of er al concrete initiatieven in zicht zijn voor wellness voorzieningen. u. Indiener merkt op dat bezoekers op dit moment worden gestimuleerd om het poldergebied te gaan ontdekken. Echter wordt dit als minder aantrekkelijk ervaren vanwege het feit dat er te weinig fiets- en wandelpaden zijn en men gebruik moet maken van de hoofdweg (met veel agrarisch - en snel rijdend verkeer). Initiatiefnemer verzoekt de gemeente bij recreatieve ontwikkelingen in dit gebied ook rekening te houden met de (recreatieve) bereikbaarheid van deze plaatsen. Beantwoording a.
De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De Omgevingsvisie is niet het juiste documenten om concrete ontwikkelkaders en/of planningen op te nemen. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen en het gebiedsdekkende omgevingsplan Voorne aan Zee uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. b. Zie beantwoording onder a. c. Om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie wordt vanaf 2025 het omgevingsplan Voorne aan Zee opgesteld, waarbij als eerste gestart zal worden met het deelgebied ‘Buitengebied’. Met het maken van een gebiedsdekkend omgevingsplan zullen ook de regels worden geharmoniseerd daar waar dit noodzakelijk is. d. Zie beantwoording onder a. De Omgevingsvisie is niet het instrument om een tijdlijn aan ambities te koppelen. e. In hoofdstuk 4.10 ‘Bereikbaar Voorne aan Zee’ zijn de ambities op genomen als het gaat om de aanwezige infrastructuur en mobiliteitsmogelijkheden binnen onze gemeente. Eén van de ambities is het creëren van meer- en veilige ruimte voor (snel)fiets- en voetverkeer. Zo is in dit hoofdstuk het volgende opgenomen: In steeds meer dorpen en steden in Nederland komt meer ruimte voor fiets- en wandelverkeer in het straatbeeld.
(…) Daarnaast willen we de fietsstructuur verbeteren door de aanleg van ontbrekende schakels, verbreding van fietspaden en het comfortabel maken door tegels te vervangen door asfalt. Omdat de meeste fietspaden in beheer zijn bij de provincie en het waterschap, zal dit in overleg met deze partijen zijn. f. Zie beantwoording onder a. Om het aanbodpotentieel in de centra te behouden staan we geen detailhandel toe buiten de winkel-, buurt- en wijkwinkelcentra. Zie ook de uitgangspunten opgenomen in hoofdstuk 4.9 van deel B; Ondernemend Voorne aan Zee. Om de economische positie van de centrumgebieden te verstevigen is onder meer voor winkelcentrum De Struytse Hoeck in Hellevoetsluis de centrumvisie geactualiseerd. Voor de overige centrumvoorzieningen wordt in 2025 de Nota commerciële voorzieningen opgesteld. We houden aandacht voor de algemene uitgangspunten in de Gebiedsvisie Zuidoost in relatie tot de aanwezige bedrijvigheid en woongebieden aan deze kant van de gemeente.
74
g. In het ontwerp Omgevingsvisie staat het icoon Ontwikkellocatie Camperpark inderdaad niet juist gepositioneerd. Dit zal in de vast te stellen Omgevingsvisie worden aangepast. h. Met de zeespiegelstijging in gedachte worden er door het Rijk onderzoeken uitgevoerd waarin onderzocht wordt wat de zeespiegelstijging gaat betekenen voor Nederland. Dijken zullen wellicht versterkt moeten worden en daar is ruimte voor nodig. Het waterschap Hollandse Delta is aan het onderzoeken wat dat gaat betekenen, bijvoorbeeld voor deze primaire waterkering. i. De gemeente Voorne aan Zee heeft bedongen dat in de zomerperiode de bussen van EBS doorrijden en halteren bij het Tweede Slag in Rockanje. Deze dienstregeling start in de zomer van 2025 en geldt tot en met het einde van de concessie openbaar vervoer in 2028. j. Zie beantwoording onder a. k. Zie beantwoording onder a. Indien sprake is van concrete initiatieven zal dit via de daarvoor bestemde kanalen en conform de wettelijk verplichte wijze bekend worden gemaakt. l. De zinsnede in de visie richt zich op de bestaande situatie in het gebied. Het betreft niet een ambitie om nog een park met jachthaven aan te leggen/ te ontwikkelen. m. In het toekomstperspectief Haringvlietmonding heeft het aantrekkelijk houden van het strand een prominente plek.
Als de raad instemt met het toekomstperspectief, wordt verder aandacht besteed aan het aantrekkelijk houden van het badstrand. Onze stranden vormen immers een essentieel onderdeel van de bijzondere omgeving en de identiteit van onze gemeente. n. De mogelijkheid voor de realisatie van een extra strandpaviljoen aan het Noordzeestrand is op dit moment reeds toegestaan binnen de geldende bestemmingsplannen. Er is dus in feitelijke zin geen toevoeging van commerciële voorzieningen. o. Zie beantwoording onder k. p. In Hoofdstuk 4.8 ‘Recreatief en toeristisch Voorne aan Zee’ zijn de ambities opgenomen als het gaat om het recreatieve en toeristische aanbod binnen onze gemeente. Daarin zijn onder andere de ambities opgenomen als het gaat om het groeien naar een uniek en veelzijdig recreatieaanbod en het groeien naar een kwalitatief hoogwaardig recreatieaanbod. Dit houdt in dat er dus voldoende mogelijkheden zullen blijven bestaan om het toeristisch logies aanbod te versterken. Daarbij geldt wel dat de gemeente concrete verzoeken op wenselijkheid en haalbaarheid moet beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). q. De energieopgave speelt in de gehele gemeente.
De belangrijkste grootschalige opgaven die in dit kader op dit moment concreet spelen zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de locaties voor windmolens. r. De kaart zal worden gecontroleerd op volledigheid. s. Zie beantwoording onder p. t. Zie beantwoording onder k. u. Zie beantwoording onder e. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing in de Omgevingsvisie. Het icoon Ontwikkellocatie Camperpark wordt op de juiste locatie gepositioneerd en de campings zijn aangevuld op de betreffende kaarten.
