CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Twe Getuigen Toelichting Bijlage 4 Een aanvullend waarderend proefsleuvenonderzoek

Commissie Ruimte 14 september 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Twee Getuigen - Kloosterbos.6.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

H. Cornelisse, T. Beck & A.J. Tol

523

Archol Rapport 523 Het Regulierenklooster bij Brielle-deelgebied 1 Een aanvullend waarderend proefsleuvenonderzoek (IVO-p)

Projectleiding:

A.J. Tol

Auteur(s):

H. Cornelisse, T. Beck & A.J. Tol

Met bijdragen van:

D. Stiller

Tekstredactie

A.J. Tol

Beeldmateriaal:

S. Shek

Opmaak:

A.J. Allen

Druk:

Haveka, Alblasserdam

Datum: Versie: Status:

21-03-2023 1.2 definitief

Autorisatie:

A.J. Tol

Handtekening

ISSN 1569-2396

© Archol, Leiden 2018 Einsteinweg 2 2333 CC Leiden info@archol.nl Tel. 071 527 33 13

Colofon .............................................................................................................................................................................. 1 Inhoud ............................................................................................................................................................................... 2 Samenvatting .................................................................................................................................................................... 3 1 Inleiding ................................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................................................................................ 4 1.2 Onderzoeksgebied .......................................................................................................................................... 4 1.3 Onderzoeksopzet en organisatie ..................................................................................................................... 5 2 Doel- en vraagstellingen ...........................................................................................................................................

8 2.1 Doelstelling ..................................................................................................................................................... 8 2.2 Vraagstellingen ............................................................................................................................................... 8 3 Onderzoekskader ..................................................................................................................................................... 9 3.1 Bewoningsgeschiedenis................................................................................................................................... 9 3.2 Vooronderzoek .............................................................................................................................................. 12 4 Opzet proefsleuvenonderzoek ................................................................................................................................ 14 5 Resultaten .............................................................................................................................................................. 15 5.1 Sporen...........................................................................................................................................................

15 5.2 Vondsten ....................................................................................................................................................... 16 5.3 Discussie ........................................................................................................................................................17 6 Synthese ................................................................................................................................................................ 20 6.1 Conclusie ....................................................................................................................................................... 20 6.2 Advies ........................................................................................................................................................... 20 6.3 Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................................................ 22 Literatuur ........................................................................................................................................................................ 24 Lijst van figuren ...............................................................................................................................................................

25 Lijst van tabellen .............................................................................................................................................................. 25 Bijlage I Determinatielijst aardewerk .................................................................................................................................. 1

2

Ten noorden van de Rik, oostelijk van de Bedevaartskerk, zal ABB nieuwbouw realiseren. Dit vormt Deelgebied 1 van het plangebied Twee Getuigen, waarvan Deelgebied 2 zuidelijker ligt. Behalve woningen zullen er een ontsluitingsweg en een watergang aangelegd worden. De noordwestelijke hoek van Deelgebied 1 valt binnen de contouren van het middeleeuwse Regulierenklooster dat hier tot in de late 16e eeuw heeft gestaan. Tijdens eerdere vooronderzoeken zijn in het noordwesten de verwachte resten van het klooster aangetroffen. Deze bleken goed geconserveerd en behoudenswaardig. Om ze beter in te kunnen passen, en om te kunnen bepalen of er niet toch delen opgegraven moeten worden, is het nodig de vindplaatsgrenzen scherper in kaart te brengen. Aan de oostzijde is de sloot, die het kloosterterrein oorspronkelijk begrensde, namelijk nog niet goed in beeld, waardoor nog niet duidelijk is of het hier geplande bouwblok de kloosterresten zal raken. Daarom is hier door Archol op 20 april 2020 een aanvullend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is de ligging van de oostelijke en zuidelijke grenssloot van het terrein van het Regulierenklooster vastgesteld.

De ligging van de sloten komt niet alleen overeen met de reconstructietekening van het kloosterterrein uit 1619, ook het feit dat alleen ten westen en noorden van de sloten uitbraaksleuven en een laag met puin van het klooster aanwezig zijn en daarbuiten het plangebied archeologisch vrijwel “leeg” is, pleit voor een interpretatie als begrenzingen. De slingerende sloot spoor 1 is na de afbraak van het klooster aangelegd, vermoedelijk in de 17e of 18e eeuw. Op basis van het proefsleuvenonderzoek van 2018 is de vindplaats van het Regulierenklooster als behoudenswaardig gewaardeerd (zie Cornelisse 2019). De resultaten van onderhavig onderzoek geven geen aanleiding om van deze waardering af te wijken. Wel is met het onderhavige onderzoek de begrenzing van de vindplaats scherper vastgesteld. Wij adviseren om de vindplaats binnen de nieuw vastgestelde grenzen in-situ te behouden. Behoud in situ is mogelijk door inpassing van de behoudenswaardige zone, bijvoorbeeld als groenstroken, binnen de bouwplannen. Tevens is behoud in situ mogelijk door een archeologievriendelijke wijze van bouwen binnen dergelijke zones: bijvoorbeeld de bouw op (bovengrondse) ophogingspakketten die de archeologische resten beschermen of op een fundering van heipalen met een beperkte verstoring van deze resten.

