CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 'Twee Getuigen-Kloosterbos' (vastgesteld)

Commissie Ruimte 14 september 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Twee Getuigen - Kloosterbos.22.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl

Bestemmingsplan

Twee Getuigen - Kloosterbos

Gemeente Voorne aan Zee Identificatie NL.IMRO.1992.TweeGetuigenKloost-0130

Twee Getuigen-Kloosterbos

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie

18 18 22 26 28 30

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Archeologie 4.2 Bedrijven en milieuhinder 4.3 Bodem 4.4 Ecologie 4.5 Geluid 4.6 Externe veiligheid 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Water 4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.12 Stikstof

31 31 37 38 40 44 46 49 50 52 54 58 59

Hoofdstuk 5 Juridische regelgeving 5.1 Inleiding 5.2 Systematiek van de regels

60 60 60

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

63 63 63

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bezonningsstudie Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan (29 maart 2023) Bijlage 3 Archeologisch onderzoek Bijlage 4 Een aanvullend waarderend proefsleuvenonderzoek Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek deelgebied 'Kloosterbos' Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek deelgebied 'Twee Getuigen' Bijlage 7 Aanvullend asbestonderzoek deelgebied 'Twee Getuigen' Bijlage 8 Bodemonderzoek gewasbeschermingsmiddelen deelgebied 'Twee Getuigen' Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek woonwagenstandplaatsen Bijlage 10 Quickscan flora en fauna Bijlage 11 Quickscan flora en fauna - Woonwagenstandplaatsen Bijlage 12 Akoestisch onderzoek wegverkeer- en industrielawaai Bijlage 13 Aanvullend ecologisch onderzoek Bijlage 14 Kwantitatieve analyse groepsrisico Bijlage 15 Kwalitatieve analyse groepsrisico

64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79

2

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20

Aanmeldnotitie m.e.r. Twee Getuigen - Kloosterbos Aerius - berekening (stikstofdepositie) Nota vooroverleg en inspraak Nota Zienswijzen Hogere Waardenbesluit

Regels

80 81 82 83 84

86

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

87 87 93

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Water Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 4

94 94 96 97 99 100 102 104 107

Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

110 110 111 113 114 115 116 117

Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

118 118 119

(vastgesteld)

3

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

4

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Toelichting

(vastgesteld)

5

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

ABB Ontwikkeling (hierna: initiatiefnemer) heeft het planvoornemen om circa 84 grondgebonden woningen te realiseren in twee deelgebieden van het plan 'Twee Getuigen - Kloosterbos'. Deelgebied 1, het Kloosterbos, is gelegen naast de Bedevaartskerk en is een momenteel met bomen omsloten grasveld. Hier worden 21 woningen gerealiseerd. Deelgebied 2, Twee Getuigen, is gelegen aan de overzijde van de doorgaande weg De Rik. De huidige woning, woonwagenstandplaatsen en schuren worden gesloopt. Het voormalige café De Twee Getuigen met woonhuis is na een brand reeds gesloopt. Hier worden 63 woningen gerealiseerd. Het vigerend bestemmingsplan binnen het plangebied betreft 'Geuzenland', vastgesteld op 3 juli 2012. Het plangebied kent binnen dit bestemmingsplan verschillende bestemmingen. Binnen deze bestemmingen is de gewenste ontwikkeling van de woningen planologisch niet toegestaan. Het bestemmingsplan voorziet tevens niet in binnenplanse wijzigingsmogelijkheden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bovengenoemde ontwikkeling juridisch- en planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan weerszijde van De Rik in Brielle. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden die beide zullen voorzien in nieuwe woningen. In voorliggend bestemmingsplan zullen de deelgebieden, waar nodig, separaat worden toegelicht. De ligging en begrenzing van beide deelgebieden kan als volgt worden omschreven:  Deelgebied 1, het Kloosterbos, is gelegen tussen de Bedevaartskerk (westen) en het PENTA College CSG Bahûrim (oosten) in. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de wijk Rugge. Aan de zuidzijde wordt deelgebied 1 begrensd door De Rik.  Deelgebied 2, Twee Getuigen, is gelegen aan de zuidzijde van De Rik, met ten westen de woonwagenstandplaatsen, ten oosten Speciaal Onderwijs de Watertoren en de tafeltennisvereniging 'De Sprint' en ten zuiden de wijk Zuurland. In onderstaande afbeeldingen zijn de ligging en de begrenzing van beide delen van het plangebied visueel weergegeven.

6

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Figuur 1.1 Ligging plangebied in Brielle

Figuur 1.2 Twee deelgebieden aan De Rik te Brielle

(vastgesteld)

7

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan van het plangebied betreft 'Geuzenland', vastgesteld op 3 juli 2012. Het plangebied kent binnen dit bestemmingsplan verschillende bestemmingen.

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Geuzenland', (voormalige) gemeente Brielle (plangebied rood omkaderd) De deelgebieden Kloosterbos en Twee Getuigen kennen binnen het vigerende bestemmingsplan verschillende enkel- en dubbelbestemmingen. Het deelgebied Kloosterbos kent de bestemmingen:  'Maatschappelijk'  'Groen'  Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' Het deelgebied Twee Getuigen kent de bestemmingen:  'Maatschappelijk'  'Horeca'  'Wonen'  'Tuin'  'Groen'  'Water'  Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 4'  Dubbelbestemming 'Leiding - Gas'

8

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Binnen deze bestemmingen is de bouw van 84 woningen niet toegestaan. Tevens zijn er geen algemene wijzigingsregels opgenomen waarbinnen het planvoornemen past. Het planvoornemen is dan ook in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Geuzenland' van de (voormalige) gemeente Brielle. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologisch regeling om de ontwikkeling van de toekomstige woonwijken mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer

De verbeelding en regels vormen de kaders ten aanzien van het toegestane gebruik van de gronden en bouwwerken en van de bouwwerken die ter plaatse mogen worden gebouwd. In de voorliggende toelichting wordt in hoofdstuk 5 de inhoud van de regels en verbeelding uitgelegd. De overige hoofdstukken van de toelichting beschrijven de ontwikkeling (hoofdstuk 2), vormen de onderbouwing vanuit het beleidsperspectief van de overheden (hoofdstuk 3), beschrijft de sectorale aspecten (hoofdstuk 4) en het draagvlak vanuit het economisch en maatschappelijk perspectief (hoofdstuk 6).

