Bijlage 2. Brielle onderzoeksrapport definitief December 2022 (nagekomen toez. agendapunt 7)
Tekst van het document
VERSLAG DATA ANALYSE DAK-EN THUISLOZEN BRIELLE Op basis van gemelde cliënten in EasyBlue
Juli 2022
Auteurs In samenwerking met
INHOUDSOPGAVE
Pagina
1. Introductie Op basis van gemelde cliënten in EasyBlue
2
2. Onderzoeksopzet 2.1 Definitie en afbakening 2.2 Onderzoeksmethode 2.3 Beperkingen en discussie
3 3 3 7
3. Landelijke situatie
8
4. Resultaten en Analyse 4.1 Demografische gegevens 4.1.1 Scores shortlist per item 4.2 Analyse 4.2.1 Analyse van de individuele items 4.2.2 Analyse van de profielscore 4.2.3 Bravo, Alpha, Zulu 4.2.4 Profielverdeling per leeftijd 4.2.5 Profielverdeling per geslacht 4.2.6 Locaties dak- en/of thuislozen Brielle
9 9 10 14 14 15 16 18 18 19
5. Huidige aanbod in de regio 5.1 Capaciteit in de regio 5.2 Totaaloverzicht
20 20 21
6. Conclusie en aanbevelingen 6.1 Doelgroep en problematiek 6.1.1 Conclusies doelgroep en problematiek 6.1.2 Aanbevelingen doelgroep en problematiek 6.2 Meetmethode 6.2.1 Conclusies meetmethode 6.2.2 Aanbevelingen meetmethode
23 23 23 23 24 24 25
Bijlagen A Vragenlijst EasyBlue B Overzicht beleidslijnen per fase
26 26 27
1. Introductie Voor u ligt de uitwerking van het onderzoek naar de situatie en omvang van dak- en thuisloosheid in Brielle. Het aantal dak- en thuislozen in Nederland stijgt al jaren. De gemeente Brielle wil graag inzicht krijgen in de aard en omvang van del dak- en thuisloosheid in de gemeente. Om deze reden is een onderzoek gestart om zo een kwantitatieve meting en kwalitatieve duiding van de huidige groep dak- en thuislozen te krijgen.
Onderzoeksopdracht Het doel van dit onderzoek is tweeledig, namelijk:
1. Duidelijkheid scheppen over de omvang en situatie van de dak- en thuislozen in Brielle.
In een kernteam met de projectleider en de adviseur/onderzoeker van Phlinq is invulling gegeven aan het onderzoek.
2. Eventuele hiaten in het aanbod voor dak- en thuislozen blootleggen.
Om de informatie te verzamelen voor dit onderzoek, is er input gevraagd aan diverse partijen die ondersteuning bieden aan de populatie dak- en thuisloze inwoners. Verschillende gemeenten op de Zuid-Hollandse Eilanden laten een onderzoek naar dak- en thuislozen uitvoeren. Om vergelijking mogelijk te maken is eenzelfde opzet gehanteerd. In dit document worden de resultaten toegelicht van de kwantitatieve en kwalitatieve meting van de dak- en thuislozen in Brielle. De uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt voor doorontwikkeling van de maatschappelijke voorzieningen in de regio Brielle. Ook zal het ingezet worden voor het ontwikkelen van een lokale aanpak ter voorkoming van dak- en thuisloosheid. We starten het document met de onderzoeksopzet. Daarna volgt in hoofdstuk 3 informatie over de landelijke situatie. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het onderzoek te vinden. In hoofdstuk 5 volgen de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek.
2
2. Onderzoeksopzet In dit hoofdstuk zal de opzet van het onderzoek worden beschreven. Hiervoor zal eerst een afbakening worden gemaakt van het onderzoek en wordt de definitie van dak- en thuislozen geformuleerd. Hierna zal de onderzoeksmethode worden besproken inclusief onderbouwing voor specifieke keuzes die tijdens het onderzoek gemaakt zijn. Tot slot worden de beperkingen van het onderzoek benoemd en toegelicht.
Binnen de gemeente Brielle is een kerngroep samengesteld. In deze kerngroep heeft, aan de start van het onderzoek, afstemming plaatsgevonden over de afbakening van het onderzoek en de methode om tot een beeld te komen. Het beeld betreft de aantallen en de hoedanigheid van de dak- en thuislozen binnen de gemeente Brielle. In samenwerking met de kerngroep, is er onderscheid gemaakt tussen de personen en organisaties die voldoen aan de hiernaast genoemde definitie van dak- en thuislozen en welke in beeld en/of in zorg zijn. Deze noemen we stakeholders.
2.1 Definitie en afbakening Binnen dit onderzoek is gebruik gemaakt van de definitie zoals geformuleerd door KPMG, welke ook landelijk wordt gebruikt (bijvoorbeeld door het CBS). Deze definitie luidt als volgt:
De volgende stakeholders zijn betrokken bij het onderzoek (in het kernteam, de projectgroep en/of voor het aanleveren van input voor het onderzoek): Gemeente Brielle: - Afdeling Burgerzaken Sociaal gebiedsteam (werkzaam vanuit gemeente) Kwadraad
Ingezetenen van de gemeente Brielle; dan wel diegenen die onmiddellijk voorafgaande aan het moment dat zij dak- of thuisloos zijn geworden, opgenomen waren in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Brielle en die tussen 1 juni 2021 en 1 april 2022 verblijven in de gemeente Brielle en die op enig moment:
2.2 Onderzoeksmethode Als start van het onderzoek, is er een bijeenkomst georganiseerd waarbij de doelstelling en de opzet van het onderzoek werden gepresenteerd. Elke stakeholder is gevraagd een kwalitatieve duiding te geven van de personen die zij in beeld/in zorg hebben en die voldoen aan de criteria van dak- en thuisloosheid. Hiervoor hebben meerdere medewerkers per stakeholder een inlogcode gekregen voor het instrument EasyBlue om zo unieke gegevens in te kunnen voeren.