Een kanttekening bij deze laatste optie is dat de vele bouwresten in de ondergrond een belemmering voor de heiwerkzaamheden kunnen vormen. Wanneer in situ behoud niet tot de mogelijkheden behoort, dient de vindplaats Regulierenklooster ex situ behouden te worden. Het deel van het plangebied buiten de vindplaats kan op basis van het proefsleuvenonderzoek worden vrijgegeven. In het huidige ontwerp wordt de beboudenswaardige vindplaats grotendeels in situ behouden door de projectie van een parkeerterrein en groenstroken ter plaatse van de kloosterresten en de zuidelijke grenssloot (Figuur 6-2). Ter plaatse van de oostelijke sloot is een weg met nutsvoorzieningen voorzien, waardoor hier de archeologische waarden niet volledig in situ behouden kan blijven. Voor deze zone wordt een opgraving variant archeologische begeleiding geadviseerd.

3

Ten noorden van de Rik, oostelijk van de Bedevaartskerk, zal ABB nieuwbouw realiseren. Dit vormt Deelgebied 1 van het plangebied Twee Getuigen, waarvan Deelgebied 2 zuidelijker ligt. Behalve woningen zullen er een ontsluitingsweg en een watergang aangelegd worden. De noordwestelijke hoek van Deelgebied 1 valt binnen de contouren van het middeleeuwse Regulierenklooster dat hier tot in de late 16e eeuw heeft gestaan. Om te voorkomen dat door de nieuwbouwplannen waardevolle archeologische resten van dit klooster verloren gaan, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Inmiddels is er daarom opvolgend bureau en booronderzoek1, geofysisch onderzoek2 en een proefsleuvenonderzoek3 uitgevoerd. Hierbij zijn in het noordwesten de verwachte resten van het klooster aangetroffen. Deze bleken goed geconserveerd en behoudenswaardig. Om ze beter in te kunnen passen, en om te kunnen bepalen of er niet toch delen opgegraven moeten worden, is het nodig de vindplaatsgrenzen scherper in kaart te brengen. Aan de oostzijde is de sloot, die het kloosterterrein oorspronkelijk begrensde, namelijk nog niet goed in beeld, waardoor nog niet duidelijk is of het hier geplande bouwblok de kloosterresten zal raken. Daarom is hier door Archol op 20 april 2020 een aanvullend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.

Het plangebied Twee getuigen – deelgebied 1 bevindt zich tussen De Rik en de Monseigneur Smitstraat aan de zuidwestelijke rand van de bebouwde kom van Brielle (zie Figuur 1.1 & Figuur 1-2). Het onderzoeksgebied betreft het noordelijke en noordwestelijke deel van het plangebied (omvang circa 2000 m²; Figuur 1.2 & Figuur 1-3).

Figuur 1-1 Ligging onderzoeksgebied.

1

Rietkerk 2010; Coppens 2017. Exaltus & Orbons 2017. 3 Cornelisse 2019. 2

4

Al sinds 1961 kent Nederland een monumentenwet. In 1988 werd deze wet vervangen door de Monumentenwet 1988, die op zijn beurt per 1 juli 2016 is komen te vervallen en een deels is overgegaan naar de Erfgoedwet. Deze wet regelt de omgang met het archeologisch erfgoed. Iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem wordt verstoord kan door de overheid verplicht worden een rapport te overleggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist: het archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of in het plangebied waardevolle vindplaatsen voorkomen. Inmiddels zijn verschillende opeenvolgende stappen in het vooronderzoek uitgevoerd: booronderzoek , geofysisch onderzoek en een proefsleuvenonderzoek. Deze hebben geresulteerd in de vaststelling dat in het noorden en noordwesten van het plangebied een behoudsenswaardige vindplaats met resten van het klooster aanwezig zijn. De omvang van de vindplaats is slechts globaal in beeld gekomen. Om de vindplaats beter in te kunnen passen, en om te kunnen bepalen of er niet toch delen opgegraven moeten worden, is het nodig de grenzen ervan scherper in kaart te brengen en daarmee het vooronderzoek af te ronden.

Het hier gepresenteerde onderzoek betreft deze afrondende fase van het vooronderzoek en bestaat uit een waarderend proefsleuvenonderzoek. Na afronding van dit onderzoek dient de overheid, op basis van het advies van Archol bv, een besluit te nemen over de begrenzing van de vastgestelde behoudenswaardige vindplaats.

Figuur 1-2 Het plangebied (rode stippellijn), met daarbinnen het deel dat volgens het weerstandsonderzoek binnen het vroegere kloosterterrein valt (paars gearceerd). Links hiervan de Bedevaartskerk. (Bron: Exaltus & Orbons 2017).

5

Figuur 1-3. Het plangebied met in het noorden en noordwesten in rood het onderzoeksgebied, i.e. de maximale omvang van de kloostertuin met gracht. (Bron: Cornelisse 2019).

