Bijlage 1 Jaarverslag 2022
Tekst van het document
In de ontwikkelagenda is de versterking van de piketorganisatie als ontwikkelpunt opgenomen en hiervoor zijn ook de middelen beschikbaar gesteld vanaf 2023. In 2022 is met de voorbereidingen voor de nieuwe piketorganisatie gestart. Vakbekwaamheid. Als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen – zoals een verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers tijdens dag-uren, kortere dienstverbanden, vergrijzing personeelsbestand, tweede loopbaanbeleid -, is de doorstroom van personeel fors gestegen. Daarnaast wordt ook het vakbekwaam blijven een steeds groter probleem. Het minimale basisniveau van vakbekwaamheid wordt in veel gevallen niet meer gehaald. Daarnaast is er te weinig aandacht voor nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en schiet de capaciteit om effectief te kunnen leren van incidenten tekort. Bovendien moet er meer aandacht zijn voor de verplichte rijvaardigheidstrainingen. In de ontwikkelagenda is de versterking van de vakbekwaamheid van de medewerkers opgenomen als ontwikkelpunt en hiervoor zijn ook de middelen beschikbaar gesteld. Ook zal daarvoor de instructiecapaciteit worden vergroot, zowel kwalitatief als kwantitatief. In 2023 zal hiermee een start worden gemaakt en de voorbereidingen zijn daarvoor in 2022 al begonnen.
Gevolgen van (veranderde) wet- en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen De VRR heeft bij de uitvoering van haar taken te maken met diverse wetten en regels. Hoewel medewerkers voortdurend worden opgeleid en informatie wordt uitgewisseld met diverse netwerken, bestaat het risico dat niet altijd is voldaan aan relevante wet- en regelgeving. Met het aannemen van de ontwikkelagenda wordt er onder andere meer geïnvesteerd in vakbekwaamheid en in deskundigheid omtrent de nieuwe omgevingswet. Hiermee is het risico komen te vervallen. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Voor het risico ‘Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s’ was voorheen een bedrag opgenomen. Op advies van de Bestuurlijke Auditcommissie (2018) is dit risico als PM-post opgenomen in de risico-inventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Dit risico heeft zich niet voorgedaan in 2022 maar het blijft wel een risico voor de komende jaren.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
38 / 114
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Personele capaciteit brandweer De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, is moeilijk. Zeker in kleinere dorpskernen is het steeds lastiger om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. De dekking staat hierdoor onder druk. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en werkt aan andere vormen en manieren van brandweerzorg. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroeps in dagdienst op een kazerne kost € 74k. Vooralsnog is de inschatting dat dit mogelijk nodig is op 5 kazernes. De kosten om dit risico op te heffen komen daarmee uit op €370k per jaar. In de loop van 2022 is hiervoor geen extra dagdienstpersoneel ingezet omdat er voldoende capaciteit was op de kazernes. Het risico blijft voor de komende jaren wel nog bestaan. Deeltijdregeling vrijwilligers brandweer De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaan die bestaat uit met elkaar samenhangende bouwstenen.
De eerste hiervan is “ Verplichtend karakter”. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2022 is gepresenteerd. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31 mln per jaar, en voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3,6 mln. In het implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe werkwijze vanaf 2023 wordt ingevoerd indien er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Op het moment is er nog geen extra geld beschikbaar gesteld door het ministerie en het plan is dan ook nog niet ten uitvoer gebracht. Voor 2023 is het risico dan ook beperkt. Indien het niet lukt om een vergoeding te krijgen vanuit het Rijk loopt de VRR het risico na 2023 om de financiële consequenties zelf te moeten betalen.
Verlofsparen Begin 2022 is de nieuwe CAO voor de medewerkers van de veiligheidsregio in werking getreden waarin ook de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van financiële regelgeving zal voor deze uren een voorziening gevormd moeten worden. Het vormen van deze voorziening komt ten laste van het resultaat. In de begrotingswijzigingen van 2022 was dit als risico opgenomen. Op basis van de regeling verlofsparen die is goedgekeurd hebben medewerkers bovenwettelijke uren aangemerkt voor verlofsparen voor een bedrag van € 150k. Dit is in de exploitatie van 2022 ten laste van het resultaat gebracht en in de voorziening opgenomen. Voor de komende jaren blijft dit risico bestaan en zal jaarlijks bepaald moeten worden of de voorziening nog toereikend is op basis van de uren die voor verlofsparen worden aangemerkt en de uren die zijn opgenomen. Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. De onderhandelingen gaan o.a. over de te leveren prestaties en vooral het aantal te leveren diensten.
Daaraan gerelateerd zijn afspraken over het aantal ambulancevoertuigen en postlocaties. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte budgetafspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel. Een mogelijk gevolg hiervan is dat de zorgverzekeraars een korting hanteren, waardoor het budget uiteindelijk niet toereikend is voor de VRR. In 2022 heeft dit risico zich voorgedaan omdat niet alle prestaties zijn geleverd. Hierdoor is een korting op het budget toegepast van € 226k. De opbrengsten zijn in de jaarrekening 2022 met dit bedrag verlaagd. Voor de komende jaren blijft dit risico voor de ambulancedienst bestaan.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
39 / 114
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. In 2021 heeft het veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s. Eind 2021 heeft het algemeen bestuur besloten tot deelname aan deze stichting. Deze stichting gaat de veiligheidsregio’s adviseren op het thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade. Daarnaast is het de bedoeling om voor alle veiligheidsregio’s een ongevallenverzekering af te sluiten om zo grote premiestijgingen te voorkomen. Vervolgens zal een waarborgfonds worden opgericht voor niet-verzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. De financiële bijdrage aan de stichting en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. Omdat in 2022 nog verzekeringen waren afgesloten heeft zich dit risico niet voorgedaan. Ook voor 2023 is er geen risico omdat er nog verzekeringen door de VRR zelf worden afgesloten met dezelfde dekking.