(vastgesteld)

9

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan De Rik te Brielle. De Rik is een belangrijke ontsluitingsweg voor Brielle en de omliggende wijken. Het hele gebied rondom De Rik vormt een verbindingszone tussen de oostelijk en westelijk gelegen uitbreidingswijken: Rugge en Zuurland. Het contact tussen de geledingszone en de wijken is minimaal, ze liggen met de ruggen tegen elkaar. De Rik heeft een relatief breed profiel, bestaande uit een rijweg met een vrijliggend fietspad. Aan een oostzijde van de weg loopt de Rikse watering. De vele inritten naar de nabijgelegen functies geeft de weg een versnipperd beeld. Aan De Rik zijn diverse functies gevestigd zoals bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, een voormalig café, een woonwagenstandplaats en een enkel woonhuis. De grote ruimtelijke verscheidenheid van de gebouwen leidt tot een onsamenhangend geheel bezien vanaf de doorgaande weg. In november 2022 heeft het college van de (voormalige) gemeente Brielle de gebiedsvisie 'De Rik' vastgesteld. Deze gebiedsvisie omvat een verkeerskundige visie van de mogelijkheden om tot infrastructurele herinrichting van De Rik te komen, tussen G.J. van der Boogerdweg en de komgrens richting Tinte.

De gebiedsvisie geeft inzicht in de (on)mogelijkheden ten aanzien van de wegfunctie en bijbehorende inrichting van de rijbaan, de fietspaden, voetpaden, de kruispunten en uitritten van naastliggende percelen. De gemeente heeft besloten om De Rik als gebiedsontsluitingsweg, met een maximale snelheid van 50 km/u, te behouden. In de gebiedsvisie is tevens voorzien in twee in- en uitritten voor de realisatie van het deelgebied Twee Getuigen. Voorliggend bestemmingsplan sluit daarmee aan op de vastgestelde gebiedsvisie.

Figuur 2.1 Het Kloosterbos (links) en de Twee Getuigen (rechts) vanaf De Rik Het deelgebied Kloosterbos is kadastraal bekend als gemeente Brielle, sectie C, perceelnummer 3627 (gedeeltelijk). Het gebied grenst aan de westkant aan de Bedevaartskerk met de daarbij behorende tuin. Het Bedenvaartscomplex is aangewezen als rijksmonument en wordt met voorliggende ontwikkeling niet aangetast.

10

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Het Kloosterbos zelf bestaat uit een door bomen omsloten grasveld. Aan de oostkant grenst het deelgebied aan het PENTA College CSG Bahûrim. Ten noorden van het gebied bevindt zich de uitbreidingswijk Rugge. De Rugge is een woonwijk met een gridvormige structuur. Er zijn slechts een beperkt aantal verschillende bebouwingstypen gerealiseerd, wat zorgt voor een overzichtelijk beeld. De wijk heeft een bovenwijkse functie, voornamelijk door het wijkwinkelcentrum met een groot assortiment.

Figuur 2.2 Deelgebied Kloosterbos, een met bomen ontsloten grasveld Het deelgebied Twee Getuigen is kadastraal bekend als gemeente Brielle, sectie C, perceelnummer 1073, 1543, 2383, 2384, 2385, 2396, 2397, 2398, 2576 en gedeeltelijk 2578. Het gebied bevindt zich ten zuiden van het Kloosterbos, aan de overzijde van De Rik. Aan de westzijde van het plangebied zijn drie woonwagenstandplaatsen gesitueerd met twee woonwagens. Deze woonwagenstandplaatsen worden betrokken bij de herontwikkeling. Achter de woonwagens bevindt zich agrarische bebouwing. Ten oosten van het gebied bevindt zich het gebouw van speciaal onderwijs 'de Watertoren'. De wijk Zuurland bevindt zich ten zuiden van het gebied. Ook bij de wijk Zuurland overheerst evenals bij de wijk Rugge de woonfunctie en kent de wijk slechts een beperkt aantal woontypen, waardoor de wijk een overzichtelijke structuur heeft. De wijk heeft een centrale groenzone en verschillende voorzieningen. Het deelgebied Twee Getuigen zelf heeft een ruime opzet en wordt omringd door water. Het gebied bestaat uit grasland en terreinverhardingen en is bebouwd met één woning en verschillende schuren.

(vastgesteld)

11

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Figuur 2.3 Bestaande situatie deelgebied Twee Getuigen, een woning en verschillende schuren

Figuur 2.4 Bestaande situatie deelgebied Twee Getuigen

12

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

2.2

Toekomstige situatie

Het plan is gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het woonkarakter van De Rik. De Rik dient herkenbaar te worden als woonomgeving en de nieuwe woonwijk dient voor zowel de bestaande als toekomstige inwoners van Brielle bij te dragen aan de leefbaarheid. De toekomstige woonwijken Kloosterbos en Twee Getuigen vormen de overgang van de bebouwing van de wijk Rugge naar de wijk Zuurland. Het historische karakter van de locatie vormt de basis voor de ontwikkeling. Het stedenbouwkundige plan moet voorzien in deze ontwikkeling. Het Kloosterbos zal door het behoud van de bestaande groenstructuur geïsoleerder komen te liggen ten opzichte van de omgeving dan het deelgebied Twee Getuigen. De Twee Getuigen gaat bezien vanaf De Rik een directe relatie aan met de omgeving, maar zal ook op zichzelf functioneren als woonomgeving met een eigen identiteit. Het Kloosterbos zal kwalitatief hoogwaardig worden ingepast en een relatie zoeken met het bestaande groen. De totale ontwikkeling voorziet in een divers woningaanbod met veel aandacht voor de realisatie van o.a. waterpartijen en veel groen. In onderstaande paragrafen wordt de toekomstige situatie in de twee nieuwe woonwijken nader beschreven. Het plangebied is gelegen in bijzonder welstandsgebied, met name vanwege de functie van De Rik als entree van het historische stadscentrum.

