CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Twee Getuigen Toelichting Bijlage 13 Aanvullend ecologisch onderzoek

Commissie Ruimte 14 september 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Twee Getuigen - Kloosterbos.4.967 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader ecologisch onderzoek Huismus, ransuil en vleermuizen Twee Getuigen De Rik 18b en Riksestraatje Den Briel Gemeente Den Briel Rapport nr. 2020.004 November 2020

Taharo Ecologisch advies Valleiweg 51 30911 DB Rhenen www.taharo.nl

Inhoudsopgave 1. AANLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel

2 2 2

1.3 Leeswijzer

2

2. OMSCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie 2.2 Aanwezige ecotopen 2.3 Toekomstige (geplande) situatie

3 3 4 4

3. WERKWIJZE 3.1 Huismus

6

3.2 Ransuil 3.3 Vleermuizen

4. RESULTATEN 4.1 Huismus

4.2 Ransuil 4.3 Vleermuizen per soort 4.2 Vleermuizen per functie

5. EFFECTENBEOORDELING 5.1 Huismus

5.2 Ransuil 5.3 Vleermuizen

6 6 7

9

9 9 9 12

16

16 16 16

6. TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 6.1 Huismus 6.2 Ransuil 6.3 Vleermuizen 6.4 Volledigheid inventarisatie

17 17 17 17 17

7. CONCLUSIES EN ADVIES 7.1 Huismus en ransuil en vleermuizen 7.2 Vleermuizen 7.3 Aanbevelingen en advies

19 19 19 19

8. BRONNEN

20

1

1. AANLEIDING

1.1 Aanleiding Aan de Rik 18b en het Riksestraatje zijn plannen om, op twee deellocaties, 75 grondgebonden woningen te ontwikkelen. Momenteel is hier een voormalig agrarisch bedrijf gesitueerd, bestaande uit een woning met bijgebouw, enkele schuren, een hooimijt, erf en weidepercelen. Aan de overzijde van De Rik, tegenover deze locatie, naast de Bedevaartkerk (De Rik 5) is een graslandperceel gelegen wat omzoomd is door een houtwal. Ten aanzien van de beoogde nieuwbouw dient de huidige bebouwing en inrichting te worden verwijderd. Deze ingreep heeft mogelijk effect op beschermde natuurwaarden. Hiervoor is op 19 februari 2020 door Blom Ecologie een oriënterend natuurwaardenonderzoek (quickscan) uitgevoerd. Uit deze quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming, er meer informatie noodzakelijk wordt geacht ten aanzien van huismus, ransuil en vleermuizen. Er zijn mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten aanwezig. Om die reden wordt vanuit het onderzoek van Blom Ecologie, aanvullend ecologisch onderzoek naar huismus, ransuil en vleermuizen noodzakelijk geacht. Er zijn in de bebouwing mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor huismus en vleermuizen aanwezig, zoals ruimtes onder het dak in de woning en in de schuren. In de coniferenrij en houtwallen kan een nest- of roestplaats van ransuil aanwezig zijn.

Om die reden wordt aanvullend onderzoek naar huismus, ransuil en vleermuizen noodzakelijk geacht.

1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: • Zijn er mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismussen aanwezig in het plangebied? • Heeft het plangebied een functie voor de ransuil? Zo ja, welke functie? • Welke soorten vleermuizen komen momenteel voor in het plangebied? • Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige vleermuizen? • Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het plangebied, voor wat betreft de huidige en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de methode van werken en de onderzoeksinspanning beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten het huismus-, ransuilen het vleermuisonderzoek gepresenteerd. De mogelijke effecten van de ingreep worden gerelateerd aan de aanwezige soorten in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 beschrijft de toetsing aan de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 7 worden de conclusies weergegeven. Hoofdstuk 8 bestaat uit een korte bronnenlijst.

2

2. OMSCHRIJVING PLANGEBIED

2.1 Huidige situatie Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan De Rik, en het Riksestraatje te Den Briel (Gemeente Den Briel) binnen de bebouwde kom aan de westzijde, aan de rand van de stad. Volgens de topografische kaart van Nederland kaartblad 37D (schaal 1:25.000) zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X = 070.226, Y = 434.739. Het deel van het plangebied is geel omkaderd weergegeven op de luchtfoto (figuur 1).

