CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2.2 ecologie

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Rozemarijnstraat naast nummer 39 (Brielle) - uitgebreide procedure3.346 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan ecologie Voorstraat 80, Brielle

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

05-12-2019 T.D. Breur, Msc Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 QS19057v1 Breur, T.D. 2019. Quickscan ecologie, Voorstraat QS19057v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

80,

Brielle.

Rapportcode:

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2019.

1

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5

4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6

5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7

5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................9 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................9 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................9

6 Beschermde gebieden........................................................................................................................ 10

6.1 Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................10 6.2 Verordening ruimte..............................................................................................................................................10

7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 11

7.1 Planten.......................................................................................................................................................................11 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................11 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................12 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................13 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................14

8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 15

8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................15 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................15

Bronvermelding...................................................................................................................................... 16

2

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 een quickscan ecologie uitgevoerd op een terrein achter de Voorstraat 80 te Brielle. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van dit terrein. Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld verkregen van het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.

•

Het plangebied is geschikt als nestplaats voor de huismus (jaarrond beschermd). Aanvullend onderzoek naar de huismus is noodzakelijk in de periode april t/m mei.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op gebouwbewonende vleermuizen. Aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk. Grofweg in de periode mei t/m september.

•

Men dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen indien uit dit vervolgonderzoek blijkt dat huismussen en/of vleermuizen inderdaad aanwezig zijn en negatief effect op deze soorten niet kan worden voorkomen.

•

In het plangebied kunnen tevens algemene vogels nestelen (nestplaatsen niet jaarrond beschermd). Bij het plannen van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het vogel broedseizoen.

•

Afgezien van de wettelijk beschermde soorten geldt voor alle soorten flora en fauna te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.

Als aanbeveling voor dit project word meegegeven: •

De herinrichting van het terrein biedt ook kansen voor de natuur: Nieuwe woningen kunnen voorzien worden van inbouwelementen voor vleermuizen of vogels. Ten aanzien van nieuw aan te brengen beplanting wordt aanbevolen om te kiezen voor inheemse soorten.

3

1 Aanleiding Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 een quickscan ecologie uitgevoerd op een terrein achter de Voorstraat 80 te Brielle. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van dit terrein: er zullen woningen en een appartementencomplex worden gebouwd. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling (mogelijk) effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.

2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?

•

Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?

3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •

Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.

•

Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 24-10-2019. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van verrekijker, zaklamp, inspectiespiegel en endoscoop camera.

4

4 Wettelijk kader beschermde soorten 4.1 Beschermde soorten De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •

Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.

•

Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.

•

Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.

Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te rustplaatsen van dieren opzettelijk nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Art 3.1 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of deze onder zich te hebben. te rapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

5

4.2 Beschermde gebieden De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Verordening Ruimte. •

Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

•

Verordening Ruimte In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.

4.3 Beschermde houtopstanden De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •

de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.

•

de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

In het onderzoeksgebied is geen sprake van houtopstanden die voldoen aan bovenstaande criteria. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.

4.4 Zorgplicht Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

6

5 Plangebied & ontwikkeling 5.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de kern van de stad Brielle, provincie Zuid-Holland. Het betreft een perceel aan de achterzijde van de Voorstraat 80. Het terrein bestaat grotendeels uit een grasveld, enkele braakliggende stukken grond en een bouwkeet. Her en der op het terrein bevinden zich tuinmeubelen en stapels bouwmateriaal (balken, bakstenen, dakpannen). Centraal op het terrein staan 5 grote bomen (stamdiameter > 30 cm): vier lindes en een paardenkastanje. Aan de zuidzijde van het terrein (langs de Lijnbaanstraat) staan twee kleinere appelbomen. Voorheen liep de bebouwing aan de achterzijde van de Voorstraat 80 verder door, maar dit is enkele jaren geleden geleden gesloopt (contouren nog wel zichtbaar op onderstaande kaart).

Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd). De regionale ligging is globaal aangegeven rechtsonder in de rode cirkel. NB: De contouren van de bebouwing van Voorstraat nr. 80 zijn niet actueel, het rood omlijnde terrein is onbebouwd.

