CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

(bijlage 16) nota inspraak en overleg Bijlage 10 bij toelichting

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Bestemmingsplan Oude Goote7.989 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota inspraak en overleg voorontwerpbestemmingsplan “Oude Goote”

Gemeente Brielle

INHOUDSOPGAVE

1

Inleiding

5

1.1 1.2

Inleiding Procedure voorliggend voorontwerpbestemmingsplan

5 5

2

Samenvatting en beantwoording van inspraak- en vooroverlegreacties

7

2.1 2.2 2.3

Inleiding Binnengekomen inspraakreacties Binnengekomen vooroverlegreacties

7 7 18

3

Wijzigingen aan het bestemmingsplan

24

4.

Bijlagen

26

-

Geanonimiseerde inspraakreacties

1

Inleiding

1.1

Inleiding In dit document worden de binnengekomen inspraak- en vooroverlegreacties op het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Goote” te Brielle (met identificatienummer NL.IMRO.0501.oudegoote-0110) behandeld. De gemeente Brielle is voornemens om, samen met twee projectontwikkelaars, het gebied Oude Goote te transformeren tot een woonwijk met in totaal 800 woningen, een en ander met bijbehorende (infrastructurele) voorzieningen. Er is sprake van een gedifferentieerd woningbouwprogramma, bedoeld voor uiteenlopende doelgroepen, waaronder (door)starters, gezinnen en senioren. Voor wat betreft de woningtypen gaat het om vrijstaande woningen, tweeonder-één-kap woningen, rijwoningen en gestapelde woningen. Ook zijn er vrije kavels voorzien. Het gebied is gelegen ten zuiden van de kern Brielle. Het betreft thans een agrarisch gebied met een oppervlakte van circa 30 hectare. Het gebied ligt ingekapseld tussen enkele karakteristieke landschapselementen: Het Spui aan de westzijde, de Voorweg aan de zuidzijde, de Veckdijk aan de oostzijde en de Hossenbossendijk aan de noordzijde.

1.2

Procedure voorliggend voorontwerpbestemmingsplan Ter inzage Na voorafgaande publicaties via officielebekendmakingen.nl en het gemeentelijke huis-aan-huis blad is in overeenstemming met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van vrijdag 25 maart 2022 voor een periode van zes weken (tot en met donderdag 5 mei 2022) het voorontwerpbestemmingsplan “Oude Goote” voor eenieder ter inzage gelegd. Het voorontwerpbestemmingsplan met de bijbehorende stukken kon tijdens de openingsuren in het stadskantoor van de gemeente Brielle worden ingezien. Ook was het voorontwerpbestemmingsplan te raadplegen via de gemeentelijke website www.brielle.nl en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Inspraakreacties Gedurende de hiervoor genoemde termijn kon een ieder mondeling dan wel schriftelijk inspraakreacties naar voren brengen omtrent het voorontwerpbestemmingsplan. Er zijn een negental indieners die gebruik hebben gemaakt van het recht om een inspraakreactie in te dienen. De ingediende inspraakreacties zijn binnen de termijn ontvangen en zijn hiermee ontvankelijk. In paragraaf 2.2 worden de binnengekomen inspraakreacties genoemd, samengevat en vervolgens van een gemeentelijke reactie voorzien.

Ten slotte wordt elke inspraakreactie afgesloten met een conclusie, hierin wordt aangegeven of de inspraakreactie al dan niet (gedeeltelijk) heeft geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Opgemerkt wordt dat er met omwonenden van het plangebied een tweetal huiskamerbijeenkomsten zijn gevoerd, hieruit is aanvullende informatie opgehaald. Met deze opgehaalde informatie is het ontwerpbestemmingsplan verder aangescherpt. Het is vanwege de aard en omvang van de

gesprekken niet mogelijk om voorgenoemde input terug te voeren naar een individuele inbreng en op te nemen in voorliggende nota. Vooroverlegreacties Gedurende de hiervoor genoemde termijn hebben de wettelijke vooroverlegpartners eveneens op het voorontwerpbestemmingsplan kunnen reageren. Een aantal heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een vooroverlegreactie ingediend. In paragraaf 2.3 worden de binnengekomen vooroverlegreacties genoemd, samengevat en vervolgens van een gemeentelijke reactie voorzien. Ten slotte wordt elke vooroverlegreactie afgesloten met een conclusie, hierin wordt aangegeven of de vooroverlegreactie al dan niet (gedeeltelijk) heeft geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2

2.1

Samenvatting en beantwoording van inspraak- en vooroverlegreacties Inleiding Door verschillende betrokkenen zijn inspraakreacties ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan ingediend; hierna kortweg aangeduid als indiener(s). Het college van Burgemeester en wethouders heeft integraal kennis kunnen nemen van de ingediende inspraakreacties. Indien onderdelen van een inspraakreactie niet expliciet worden benoemd, betekent dit niet dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De ingediende inspraakreacties zijn in hun totaliteit beoordeeld en afgewogen. Wat betreft de binnengekomen inspraakreacties wordt opgemerkt dat zeven inspraakreacties nagenoeg gelijkluidend zijn. Deze zijn met name afkomstig van direct omwonenden van het plangebied. Ten behoeve van de leesbaarheid van deze notitie worden deze inspraakreacties integraal en in samenhang behandeld.

2.2

Binnengekomen inspraakreacties

2.2.1

Inspraakreacties 1 – 7 (Betreffende Voorweg 1, 1B, 1C, 1D, 1E, 1F en Prinsenweg 2D)

1. Indieners geven aan dat hun ‘beloofd’ is dat de strook ‘landelijk gebied’ van 160 meter geen onderdeel zou uitmaken van de woningbouwontwikkeling Oude Goote. Zo is het destijds ook bestemd in het “Bestemmingsplan Oude Goote”. Met voorliggend bestemmingsplan wordt betreffend gebied bij de woningbouwontwikkeling betrokken en wordt het ‘beloofde’ vrije uitzicht ontnomen. Het behoudt van het vrije uitzicht ter plaatse was voor indieners juist de reden om een bouwkavel te kopen. Beantwoording: De hedendaagse woningbehoefte is wezenlijk anders dan ten tijde van het vorige bestemmingsplan (2008) sprake was. Gezien de hedendaagse grote woningbouwbehoefte (maatschappelijke doelstelling) maakt dat het noodzakelijk is om te zoeken naar aanvullende woningbouwlocaties. Het uitbreiden van woningbouwlocatie ‘Oude Goote’ met voorgenoemde strook is hiermee, in overleg met stedenbouwkundigen en de provincie, als meest logische en passende locatie beschouwd waar tevens een stedenbouwkundig logische overgang van het plangebied naar het poldergebied gevormd kan worden. Tot slot wordt opgemerkt dat in Nederland volgens vaste jurisprudentie geen recht is op blijvend vrij uitzicht over het perceel van een ander. 2. Indieners zijn van mening dat het plan nog te veel onduidelijkheden en te veel vrijheden/flexibiliteit bevat.