Figuur 1: Luchtfoto met begrenzing plangebied (geel omlijnd)

Figuur 2: Topografische kaart met de twee deelgebieden (rode sterren).

Huidige situatie Het plangebied betreft twee deellocaties die gescheiden worden door de doorgaande weg, De Rik. Deelgebied 1 bestaat uit een grasperceel omringd door een houtwal, ten noorden van De Rik. Dit deel grenst aan de zuidwestkant aan het terrein van de Bedevaartkerk. Over het plangebied deel 1, langs de randen van de houtwal loopt een wandelpad. Er is een bankje en een prullenbak. Aan de andere zijde van De Rik, tegenover de Bedevaartkerk ligt deelgebied 2, het voormalig agrarisch bedrijf. Dit deel 2 van het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning met bijgebouw en enkele stallen die momenteel als opslag worden gebruikt. Deze stallen variëren in leeftijd, bouwstijl, gebruikte materialen etc. Er staan twee stallen met gemetselde muren, de andere hebben betonnen, houten of stalen wanden. De daken varieren eveneens, van dakpannen, golfplaten, asbest en leisteen tot een gegolfd stalen dak op de hooimijt. Er loopt achter het agrarisch bedrijf een watergang met een houtwal van o.a. knotwilg. In de weiden ten zuidoosten van het bedrijf staan enkele schuurtjes, die dienstdoen als schapenstal.

3

2.2 Toekomstige (geplande) situatie De gewenste ontwikkeling betreft het realiseren van 75 grondgebonden woningen, bestaande uit 2 onder een kap woningen, vrijstaande- en rijtjeswoningen. Hiervoor dient de huidige bebouwing en de bestaande terreininrichting, waaronder de schuren en loodsen, de houtige opstanden en het overige groen te verdwijnen.

2.3 Aanwezige ecotopen Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig: Deelgebied 1: • •

Bomenrijen (Mogelijk vleermuisvliegroute, en/of nest ransuil) Grasveld (Mogelijk foerageergebied voor vleermuizen)

Deelgebied 2 (zie fig. 3): • • • • • • • • • • • • •

Bedrijfswoning (1, mogelijk verblijfplaatsen huismus en vleermuizen) Schuur bij bedrijfswoning (2, mogelijk verblijfplaatsen huismus) Hooimijt (3, beschermde soorten uitgesloten) Gemetselde schuur met leiendak (4, mogelijk vleermuizen aanwezig) Gemetselde schuur met pannendak (5, mogelijk vleermuizen aanwezig) Houten schuur met golfplaat dak (6, beschermde soorten uitgesloten) Metalen schaapskooi (7, beschermde soorten uitgesloten) Gemetselde schuur met golfplaten dak (8, beschermde soorten uitgesloten) Schuur met betonnen muren en asbest dak (9, beschermde soorten uitgesloten) Coniferenhaag (10, mogelijk verblijfplaats ransuil) Watergang (11, beschermde soorten uitgesloten) Houtwal langs watergang (12, mogelijk vliegroute vleermuizen en/of roestplaats ransuil) Diverse caravans, een metalen garage en een container op het terrein gestald (beschermde soorten uitgesloten)

4

Figuur 3: Ecotopen op deelgebed 2. In ecotopen 3, 6, 7, 8, 9, en 11 zijn beschermde soorten op voorhand uitgesloten. Het nader onderzoek naar huismus, ransuil en vleermuizen richt zich in dit deelgebied op ecotopen 1, 2, 4, 5, 10 en 12.

5

3.

WERKWIJZE

3.1 Huismus Er zijn voor huismus twee inventarisatiebezoeken gebracht aan de planlocatie op respectievelijk 8 april en 14 mei 2020. De weersomstandigheden tijdens de inventarisatiebezoeken waren goed (droog en niet te koud, zie tabel 1). Tijdens de inventarisaties is bij het plangebied gepost vanaf meerdere overzichtspunten en gelet op broedende en/of broedverdachte (zingende) vogels. De gevolgde onderzoeksmethode voor huismus is gestoeld op het door BIJ12 uitgebrachte Kennisdocument Huismus, Versie 1.0 juli 2017. Volgens het kennisdocument kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming: o een nest of nestbouw of o bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of o transport van voedsel of ontlastingpakketjes of o bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening). 2. min. 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van: o een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of o aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of o balts.

Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. Het huismusonderzoek is, gezien de grootte van het te onderzoeken deelgebied (ecotoop 1 en 2) uitgevoerd door één ecoloog.

3.2 Ransuil Het onderzoek naar ransuil is uitgevoerd volgens de methode Broedvogel MonitoringgsProject (Sovon2011). Eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten van ransuil zijn onderzocht met behulp van een verrekijker en op basis van geluid en gedrag. Het onderzoek naar nesten van ransuil heeft plaatsgevonden in de periode 20 februari tot 20 juni, waarbij twee veldbezoeken zijn uitgevoerd. Dit deel van het onderzoek richtte zich op het vaststellen van nestlocaties. Verder is er gelet op braakballen en uitwerpselen. In april en september is op basis van sporenonderzoek gezocht naar slaapplaatsen van ransuil. Het onderzoek naar ransuil is, gezien de grootte van het te onderzoeken deelgebied (deelgebied 1, en deelgebied 2 ecotoop 10 en 12) uitgevoerd door één ecoloog.

6

3.3 Vleermuizen De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd aan de hand van het vleermuizenprotocol (2017) dat is opgesteld door Gegevensautoriteit Natuur (GAN), Netwerk Groene Bureaus (NGB) en Zoogdiervereniging. Tijdens de veldbezoeken is op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Vleermuizen maken gebruik van echolocatie om zich te oriënteren in een gebied en voor het lokaliseren van prooien tijdens de jacht. Deze echolocatie vindt plaats door middel van ultrasone geluiden die de vleermuis produceert en zijn soort specifiek. Met behulp van een ultrasounddetector (batdetector) kunnen deze geluiden voor mensen hoorbaar worden gemaakt. Tijdens het onderzoek is gebruikgemaakt van een Petterson D240x ultrasounddetector (batdetector) en een sterke zaklamp (TK41 Max 860 Lumens). Met een Edirol R-09 RH digitale recorder zijn geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd met behulp van het programma Bat Sound Pro 3.31b. Verder is gebruik gemaakt van een Elekon Batlogger M, een zeer gevoelige heterodyne batdetector die niet alleen het geluid registreert, maar ook de exacte locatie van het vleermuisgeluid, de tijd van de waarneming, en de exacte lokale weersomstandigheden op dat moment.

Op basis van de aanwezige ecotopen zijn de volgende functies te verwachten: • Kraamverblijf • Paarverblijven • Zomerverblijf De eerste veldinventarisatie vond plaats op 4 juni 2020 ’s avonds na zonsondergang. Er is lopend geïnventariseerd op verschillende plekken, o.a. rondom de woning, de schuren en langs de watergang. Verder is er lopend geïnventariseerd op het grasveld en langs de houtwallen van deelgebied 1. Daarnaast is rondom het plangebied rondgelopen en geïnventariseerd. Op 5 juni is ’s ochtends, vroeg in de ochtend, voor zonsopkomst een tweede inventarisatie uitgevoerd, wederom met vooral waarnemingen rondom de schuren, de woning, de houtwal langs de watergang en langs de houtwallen van deelgebied 1. Een derde voorjaarsinventarisatie is ’s avonds gedaan op 9 juli 2020. Hierbij is op dezelfde wijze te werk gegaan. De nazomerinventarisaties vond plaats op 20 augustus en 9 september, beide keren ’s avonds en ‘s nachts. Deze inventarisaties vonden op vergelijkbare wijze plaats als de inventarisaties in het voorjaar, d.w.z. rondom de schuren, langs de watergang, bij het woonhuis en langs de houtwallen op deelgebied 1. Daarnaast is ook in het najaar rondom het plangebied rondgelopen en geïnventariseerd. Alle inventarisaties vonden plaats onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 1).

Het vleermuisonderzoek in het voorjaar is uitgevoerd door twee ecologen per deelgebied, het najaarsonderzoek door één ecoloog per deelgebied.

7

Datum

Type onderzoek

08-04-

Huismus;

2020

Zingende mannetjes en

Tijdsduur

Zon op/ on-

Onderzoek

der

08.00-9.00

06.56/ 20.27

Temp.