75
Indiener 57 Zienswijze a. Indiener geeft aan dat in hoofdstuk 3.6 “Landschappelijke Noordrand” specifiek wordt geschreven dat er kansen liggen in de diepgelegen delen zoals de Ondernemingspolder voor incidentele waterberging en dat deze polder kan fungeren als overloopgebied. Aangegeven wordt dat deze polder al snel 1,5 meter hoger ligt dan de polder aan de andere zijde van de Maasdijk tussen Zwartewaal en de Groene Kruisweg. En zo’n 2 meter hoger dan de polders tussen het Kanaal door Voorne en Zwartewaal. Als bij hevige neerslag gebieden op Voorne (en Putten) last krijgen van teveel aan water kan de Ondernemingspolder simpelweg niet ingezet worden voor incidentele waterberging. Tevens is de Ondernemingspolder het laatst drooggelegde land van heel Voorne-Putten (en ver daarbuiten). Dat maakt het terug onder water zetten extra discutabel. De Ondernemingspolder is een polder waarbij de condities van water en bodem uitermate geschikt zijn voor akkerbouw. Dit is een meer hoogwaardige functie dan grasland en heeft derhalve vanuit provinciale normering ook een hoger beschermingsniveau als het gaat om wateroverlast. Ook blijkt uit recent onderzoek van het Waterschap Hollandse Delta dat voor het oostelijk gedeelte van Voorne (en zeker het gebied rondom de Ondernemingspolder) géén directe en toekomstige opgaven nodig zijn voor extra (tijdelijke) waterberging.
Het aanwijzen van de ondernemingspolder als (tijdelijke) waterberging heeft grote gevolgen voor de toekomst van het (akkerbouw)bedrijf. Ook zullen financierders en investeerders terughoudend zijn als de gronden aangewezen worden als waterberging. De zekerheid van lange termijn grondgebruik kan immers niet gegarandeerd worden. Dit heeft grote financiële gevolgen en kan het einde van het (akkerbouw)bedrijf betekenen. In de Ondernemingspolder, en met name de oostzijde, bevindt zich ook (intensieve) verblijfsreactie. Door de aanwezigheid hiervan is het niet logisch of mogelijk een effectieve waterberging te creëren. Op basis van bovenstaande punten verzoekt de indiener de gemeente Voorne aan Zee af te zien om de Ondernemingspolder aan te wijzen als (incidentele) waterberging. b. Tot op heden is het niet toegestaan om nieuwe woningen te bouwen in het buitengebied anders dan voor eigen gebruik. Een gedeelte van de Ondernemingspolder zou goed kunnen worden omgevormd tot bijvoorbeeld een landgoed. Waarbij naast akkerbouw, ook ruimte ontstaat voor (toegankelijke) natuur. Verwezen wordt naar de definitie van een landgoed in de Natuurschoonwet 1928. Indiener is benieuwd naar een visie van de gemeente, specifiek voor het toestaan van (kleinschalige) huizenbouw in de Ondernemingspolder. Beantwoording a.
Indiener geeft terecht aan dat het niet logisch is om de Ondernemingspolder in te zetten voor incidentele waterberging of overloopgebied. Dit is eerder al door indiener opgemerkt tijdens de tweede participatieronde van Voorne aan Zet! waarbij de koers per deelgebied in beeld was gebracht. Naar aanleiding van die eerdere reactie is het icoon voor waterberging op de Ondernemingspolder reeds verwijderd in de ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan zee. De genoemde zinsnede op pagina 87 in hoofdstuk 3.6 “Landschappelijke Noordrand” zal worden verwijderd. b. Indiener ziet kansen in de Ondernemingspolder voor een landgoed met kleinschalige woningbouw. Voor potentiële woningbouwlocaties ligt de focus op transformatie en verdichting binnen bestaand stedelijk gebied en eventueel in de stads- en dorpsranden. De Ondernemingspolder kan niet gekenmerkt worden als gelegen in 76
de dorpsrand van Zwartewaal. Aanvullend hanteren wij een ontwikkelkader voor toekomstige woningbouwaanvragen die staat uitgeschreven in hoofdstuk 4.2 “Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee”. Zoals uit het ontwikkelkader blijkt denkt de gemeente pas in de laatste plaats aan de ontwikkeling van woningbouw buiten de huidige rode contour. In dat kader zien wij (kleinschalige) woningbouw in de Ondernemingspolder als een weinig kansrijke ontwikkeling. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zinsnede: “Specifieke kansen liggen in diepgelegen delen zoals de Ondernemingspolder. Deze is potentieel een belangrijk gebied voor incidentele waterberging en kan fungeren als overloopgebied.” in hoofdstuk 3.6 “Landschappelijke Noordrand” wordt verwijderd.
77
Indiener 58 Zienswijze a. Mobiliteit De indiener herkent veel van uw uitgangspunten als het gaat om mobiliteit. Graag doet de indiener een aantal aanvullende suggesties. Als het gaat om fietsen, ziet de indiener graag een verwijzing naar het basisnetwerk fiets van de MRDH. Het regionaal basisnetwerk fiets vormt de basis waarop de MRDH subsidie voor fietsinfrastructuur verstrekt. Uw gemeente heeft hiervoor ook een aanvraag gedaan. De MRDH werkt samen met de gemeenten op Voorne Putten en de provincie ZuidHolland aan een maatregelenpakket om de verkeersafwikkeling op Voorne-Putten en de Haven te verbeteren. Hierbij ontbreekt nog het benoemen van de andere partners, de betrokkenheid van het Rijk en het Havenbedrijf. In het gehele proces is het helpend als deze partners ook worden opgenomen. b. Als het gaat om verkeersveiligheid werkt de indiener samen aan ‘maak van nul een punt’. De indiener is benieuwd of de gemeente deze ambitie ook deelt. De indiener adviseert de gemeente bij de opgave voor een Veilig Netwerk een verwijzing op te nemen naar de gewenste risicogestuurde aanpak van verkeersveiligheid. Bij gezonde veilige leefomgeving zou bovendien het aspect gezondheid gekoppeld kunnen worden aan het stimuleren duurzame en actieve mobiliteit en verkeersveiligheid. c. Binnenkort wordt de Maasdeltatunnel geopend. Hiermee wordt de bereikbaarheid van uw gemeente verbeterd.