Dit leidt er toe dat de aandacht voor zowel de architectonische als de welstandtechnische aspecten kritisch worden benaderd. De nieuwe woonwijken samen zullen een belangrijke functie krijgen voor de eerste indruk die een bezoeker heeft van Brielle. De woningen dienen daarom zorgvuldig ingepast te worden in de bestaande architectuur en de omgeving. Een extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit is daarom gewenst. Groenvoorzieningen zijn een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid van de gemeente streeft naar een groener straatbeeld en het versterken van de samenhang, in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur.

2.2.1

Stedenbouwkundige uitgangspunten

Voor het plangebied als geheel zijn de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten vastgesteld:  door de ligging direct naast de monumentale Bedevaartskerk vraagt dit plan om de juiste inpassing ten opzichte het monument, waarbij het plan zich voegt in de omgeving en de historische context;  gevarieerd woonproduct toevoegen met een aantrekkelijk, dorps en veilig woonmilieu;  keuzevrijheid bieden aan de toekomstige bewoners, zodat er een product gecreëerd wordt naar de wens van de consument;  erfafscheidingen van de woningen grenzend aan het openbaar gebied mee ontwerpen in het stedenbouwkundig plan en de architectuur, hierdoor ontstaat eenheid en wordt een grote verscheidenheid aan erfafscheidingen voorkomen;  specifieke aandacht voor parkeeroplossingen;  bij het vaststellen van het aantal parkeerplaatsen gebruik maken van de 2018 ASVV-normen;  aandacht voor duurzaamheidsaspecten. De stedenbouwkundige uitgangspunten dienen te worden verwerkt in het stedenbouwkundig plan, deze zullen bij de aanvraag omgevingsvergunning door de gemeente getoetst te worden. Het plan wordt nog nader uitgewerkt, in onderstaande paragrafen.

(vastgesteld)

13

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

2.2.2

Het Kloosterbos

Figuur 2.5: Impressie van deelgebied 1 in 3D-vogelvlucht Wonen Door de brede groenstrook aan weerszijden heeft het plangebied een afgesloten vorm gekregen. De groenstroken hebben een hoge ruimtelijke kwaliteit, de toekomstige woningen dienen hier tussen ingepast te worden. Tussen deze groenstroken worden 21 woningen gerealiseerd, die in een groene omlijsting mee ontworpen worden. Het woonprogramma bestaat uit 12 aaneengeschakelde woningen in twee blokken van zes, 6 aaneengeschakelde woningen in twee blokken van drie, 1 twee-onder-één-kap woningen en 1 vrijstaande woningen. Openbare ruimte en groen De nieuwe wijk wordt voorzien van verschillende groenstructuren om een aangenaam woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. De gezamenlijke parkeerplaats wordt omringd met een groene invulling voor een optimale inpassing in de wijk. Bezoekers zullen gebruik maken van de gezamenlijk parkeerplaats, middels de plaatsing van bijvoorbeeld een verwijzingsbord 'P-bezoekers' wordt dit gebruik gestimuleerd. De groenstructuren die het perceel in de huidige situatie aan de oost en westzijde afschermen van de naastgelegen percelen blijven zoveel mogelijk gehandhaafd. De woningen krijgen een kleine voortuin om een vriendelijke overgang tussen privé en openbaar gebied te creëren. Centraal in het Kloosterbos wordt een openbare groene ruimte gerealiseerd.

14

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Verkeer Het plangebied wordt met één weg ontsloten op de Monseigneur Smitstraat, die via de Ruggeweg weer aansluit op De Rik. Binnen het plangebied wordt een brede weg aangelegd waarmee de woningen te bereiken zijn. Dit zal een doodlopende weg worden waardoor er alleen sprake is van bestemmingsverkeer. De weg is dusdanig breed van opzet dat er voldoende ruimte is om te keren. Parkeren vindt deels plaats op eigen terrein en deels op één gezamenlijk parkeerterrein die direct nabij de ingang van de woonwijk wordt gerealiseerd. Het gezamenlijke parkeerterrein voorziet tevens in parkeerplaatsen voor bezoekers en de compensatie van 4 vervallen (niet formele, stoep) parkeerplaatsen ter hoogte van de nieuwe inrit op de Monseigneur Smitstraat. 2.2.3

Twee Getuigen

Figuur 2.6: Impressie van deelgebied Twee Getuigen in

Figuur 2.7. Impressie toekomstige architectuur bezien vanaf De Rik

(vastgesteld)

15

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Wonen Deelgebied Twee Getuigen wordt ingericht tot een nieuwe woonwijk met 63 nieuwe woningen. Het woonprogramma bestaat uit 30 aaneengeschakelde woningen, 18 sociale aaneengeschakelde en gestapelde woningen, 14 twee-onder-één-kapwoningen en 1 vrijstaande woning. Het woningbouwprogramma voorziet voor een deel in de benodigde woonbehoefte binnen Brielle en is in samenspraak tussen de initiatiefnemer en de gemeente tot stand gekomen. Het sociale woonprogramma van het gehele plangebied wordt binnen het deelgebied Twee Getuigen gerealiseerd. Het bouwplan voorziet in de realisatie van drie appartementenblokken met 3 verdiepingen. De appartementenblokken zijn qua bouwhoogte gelijk aan de eengezinswoningen. Om onderling geluidsoverlast zoveel als mogelijk te voorkomen zijn de balkons van de appartementenblokken waar mogelijk tactisch geplaats. Naast het geluidsaspect is het stedenbouwkundig plan zo vormgegeven dat het aspect privacy ook zoveel als mogelijk geborgd is, ondanks de aanwezigheid van een aantal balkons bij de appartementenblokken. Openbare ruimte en groen De nieuwe wijk wordt voorzien van verschillende groenstructuren om een aangenaam woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Parkeren wordt zowel in de openbare ruimte, in de vorm van langsparkeren en één parkeerterrein, als op eigen terrein opgelost.

De parkeerplaatsen zullen deels omringd worden met groen. Centraal wordt een grote openbare groenvoorziening aangelegd, toegankelijk voor iedereen. De nieuwe woonwijk wordt tevens doorkruist door een waterloop, waarmee de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. Verkeer Het plangebied wordt met twee wegen ontsloten op De Rik, daarmee wordt de toekomstige verkeersgeneratie direct op één van de belangrijkste ontsluitingswegen van Brielle afgewikkeld. Binnen het plangebied wordt een brede weg aangelegd waarmee de woningen te bereiken zijn. Dit zal een eenrichting weg worden en is door de aanwezigheid van twee ontsluitingswegen doorlopend. Desondanks zal er vrijwel alleen sprake zijn van bestemmingsverkeer, behoudens De Rik sluit het woongebied namelijk nergens op aan.