Wind gemiddeld 2 Bft

15.0ºC

Half tot zwaar bewolkt

nestplaatsen Ransuil:

Weer

Geen neerslag 09.00-11.00

Inspectie plangebied op braakballen en uitwerpselen. Vaststellen nestlocaties 14-05-

Huismus;

2020

Zingende mannetjes en

Licht bewolkt

nestplaatsen

Geen neerslag

Ransuil:

8.00-10.00

05.44/ 21.28

Wind gemiddeld 2 Bft

9.1ºC

10.00-11.00

Vaststellen nestlocaties 04-06-

Vleermuizen:

2020

Inspectie plangebied,

Geheel bewolkt

Kraamverblijf- en zwerm-

Geen neerslag

22.00 -24.00

05.21/ 21.56

Wind gemiddeld 3 Bft

17.5ºC

plaats, zomerverblijf, 05-06-

Vleermuizen:

03.20-05.20

2020

Kraamverblijf- en zwerm-

Vrijwel geheel bewolkt

plaats, zomerverblijf,

Geen neerslag 22.00 -24.00

05.20/ 21.57

05.30/ 21.59

Wind gemiddeld 3 Bft

Wind gemiddeld 3 Bf

09-07-

Vleermuizen:

2020

Kraamverblijf- en zwerm-

Geheel bewolkt

plaats, zomerverblijf

Geen neerslag tijdens de

9.9ºC

16.7ºC

waarnemingen 20-08-

Vleermuizen:

2020

Paarverblijf- en zwerm-

22.00 -02.00

06.32/ 20.52

Half bewolkt

Wind gemiddeld 3 Bft

plaats, zomerverblijf

Geen neerslag tijdens

23.2ºC

waarnemingen 09-09-

Vleermuizen:

2020

Paarverblijf- en zwerm-

Half tot zwaarbewolkt

plaats, zomerverblijf

Geen neerslag

Ransuil (slaapplaats): In-

22.00 -02.00

07.05/ 20.06

Wind gemiddeld 2 Bft

16.8ºC

19.00 -22.00

spectie plangebied op braakballen en uitwerpselen.

8

4. RESULTATEN

4.1 Huismus Huismussen waren uitsluitend te verwachten bij de bedrijfswoning en de bijbehorende schuur (figuur 3, ecotoop 1 en 2). Tijdens de inventarisaties, op 8 april en 14 mei zijn er echter geen nest-indicatieve waarnemingen van huismus in de bedrijfswoning of in de schuur bij de bedrijfswoning aangetroffen. Er zijn binnen het gehele plangebied geen huismussen geconstateerd. Er zijn in de directe omgeving, maar ook in de wat verdere omgeving eveneens geen huismussen aangetroffen, op geen van beide inventarisatiedagen. Met name 8 april was een dag met zeer gunstige weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen, en toch zijn er totaal geen huismussen aangetroffen binnen, en in de buurt van het plangebied. Er was in het voorjaar en ook in de zomer 2020 sowieso geen enkele huismusactiviteit aanwezig rondom het plangebied en ook niet binnen een straal van minimaal 75 meter van het plangebied. Er kan om die reden redelijkerwijze aangenomen worden dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen voor huismussen aanwezig zijn binnen het plangebied.

4.2 Ransuil Op 8 april is zijn de coniferenrij, de knotwilgen en bomen met grote takkennesten gecontroleerd op de aanwezigheid van exemplaren van ransuil, op braakballen, uitwerpselen en eventuele andere sporen van ransuil. Er zijn op 8 april geen sporen of nesten van ransuil aangetroffen. Op 14 mei is een tweede ronde gedaan om te controleren op nesten van ransuil. Ook toen zijn geen nesten van ransuil aangetroffen, in geen van beide deelgebieden. Op 9 september is een extra inventarisatie gedaan om eventuele slaapplaatsen op te sporen. Er zijn ook tijdens dit onderzoek geen sporen (braakballen, uitwerpselen) van ransuil aangetroffen. Het onderzoek toont aan dat redelijkerwijze aangenomen mag worden dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen voor ransuil aanwezig zijn binnen het plangebied.