De indiener mist in de Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 een analyse van de mogelijkheden en bedreigingen die deze nieuwe verbinding biedt. Recent organiseerden een aantal gemeenten samen met de indiener hierover een congres met als doel de komende periode te werken aan een actieprogramma. Wel ziet de indiener terug dat de gemeente Voorne aan Zee blij is met de OVverbinding in deze tunnel. U kunt de tekst hierover updaten met het feit dat er vanaf december 2024 een buslijn gaat rijden door de Maasdeltatunnel en dat ter verbetering van openbaar vervoer tussen Voorne Putten en Haven Rotterdam de maasvlaktehopper (nieuwe) routes gaat rijden. d. De indiener ziet uit naar een nader gesprek over de maatregelen die de gemeente Voorne aan Zee in wil zetten op het gebied van duurzame mobiliteit. Het programma duurzame mobiliteit van de indiener kan hierbij behulpzaam zijn. e. Heel concreet de toelichting op kaartje op pagina 89 zou de indiener graag hetzelfde zien als de toelichting op pagina 90: “Rotonde N57-Nieuweweg ongelijkvloers (incl. extra poot kruising N57-Nieuweweg)” f. De gemeente noemt de indiener in het beschrijvende deel en het bijlageboek. De indiener ziet zichzelf (nog) niet expliciet terug als partner in deel C. Uw Omgevingsvisie Voorne aan Zee 2040 ziet de indiener als input voor onze nieuwe mobiliteitsvisie en economische visie. Beantwoording a.
Het regionaal basisnetwerk fiets nemen we op in de mobiliteitsvisie, tezamen met andere netwerken. Het maatregelenpakket Aanpak Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam vullen we aan met de genoemde partners. b. Verkeersveiligheid is een belangrijk onderdeel van de mobiliteitsvisie Voorne aan Zee. De ambitie is nul verkeersslachtoffers. Gezondheid is reeds opgenomen in deel B in de paragraaf “Gedragsaanpak in het kader van verkeersveiligheid en modal shift”.
78
c. De openstelling van de A24 betekent een snelle verbinding tussen Voorne-Putten en de noordzijde van de Nieuwe Waterweg. De verkeersmodellen geven aan dat dit in de komende jaren tot 60% meer verkeer op de N57 zal leveren. Dit betreft zowel doorgaand verkeer als verkeer dat herkomst of bestemming Voorne aan Zee heeft. Immers: met de nieuwe verbinding worden nieuwe woon- en werkrelaties qua reistijd en reisafstand interessant. Hiermee ontstaan nieuwe situaties voor bedrijfsvestiging in Voorne aan Zee (met werknemers die ten noorden van de Nieuwe Waterweg wonen), en voor nieuwe bewoners die ten noorden van de Nieuwe Waterweg werken. Ook is uit onderzoek gebleken dat de tunnel voor een grotere woonbehoefte in onze gemeente zorgt. De nieuwe buslijn door de Maasdeltatunnel was reeds opgenomen in deel B in paragraaf 4.10 Bereikbaar Voorne aan Zee. Routewijzigingen van de Maasvlaktehopper worden door de MRDH en het Havenbedrijf meegenomen in de jaarplannen openbaar vervoer. d. Duurzame mobiliteit is een onderwerp dat we beschrijven in de mobiliteitsvisie van Voorne aan Zee. Er vinden al gesprekken over dit onderwerp plaats tussen de gemeente Voorne aan Zee en de MRDH. e. We hernoemen deze tot “Ongelijkvloerse kruising”. f. In bijlage C nemen we ook de MRDH op als partner, bij paragraaf 5.2 (regionale) partners. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
De rotonde N57-Nieuweweg ongelijkvloers (incl. extra poot kruising N57-Nieuweweg) wordt correct benoemd en in bijlage C nemen we ook de MRDH op als partner, bij paragraaf 5.2 (regionale) partners.
79
Indiener 59 Zienswijze a. In deel A (pagina 19) staat: Ambitie 1 is het verbeteren van het welzijn en wonen van de inwoners voor huidige en toekomstige generaties. Brede welvaart (alles wat bijdraagt aan een goede kwaliteit van leven) van bewoners wordt als voorwaardelijk gesteld. Wat de indiener inziens hierbij ontbreekt, is dat natuur één van de voorwaarden voor brede welvaart is. Veel studies tonen aan dat de natuur een positieve invloed heeft op mensen. De natuur nodigt uit tot bewegen, waardoor er minder kans is op gezondheidsklachten. Ook het mentale welzijn is hierbij gebaat, omdat bewegen in de natuur stress helpt reduceren en burnouts tegengaat. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee te benoemen dat natuur onderdeel uitmaakt van de brede welvaart. b. Op de kaart deelgebied Oostvoorne (pagina 50): • Op de kaart zijn diverse terreinen van het Zuid-Hollands Landschap aangemerkt als “Historische parels: beschermen van cultuurhistorisch erfgoed en verbindingen voelbaar maken”. Het is goed om te realiseren dat deze gebieden niet alleen cultuurhistorische waardevol zijn, maar ook natuur- en landschapswaarden bevatten. Zowel cultuurhistorie, natuur en landschap dienen in samenhang met elkaar behouden te blijven. De indiener denkt graag met de gemeente mee over het optimaliseren en verbinden van deze terreinen, waaronder landgoed Mildenburg, Kaapduin en Overbosch.