6

Soort onderzoek: Projectnaam: Archolprojectcode: Archis-zaaknummer:

Waarderend proefsleuvenonderzoek (IVO-p) Brielle Twee Getuigen, deelgebied 1 BTW1976 4808471100

Opdrachtgever: Directievoering: Bevoegd gezag:

ABB Ontwikkeling B.V., Mevr. E.G.M. van Zummeren Crevasse Advies, drs. D. Bente. Gemeente Brielle, mevr. A. van Oers

Uitvoerder: Periode van uitvoering veldwerk: Rapport gereed: Versie Goedkeuring bevoegd gezag

Archeologisch Onderzoek Leiden bv 20-4-2020 21 maart 2023 1.2 (definitief) Ja

Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Coördinaten gebied:

Zuid-Holland Brielle Brielle De Twee Getuigen deelgebied 1 70.153 / 434.761 70.153 / 434.916 70.284 / 434.916 70.284 / 434.761 Ca. 2000 m2 Grasland (sportveld), met daaromheen borders met bomen en struikgewas

Oppervlakte onderzoeksgebied: Huidig grondgebruik:

Beheer en plaats van documentatie en vondsten: Tabel 1.1 Administratieve gegevens.

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Provincie Zuid-Holland

7

Doel van het onderzoek is het nader begrenzen van het kloostervindplaats. Dat de resten behoudenswaardig zijn, is al vastgesteld.

Onderstaande vragen richten zich met name op de begrenzing van het oorspronkelijke kloosterterrein en op de aard, omvang en betekenis van de daar aanwezige archeologische sporen. Vragen over de begrenzing van kloosterterrein: 1. Hoe loopt grenssloot uit Archol-onderzoek naar het noorden? 2. Welke verschillen in aard, aantal en omvang van de sporen zijn waar te nemen ten oosten en ten westen van deze grenssloot? 3. Welke resten zijn aan het klooster toe te wijzen en welke behoren daar niet toe? 4. Komt dit overeen met de resultaten van het vooronderzoek, met name van het historisch-kartografisch en geofysisch onderzoek? 5. Zijn er bepaalde functies aan de gebouwresten toe te wijzen? Zijn er bijv. aanwijzingen voor een eetzaal of keuken? 6. Zijn er binnen kloosterterrein functieverschillen waarneembaar, zoals moes- of kruidentuin of zones met ambachtelijke dan wel agrarische activiteiten? 7. In hoeverre stemmen de sporen overeen met de door Archol waargenomen sporen en structuren van het klooster en de waardestelling van deze resten? 8. In welke mate is de bodem geërodeerd of verstoord? 9. Welke resultaten en vondsten lenen zich er voor om beleefbaar gemaakt te worden? Licht dit toe. 10.Zijn er vondsten aangetroffen die tentoonstellingswaardig zijn? Zo ja, licht toe.

8

Het plangebied is gelegen in een getijdegebied, direct achter de jonge duinen van het eiland Voorne, waar al in de ijzertijd en Romeinse tijd bewoning mogelijk was. In de laat-romeinse tijd en de vroege middeleeuwen was het gebied ontvolkt, maar vanaf de volle middeleeuwen kon door bedijking en ontwatering het gebied weer in gebruik genomen worden. Er ontstonden in en om het latere Brielle meerdere kleine woonkernen, zoals Maarland, Briel en Rugge. Dit laatste gehucht, waarvan het plangebied deel uitmaakt, groeide al vroeg uit tot één van de centrale plaatsen op Voorne. Zo was de hier in de 12e eeuw gestichte Sint Nicolaaskerk, ter plaatse van de huidige Bedevaartskerk, de moederkerk voor een groot deel van de latere kerken op het eiland. Hoewel Rugge de oude kern vormde, groeide het naastgelegen Brielle uit tot hoofdplaats van het eiland. Delen van Maarland en het oude Brielle groeiden aan elkaar vast en vormde een stad, terwijl het dorpje Rugge steeds verder ontvolkt raakte.4 Op de oudst bekende afbeelding van het dorp, de kaart van Brielle van Jacob van Deventer rond 1560, is te zien dat Rugge niet meer voorstelde dan een kerk met wat lintbebouwing (zie Figuur 3.1). Wat opvalt zijn de twee kloosters, die aan weerszijde van het dorpje waren gelegen. Beide kloosters waren daar in het begin van de 15 e eeuw gesticht; in het zuiden het St.

Andriesklooster (Susteren clooster) en in het noorden, achter de parochiekerk, het Regulierenklooster (Rugghe Regulares).5 Het terrein van dit laatste klooster, dat op de kaart van Van Deventer ommuurd of omgracht is, bevindt zich deels in het plangebied.

Figuur 3-1 Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Van Deventer (ca.1560). Links de parochierkerk van Rugge; in het noordwesten het ommuurde terrein van het Regulierenklooster. Ten zuiden van de parochiekerk het Sint Agnies Nonnenklooster. (bron: Exaltus & Orbons 2017). Het klooster is in 1403 gesticht door Hugo van Heenvliet. Het klooster werd bevolkt door reguliere kanunniken en lekenbroeders. Hoeveel het er waren is niet bekend. Uit een bron uit 1534 is bekend dat er toen 16 kanunniken en twintig lekenbroeders woonden. De voornaamste bezigheid van de kanunniken was het dagelijks zingen van de getijden. De lekenbroeders waren actief in de landbouw. Over de precieze activiteiten van het klooster is evenwel niets bekend.6

4

Klok, J. 1980, Brielle, stad in de landen van Voorne. Alphen aan den Rijn: Repro-Holland. Gouw, J.L van der , 1986, De regulieren van Rugge, Alphen aan den Rijn, 8-9. 6 Van der Gouw, 59-66. 5