4.3 Vleermuizen per soort Er zijn in totaal drie soorten vastgesteld, te weten de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en rosse vleermuis (Nyctalus noctula). Voorjaarsonderzoek Deelgebied 1 Tijdens het eerste avondbezoek, op 4 juni 2020 zijn vooral foeragerende en passerende vleermuizen waargenomen langs de bomenrij en het pad wat aan de zuidwestzijde van het deelgebied ligt, grenzend aan het terrein van de Bedevaartkerk. Langs deze bomenrij, over het pad, passeerden minimaal vijf gewone dwergvleermuizen. Op het grasveld tussen de bomenrij en de Bedevaartkerk, buiten het plangebied, werd actief gefoerageerd door minimaal acht gewone dwergvleermuizen. De Bedevaartkerk functioneert hierbij vermoedelijk als verblijfplaats voor meerdere vleermuizen.

9

Op het grasveld en langs de overige randen van de houtwal rondom het grasveld van deelgebied 1 werd echter in zeer geringe mate gefoerageerd. Twee keer werd kort (ongeveer tien minuten) gefoerageerd door een gewone dwergvleermuis, aan de rand van het grasveld. Wel vloog er rond 23.00 uur een rosse vleermuis over deelgebied 1. In de nanacht, op 5 juni werd er in het geheel niet gefoerageerd op deelgebied 1. Wel passeerden er langs de bomenrij aan de zuidwestkant minimaal vier gewone dwergvleermuizen en een ruige dwergvleermuis. Er werd wel weer gefoerageerd door minimaal drie gewone dwergvleermuizen op het grasveld tussen de Bedevaartkerk en de bomenrij langs het plangebied. Op het derde inventarisatiemoment, op 9 juli ’s avonds, werd wederom zeer weinig vleermuisactiviteit waargenomen boven het grasveld en langs de houtwal van drie van de vier randen van deelgebied 1. Langs het pad met bomenrij langs de zuidwestzijde passeerden minimaal zeven gewone dwergvleermuizen, en er werd wederom gefoerageerd op het grasveld naast het plangebied tussen bomenrij en Bedevaartkerk door minimaal vijf gewone dwergvleermuizen. Voorjaarsonderzoek Deelgebied 2 Tijdens het eerste avondbezoek, op 4 juni 2020 werd met name op het pleintje ten zuidwesten van de twee gemetselde schuren (ecotoop 4 en 5) gefoerageerd door minimaal drie gewone dwergvleermuizen.

Vanuit een boom met een grote holte (figuur 6), of vanuit de dakrand die er vlakbij was, kwamen vanaf 23.00 uur sociale geluiden van gewone dwergvleermuis. Het was de eerste avond niet goed te achterhalen waar het geluid precies vandaan kwam, de boom of de dakrand. Vanuit de overige schuren zijn geen vleermuisgeluiden gehoord. Bij de bedrijfswoning (ecotoop 1) was in het geheel geen vleermuisactiviteit. Ook was er geen vleermuisactiviteit langs de rij knotwilgen langs de watergang (ecotoop 12). Tijdens de vroege ochtend van 5 juni zijn meerdere zwermende en invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen langs de dakrand van de schuur met leiendak (ecotoop 4). Hier is met zekerheid een kleine kraamkolonie van ongeveer 6 à 7 exemplaren van de gewone dwergvleermuizen aanwezig. Langs de bomenrij langs de watergang, en ook rondom de bedrijfswoning was op deze ochtend wederom geen vleermuisactiviteit. Op 9 juli zijn minimaal vier gewone dwergvleermuizen uitgevlogen vanuit de dakrand van de schuur met het leiendak. Ook vloog een ruige dwergvleermuis uit, vanuit de boom met grote holte. Bij de bedrijfswoning, de bomenrij langs de watergang en de andere schuren werd wederom geen vleermuisactiviteit waargenomen. Najaarsonderzoek deelgebied 1 De nazomer inventarisaties zijn uitgevoerd op 20 augustus en 9 september 2020.

Voor wat betreft het grasveld en de houtwallen er omheen, met uitzondering van de bomenrij aan de zuidwestkant, was het beeld hetzelfde dan tijdens de voorjaarsrondes. Nergens zijn verblijfplaatsen geconstateerd, er werd zeer sporadisch gefoerageerd door gewone dwergvleermuis, en er werd niet gebaltst. Wel vloog er wederom een rosse vleermuis over het plangebied op 20 augustus dwars over het deelgebied 1. Wel werden wederom langs het pad met de bomenrij meerdere gewone dwergvleermuizen passerend waargenomen. Op beide avonden ging het om minimaal vijf gewone dwergvleermuizen. En wederom werd er gefoerageerd op het grasveld tussen de bomen-

10

rij en de Bedevaartkerk, op beide avonden door minimaal drie gewone dwergvleermuizen.