Als vanaf 2024 met een waarborgfonds gewerkt gaat worden doet zich het risico voor dat het waarborgfonds onvoldoende middelen heeft om schade van niet verzekerbare risico’s te dekken. Dit betekent dan dat de bijdrage aan het waarborgfonds hoger uitvalt dan de huidige premie die wordt betaald. De voorwaarden voor dit waarborgfonds, o.a. met betrekking tot de financiële inbreng van de veiligheidsregio’s, zijn eind 2022 in het Veiligheidsberaad aan de orde geweest. In 2023 wordt dit verder uitgewerkt voor de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s. Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en b.v.
het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. In 2022 hebben zich geen controles voorgedaan waaruit naheffingen zijn voorgekomen. Voor de komende jaren wordt het risico ingeschat op € 250k per jaar. Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer en worden gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Het waarschuwingsstelsel is eigendom van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ministerie was oorspronkelijk van plan het WAS per 1 januari 2020 op te heffen en te laten vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media. Het definitieve besluit hierover is inmiddels meermaals uitgesteld. Een aantal veiligheidsregio’s, waaronder de VRR, hebben er bij de minister op aangedrongen het WAS in stand te houden op risicolocaties. Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven dat het eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden. De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze eigen regio tot op heden is aangehouden, Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS-systeem. De kosten voor het WAS worden nu door het ministerie van Veiligheid & Justitie gedragen. Het risico is dat bij instandhouding van WAS op risicolocaties de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Op basis van een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van najaar 2021 blijkt dat de kosten op landelijk niveau voor 700 risicolocaties liggen op € 1,7 mln per jaar voor heel Nederland als dit met ingang van 2025 wordt gerealiseerd. Op basis van 25 veiligheidsregio’s zou dat € 69k per veiligheidsregio zijn. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar met ingang van 2025.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
40 / 114
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wegvallen en niet toereikend zijn van LEC-gelden In de begroting 2022 was het risico opgenomen dat de subsidie van het ministerie van J en V voor ondersteuning van het Landelijk Expertisecentrum (LEC) niet zou worden ontvangen of lager zou uitvallen. De VRR gebruikt deze subsidie om werkzaamheden voor het LEC uit te voeren in het kader van het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO). In 2022 is deze subsidie uiteindelijk wel toegekend en heeft het risico zich niet voorgedaan. Opzeggen contract Gazprom In verband met de oorlog in Oekraïne heeft de Europese Unie sancties ingesteld tegen Rusland en Russische bedrijven. Deze sancties hebben gevolgen voor het contract dat de veiligheidsregio’s hebben met Gazprom voor de levering van gas. In 2022 leek het erop dat het contract per oktober 2022 opgezegd moest worden wat zou leiden tot extra kosten en daarom was een risico opgenomen van € 250k. Eind 2022 werd duidelijk dat het contract per 1 januari 2023 opgezegd moest worden en daarmee heeft het risico zich in 2022 niet voorgedaan. Voor 2023 wordt nu wel een stijging in de kosten voor de levering van gas verwacht en dat zal in de 1 e begrotingswijziging 2023 worden meegenomen. Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen t.b.v.
kostenontwikkeling Er is in 2020 een nieuwe systematiek afgesproken voor de indexering van de kosten brandweerzorg en Risico & Crisisbeheersing. In de systematiek wordt eerst een voorlopig indexpercentage voor een jaar bepaald voor het opstellen van de begroting en zodra de definitieve indexcijfers bekend zijn wordt dat achteraf gecorrigeerd voor de bijdragen van volgende jaren. Op deze wijze is sprake van een compensatie voor verschillen die vanaf de afgifte van de index optreden en werken deze niet door op langer termijn. Maar als in een jaar het afgegeven percentage dat is gebruikt voor de begroting lager is dan het werkelijke percentage prijsstijgingen dan heeft de organisatie onvoldoende middelen om deze prijsstijging in dat jaar zelf op te vangen. In 2022 is de gemiddelde inflatie voor consumentengoederen en -diensten volgens het CBS uitgekomen op 10%. In de begroting 2022 was rekening gehouden met een kostenstijging van 1,6%. De kostenstijging, exclusief personeel, is nog beperkt gebleven, vooral doordat op basis van afspraken in contracten met leveranciers er nog maar beperkte indexering heeft plaatsgevonden. Voor 2023 worden om diezelfde reden wel grote kostenstijgingen verwacht. In de 1e begrotingswijziging 2023 wordt hiermee dan ook rekening gehouden.
Effecten en kosten als gevolg van grote crises Er waren in 2022 meerdere crises waarvoor de VRR kosten heeft gemaakt. Omdat lang onzeker was of deze kosten volledig vergoed zouden worden zijn de kosten die werden gemaakt voor deze crises als risico opgenomen. In de loop van 2022 is duidelijk geworden dat de kosten vergoed zullen worden. - Als gevolg van de uitbraak van het COVID-19 virus zijn nog kosten gemaakt voor de bestrijding van het virus. In 2022 ging het totaal om €265k waarvan ruim € 198k is vergoed. - In het kader van de noodopvang asielzoekers heeft de minister van binnenlandse zaken in december 2021 de regio Rotterdam-Rijnmond aangewezen om locaties gereed te maken voor de opvang en begeleiding van 500 asielzoekers voor een beoogde periode van 4 maanden. In mei 2022 is het verzoek gekomen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan het veiligheidsberaad om te voorzien in minimaal 150 opvangplekken voor een aantal weken. In het overleg met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en gemeenten in de regio heeft de veiligheidsregio in 2022 in diverse plaatsen opvang georganiseerd voor kortere en langere termijn. Deze opvang heeft plaatsgevonden op schepen en in tijdelijke huisvestingslocaties. Deze opvang loopt ook nog door in 2023. De kosten voor deze opvang zijn in de loop van 2022 vergoed door het COA op basis van facturatie.
In 2022 is voor ruim € 29 mln aan kosten gemaakt. In 2022 is daarvan inmiddels €20 mln vergoed. De laatste factuur voor vergoeding van de kosten is begin 2023 verzonden aan het COA en zal naar verwachting op korte termijn betaald worden. Ook in 2023 zullen naar verwachting de gemaakte kosten door het COA worden vergoed en daarmee is het risico komen te vervallen. - Voor de opvang van ontheemden uit Oekraine vervullen de veiligheidsregio’s, in het kader van crisisbeheersing, een coördinerende rol. Met het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het veiligheidsberaad overleg gevoerd over de vergoeding van de kosten die dit met zich meebrengt. Hiervoor is een regeling gemaakt waarbij de veiligheidsregio een voorschot ontvangt op basis van de te verwachten kosten. Over deze kosten wordt verantwoording afgelegd in de jaarrekening en daarbij wordt een eindafrekening opgesteld waarmee het voorschot wordt verrekend. Ook voor 2023 wordt deze regeling toegepast en daarmee zullen alle kosten worden vergoed. Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
41 / 114
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt om niet voorziene lasten te dekken, zonder dat de begroting en het beleid moeten worden aangepast. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde financiële risico’s en daarmee het benodigde weerstandsvermogen kan vervolgens worden uitgedrukt in een verhoudingscijfer. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandscapaciteit Waarderingscijfer A B C D E F
x≥2 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De VRR streeft naar een gezond weerstandsvermogen met een weerstandsratio (verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s) van minimaal 1. Dit is ook opgenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement die begin 2022 is geactualiseerd en vastgesteld door het bestuur. Ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit In het volgende overzicht is de stand van de algemene reserve van de VRR weergegeven per ultimo 2022.