Indieners verzoeken het plan te concretiseren onder meer op de volgende onderdelen: a. de plankaart/verbeelding te concretiseren aan de hand van het stedenbouwkundig ontwerp;

b. de regels omvat een algemene afwijkingsmogelijkheid waarmee de bestemming ‘Woongebied – 2’ kan worden vergroot hetgeen onwenselijk wordt geacht; c. strakker vast te leggen hoeveel de woonvelden in het zuidelijk gebied (bestemming Woongebied – 2’ bebouwd mogen worden. Beantwoording: Wat betreft de mate van concreetheid en flexibiliteit, wordt opgemerkt dat met het opstellen van het bestemmingsplan reeds rekening is gehouden met het vastleggen van de toekomstige bebouwing in het betreffende gebied. Dit door het toekennen van de bestemming ‘Woongebied – 2’, waarmee zowel de bouwlocaties als de omvang (concentratie van bebouwing) is vastgelegd. Het betreft in feite dan ook al een vrij concreet bestemd gebied, bebouwing dient immers gesitueerd te worden binnen de woonbestemming. Het is onwenselijk om de betreffende strook nog gedetailleerder te bestemmen aangezien het bestemmingsplan een kaderstellend karakter heeft. Mochten er gedurende de planuitwerking, bijvoorbeeld door veranderende woonwensen (woningtype etc.) en wet- en regelgeving, aanpassingen aan het bouwplan noodzakelijk/wenselijk zijn dan moet dit planologisch mogelijk zijn. Tegemoetkoming aan indieners Wel wordt naar aanleiding van deze inspraakreacties expliciet aan de wensen van indieners tegemoet gekomen en wordt het bestemmingsplan inhoudelijk gewijzigd.

De algemene afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels, te weten “8.4 Afwijken van de bouwregels”, worden geschrapt. Dit betekent dat er geen afwijkingsmogelijkheden in deze bestemming meer zijn, vorenstaande benadrukt dan ook dat in kader van inspraakreactie omtrent flexibiliteit in deze tegemoet is gekomen aan de wensen van indieners. Geconcludeerd wordt dan ook dat de in het ontwerp-bestemmingsplan geboden flexibiliteit aanvaardbaar is en geen afbreuk doet aan de doelstellingen zoals gesteld ten aanzien van dit Woongebied. 3. Indieners vragen wat de koppeling is tussen het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan? Beantwoording: Het stedenbouwkundig plan vormt de basis voor het bestemmingsplan, ook het juridisch bindende deel (regels en verbeelding). Het bestemmingsplan is echter kaderstellend en biedt dan ook enige flexibiliteit om aanpassingen aan het plan door te voeren. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 2. 4. Indieners vragen wanneer het beeldkwaliteitsplan als bepalend onderdeel van het voorontwerpbestemmingsplan openbaar wordt. Beantwoording: Het beeldkwaliteitsplan maakt op voorhand geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar wordt separaat maar gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld.

Het beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling, als aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota, het toetsingskader bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Tegemoetkoming aan indieners Naar aanleiding van deze inspraakreactie is besloten het beeldkwaliteitsplan als bijlage 13 bij de toelichting te voegen, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de vraag van indieners wanneer het beeldkwaliteitsplan openbaar wordt. 5. Indieners achten het noodzakelijk dat voor het zuidelijke gebied uitgiftepaspoorten vastgesteld worden. Beantwoording: Het is niet mogelijk om in deze fase van het bestemmingsplan een kavelpaspoort op te stellen. Dit wordt pas opgesteld nadat de definitieve verkaveling heeft plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat een kavelpaspoort slechts een doorvertaling van het bestemmingsplan, stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan naar de koper betreft. 6. Indieners vragen naar aanleiding van het Wob-verzoek wanneer zij de anterieure overeenkomst kunnen verwachten. Beantwoording: Dit bezwaar bevat geen ruimtelijk argument en is niet relevant in het kader van voorliggende bestemmingsplanprocedure. 7. Indieners zijn van mening dat er onvoldoende participatie en communicatie heeft plaatsgevonden. Ingebrachte wensen van indieners zijn niet verwerkt in voorliggend plan. Beantwoording: Er heeft in het kader van deze ruimtelijke ontwikkeling participatie plaatsgevonden en omwonenden en geïnteresseerden zijn geïnformeerd. Het plan is gedurende het voortraject meermaals aangepast naar wens van omwonenden en de politiek.

Uiteindelijk is hieruit een plan gekomen waarin is geprobeerd tegemoet te komen aan zowel de wensen van omwonenden op het gebied van privacy/uitzicht, als de wensen vanuit de politiek met betrekking tot het inrichten van het plangebied én het respecteren van de ecologische verbindingszone. Dat de gemeente en ontwikkelaars niet alle bezwaren van indieners heeft kunnen wegnemen is natuurlijk jammer, maar laat onverlet dat er wel degelijk participatie heeft plaatsgevonden. Tot slot wordt opgemerkt dat de formele procedure start bij het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. 8. Indieners zijn van mening dat op basis van de gemeentelijke verordening/leidraad “Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van een gemeentelijk beleid” het participatieproces opnieuw moet. Beantwoording: De verplichting van de omgevingsdialoog komt uit het ‘Omgevingsplan Buitengebied Brielle’, binnen dit omgevingsplan specifiek genoemd in de ‘Leidraad Dialoog met de omgeving’. Voorliggend bestemmingsplan/het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit omgevingsplan, verder wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 7.

9. Indieners zijn van mening dat de bebouwingsmogelijkheden in het zuidelijk gebied niet aansluiten bij de doelstellingen voor betreffend gebied. Zo mogen er rijtjeswoningen en tweeonder-een-kap woningen worden gebouwd ter plaatse van de beoogde ‘boererven’. Dergelijke woningtypen sluiten niet aan bij het beoogde eindbeeld (groene omgeving/overgang polderlandschap). Daarnaast geven indieners aan dat de woningaantallen op de velden steeds groter lijken te worden en daarmee de massiviteit. Beantwoording: In het zuidelijk plandeel zijn woonscherven met een bijzondere vorm/contour opgenomen. Deze speciale vorm verwijst naar oude samengestelde woonerven van vroeger, de woningen krijgen dan ook in de toekomst een bijzondere architectuur. De bebouwing die in dit zuidelijk gebied van het plangebied afzwakt, draagt bij aan de landschappelijke beleving van de woonscherven. Daarbij wordt een ‘kleinschalig erf-gevoel’ gecreëerd doordat elke woonscherf anders van vorm is. Wat betreft de woningaantallen op de velden wordt opgemerkt dat in het bestemmingsplan een maximum aantal woningen is vastgelegd (65). In totaal kunnen er dan nog ook niet meer woningen worden gebouwd.