op straat of andere ruimte leven; (kortdurend) gebruik maken van een vorm van tijdelijke opvang of op plaatsen verblijven waar permanent wonen niet is toegestaan, zoals campings, pensions en dergelijke (met uitzondering van de personen die door de (voormalige) gemeente(n) van de gemeente Brielle formeel worden gedoogd); zonder vaste verblijfplaats en zonder eigen ruimte op niet-structurele basis bij familie of vrienden slapen. Om de omvang van de totale populatie te bepalen hebben we gekozen voor een 'nulmoment' (T0). Het T0 is gesteld op 1 juni 2021 met een doorlooptijd tot 1 april 2022 (T1). Iedereen die binnen de gemeente Brielle binnen T0 en T1 voldeed aan bovenstaande definitie werd meegenomen in het onderzoek. Er is voor deze periode is gekozen wegens de fluctuatie in het aantal dak- en thuislozen in de zomer en winter. Het is geen puntmeting. 3
EasyBlue Met EasyBlue wordt inzichtelijk op welke levensgebieden sprake is van problematiek in relatie tot dakloosheid. De ingevoerde gegevens geven inzicht in tien verschillende levensgebieden waaronder financiën, psyche en somatische klachten. De combinatie en gradatie zorgen voor verschil in hulpvraag.
Deze EasyBlue vragenlijst bestaat uit de volgende items die worden gescoord op een 5-puntsschaal (zie bijlage A): 1. Is er sprake van financiële schulden? 2. Is er sprake van zichtbaar probleemgedrag? 3. Is er sprake van een cognitieve beperking? 4. Is er sprake van een psychiatrische stoornis? 5. Is er sprake van middelengebruik/verslaving? 6. Is men bereid/in staat voor het nemen van eigen verantwoordelijkheid voor keuzes? 7. Worden er activiteiten ondernomen ten aanzien van dagbesteding/werk/opleiding? 8. Is er sprake van justitieel contact? 9. Is er sprake van somatische klachten? 10. Is er sprake van een helpend sociaal netwerk?
Bravo, Alpha en Zulu Er is gekozen om de profielscores te vertalen naar een 3-trapsmodel. De drie fases worden omschreven in de termen 'Bravo, Alpha en Zulu'. Deze termen ontlenen hun oorsprong aan het alfabet en impliceren een neutrale afbakening.
Op basis van een ingevulde vragenlijst kan een individueel profiel worden gegenereerd. Deze geeft inzicht in de belemmeringen en beperkingen op verschillende leefgebieden. Dit is in zijn totaal van belang voor het uitwerken van eventueel beleid. De profielscore is opgebouwd uit een cumulatie van itemscores, gecorrigeerd voor de ernst van combinaties van individuele items. Deze profielscore kent een range van '0 tot en met 50', waarbij '10' een optimale zelfredzaamheid vertegenwoordigd en een score van '50' een totale zorgafhankelijkheid. Deze score geeft een globaal beeld van de zelfredzaamheid van een dak- of thuisloze. De individuele scores per item geven een beeld van het zwaartepunt van de problematiek. Samengevat: de profielscore geeft een globaal beeld van de zelfredzaamheid, de individuele items geven weer waar de grootste problemen zich voordoen per individu. Zo is er per dak- of thuisloze een individueel profiel en daarmee samenhangend, is het groeipotentieel te beschrijven.
4
Fase Bravo Fase Bravo is de fase waarin mensen het meest zelfredzaam zijn op basis van de profielscore van de shortlist. De scorereeks '10 - 20' is van toepassing (met een uitloop tot en met '24'). Deze uitloop is afhankelijk van de aard en oplosbaarheid van de belemmerende factoren waarbij het denkbaar is dat fase Alpha beter aansluit bij de ondersteuningsbehoefte. Fase Bravo kenmerkt zich door een beleid dat past bij een groep mensen met een hoge mate van zelfredzaamheid. Dit beleid richt zich met name op ondersteuning van praktische zaken zoals het op orde krijgen van financiën, overzicht krijgen op lopende zaken, het nakomen van afspraken, enzovoort. Ook is hierbij van belang dat potentieel ernstig belemmerende factoren als verslaving, EPA (ernstig psychiatrische aandoeningen) en een laag IQ, niet leiden tot ernstige structurele belemmeringen.
Fase Alpha Fase Alpha kent een zuivere reeks die loopt van '25 tot en met 35' met een uitloop naar '39'. Waarbij de uitloop om dezelfde reden is ingedeeld als bij fase Bravo. Fase Alpha kent een globaal beleid, passend bij een profiel waarbij er sprake is van matige tot ernstige belemmeringen op verschillende vlakken. Hierbij is sprake van behandelperspectief en intrinsieke motivatie ten aanzien van bevordering van de zelfredzaamheid.
Fase Zulu Fase Zulu behelst mensen met het meest kwetsbare profiel die daarmee de hoogste mate van zorgafhankelijkheid vertonen. Fase Zulu betreft de reeks van '40 t/m 50' waarbij de aanname is, dat hoe hoger de profielscore, hoe lager de zelfredzaamheid en hoe hoger de ondersteuningsbehoefte. Het beleid dat in deze fase in grote lijnen kan worden gevoerd, is met name gericht op monitoring, stabilisatie en beheersbaarheid van de problematiek. Daarnaast kan er worden ingestoken op het verhogen van de kwaliteit van leven, waarbij interventies, gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid, relatief weinig effectief zullen zijn.
De mate van de te behalen zelfredzaamheid is relatief hoog, het beloop van de problematiek en bijpassend gedrag is relatief voorspelbaar en de complexiteit van de situatie is relatief laag. Ernstige problematiek zoals EPA en verslaving is niet uitgesloten maar in combinatie met een relatief gunstig beeld op de overige items, is men redelijk in staat tot maatschappelijke participatie en is passende hulpverlening beschikbaar.
Zo wordt bijvoorbeeld middelengebruik geaccepteerd als een gegeven waarbij er in zeer beperkte mate sprake is van behandelperspectief.
