CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Brief reactie zienswijze wijziging GRJR

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Definitieve vierde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond3.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Van: Datum: Onderwerp: Bijlagen

De raden van de deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 12 juli 2024 Reactie zienswijzen wijziging Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 1. Definitieve gewijzigde tekst GRJR 2024

Kenmerk: Behandelend ambtenaar: Contactgegevens ambtenaar:

24MO00660 Coördinator GRJR, mw. G.G. Doornweerd GG.Doornweerd@rotterdam.nl

Geachte raden, Uw gemeente werkt in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) samen aan de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp, van jeugdbescherming en jeugdreclassering en van een meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). De GRJR moet aangepast worden aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. U bent eerder door uw colleges in de gelegenheid gesteld hierover uw zienswijzen naar voren te brengen. Deze zienswijzen hebben wij geïnventariseerd en zoveel mogelijk verwerkt in een definitieve tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. In deze brief lichten wij toe in hoeverre de uitgebrachte zienswijzen zijn overgenomen, en wanneer daarvan af is gezien, en om welke reden. Wijziging GRJR In de tekst onder deze brief geven we u per onderwerp aan waarop de regeling is gewijzigd. Kort wordt per onderwerp beschreven waar het punt over gaat en wat het oorspronkelijke tekstvoorstel voor de gewijzigde regeling was. Daarna volgt een samengevat overzicht van de door de gemeenteraden naar voren gebrachte zienswijzen. Daarop geven wij vervolgens een reactie, waarbij aangegeven wordt in hoeverre de zienswijzen zijn overgenomen. Tot slot wordt – voor zover van toepassing – de nieuwe gewijzigde tekst opgenomen van de bepaling uit de regeling.

De integrale tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling is als bijlage opgenomen bij deze brief.

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl

1

Wij danken u voor uw inbreng, en gaan ervan uit met deze brief toereikend te hebben gereageerd op de zienswijzen die door uw raden naar voren zijn gebracht. De definitieve gewijzigde tekst van de regeling zal hierna nog aan u worden voorgelegd ter toestemming. Dit zal gebeuren via een raadsvoorstel van uw colleges. Namens het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond,

S. Hammer Secretaris/Directeur

R. Buijt Voorzitter

2

Wijziging GRJR a. extra zienswijzemogelijkheid raden bij besluiten De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden gold voorheen enkel voor de begrotingsprocedure. Daar komt nu bij dat in de regeling een bepaling moet worden opgenomen waarin een keuze wordt gemaakt of er specifieke besluiten – anders dan over de begroting – ter zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden. Er kan ook voor worden gekozen om geen extra besluiten – anders dan over de begroting – voorafgaand aan de raden ter zienswijze voor te leggen. Oorspronkelijk voorstel tekst: Zienswijze Artikel 10a 1. Er zijn geen besluiten aangewezen waarover de raden van de gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het algemeen bestuur kan indien het dat nodig acht een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven.

Albrandswaard: akkoord Barendrecht: akkoord Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: vooraf bestuurlijke planning maken waar voorgenomen besluiten op staan, terugkoppeling en vervolg geven aan ingediende zienswijzen Krimpen aan den IJssel: akkoord Lansingerland: algemene omschrijving die refereert aan kaderstellende en controlerende rol van de raad, gevraagd en ongevraagd zienswijze, bestuurlijke planning waar voorgenomen besluiten op staan, ontvangen zienswijzen expliciet behandelen in AB Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: akkoord Rotterdam: beperkt gebruiken, zienswijze bij grote beleids- en/of structuurwijzigingen en bij evaluatie Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord, maar raad kan zich voorstellen dat stukken die strategisch karakter hebben ter zienswijze voorgelegd worden Voorne aan Zee: akkoord Reactie: Jeugdhulp Rijnmond is in feite een inkooporganisatie, en de gemeenschappelijke regeling is beleidsarm. Inherent daaraan is dat er niet veel besluitvorming plaatsvindt. Een aantal gemeenteraden (Lansingerland, Rotterdam, Vlaardingen) geeft aan dat zij graag om zienswijze worden gevraagd voorafgaand aan besluitvorming over belangrijke besluiten die raken aan strategische beleidskeuzes en kaders en/of structuurwijzigingen / refererend aan de kaderstellende en controlerende rol van de raad.