Tegemoetkoming aan indieners De gemeente en ontwikkelende partijen begrijpen het bezwaar omtrent massiviteit, waardoor het bestemmingsplan wordt aangepast aan de wensen van indieners, in die zin dat per veld ook een maximum aantal woningen wordt opgenomen, een zogeheten ‘bandbreedte’, dit middels de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ op de verbeelding. 10. Indieners vraagt zich af wie de zones Groen en Natuur gaat beheren en hoe de kwaliteit van de groene ecologische zone wordt geborgd. Beantwoording: De aanstaande fusiegemeente Voorne aan Zee zal belast zal zijn met het beheer en onderhoud van de groen- en natuurzones. In de nadere planuitwerking zal de inrichting en kwaliteit van natuur en groen worden uitgewerkt en vorm gegeven. Overigens merken wij daarbij op dat het beheer van de EHS (tegenwoordig NNN) gehouden is aan provinciale regelgeving en daarom de bestemming ‘Natuur’ heeft gekregen. Met voorliggend plan (met daarbij de aanleg van de groene zone) wordt een kwaliteitsimpuls aan het gebied gegeven. 11. Indieners stellen dat de nu opgenomen goot- en bouwhoogtes niet aansluit bij de gemaakte afspraken en het stedenbouwkundig plan. Alleen is een goot- en bouwhoogte toegepast voor het zuidelijke deel van de woonvelden met bestemming ‘Woongebied – 2’ en is het mogelijk om drie bouwlagen te realiseren in plaats van de volgens indieners toegezegde twee bouwlagen.

Indieners verzoeken de volgende aanpassingen door te voeren: a. De goothoogte te verlagen naar 4 meter; b. De bouwhoogte te verlagen naar 8 meter; c. Het aantal bouwlagen te maximaliseren op 2; d. Een maximale inhoudsmaat opnemen. Beantwoording: Belangrijk voor het zuidelijk gebied van het plangebied is dat het een overgang gaat vormen tussen het noordelijke woongebied en het polderlandschap. Dit betekend dat qua maatvoering het wenselijk is om een bepaalde vorm van gelaagdheid aan te brengen. Gezien vanuit het

noordelijke gebied wat hoger en lager naar het zuiden toe. Het maximaliseren van het aantal bouwlagen op twee en/of het opnemen van een inhoudsmaat past niet binnen de gemeentelijke systematiek bij dergelijke plannen en is ook niet noodzakelijk gelet op de wijze van bestemmen. Tegemoetkoming aan indieners Naar aanleiding van deze inspraakreactie is de bouwhoogte verlaagd, naar 10 meter. Dit is overgenomen op de plankaart en verankerd middels maatvoeringsaanduidingen. Hiermee wordt expliciet tegenmoet gekomen aan de wensen van indieners. Verdere verlaging is niet wenselijk, aangezien hiermee de overgang van woongebied naar het polderlandschap verstoord wordt. De nu toegekende maatvoering past bij het vorenstaande en sluit tevens aan bij de bebouwingsmogelijkheden op de woningen langs de Voorweg. 12. Indieners stellen dat het plan voor het zuidelijke gebied, waaronder veld 1B, te massaal is en leidt tot een hoge parkeerbalans. Dit past niet bij de doelstelling wat betreft de ecologische groene zone. Door het verlagen van het aantal woningen op de velden 1A, 1B, 1C en 1D wordt de parkeerdruk verlaagd en verminderd de verkeersgeneratie. Dit leidt tot beter voldoen aan de doelstelling en minder overlast voor de omgeving. Tot slot vrezen indieners sluipverkeer.

Beantwoording: Wat betreft parkeren wordt opgemerkt dat binnen de genoemde woonvelden van een te hoge parkeerbalans geen sprake is. Het parkeren zal binnen de woonbestemmingen worden opgelost. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan is aangepast, in die zin dat binnen de groen- en natuurbestemming geen mogelijkheid meer bestaat voor parkeervoorzieningen. Hiermee wordt de doelstelling wat betreft de ecologische groene zone in acht genomen. Wat betreft het verwachte overlast wordt opgemerkt dat indieners geen hinder zullen ondervinden van de parkeerdruk, aangezien binnen de woonbestemmingen het parkeren moet worden opgelost. Daarnaast worden een aantal velden ontsloten op het noordelijke woongebied en een aantal velden op de zuidoostelijke ontsluiting op de Voorweg. De verkeersbewegingen zullen zich nagenoeg volledig afwikkelen naar zuidoostelijke richting. Van onaanvaardbare hinder voor indieners ten gevolge van de verkeersbewegingen zal dan ook geen sprake zijn. Het vorenstaande geldt ook voor de woning aan de Prinsenweg 2D. Uit het geactualiseerde verkeeren geluidsonderzoek blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare hinder. De betreffende onderzoeken zijn toegevoegd als bijlage 2 en 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Wat betreft de angst voor sluipverkeer.

De betreffende verbinding waarop gedoeld wordt, wordt door veiligheidsregio noodzakelijk geacht ten behoeve van bereikbaarheid van hulpdiensten bij calamiteiten. Het is daarom ook aangeduid als een “secondaire” ontsluiting. Bij het verdere ontwerp van deze verbinding worden maatregelen genomen om sluipverkeer te voorkomen. Het vorenstaande alsmede de omgang hiermee is tevens in het geactualiseerde verkeersonderzoek beschreven.

Tegemoetkoming aan indieners Het bestemmingsplan is aangepast, in die zin dat binnen de groen- en natuurbestemming geen mogelijkheid meer bestaat voor parkeervoorzieningen. 13. Indieners verzoeken aanpassingen aan het fietsnetwerk te realiseren zodat fietsers van en naar de Voorweg/Prinsenweg een aansluiting krijgen. Beantwoording: De aansluiting waar indieners op doelen valt buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan en maakt geen onderdeel uit van de voorgenomen ontwikkeling. 14. Indieners verzoeken aanpassingen aan het verkeersonderzoek te verrichten ten aanzien van: a. de ontsluiting richting de Nolle, kern Brielle en N57; b. de afwikkeling van sluipverkeer; c. de verkeerintensiteiten richting de scholen en supermarkt (Zuurland); d. de aansluitingen op de N57/N15; e. verkeersbewegingen vanuit het gebied De Nolle; f. verkeersbewegingen vanuit andere ontwikkelingen en andere bouwlocaties; g. brug tussen de Hossenbosdijk en de Johan H. Beenlaan dient ontlast te worden. Beantwoording: Vorenstaande onderwerpen zijn (waar nodig) toegelicht/behandeld in het geactualiseerde verkeersonderzoek. Het verkeersonderzoek is toegevoegd in bijlage 2 bij de toelichting. 15. Indieners verzoeken aanpassingen aan het stikstofonderzoek te verrichten ten aanzien van: a. het juiste aantal verkeersbewegingen; b. het juiste aantal woningen; c.

voor het zuidelijk gebied dient tevens uit te worden gegaan van een worst-case benadering; d. de gemodelleerde routes zijn niet correct. Beantwoording: Vorenstaande onderwerpen zijn (waar nodig) toegelicht/behandeld in het geactualiseerde stikstofonderzoek, opgenomen in bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Wat betreft de gevraagde worst-case benadering voor het noordelijk gebied wordt opgemerkt dat dit niet noodzakelijk is, immers is reeds grotendeels bekend hoeveel en wat voor typologie woningen hier gerealiseerd worden. Een andere rekenbenadering is dan ook niet zinvol of realistisch, er komen immers niet alleen maar vrijstaande woningen (omdat dit de hoogste verkeersgeneratie genereerd in de AERIUS-software). Daarnaast zijn de gemodelleerde routes ingegeven conform de gebruikelijke werkwijze van de gehanteerde software. 16. Indieners vragen zich af of voldaan wordt aan de eisen wat betreft waterhuishouding. Daarnaast vragen indieners zich af of er ook nog groen gecompenseerd moet worden vanuit NieuwlandOost.