De profielen met hun bijbehorende profielscores zijn als volgt te vertalen naar zelfredzaamheid:
5
Kwalitatieve duiding: Weging factoren: In de shortlist is een meting gedaan op tien levensgebieden die van invloed zijn op de zelfredzaamheid. Er is vervolgens, door middel van klinisch redeneren, een weging gegeven aan elk shortlist item. Deze weging hoeft niet per definitie geheel kloppend te zijn. De weging is vooraf bepaald en dus niet door de invoerders van de shortlist. Daarnaast houdt de shortlist geen rekening met beïnvloeding van bepaalde combinaties van problematiek. Zo beïnvloedt het hebben van forse schulden de ontwikkeling van een verslaving niet of nauwelijks. Andersom geldt precies het tegenovergestelde: het hebben van een forse verslaving, werkt financiële problematiek in de hand en staat een oplossing in de weg. Missende vragen in de shortlist: In de EasyBlue vragenlijst is gekozen voor tien vragen die het meest van invloed zijn voor de zelfredzaamheid. Toch sluiten we niet uit dat levensgebieden die niet in de lijst voorkomen, wel invloed hebben op de zelfredzaamheid van het individu. Veel 10-scores: Uit de resultaten kwam naar voren dat er een groot aantal '10-scores' was. Dit gebeurt wanneer er bij alle shortlist-vragen een '1' is ingevuld. Deze 10-score kan twee dingen betekenen: Er is geen probleem óf er is onvoldoende informatie beschikbaar over de cliënt.
Er is voor gekozen de 10-scores niet mee te nemen in de analyses vanwege de twee (uiteenlopende) betekenissen van deze score. Subjectiviteit: In de respons zitten stakeholders waar er potentieel sprake is van een onderling afwijkende werkwijze, visie en/of beschikbare expertise. Hierdoor zou de kwalitatieve duiding op de shortlist op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. Zware problematiek zou dan onterecht kunnen worden aangeduid als 'mild' terwijl lichtere problemen zwaarder worden beoordeeld. De onderlinge betrouwbaarheid van het invullen van de shortlist moet nog nader worden onderzocht.
6
2.3 Beperkingen en discussie
De verschillende fases kennen een specifieke begeleidingsbehoefte en bijpassend groeipotentieel. Ook is er sprake van overlap. De overlappende fases zijn nodig om rekening te kunnen houden met de onzekerheid in de profielscore. Een harde grens zou bijvoorbeeld iemand met behoefte aan een Alpha beleid kunnen indelen in het de Bravo groep. Mensen met een 'overlap' fase zouden op individueel niveau beoordeeld moeten worden om te bepalen tot welke fase deze behoren.
De respons en de medewerking op dit onderzoek is relatief hoog. Ook is de definitie van de doelgroep duidelijk omschreven. Toch zijn er een aantal beperkingen te noemen binnen het onderzoek die de resultaten zouden kunnen beïnvloeden. Te bepalen totale omvang populatie: Verblijfplaats: Om te bepalen of het gaat om een inwoner van de gemeente Brielle, is er een selectie uitgevoerd op de postcodes die horen bij de gemeente Brielle. Dit neemt een risico met zich mee. Een postcode geeft niet per definitie de verblijfplaats weer. Het adres kan slechts een postadres zijn.
Datapunten In het kader van privacywetgeving werd gewerkt met de volgende drie datapunten: geslacht, postcode en geboortedatum. Dit om te bepalen dat het daadwerkelijk om unieke personen gaat. Deze aanpak is afgestemd met de privacy officer van gemeente Brielle en verankerd in een convenant.
Dubbelingen: Er is gebruik gemaakt van drie datapunten: geslacht, postcode en geboortedatum. In sommige gevallen een cliëntnummer gerapporteerd in plaats van een BSN nummer. Het is hierdoor theoretisch mogelijk dat er, ondanks meerdere filters, toch een enkeling dubbel is meegenomen in de meting. Dit zou in dat geval een effect kunnen hebben op de kwalitatieve duiding van de problematiek voor de groep als geheel.
Scores en aanbod Tot slot is er een verkenning gedaan van het aanbod in de gemeente Brielle naar voorzieningen voor de dak- en thuislozen. Dit aanbod is verdeeld in geschiktheid voor de drie fases. Door een visuele vertaling van profielscores en deze in verband te brengen met het huidige aanbod, wordt duidelijk waar dit aanbod van opvang en begeleidingsmogelijkheden op aansluit en waar er hiaten zitten in dit aanbod.
Foutieve data (geboortedata): In een aantal gevallen is de datum van invoer ingevuld in plaats van de geboortedatum. Kind/gezin: Alleen volwassen dak- en/of thuislozen zijn in beeld. Er is niet nagegaan in hoeverre gerapporteerde volwassenen alleenstaand waren of kinderen hadden.
7
3. Landelijke situatie Het aantal dak- en thuislozen in Nederland stijgt al jaren en ook de problematiek waarmee deze doelgroep te kampen heeft, lijkt toe te nemen in ernst en omvang. Volgens het CBS is het aantal daklozen tussen 2009 en 2018 verdubbeld naar 39.300. In 2019 ontbreken de cijfers omdat er wegens de pandemie geen metingen gedaan zijn. Vanaf 2020 is de jarenlange stijgende trend eindelijk tot stilstand gekomen. Dat stelt het CBS vast op basis van de nieuwste cijfers.
De verhouding van geslacht geeft het volgende figuur weer op basis van de getallen in 2021.
Daarnaast zagen we een landelijke trend waarbij het aandeel 18- tot 30-jarigen onder de groep dak- en thuislozen leek toe te nemen tussen 2009 en 2018. Van de daklozen in 2018 was bijna een derde tussen de 18 en 30 jaar, ruim drie keer zoveel als in 2009. Sindsdien is een dalende trend te zien, waarbij het aandeel 18- tot 27-jarigen gedaald is van 35 procent begin 2016 naar 18 procent op 1 januari 2021.
Figuur 2.0.2: Landelijke verdeling geslacht daklozen. Bron: CBS
Er is te zien dat op landelijk niveau 83% van alle dak- en thuislozen man is en slechts 17% vrouw.