Realisatie ultimo 2021 Beschikbaar (x € 1.000) Algemene reserve VRR Nog te bestemmen resultaat Totaal
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
384 -196 188
Realisatie ultimo 2022 188 976 1.164
42 / 114
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkeling weerstandsratio Met het positieve resultaat van 2022 is de beschikbare weerstandscapaciteit toegenomen naar € 1.166k. De risico’s per einde van het jaar komen uit op een totaalbedrag van € 1.070k. Hierbij zijn niet de risico’s meegenomen die een rol spelen na 2023. Het gaat dan om de risico’s Bouwsteen verplichtend karakter en Alarmering bevolking (WAS-palen). Van deze risico’s wordt aangenomen dat als deze zich voordoen er een bekostiging tegenover staat vanuit de overheid. Hiermee komt de weerstandsratio uit op 1.09. Dit is boven de norm van 1.0.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
43 / 114
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen Met ingang van het jaar 2015 dienen in de jaarstukken kengetallen (art. 11 lid 2, let d. Besluit Begroting en Verantwoording) te worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het Besluit Begroting en Verantwoording heeft geen normen voor de kengetallen. Het gaat hierbij om de volgende vijf kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote wordt berekend inclusief of exclusief doorgeleende gelden. Omdat er onzekerheid is of deze leningen wel allemaal terug zullen worden betaald, is het verstandig om dit onderscheid te maken. Op die manier wordt dit risico in beeld gebracht. De VRR verstrekt geen leningen, daarom zijn de netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen gelijk aan elkaar. 2. De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de decentrale overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. 3.
Kengetal grondexploitatie Hierin wordt informatie gegeven over de waarde van de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. 4. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een(overheids-)organisatie is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een organisatie in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (conform artikel 17 lid c BBV = exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een (overheids-)organisatie heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten (zoals kapitaalslasten) op te vangen. Kengetallen jaarverslag 2022 Voor de VRR zijn de kengetallen met betrekking tot grondexploitaties en belastingcapaciteit niet van toepassing. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft geen mogelijkheden om belastingen te heffen en heeft geen bouwgronden in bezit.
Jaarverslag jaar 2022 Kengetallen:
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2021
33% 33% 5,0% -0,59%
Begroting 2022
Jaarverslag 2022
31% 31% 1,6% 0,04%
44 / 114
27% 27% 5,4% 0,21%
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting op de kengetallen Netto schuldquote: in de handreiking houdbare gemeentefinanciën heeft de VNG aangegeven dat de netto schuldquote van een gemeente zich normaal tussen de 0% en 100% bevindt. In 2022 valt de netto schuldquote van de VRR binnen deze bandbreedte. De VRR leent geen gelden door, daarom is de netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie is gezond te noemen en gedaald ten opzichte van 2022. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de baten gestegen zijn, vooral als gevolg van incidentele baten. Solvabiliteitsratio: de solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen (balanstotaal). Het percentage is ten opzichte van 2021 licht gestegen. Zowel het eigen vermogen als het totale vermogen is toegenomen. De VRR heeft geen streefpercentage voor solvabiliteit afgesproken maar het huidige percentage van 5% wordt op bedrijfseconomische gronden als laag beoordeeld. De komende jaren zal met structurele positieve resultaten het eigen vermogen moeten worden verhoogd waarmee ook de solvabiliteit wordt verbeterd. De VRR streeft ernaar om de komende jaren elk jaar een positief resultaat te realiseren.
Structurele exploitatieruimte: Voor 2022 is het percentage positief en zijn er voldoende structurele baten om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. In 2021 was dit nog niet het geval. Beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen Om de financiële positie van de organisatie te kunnen beoordelen dienen de kengetallen in samenhang te worden bekeken. Alle kengetallen geven aan dat de financiële positie van de VRR in 2022 is verbeterd. Dit komt vooral door het positieve resultaat, ook structureel. Voor de jaren na 2022 worden positieve resultaten begroot om zo het eigen vermogen te verhogen en de financiële positie te verbeteren.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
45 / 114
Paragraaf Financiering Algemeen Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie van de VRR te evalueren. Daarnaast is de paragraaf een belangrijk instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de organisatie. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Financiering Decentrale Overheden. In de navolgende onderdelen wordt ingegaan op de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasury functie. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Financiering Decentrale overheden-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de VRR haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren.
De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturing- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van het kasgeldlimiet voor het jaar 2022 8,2%.
Kasgeldlimiet 2022 (bedragen x € 1.000)
1e kw
2e kw
3e kw
4e kw
2022
Bedragen in € 1.000,-
Grondslag : Lasten primaire begroting 2022
168.021
168.021
168.021
168.021
168.021
in procenten van de grondslag
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
-13.778
-13.778
-13.778
-13.778
-13.778
Omvang vlottende schuld (a.)
-
-
-
-
-
Af: Vlottende vorderingen (b.)
20.322
19.261
33.952
21.237
23.693
Saldo netto vlottende middelen(a+b)
20.322
19.261
33.952
21.237
23.693
Ruimte
34.100
33.039
47.730
35.015
37.471
Toegestane netto vlottende schuld : Toetsing :
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
46 / 114
Paragraaf Financiering Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.
Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g)
2022 -
Aflossingen
6.627
Renterisico
6.627
Lasten primaire begroting 2022 e.v. Percentage cf. regeling
168.021 20%
Renterisiconorm
33.604
Renterisiconorm
33.604
Renterisico
6.627
Ruimte onder renterisiconorm:
26.977
Ontwikkelingen Schatkistbankieren Vanaf 2013 houden alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Decentrale overheden deden dit al vrijwillig, maar schatkist-bankieren zonder leenfaciliteit is vanaf 2014 verplicht geworden. Het beoogd doel van schatkistbankieren is de risico’s van beleggen door decentrale overheden tot nul te reduceren en het begrotingstekort van de overheid terug te dringen. Met het systeem van schatkistbankieren zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. De wettelijke term voor schatkistbankieren is “geïntegreerd middelenbeheer”. Ultimo 2022 was een bedrag van € 21.034.258 gedeponeerd bij de schatkist.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
47 / 114
Paragraaf Financiering Lening portefeuille In het volgende overzicht worden de leningen op lange termijn nader gespecificeerd: Omschrijving Bedragen (€ 1.000)
Binnenlandse banken 2 - BNG 3 - BNG 4 - BNG 5 - BNG 6 - BNG 7 - BNG (2014) 8 - BNG (2015) 9 - BNG (2016) 10 - BNG (2017) 12 - BNG (2020) 13 - BNG (2020) 14 - BNG (2020) 15 - NWB (2019) 16 - NWB (2021) 17 - BNG (2022) 18 - Financial Lease RABO 19 - Financial Lease ABN Totaal
Hoofdsom
Rente %
1.450 2.340 1.589 2.305 10.000 10.000 7.500 7.500 10.000 5.000 5.000 7.200 8.000 5.000 10.000 906 4.130
5,890 3,620 5,400 3,720 2,900 2,930 1,390 1,410 1,195 0,195 0,315 0,585 0,080 0,230 0,755 * *
Stand 31-12-21
483 936 834 1.441 4.667 5.333 4.500 5.000 5.250 4.500 4.500 6.912 6.933 5.000 368 3.415 60.072
Rente 2022
26 31 43 51 135 138 62 63 55 8 14 40 5 12 60 5 82 831
Aflossing 2022
Opname 2022
48 94 40 58 667 667 500 500 1.000 500 500 288 533 500 148 585 6.627
Stand 31-12-22
10.000
10.000
* - Hiervan wordt afgezien omdat vermelding niet verplicht is en om administratieve lasten te beperken
Lening 15, 18 en 19 zijn overgenomen van de coöperatie AZRR per 1 januari 2021. Lening 11 is in 2020 vervallen. Kredietfaciliteiten Naast de langlopende doorlopende leningen zijn er geen kredietfaciliteiten afgesloten.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
48 / 114
435 842 795 1.383 4.000 4.667 4.000 4.500 4.250 4.000 4.000 6.624 6.400 4.500 10.000 219 2.830 63.445
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Panden Van de vijf in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde categorieën kapitaalgoederen (Wegen, Riolering, Water, Groen en Gebouwen) is de post Gebouwen van toepassing op de VRR. De VRR heeft 63 panden in gebruik. Hiervan zijn er 17 in eigendom en 46 worden er gehuurd van derden (w.o. gemeenten). De conditiemeting van de panden is verwerkt in een meerjaren onderhoudsplan dat voorziet in een overzicht van de benodigde onderhoudsactiviteiten voor de periode 2022-2030. Het uitvoeren van de activiteiten in dit plan zullen er voor zorgen dat de panden op het vereiste onderhoudsniveau blijven. Installaties Ook het onderhoud aan installaties is onderdeel van dit meerjaren onderhoudsplan. Uitgangspunt hierbij zijn o.a. duurzaamheid en energiebesparing. De fluctuatie in de uitgaven voor dit onderhoud aan eigen panden wordt opgevangen door een bestemmingsreserve. Overige kapitaalgoederen De VRR heeft ook een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 183 1 e lijn voertuigen zoals tankautospuiten en ambulances. Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
49 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Ontwikkelagenda In december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met scenario 2 van de Ontwikkelagenda. De ontwikkelpunten uit dit traject zijn verwerkt in het Beleidsplan 2023 – 2027 en in de Begroting 2023. In 2022 zou al wel met twee items gestart worden, te weten het versterken van de piketorganisatie en verbeteren van vakbekwaam worden en blijven. Een combinatie van de grote capaciteitsinzet voor de Oekraïnecrisis, stijgende prijzen en een krappe algemene reserve leiden er echter toe, dat er een temporisering van de activiteiten zal plaats vinden. Wij willen hierbij wel benadrukken, dat de VRR zich volop inzet om alle voorbereidingen te treffen, zodat in 2023 volledig uitvoering kan worden gegeven aan de geplande activiteiten. Zo was oorspronkelijk de planning om in september vijf nieuwe piketfunctionarissen te laten starten met hun twee jarige voltijds opleiding. Dit zijn echter drie medewerkers geworden. De andere twee nieuwe medewerkers zijn een half jaar doorgeschoven. In 2023 zullen dus niet vier, maar 6 nieuwe collega’s geworven worden. Op het gebied van ‘vakbekwaam worden en blijven’ wordt voor 2022 de focus op het ‘vakbekwaam worden’ gelegd. De activiteiten ten behoeve van vakbekwaam blijven, waaronder een uitbreiding realistisch oefenen voor vrijwilligers zal vanaf 2023 conform de ontwikkelagenda starten.
Zo kunt u elders in deze rapportage lezen, dat de voorbereidingen hiervoor gestart zijn en dat het omvangrijke oefenrooster voor 2023 in concept klaar is. Vooruitlopend op de ontwikkelagenda is er al gestart met het Multidisciplinair Intelligence Informatie Centre. Deze eerdere start heeft vooral te maken met het informatieknooppunt in het kader van de afgelopen en huidige crises. De VRR werkt samen met de Veiligheidsregio Zuid Holland-Zuid aan een Multidisciplinair Intelligence Centre (MIC) dat het knooppunt wordt waarlangs informatie binnen komt en gedeeld wordt met stakeholders en zodanig klaar gezet kan worden dat operationeel het een nadrukkelijk toegevoegde waarde gaat hebben bij incidentbestrijding en crisisbeheersing. Zie voor meer informatie pagina 19. Rechtmatigheid Op het gebied van rechtmatigheid zal de Wet versterking decentrale overheden per 1 januari 2023 in werking treden. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt tot en met 2022 een controleverklaring verstrekt door een externe accountant inclusief een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid van deze jaarrekening. Vanaf jaarrekening 2023 gaat het Dagelijks Bestuur een ‘rechtmatigheidsverantwoording’ afgeven bij de jaarstukken. Het doel van deze wet is de politieke verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering te onderstrepen.