Beantwoording: De te realiseren woningen in de woonvelden zullen voldoen aan de eisen die het waterschap stelt ten aanzien van ‘waterberging’ en ‘watercompensatie’. Verwezen wordt naar paragraaf 6.2.4. van de toelichting. De groenblauwe ader in het plangebied functioneert als hemelwateropvang/buffer. In de nadere planuitwerking wordt hier verder vorm en uitwerking aan gegeven. Voor de uitwerking van de duurzame hemelwaterafvoer wordt nog nader onderzoek gedaan naar de infiltratiecapaciteit van het gebied. Daarnaast wordt ook de wijze van bouwrijp maken nog nader onderzocht. Afhankelijk van het onderzoek kunnen ook andere groene vingers gebruikt worden voor duurzame oplossingen voor opvang en infiltratie van hemelwater. Overigens is het overleg met het Waterschap over bijvoorbeeld watercompensatie ook in relatie tot drooglegging (hoogte vloerpeilen t.o.v. waterpeil) vrijwel afgerond en de resultaten van dit overleg zullen worden verwerkt in de nadere planuitwerkingen en zal worden aangetoond bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen. Wat betreft de aanleg van groen- en natuurvoorzieningen wordt opgemerkt dat deze worden aangelegd als kwaliteitsimpuls ter compensatie van het bebouwen van het gebied. Er wordt geen groen gecompenseerd als gevolg van de ontwikkelingen in Nieuwland-Oost.

Dit gebied waar indieners op doelen valt immers buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan en maakt geen onderdeel uit van de voorgenomen ontwikkeling, onduidelijk is dan ook waar indieners expliciet op doelen. De regels voor deze bestemming ‘Natuur’ zijn zodanig afgekaderd dat deze gronden alleen zijn bedoeld voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische-, natuur en landschappelijke waarden en ecologische verbindingszones. 17. Indieners vragen zich af of al concrete afspraken zijn gemaakt met Stedin. Dit vanwege het feit dat indieners problemen ervaren met het elektriciteitsnetwerk die niet toereikend/overbelast is. Beantwoording: De gemeente en projectontwikkelaars zullen vooraf in overleg treden met de netbeheerder over uitbreiding van de capaciteit, nog voor het project wordt aangesloten op het netwerk. Het huidige knellende capaciteitsvraagstuk in de omgeving, met name voor elektriciteit, is bekend. Daar dient de netbeheerder voor een oplossing te zorgen, hetgeen in de volgende fase van de ontwikkeling wordt opgepakt. 18. Indieners heeft de volgende opmerkingen op de bestemming ‘Woongebied – 1’. a. het is onwenselijk dat het aantal bouwlagen wordt verhoogd. Aangezien dit in strijd is met het beeld dat wordt geschetst en het doel voor wat betreft de opbouw van het woongebied.

Gevraagd wordt om artikel 7.4 sub c en 7.4 sub d niet toe te passen op betreffende bestemming; b. verzocht wordt om de wegen, groene zones en woongebieden als afzonderlijke functies op te nemen; c. verzocht wordt om het noordoostelijke hoogteaccent met 6 bouwlagen te verlagen naar maximaal 3 bouwlagen in verband met de tegenstrijdigheid met de naastgelegen ecologische zone en het achterliggende polderlandschap. Beantwoording: Wat betreft artikel 7.4 sub c wordt opgemerkt dat het wenselijk is om binnen de woonbestemming de

flexibiliteit te hebben om indien nodig woningen te kunnen verschuiven, om bijvoorbeeld de wegenstructuur anders in te richten. Deze overschrijding kan echter alleen binnen de woonbestemming plaatsvinden, en niet binnen/over de groen- of overige bestemmingen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet zonder meer is toegestaan, maar voldaan zal moeten worden aan het gestelde afwegingskader (o.a. straat- en bebouwingsbeeld). Daarnaast is het onjuist hoe artikel 7.4 sub d wordt geïnterpreteerd, immers gaat dit alleen om een verhoging van het aantal bouwlagen van 3 naar maximaal 4. Van een mogelijke afwijking waarmee het aantal bouwlagen kan worden verhoogd van 6 naar maximaal 9 bouwlagen is dan ook geen sprake. Wel wordt aan de indieners tegemoet gekomen, door artikel 7.4 sub d anders in te richten, en wordt deze afwijkingsmogelijk alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4 bouwlagen toegestaan'. Deze afwijkingsmogelijkheid blijft gevonden aan de oorspronkelijke toetsingscriteria. Met het opnemen van deze aanduiding is dus voorzienbaar waar deze mogelijkheid gebruikt zou kunnen worden.

Tevens is naar aanleiding van deze inspraakreactie artikel 7.2.1 sub h uitgebreid, waarbij navolgende dikgedrukte extra is opgenomen : het aantal bouwlagen van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen', met dien verstande dat daar waar meer dan 3 bouwlagen zijn toegestaan dit uitsluitend is toegestaan ten behoeve van gestapelde woningen. Vanwege de flexibiliteit is het onwenselijk om alle functies apart te bestemmen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 2. Wat betreft het noordoostelijke hoogteaccent wordt opgemerkt dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenst is op deze locatie een hoger bouwvolume toe te staan. Het Maerlandt College tegenover het hoogteaccent heeft daarnaast een vergelijkbare hoogte. Het hoogteaccent past hiermee binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van Brielle en omgeving. Daarnaast is van een ecologische zone ter plaatse geen sprake, het betreft een reguliere groenvoorziening.

Tegemoetkoming aan indieners Het bestemmingsplan is aangepast, artikel 7.4 sub en artikel 7.2.1 sub zijn naar aanleiding van de inspraakreacties toegespitst op de wensen van indieners.

19. Indieners vinden dat de bouwmogelijkheden niet stroken met de doelstelling voor het gebied (groene zone), vanwege; a. Massieve bouw mogelijk is door het toestaan van geschakelde als aaneengebouwde woningen; b. Te grote bouwvlakken voor de woningen; c. In theorie te veel woningen in een veld kan worden gebouwd; d. Het feit dat de inhoudsmaat en maximale bebouwingspercentage niet is beschreven; e. Er zijn afwijkingsmogelijkheden waarmee volgens indieners de omvang van de woningen nog verder kan worden vergroot.

Beantwoording: De regels en de verbeelding geven duidelijke kaders aan wat mogelijk is qua bebouwing. De woningen zijn ingeperkt qua oppervlakte in combinatie met goot- en bouwhoogte. Hiermee is voldoende verzekerd dat onaanvaardbare massieve bouwwerken uitgesloten zijn. Daarnaast zijn bouwvlakken

niet per woning opgenomen, maar voor de volledige woonvelden om het gebied aan te duiden waar in betreffende woningen gebouwd mogen worden. De opmerking inzake het mogelijke aantal te bouwen woningen is zoals beschreven onder punt 9 terecht en zal worden gecorrigeerd. Zoals beschreven in punt 11 is het opnemen van een inhoudsmaat niet noodzakelijk/wenselijk. Verder is een maximale bebouwingspercentage reeds in de regels van Woongebied -2 opgenomen. Tot slot worden de afwijkingsbevoegdheden verkeerd geïnterpreteerd. Onder meer worden afwijkingen gestapeld, hetgeen niet is toegestaan. De volgens indieners toegestane bebouwingspercentage van 96,8% is dan ook niet mogelijk. Ook geldt dat het aan het bevoegd gezag is om te beoordelen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen of medewerking kan worden verleend aan een afwijking. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de stedenbouwkundige uitwerking, zoals is opgenomen in bijlage 1 en bijlage 13 bij de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan. 20. Indieners geven aan dat als het plan doorgang vindt zij de planschade op de ontwikkelende partijen zullen verhalen.