Najaarsonderzoek deelgebied 2 De nazomer inventarisaties voor deelgebied 2 zijn eveneens uitgevoerd op 20 augustus en 9 september 2020. Op 20 augustus werd wederom door minimaal drie gewone dwergvleermuizen gefoerageerd op het pleintje ten zuidwesten van de twee gemetselde schuren. Bij de hoek van de schuur met het leiendak (ecotoop 4) werd door een gewone dwergvleermuis gebaltst, wat wijst op een paarverblijfplaats op de hoek van deze schuur. Ook werd er gebaltst op de zuidhoek van de tweede gemetselde schuur (ecotoop 5) door een gewone dwergvleermuis, waarmee ook hier een paarplaats is vastgesteld. Op 9 september werd er slechts op de hoek van de tweede gemetselde schuur gebaltst. Er werd niet gefoerageerd op het pleintje en er werd niet gebaltst bij de schuur met het leiendak. Dat kan veroorzaakt zijn door enkele veranderingen op het terrein. Op 9 september bleek de container die naast de boom met holte en de schuur met leiendak stond, weggehaald en waren eveneens de vensters van de schuur met leiendak weggehaald en waren de plaatsen van deze vensters geblindeerd door houten schotten. Vermoedelijk heeft dit een verstoring veroorzaakt waardoor de vleermuizen tijdelijk verdwenen zijn uit dit deel van het plangebied. Bij de bedrijfswoning en langs de bomenrij langs de watergang is in het najaar geen vleermuisactiviteit geconstateerd.

In Tabel 2 zijn de waarnemingen van foeragerende en passerende vleermuizen per avond weergegeven. Figuur 4, 5 en 6 geven op een (lucht)foto de waarnemingen van de vleermuizen weer.

11

Tabel 2 Totaal nachtelijke waarnemingen in het veld van passerende en foeragerende vleermuizen in en om het plangebied (deelgebied 1 en 2 samen)

04-06-

05-06-

09-07-

20-08-

09-09-

2020

2020

2020

2020

2020

Avond

Ochtend

Avond

Avond

Avond

Wetenschappelijke

naam

naam

Foeragerend

Passerend

Foeragerend

Passerend

Foeragerend

Passerend

Foeragerend

Passerend

Foeragerend

Passerend

waarnemingen

Gewone dwerg-

Pipistrellus

11

5

8

7

6

5

1

3

3

5

21

vleermuis

pipistrellus

Ruige dwerg-

Pipistrellus

1

0

1

0

1

0

0

0

0

0

2

vleermuis

nathusii

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

0

1

0

0

0

0

0

1

0

0

2

Totaal

Nederlandse

4.4 Vleermuizen per functie Kraamverblijven Er is in het voorjaar 2020 in deelgebied 2, in de schuur met het leiendak een kleine kraamkolonie van de gewone dwergvleermuis geconstateerd. In de overige delen van het plangebied zijn geen kraamkolonies aanwezig. Foerageergebieden en vliegroutes Langs het pad aan de zuidwestkant van deelgebied 1 is een zeer drukbezochte vliegroute voor vleermuizen, hier passeerden op alle waarnemingsmomenten meerdere vleermuizen. Binnen het plangebied is in deelgebied 2 een foerageergebied op het pleintje ten zuiden van de twee gemetselde schuren. Dit foerageergebied is gebonden aan het kraamverblijf en de zomerverblijfplaats, en in die zin gaat het hier om een essentieel foerageergebied. Paarverblijven, zomerverblijven en winterverblijven Er zijn op 20 augustus twee baltsende mannetjes gehoord in de directe omgeving van de twee gemetselde schuren. Er zijn in totaal twee paarterritoria, en dus twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig. In de boom die vlakbij de schuur met het leiendak staat, is een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis aanwezig. Er verdwijnen door de ingreep een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis en twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Paarverblijfplaatsen worden door mannetjes vaak ook als zomer en/of winterverblijf gebruikt.

Er werd in het najaar niet gezwermd, wat betekent dat er geen massawinterverblijf aanwezig is.