2.2.4

Beeldkwaliteitsplan

De initiatiefnemer heeft in samenspraak met de gemeente besloten een beeldkwaliteitsplan op te stellen. In het beeldkwaliteitsplan is de gewenste ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied weergegeven. Het beeldkwaliteitsplan zal bij de aanvraag omgevingsvergunning als toetsingskader dienen zoals de welstandnota dat ook doet. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 2 toegevoegd aan de toelichting van voorliggend bestemmingsplan.

16

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 2.2.5

Bezonningsstudie

Specifiek voor de woningen direct ten zuiden van het deelgebied Twee Getuigen is een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze bezonningsstudie richt zich op de meest zuidelijke woningen in het deelgebied Twee Getuigen. Vanwege de positionering van de overige nieuwe woningen (binnen beide deelgebieden) ten opzichte van de bestaande omgeving kon zonder nadere bezonningsstudie geconstateerd worden dat van hinder geen sprake zou zijn. De bezonningsstudie is toegevoegd als bijlage 1 en vervolgens beoordeeld door extern adviesbureau Peutz. Door Peutz wordt geconcludeerd dat het in deze specifieke situatie gaat over standaard nieuwe woonbebouwing welke qua bouwhoogte vergelijkbaar is met de rest van de bestaande omgeving. De geplande nieuwbouw bevindt zich op een grotere afstand van de bestaande omliggende woningen, dan de bestaande omliggende woningen tot de volgende set huizen. Op basis van de bezonningsstudie blijkt dat de geplande nieuwbouw aan het eind van de dag minimale schaduw creëert op de bestaande woningen, maar dat geen sprake is van een onevenredige afbreuk van de bezonning van de bestaande woningen. Ook met de realisatie van de plannen wordt bij de woningen direct ten zuiden van het deelgebied Twee Getuigen nog voldaan aan de TNO-normen, daarom wordt geconcludeerd dat de inpassing van de nieuwe woonwijk voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

(vastgesteld)

17

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. De NOVI wordt opgesteld als voorbereiding op de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt.

Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Doorwerking plangebied Voor zover relevant, voldoet het onderhavige bestemmingsplan aan de NOVI. Er wordt in dit plan veel aandacht besteed aan klimaatadaptatie en een goede waterhuishouding, daarmee wordt een duurzame wijk gerealiseerd. Voor het overige heeft de NOVI een te hoog abstractieniveau voor dit bestemmingsplan.

18

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen die genoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (inmiddels vervangen voor het NOVI). De 14 nationale belangen in het Barro zijn: 1. Rijksvaarwegen 2. Mainportontwikkeling Rotterdam 3. Kustfundament 4. Grote rivieren 5. Waddenzee en waddengebied 6. Defensie 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen 8. Elektriciteitsvoorziening 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Natuurnetwerk Nederland 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het merendeel van de regels in het Barro legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

Doorwerking plangebied Het Barro bevat geen verplichtingen voor het plangebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor het bestemmingsplan.

(vastgesteld)

19

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking als lastig ervaren. Daarom is op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Deze luidt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd. Indien het om een woningbouwlocatie gaat, geldt het volgende uitgangspunt: Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.

Doorwerking plangebied De ontwikkeling van 84 woningen kan gedefinieerd worden als stedelijke ontwikkeling, de drempelwaarde wordt ruimschoots overschreden. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve noodzakelijk. Behoefte Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking moet eerste de behoefte aan de woningen worden onderbouwd. De behoefte aan woningbouw blijkt zowel uit het regionale als gemeentelijke beleid. De actuele regionale behoefte is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten, welke besproken worden in paragraaf 3.3.1 & 3.3.2. De woningenbehoefte in Brielle wordt in de Woonvisie 2017 - 2022 en de uitvoeringsagenda onderbouwd. De Woonvisie 2017 - 2022, vastgesteld op 4 oktober 2017, geeft richting aan de verdere invulling van een leefbare en duurzame woon- en leefomgeving. In deze woonvisie zijn de ambities beschreven voor het wonen in de gemeente tot 2022. In de woonvisie is vastgelegd dat er in de planperiode 2020-2025 behoefte is aan de toevoeging van ca. 520 woningen. Voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan het behalen van deze doelstelling. Het realiseren van nieuwe plancapaciteit is noodzakelijk om de doelstellingen te behalen, bestaande bestemmingsplannen van de gemeente voorzien niet in voldoende woningbouw.

De woningbouwontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt past daarmee binnen de bestaande behoefte van Brielle.

20

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Bestaand stedelijk gebied Op figuur 3.1 is het bestaand stedelijk gebied van de provincie Zuid-Holland weergegeven. Het plangebied ligt grotendeels binnen het bestaand stedelijk gebied, alleen de zuidzijde van het deelgebied Twee Getuigen valt net buiten het bestaand stedelijk gebied. Het overgrote deel van het plangebied valt binnen bestaand stedelijk gebied en voldoet daarmee zonder nadere onderbouwing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De zuidzijde valt officieel niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de provincie Zuid-Holland, een nadere onderbouwing is daarom noodzakelijk. Zoals op figuur 3.1 te zien wordt dit gedeelte aan de noord, oost en zuidzijde omgeven door bestaand stedelijk gebied, de realisatie van woningbouw hier is daarom voorstelbaar. Aanvullend is de locatie op de kwaliteitskaart, die in paragraaf 3.2.1 nader wordt beschreven, aangewezen als 'Stads- en dorpsrand'. Binnen de stads- en dorpsrand is de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu mogelijk. De woningbehoefte binnen Brielle is hoog, dat is niet allemaal binnen bestaand stedelijk gebied op korte termijn te realiseren. In vergelijking met andere (nog) landelijk gebieden van Brielle is onderhavige locatie niet schadelijk voor de ruimtelijke kwaliteit, mits een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu kan worden gerealiseerd.