Figuur 2.0.1: Landelijke verdeling daklozen per leeftijdscategorie. Bron: CBS
8
4. Resultaten De inventarisatie van het aantal mensen dat onder de definitie 'dak- en thuisloos' valt, zoals gesteld voor dit onderzoek, leverde een lijst op van vele cases. Na filtering op dubbelingen, komt het aantal cases uit op twintig dak- en/of thuislozen. Dit aantal bedraagt alle personen die gedurende de onderzoeksperiode in beeld zijn geweest als dak- en/of thuisloos bij gemeente Brielle en beschrijft dus niet de totale populatie dak- en/of thuislozen. Van de twintig ingevulde vragenlijsten zijn alle twintig vragenlijsten meegenomen in het kwalitatieve onderzoek. Dit betekent dat we voor 100% van de doelgroep, welke in beeld is geweest tijdens de onderzoeksperiode, een kwalitatieve screening hebben kunnen doen. We gaan ervan uit dat dit representatief is voor de totale doelgroep in Brielle.
4.1 Demografische gegevens In onderstaande figuren is de groep deelnemers voor het onderzoek nader omschreven op geslacht en leeftijd.
Het is opmerkelijk dat de verhouding tussen het mannelijk en vrouwelijk geslacht niet de landelijke situatie weerspiegelt, zoals benoemd in hoofdstuk 2. Er zijn namelijk relatief veel vrouwen dak- en/of thuisloos in Brielle.
Figuur 4.1.1: Geslacht aantallen dak- en thuislozen
Van de twintig dak- en/of thuislozen zijn er vier tussen de 18 jaar en 27 jaar, dit is 20%. Dit wijkt niet al te veel af van het landelijk beeld, waar het aandeel van deze leeftijdscategorie 18% van de totale groep bedraagt.
Figuur 4.1.2: Verdeling leeftijd dak- en thuislozen
9
4.1.1 Scores shortlist per item De deelnemers hebben als groep een score gekregen op de shortlist. Per vraag van de shortlist zijn de totalen van de gehele groep genomen. Hieronder zijn de scores voor de tien vragen in EasyBlue vertaald naar overzichten. Bij de donkergroene scores is het van belang te beseffen dat deze tweeledig kan zijn, namelijk niet van toepassing is of het antwoord was onbekend. Uit de resultaten in onderstaande figuren is te zien dat bepaalde items minder vaak als probleem voorkomen. Om de resultaten overzichtelijk te maken zijn de afzonderlijke items verdeeld over drie groepen: weinig voorkomend, matig voorkomend en veel voorkomend.
Weinig voorkomende items Bij de analyse van het item 'cognitieve beperking' zien we dat het overgrote deel (65,0%) geen last heeft van cognitieve beperkingen (of onbekend). Het overige deel (35,0%) van de dak- en/of thuislozen heeft in milde of matige vorm last.
Figuur 4.1.3: Totalen shortlist item 3: Cognitieve beperking
Op het item 'psychiatrische stoornis' zien we dat de helft (50,0%) hier in milde vorm last van heeft. Acht mensen (40,0%) hebben geen last van een psychiatrische stoornis (of onbekend). Er zijn twee mensen gerapporteerd met een ernstige stoornis. Aan de hand van de analyse van de individuele items zien we dat er bij 90% geen sprake is van middelengebruik/verslaving (of is onbekend). Bij slechts 1 persoon is sprake van ernstig middelengebruik/verslaving.
Figuur 4.1.4: Totalen shortlist item 4: Psychiatrische stoornis
Figuur 4.1.5: Totalen shortlist item 5: Middelengebruik/verslaving
10
Weinig voorkomende items Bij de analyse van 'justitieel/politie contact' zien we dat dit bijna geen probleem vormt. 70% blijkt niet in contact te staan met justitie/politie (of dit is onbekend) en 15% nauwelijks. Bij slechts drie personen is er sprake van een strafblad en mogelijke justitiële consequenties
Figuur 4.1.6: Totalen shortlist item 9: Sprake van justitieel/politie contact
Ook op het vlak van lichamelijke klachten zien we een relatief positief beeld waarbij 17 (85,0%) mensen geen (of onbekend) tot milde somatische klachten hebben. Van de overige drie mensen zijn er twee ernstig belemmerd in het dagelijks functioneren en onbehandelbaar. Figuur 4.1.7: Totalen shortlist item 10: Sprake van somatische klachten
11
Matig voorkomende items Matig voorkomende items De items 'zichtbaar probleemgedrag' en 'financiële schulden' geven een iets gemengder beeld. Bij de analyse van het item 'financiële schulden' is een relatief wat zwaarder beeld te zien dan bij de andere items. Zo heeft 45% te maken met financiële schulden, hiervan heeft meer dan de helft (55,6%) ernstige financiële schulden en 22% momenteel onoplosbare schulden. 55% heeft momenteel geen financiële schulden (of onbekend), maar bij meer dan de helft van deze groep (55%) dreigt er wel een schuld te ontstaan.
Figuur 4.1.8: Totalen shortlist item 1: Financiële schulden
De helft (50,0%) vertoont mild maar situatie afhankelijk probleemgedrag. Zes mensen (30,0%) tonen frequent zichtbaar probleemgedrag, waarvan drie personen zeer ernstig en zelfs permanent.
Figuur 4.1.9: Totalen shortlist item 2: Zichtbaar probleemgedrag
12
Veel voorkomende items
Figuur 4.1.10: Totalen shortlist item 6: Eigen verantwoordelijkheid voor eigen keuzes
Figuur 4.1.11: Totalen shortlist item 7: Aanwezigheid helpend (informeel) sociaal netwerk
Figuur 4.1.12: Totalen shortlist item 8: Sprake van dagstructuur, werk en/of studie
13
Aan de hand van de analyse van het item 'eigen verantwoordelijkheid' zien we dat het grootste gedeelte van de doelgroep niet altijd verantwoordelijkheid neemt voor de consequenties van eigen keuzes. Slechts 1 persoon (5,0%) neemt volledige verantwoordelijkheid (of is onbekend) en 30% neemt meestal wel eigen verantwoordelijkheid. De overige 65% neemt soms tot bijna nooit eigen verantwoordelijkheid. Bij het item 'helpend sociaal netwerk' is een perfect symmetrische curve te zien. Het meest gegeven antwoord is 'beperkt positieve invloed' en beslaat 40% van de mensen. Een kwart (25,0%) heeft een sociaal netwerk dat belemmerend is voor herstel. Daarentegen heeft ook een kwart van de mensen (25,0%) wel grotendeels positieve invloed vanuit het sociale netwerk (en mogelijk deels onbekend). Op het vlak van 'dagstructuur, werk en/of studie' zien we een uniek beeld. Bij veel mensen is er ofwel volledig sprake van een dagstructuur, werk en/of studie óf volledig niet. Bij 55% van de doelgroep is sprake van een dagstructuur, werk en/of studie (of onbekend). Daarentegen is bij 45% (momenteel) geen sprake van een structurele dagbesteding. Voor vier mensen (20%) is hier geen perspectief.