Beantwoording: Indien indieners van mening zijn dat het plan zal leiden tot een waardevermindering van het onroerend goed, kan hiervoor - na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan - afzonderlijk een verzoek om tegemoetkoming in planschade worden ingediend. In afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijk ordening wordt ingegaan op de tegemoetkoming in planschade. Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die, vermogensschade (vermindering waarde onroerend goed) of inkomensschade (omzetdaling) lijdt, op aanvraag tegemoetkoming toe kunnen kennen. Het gaat dan om schade die dan redelijkerwijs, rekening houdend met het normaal maatschappelijk risico, niet voor rekening van aanvrager behoort te blijven. Conclusie beantwoording inspraakreacties 1 tot en met 7 De inspraakreacties hebben op onderdelen geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de betreffende aanpassingen aangegeven.

2.2.2

Inspraakreactie 8 (Krammer 67).

1. Indiener wil middels de inspraakreactie enkele punten onder de aandacht brengen, welke ontstaan als gevolg van het plan ‘Oude Goote’. Tevens stelt indiener voor om een groene zone te creëren tussen de Hossenbosdijk en de nieuwe woonwijk. Indiener vreest dat als gevolg uit de toename van de verkeersgeneratie als gevolg van de nieuwe woonwijk en uit de beoogde ontsluitingsweg vanuit het plangebied op de Hossenbosdijk de volgende effecten zullen plaatsvinden: a. Toename risico op schade aan de woning Krammer 67 door trillingen; b. Toename van lichtvervuiling aan de Krammer 67; c. Toename van geluidshinder; d. Opstoppingen/verkeersknelpunten op de Hossenbosdijk als gevolg van de toename aan verkeersgeneratie; e. Toename van de luchtverontreiniging.

Beantwoording: a. Toename risico op schade aan de woning Krammer 67 door trillingen; Wat betreft de verwachte overlast/toename van het risico op schade als gevolg van trillingen, wordt verwezen naar het geactualiseerde verkeer- en geluidsonderzoek. De betreffende onderzoeken zijn toegevoegd als bijlage 2 en 3 bij de toelichting. In eerder genoemde onderzoeken wordt aangegeven dat weliswaar de verkeersgeneratie toeneemt, maar het gewicht en de snelheid van de maatgevende voertuigen wijzigt niet. De splitsing Krammer-Hossenbosdijk wordt een kruising en de noordwestelijke ontsluiting van het plangebied komt bij nadere planuitwerkingen net ten oosten van de splitsing op de Hossenbosdijk uit. Dit betekent dat in het algemeen op de kruising Hossenbosdijk langzamer moet worden gereden. De kans op schade neemt daardoor ook niet toe. Het is daarom niet aannemelijk dat het extra wegverkeer zal leiden tot onaanvaardbare hinder/risico’s op schade aan de woning. b. Toename van lichtvervuiling aan de Krammer 67; Wat betreft de verwachte toename aan lichtvervuiling wordt opgemerkt dat zowel de woning Krammer 67 als de woningen in Oude Goote iets lager dan de Hossenbosdijk liggen.

Dit houdt dus in dat licht van de koplampen van ontsluitend verkeer vanuit Oude Goote niet voortdurend naar binnenschijnt bij de woning Krammer 67, alleen bij het oprijden op het ontsluitingskruispunt en daarna bij het rechtsaf slaan. Opgemerkt wordt dat deze ont-/aansluiting nog verder ontworpen moet worden, naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het voorkomen van lichtinval en de wensen van indiener. Daarbij is deze ontsluiting niet de enige, er zijn meerdere ontsluitingen vanuit Oude Goote, en niet alle verkeersstromen komen langs de woning van indiener. Gelet op het vorenstaande maar ook de huidige inrichting van het perceel Krammer 67 wordt er geen onaanvaardbare lichthinder verwacht. c. Toename van geluidshinder; Wat betreft de geluidshinder wordt aangegeven dat indien de Hossenbosdijk niet wijzigt, er bij de woning aan de Krammer 67 sprake is van een toename van geluid met 2 dB als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied Oude Goote. Deze toename kan voorkomen worden door de Hossenbosdijk ter hoogte van het plangebied, inclusief de rotonde en de drempel/het plateau bij de Krammer 67, te vervangen door een stiller wegdektype ‘Gelders mengsel’. Deze wegdekverharding is circa 2 dB stiller dan regulier asfalt (Dicht Asfalt beton).

Dit betekent dat met vervanging van het wegdek de geluidsbelasting bij de woning gelijk blijft aan de autonome situatie. Het vervangen van het wegdek is hiermee een goede maatregel om te voorkomen dat de geluidsbelasting toe gaat nemen als gevolg van het extra verkeer. d. Opstoppingen/verkeersknelpunten op de Hossenbosdijk als gevolg van de toename aan verkeersgeneratie; Wat betreft de verwachte overlast als gevolg van opstoppingen/verkeersknelpunten op de Hossenbosdijk als gevolg van de toename aan verkeersgeneratie, wordt verwezen naar het geactualiseerde verkeer- en geluidsonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare hinder.

E. Toename van de luchtverontreiniging; Wat betreft de toename aan luchtverontreiniging wordt verwezen naar paragraaf 5.3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. In de huidige situatie is er sprake van een goede luchtkwaliteit, dat zal met de beoogde ontwikkeling niet onevenredig negatief worden beïnvloed, dit gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, dit mede in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 van het bestemmingsplan. Daarom kan worden gesteld dat voorliggende ontwikkeling ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Wat betreft de invloed van opstopping in verkeersstromen en de toename van rookgas en fijnstof wordt gesteld dat deze toename nihil is te verklaren. Zoals hiervoor beschreven zijn er geen onaanvaardbare opstoppingen te verwachten, daarnaast zijn moderne auto’s meer en meer elektrisch of voorzien van start-stop-systemen, welke toename van rookgas of fijnstof juist voorkomen. Tot slot wordt gevraagd om een groene zone tussen de Hossenbosdijk en het plangebied. Deze is niet meegenomen in voorliggend plan. Wel is een smalle strook groen langs de Hossenbosdijk bestemd met een groenbestemming. Er is juist bewust stedenbouwkundig gekozen voor een directe aansluiting van de wijk op de Hossenbosdijk om zo een logische overgang vanuit Nieuwland-Oost van dorps naar landelijk te maken.

Conclusie beantwoording inspraakreactie 8 De inspraakreactie heeft op onderdelen (aanpassing/actualisatie/aanvulling betreffende onderzoeken en voorstellen voor aanpassing van asfalt) geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de betreffende aanpassingen aangegeven.

