Bijlage 1 - Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne_ Veegplan 4b_vastgesteld_1
Tekst van het document
Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van
35/55
het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen: Nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingtoename; Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied; Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. Onderzoek Huidige situatie Algemeen Op de locatie bevindt zich momenteel een glastuinbouwbedrijf en een bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw. Het kassencomplex en de bedrijfsbebouwing hebben samen een oppervlakte van 8.606 m². Bodem en grondwater Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit kalkrijke poldervaaggronden. In het plangebied is sprake van grondwatertrap IVc.
Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand meer dan 80 centimeter beneden het maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen de 0,80 en 1,20 meter beneden het maaiveld. Waterkwantiteit Het plangebied wordt aan twee kanten begrensd door watergangen. In het oosten wordt het perceel begrensd door watergang T30376 die door de aanliggenden onderhouden dienen te worden. De beschermingszone van deze watergangen betreft 2 meter. Aan de noordelijke zijde ligt de watergang met code H12048, waarvan het waterschap de beheerder is. Hier geldt een beschermingszone van 5,0 meter. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur voor waterschap Hollandse Delta beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van de watergang en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden.
36/55
Figuur 4.2 - Uitsnede van de legger van het waterschap Hollandse Delta met geel omlijnd het projectgebied (bron: legger oppervlaktewateren WSHD) Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de kern-/beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Algemeen Het glastuinbouwbedrijf met bijbehorende bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt. De totale oppervlakte van de bebouwing die gesloopt zal worden bedraagt 8.606 m². De bedrijfswoning blijft behouden. De twee compensatiewoningen hebben een kleiner verhard oppervlak dan de huidige kas. Met de sanering van de kas neemt het totaal aan bebouwd oppervlak op het perceel beduidend af. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.
37/55
Waterkwantiteit De gesaneerde kassen en bedrijfsbebouwing worden vervangen door twee compensatiewoningen. Het verhard oppervlak dat gesloopt wordt is vele malen groter dan de verharding die daarna gerealiseerd wordt in de vorm van een twee nieuwe woningen. De verharding op de percelen neemt per saldo niet toe. Er hoeft geen watercompensatie plaats te vinden. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Conclusie Dit bestemmingsplan heeft positieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Per saldo neemt het verhard oppervlak af.
Van watercompensatie is dan ook geen sprake. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor parkeren hanteert de gemeente Westvoorne de parkeerkencijfers van het CROW. Deze vormen het uitgangspunt maar de kanttekening wordt geplaatst dat het berekenen van de parkeerbehoefte altijd maatwerk is en sterk wordt bepaald door de specifieke locatie en ontwikkeling.
38/55
Onderzoek Parkeren Het plangebied bevindt zich in het niet-stedelijke buitengebied van Tinte. De ontwikkeling voorziet in twee nieuwe vrijstaande woningen. Hiervoor geldt volgens CROW een minimaal parkeerkencijfer van twee parkeerplaatsen per woning. Op het perceel waar de nieuwe woningen gerealiseerd worden is voldoende ruimte om vier parkeerplaatsen te realiseren. De parkeerbehoefte wordt opgelost op het eigen terrein. Verkeersgeneratie Op basis van CROW (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381) geldt per woning (koop, huis, vrijstaand) een verkeersgeneratie van maximaal 8,2 mvt/etmaal. Voor deze ontwikkeling komt de verkeersgeneratie daarmee uit op maximaal 16 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Op het drukste uur van de dag wordt doorgaans maximaal 10% van de etmaalwaarde afgewikkeld. Dit is dus 2 motorvoertuigen in het drukste uur. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt er een volledig glastuinbouwbedrijf gesaneerd. Ook dit bedrijf levert in de huidige situatie verkeersbewegingen op. Uiteindelijk zal de verkeersgeneratie ter plaatse afnemen omdat de verkeersgeneratie van het glastuinbouwbedrijf vele malen hoger is dan van twee nieuwe woningen. De ontwikkeling zal daardoor geen negatieve invloed hebben op de omliggende ontsluitingswegen. Ontsluiting Het plangebied bevindt zich aan de Dwarsweg in het buitengebied van Tinte.