Figuur 3.1 Bestaande stedelijk gebied provincie Zuid-Holland

(vastgesteld)

21

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is op 1 februari 2023 geactualiseerd vastgesteld door de provincie Zuid-Holland en is opgesteld in kader van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De provincie stelt in het document 'inleiding' dat onderdeel is van de Omgevingsvisie, de visie, ambities en opgaven voor de provincie. Het omvat 6 richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving:  Naar een klimaatbestendige delta;  Naar een nieuwe economie: the next level;  Naar een levendige meerkernige metropool;  Energievernieuwing;  Best bereikbare provincie;  Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.

De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt:  Landschap en cultuurhistorie;  Gezondheid en veiligheid;  Natuur en recreatie;  Ruimte en verstedelijking;  Wonen;  Bodem en ondergrond;  Cultuurparticipatie en bibliotheken;  Klimaatadaptie;  Zoetwater en drinkwater;  Bereikbaarheid;  Regionale economie;  Energievoorziening. Naast de inleiding zijn het 'Programma Ruimte' en de 'Kwaliteitskaart' onderdeel van de Omgevingsvisie. Het 'Programma Ruimte' bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het dan om locatie specifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. De kwaliteitskaart is weergeven in de 'bijlage ruimtelijke kwaliteit' waarin vier kaartlagen afzonderlijk zijn opgenomen en toegelicht. De kwaliteitskaart bevat de volgende lagen: 1. Laag van de ondergrond. Dit gaat over de grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; 2. Laag van de cultuur-en natuurlandschappen. Dit gaat over de laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut; 3. Laag van de stedelijke occupatie. Deze gaat over de steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; 4. Laag van de beleving. Dit gaat over identiteit en (recreatieve) beleving. Deze lagen hebben een relatie met elkaar.

De lagen bevatten richtpunten die de bestaande kenmerken en waarden beschrijven. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten deze kenmerken en waarden een rol spelen bij de overweging, de plaatsing en de vormgeving van het initiatief.

22

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Doorwerking planinitiatief De kwaliteitskaart is één van de belangrijkste onderdelen van het provinciale beleid om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Voor het plangebied zijn de volgende lagen en de daaraan verbonden doelstellingen relevant. Het plangebied is binnen de Laag van de beleving niet opgenomen, deze laag wordt daarom ook niet beschouwd.  Laag van de ondergrond - Rivierdeltacomplex Het volledige plangebied is binnen deze laag aangewezen als Rivierdeltacomplex. Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Doorwerking plangebied De ontwikkelingen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt vormen geen belemmeringen voor deze doelstellingen.  Laag van de cultuur- en natuurlandschappen - Zeekleipolderlandschap & Linten Het volledige plangebied is binnen deze laag aangewezen als Zeekleipolderlandschap. Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. Daarnaast is het herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwasen (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder belangrijk.

Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Doorwerking plangebied Het volledige buitengebied van Brielle valt binnen deze laag van de cultuur- en natuurlandschappen. Belangrijk is dat bebouwing zich blijft concentreren in de compacte kern, voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Het open landelijk gebied blijft gewaarborgd, daarmee blijven de waardevolle landschappelijke structuurdragers van Brielle behouden.  Laag van stedelijke occupatie - Stads- en dorpsrand & steden en dorpen De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen. Richtpunten zijn dat bebouwd gebied en landschap verbonden worden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen. Het doorlopende kavelpatroon is in dit specifieke geval van belang. Stad en ommeland blijven beide herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen.

Deze soort overgang is typisch voor dorpen of buitenwijken, waarbij de stedenbouwkundige opzet bijvoorbeeld geënt is op het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon Doorwerking plangebied Het plangebied ligt ingesloten tussen bestaand stedelijk gebied. Op deze locatie acht de provincie het acceptabel om een hoogwaardig woonmilieu te realiseren, voorliggend bestemmingsplan voorziet in deze doelstelling. Conclusie De ontwikkeling betreft de transformatie van grotendeels ongebruikte gronden naar een woningbouwlocatie binnen Brielle en past daarmee binnen de opgave Ruimte en Verstedelijking en Wonen van de 'Opgaven Omgevingskwaliteit' van de provincie. In bovenstaande motivatie is tevens aangetoond dat het plan passend is binnen de kwaliteitskaart van de provincie. Het plan zorgt voor een intensief en compact ruimtegebruik in Brielle, die vanwege de bestaande woningbehoefte onder druk staat. Het plan voorziet zowel in de noodzakelijk woningen als een correcte belangenafweging voor de realisatie van woningen buiten bestaand stedelijk gebied.

(vastgesteld)

23

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De Omgevingsverordening Zuid-Holland is op 1 februari 2023 geactualiseerd vastgesteld door de Provinciale Staten van Zuid-Holland. De omgevingsverordening vormt het juridische fundament van de Omgevingsvisie. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. Doorwerking planinitiatief Voor onderhavige ontwikkeling zijn de bepalingen rondom 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' in de omgevingsverordening relevant. Deze bepalingen zijn vastgelegd in artikelen 6.9 (Ruimtelijke Kwaliteit) en 6.10 (stedelijke ontwikkelingen). Onderstaand worden de relevante onderdelen van deze artikelen nader toegelicht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in paragraaf 3.1.3 reeds een ladderonderbouwing geschreven. artikel 6.9 (Ruimtelijke Kwaliteit)  Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de a. bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: d.

de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van)  duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt;  wegnemen van verharding  toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;  andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbeter Voorliggend bestemmingsplan voorziet deels in de ontwikkeling van woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De beoogde ontwikkeling past wel binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar voorziet in wijzigingen op structuurniveau. Daarmee is er sprake van 'aanpassen', waardoor het noodzakelijk is om bij de planuitwerking rekening te houden met de richtpunten van de kwaliteitskaart. In paragraaf 3.2.1 is reeds een toelichting gegeven op de kwaliteitskaart, het beoogde plan voldoet aan de gestelde richtpunten. De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als woonmilieu, de ontwikkeling past binnen deze bestaande gebiedsidentiteit, bovendien is de locatie deels aangewezen op de kwaliteitskaart voor de ontwikkeling van een hoogwaardig en geliefd woonmilieu. Daarmee kan worden voldaan aan de eisen en richtpunten van de kwaliteitskaart.