Daarnaast beoogt deze wetgeving de kaderstellende en controlerende rol van het Algemeen Bestuur te versterken. De externe accountant zal vanaf de jaarrekening 2023 een oordeel geven over de getrouwheid van de jaarrekening en de door het Dagelijks Bestuur opgestelde rechtmatigheidsverklaring. De VRR heeft voor het implementeren van deze wijziging een plan van aanpak opgesteld, dat al door het Algemeen Bestuur is goedgekeurd. De organisatie voert samen met de verbijzonderde interne controle, controlewerkzaamheden uit omtrent rechtmatigheidsrisico’s om zo te voldoen aan de rechtmatigheidsvereisten.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
50 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Human Resources Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 is het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector geregeld in de cao Gemeenten / cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties. Voor de veiligheidsregio’s is met ingang van 1 januari 2022 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s ingesteld die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het onderwerp Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is een bespreekpunt op het onderhandelingsoverleg met de vakbonden. Op grond van artikel 11.2 Aanpassingswet Wnra is de Wnra niet op het personeel van Veiligheidsregio’s van toepassing, maar uitgesteld tot een nader bij koninklijk besluit te noemen tijdstip. De verwachting is, dat tot 1 januari 2025 er nog geen wijziging op dit punt zal plaatsvinden. Werkgevers en vakbonden hebben een verschillend standpunt over de overgang naar de Wnra. Daarnaast heeft dit onderwerp bij het Ministerie ook geen prioriteit op dit moment. Deze ligt eerder op de deeltijdregeling.
Deeltijdregeling De huidige rechtspositieregeling voor brandweervrijwilligers kan door Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie niet in zijn huidige vorm blijven bestaan. Vanuit een landelijke denktank is er een oplossingsrichting onderzocht die uitgaat van een fundamenteel onderscheid (taakdifferentiatie) in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker. De minister van Justitie en Veiligheid heeft een finale juridische toets laten doen, waaruit blijkt dat voor het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder voorwaarde dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid. Dit betekent dat het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps verscherpt moet worden. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. De landelijke werkgroep bouwsteen verplichtend karakter heeft eind 2022 het implementatieplan voor deze bouwsteen gepresenteerd.
Met het implementatieplan voor de bouwsteen verplichtend karakter wordt toegewerkt naar een situatie waarin de vrijwilliger niet meer wordt verplicht tot beschikbaarheid en/of aanwezigheid, zodat voldaan wordt aan de Europese wet- en regelgeving. Kazerneren en consigneren van brandweervrijwilligers zal na implementatie niet meer nodig zijn1. Het niet meer kunnen kazerneren en consigneren van brandweervrijwilligers heeft grote gevolgen voor de VRR. De impact verschilt tussen veiligheidsregio’s. Sommigen hebben er meer last van dan anderen. De impact op de VRR is misschien wel de grootste van alle veiligheidsregio’s. Op basis van het implementatieplan concluderen wij het volgende: 1. De VRR heeft de meeste beroepskazernes, gemengde kazernes én vrijwillige kazernes van Nederland waar structureel gewerkt wordt met gekazerneerde brandweervrijwilligers 2. De VRR heeft het grootste aantal vrijwilligers (in termen van aantallen mensen) die worden gekazerneerd; bijna het dubbele aantal ten opzichte van de nummer twee (Zuid-Limburg) 3. De VRR maakt ook veel gebruik van consignatie van vrijwilligers; ook op dit vlak staan we in de “top” van Nederland. Als regio zijn wij niet blij met de genoemde verandering, omdat het ons hybride brandweerstelsel onder druk kan zetten. Wel vinden wij dat wij moeten meebewegen met de Europese wet- en regelgeving.
Wanneer wij het voorliggende plan afzetten tegen de taakdifferentiatie is de bouwsteen verplichtend karakter veel realistischer implementeerbaar te noemen. Daarbij geldt wel, dat de vier randvoorwaarden uit het implementatieplan allemaal moeten worden gerealiseerd. Het gaat dan o.a. om beschikbaarheid van financiële middelen om de extra kosten structureel te kunnen dekken en een aanpassing van de arbeidstijdenwetgeving om vrijwilligers die kazernediensten draaien naast een fulltimebaan in de toekomst deze mogelijkheid te kunnen blijven bieden als parttimer.
1
Enkel incidenteel, bijvoorbeeld bij uitval van 112, bij extreem weer of tijdens Oud & Nieuw.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
51 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Bij het werkbaar maken van het plan heeft de VRR wel enkele zorgen. Naar schatting zal namelijk een substantieel deel van de brandweervrijwilligers geen interesse hebben in een deeltijdcontract bij de VRR. Bijvoorbeeld omdat zij dit niet willen of omdat hun werkgevers dit niet toestaan. Indien het ons niet lukt om personeel elders te werven, kan een gevolg zijn dat onze paraatheid onder druk komt te staan. Dit leidt tot zorgen over onze dekking en flexibiliteit. Wij roepen dan ook op om tijdig in te zetten op landelijke communicatie over dit onderwerp, zodat veiligheidsregio’s hun werknemers deel kunnen maken van het dilemma met de voorgenomen implementatie van de bouwsteen. Op deze manier hopen wij een zo hoog mogelijk “conversie-aantal” te krijgen van “oude gekazerneerde/geconsigneerde” brandweervrijwilligers naar “nieuwe” deeltijd-brandweermedewerkers. Daarnaast kent het vraagstuk ook een belangrijke financiële component. De brandweerzorg wordt substantieel duurder in Nederland met de genoemde wijziging. Deze middelen moeten komen vanuit het Rijk (één van de randvoorwaarden). In het implementatieplan worden twee verdeelsleutels voorgesteld voor dit geld, namelijk: a. Via de Cebeon-norm (standaard verdeelsleutel gemeentefonds); b.
Verdeling door aan te sluiten bij de mate waarin veiligheidsregio’s een verandering hebben door te voeren (met betrekking tot het huidig aantal gekazerneerde/geconsigneerde vrijwilligers). Met nadruk luidt het advies om te sturen op optie b. Voor dit advies is aandacht gevraagd in de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s, omdat de impact van het plan voor de VRR niet in verhouding staat tot de impact voor andere regio’s. Er zijn zelfs regio’s die geheel geen gebruik maken van geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligers. Zij hebben in principe geheel geen probleem. Het is van belang dat overheidsgeld zo effectief mogelijk wordt uitgegeven en dat betekent, dat het geld ingezet dient te worden waar dat nodig is. Personele capaciteit brandweer Het wordt voor de brandweer steeds moeilijker om de onmisbare inzet van vrijwilligers te blijven garanderen en er wordt naar mogelijkheden gezocht om de personeelsschaarste te verminderen. Vooral het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, wordt steeds moeilijker evenals het werven van vrijwilligers in dunbevolkte regio’s door vergrijzing en urbanisatie. Het vraagstuk rondom de deeltijdregeling zal mogelijk voor een kentering zorgen, echter zorgt dit wel voor nieuwe uitdagingen op financieel vlak en qua inrichting en dekking.