Daarnaast geeft een tweetal raden aan prijs te stellen op een bestuurlijke planning waar voorgenomen besluiten op staan (Goeree Overflakkee, Lansingerland). Eén gemeenteraad (Goeree Overflakkee) geeft aan dat zij ook een terugkoppeling op ingediende zienswijzen verwachten, en bij voldoende draagvlak vervolg geven aan de zienswijze. Eén gemeenteraad (Nissewaard) geeft aan het wenselijk te vinden een zienswijze in te kunnen dienen bij het opstellen van de kadernota. Eén gemeenteraad (Rotterdam) wil bij evaluatie van de regeling de mogelijkheid hebben een zienswijze in te dienen. Tot slot verzoekt één gemeenteraad (Lansingerland) om ook ongevraagd zienswijze te kunnen geven.

3

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt er aan de eerder voorgestelde bepaling toegevoegd dat wanneer er sprake is van besluiten over grote beleids- of structuurwijzigingen, deze aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd. In de wet is geregeld hoe er met zienswijzen moet worden omgegaan. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten en, indien het een besluit van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam betreft, het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt (art. 10 lid 6 Wgr). Over het opstellen van een bestuurlijke planning kunnen ambtelijk afspraken worden gemaakt. Niet voor alle soorten besluiten kan vooraf al een planning worden gegeven. Het voorafgaand aan een evaluatie van de regeling vragen om zienswijze past minder goed bij de bedoeling van dit nieuwe instrument. Hier wordt daarom niet voor gekozen. De raden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen ten aanzien van de ontwerpbegroting en ontwerpbegrotingswijzigingen, twaalf weken vóór het aanbieden aan het AB ter vaststelling (art. 35 lid 1 Wgr).

De raden ontvangen voorts vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening (art. 34b Wgr). Hiervoor geldt echter geen afzonderlijke zienswijzeprocedure. Omdat de ontwerpbegroting al in april wordt opgeleverd zodat de zienswijzeperiode voor de begroting niet in het zomerreces valt, wordt de kadernota veel eerder vastgesteld dan voor 30 april, namelijk al in december. Een formele zienswijzeprocedure met een termijn van twaalf weken is daarom praktisch ook niet mogelijk, omdat de kaders al in de twaalf weken na vaststelling in december worden omgezet in de ontwerpbegroting. Wij kiezen er daarom niet voor om hierover een formele zienswijzemogelijkheid op te nemen in de regeling. Dit laat onverlet dat we de raden graag gelegenheid geven op deze kaders te reageren (een facultatieve zienswijze zonder formele termijn), zodat het AB hun inbreng al kan betrekken bij de vaststelling van de ontwerpbegroting waarop vervolgens formele zienswijzemogelijkheid wordt geboden. Wij zien voorts weinig meerwaarde om een bepaling op te nemen over het ongevraagd kunnen indienen van zienswijzen. Er wordt op meerdere wijzen actief en gevraagd informatie verstrekt aan de raden.

Het moge voor zich spreken dat het de raden vrijstaat om via die wegen input te leveren als zij daar zelf aanleiding toe zien. Nieuw voorstel tekst: Zienswijze Artikel 10a 1. Bij besluiten over grote beleids- of structuurwijzigingen wordt aan de raden van de gemeenten de mogelijkheid geboden een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het bestuur kan voorts indien het dat nodig acht, een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven.

4

b. evaluatie regeling In de regeling moet iets worden opgenomen over evaluatie van de regeling. Er kan o.a. worden gekozen waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan ook voor worden gekozen om de regeling niet te evalueren. Oorspronkelijk voorstel tekst: Evaluatie Artikel 34 1.Het functioneren van de regeling wordt elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode, door het algemeen bestuur geëvalueerd. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast. In ieder geval zal de evaluatie betrekking hebben op de ervaringen met de verrekeningssystematiek en de vereisten die in de regeling zijn opgenomen voor bestuurlijke besluitvorming en worden op basis hiervan zo nodig wijzigingen doorgevoerd. 2. Het algemeen bestuur kan voorts besluiten het functioneren van de regeling te evalueren op elk ander moment als daartoe aanleiding bestaat. 3. De raden worden op de hoogte gesteld van de uitkomsten van een evaluatie.

Albrandswaard: duidelijker aangeven wat met uitkomsten wordt gedaan Barendrecht: duidelijker aangeven wat met uitkomsten wordt gedaan Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: evaluatie ook op verzoek van deelnemende gemeente Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: duidelijker aangeven wat met uitkomsten wordt gedaan Ridderkerk: duidelijker aangeven wat met uitkomsten wordt gedaan Rotterdam: mogelijkheid van gemeenschappelijke adviescommissie Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: Een flink aantal raden geeft aan dat zij graag duidelijker zien aangegeven wat er met de uitkomsten van evaluaties wordt gedaan. De zienswijzen om het derde lid van artikel 34 van de regeling te verduidelijken wordt overgenomen. Indien een (of meerdere) gemeente(n) meent/menen dat er tussentijds reden is om te evalueren, kan dat in het AB worden ingebracht, en kan het AB daarover een besluit nemen. Nieuw voorstel tekst: Evaluatie Artikel 34 1.Het functioneren van de regeling wordt elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode, door het algemeen bestuur geëvalueerd. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast.