24

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos artikel 6.10 (stedelijke ontwikkelingen) 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;

b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruikt gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het tweede lid van Artikel 3.1.6. Bro bevat tevens een bepaling over ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied. Op basis van de provinciale beleid ligt het zuidelijk deel van Twee Getuigen net buiten bestaand stads - en dorpsgebied, maar wel deels binnen de aanduiding 'Stadsen dorpsrand' (Figuur 3.1). Binnen de aanduiding 'Stads - en dorpsrand' is er potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu. Voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan deze doelstelling. Bovendien wordt het zuidelijk deel in de bestaande situatie reeds omringd door bestaand stedelijk gebied.

Het ontwikkelen van deze locatie die bijdraagt aan het noodzakelijke woningbouwprogramma is daarom acceptabel en verantwoord. Voorliggend plan is opgenomen in de regionale planlijst en het woningbouwprogramma, waar de deelgebieden Kloosterbos en Twee Getuigen onderdeel van uitmaken, is door Gedeputeerde Staten aanvaard. Hiermee is de Laddertoets doorlopen. Onderhavige ontwikkeling is passend binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking waardoor de omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de gewenste ontwikkeling.

(vastgesteld)

25

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021 - 2040

Samenwerken aan een aantrekkelijke woningmarkt en een prettig woon- en leefklimaat met een plaats voor iedereen en de juiste woning op de juiste plaats. Dat beogen de veertien gemeenten in het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam met vaststelling van de Regionale Woonvisie Regio Rotterdam. De regionale woonvisie is een overkoepelende leidraad voor de gemeentelijke woonvisies. Belangrijke onderwerpen in de kwalitatieve woonvisie zijn het bouwen van de juiste woning op de juiste plaats en een kwalitatieve goede woningvoorraad in een hoogwaardig woonmilieu voor alle inwoners. Dit betekent ook inzet op trends in nieuwe woonvormen, zoals in paragraaf 3.3.2 specifiek voor voorliggend bestemmingsplan nader wordt toegelicht. Kwaliteit betekent niet alleen aandacht voor de aard, inhoud en vormgeving van de nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad, maar nadrukkelijk wordt ook ingezoomd op de aspecten duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie. Doorwerking plangebied De regionale woonvisie is vastgesteld om de kwalitatieve ambities van de woningbouwopgave richting te geven. De (voormalige) gemeente Brielle wordt (als onderdeel van de regio Voorne-Putten) aangeduid als gemeente met uitgesproken landelijke woonmilieus en kwalitatief hoogwaardige woonomgevingen.

De regio als geheel kent een grote woningbouwopgave, voorliggend bestemmingsplan voorziet voor een deel in deze behoefte. Het plangebied leent zich voor de realisatie van een hoogwaardige woonomgeving, kwaliteit en duurzaamheid zijn hierbij belangrijke doelstellingen. Naast de kwaliteit staat ook de betaalbaarheid en bereikbaarheid van woningen in de regio onder druk, voorliggend plan voorziet in de realisatie van 18 sociale huurwoningen. Het bestemmingsplan draagt daarmee bij aan het toevoegen van bereikbare woningen voor kwetsbare doelgroepen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggend bestemmingsplan en het onderliggende bouwplan passend is binnen de regionale woonvisie regio Rotterdam.

26

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 3.3.2

SWOT - Analyse gemeente Voorne

Vanaf 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne samengevoegd worden tot één gemeente, de gemeente Voorne aan Zee. Voorafgaand aan en ter voorbereiding op de samenvoeging is een SWOT - analyse opgesteld. In acht thematische hoofdstukken (demografie, economie, sociaal, technologie, veiligheid, ruimte/wonen, duurzaamheid en bestuur) zijn de belangrijkste trends en opgaven voor de steden en gemeenten beschreven. In de analyse zijn trends geschetst die op de steden en gemeenten afkomen en de vele opgaven en opties waar keuzes in gemaakt kunnen en moeten worden. Doorwerking plangebied Specifiek voor voorliggend bestemmingsplan is ingezoomd op de demografische ontwikkelingen en de daaraan gekoppelde woningbouwopgave. De kwaliteit van de woonomgeving is in toenemende mate bepalend voor de keuze van mensen en huishoudens voor hun woonplaats. De kwaliteit van een woonomgeving wordt bepaald door o.a. de nabijheid van voorzieningen, duurzaamheid, nabijheid van groen, natuur en water. Binnen het plangebied is zorgvuldig gekeken naar de ruimtelijke invulling en de hiermee gepaard gaande kwaliteit. Er wordt voorzien in zowel groen-, water als natuurvoorzieningen, daarmee wordt een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving nagestreefd. Het voorziene bouwplan past daarmee binnen de toekomstige eisen die mensen en huishoudens stellen aan hun woonomgeving.

Naar verwachting neemt het aantal huishoudens in de nieuwe gemeente Voorne aan Zee de komende drie decennia met circa 2.000 toe. Het type huishouden zal naar verwachting de komende 30 jaar niet veranderen binnen de gemeente, dit in tegenstelling tot vele andere gemeenten. De toename van eenpersoonshuishoudens is in buurtgemeenten bijvoorbeeld vele malen groter. In de SWOT analyse wordt gesteld dat er in de Metropoolregio Rotterdam - Den Haag de komende 20 jaar nog vele woningen bijgebouwd moeten worden. De gemeente Voorne aan Zee voorziet slechts voor een deel in deze behoefte, de woonregio staat redelijk op zichzelf. Kwaliteit is dan ook belangrijker dan kwantiteit, daar past voorliggend bestemmingsplan en het onderliggend bouwplan binnen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan passend is binnen de opgaven en ruimtelijke trends zoals geformuleerd in de SWOT - Analyse gemeente Voorne.

(vastgesteld)

27

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Brielle

Op 8 december 2009 is door de gemeenteraad van (de voormalige gemeente) Brielle de structuurvisie Brielle vastgesteld. In de structuurvisie zijn de ruimtelijke ontwikkelingen en het ruimtelijk beleid verankerd. Doelstelling van de structuurvisie is het bieden van een kader voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een ruimtelijke structuur die bijdraagt aan:  goed kunnen wonen en leven in de gemeente;  de cultuurhistorische identiteit van Brielle;  een bij het karakter van de gemeente passende economische ontwikkeling. De inhoud van de structuurvisie wordt vormgegeven aan de hand van 9 ambities. Van deze ambities is het onderwerp 'woningbouw' van belang voor de onderhavige ontwikkeling. Naast duurzame invulling van het woningbouwprogramma, zette de gemeente Brielle eveneens in op een gedifferentieerde en vraaggerichte woningbouw. De gemeente Voorne aan Zee zet deze beleidslijn door binnen voorliggend bestemmingsplan. Doorwerking plangebied Om te voorzien in de woningbehoefte zijn binnen (de voormalige gemeente) Brielle enkele woningbouwlocaties aangegeven. Het plangebied van dit bestemmingsplan is aangeduid als een van deze woningbouwlocaties. Zie figuur 3.2. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode cirkel.