Afbeelding 2: Zicht op het plangebied vanaf de Lijnbaanstraat

7

Afbeelding 3: Zicht op de bomengroep in het midden van het terrein, kijkend richting de Voorstraat

Afbeelding 4: Het plangebied, kijkrichting oost

Afbeelding 5: De bomengroep, kijkrichting zuidwest

8

5.2 Geplande ontwikkeling Het terrein zal herontwikkeld worden. Er zullen twee twee-onder-één-kapwoningen gerealiseerd worden en een appartementencomplex met ca. 10 wooneenheden. Deze bebouwing zal deels tegen de bestaande bebouwing aan de achterzijde van de Voorstraat 80 komen. Ten behoeve van nieuwe bebouwing zullen enkele bomen op het terrein gekapt worden.

Afbeelding 6: Een deel van de nieuwe bebouwing zal tegen de achterzijde van de Voorstraat 80 worden gebouwd.

5.3 Toekomstige situatie Onderstaande afbeelding geeft globaal de toekomstige situatie appartementencomplex en de twee twee-onder-één-kapwoningen.

weer

met

het

Afbeelding 7: Impressie toekomstige inrichting

5.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.

9

6 Beschermde gebieden 6.1 Wet natuurbescherming Het Natura-2000 gebied wat het dichtst bij het plangebied is gelegen is het Voornes Duin (ca. 5 km ten westen van plangebied). Hoewel het plangebied geen onderdeel uitmaakt van dit Natura-2000 gebied geldt dat ook eventuele externe effecten getoetst moeten worden. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op negatief effect als gevolg van een toename in stikstofuitstoot in het plangebied. Een proefberekening in AERIUS Calculator (waarbij de nieuwe bebouwing in het plangebied geprojecteerd is) laat zien dat er geen er zijn geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Negatief effect als gevolg van stikstofdepositie is hierom uitgesloten. Overige negatieve externe effecten (trilling, geluidsoverlast, lichtoverlast etc.) vallen uit te sluiten vanwege de afstand tussen het plangebied en het Natura-2000 gebied. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig.

Afbeelding 8: Ligging van Natura-2000 gebied in de omgeving van het plangebied.

6.2 Verordening ruimte Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. De meest nabijgelegen onderdelen van deze natuurterreinen bevinden zich op 1 a 1,5 km afstand tot het plangebied (de groenzone ten oosten van de wijk Nieuwland en het Hartelkanaal). Ontwikkelingen in het plangebied leiden niet tot een significant negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groengebieden. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

10

7 Beschermde soorten 7.1 Planten Het plangebied is gelegen midden in de bebouwde kom, er is geen sprake van ecologisch beheerd terrein. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats. Tijdens het veldbezoek zijn enkel vrij algemene soorten aangetroffen zoals: grote brandnetel, robertskruid, tuinwolfsmelk, paardenbloem, bezemkruiskruid en zwarte nachtschade. Dit zijn overwegend soorten die duiden op voedselrijke omstandigheden en/of omgewoelde grond. Specifieke aandacht is uitgegaan naar beschermde muurflora op de bebouwing, maar deze zijn niet aangetroffen. Wel werd er op een oud muurdeel in het plangebied de muurleeuwenbek (niet beschermd) aangetroffen. Aanwezigheid van beschermde flora wordt uitgesloten.

Afbeelding 9: Muurleeuwenbek op oude muur. Inzet: detail bloeiwijze.

7.2 Vogels Aan de achterzijde van de Voorstraat 80 (waar tegenaan gebouwd zal worden) bevinden zich diverse openingen in de gevelrand waar de huismus gebruik van zou kunnen maken. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Aanvullend onderzoek in de periode april - mei is noodzakelijk om vast te stellen of de huismus inderdaad tot broeden komt op deze locatie, en om hoeveel nesten het gaat. Aanwezigheid van boombewonende vogelsoorten met een jaarrond beschermde rust- of verblijfplaats valt wel uit te sluiten. In de bomen in het plangebied zijn geen grote horsten (takkennesten) waargenomen of andere sporen die duiden op aanwezigheid van roofvogels (braakballen, veren, prooiresten). Het gebouw en de bomen en struiken in het plangebied zijn eveneens geschikt als nesthabitat voor algemene vogels. Te denken valt aan boom- en struweelbroeders (zoals de houtduif en merel) en gebouwbroeders (zoals de kauw). Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van maart t/m augustus. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

11

Afbeelding 10: De open dakrand en gevelconstructie biedt voldoende kieren en gaten voor de gebouwbroedende huismus.

Afbeelding 11: Resten van een nest (mogelijk houtduif) in een van de lindes.