De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en denkt na over vormen en manieren van brandweerzorg. Er zijn diverse projecten gestart die betrekking hebben op het op orde houden van de basis brandweerzorg in de regio. Deze lopende initiatieven zoals pilots en proeftuinen zijn gecontinueerd en worden eind van dit jaar en volgend jaar geëvalueerd. Zo is er een project gestart om een dagdienstkazerne te maken van de kazerne in Hoek van Holland. Er is dan overdag bezetting van maandag t/m vrijdag. Hier wordt nog steeds met regelmaat invulling aan gegeven door beroeps repressief personeel in te zetten. Daarnaast wordt gewerkt met een flexpool waar nieuwe medewerkers inzetbaar zijn in meerdere gebieden waar vaker onderbezetting is. In het voorjaar van 2022 heeft er een grote werving van vrijwilligers plaatsgevonden en de verwachting is dat er 28 mensen zullen starten met de opleiding in september. Daarnaast blijven wij continue werven voor vrijwilligers en zetten extra effort op continue aandacht op social media en bijvoorbeeld open dagen op kazernes om zoveel mogelijk mensen kennis te laten maken met het werk van de Brandweer. Tweede loopbaanbeleid en 20-jarigen regeling Een ander aspect is het tweede loopbaanbeleid en de 20-jarigen-regeling. Een brandweermedewerker in een bezwarende functie mag deze functie niet langer dan 20 jaar uitoefenen.
Na deze periode volgt een tweede loopbaan in een andere functie. De VRR moet de medewerkers hierin faciliteren en medewerkers hebben hierin ook verplichtingen. In 2021 hebben vakbonden en werkgevers een communiqué uitgegeven waarin staat dat er vanuit beide kanten behoefte is om het tweede loopbaan beleid te herijken. Landelijk zijn partijen elkaars uitgangspunten en gedachten voor nieuw beleid bij elkaar aan het brengen. Er komt een onderzoek uitgevoerd door universiteit van Maastricht dat inzicht geeft in de elementen van het zware werk in de huidige situatie, de samenhang tussen (combinaties van) deze elementen en parameters van duurzame inzetbaarheid en de daadwerkelijke oorzaak-gevolg relatie tussen bevorderende en belemmerende factoren van duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie door de tijd heen.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
52 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Dit maakt het onderzoekstraject langdurig van aard (4 jaar) maar dit is essentieel om te komen tot gerichte preventieve en interventiemogelijkheden om duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie onder het brandweercorps te faciliteren. De uitkomsten van dit onderzoek en het verdere vervolg laat nog even op zich wachten. In de praktijk worden de knelpunten steeds duidelijker zichtbaar door uitstroom van medewerkers, faciliteren van studies en bijbehorend studieverlof en de krapte op de arbeidsmarkt bij het aantrekken van extra capaciteit. Het rooster sluitend krijgen wordt steeds moeilijker, waardoor het primair proces steeds meer onder druk staat. Bovendien brengt alle onduidelijkheid over de keuzemogelijkheid om te starten met het 2e loopbaan en het uitstromen of wachten op de uitkomsten van het onderzoek van de universiteit van Maastricht onrust onder de medewerkers met zich mee. Om deze ongewenste situatie het hoofd te bieden is opdracht gegeven om de mogelijkheden te onderzoeken van verruiming van het bestaande beleid. Er is een projectgroep geformeerd die onderzocht heeft wat de ruimte is om af te wijken van het landelijke beleid, zodat medewerkers langer kunnen doorwerken in de bezwarende functie.
Verder is gekeken naar duurzame inzetbaarheid en de bijbehorende noodzakelijke voorwaarden die het mogelijk kunnen maken om langer dan 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam te blijven. Op 4 juli jl. is het adviesrapport hierover opgeleverd. Het is inmiddels bekend, dat de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een afwijkend standpunt inneemt inzake het tweede loopbaanbeleid. Het gros van de Veiligheidsregio’s neigt naar uitstel van het tweede loopbaanbeleid. In afwachten van de (tussentijdse) uitkomsten van het onderzoek door de universiteit van Maastricht kunnen medewerkers in een bezwarende functie vanaf 15 dienstjaren een verzoek indienen om langer door te mogen werken. Rotterdam gaat voor afstel van het tweede loopbaanbeleid. Vooralsnog committeert de VRR zich aan de lijn ten aanzien van het langer doorwerken, maar wel met twee kanttekeningen: 1. Bij ons mag iedereen die onder het tweede loopbaanbeleid valt langer doorwerken op voorwaarde dat zij voldoen aan een aantal door ons gestelde voorwaarden en dus niet slechts een beperkte categorie zoals de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) die voorstaat. 2. Anderzijds hebben wij wel oog voor de bestuurlijk/politieke omgeving waar we mee te maken hebben. Daarom is besloten om het flankerend beleid eerst goed te onderzoeken en dit te bespreken met de bonden mits dit uitvoerbaar is.
Het doel is dit per 1 juli 2023 in te voeren bij de VRR. Hierbij is voor ons van belang dat op basis van eventuele uitkomsten van het onderzoek van de universiteit van Maastricht de deur open gaat voor mogelijke aanpassingen in de regelgeving. Diversiteit en inclusie De VRR heeft diversiteit en inclusie aangemerkt als een belangrijk strategische speerpunt. Aandacht geven aan diversiteit en inclusie binnen de VRR is niet alleen een thema voor de directie, maar voor de hele organisatie. Dat kan door met elkaar van gedachten te wisselen over dit thema en afspraken te maken over hoe dit ingebed kan worden in de organisatie. Als VRR willen wij diversiteit omarmen, zodat verschillen juist worden gewaardeerd, omdat het bijdraagt aan de kwaliteit van onze dienstverlening. De regio Rotterdam-Rijnmond kenmerkt zich door een hoge diversiteit aan culturen, kennis en ervaringen, maar ook zienswijzen. Met een inclusieve cultuur en grote verscheidenheid aan medewerkers kunnen we hier goed op aansluiten en ons ontwikkelen tot een wendbare en initiatiefrijke werkomgeving waarin mensen zich thuis voelen. De VRR heeft een inclusieve organisatiecultuur waarin diversiteit gewoon is. Inclusief betekent dat iedereen zich betrokken en gewaardeerd voelt, niet ondanks maar dankzij de verschillen. Niemand wordt op basis van zijn of haar individuele eigenschappen buitengesloten, impliciet of expliciet.