4.2 Analyse De analyse werd uitgevoerd op twee niveaus, namelijk: Niveau 1: analyse van individuele items en de zwaarte per item. Niveau 2: analyse van de totale profielscore, deze geeft een algemeen beeld van de zelfredzaamheid van de dak- of thuisloze. De profielscore hebben we vertaald naar een indeling conform het 3-trapsmodel (zie hoofdstuk 2). Deze indeling geeft de mogelijkheden en vaardigheden weer als het gaat om de aanpak van de dak- of thuisloosheid. Dit hebben we afgezet tegen het huidige aanbod voor Brielle. Deze indeling zal nader worden toegelicht in hoofdstuk 4.2.3. Deze profielindeling maakt het mogelijk om op een overzichtelijke manier inzicht te krijgen in de ernst van de profielen per leeftijd. Dit zal worden gedaan in hoofdstuk 4.2.4. Daarna zal het verschil in ernst van de profielen tussen man en vrouw worden getoond in hoofdstuk 4.2.5. Tot slot is er in hoofdstuk 4.2.6 een visualisatie van de locaties van de dak- en/of thuislozen die zijn ingevuld door de stakeholders. Deze locaties zijn slechts schattingen op basis van postcodes. Zonder huisnummers beschrijven deze slechts de buurt.
4.2.1 Analyse van de individuele items Een eerste analyse is uitgevoerd op de individuele items die per dakloze- en/of thuisloze is ingevuld. Op deze manier krijgen we inzicht in de afzonderlijke problemen en belemmeringen binnen de doelgroep en zien we hoe vaak bepaalde problematiek als zwaar wordt beoordeeld.
Samengevat de belangrijkste bevindingen over de grootste gemene deler van de doelgroep aan de hand van de resultaten van de shortlist: Het gros heeft geen financiële schulden (of is niet bekend), maar bij een groot deel dreigen er wel schulden te ontstaan; Er is voornamelijk sprake van mild maar situatieafhankelijk zichtbaar probleemgedrag; De meeste dak- en/of thuislozen hebben geen cognitieve beperking (of niet bekend); De meerderheid heeft een milde psychiatrische stoornis; Bij de meeste mensen is geen sprake van middelengebruik/verslaving (of onbekend); Veel deelnemers nemen slechts soms verantwoordelijkheid voor de consequenties van eigen keuzes; De meeste deelnemers hebben een sociaal netwerk met beperkt positieve invloed; Veel mensen hebben een dagstructuur, werk en/of studie (of dit is niet bekend), daartegenover heeft een groot deel geen perspectief op een structurele dagbesteding; Er is bij de meeste geen sprake van justitieel/politie contact (of onbekend); De meeste deelnemers hebben geen somatische klachten (of onbekend).
14
4.2.2 Analyse van de profielscore Op basis van een ingevulde vragenlijst kan een individueel profiel worden gegenereerd. Deze geeft inzicht in de belemmeringen en beperkingen op verschillende leefgebieden. Voor elke persoon worden tien vragen beantwoord betreffende tien leefgebieden. De minimale totaalscore is 10 (meest zelfredzaam) en de maximale score is 50 (minst zelfredzaam). Op basis van de individuele profielscores wordt ook het groeipotentieel zichtbaar. De profielscore houdt rekening met de weging van alle individuele antwoorden. Deze weging is door middel van klinisch redeneren tot stand gekomen. In onderstaande grafiek zijn alle individuele profielscores opgenomen en dit laat zien hoe alle profielen zich verhouden ten opzichte van elkaar. Zoals verwacht in een dergelijke, kleine populatie laat de profielscore van de geïncludeerde dak- of thuislozen geen normale verdeling zien maar juist een diffuus beeld.
Figuur 4.2.1: Verdeling van profielscores van alle dak- en thuislozen zonder profielscores met een score van 10
Om een duiding te geven aan de profielen in relatie tot mogelijkheden en huidige aanbod binnen de gemeente Brielle hebben we gekozen voor een 3-fase indeling met een overlap tussen de eerste met de tweede en de tweede met de derde fase. Bij elke fase is ook een aanbod van ondersteuning en begeleiding welke het best passend is op basis van aanwezige problematiek en ondersteuningsbehoefte.
15
4.2.3 Bravo, Alpha, Zulu
Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is gekozen om de profielscores te vertalen naar een 3-trapsmodel. In dit model worden drie fases omschreven in de termen 'Bravo, Alpha en Zulu'. Hierop volgend kan het aanbod beter worden vormgegeven op basis van een overzichtelijke onderverdeling waarbij er rekening wordt gehouden met enige overlap. Dit maakt inzichtelijk waar de behoefte ligt ten opzichte van het huidige aanbod. Als we de profielen willen vertalen naar de mogelijkheden en vaardigheden die deze mensen hebben in relatie tot ondersteuningsbehoefte, woonvaardigheden en groeipotentieel, geeft dit een volgende verdeling:
Figuur 4.2.2: Verdeling van profielscores van alle dak- en thuislozen in Gemeente Brielle zonder profielscores met een score van 10
16
Minkoff kwadrantenindeling Om de populatie met een dubbele diagnose inzichtelijk te maken, wordt er gebruik gemaakt van de kwadrantenindeling van Minkoff, zie hiervoor onderstaand figuur. De dubbele diagnoseproblematiek omvat de psychiatrische stoornissen die vallen onder EPA en relevant middelengebruik. Relevant wil in dit geval zeggen dat het middelenmisbruik of de middelenafhankelijkheid van invloed is op het beloop van de psychiatrische stoornis of dat de psychopathologie naar verwachting effecten heeft op het middelengebruik. Voor psychiatrische patiënten geldt vaak dat relatief gering middelengebruik al invloed heeft op het beloop van de stoornis en de prognose. Onder EPA vallen schizofrenie, bipolaire stoornissen, ernstige depressies en ernstige angststoornissen. Deze kwadrantenindeling laat zien dat de combinatie van bepaalde problemen, kunnen zorgen voor een hogere score op de shortlist en in dat geval meer problematisch zijn dan andere 'losse' problemen.