• Door het Groene Strand loopt een oranje stippellijn (een toekomstige recreatieve verbinding?). Het Groene Strand ligt in het Natura 2000gebied Voornes Duin en kent bijzondere en beschermenswaardige natuur. Het realiseren van nieuwe recreatieve verbindingen is hierdoor ongewenst. Wel kan aansluiting worden gezocht bij bestaande routestructuren, zoals de Meidoornroute of de Vogelboulevardroute. Wanneer de gemeente Voorne aan Zee dit wil concretiseren, verzoekt de indiener de gemeente Voorne aan Zee contact op te nemen met het ZuidHollands Landschap. c. Op de kaart Koers Haringvliet en Voordelta (pagina 77): • Omdat de titel verwijst naar de Natura 2000-gebieden, is het voor de volledigheid gewenst om ook het Natura 2000-gebied Voornes Duin te benoemen in deze gebiedsindeling. • Bij het Quackstrand staat het symbool “Mogelijkheid tot hotel” ingetekend. Dit komt niet terug in de toelichting. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee om dit verder toe te lichten en om rekening te houden met de aanwezige natuurwaarden in dit gebied. d. Op de kaart Koers Polders (pagina 90): • De verbreding van de N57 is onwenselijk. Deze zal volgens de indiener leiden tot een primaire transportroute van vrachtverkeer tussen de havens in de delta, waarbij verkeersdrukte, vervuiling en verstoring zal toenemen. Daar hebben de natuur en de bewoners en bezoekers van de delta alleen maar last van.
• De Hillenhoek (10 ha), tussen Zwartewaal en Hellevoetsluis, is een natuur- en weidevogelgebied. Op de kaart is hier het symbool opgenomen voor “behoud van agrarische functies; toekomstbestendige agrarische sector en voedselproductie”. De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee 80
rekening te houden met de natuurwaarden van Hillenhoek. Dit kan in principe samengaan met een toekomstbestendige landbouw, mits de natuurwaarden van Hillenhoek in stand blijven of toenemen. e. In deel B (pagina 31): Invasieve exoten: Het is van belang om invasieve soorten nabij Voornes Duin aan te pakken, inclusief het voorkomen van de aanplant van deze soorten. Het gaat hierbij om soorten als rimpelroos, mahonie, Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop. Aanpakken hiervan en het voorkomen van aanplant van deze soorten in de buurt van natuurgebieden draagt bij aan het voorkomen en verminderen van problemen. f. In deel B op de kaart Natuurlijk (pagina 38) : Op deze kaart zijn gebieden voor “Natuurlijke bufferzones voor natuurontwikkeling en recreatie” opgenomen. De indiener onderschrijft het belang van natuurontwikkeling in de binnenduinrand. Dit is noodzakelijk om de Natura 2000-doelen van Voornes Duin te halen. Ook zal dit het gebied voor de recreatie nog aantrekkelijker maken. g. In deel B op de kaart Duurzaam en klimaatbestendig (pagina 48): • Op deze kaart zijn twee gebieden opgenomen als “Winningsvergunning voor geothermie”. Uit de toelichting blijkt dat de vergunningen hiervoor al zijn afgegeven. De indiener gaat ervan uit dat de beoogde boringen buiten de natuurgebieden plaatsvinden.
• De zoekgebieden voor zonnevelden op Voorne-Putten grenzen direct aan Natura 2000-gebied Voornes Duin, en ook aan het Quackgors en de Beningerslikken, welke onderdeel uitmaken van het Natura 2000-gebied Haringvliet. Het zoekgebied grenzend aan Voornes Duin omvat tevens NNN-gebieden. Dit is onwenselijk. Het bewaren van voldoende afstand tot Natura 2000- en NNN-gebieden is belangrijk om negatieve effecten op kwetsbare natuurwaarden te voorkomen. Op pagina 50 staat immers ook geschreven dat het gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen ongewenst is. h. In deel B op de kaart Recreatief en toeristisch (pagina 70): De indiener verzoekt de gemeente Voorne aan Zee aandacht te besteden aan de leesbaarheid van de kaart. Door de vele vlakdekkende kleuren, met daaroverheen weer andere gekleurde vlakken, is de kaart niet goed leesbaar. Een voorbeeld zijn de kleuren van ‘Duinen en strand’ en ‘Natuurgebieden met recreatief gebruik’. i. Bijlagenboek: De indiener zou graag zien dat het ‘Perspectief Natuur Zuid-Hollandse Delta’ aan de tabel wordt toegevoegd, ook omdat andere sectorale documenten wel worden genoemd. Beantwoording a. We erkennen dat natuur een belangrijke rol speelt in het bevorderen van de brede welvaart en de kwaliteit van leven van onze inwoners.
Zoals indiener aangeeft, heeft natuur een positieve invloed op zowel fysieke als mentale gezondheid, en draagt het bij aan het welzijn van mensen. Om die reden verwijzen we in meerdere hoofdstukken van de Omgevingsvisie naar het belang van een gezonde, groene en aantrekkelijke omgeving. Wij scharen hier ook de natuur onder. b. Wij zullen de natuur- en landschapswaarden zoals benoemd op de kaart van Oostvoorne in Deel A op pagina 50 toevoegen bij het icoon Historische parels. Ook zullen we dit in de tekst aanscherpen. De oranjestippellijn bij het groene strand betreft geen nieuwe recreatieve route, deze gaf indicatief een deel van de vogelboulevardroute weer, wij zullen de stippellijn verwijderen.
81
c. We zullen Voornes Duin benoemen op de kaart Koers Haringvliet en Voordelta. Wat betreft het icoon voor de mogelijkheid tot een hotel is geconstateerd dat deze kan komen te vervallen. d. In het hoofdstuk Bereikbaar Voorne aan Zee in deel B van de Omgevingsvisie wordt toegelicht waarom de verbreding van de N57 wel gewenst is voor de gemeente. ‘’Het wegennet staat onder druk en lopende en geplande ontwikkelingen (zoals woningbouw, uitbreiding Kickersbloem) vragen om meer capaciteit. In de regio is de Blankenburgverbinding een belangrijk project. Dit is een nieuwe snelweg (A24) die de A20 bij Vlaardingen verbindt met de A15 bij Rozenburg. Door deze verbinding wordt, op basis van onderzoeken, op de N57 een toename van 40-70% van het verkeer verwacht.’’. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. De haalbaarheid van deze verbreding van de N57 zal nader onderzocht moeten worden wanneer dit planologisch mogelijk gemaakt wordt. Daarbij zal ook toenemende vervuiling en verstoring worden betrokken. We begrijpen het belang van zowel natuurbehoud als toekomstbestendige landbouw. De gemeente Voorne aan Zee streeft ernaar beide doelen te combineren, waarbij de natuurwaarden in stand worden gehouden. In de verdere beleidsuitwerking zal een zorgvuldige balans worden gezocht tussen ecologie en duurzame landbouw.