In ieder geval zal de evaluatie betrekking hebben op de ervaringen met de verrekeningssystematiek en de vereisten die in de regeling zijn opgenomen voor bestuurlijke besluitvorming en worden op basis hiervan zo nodig wijzigingen doorgevoerd. 2. Het algemeen bestuur kan voorts besluiten het functioneren van de regeling te evalueren op elk ander moment als daartoe aanleiding bestaat. 3. De raden worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie zijn of worden doorgevoerd.

5

c. participatie In de regeling moet iets worden bepaald over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling. Er kan ook voor worden gekozen van deze vorm van participatie af te zien, maar ook dan moet dat worden bepaald in de regeling. Oorspronkelijk voorstel tekst: Participatie Artikel 31b De mogelijkheid tot participatie als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt niet geopend. Albrandswaard: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Barendrecht: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: waar wettelijk vereist of AB het wenselijk acht betrekken belanghebbenden bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid; spreekrecht in vergaderingen AB, nader geregeld in reglement van orde Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Rotterdam: akkoord Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee:

akkoord Reactie: Een viertal gemeenteraden (Albrandswaard, Barendrecht, Krimpen aan den IJssel, Ridderkerk) ziet als invulling van participatie graag een mogelijkheid opgenomen in de regeling voor spreekrecht van belanghebbenden in vergaderingen van het AB. Er wordt niet voor gekozen hierover iets in de regeling op te nemen. In principe staat dat er niet aan in de weg om, indien daar in voorkomend geval aanleiding toe bestaat, een belanghebbende toe te staan in te spreken tijdens een vergadering. Omdat het hier echter gaat om een beleidsarme regeling, en in feite een inkooporganisatie, ligt meer voor de hand dat participatie en inspraak verloopt via de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Dit is ook in de toelichting bij deze bepaling in de regeling duidelijk gemaakt. De tekst van de bepaling is alleen tekstueel nog iets aangepast ter verduidelijking. Nieuw voorstel tekst: Participatie Artikel 31b De regeling voorziet niet in participatie als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

6

d. actieve informatieplicht Het bestuur van het openbaar lichaam moet de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geven die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken; in de regeling moet iets worden bepaald over de wijze waarop deze inlichtingen worden verstrekt. Voorstel tekst: Artikel 12 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De betreffende inlichtingen aan de raden worden schriftelijk verstrekt via de griffies van de gemeenten of via bijeenkomsten waarvoor alle raadsleden van alle deelnemers zullen worden uitgenodigd.

Albrandswaard: toevoegen dat raden ontvangen / worden op de hoogte gesteld van vastgestelde verslagen AB, vastgestelde begroting, vastgestelde jaarrekening met accountantsrapportage, vastgestelde meerjarenbegroting en uitvoeringsplan Barendrecht: toevoegen dat raden ontvangen / worden op de hoogte gesteld van vastgestelde verslagen AB, vastgestelde begroting, vastgestelde jaarrekening met accountantsrapportage, vastgestelde meerjarenbegroting en uitvoeringsplan Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: akkoord Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord, (op gestructureerde wijze) doorgaan met informatiebrieven en gezamenlijke radenbijeenkomsten Ridderkerk: toevoegen dat raden ontvangen / worden op de hoogte gesteld van vastgestelde verslagen AB, vastgestelde begroting, vastgestelde jaarrekening met accountantsrapportage, vastgestelde meerjarenbegroting en uitvoeringsplan Rotterdam: akkoord Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De begrotingskaders, voorlopige jaarrekening (inclusief accountantsrapport en -verklaring), definitieve jaarstukken, ontwerpbegrotingen en ontwerpbegrotingswijzigingen, definitieve begrotingen en begrotingswijzigingen (begrotingen inclusief meerjarenbegroting en uitvoeringsplan) worden al op grond van de Wgr en de daarin vastgelegde termijnen aan de raden

toegezonden. Dit is dus ook geen invulling van de bedoelde actieve informatieplicht. Wij zien om die reden geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen. Er is gekozen voor een brede omschrijving van de actieve informatieplicht, omdat niet bij voorbaat valt te specificeren om welke soort informatie ten aanzien van welke besluitvorming het kan gaan. Voorts kan de GRJR altijd op verzoek in een raad verschijnen als hier belangrijke overwegingen en redenen voor zijn. De stukken voor het AB staan altijd twee weken van tevoren op Notubiz. Notubiz is voor wat betreft het AB gedeelte openbaar toegankelijk, waarmee de stukken voor raadsleden op hetzelfde moment beschikbaar zijn als voor bestuurders. De link naar de GRJR-site van Notubiz is GRJR (notubiz.nl).