Figuur 3.2 Uitsnede Structuurvisie voormalige gemeente Brielle woningbouwlocaties Aan weerszijden van De Rik ligt de ontwikkelingslocatie. Deze locatie is verdeeld in twee gebieden (ten noorden en zuiden van De Rik) en biedt plaats aan nieuwbouw van ongeveer 40 woningen (indicatief). Er zal een duidelijke afstemming tussen de beide randen langs De Rik moeten komen, waarbij een gepaste afstand tot de weg wenselijk is. In de structuurvisie zijn de volgende uitgangspunten per deelgebied opgesteld

28

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos Het Kloosterbos Dit gebied leent zich voor een eigentijdse woonbuurt die plaats biedt (afhankelijk van het woningbouwprogramma) aan grondgebonden woningen. Randvoorwaarden voor dit deel van de locatie zijn:  nieuwe verkaveling aansluiten op ruimtelijke opzet van de wijk Rugge;  inspelen op functie als entreezone;  groene uitstraling behouden;  afstand tot De Rik behouden door groene zone;  waterneutraal bouwen;  ontsluiting via Mgr. Smitstraat. Twee Getuigen Dit gebied kan een meer opzichzelfstaande eigentijdse woonbuurt worden met grondgebonden woningen. Randvoorwaarden voor dit deel van de locatie zijn:  inspelen op functie als entreezone;  behouden en inpassen van bestaande watergang in het ontwerp;  voorkomen van achterkantsituatie aan westrand van het landschap. De structuurvisie stamt uit 2009, de doelstelling in dit beleidsdocument zijn niet meer actueel. De maatschappelijke ontwikkelingen hebben enkele uitgangspunten inmiddels achterhaald. In de structuurvisie wordt indicatief over 40 woningen gesproken, dat is op basis van de huidige woningbehoefte niet voldoende. Het aantal woningen binnen het totale plangebied zal 84 bedragen, desondanks blijven de overige stedenbouwkundige uitgangspunten grotendeels gehandhaafd.

Voor de leefbaarheid van de wijken is het behoud van groen en water van belang, deze stedenbouwkundige uitgangspunten blijven ondanks de verdubbeling van het aantal woningen behouden. Deelgebied Twee Getuigen zal met name een functie krijgen als nette entree van het stedelijk gebied van Brielle, één van de belangrijkste redenen waarom woningbouw op deze locatie langs De Rik zo gewenst is. De afbeeldingen in paragraaf 2.2.1 geven een impressie van de toekomstige situatie langs De Rik.

(vastgesteld)

29

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 3.4.2

Woonvisie Brielle 2017 - 2022 en Uitvoeringsagenda

Brielle geeft invulling aan de centrale missie, zoals die geformuleerd is in de Structuurvisie, door in te zetten op een leefbare en duurzame woon- en leefomgeving. De Woonvisie 2017 - 2022, vastgesteld op 4 oktober 2017, volgt richting aan de verdere invulling van een leefbare en duurzame woon- en leefomgeving. Duurzame ontwikkeling van Brielle moet bijdragen aan een prettige leefomgeving waar mensen graag wonen, werken en recreëren. Er is de afgelopen jaren immers het nodige veranderd op de woningmarkt, mede onder invloed van de herziene Woningwet. In deze woonvisie zijn de beschreven de ambities voor het wonen in de gemeente tot 2022. Bij het opstellen van de Woonvisie is de Uitvoeringsagenda, die uitgaat van de toevoeging van ca. 520 woningen in de planperiode 2020-2025, het uitgangspunt geweest. De Woonvisie geeft dan ook vooral aan voor wie en wat er gebouwd moet gaan worden de komende jaren. Om tegemoet te komen aan de verhuis- en woonwensen van de huidige inwoners moet er in de wijken en kernen aandacht zijn voor woningdifferentiatie.

3.4.2.1 Woonwagenstandplaatsen gemeente Voorne aan Zee Met voorliggend bestemmingsplan worden twee bestaande woonwagenstandplaatsen omgezet naar een reguliere woonbestemming. Binnen de gemeente Voorne aan Zee zijn twee woonwagenstandplaatsen aanwezig in Hellevoetsluis. De gemeente Voorne aan Zee werkt ten tijde van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan aan nieuw beleid voor woonwagenstandplaatsen binnen de nieuw gevormde gemeente. Daarvoor wordt allereerst een nader behoeftenonderzoek uitgevoerd. Met dit onderzoek wordt het toekomstige beleid vormgegeven in een beknopte visie. Vervolgens wordt er een volledig nieuw woonwagen- en standsplaatsenbeleid opgesteld voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. In het nieuwe gemeentelijke beleid zal rekening gehouden moeten worden met de (inter)nationale wet- en regelgeving waar Nederland als geheel aan gebonden is. Doorwerking plangebied De realisatie van 84 woningen in een prettige woonomgeving met aantrekkelijke groenstructuren past binnen de speerpunten van de Woonvisie 2017-2022 van de (voormalige) gemeente Brielle. Naast het aantal woningen is binnen de woonvisie met name aandacht voor het type woning. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een variërend woonmilieu, zoals reeds in paragrafen 2.2.2 en 2.2.3 is toegelicht.

Het plan voorziet in de realisatie van sociale huurwoningen, rijwoningen, twee-onder-één-kap woningen en vrijstaande woningen. Het woningbouwprogramma sluit daarmee aan op alle doelgroepen, daarmee ontstaat een variërende woonwijk met veel verschillende lagen van de samenleving. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan past binnen de doelstelling van de woonvisie Brielle.