9

Voor de bouw van het klooster werd het oude kerkhof van de parochiekerk in gebruik genomen. Dit zou een omgracht terrein zijn geweest, mogelijk zelfs met muur. Uit de bewaard gebleven archiefbronnen is bekend wat voor gebouwen er op het kloosterterrein hebben gestaan. Naast een kloosterkerk stond er op het terrein een refter (eetzaal), mogelijk zelfs twee: een voor de monniken en een voor de lekenbroeders, met daartussen een keuken. Boven de refter bevond zich het dormitorium (slaapzaal), met aparte cellen voor de monniken. Daarnaast stond er een kapittelhuis, waar (onder andere) werd vergaderd. Naast het kloostergebouw stond er een ‘bouwhuis’, met schuren en kelders voor het opslaan van landbouwopbrengsten en victualiën. De kloosterkerk werd in de loop van de 15e eeuw vergroot en voorzien van een kloostergang. Tenslotte liet de zoon van de stichter een huis bouwen bij het klooster, aan de zuidkant van de kerk, wat na zijn overlijden aan het klooster zou toekomen.7 Op een tekening uit 1619 is het klooster in detail weergegeven, waarop een vierkant terrein is te zien, omzoomd door bomen, waarvan de zuidoostelijke hoek binnen het plangebied ligt (zie Figuur 3.2). De bebouwing zou zich aan de oostzijde van het kloosterterrein geconcentreerd hebben. Te zien is een langwerpig gebouw met de refter en de keuken. Daarachter bevindt zich de kloosterkerk, een vijver en een schuur.

De betrouwbaarheid van deze tekening is echter discutabel aangezien het klooster destijds al met de grond gelijk was gemaakt en afwijkt van de afbeelding van Jacob van Deventer.

Figuur 3-2 Reconstructietekening van het Regulierenklooster uit 1619 met in rood het plangebied (Bron: PvE). Het klooster werd, net als de parochiekerk en het St. Andriesklooster ten zuiden daarvan, in 1572 door de Geuzen verwoest na de inname van Brielle. Het klooster was toen al verlaten, maar in de turfschuur van het klooster werden toen 19 gegijzelde geestelijken uit Gorinchem opgehangen, bekend als de "Martelaren van Gorkum". Deze zouden ook op het terrein begraven zijn. In 1615 werden de resten door enkele katholieken in het geheim opgegraven en overgebracht naar enkele kerken in de Zuidelijke Nederlanden. Omdat de verering van de martelaren steeds belangrijker werd besloot de Katholieke kerk in 1618 een officieel onderzoek in te stellen naar de exacte locatie van de turfschuur en de begraafplaat van de martelaren. Dit onderzoek, op basis van getuigenverslagen, resulteerde in de hiervoor genoemde reconstructietekening. Na de emancipatie van de katholieke kerk in Nederland werd de locatie een bedevaartsoord. In 1880 werd een houten kapel ingewijd op de plaats van de vroegere parochiekerk. De bouw hiervan werd in 1877 voorafgegaan door opgravingen, met als doel de skeletten van de martelaren te vinden.

Bij die gelegenheid werden resten van het Regulierenklooster opgegraven en in kaart gebracht (zie Figuur 3.6).8 Op de tekening is te zien dat er naast de vermoedelijke locatie van de turfschuur

7 8

Van der Gouw, 37-38. Van der Gouw, 90-93.

10

muurwerk was blootgelegd met een noord-zuid / oost-west oriëntatie, dit betreft een deel van de zuidvleugel van het kloostergebouw (het bouwhuis?). Het toenmalige opgravingsterrein was direct naast het plangebied gelegen. In 1931 is de houten kapel vervangen door de huidige bedevaartkerk. Het huidige plangebied is daarentegen altijd onbebouwd gebleven.

Figuur 3-3 Kopie van de kaart uit 1877 met de blootgelegde funderingen van het Regulierenklooster ter plaatse van de huidige Bedevaartskerk (Bron: Van der Gouw 1986).

11

Figuur 3-4. Plangebied en omgeving met de opgravingsplattegrond uit 1877 en de proefsleuven uit 2019.

In het kader van de planontwikkeling zijn reeds verschillende vooronderzoeken uitgevoerd. Op basis van historische bronnen bestond er een hoge verwachting voor resten van het Regulierenklooster in het noordwesten van het plangebied. 9 De grondboringen en het geofysisch onderzoek hebben deze verwachting bevestigd. Specifiek uit de weerstands- en magnetometingen blijkt dat binnen de noordwesthoek van het terrein onnatuurlijke anomalieën van meetwaarden aanwezig zijn. Vergelijking met historische kaartgegevens laat zien dat dit deel van het terrein oorspronkelijk ten noorden van een sloot lag die het kloosterterrein lijkt te hebben omsloten (zie figuur 5). Het toetsend booronderzoek toont aan dat aan de noord- en westzijde van de sloot onmiskenbare resten van oude bakstenen muren en uitbraaksleuven dicht onder het maaiveld aanwezig zijn.10 Tijdens het proefsleuvenonderzoek van 2018 zijn inderdaad in het noordwesten resten gevonden van het Regulierenklooster (Figuur 3-4). De aanwezige resten betreffen muurwerk van meerdere gebouwen, die in goede staat net onder de bouwvoor bewaard zijn gebleven. De ligging en oriëntatie van het muurwerk sluit goed aan op die van de resten die in 1877 zijn opgegraven. Het lijkt te gaan om muurwerk uit de 15e eeuw met een uitbreiding uit de 16e eeuw. Naast muurwerk zijn er een straatje en enkele kuilen aangetroffen.