Diversiteit betekent dat er op allerlei aspecten verschillen zijn tussen medewerkers, zoals leeftijd, migratieachtergrond, gender, karaktereigenschappen en geaardheid. Met andere woorden, een inclusieve cultuur zal ervoor zorgen, dat er bij de VRR een veilige, open en aantrekkelijke werkomgeving is, waardoor een verscheidenheid aan mensen zich thuis voelt en een stem heeft binnen de VRR. Middels bewustwording, kennisdeling en institutionalisering willen wij de diversiteit en inclusiviteit binnen de VRR gewoon laten zijn.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
53 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Binnen de VRR is een werkgroep met dit onderwerp bezig geweest. Zij hebben een mooie basis gelegd en een aantal aanbevelingen die de organisatie keuzes geeft om het onderwerp verder te brengen. Deze aanbevelingen zullen worden gedeeld met de portefeuillehouder Diversiteit & Inclusie van het Algemeen Bestuur van de VRR. De komende jaren zal gewerkt worden aan de aanbevelingen van deze werkgroep. Duurzaamheid van personeel Duurzame inzetbare werknemers zijn werknemers die nu en in de toekomst gezond, gemotiveerd, competent en productief aan het werk kunnen zijn om de eigen ambities en die van de organisatie waar te maken. Het realiseren van de ambities van werkgever en werknemer is een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de werknemers mag verwacht worden, dat ze ervoor zorgen dat ze vitaal, vakkundig en gemotiveerd zijn om de prestaties te leveren, die van ze verwacht mogen worden. Van de werkgever mag verwacht worden dat er een omgeving wordt gecreëerd waar de werknemer optimaal kan presteren. De VRR is erop gericht haar medewerkers zo vitaal mogelijk te laten zijn en duurzaam inzetbaar te maken en te houden. Dit doet de VRR door : -
Bewustzijn te creëren; Tools te ontwikkelen; Activiteiten te ontplooien.
Voor het jaar 2022 zijn de volgende 4 thema’s vastgesteld: - Verzuim; - Hybride werken; - PTSS; - Stimuleren van mentale en fysieke fitheid. Op al deze thema’s zijn activiteiten ingezet die vooral betrekking hebben op het vergroten van kennis en een betere informatievoorziening. Er is een geactualiseerde leidraad verzuim opgesteld en vastgesteld. De geactualiseerde versie verwoordt de huidige visie en werkwijze op het gebied van vitaliteit en verzuim en is meer gericht op duurzame inzetbaarheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid in het voorkomen/verkorten van verzuim. Het afgelopen jaar was een pilot op het hybride werken. Dit heeft geresulteerd in een advies tot structurele voortzetting van het hybride werken aan de directieraad voor 2023. Dit advies is tot stand gekomen na een gedegen evaluatie onder leidinggevenden en medewerkers. Binnen de VRR is op dit moment niets structureel geregeld omtrent het voorkomen en begeleiden van medewerkers met PTSS-gerelateerde klachten. De directie heeft uitgesproken het belang te zien en de opdracht gegeven zowel preventief als curatief beleid op te stellen. De kaders voor dit beleid zijn opgesteld. Vanuit het team collegiale ondersteuning zijn er voorlichtingsavonden met betrekking tot PTSS/stress gerelateerde klachten georganiseerd voor de partners van de medewerkers in de repressieve dienst.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
54 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Duurzaamheid van materiaal Op het gebied van duurzaamheid is de VRR toegetreden tot het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Daaruit vloeit voort dat er een actieplan opgesteld moet worden. In dit actieplan worden de ambities van de organisatie op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen goed beschreven en worden de ambities vertaald naar concrete doelstellingen. Denk hierbij aan thema’s als klimaatbewust inkopen, internationale sociale voorwaarden, social return on investment, biobased inkopen, circulair inkopen en innovatiegericht inkopen. Daarnaast worden in het actieplan kansen voor verduurzaming geïdentificeerd en wordt er een actielijst opgesteld. Dit actieplan moet eind van het jaar zijn opgesteld. Omdat Maatschappelijk Verantwoord inkopen nieuw is binnen de organisatie is dit een gezamenlijk leerproces, waar monitoren, evalueren en bijstellen onderdeel van is. Door de voortgang én de knelpunten periodiek te rapporteren en inzicht te geven in de resultaten ontstaat ook steeds meer draagvlak binnen de organisatie. In het najaar is een roadshow gehouden, waarbij de organisatie is meegenomen in het duurzaamheidsprogramma van de VRR. Op het gebied van huisvesting is er aandacht voor duurzaamheid, multifunctioneel en energieneutraal functioneren van VRR-gebouwen.
Bij nieuwbouw en verbouw wordt duurzaam bouwen als vast uitgangspunt opgenomen in de planvorming en de uitvoering, waarbij o.a. gekeken wordt naar de mogelijkheid van gecombineerd huisvesten van ambulances en brandweer, vergaderfaciliteiten, hybridewerken enz. Aan de verplichting om per 1-1-2023 te voldoen aan energielabel C voor onze bedrijfsgebouwen wordt ruimschoots voldaan. Alhoewel deze verplichting voor ons alleen geldt voor onze eigendomspanden, wordt hier ook aan voldaan voor onze huurobjecten na diverse overleggen hierover met de verhuurder/eigenaar.
Beleidsindicatoren In de tabellen hieronder zijn de beleidsindicatoren opgenomen die vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording zijn voorgeschreven aan Veiligheidsregio’s.
Ten opzichte van de voorgaande jaren is er een kleine stijging in het aantal vaste collega’s. Met ingang van 1 januari 2022 zijn er circa 15 fte formatie toegevoegd aan de Operationele Ambulancezorg en circa 5 fte aan de meldkamer Brandweer. Dit laatste in verban met de ontvlechting van de Dienst Regionaal Operationeel Centrum. De verwachte daling van het aantal vrijwilligers is inmiddels ingezet.
De externe inhuur is ten opzichte van 2021 fors gestegen. Dit heeft vooral te maken met de opvang Asielzoekers en ontheemden Oekraïne.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
55 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Ziekteverzuim De VRR streeft naar een ziekteverzuimpercentage van maximaal 4%.