2.2.3

Inspraakreactie 9 (De Nolle 2)

1. Indiener heeft zorgen omtrent de verkeersafwikkelingen van de verkeersstromen uit het plangebied, hij vreest voor knelpunten en een afname van de verkeersveiligheid. Daarnaast vraagt indiener of er reeds een geluidsonderzoek is uitgevoerd, om zo in kaart te brengen of de geluidsbelasting op de gevel van zijn woning niet wordt overschreden. Mogelijk is daarbij het toepassen van geluidsarm asfalt rondom de kruising De Nolle – Hossenbosdijk een optie om het geluid te minimaliseren, stelt hij voor.

Beantwoording: Wat betreft de verwachte overlast van opstoppingen/verkeersknelpunten op de Nolle en rondom het kruispunt De Nolle – Hossenbosdijk als gevolg van de toename aan verkeersgeneratie, wordt verwezen naar het geactualiseerde verkeer- en geluidsonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare hinder. Daarbij wordt op deze plek genoemd dat de genoemde overlast bij de rotonde buiten het plangebied is gelegen en eventuele overlast gemeld kan worden bij de gemeente. Wat betreft de vraag over het geluidsonderzoek en de invloed van de verkeersstromen op de geluidsbelasting op de gevel van de woning van indiener, hiervoor wordt verwezen naar het geactualiseerde geluidsonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare hinder. Met vervanging van het wegdek van de Hossenbosdijk en De Nolle, inclusief rotonde, door ‘Gelders mengsel’, blijft de geluidsbelasting bij de woning gelijk aan de

autonome situatie. Het vervangen van het wegdek is hiermee een goede maatregel om te voorkomen dat de geluidsbelasting toe gaat nemen als gevolg van het extra verkeer. De betreffende onderzoeken zijn toegevoegd als bijlage 2 en 3 bij de toelichting. Conclusie beantwoording inspraakreactie 9 De inspraakreactie heeft op onderdelen (aanpassing/actualisatie/aanvulling betreffende onderzoeken en voorstellen voor aanpassing van asfalt) geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de betreffende aanpassingen aangegeven.

2.3

Binnengekomen vooroverlegreacties Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ook aan diverse vooroverlegpartners verstuurd. De ontvangen reacties zijn in deze paragraaf opgenomen.

2.3.1

Vooroverlegreactie Provincie Zuid-Holland.

De provincie Zuid-Holland heeft een vooroverlegreactie gegeven, naar aanleiding van het toegezonden voorontwerpbestemmingsplan. Hierna is de vooroverlegreactie puntsgewijs opgenomen. a. Er kan een betere aansluiting van het ontwerp op de omgeving gerealiseerd worden, waarmee ook de vormgeving, beleving en toegankelijkheid van de stadsrand verbetert. Het plangebied ligt nu te veel als een eiland in de omgeving, waarmee niet voldaan wordt aan het provinciale richtpunt voor stads- en dorpsranden. b. De kaarten van het beeldkwaliteitsplan zijn volgens de provincie deels onleesbaar, doordat de beelduitsnede van het plan op pagina's 18 en 76 is verschoven. Juist op deze twee kaarten zou de aantakking op de omgeving goed zichtbaar moeten zijn, en zij verzoeken dan ook de leesbaarheid te verbeteren. c. Er zijn veel profielen uitgetekend, met in de meeste gevallen volop ruimte voor groen en ecologie. De noordrand (langs de Hossenbosdijk) en de westrand (langs de Spuidijk) zijn echter zeer krap bemeten, met minder dan twee meter tussen de sloot en de weg. Voor een goede overgang naar de omgeving is een ruimere maat nodig. De provincie verzoekt daarom het plan beter aan te laten sluiten op de omgeving conform de richtpunten voor stads- en dorpsranden, en daarbij de noord- en westranden ruimer te ontwerpen. d.

Er komt onvoldoende naar voren wat de visie van de gemeente is op het realiseren van de ecologische verbindingszonezone (NNN) en hoe de functies ‘natuur’ en ‘wonen’ samen gaan. De provincie verzoekt daarom de gemeentelijke visie op de ecologische verbindingszone en bijbehorende natuurdoelen nader toe te lichten. e. Aan de hand van de huidige toelichting is niet te beoordelen of er sprake zal zijn van negatieve effecten op de ecologische verbindingszone in de planlocatie. De provincie verzoekt te onderbouwen op welke wijze de natuurdoelen beschermd zullen worden tegen eventuele negatieve gebruikseffecten. Beantwoording a. Om de dorps- en stadsranden beleefbaarder en toegankelijker vorm te geven zal extra aandacht gegeven worden aan het creëren van verbindingen voor ommetjes voor voetgangers en fietsers.

Zo zal er aan de zijde van het Spui, halverwege het plangebied, een doorsteek voor voetgangers worden gerealiseerd die aansluit op de bestaande paden langs het Spui. Hiervoor is wel de medewerking nodig van een particulier aangezien deze verbinding over zijn grondeigendom loopt. Door de wijk Oude Goote heen zullen tal van mogelijkheden ontstaan voor ommetjes langs de groene vingers of om te voet of met de fiets door de wijk te steken via Voorweg richting de Hossenbosdijk. Hiermee kan het langzaam verkeer de Veckdijk vermijden wat de verkeersveiligheid ten goede komt. b. De onleesbare kaartbeelden zullen worden vervangen en er zullen beter leesbare kaarten worden opgenomen. c. Allereerst is het wellicht goed om op te merken dat de profielen van de noordrand (langs de Hossenbosdijk) en de westrand (langs de Spuidijk) worden verbreed. Dit heeft te maken met het ontwerppeil van de wegen en de benodigde taluds vanuit deze watergangen. Langs de Hossenbosdijk is gekozen voor een profiel met Brielse stoepjes. Hiermee wordt de overgang van stedelijk, naar dorps en uiteindelijk naar landelijk extra geaccentueerd. Het smalle profiel langs het Spui is smal maar ruimtelijk wel open omdat hier twee-onder-een kapwoningen worden gerealiseerd. Daarbij wordt vanwege eisen van het waterschap aan het talud van de sloot langs het Spui, het profiel hier al ruimer, minimaal 4 meter.

In het Beeldkwaliteitsplan wordt hier nadere invulling aan gegeven. Het beeldkwaliteitsplan maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar wordt separaat maar gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling, als aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota, het toetsingskader bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. d. De voormalige stadsregio Voorne-Putten trad op namens de provincie Zuid-Holland om de ecologische verbindingszone (EHS) te realiseren door middel van het project ‘Kreken Kweken’. De ecologische verbindingszone langs de woonwijk Oude Goote maakt onderdeel uit van dit project. Het project Kreken Kweken is een samenwerkingsproject van de gemeenten op VoornePutten en het waterschap Hollandse Delta. Voor het project is subsidie verkregen van de provincie Zuid-Holland en de voormalige stadsregio Rotterdam. Doelstelling van het project is de oude kreken op Voorne-Putten in ere te herstellen. In de afgelopen eeuwen zijn de kreken vrijwel geheel uit beeld verdwenen door inpoldering en het rechttrekken van de kronkelige loop. Door steile oevers te vervangen door natuurvriendelijke oevers, ontstaat een meer natuurlijke begroeiing en worden de kreken weer herkenbaar in het landschap.