12

Figuur 4: Vliegroutes en foerageergebieden in en rondom het plangebied. De rode ovalen geven de foerageergebieden weer, de rode pijl geeft een essentiële vliegroute weer en de gele pijl geeft de vliegroute weer die tweemaal door een rosse vleermuis gebruikt is.

13

Figuur 5: Verblijfplaatsen en foerageergebieden binnen deelgebied 2. De rode ovalen geven de foerageergebieden weer, de rode pijl geeft de locatie aan van de invliegplaats van de kraamkolonie, de oranje pijl geeft een zomerverblijf aan van de ruige dwergvleermuis in een boom, de gele ovalen geven de paarterritoria weer van de gewone dwergvleermuis.

14

Figuur 6: Geregistreerde invlieg- en uitvliegopeningen. De rode pijlen zijn waargenomen invliegopeningen vna de gewone dwergvleermuis, de oranje pijl geeft een geregistreerde invliegopening van een ruige dwergvleermuis. De rode cirkel geeft de plek aan waar gezwermd werd in het voorjaar.

15

5. EFFECTENBEOORDELING

5.1 Huismus De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van nestlocaties of essentieel foerageergebied van huismussen binnen het plangebied. Er zijn in hert geheel geen huismussen aangetroffen. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van huismussen is redelijkerwijze uit te sluiten.

5.2 Ransuil Er zijn geen nesten of sporen zoals braakballen, uitwerpselen of andere aanwijzingen gevonden voor aanwezigheid van de ransuil. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten of roestplaatsen ransuil is redelijkerwijze uitgesloten.

5.3 Vleermuizen Kraamverblijven en zomerverblijven Er is binnen het plangebied sprake van een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis in een boom, en een kraamplaats van de gewone dwergvleermuis in een van de gebouwen die deel uitmaken van het plangebied. Er gaat door de ingreep een kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis, en een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis verloren. Foerageergebieden en vliegroutes Langs het pad aan de zuidwestkant van deelgebied 1 is een zeer drukbezochte vliegroute voor vleermuizen. De bomen langs dit pad blijven hoogstwaarschijnlijk staan. Overigens is langs de noordwestzijde van de Bedevaartkerk eveneens een bomenrij die, mocht deze bomenrij verdwijnen, door vleermuizen gebruikt kan worden. Om die reden gaat het hier niet om een essentiële vliegroute. Binnen het plangebied is in deelgebied 2 een foerageergebied op het pleintje ten zuiden van de twee gemetselde schuren. Dit foerageergebied is gebonden aan het kraamverblijf en de zomerverblijfplaats, en in die zin gaat het hier om een essentieel foerageergebied. Paarverblijven en winterverblijven Er zijn twee baltsende mannetjes gehoord in de directe omgeving van de twee gemetselde schuren. Er zijn in totaal twee paarterritoria, en dus twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Er verdwijnen door de ingreep twee paarverblijfplaatsen.

Paarverblijfplaatsen worden door mannetjes vaak ook als zomer en/of winterverblijf gebruikt. Er werd in het najaar niet gezwermd, wat betekent dat er geen massawinterverblijf aanwezig is.

16

6. TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 5.1 Huismus Met de ontwikkeling gaan geen vaste rust- of verblijfplaatsen van huismussen verloren. De ingreep leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft huismus. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de aanwijzingen van het BIJ12 Kennisdocument huismus Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017, kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd voor huismus.

5.2 Ransuil Met de ontwikkeling gaan geen vaste rust- of verblijfplaatsen van ransuil verloren. De ingreep leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft ransuil. De, tijdens het onderzoek gebruikte methode Broedvogel MonitoringgsProject (Sovon2011), geeft voldoende zekerheid om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van ransuil te kunnen uitsluiten. Verder is door het onderzoek naar braakballen en uitwerpselen, wat een betrouwbare methode is voor het opsporen van roestplaatsen van ransuil, voldoende zekerheid verkregen rondom de aan- of afwezigheid van roestplaatsen van de ransuil. Hierdoor kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geinventariseerd voor ransuil.