7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan natuurlijke terreinen. Het plangebied is gelegen in de kern van Brielle, omringd door wegen, bebouwing en watergangen. Hierdoor valt uit te sluiten dat dit terrein een essentiële functie (verblijfplaats, essentieel foerageergebied) vervult voor deze beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.

12

7.4 Vleermuizen In het plangebied bestaat potentie voor aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Er bestaat met name potentie in de gevelrand van de achterzijde van de Voorstraat 80. Hier zijn diverse houten panelen aangebracht tegen de gevel waardoor er zeer geschikte wegkruip mogelijkheden voor vleermuizen zijn ontstaan. Er bestaat hier potentie voor aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Mogelijk gebruiken deze dieren de bebouwing als zomer-, paar-, of kraamverblijfplaats. Een functie als massawinterverblijfplaats is uitgesloten: de bebouwing is te klein qua volume en niet optimaal geïsoleerd, de temperatuurbufferende werking is hierdoor te klein. Boombewonende vleermuizen worden in het plangebied niet verwacht. In de bomen zijn geen geschikte holtes of scheuren waargenomen. De ligging van het plangebied (in de stadskern) is bovendien ongunstig voor de veelal lichtschuwe boombewonende soorten. Aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk in de periode mei t/m september.

Afbeelding 12: Ruimtes onder de gevelbeplating zijn zeer geschikt als vleermuisverblijfplaats

13

7.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, libellen, weekdieren). Habitat voor deze soorten is afwezig (zoals natuurvriendelijke poelen, grijze duinen) en het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad en bruine kikker. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht. In dit geval wordt in het kader van de zorgplicht aandacht gevraagd voor de vele steenhopen en houtstapels in het plangebied. Dergelijke plekken zijn aantrekkelijk voor amfibieën als overwinteringsplaats. Er wordt daarom geadviseerd om het bouwterrein gedurende de werkzaamheden zoveel mogelijk vrij te houden van dergelijke verstopplekken voor amfibieën. Deze steenhopen en houtstapels kunnen worden verwijderd of verplaatst in de periode mei september. Zo wordt voorkomen dat kwetsbare amfibieën tijdens de winterrust worden verstoord.

Afbeelding 13: Stapels met stenen, dakpannen en hout zijn aantrekkelijk als overwinteringsplaats voor amfibieën. Zij kruipen diep in deze stapels weg en gaan hier in winterslaap.

14

8 Conclusie & aanbevelingen 8.1 Conclusies •

De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).

•

Het plangebied is geschikt als nestplaats voor de huismus. Aanvullend onderzoek naar de huismus is noodzakelijk in de periode april - mei.

•

Het plangebied is geschikt als nesthabitat van algemene gebouw, struik- en boombroedende vogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van maart t/m augustus.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op gebouwbewonende vleermuizen. Aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk. Grofweg in de periode mei t/m september.

•

Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

8.2 Aanbevelingen •

Aanvullend onderzoek naar huismussen en vleermuizen is noodzakelijk. Men dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen indien uit dit vervolgonderzoek blijkt dat deze soorten inderdaad aanwezig zijn en dat negatief effect op deze soorten niet kan worden voorkomen.

•

In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten. Tevens dient men bewust te zijn van het feit dat stapels met stenen en hout kunnen functioneren als overwinteringsplaats van amfibieën. Aanbevolen wordt om dergelijke steen- en houtstapels niet te verplaatsen of te verwijderen in de periode oktober t/m april.

•

De herinrichting van het terrein biedt ook kansen voor de natuur. Zo kan nieuwe bebouwing worden voorzien van inbouwelementen voor vleermuizen of vogels. Groene daken kunnen naast temperatuurisolatie en wateropvang ook van waarde zijn voor planten en insecten. Ten aanzien van eventueel nieuw aan te brengen plant- en boomsoorten wordt aanbevolen om te kiezen voor inheemse soorten. Inheemse beplanting is van een veel grotere waarde voor inheemse dieren dan exotische beplanting. Ook in het beheer van het groen (bijvoorbeeld gefaseerd maaien in plaats van gazonbeheer) kunnen kansen worden benut voor een hogere natuurwaarde. Door hiermee rekening te houden kan de biodiversiteit van de toekomstige situatie aanzienlijk verhoogd worden.

15

Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.

Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://calculator.aerius.nl/calculator/#

Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14165616/1