De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom waar een maximum snelheid geldt van 60 km/u. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde bushaltes bevinden zich beide op 2,8 km afstand vanaf Dwarsweg 1a. Dit zijn de bushalte Kleidijk in Oostvoorne. Vanuit hier gaan bussen naar Brielle, Spijkenisse en Hellevoetsluis. Langzaam verkeer Op de Dwarsweg, waaraan het plangebied gelegen is, deelt het fiets- en voetgangersverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer als het fietsverkeer. In de parkeerbehoefte wordt bij de nieuwe woningen voorzien middels twee parkeerplaatsen per woning te realiseren op eigen terrein. Bij de bestaande woning zijn reeds parkeerplekken op eigen terrein aanwezig. De verkeersgeneratie neemt af als gevolg van de ontwikkeling zal dus niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
39/55
4.10 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavig situatie bedraagt 53 dB (buitenstedelijk gelegen woningen). Onderzoek Ten behoeve van dit project is akoestisch onderzoek uitgevoerd (Akoestisch onderzoek weg verkeerslawaai nieuwbouw nabij Dwarsweg 1a Tinte, 24 juli 2023). Uit dit onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde vanwege geen enkele geluidbron binnen het onderzoeksgebied wordt overschreden en er dus geen hogere waarde nodig is.
Gelet op de kwalificering van het akoestisch woon- en leefklimaat in relatie tot de landelijke ligging van de planlocatie en de aanwezigheid van meerdere geluidluwe gevelzijden bij de woningen, kan het akoestisch woon- en leefklimaat als (zeer) aanvaardbaar worden aangemerkt. Er is in onderhavige situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het akoestisch rapport is opgenomen in bijlage 4. Conclusie Vanuit akoestisch oogpunt is er geen belemmering voor de realisatie van twee nieuwe woningen binnen het beoogde bouwvlak op het adres nabij Dwarsweg 1a in Tinte.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkelingen niet in de weg. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
40/55
4.12 Milieueffectrapportage Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Er is geen sprake van een activiteit genoemd in het Besluit m.e.r. Omdat het plan niet als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. wordt gezien is een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling en m.e.r.-beoordelingsbesluit niet nodig.
41/55
42/55
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan, een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De gronden in plangebied zijn volledig in eigendom van de initiatiefnemer. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing, die hoort bij de herziening van het bestemmingsplan, omvat een bouwplan, de toevoeging van twee woningen en de omzetting van een bedrijfswoning naar burgerwoning. Het kostenverhaal wordt anderszins verzekerd via het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk. Het plan wordt economisch uitvoerbaar geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan waarvan deze ruimtelijke onderbouwing onderdeel uitmaakt wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van eventuele reacties hierop kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden de ruimtelijke onderbouwing op een aantal punten te wijzigen of niet vast te stellen.
43/55
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Stikstofonderzoek
Project:
Transformatie Dwarsweg 1a te Tinte
Onderwerp:
Stikstofdepositieonderzoek
Kenmerk:
M202332/2301a
Auteurs:
Y. Hidskes; F. Erdem
Datum:
30-6-2023
Bijlagen:
I: AERIUS-berekening
Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl
Inleiding Initiatiefnemer is voornemens om het perceel aan de Dwarsweg 1a te Tinte te transformeren. De transformatie omvat in hoofdlijnen het volgende: − de sloop van bedrijfsruimtes, kassen, een watersilo en een deel van de erfverharding; − het herbestemmen van de bedrijfswoning naar een reguliere woonbestemming en; − het ter plaatse van de gesloopte kassen vormen van twee bouwkavels met ieder een vrijstaande woning. In verband met de hiertoe noodzakelijke omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan, is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Onderstaande figuur 1 toont een overzicht van de locatie in de huidige situatie en de beoogde situatie.
Figuur 1: Ligging plangebied in de huidige en beoogde situatie, indicatief rood omlijnd (bron: Google Maps, bewerkt).
In het kader van de Wet natuurbescherming dient de stikstofdepositie vanwege de bouw- en gebruiksfase van het plan op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt.
Adromi B.V.
Pagina 1 van 11
Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Voornes Duin’ ligt op minimaal circa 3 kilometer ten noord- en zuidwesten van het plangebied. Figuur 2 toont de globale ligging van het plangebied ten opzichte van dit Natura 2000-gebied.
Figuur 2: Ligging plangebied (‘1’) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator).
De bouwfase omvat de sloop van de bestaande bebouwing, het bouwrijp maken van de grond en de bouw van de twee vrijstaande woningen. De gebruiksfase van het plan omvat het gebruik van de twee nieuwbouwwoningen en de bestaande woning. In het volgende hoofdstuk volgt een nadere toelichting van de voor dit onderzoek relevante emissiebronnen. Hierbij is per emissiebron beschreven op welke gegevens dit stikstofdepositieonderzoek is gebaseerd.
Adromi B.V.
Stikstofdepositieonderzoek
Pagina 2 van 11