5.3 Vleermuizen Door de ingreep gaat een kraamverblijf, en twee paarverblijven van de gewone dwergvleermuis verloren, indien de twee gemetselde schuren worden gesloopt. Doordat de boom naast de gemetselde schuur met leiendak wordt gekapt, gaat eveneens een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis verloren. Ter compensatie zullen hiervoor tijdig (d.w.z. vanaf half februari 2021) mitigerende maatregelen genomen moeten worden, en beschreven worden in een mitigatieplan en/of ecologisch werkprotocol. Deze maatregelen moeten vervolgens worden voorgesteld aan de Provincie Zuid-Holland en er dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens het vleermuisprotocol (2017) dat is opgesteld door Gegevensautoriteit Natuur (GAN), Netwerk Groene Bureaus (NGB) en Zoogdiervereniging, kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd voor vleermuizen.

5.4 Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methodes en inspanningen is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht)

17

van de Wet natuurbescherming voor wat betreft huismus, ransuil en vleermuizen. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden voor de inventarisatie van vaste rust en verblijfplaatsen, zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute(s).

18

7. CONCLUSIES EN ADVIES 7.1 Huismus en ransuil Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen van huismus en ransuil aanwezig. Met de ontwikkeling gaan geen vaste rust- of verblijfplaatsen of foerageergebieden verloren van huismus en ransuil. Negatieve effecten op lokale populaties huismus en ransuil zijn uitgesloten.

7.2 Vleermuizen Door de ingreep zullen gebouwen worden en bomen gekapt, en daarmee verdwijnt een kraamverblijfplaats en twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, en een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis. Hiervoor zullen mitigerende maatregelen genomen moeten worden voorgesteld worden aan de Provincie Zuid-Holland en er dient een ontheffing te worden aangevraagd voor de Gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.

7.3 Aanbevelingen en advies In verband met het feit dat er in de schuren twee paarverblijven zijn aangetroffen van de Gewone dwergvleermuis, en in een boom een zomerverblijf van de ruige dwergvleermuis, wordt geadviseerd om zo snel mogelijk, maar in elk geval voor 15 februari 2021 mitigerende maatregelen te treffen in verband met het tijdig aanvragen van een ontheffing. Hiervoor dienen, onder ecologische begeleiding, twaalf platte vleermuiskasten (geschikt als zomer/ paarverblijf) in de directe omgeving van deze schuren geplaatst te worden als tijdelijke verblijfplaats (maximaal 100 meter afstand) op minimaal 4 meter hoogte. Acht vleermuiskasten dienen hierbij te worden geplaatst aan een gebouw wat intact blijft, de vier kasten voor de ruige dwergvleermuis aan een boom, tot er permanente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn, in verband met de gewenningsperiodes van dit type verblijf. In verband met het feit dat er in een van de schuren eveneens een kraamkolonie is aangetroffen van de Gewone dwergvleermuis, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de kraamperiode, d.w.z. voor 15 mei 2021 mitigerende maatregelen te treffen, eveneens in verband met het tijdig aanvragen van een ontheffing.

Hiervoor dienen onder ecologische begeleiding vier tijdelijke kraamkasten voor vleermuizen geplaatst te worden in de directe omgeving van deze schuren, als tijdelijke verblijfplaats (maximaal 100 meter afstand) op minimaal 4 meter hoogte, aan een gebouw wat intact blijft tot nadat de permanente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn. Daarnaast is het van belang dat te zijner tijd, in de toekomstige permanente bebouwing dezelfde hoeveelheid en type permanente verblijfplaatsen gerealiseerd wordt, ter vervanging van de te verdwijnen paarplaats, d.w.z. acht te realiseren permanente paarplaatsen, vier permanente zomerverblijfplaatsen en vier permanente kraamverblijfplaatsen.

19

6. BRONNEN

Rapport quickscan Flora en fauna, Simon van Capelweg 7a-9 te Noorden. Project 17052. Nipa Milieutechniek b.v., 2 november 2018. BIJ12, 2017 Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017 Kennisdocument Rosse vleermuis Nyctalus noctula. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017 Kennisdocument watervleermuis Myotis daubentonii, Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017 Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017 Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita. Versie 1.0, juli 2017 Document Soorteninventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus, versie juli 2017, in het kader van de Wet natuurbescherming Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Dietz C., A. Kiefer 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist. Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers (red.) 1997. Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

Algemene websites www.mijn.rvo.nl (natuurwetgeving en soortenstandaarden) www.zoogdiervereniging.nl/vleermuizen www.vleermuizenindestad.nl

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080073/2