In onderstaand schema vindt u een weergave van Bravo, Alpha en Zulu profielen gecombineerd met de kwadrantenindeling van Minkoff. Zie bijlage B voor een uitgebreide versie.
Bravo Praktische ondersteuning
Alpha Motivatie tot medewerking behandelplan
Zulu Zorg mijdend
Primaire preventie
Secundaire preventie
Tertiaire preventie
Minkoff: Droog
Minkoff: Vochtig
Minkoff: Nat
Profielscore 10-20
Profielscore 25-35
Profielscore 40-50
Behandeling optioneel
Behandelperspectief
Minimaal behandelperspectief
Doorlooptijd maximaal 2 jaar
Doorlooptijd op geleide van beeld
Geen maximale doorlooptijd
Structuur extern (--)
Structuur extern (+-)
Structuur extern (++)
17
4.2.4 Profielverdeling per leeftijd Een andere analyse die wellicht interessant kan zijn is het visualiseren van de profielen per leeftijd.
Figuur 4.2.4: Verdeling van profielen per geslacht
Ondanks dat er een groter aantal vrouwen daken/of thuisloos is, is de zwaarte van de profielscores bij de mannelijke dak- en/of thuislozen wat problematischer dan bij de vrouwen. Zo hebben drie van de acht mannen (37.5%) een profielscore gelijk aan of hoger dan Alpha. Bij vrouwen is dit drie van de twaalf (25%).
Figuur 4.2.3: Per leeftijd de verdeling van profielen
Per leeftijd is de verdeling van de profielen getoond door elke balk te kleuren naar de verhouding van profielen op die leeftijd. Op deze manier is te zien dat de verschillende soorten profielen niet gelijkmatig verdeeld zijn over alle leeftijdsgroepen. Zo is te zien dat de piek van mensen tussen 26 jaar en 31 jaar redelijk veel groene profielen bevat, oftewel Bravo profielen. Vanaf 31 jaar neemt het totaal van dak- en/of thuislozen af, maar neemt de frequentie van gele profielen toe (Alpha). Dit beeld werd ook gezien bij andere gemeenten. Gezien de kleine hoeveelheid data is het hierboven beschreven patroon niet enorm sterk te zien. Meer data zou dit beeld kunnen bevestigen.
Figuur 4.2.5: Per leeftijd de verdeling van profielen voor alle mannen
4.2.5 Profielverdeling per geslacht Een analyse van de verschillen tussen de man en vrouw profielverdeling zou tot nieuwe waardevolle inzichten kunnen leiden. In de volgende twee analyses worden allereerst de profielen van man en vrouw met elkaar vergeleken, daarna volgen twee grafieken die ook de leeftijden meenemen. Op deze manier wordt zowel het verschil in ernst duidelijk per geslacht als de verschillen in leeftijd en problematiek.
Figuur 4.2.6: Per leeftijd de verdeling van profielen voor alle vrouwen
18
Er is te zien dat de mannelijke dak- en/of thuislozen van Brielle iets jonger beginnen dan de vrouwen. De jongste man is 24 jaar en de jongste vrouw is 27 jaar . Dit mannelijke profiel is dan meteen ook een wat zwaarder profiel, namelijk, een Alpha/Zulu profiel. Aan de andere kant zijn de twee oudste dak- en/of thuislozen ook beide mannen, 72 jaar oud en niet compleet zelfredzaam. Kortom, de mannelijke dak- en/of thuislozen bevatten de extreme waardes: de laagste en de hoogste leeftijd en het meest zware profiel.
4.2.6 Locaties dak- en/of thuislozen Brielle Aan de hand van de postcodes, ingevuld door de stakeholders, zijn de locaties af te beelden op een kaart. Dit biedt overzicht in de afkomst en omvang van de dak- en/of thuislozen die verblijven in Brielle. Kleuren zijn feller gekleurd op de kaart wanneer er meerdere mensen met hetzelfde profiel in de buurt zitten. De getoonde locaties tonen niet de huizen zelf, maar slechts de buurten.
Deze kaart laat zien dat alle mensen afkomstig zijn uit Brielle zelf. Op de map is ook te zien dat een groep mensen dezelfde postcode deelt en dat de profielscores hoog zijn op deze plek (felrode stip). Dit beslaat waarschijnlijk het kantoor van het CJG. De aanname is dat de postcodes van de dak- en/of thuislozen niet bekend waren bij het CJG en daarom de postcode van CJG is ingevoerd.
Figuur 4.2.7: Locaties dak- en/of thuislozen,
19
5. Huidige aanbod in de regio Er is een inventarisatie gemaakt van het huidige aanbod voor opvang van dak- en thuislozen in Brielle. Hierbij is ook een eerste algemene kwalitatieve verkenning gedaan van het aanbod in relatie tot begeleidings- en behandelmogelijkheden. In de verkenning naar capaciteit en kwalitatief aanbod is er onderscheid gemaakt in het regionale aanbod en het aanbod binnen Brielle. Er wordt een overzicht gegeven van het aantal plekken dat beschikbaar is.