e. We delen uw zorgen over de impact van soorten zoals rimpelroos, mahonie, Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop. Het actief aanpakken van deze invasieve soorten en het voorkomen van verdere aanplant in de nabijheid van natuurgebieden is inderdaad essentieel voor het behoud van de lokale biodiversiteit. De gebieden die in beheer zijn bij de gemeente Voorne aan Zee worden de Invasieve soorten zoals de Japanse duizendknoop en de Berenklauw bestreden. De Rimpelroos, Amerikaanse vogelkers en Mahonie worden niet meer aangeplant in de nabijheid van Natuurgebieden. f. De motivatie van indiener sluit aan op onze ambities. Wij nemen dit ter kennisgeving aan. g. Voor de twee gebieden die zijn opgenomen als “Winningsvergunning voor geothermie” zijn inderdaad vergunningen afgegeven. De beoogde boringen zullen buiten de natuurgebieden plaatsvinden. De arcering voor zoekgebieden voor zonnevelden komt voort uit de Regionale Energie Strategie (RES). Hierin zijn zoekgebieden aangegeven waar kansen worden gezien voor opwek van hernieuwbare energie. Een zoekgebied moet eerst verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd voordat er daadwerkelijke projecten door initiatiefnemers gerealiseerd kunnen worden.
Dit gaat gepaard met participatie met inwoners, onderzoek naar mogelijkheden en beperkingen qua ruimtelijke, financiële, ecologische, milieutechnische aspecten en het succesvol doorlopen van vergunningstrajecten. Aan de hand van dit onderzoek wordt bepaald of ontwikkeling van hernieuwbare energie op een specifieke locatie wenselijk en haalbaar is. h. We begrijpen dat de huidige indeling met meerdere overlappende kleuren de kaart moeilijk leesbaar maakt, vooral op het gebied van 'Duinen en strand' en 'Natuurgebieden met recreatief gebruik'. We zullen deze feedback meenemen en onderzoeken hoe de kaart visueel duidelijker gepresenteerd kan worden, bijvoorbeeld door het gebruik van contrasterende kleuren of andere grafische aanpassingen. i. Opgemerkt wordt dat de Omgevingsvisie een ambitiedocument betreft van de gemeente Voorne aan Zee. In dat licht is een verwijzing naar beleidsdocumenten van derden in eerste instantie niet voor de hand liggend. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. Naar verwachting zal het Perspectief Natuur 82
Zuid-Hollandse Delta wel worden betrokken bij nadere planuitwerkingen zoals (wijzigingen op) het omgevingsplan. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassingen in de Omgevingsvisie. De oranje stippellijn wordt verwijderd, Voornes Duin wordt benoemd op de kaart Koers Haringvliet en Voordelta en de kaart Recreatief en toeristisch visueel duidelijker gemaakt.
83
Indiener 60 Zienswijze a. In een passage over duurzame en klimaatbestendige polders staat: De polders, vooral de jonge zeekleipolders, zijn vanuit de RES zoekgebied voor een zonneweide van 5 hectare groot. Het is echter niet wenselijk het open karakter van de polders te verstoren. Daarom wordt voor deze opgave gezocht in de contouren van de glastuinbouwgebieden en de bedrijventerreinen. Op deze locaties kunnen functies makkelijker gecombineerd worden en zo kan de openheid van de polders behouden blijven. We onderzoeken daarnaast de mogelijkheden van het inpassen van kleine windturbines (maximaal 30 meter hoog) in het buitengebied bij (boeren)bedrijven (binnen het bouwvlak). De indiener wil hiervoor graag voor de drie genoemde bedrijven in aanmerking komen. b. Op het kaartje op pagina 99: Er zijn locaties aangewezen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat lijkt de indiener een goede zaak zolang er geen ‘’getto’s’’ gevormd worden. c. Er zijn twee gebieden aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied; de locaties van de indiener op de Veckdijk en Bollaarsdijk vallen daar niet onder. In 3 delen met de omkaderde gebiedsgrens staan dus geen ‘’aren’’, maar de indiener rekent erop dat dit alle 5 glastuinbouwconcentratiegebieden als concentratiegebied worden gewaarmerkt.
Dus ook het gebied ten westen van Brielle, het gebied MiddelwegPrinsenweg-Oudedijk en het gebied Veckdijk-Vlaardingerhilseweg-Kerkweg. De bedrijven in deze drie gebieden zijn allemaal aangesloten (of nog op korte termijn aan te sluiten) op de geothermiebronnen van 4AP in Vierpolders en Duurzaam Voorne in Tinte. d. Er is ruimte getekend voor een groen blauw raamwerk haaks op de Konneweg. Het lijkt erop dat ze dit willen versterken. Het is volgens de indiener niet aangegeven wat dit voor consequenties voor de bedrijven heeft. e. Langs de Westvoornseweg zien ze kansen voor sanering. Het is volgens de indiener niet aangegeven wat dit voor consequenties voor de bedrijven heeft. f. Het open perceel aan de Bollaarsdijk is niet geel maar groen ingekleurd. Wat is hiervan het doel? De indiener verwacht zelf dat dit de nog niet bebouwde percelen in deze gebieden zijn (zijn dus nog ‘’groen’’). Ondertussen is de indiener bezig dit perceel te ontwikkelen tot gebruik voor duurzaam glastuinbouw. Hiervoor is ondertussen goedkeuring gegeven aan de intake-tafel en in december wordt dit besproken aan de omgevingstafel. In de tekst op pagina 100 staat over ‘’de glastuinbouw ten westen van de vesting van Brielle’’ dat er meegedacht wordt om de stoppers hier te helpen, maar hier liggen de indieners uitbreidingsplannen die net door de intake-tafel zijn goedgekeurd. g.