Een van de kuilen bevatte een grote hoeveelheid bot. Het meeste vondstmateriaal bestond uit aardewerk en is afkomstig uit het puin boven de kloostermuren. Het dateert van na het muurwerk (na de 15e/16e eeuw). Een uitzondering daarop is de vondst van een vloertegel die uit 1556 dateert. Het geheel wordt omsloten door een muur en een gracht. Het precieze verloop van de muur en gracht – tezamen de begrenzing van het kloosterterrein - is in oostelijke richting niet exact in beeld gekomen. Op basis van de afwezigheid van archeologische resten in putten 2 en 3 moeten muur en gracht ten westen van put 3 en ten noorden van put 2 hebben gelegen. In Figuur 1-3 is deze (maximale) begrenzing van de vindplaats met resten van het Regulierenklooster aangegeven.11

9

Rietkerk 2010. Exaltus & Orbons 2017 11 Cornelisse 2019. 10

12

Figuur 3-5. Resultaten en advies geofysisch onderzoek (Bron: Exaltus & Orbons 2017).

13

Het onderzoek is er op gericht om de oostelijke begrenzing van het kloosterterrein in kaart te brengen. Met het voorafgaande onderzoek viel dit niet voldoende scherp te begrenzen. Daarom is er een gericht aanvullende proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Er is in eerste instantie een oost-west georiënteerde sleuf (circa 25x4 m) gegraven die aan de westzijde enkele meters ingekort moest worden vanwege de aanwezigheid van een kabel-tracé (Figuur 5-1 Overzicht van de proefsleuven (putten 1 -3) en de aangetroffen grondsporen (sp. 1-8).Figuur 5-1: put 1). Deze proefsleuf had als doel het opsporen van de verwachte grenssloot aan de oostzijde van het vroegere kloosterterrein. Toen onder de sloot een tweede sloot aanwezig bleek, is met twee smalle sleuven het verloop van beide sloten en de relatie met de sloten in het zuiden van proefsleuf 2 van 2019 vastgesteld (putten 2 en 3). Het vlak bevondt zich bij alle drie de sleuven op ongeveer 0,5 m -Mv. Na het aanleggen van de sleuven is het vlak met sporen met een DGPS ingemeten (x, y, z). De kuil- en uitbraaksporen zijn gecoupeerd en beschreven. Ook de sloten zijn (machinaal) gecoupeerd. Door de hoge vochtigheid van de bodem stortten de slootprofielen in de putten 2 en 3 zo snel in dat zij niet gefotografeerd en getekend konden worden. De coupe over de sporen 1 en 6 in put 6 stortte ook snel in, maar is nog wel gefotografeerd.

De aangetroffen vondsten zijn verzameld (totaal 59 stuks aardewerk); er zijn geen monsters genomen.

14

Het vlak in de proefsleuven is op circa 0,5 – 0,7 m -Mv aangelegd, in de top van de natuurlijke afzettingen. Deze natuurlijke afzettingen werden afgedekt door een bouwvoor, en in putten 2 en 3 en het westen van put 1 (ter hoogte van spoor 1) tevens door een maximaal 0,4 m dikke puinlaag. Dit puin is vermoedelijk afkomstig van de gesloopte resten van de kloostergebouwen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in het vlak acht grondsporen aangetroffen. Naast een verstoring (spoor 3) gaat het om delen van sloten (sporen 1, 6, 7 en 8), twee mogelijke uitbraaksleuven (sporen 2 en 5) en een kuil (spoor 4).

Figuur 5-1 Overzicht van de proefsleuven (putten 1 -3) en de aangetroffen grondsporen (sp. 1-8). Slootspoor 1 is aangetroffen in putten 1 en 3. De sloot heeft in het vlak een breedte van 3 tot 4 m, loopt in een flauwe bocht naar het oosten en sluit in het westen aan op slootspoor 1 uit het onderzoek van 2019. In het westen van put 1 is het spoor 15

langs het zuidprofiel gecoupeerd. Daar bleek de sloot circa 1,3 m diep te zijn en opgevuld met puin met op de bodem een bruine humeuze laag. De puinvulling bevatte stukken plastic wat wijst op een recente opvulling van de sloot. Tijdens het proefsleuvenonderzoek was reeds vastgesteld dat spoor 1 spoor 8 oversnijdt. Tijdens het couperen van slootspoor 1 bleek deze te zijn ingegraven in een oudere sloot (spoor 6) die ook in put 2 aanwezig is (spoor 7) en een noordwest-zuidoost oriëntatie heeft. In het zuidprofiel van put 1 is te zien dat spoor 6 een puinrijke opvulling heeft (laag 1) met op de bodem een humeuze laag. Aan de oostelijke flank bevond zich in vullaag 1 een meer schoon kleipakket. De sloot (sporen 6 en 7) heeft in het vlak een breedte van circa 2,5 m en een diepte vanaf het maaiveld van bijna 3 m. In put 3 is sloot 8 aangetroffen die aansluit op spoor 8 uit het onderzoek van 2019. Deze sloot is 4 m breed; de diepte kon niet vastgesteld worden. In put 1 is ten westen van de sloot 1 een deel van spoor 2 aangesneden, dat gevuld was met mortelresten en puin. Waarschijnlijk gaat het om een uitbraaksleuf. Het nabijgelegen spoor 3 is een restant van de puinlaag die in het westen van put 1 onder de bouwvoor aanwezig is. Ten oosten van de sloot 1 is de bodemopbouw vrij schoon en ontbreekt de puinlaag.