Met de aanleg van de natuurvriendelijke oevers wordt een bijdrage geleverd aan de realisatie van het Natuur Netwerk Nederland. Dit netwerk zorgt ervoor dat natuurgebieden met elkaar verbonden worden en dat dieren van het ene natuurgebied naar het andere kunnen migreren. De doelsoort is hierbij de Noordse woelmuis. De natuurvriendelijke oevers leveren tevens een bijdrage aan extra waterberging, een betere waterkwaliteit, een afwisselender en mooier landschap en meer recreatie. Met de Stadsregio zijn afspraken gemaakt hoe de EHS in het betreffende plangebied zou worden gerealiseerd. De EHS is conform deze afspraken voor verschillende delen al gerealiseerd. Geconstateerd is dat de route zoals deze met de Stadsregio is afgesproken op verschillende punten afwijkt van de provinciale kaart. Hiertoe is op 15 juni 2022 een zienswijze ingediend tegen het Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen van de provincie Zuid-Holland (kenmerk 11469-2022/13926-2022) waarin wij hebben verzocht om de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland op grond van artikel 6.9e, derde lid van de Omgevingsverordening Zuid-Holland in overeenstemming met de kaart (aanpassing

natuurnetwerk Nederland, gevoegd bij de voornoemde zienswijze) en zoals opgenomen in diverse bestemmingsplannen, waaronder dit ontwerpbestemmingsplan Oude Goote. e. Binnen de ecologische verbindingszone langs Oude Goote zullen voldoende rustpunten voor dieren worden gecreëerd om de intensievere delen waar de zone wordt doorkruist door paden en wegen te compenseren. Om te voorkomen dat recreanten en huisdieren zoals honden en katten geen significant negatief effect zullen hebben op de natuurdoelen zal bij de aanleg en het beheer rekening worden gehouden met het realiseren en behouden van obstakels, zoals sloten en struweel, om te voorkomen dat de rustpunten kunnen worden verstoord. De regels voor de bestemming Natuur zullen worden beperkt zodat de voor Natuur aangewezen gronden bestemd zijn voor: het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische-, natuur en landschappelijke waarden en ecologische verbindingszones. Hiermee wordt de ecologische verbindingszone adequaat juridisch planologisch beschermd.

Conclusie beantwoording vooroverlegreactie provincie De overlegreactie van de provincie Zuid-Holland leidt tot een nadere motivering in de toelichting van de ruimtelijke kwaliteit en de ecologische verbindingszone. Kaartmateriaal in het beeldkwaliteitsplan is aangepast. En artikel 5 van de regels, de bestemming ‘Natuur’, is beperkt zodat de voor Natuur aangewezen gronden uitsluitend bestemd zijn voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische-, natuur en landschappelijke waarden en ecologische verbindingszones. 2.3.2

Vooroverlegreactie Veiligheidsregio

De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) heeft een advies uitgebracht, naar aanleiding van het voorontwerpbestemmingsplan, welke hierna puntsgewijs is opgenomen. Omgevingsmaatregelen • De VRR adviseert rondom de te realiseren gebouwen nabij “Oude Goote” zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. • Maak binnen de 100% letaliteitcontour (20 meter vanuit het hart van de buisleiding) van de W538-02 aan de Hossenbosdijk geen (her)ontwikkeling van zeer kwetsbare bestemmingen mogelijk. Bouwkundige maatregelen • Eventuele (her)ontwikkelingen/voorziene ontwikkelingen binnen de 1% letaliteitcontour van de hogedruk aardgastransportleiding W-538-02 (Hossenbosdijk, 15 meter vanuit het hart van de leiding) zodanig te construeren dat deze beschermd zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) als gevolg van een fakkelbrand. Hierbij kan voor de gevels en daken gericht naar de W538-02 (Hossenbosdijk) gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. De gevels, daken en/of glasoppervlakken die gericht zijn naar de risicobron behoren bestand te zijn tegen een warmtestralingsflux > 15 kW/m2.

Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient bij de brandpreventieve toets rekening te worden gehouden met de effecten van een fakkelbrand op de gevel/dak. Ook kan gedacht worden aan het niet mogelijk maken van bebouwing binnen de 1% letaliteitscontour.

•

•

Eventuele (her)ontwikkelingen/voorziene ontwikkelingen binnen de 1% letaliteitcontour van de hogedruk aardgastransportleiding W-538-02 (Hossenbosdijk, 15 meter vanuit het hart van de leiding) zodanig te construeren dat aanwezigen bij een dreigende fakkelbrand goede ontvluchtingsmogelijkheden hebben. Voor het ontvluchten van de voorziene objecten is het wenselijk minimaal één (nood)uitgang van de W-538-02 af te richten en in voldoende mate aan te laten sluiten op de infrastructuur van de omgeving. Dit geldt met name voor de geplande gestapelde bouw in de noordoosthoek van het plangebied. Eventuele (her)ontwikkeling van zeer kwetsbare bestemmingen binnen de 1% letaliteitcontour van het worst case scenario (respectievelijk 60m vanuit het hart van de W-538-02 (Hossenbosdijk), 425m vanuit de A-624 (ten zuiden van de Voorweg), en 373m vanuit het hart van de A-536 (ten zuiden van de Voorweg) zodanig te construeren dat aanwezigen bij een dreigende fakkelbrand goede ontvluchtingsmogelijkheden hebben. Voor het ontvluchten is het wenselijk minimaal één (nood)uitgang van de voornoemde buisleidingen af te richten en in voldoende mate aan te laten sluiten op de infrastructuur van de omgeving.

Organisatorische maatregelen • Doordat het merendeel van de incidenten met transportleidingen wordt veroorzaakt door graafwerkzaamheden, zijn de horizontale boringen naast de leiding W-538-02 (Hossenbosdijk), A624 en A-536 (ten zuiden van de Voorweg) risicovol. Tijdens (graaf/boor) werkzaamheden in de buurt van de buisleidingen is het niet wenselijk dat er mensen in de nabijgelegen objecten verblijven (40 meter van de buisleiding). • Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Doorgaans is schuilen in een gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Op de website “www.rijnmondveilig.nl” vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident. Beantwoording: Bij de verdere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de aanbevelingen. Conclusie beantwoording vooroverlegreactie Veiligheidsregio De reactie leidt niet tot gewijzigd ontwerpbestemmingsplan, maar de adviezen zullen worden meegenomen in de nadere planuitwerking.

2.3.3

Vooroverlegreactie Omgevingsdienst Haaglanden

De gemeente Brielle heeft een adviesverzoek bij de Omgevingsdienst ingediend, in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). De Omgevingsdienst heeft daarop een advies uitgebracht, welke hierna is opgenomen. Wet natuurbescherming – Gebiedsbescherming Bij het verzoek is de rapportage ‘Quickscan natuurwaardenonderzoek Nieuwbouw woningen Hossenbosdijk (ongenummerd), Brielle’ van 25 augustus 2021 (verder: quickscan) overlegd. De Omgevingsdienst Haaglanden onderschrijft de conclusies van de quickscan.