Deze kleur is ook bij de Veckdijk toegepast. Ook hier heeft de indiener eerder plannen ontwikkeld, maar de oud-eigenaar is overleden en zijn erfgenamen zagen hier nog geen heil in. De plannen zijn echter wel bekend bij de gemeente en zullen op een later moment wellicht weer opnieuw ontwikkeld worden. h. Extra opmerking over zonnepanelen: In de gemeente liggen betrekkelijk veel (hoofd)watergangen, die ook zeker geschikt zijn voor drijvende zonnepanelen. Het zou prettig zijn als hier ook over nagedacht zou worden door de gemeente. Zo heeft een deel van het spui (breed water langs Rijksstraatweg en Oudedijk) best potentie. Bij een eerdere aanvraag bij het waterschap door project Aardwarmte Vierpolders is hierop zeer negatief gereageerd. Dit strookt weer niet met de visie van WSDH dat zij zich inzetten voor duurzaamheid. Het lijkt de indiener verstandig als de gemeente 84
hier een andere visie op geeft. Graag zou de indiener de mogelijkheden opgenomen zien in de visie (wellicht bij onderdeel ‘’polders’’). Ook hierdoor zal ook minder landbouwgrond geclaimd voor zonneweides. Beantwoording a. We gaan de mogelijkheden en de wenselijkheid van het inpassen van kleine windturbines (maximaal 30 meter hoog) in het buitengebied bij (boeren)bedrijven (binnen het bouwvlak) onderzoeken. Dit onderzoek zal echter pas plaatsvinden na het gereedkomen van de Omgevingsvisie. Afhankelijk van de resultaten zullen wij concrete verzoeken voor kleine windturbines op wenselijkheid en haalbaarheid moeten beoordelen alvorens wij deze mogelijk kunnen maken in het omgevingsplan of met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). b. We zijn het met indiener eens dat de huisvesting van arbeidsmigranten belangrijk is, en we delen de bezorgdheid over het voorkomen van ‘’getto’s’’. De beleidsnotitie huisvesting Arbeidsmigranten Voorne aan Zee ziet toe op tijdelijke huisvesting voor specifieke doelgroepen (en in lijn is met de Wonen, Welzijn en Zorgvisie). We zien vooral kansen op eigen percelen voor de tijdelijke huisvesting van seizoenswerknemers. Hier is het mogelijk om onder voorwaarden woonunits toe te voegen op eigen grond voor eigen personeel. Het gaat dan specifiek om tijdelijke huisvesting/short stay. c.
De glastuinbouw ten westen van de vesting van Brielle maakt geen onderdeel uit van het provinciale glasconcentratiegebied. Op de kaart staat het gebied wel aangemerkt als glastuinbouwgebied evenals het gebied Middelweg-Prinsenweg-Oudedijk en het gebied Veckdijk-Vlaardingerhilseweg-Kerkweg. Wel is de visie op het glastuinbouwgebied aan de westkant van Brielle een aandachtspunt in de te actualiseren visie Glasherstructurering. Hier denkt de gemeente graag mee over de eventueel vrijkomende ruimte mochten deze tuinders in de toekomst willen stoppen. Wat de gemeente betreft liggen hier dan kansen voor sanering en/of andere mogelijkheden van bedrijvigheid, mits het de gewenste openheid van het schootsveld van de vesting van Brielle niet schaadt en het de omliggende glastuinbouwbedrijven niet schaadt in de westelijke percelen van het glastuinbouwintensiveringsgebied nabij Tinte. Er is geen sprake actieve glassanering. Dus indien de glastuinbouw wordt voortgezet of zoals in het geval van indiener wordt uitgebreid binnen de daarvoor aangewezen zone Glastuinbouw dan is sanering uiteraard niet aan de orde. d. We zien dat indiener de ruimte voor het groen-blauw raamwerk langs de Konneweg opmerkt en vraagt naar de consequenties voor de bedrijven in dit gebied.
Het doel van het groen-blauwe raamwerk is om ecologische verbindingen en waterberging te versterken, maar we begrijpen dat het belangrijk is om de gevolgen voor de bestaande bedrijven duidelijk in kaart te brengen. We zullen de impact van dit raamwerk op de bedrijven in het gebied nader onderzoeken en zorgen voor transparantie hierover in de verdere plannen. e. Wij begrijpen de verbazing over de kaartweergave van de Westvoorneweg, waarop een perceel met een glastuinbouwbestemming onterecht is aangeduid als mogelijk bedrijventerrein. De gemeente erkent dat deze aanduiding niet in lijn is met de geldende bestemming en dat er geen beleidsmatige onderbouwing is om deze locatie een andere functie toe te kennen. Dit zal in de definitieve Omgevingsvisie worden gecorrigeerd, zodat deze volledig aansluit bij het gemeentelijke beleid om bestaande glastuinbouwgebieden te behouden en te versterken. f. De groene inkleuring van het perceel aan de Bollaarsdijk betreft slechts de onderlaag van de gebruikte kaart. Omdat het perceel thans niet in gebruik is voor glastuinbouw is deze groen gekleurd. De locatie is echter gelegen binnen de gebiedsgrens 85
Glastuinbouw en heeft de bestemming Glastuinbouw in het onderliggende Omgevingsplan. De door indiener genoemde ontwikkeling voor de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf is daarom passend op deze locatie. g. We nemen er graag kennis van wanneer eerdere plannen aan de Veckdijk van indiener alsnog ontwikkeld worden. h. Het uitgangspunt blijft dat zonneparken niet worden toegestaan, tenzij dit door de raad geaccordeerd wordt. Dit is vastgelegd in de aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon, waarbij het Ontwerp Omgevingsvisie Voorne aan Zee gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt gestart met het opstellen van een gebiedsdekkend omgevingsplan. In het op te stellen omgevingsplan wordt dit punt meegenomen. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Het kaartbeeld langs de Westvoornseweg wordt aangepast.