3.5

Conclusie

Het bestemmingsplan is grotendeels gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en is gericht op de ontwikkeling van woningen. In paragrafen 3.2.1 en 3.2.2 is toegelicht dat kan worden voldaan aan het provinciaal beleid en waarom de realisatie van enkele woningen buiten bestaand stedelijk gebied in het deelgebied Twee Getuigen passend is. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de beleidskaders van het rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Voorne aan Zee.

30

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Hoofdstuk 4 4.1

Archeologie

4.1.1

Wettelijk kader

Sectorale aspecten

Het nationale beleid voor archeologie is afkomstig uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd. Dit is gedaan in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007. Hiermee zijn een aantal wetten gewijzigd. Dit zijn onder andere de Monumentenwet (1988), de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de Wamz hebben gemeenten een zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is ook verwerkt in de Erfgoedwet sinds 1 juli 2016. In de toekomst zal de zorgplicht verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het archeologisch erfgoed in de bodem moet zoveel mogelijk behouden worden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Dit moet gedaan worden met archeologisch onderzoek. Het archeologisch belang moet vanaf het begin meewegen in de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen.

Beleidsplan Archeologie De (voormalige) gemeente Brielle heeft haar eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Dit beleid wordt overgenomen door de gemeente Voorne aan Zee. De gemeente heeft duidelijke uitgangspunten voor de omgang met haar bodemarchief vastgesteld. Bij de beleidsnota hoort ook een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Er zijn drie categorieën opgenomen voor de verwachtingswaarde. Per verwachtingswaarde gelden uitgangspunten voor nader onderzoek. Ter plaatse van het plangebied gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 4'. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' is archeologisch onderzoek in alle gevallen noodzakelijk. De 'Waarde - Archeologie 4' is alleen van toepassing op de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. De gemeente heeft de drempelwaarde voor archeologisch onderzoek vastgesteld op 250 m² met een maximaal toegestane verstoringsdiepte van 50 cm. De ontwikkelingen binnen het plangebied vinden plaats binnen beide archeologische waarden en overstijgen de drempelwaarde van 250 m2, archeologisch onderzoek is op basis van de vigerende archeologische dubbelbestemmingen noodzakelijk. De dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op de beleidsadvieskaart van de gemeente, weergegeven op onderstaande afbeelding.

(vastgesteld)

31

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos

Figuur 4.1. Archeologische beleidsadvieskaart

32

(vastgesteld)

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 4.1.2

Onderzoek

4.1.2.1 Deelgebied Kloosterbos Op de locatie zijn de volgende onderzoek uitgevoerd:  RAAP, 2005. Bureauonderzoek met veldtoets en een inventariserend veldonderzoek.  RAAP, 2010. Aanvullend Bureauonderzoek.  RAAP, 2017. Inventariserend veldonderzoek.  ArcheoPro, 2017. Geofysisch onderzoek met boringen.  Archol, 2019. Proefsleuvenonderzoek.  Archol, 2020. Aanvullend proefsleuvenonderzoek. Het onderzoek is ogenomen in bijlage 4. Samenvatting onderzoeken De noordwestelijk hoek valt binnen de contouren van het middeleeuwse Regulierenklooster dat hier tot in de late 16e eeuw heeft gestaan. De verwachte resten van het klooster zijn tijdens de onderzoeken aangetroffen en in kaart gebracht.

Figuur 4.2. Begrenzing van de vindplaats Regulierenklooster (bron: Archol) Plan van aanpak De resten van het Regulierenklooster worden niet verstoord door bouwwerkzaamheden, de zone wordt ingericht als parkeerterrein. Waar nodig wordt de locatie iets opgehoogd om de aanwezige archeologische waarden te beschermen. De archeologische waarden zullen middels de dubbelbescherming 'Waarde Archeologie 1' beschermd blijven in voorliggend bestemmingsplan. Op basis van het selectiebesluit van de gemeente Voorne aan Zee is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' ter plaatse van het deelgebied Kloosterbos verwijderd.

(vastgesteld)

33

Bestemmingsplan Twee Getuigen-Kloosterbos 4.1.2.2 Deelgebied Twee Getuigen Op de locatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd:  RAAP, 2005.Bureauonderzoek met veldtoets en een inventariserend veldonderzoek.  RAAP, 2010. Aanvullend Bureauonderzoek.  Archol, 2013. Proefsleuvenonderzoek. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 3 Gelet op het feit dat in de tussenliggende tijd geen bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden in het plangebied kan worden gesteld dat de resultaten van dit onderzoek ook toepasbaar zijn voor onderhavig bestemmingsplan. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn in de verwachtingszones van middeleeuwse bebouwing uit het vooronderzoek archeologische resten gevonden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Het gaat hierbij voornamelijk om bakstenen muren en funderingen. De locatie van het Huis van de Twee Getuigen in het noordoosten van het plangebied is slechts in de randzone aangesneden, ter hoogte van het slooppuin (naar aanleiding van de sanering) van de recente oostelijke aanbouw. Hier zijn geen archeologische resten meer gevonden. Onduidelijk is of er op de rest van deze locatie nog resten van de 16e-eeuwse voorganger in de ondergrond zijn bewaard. Mogelijk zijn ook daar alle resten bij de sloop en sanering van de bodem volledig opgeruimd. Wel is direct ten zuiden van de locatie nog een aantal afvalkuilen uit ca. 1375-1450 aangetroffen.

De aangetroffen muurwerken en fundamenten in het midden van het plangebied behoren onder andere tot het Sint Andriesklooster dat mogelijk in 1403 gesticht werd. Langs De Rik in het noorden zijn fundamenten aangesneden die mogelijk een vroegere bewoningsfase vertegenwoordigen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek was dit niet met zekerheid vast te stellen. De vindplaats kan informatie verschaffen over het kloosterleven, eetgewoontes, economie en landbouw. Het goed geconserveerde botmateriaal is hier bij uitstek geschikt voor. Ook analyses van het aardewerk kunnen hieraan bijdragen. Het steenmateriaal kan een goede indruk van de bouwwijze en het uiterlijk van het klooster en de bijgebouwen geven. De (centrale) ruimten tussen de (verwachte) zones met middeleeuwse bebouwing zijn niet onderzocht tijdens het proefsleuvenonderzoek. Deze zijn in het PvE namelijk op grond van de verwachtingen uit het vooronderzoek reeds als zones (met een lage verwachting) buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek resulteert in de volgende waardering van het plangebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080094/2