Hier bevinden zich een circa 15 cm diepe kuil met een schone vulling (spoor 4) en een smal, 60 cm diep spoor met wat kleinere baksteenfragmenten en mortel. Mogelijk gaat het om een uitbraaksleufje, maar waarschijnlijker is dat het een greppel betreft.

Figuur 5-2 Zuidprofiel in het westen van put 1. Van boven naar benden de bouwvoor (BV), puinlaag, menglaag, sloot S1 met bovenin de vulling puinresten en onderin een humeuze band en sloot S6 met bovenin een vulling met puinfragmenten (S6-1) en onderin een humeuze laag (S6-2). XX betreft een bodemverstoring.

Daniël Stiller In totaal zijn 59 vondsten verzameld, 58 stuks aardewerk en 1 fragment dakpan. De aardewerkfragmenten zijn afkomstig van steengoed (22 stuks, o.m. geproduceerd in Siegburg en Langerwehe) en roodbakkend aardewerk (36 stuks). Voor de determinatiegegevens per vondstnummer, zie bijlage 1. In Tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de aanwijzingen uit het aardewerkonderzoek voor de ouderdom van slootsporen 7 en 8. 16

Baksel steengoed 1 (steengoed zonder glazuur/engobe) steengoed 2 (steengoed met glazuur/engobe) Roodbakkend Datering spoorvulling (globaal)

spoor 7 1 1 2 1400-1450

spoor 8 0 20 34 1400-1600

Tabel 5.1. Overzicht van de ouderdom van de sloten 7 en 8.

Figuur 5-3 Overzicht van resultaten van de onderzoeken van 1877, 2018 en 2020 en het gereconstrueerde verloop van de grenssloten (sporen 6-8) en slootspoor 1.

Uit de historische bronnen weten we dat het Regulierenklooster in 1403 is gesticht en in 1572 door de Geuzen met de grond is gelijkgemaakt. Het proefsleuvenonderzoek van 2019 laat zien dat muurwerk aanwezig is uit de 15e eeuw met een uitbreiding uit de 16e eeuw. Een vloertegel met het jaartal 1556 is mogelijk een aanwijzing voor het tijdstip waarop de verbouwing of nieuwbouw is uitgevoerd. De vulling van sloten 6,7 en 8 bestaat uit puin vermengd met 15e – 16e -eeuwse vondsten. Gezien deze samenstelling hangt de slootvulling samen met de verwoesting van de het klooster. Dit betekent dat de sloten tijdens of kort na de gebruiksfase van het kloosterterrein zijn aangelegd en met sloopafval zijn opgevuld geraakt. Een datering gelijktijdig met het kloosterterrein is het meest aannemelijk, aangezien de ligging van de slootdelen goed overeenkomt met de reconstructietekening van het Regulierenklooster uit 1619 (zie figuur 2.3). Slootdelen 6 en 7 zouden dan delen van de oostelijke grenssloot van het kloosterterrein vertegenwoordigen.12 Deze sloot loopt op de reconstructietekening in zuidelijke richting door tot aan De Rik. Bij slootsporen 6 en 7 lijkt dit ook het geval te zijn. In het verlengde van beide

12

Het verloop van spoor 6 in noordelijke richting is niet goed in beeld gekomen, maar het is waarschijnlijk dat de sloot in deze richting verder doorloopt. In het vlak was spoor 1 te zien als baan die door basis van de puinlaag heen sneed. Tijdens het couperen van sloot 1 kwam sloot 6 eronder “tevoorschijn”. Buiten de coupe over sloot 1 “maskeerde” de (nazak van de) basis van de puinlaag in de bodem het verdere verloop van sloot 6. Door drassige ondergrond en instorten van de coupe kon het verloop niet meer exact vastgesteld worden. In het geofysisch plaatje (figuur 5.12) lijkt het doorlopen van sloot 6 wel zichtbaar.

17

slootdelen is in put 1 van het proefsleuvenonderzoek van 2018 ook een stuk sloot aangetroffen (Figuur 5-3). Slootspoor 8 komt overeen met de zuidelijke grenssloot van het kloosterterrein. Het kruispunt tussen sloot 8 en de oostelijke sloot (sporen 6 en 7) is tijdens het proefsleuvenonderzoek niet in beeld gekomen. De resultaten van het geofysisch onderzoek lijken erop te wijzen dat de sloot ter hoogte van het gereconstrueerde verloop van de oostelijke sloot eindigt en op die locatie het zuidoostelijke hoekpunt van het kloosterterrein vormt (Figuur 5-4). Wat opvalt bij bovenstaande interpretatie van beide sloten is hun afwijkende oriëntatie. Waar sloot 8 eenzelfde oriëntatie heeft als de kloostergebouwen, komt de oriëntatie van slootdelen 6 en 7 meer overeen met die van de latere percelering. De ouderdom van de sloten en de gelijkenis met reconstructietekening uit 1619 maken een interpretatie als begrenzingen van het kloosterterrein echter het meest aannemelijk. Er zijn nog twee andere argumenten die voor deze interpretatie pleiten. Allereerst manifesteert de puinlaag zich vrijwel uitsluitend in de bodem ten westen en noorden van de genoemde sloten. Daarnaast zijn de eenduidige muurresten en uitbraaksleuven ook alleen maar ten westen en noorden van de sloten aangetroffen. Daarbuiten is het terrein archeologisch gezien vrijwel “leeg”.