86
Indiener 61 Zienswijze a. De indiener maakt bezwaar tegen specifieke onderdelen van de visie, waaronder de plannen voor zonnepanelen, windmolens en windturbines, de huisvesting van expats op bedrijventerreinen, en de bizarre situatie dat in tijden van een ernstig woningtekort recreatiewoningen nog steeds niet beschikbaar worden gesteld voor permanente bewoning. Daarnaast wil de indiener wijzen op de invloed van adviesbureau Kuiper Compagnons en vraagt de indiener zich af of ook het college en de raadsleden op de hoogte zijn van hun visie. De indiener verzoekt de gemeente om de plannen voor zonnepanelen en windmolens en windturbines te herzien, met prioriteit voor alternatieven die natuur en landschap respecteren. b. De indiener verzoekt de gemeente om af te zien van de voorgestelde huisvesting van expats op bedrijventerreinen. c. De indiener verzoekt de gemeente om de invloed van Kuiper Compagnons en andere externe adviesbureaus kritisch te evalueren en hierover transparant te zijn naar inwoners. d. De indiener verzoekt de gemeente om inwoners meer directe invloed te geven in het participatieproces, zodat hun zorgen en wensen daadwerkelijk worden meegenomen. e. De indiener verzoekt de gemeente om duidelijk te maken hoe de gemeente omgaat met de overbelasting van het elektriciteitsnet en welke concrete stappen worden genomen om deze problemen op te lossen. f.
De indiener verzoekt de gemeente om te overwegen om recreatiewoningen tijdelijk beschikbaar te maken voor permanente bewoning, als noodmaatregel tegen het woningtekort. g. De indiener nam deel aan het inwonerspanel, maar zijn/haar ervaringen roepen vragen op over de objectiviteit en representativiteit van dit proces. Onobjectieve vragen: De vragen in het panel zijn vaak sturend en laten geen ruimte voor echte alternatieven. Dit roept ook bij de indiener de vraag op wie deze vragen heeft opgesteld. Beperkte keuzes: Vaak moest de indiener kiezen tussen twee slechte opties, zonder de mogelijkheid om zijn/haar werkelijke voorkeuren of ideeën te uiten. Dit wekt de indruk dat participatie slechts een formaliteit is, terwijl de mening van inwoners onvoldoende serieus wordt genomen. Beantwoording a. De plannen voor zon- en windenergie zijn niet alleen lokaal bepaald en vastgelegd maar ingebed in nationaal beleid en het Klimaatakkoord die enerzijds provinciaal en anderzijds regionaal zijn doorgelegd in bestuurlijke afspraken. Bij alle plannen voor zon- en windenergie worden natuur en landschap zo veel als mogelijk gerespecteerd en dienen vergunningsaanvragen te voldoen aan wet- en regelgeving. b. Wij vinden het een belangrijk aandachtspunt om te zorgen voor passende huisvesting van arbeidskrachten. Deze opgave werken we meer concreet uit in de Wonen Welzijn en Zorg visie.
Hier liggen kansen om huisvesting bij grote bedrijven op eigen grond te faciliteren. In de beleidsnotitie huisvesting Arbeidsmigranten Voorne aan Zee worden mogelijkheden voor initiatieven benoemd. We zien huisvesting bij Kickersbloem als een eerste kansrijke locatie. De gemeente ziet daarom niet af van de mogelijke huisvesting van arbeidskrachten op bedrijventerreinen. c. De indiener verwijst naar Land met een Plan van Kuiper Compagnons. Het is belangrijk te benadrukken dat dit document geen nationale Omgevingsvisie is, maar een toekomstperspectief uit 2021, dat niet betrokken is bij de Omgevingsvisie Voorne 87
aan Zee. Kuiper Compagnons werkt op verschillende schaalniveaus aan plannen en visies, waarbij Land met een Plan een denkrichting biedt over toekomstige klimaatscenario’s en transities. Het document werd niet gepresenteerd als het plan voor Nederland in 2121, maar als een middel om het gesprek over de toekomst van Nederland op gang te brengen. Dit perspectief draagt bij aan een breder nationaal debat, waaraan ook Voorne aan Zee een rol speelt. d. De Omgevingsvisie is een grote, overkoepelende visie. We vinden het belangrijk daar inwoners bij te betrekken, net als ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dat is gebeurd op het niveau van ‘raadplegen’ en ‘meedenken’. Voor een visie van dit abstractieniveau vinden we dat het meest passend. Dat hebben we op verschillende momenten en manieren gedaan. Op twee momenten in het proces met een enquête. Daarnaast tijdens een ‘dorpentour’, waar we in alle plaatsen van onze gemeente met inwoners in gesprek zijn gegaan over onderwerpen uit de Omgevingsvisie die zij belangrijk vonden. Bij concrete projecten die mogelijk voortvloeien uit de Omgevingsvisie zal ook steeds een afweging over participatie worden gemaakt, waarbij altijd gekeken wordt voor wie een onderwerp het meest impactvol is. Het is altijd onze intentie om zorgen en wensen mee te nemen, al realiseren we ons dat we nooit iedere wens kunnen honoreren. e.
De structurele oplossing tegen netcongestie is uitbreiding van de capaciteit door het elektriciteitsnetwerk te verzwaren. Om ruimte te bieden op het elektriciteitsnetwerk doen de netbeheerders (zowel TenneT als Stedin) grootschalige investeringen. De netbeheerders zijn afhankelijk van de beschikbare ruimte binnen de gemeente en bij private grondeigenaren voor de realisatie van nieuwe stations en kabelverbindingen. De gemeente is dan ook in gesprek met de netbeheerders om de geschikte locaties voor nieuwe stations te verkennen. Dit alles met in het achterhoofd de impact voor onze inwoners en bedrijven en de impact op het landschap en de schaarse ruimte die wij zo veel mogelijk willen beperken. Om als gemeente (tussentijds) oplossingen te vinden voor netcongestie binnen Voorne aan Zee is een eigen impactanalyse nodig. Met de analyse krijgen we een gedetailleerd beeld van het probleem en onderzoeken we waar het probleem zich voordoet, op welke momenten en waardoor het wordt veroorzaakt. Ook onderzoeken we wat netcongestie betekent voor ons beleid en projecten op het gebied van woningbouw, economie, zorg & onderwijs en duurzaamheid. Met het onderzoek ontstaat ook inzicht in de mogelijkheden om slimmer om te gaan met het huidige elektriciteitsnetwerk, zodat ruimte ontstaat om projecten toch aangesloten te krijgen.