7

e. financiële gevolgen uittreding (voor het vermogen van het openbaar lichaam) De regeling moet bepalingen bevatten over de gevolgen van uittreding. Nieuw is dat ook iets moet worden opgenomen over de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam. Dit is een afweging van meer technische aard. Hierbij wordt aangesloten bij een min of meer standaardtekst die ook in andere – reeds aangepaste – gemeenschappelijke regelingen in den lande wordt gebruikt. Voorstel tekst: Uittreding Artikel 29 (…) 4. De uittreedsom bestaat in beginsel uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 5. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten op het moment van uittreding te maken door het lichaam, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 6. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van uittreding te maken door het lichaam, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.

Albrandswaard: akkoord Barendrecht: akkoord Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: anders uitwerken, van mening dat na wetswijziging AB niet langer condities uittreding kan bepalen Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: akkoord Rotterdam: akkoord Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De wet is op dit onderdeel gewijzigd omdat voorheen vaak in gemeenschappelijke regelingen werd volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden vaststelt. Om die reden moeten nu in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Wij menen dat met de voorgestelde wijzing van de regeling wordt voldaan aan de in de wet opgenomen vereisten. Dat er een rol voor het algemeen bestuur blijft weggelegd om bij uitreding daar verder invulling aan te geven om maatwerk te kunnen bieden blijft onzes inziens nog steeds mogelijk. Wij zien dus geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen.

8

f.

overige punten zienswijzen

Wijzigingsbesluit Krimpen aan den IJssel: van mening dat artikel 30, tweede lid, van huidige regeling overgenomen dient te worden; is niet verwarrend, maar wel duidelijker, anders blijkt nergens uit dat een wijzigingsbesluit unaniem door de deelnemende colleges moet worden genomen. Voorstel tekst: Wijziging Artikel 30 1. Een voorstel aan de gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door ten minste drie gemeenten. 2. Alle colleges van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot wijziging van deze regeling. 3. [vervallen] Reactie: Het tweede lid van artikel 30 wordt geschrapt omdat de procedure tot wijziging wordt geregeld in de wet (art. 1 lid 1 Wgr). Het is niet de bedoeling om dat te herhalen in lagere regelingen. Bovendien leverde de terminologie “in te stemmen met” in de praktijk verwarring op. Vanzelfsprekend gaan de colleges – die immers samenwerken in deze gemeenschappelijke regeling – over wijziging van de regeling. Zij hoeven dus niet in te stemmen, sterker nog, zij moeten allen een besluit nemen tot wijziging van de regeling. Wij zien derhalve geen aanleiding om deze zienswijze over te nemen.

Gemeenschappelijke commissie Nissewaard: onder het kopje “gezamenlijke adviescommissie”; indien nodig moet het AB de mogelijkheid hebben een “onderzoekscommissie in te stellen”, met deelnemende gemeenten spreken of voldoende draagvlak is voor “gemeenschappelijke commissie”. Reactie: Niet helemaal duidelijk is wat hiermee wordt bedoeld of beoogd. Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling is een grondslag gecreëerd voor de raden om gezamenlijk voor te stellen aan het AB om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen (art. 24a Wgr). Hiervoor hoeft de regeling zelf niet gewijzigd te worden. Tegelijkertijd is ook de Gemeentewet gewijzigd, waarmee een grondslag is gecreëerd voor de raden om tezamen een gemeenschappelijke onderzoekscommissie in te stellen (art. 155g Gemw). Die bevoegdheid ligt dus bij de raden, niet bij het AB. Ook hiervoor geldt dat de regeling zelf niet gewijzigd hoeft te worden. Tot slot bestaat overigens ook nog altijd de mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen door het AB op grond van de gemeenschappelijke regeling (art. 24 GRJR). Wij zien daarom geen aanleiding om een extra bepaling in de regeling op te nemen over een door het AB in te stellen onderzoekscommissie.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14462172/1