Een mogelijke verklaring voor de afwijkende oriëntatie van oostelijke sloot (sporen 6 en 7) is dat dit een 12e/13e -eeuwse ontginningssloot betreft die bij de inrichting van het gebied tot klooster bij de afbakening van het kloosterterrein is getrokken. Slootspoor 1 is , getuige de oversnijdingen, later aangelegd dan de hierboven behandelde 15 e en/of 16e eeuwse sloten. Het plastic dat her in der in de vulling van deze sloot is aangetroffen suggereert een recente ouderdom ervan. Het historisch kaartmateriaal maakt echter duidelijk dat de sloot minimaal enkele eeuwen oud is. De karakteristieke slinger die de sloot maakt is reeds op vroeg 19e eeuwse kaarten te herkennen (Figuur 5-5). Een 18e of misschien zelfs 17e eeuwse ouderdom van de sloot is daarmee waarschijnlijk. Deze datering maakt het niet aannemelijk dat slootspoor 1 gegraven is toen het terrein nog als klooster functioneerde. De “slinger” in het verloop van de sloot, die globaal bij de zuidoosthoek van het kloosterterrein ligt, maakt het wel aannemelijk dat bij het graven ervan rekening is gehouden van nog aanwezige resten van het kloosterterrein, zoals half dichtgeslibde oude sloten en dergelijke.

Figuur 5-4 De resultaten van het magnetometeronderzoek (linker afbeelding). Links in het midden is slootspoor 8 als donkere baan te zien (in rechter afbeelding met blauwe lijnen gemarkeerd). Direct erboven loopt de “slinger” van slootspoor 1 met links ernaast een donkere baan van muurresten. Verder noordelijk is de aanzet van slootspoor 6 te zien (in rechter afbeelding met blauwe lijnen gemarkeerd). Zichtbaar is dat spoor 8 in het oosten eindigt ter plaatse van het gereconstrueerde verloop van spoor 6/7. (Bron: Exaltus & Orbons 2017).

18

Figuur 5-5 proefsleuven 2018 en 2020 geprojecteerd op het minuutplan van 1811. Duidelijk te zien is dat slootspoor 1 en de slingerende sloot op het minuutplaan dezelfde zijn.

19

Tijdens het proefsleuvenonderzoek is de ligging van de oostelijke en zuidelijke grenssloot van het terrein van het Regulierenklooster vastgesteld. De ligging van de sloten komt niet alleen overeen met de reconstructietekening van het kloosterterrein uit 1619, ook het feit dat alleen ten westen en noorden van de sloten uitbraaksleuven en een laag met puin van het klooster aanwezig zijn en daarbuiten het plangebied archeologisch vrijwel “leeg” is, pleit voor een interpretatie als begrenzingen. De slingerende sloot spoor 1 is na de afbraak van het klooster aangelegd, vermoedelijk in de 17e of 18e eeuw.

Op basis van het proefsleuvenonderzoek van 2018 is de vindplaats van het Regulierenklooster als behoudenswaardig gewaardeerd (zie Cornelisse 2019). De resultaten van onderhavig onderzoek geven geen aanleiding om van deze waardering af te wijken. Wel is met het onderhavige onderzoek de begrenzing van de vindplaats scherper vastgesteld. Wij adviseren om de vindplaats binnen de nieuw vastgestelde grenzen in-situ te behouden (Figuur 6-1). Behoud in situ is mogelijk door inpassing van behoudenswaardige zone, bijvoorbeeld als groenstroken, binnen de bouwplannen. Tevens is behoud in situ mogelijk door een archeologievriendelijke wijze van bouwen binnen dergelijke zones: bijvoorbeeld de bouw op (bovengrondse) ophogingspakketten die de archeologische resten beschermen of op een fundering van heipalen met een beperkte verstoring van deze resten. Een kanttekening bij deze laatste optie is dat de vele bouwresten in de ondergrond een belemmering voor de heiwerkzaamheden kunnen vormen. Wanneer in situ behoud niet tot de mogelijkheden behoort, dient de vindplaats Regulierenklooster ex situ behouden te worden. Het deel van het plangebied buiten de vindplaats kan op basis van het proefsleuvenonderzoek worden vrijgegeven.

In het huidige ontwerp wordt de beboudenswaardige vindplaats grotendeels in situ behouden door de projectie van een parkeerterrein en groenstroken ter plaatse van de kloosterresten en de zuidelijke grenssloot (Figuur 6-2). Ter plaatse van de oostelijke sloot is een weg met nutsvoorzieningen voorzien, waardoor hier de archeologische waarden niet volledig in situ behouden kan blijven. Voor deze zone wordt een opgraving variant archeologische begeleiding geadviseerd.

20

Figuur 6-1 Advieskaart. In rood de voorgestelde nieuwe begrenzing van de vindplaats Regulierenklooster binnen het plangebied.

21

Figuur 6-2. Ontwerp deelgebied 1.