Deze impactanalyse biedt inzicht in het handelingsperspectief voor de gemeente, bijvoorbeeld in de wijze waarop accuopslag kan worden ingezet, of het opzetten van een zogenaamde energie hub waarbij lokaal energie wordt uitgewisseld (tussen bedrijven). f. Als noodmaatregel tegen het woningtekort zetten wij onder andere in op het realiseren van flexwoningen. Flexwoningen zijn tijdelijke, verplaatsbare woningen bestemd voor mensen die snel een woning nodig hebben. Momenteel onderzoeken wij diverse locaties in de gemeente als mogelijke plek om flexwoningen te realiseren. Het inzetten van recreatiewoningen als tijdelijke woonoplossing heeft niet onze voorkeur. Recreatiewoningen zijn en blijven primair bedoeld voor verblijfsrecreatie. g. We vinden het jammer dat de indiener dit zo ervaart. Wij hebben participatie niet als een formaliteit gezien, maar als een zeer wezenlijk onderdeel van het proces om te komen tot een gedragen Omgevingsvisie. En we hebben de inbreng van inwoners zeker serieus genomen. Onderzoeksbureau Citisens, een ervaren onderzoeksbureau, heeft de onderzoeken uitgevoerd. Uiteraard gebeurt dat in samenspraak met de gemeente. In de eerste enquête (2023) werd vooral gevraagd naar de thema’s die inwoners belangrijk vinden binnen de Omgevingsvisie, over 88
verschillende deelgebieden. In de tweede enquête (2024) waren al richtingen uitgedacht voor alle deelgebieden van onze gemeente, op basis van eerdere input. Die richtingen zijn in de tweede enquête concreet getoetst bij inwoners. We wilden op deze manier achterhalen of dit aansloot bij de mening van inwoners. Daarnaast was er ook ruimte om een toelichting te geven. De enquêtes waren een onderdeel van het participatieproces. Maar ook de vele gesprekken, zowel met inwoners uit al onze steden en dorpen, met maatschappelijke organisaties en met ondernemers, maakten daar onderdeel van uit. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
89
Indiener 62 Zienswijze a. De opmerking in het Omgevingseffectrapport dat de beschermde stads- en dorpsgezichten ontbreken, onderschrijft de indiener. Voorne aan Zee heeft drie omvangrijke Rijksbeschermde gezichten. Die bieden houvast bij het maken van ruimtelijke keuzes. De indiener adviseert de kernkwaliteiten van de beschermde gezichten nadrukkelijk in de Omgevingsvisie te integreren. b. Ook de minder zichtbare erfgoedwaarden, zoals maritieme archeologie, landschappelijke structuren en verhaallijnen zouden nadrukkelijker in beeld kunnen komen. Erfgoed behelst ook objecten en gebeurtenissen die (nog) geen vastgelegde erfgoedstatus hebben, zoals industrieel erfgoed, naoorlogse wijken, Atlantikwall. c. Het instrumentarium van omgaan met erfgoed is mede door de komst van de Omgevingswet veranderd. Ruimtelijke opgaven zijn gelaagder en vaak van grotere impact dan voorheen. Het is aan te bevelen om de Omgevingsvisie voldoende aanknopingspunten te geven voor uitvoeringsinstrumenten. Mogelijk kan dit met een omgevingsprogramma voor erfgoed. Beantwoording a. In hoofdstuk 4.7 ‘Cultureel en beleefbaar Voorne aan Zee’ worden de opgaven binnen dit thema benoemd. Eén van de thema’s is de instandhouding van cultuurhistorische waarden, onder dit thema is de instandhouding van rijksbeschermingsgebieden genoemd.
De drie rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten zijn benoemd, de gezichten zijn op de kaart op pagina 61 ingetekend en de kernkwaliteiten van de gezichten zijn kort beschreven. Voor deze visie is dit afdoende, het betreft een visie op hoofdlijnen. Bovendien liggen de waarden van de beschermde stads- en dorpsgezichten vast in de bij de aanwijzingen behorende redengevende beschrijvingen. Deze redengevende beschrijvingen bieden het kader hoe de instandhouding van cultuurhistorische waarden en ruimtelijke karakteristiek in de rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten vormgegeven wordt. Wel wordt de volgende tekst toegevoegd om hier meer duiding aan te geven: “Voorne aan Zee kent drie Rijksbeschermingsgebieden die een bijzondere beschermingsstatus genieten; de cultuurhistorische waarden en ruimtelijke karakteristiek van de beschermde gezichten zijn beschreven in het besluit tot aanwijzing, we richten ons op de instandhouding van deze waarden”. b. De gemeente onderschrijft dat erfgoed ook objecten en gebeurtenissen behelst die (nog) geen vastgelegde erfgoedstatus hebben. De rijke cultuurhistorie is een goede voedingsbodem voor de verdere ontwikkeling van Voorne aan Zee. We zetten dan ook in op het beleefbaar maken van de geschiedenis, de instandhouding van beschermde cultuurhistorische waarden, het gebruik van erfgoed en een breed cultureel aanbod. c.
Het doel is dat erfgoed een belangrijke factor is in de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Erfgoed moet ingebed worden in het ruimtelijk beleid van de gemeente, vandaar dat erfgoed een duidelijke plaats gekregen heeft in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie betreft slechts een ambitiedocument waarin op hoofdlijnen de ambities van de gemeente worden weergeven. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt met diverse beleidsplannen en het omgevingsplan uitvoering gegeven aan de gestelde ambities in de Omgevingsvisie.
90
Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 4.7 wordt een tekst toegevoegd zoals genoemd onder a.
91