De Maatschappelijke opvang voor de regio Nissewaard ziet er als volgt uit: De Herstart is een dag- en nachtopvang voor een brede doelgroep hulpvragers van 18 jaar en ouder. De Herstart heeft een capaciteit van 24 plaatsen; De Opstap is een 24-uurs voorziening voor daken thuisloze gezinnen. De Opstap heeft een capaciteit van vijf gezinskamers (driepersoons of meer) en zeven een/twee persoonskamers; Enver: deze jongvolwassenenopvang vangt de doelgroep op in de leeftijd 18-28 jaar. De jongvolwassenenopvang heeft een capaciteit van 18 opvangplaatsen;
5.1 Capaciteit in de regio Nissewaard heeft de functie van centrumgemeente voor het aanbod Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. De Toegang Maatschappelijke Opvang wordt uitgevoerd door het Team Werken aan Voortgang. De toeleiding naar Beschermd Wonen wordt uitgevoerd door de Centrale Toegang. In opdracht van Nissewaard wordt de Maatschappelijke Opvang voor jongvolwassenen gedaan door Enver. De opvang voor volwassenen wordt grotendeels uitgevoerd door het Leger des Heils op de locaties De Herstart, De Opstap en de winteropvang. En deels door Pameijer op de locatie De Hobbemastraat.
De Hobbemastraat is een pilot binnen de doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang. Op deze locatie zijn er acht plaatsen voor volwassenen waarbinnen men maximaal een jaar kan verblijven om te werken aan hun terugkeer naar een zelfstandig bestaan en zelfstandige huisvesting; Er volgen dit jaar nog twee pilots: Room First in Brielle en een pilot voor jonge moeders; Winteropvang: Voor de opvang in het kader van de winterregeling zijn vijf extra bedden beschikbaar op de locatie ‘Herstart’. Die worden beschikbaar gesteld als de gevoelstemperatuur volgens de gegevens van het KNMI beneden de 2°C zakt. De opgevangen personen kunnen daar ook maaltijden gebruiken en daarnaast eventueel gebruikmaken van de dagopvang. Als de temperatuur weer stijgt, wordt de winteropvang gesloten. De winterregeling geldt voor de periode november t/m maart. Beschermd wonen: Gemiddeld gaat dit om ongeveer 150 plaatsen. Er is geen vaststaande capaciteit aan plaatsen afgesproken. Als er meer behoefte is, wordt er gewerkt aan meer plaatsen. 20
Aanbieder
Capaciteit
De Herstart
24
De Opstap
12 gezinnen of huishoudens
Enver
18
Hobbemastraat
8
Winteropvang
5 (als open)
Beschermd Wonen (regionale voorziening)
150
Totaal
213 (218 wanneer winteropvang open is)
5.2 Totaal overzicht In het overzicht op de volgende pagina is een totaalbeeld te zien van de populatie in Brielle, hoe zij zich verhouden ten opzichte van elkaar als het gaat om de gesignaleerde problematiek en bijpassende begeleidingsbehoefte. Ook is te zien in hoeverre er per fase voorzieningen nodig zijn op basis van de ingedeelde problematiek. Verder is het bereik van de profielscores aangepast in het overzicht, zodat het duidelijk is hoeveel dak- en/of thuislozen er bij een bepaald beleid zijn ingedeeld.
21
22
6. Conclusie en aanbevelingen In dit hoofdstuk vindt u de conclusies en aanbevelingen. Deze zijn tot stand gekomen op basis van de volgende fases: Verkenning van de doelgroep; Filtering van het aantal unieke personen; Kwalitatieve screening van de dak- en thuislozen in Brielle.
6.1 Doelgroep en problematiek Het onderzoek naar de huidige stand van zaken rondom de dak- en thuislozenproblematiek binnen de Gemeente Brielle laat zien dat dit, zover we dit kunnen nagaan, in totaal 20 dak- en/of thuislozen behelst. Door de wijze waarop het onderzoek is vormgegeven, en mede door het aandeel van alle betrokken organisaties en andere stakeholders, is het gelukt om een goed kwalitatief beeld te krijgen van de problematiek en belemmeringen bij de dak- en thuislozen in Brielle. Op basis van de analyse, van de individuele items op de shortlist, kunnen een aantal inhoudelijke conclusies worden getrokken en aanbevelingen worden gedaan.
6.1.1 Conclusies doelgroep en problematiek De uitslag van het kwalitatief onderzoek aan de hand van de shortlist laat een gemengd beeld zien waarbij er een aantal zaken opvallen: We zien dat er binnen de huidige doelgroep nauwelijks sprake is van contact met justitie/politie. Ook is er nauwelijks sprake van somatische problemen en/of aandoeningen en is er bij de meeste mensen (65,0%) geen sprake van een cognitieve beperking. Bij 90% (90,0) is geen sprake van verslavings-problematiek. Het zwaartepunt van de aanwezige problematiek ligt bij de volgende items: 65% (65,0) neemt soms tot bijna nooit verantwoordelijkheid voor de consequenties van eigen keuzes; Bij 45% (45,0) van de dak- en thuislozen is er geen sprake van structurele dagbesteding en bij 4 mensen (20%) is hier ook geen perspectief; Maar liefst 40% (40,0) heeft een sociaal netwerk dat beperkt positieve invloed heeft. Een kwart (25,0%) heeft een sociaal netwerk dat zelfs belemmerend is voor herstel.
6.1.2 Aanbevelingen doelgroep en problematiek De populatie dak- en thuislozen is zeer dynamisch in aard en omvang. Het is daarom wenselijk om de doelgroep en diens (dis)functioneren in beeld te krijgen en te houden. Op deze manier is en blijft voor de korte en lange termijn inzichtelijk waaruit de dak- en thuislozenpopulatie bestaat, inclusief de mate van de aard van (dis)functioneren. Op deze manier kan het aanbod (steeds) beter gekoppeld worden aan het profiel van ieder individu. Daarom wordt voorgesteld om de centrale toegang voor Maatschappelijke Opvang en (ambulante) begeleiding dusdanig in te richten dat deze aan de voorkant een screening maakt van de dak- en thuislozen. Zodat op basis van het screeningsprofiel men kan worden doorverwezen naar een organisatie of opvangmogelijkheid die hier recht aan doet. Door dit te doen wordt er steeds meer data gegenereerd over de populatie wat het mogelijk maakt om gaandeweg steeds meer voorspellend en preventief te werk te kunnen gaan.