Voor wat betreft de soortgroepen planten, amfibieën en vogels lijkt het voldoende aannemelijk dat er geen sprake is van een ontheffingsplicht. Verder is de Omgevingsdienst van mening dat de aanwezigheid van vleermuizen en watergebonden zoogdieren niet kan worden uitgesloten op basis van de aangeleverde informatie. Er dient nader onderzoek naar vleermuizen en watergebonden zoogdieren te worden uitgevoerd om de functionaliteit van het plangebied te bepalen, waarna mogelijk ontheffing dient te worden aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming. Verder geeft zij aan dat een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd dient te worden om de effecten van het project in kaart te brengen. Beantwoording: Wat betreft de wens van de Omgevingsdienst voor nader onderzoek naar vleermuizen en watergebonden zoogdieren, wordt deze puntsgewijs van antwoord voorzien. Vleermuizen; foerageergebied en vliegroute Spui De woningbouwplannen, inclusief aanleg wegen en straatverlichting, vindt plaats op meer dan 60 meter afstand van de insteek van het Spui. Tussen het huidige plangebied en Spui staat riet, ruigte en opgaande beplanting in de vorm van bomen en struiken. Langs de westrand van plangebied wordt ook beplanting gezet en de straatverlichting zal modern zijn (laatste technieken, gebruikmakend van led, met weinig verstrooiing van licht).

De smalle kavelgrenssloot in en net ten noorden van het plangebied, vormt geen geschikt foerageergebied of vliegroute voor watervleermuizen. Wel vormt het foerageergebied voor andere soorten. Het is echter geheel niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling de functie van het Spui als foerageergebied of vliegroute negatief beïnvloed. Nader onderzoek naar de functie is daarom niet van belang en niet noodzakelijk. Verder wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het gebied en onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen, ondermeer komt dit tot uiting in de manier waarop de lichtarmaturen van lantaarnpalen worden bevestigd. Dit voorkomt lichtvervuiling ’s avonds en ’s nachts. Kortom, de inrichting van het gebied, inclusief water, zorgt juist voor een uitbreiding van geschikt foerageergebied voor vleermuizen (alle soorten). Bever De smalle sloot in het plangebied, wordt niet als functioneel leefgebied van de bever beschouwd. Eventuele verblijfplaatsen van de bever worden niet beschadigd of vernield en gelet op de afstand tussen plangebied en (potentieel) leefgebied (Spui) kan verstoring uitgesloten worden. Er loopt immers al een pad langs de west- en oostoever, zodat er geen sprake is van een nieuwe vorm van verstoring (optische verstoring).

Daarnaast is de ecoloog van mening, dat overtreding van een verbodsbepaling op voorhand uitgesloten kan worden (met de genoemde voorwaarden in de quickscan, zoals werken buiten de broedtijd, et cetera). Nader onderzoek voegt niets aan voorgenoemde quickscan toe. De ecoloog adviseert wel om bij nadere planuitwerkingen te zijner tijd een verlichtingsplan op te stellen, om zo aan te geven in hoeverre Spui verlicht wordt door het plan. Wat betreft de wens van het uitvoeren van een stikstofonderzoek, dit stikstof-onderzoek is reeds uitgevoerd, en toegevoegd als bijlage 6 bij het bestemmingsplan.

Conclusie beantwoording vooroverlegreactie Omgevingsdienst De reactie leidt niet tot een gewijzigd ontwerpbestemmingsplan.

3

Wijzigingen aan het bestemmingsplan Wijzigingen aan bestemmingsplan De volgende (ambtshalve) wijzigingen zijn doorgevoerd: 1

2

3 4 5

de volgende bijlagen bij de toelichting zijn vervangen; a Bijlage 1: Stedenbouwkundige plan Oude Goote (geactualiseerd); b Bijlage 2: Verkeersonderzoek Rho (geactualiseerd en uitgebreid naar aanleiding van inspraakreacties); c Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Alcedo (geactualiseerd en uitgebreid naar aanleiding van inspraakreacties); d Bijlage 6: Stikstofonderzoek (geactualiseerd); de volgende bijlage bij de toelichting is toegevoegd; a Bijlage 10: nota/verslag inspraakreacties b Bijlage 11 M.e.r.-beoordelingsbesluit c Bijlage 12: Ontwerp hogere waarden besluit d Bijlage 13: Beeldkwaliteitsplan tekst in toelichting is op onderdelen gewijzigd; toelichting is aangepast naar de meest recente planuitwerking (meest recente tekeningen/impressies etc.). plankaart en regels zijn gewijzigd, hierbij wordt concreet tegemoet gekomen aan enkele inspraakreacties, alsmede zijn dit ambtshalve wijzigingen. Hierna zijn de wijzigingen puntsgewijs benoemd: Het begrip ‘peil’ in hoofdstuk 1 van de regels is tekstueel verduidelijkt; In hoofdstuk 2 van de regels zijn regels omtrent bestaande bouw geschrapt, immers is er geen sprake van bestaande bouw; De hoogte van lichtmasten is in dit bestemmingsplan verlaagd naar maximaal 10 m; De bestemming ‘Natuur’ is ingeperkt qua gebruiksmogelijkheden.

Parkeren en verkeer uitgesloten binnen groen en natuur; In Woongebied – 1 is de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk verlaagd van 6m naar maximaal 5m; Artikel 7.2.1 sub h is verduidelijkt naar aanleiding van de inspraakreacties, hierbij is duidelijk geworden dat meer dan 3 bouwlagen alleen geldt voor gestapelde bouw; Artikel 7.4 sub is van 80% verlaagd naar maximaal 75%; In Woongebied -1 is het mogelijke hoogteaccent van maximaal 4 bouwlagen in specifiek op de verbeelding/plankaart aangeduid middels een aanduiding, dit komt tot uiting in artikel 7.4 sub; Per woonvlek met de bestemming ‘Woongebied – 2’ is cf. wens van inspraakreacties een maximum aantal woningen toegevoegd, dit vastgelegd op de plankaart/verbeelding middels een aanduiding. De amorfe woonvormen in Woongebied -2 zijn licht gewijzigd, teneinde de natuurbestemming in overeenstemming te brengen met het stedenbouwkundige plan; De bouwhoogte van de woningen in ‘Woongebied -2’ welke waren voorzien van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte: 11 m’, wordt verlaagd naar maximaal 10, dit op wens van indieners inspraakreacties;

Het grondoppervlak van een hoofdgebouw van één bouwlaag met kap is op wens van indieners inspraakreactie verlaagd van 300 m² naar maximaal 200 m²; De algemene afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels in Woongebied -2, zoals was opgenomen in artikel 8, is geheel geschrapt. Hiermee wordt expliciet tegemoet gekomen aan de indieners van de inspraakreacties; De regel artikel 8.2.2 sub g is op wens van indieners inspraakreactie verlaagd van maximaal 70% naar maximaal 60%; Er zijn op wens van de indieners van de inspraakreacties specifieke onderzoeken uitgevoerd naar trillingen alsmede geluidshinder op de bestaande woningen en deze zijn opgenomen in de bijlages van de toelichting; Mogelijkheden tot evenementen zijn geschrapt in de algemene regels (overige regels).

4. Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12840137/2