Het ziekteverzuimpercentage binnen de VRR stijgt. Landelijk ligt het ziekteverzuimpercentage op het hoogste niveau in twintig jaar; boven de 5%. Het ziekteverzuim is een continu punt van aandacht en doel is om het verzuimpercentage te reduceren. Activiteiten die het afgelopen jaar hierop zijn ingezet: - Binnen de ARR is in 2020 het programma “Grip op Verzuim” gestart in samenwerking met de Arbo Unie. Het programma bestaat uit drie fases, waarbij de implementatiefase in 2022 heeft plaatsgevonden - Informatie met het thema Vitaliteit op intranet is geactualiseerd. Zo is er een zorgwijzer voor medewerkers en de mogelijkheid voor een arbeidsomstandighedenspreekuur. - Er is een zelfscreener ter beschikking gesteld voor alle medewerkers. Het invullen hiervan geeft zicht op de gezondheid van de medewerker. - Er zijn regelmatig Sociaal Medische Overleggen tussen de bedrijfsarts, HR-adviseur en leidinggevenden, waarbij alle medewerkers vanaf een verzuim van 6 weken en langer, frequent verzuimers en medewerkers waar zorgen over zijn preventief worden besproken. - Ergocoaches worden ingezet om medewerkers bewust te maken van hun til- en zithouding en indien nodig worden hier hulpmiddelen en technieken aangereikt. - Trainingen gegeven voor leidinggevenden over verzuim. - Het dashboard arbeidsverzuim is verbeterd.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
56 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Uit de Ondernemingsraad: Het jaar 2022 was wederom een bijzonder jaar dat niet verlopen is, zoals we gehoopt hadden. Het einde van de coronapandemie kwam in zicht en toen brak de oorlog in Oekraïne uit. Maar ook andere crises hielden aan, zoals de het gebrek aan opvangplekken voor vluchtelingen en asielzoekers. De VRR kreeg hierbij een belangrijke rol als regisseur in deze ‘ramp in slow-motion”. Voor het overleg tussen bestuurder en COR was werkdruk een veelvuldig onderwerp van gesprek, maar ook integriteit, energiecrisis, de torenhoge inflatie en de financiële gevolgen voor de VRR én zijn medewerkers zijn met regelmaat gepasseerd. Gelukkig gaat het “gewone” leven ook door en heeft de COR tal van andere onderwerpen behandeld. Integriteit: Naar aanleiding van #TheVoice heeft de bestuurder een brief gestuurd en dit heeft binnen de VRR meerdere signalen opgeleverd. De COR heeft vragen gesteld over het vervolg hierop. Een oproep doen aan het personeel om zaken te melden is één, maar wat zijn de volgende stappen. Samen moeten we zorgen dat er een veilige werkomgeving wordt gecreëerd voor de collega’s. Er moet dan ook aandacht zijn voor onderwerpen hoe er met melders en betrokken personen wordt omgegaan.
Instemming Leidraad Verzuim Vanwege vernieuwde inzichten (duurzame inzetbaarheid, vitaliteit) visie op verzuim (meer preventief en gedeelde verantwoordelijkheid) en wettelijke wijzigingen is het protocol geactualiseerd en omgezet in de Leidraad Verzuim. Instemming Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) De COR hecht er net als de VRR veel waarde aan dat medewerkers aantoonbaar integer zijn en blijven. De VOG is een van de middelen waarmee we de integriteit kunnen controleren en borgen. Een VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het justitiële verleden van een persoon geen bezwaar vormt voor de functie waarvoor de VOG is aangevraagd. Het overleggen van een VOG is een aanname-eis. De COR is er voorstander van om deze verklaring periodiek te overleggen bij gelijkblijvende functie of tussentijds bij een wijziging van functie waarvoor een ander type VOG van toepassing is. Voorwaarde is wel, dat hier duidelijk met het personeel over gecommuniceerd wordt. Andere onderwerpen waar de COR bij betrokken is geweest zijn de vernieuwde gesprekcyclus, het opstellen van de leiderschapsprofielen, de werkdruk bij de meldkamer Ambulancezorg, en de strategische huisvestingsplannen.
Jaarverslag 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
57 / 114
Paragraaf Bedrijfsvoering Integriteit en omgangsvormen Integriteit is een wezenlijk onderdeel van de kwaliteit van het openbaar bestuur en vormt één van de belangrijkste voorwaarden voor het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur. De bijzondere kenmerken van de overheidstaken, zoals de besteding van publieke middelen en een monopoliepositie op vele terreinen, vereisen van de overheid een extra hoog niveau van integriteit. De VRR, als overheidsorganisatie, moet zich kunnen verantwoorden en zorgen voor doorzichtigheid van het beleid en het handelen. Het is belangrijk, dat iedereen in de organisatie zich daarvan bewust is en daarin wordt ondersteund. Aantal functionarissen integriteit/ongewenste omgangsvormen Voor beleidszaken, overleg en coördinatie heeft VRR 1 integriteitsfunctionaris (0,5 fte). De organisatie beschikte in 2022 over 4 vertrouwenspersonen: 3 vanuit de VRR en 1 externe vertrouwenspersoon. Tussen de VRR en de Gezamenlijke Brandweer is een dienstverleningsovereenkomst gesloten voor de beschikbaarstelling van een van de vertrouwenspersonen ten behoeve van de medewerkers van de Gezamenlijke Brandweer Tot de taken van de functionarissen behoren: 1. Opvangen, begeleiden informeren van de melder 2. Voorlichten informeren en inspireren van de organisatie 3. Adviseren van bestuur en management 2022 het jaar van het ongewenste gedrag.
Het jaar 2022 kan met recht het jaar van het ongewenst gedrag genoemd worden. Het begon in januari met The Voice. Het programma BOOS bracht in het nieuws dat meerdere deelnemers van het programma seksuele intimidatie hadden ervaren. Later in het jaar kwamen meer organisaties in het nieuws waar medewerkers seksuele intimidatie hadden ervaren. Ook racisme en intimidatie van medewerkers waren items die in het nieuws kwamen. Naar aanleiding van de klachten over seksuele intimidatie van deelnemers bij The Voice, heeft de directeur van de VRR een brief geschreven aan de medewerkers van de VRR dat hij een veilige werkomgeving wil bieden. In de brief werd gewezen op de mogelijkheid om een afspraak te maken met een vertrouwenspersoon of integriteitsfunctionaris als er een gevoel van onveiligheid wordt ervaren. Dit heeft geleid tot een stijging van het aantal meldingen in 2022 ten opzichte van voorgaande jaren. Advisering en meldingen door vertrouwenspersonen Onderstaande tabel geeft het aantal meldingen en intakegesprekken weer. Om herleidbaarheid naar personen, teams of casussen te voorkomen, wordt slechts in algemene zin gerapporteerd over de aard van de meldingen. De vertrouwenspersonen registreren via een formulier 2. Soort melding / advies