23
Het zwaartepunt van de problematiek binnen de onderzochte populatie ligt op dit moment duidelijk op het vlak van het nemen van eigen verantwoordelijkheid, structurele dagbesteding en het hebben van een (positief) sociaal netwerk. Binnen het te ontwikkelen beleid en de aanpak zal hiervoor extra aandacht nodig zijn. Er kan worden ingezet op het vooraf in kaart brengen van iemands (dis)functioneren, zodat aan de zorgaanbieder de opdracht gegeven kan worden om met de problematiek aan de slag te gaan daar waar het zwaartepunt ligt. Vervolgens kan bij de zorgaanbieders worden gemonitord (d.m.v. de profielenlijst) in welke mate zij vooruitgang boeken met de aanwezige problematiek. Ook is het mogelijk van belang de opvangvoorzieningen meer in te richten op het gebruik door vrouwen, waarbij oog is voor het organiseren van veiligheid, gelet op de omvang van deze populatie.
6.2 Meetmethode 6.2.1 Conclusies meetmethode De wet- en regelgeving ten aanzien van de privacy maakt het lastig om te bepalen hoe vaak mensen voorkomen in tellingen en rapportages. De kans bestaat dat er enkele mensen zijn meegenomen die dubbel zijn ingevoerd door het invullen van cliëntennummer en BSN nummer. Indien het mogelijk was, hebben we geprobeerd deze mensen eruit te filteren door mensen met dezelfde postcode, geboortedatum en geslacht als een duplicatie te zien, deze zijn om die reden niet meegenomen in de analyses. De periode waarin de populatie van dak- en/of thuislozen gemeten is, is gehoopt lang genoeg te zijn voor een volledig beeld van de daadwerkelijke populatie. Dit is niet noodzakelijkerwijs het geval. Daarnaast is de meetperiode slechts de periode waarin gemeenten met hun stakeholders de mogelijkheid hadden metingen toe te voegen aan de database. In de praktijk was te zien dat niet alle stakeholders over de gehele tijdsperiode metingen hebben toegevoegd, maar vaak verspreid over kortere periodes.
Er bestaan verder een groot aantal profielscores met de waarde '10'. Mogelijk staan de invoerders van deze profielscores te ver weg van de cliënt zelf en beschikken daardoor over onvoldoende informatie. Deze profielscores worden vervolgens uitgesloten bij de analyse van de shortlist items. Echter is deze data is niet geheel overbodig aangezien leeftijd, geslacht en postcode wel meestal kloppend zijn en hierdoor bijdragen aan het in kaart brengen van de doelgroep. Een andere mogelijke verklaring voor deze profielscores is dat zorginstellingen mensen aan het behandelen zijn die het eigenlijk niet nodig hebben. Tot dusver is het niet mogelijk met grote zekerheid te bepalen waar een persoon verblijft. Het bepalen van de (meest frequente) verblijfslocatie is tot nu toe gedaan aan de hand van de postcode. Niet iedereen hoeft in Brielle te verblijven, men kan daar slechts een postadres hebben. De meetmethode maakt inzichtelijk hoeveel personen welke zorg behoeven, bovendien is de shortlist voor alle betrokken partijen eenvoudig te gebruiken.
24
6.2.2 Aanbevelingen meetmethode Het is wenselijk dat er een convenant komt waarin het mogelijk is om met BSN nummers als unieke identificatiebron te werken. Dit om zo zeker te zijn van invoer van unieke personen en de tellingen correct te kunnen waarborgen. Om naar de toekomst toe een nog duidelijker beeld te krijgen en te houden van deze dynamische groep, is het aan te bevelen dat er een centrale registratie wordt ingericht waarbij er multidisciplinair gewerkt en geregistreerd kan worden. Hierdoor krijgt men beter zicht op de in- door- en uitstroom binnen de populatie van de dak- en thuislozen binnen de verschillende voorzieningen en behandelingen. Het valt te overwegen om de gehanteerde vragenlijst (shortlist) door te ontwikkelen en waar nodig aan te passen. Het gehanteerde meetinstrument houdt geen rekening met de complexiteit van de interactie van belemmerende factoren en de versterkende of juist verzachtende invloed van deze factoren op elkaar. Brede en multidisciplinaire inzet van de shortlist geeft op termijn een beter en meer zuiver beeld van de problematiek en de trends die hierbinnen waarneembaar zijn. Dit stelt de beleidsmakers in staat hierop sturing aan te brengen ten aanzien van het aanbod.
Om te realiseren dat er een eenduidig gebruik van het instrument door verschillende professionals wordt aangehouden en er betrouwbaarheid van het instrument ontstaat, is instructie en breed gebruik binnen de betrokken organisaties in Brielle een aanbeveling.
25
Bijlage A
Vragenlijst EasyBlue
26
B
Overzicht beleidslijnen per fase
Bravo (profielscore 10-20) Shortlist met uitloop tot 24
Alpha (profielscore 25-35) Shortlist met uitloop tot 39
Zulu (profielscore 40-50) Shortlist
Minkoff: Droog (Geen middelengebruik)
Minkoff: Vochtig (Afraden middelengebruik)
Minkoff: Nat (Gedogen middelengebruik)
Combi: Psychotisch - (1-2) Verslaving - (1-2)
Combi: Psychotisch - (1-2) Verslaving + (3-5) Combi: Psychotisch + (3-5) Verslaving - (1-2)
Combi: Psychotisch + (3-5) Verslaving + (3-5)
Gericht op reguliere uitstroom
Gericht op de kwaliteit van het leven
Gericht op beheersing
Primaire preventie (voorkomen van problematiek)
Secundaire preventie (identificeren problematiek en behandeling)
Tertiaire preventie (voorkomen van verergering van de problematiek)
Praktische ondersteuning
Motivatie tot medewerking behandelplan
Zorg mijdend
Behandeling optioneel
Behandelperspectief
Minimaal behandelperspectief
Gericht op reguliere uitstroom
Gericht op groei en stappen richting zelfredzaamheid
Gericht op minimale voorzieningen
Overlastreductie
Structuur extern (--)
Structuur extern (+-)
Structuur extern (++)
Doorlooptijd maximaal 2 jaar
Doorlooptijd op geleide van beeld
Geen maximale doorlooptijd
27