1. Hoe loopt grenssloot uit Archol-onderzoek naar het noorden? De grenssloot aan de oostzijde loopt verder naar het westen dan aanvankelijk gedacht. De zuidelijke grenssloot loopt zoals tijdens het onderzoek van 2018 is vastgesteld. 2. Welke verschillen in aard, aantal en omvang van de sporen zijn waar te nemen ten oosten en ten westen van deze grenssloot? Ten westen en noorden van de grenssloot bevinden zich een puinlaag, uitbraaksleuven en funderingsresten samenhangend met de kloostergebouwen. Ten oosten van de sloten is het plangebied archeologisch vrijwel “leeg”. 3. Welke resten zijn aan het klooster toe te wijzen en welke behoren daar niet toe? De slootsporen 6, 7 en 8 kunnen op grond van het aangetroffen vondstmateriaal en de reconstructietekening ui 1619 in de 15e en/of 16e eeuw worden geplaatst waardoor zij gelijktijdig zijn met gebruik van het terrein als klooster en hieraan kunnen worden toegewezen. Ook de uitbraaksleuf spoor 2 houdt waarschijnlijk verband met het klooster, hoewel dit soor geen daterend materiaal heeft opgeleverd. Slootspoor 1 dateert vermoedelijk uit de 17e of 18e eeuw en is van na de afbraak van het klooster. De sporen 4 en 5 (kuil, greppel?) zijn ongedateerd waardoor de relatie met het klooster onzeker is. 4.

Komt dit overeen met de resultaten van het vooronderzoek, met name van het historisch-kartografisch en geofysisch onderzoek? De resultaten zijn in lijn met het historisch-kartografisch en geofysisch onderzoek 5. Zijn er bepaalde functies aan de gebouwresten toe te wijzen? Zijn er bijv. aanwijzingen voor een eetzaal of keuken? Het onderzoek heeft hier geen informatie over opgeleverd. 6. Zijn er binnen kloosterterrein functieverschillen waarneembaar, zoals moes- of kruidentuin of zones met ambachtelijke dan wel agrarische activiteiten? 22

Het onderzoek heeft hier geen informatie over opgeleverd. 7. In hoeverre stemmen de sporen overeen met de door Archol waargenomen sporen en structuren van het klooster en de waardestelling van deze resten? De grens van de vindplaats is scherper in beeld gekomen en in westelijke richting worden bijgesteld. Het huidige onderzoek geeft geen aanleiding om de fysieke en inhoudelijke waardestelling van de vindplaats aan te passen. 8. In welke mate is de bodem geërodeerd of verstoord? De bodem is niet of nauwelijks verstoord. Dit blijkt uit de aanwezigheid van een puinlaag die de resten van het klooster afdekt. 9. Welke resultaten en vondsten lenen zich er voor om beleefbaar gemaakt te worden? Licht dit toe. Er zijn geen presentabele vondsten aangetroffen. Het verloop van de sloten 6,7 en 8 zou als markante grens van het kloosterterrein in de nieuwe inrichting van het plangebied geaccentueerd kunnne worden. 10.Zijn er vondsten aangetroffen die tentoonstellingswaardig zijn? Zo ja, licht toe. Er zijn geen presentabele vondsten aangetroffen.

23

Coppens, C.F.H., 2017. Plangebied Twee Getuigen, deelgebied 1, in Brielle, Gemeente Brielle. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende en deels karterende fase). RAAP-Notitie 6015. Weesp: RAAP Archeologisch Adviesbureau. Cornelisse, H. 2019. Het Regulierenklooster bij Brielle. Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-p). Leiden, Archol BV (Archol Rapport 440). Don, P., 1992: Voorne-Putten, De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst. De Provincie Zuid-Holland, Zwolle. Dubelaar, C.W., 2002. Natuursteen in Nederland. Info. Restauratie en Beheer, Rijksdienst voor de Monumentenzorg 28. Exaltus, R. & J. Orbons, 2017. Twee Getuigen, Brielle, Gemeente Brielle. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Geofysisch onderzoek met controleboringen. ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 17083. Eijsden: ArcheoPro. Gouw, J.L van der, 1986, De regulieren van Rugge, Alphen aan den Rijn. Habermehl, K.-H., 1975. Die Altersbestimmung bei Haus- und Labortieren: 2., vollständig neubearbeitete Auflage. Berlin: Verlag Paul Parey. Habermehl, K.-H., 1985. Altersbestimmung bei Wild- und Peltztieren. Möglichkeiten und Methoden: Ein praktischer Leitfaden für Jäger, Biologen und Tierärzte. 2., vollständig neubearbeitete Auflage. Berlin: Verlag Paul Parey. Halstead, P., 1985. A Study of Mandibular Teeth from Romano-British Contexts at Maxey.

In: F. Pryor, C. French, D. Crowther, D. Gurney, G. Simpson and M. Taylor (eds), The Fenland Project, No. 1: Archaeology and Environment in the Lower Welland Valley, Volume 1, Cambridge: Cambridgeshire Archaeological Committee, 1219-24 (= East Anglian Archaeology 27). Janse, H. 1986. Leien op Monumenten. Bosch & Keuning, Baarn / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist. Kars, E., 2000, Natuursteen. In, J.W.M. Oudhof, J. Dijkstra & A.A.A. Verhoeven, Archeologie in de Betuweroute. “Huis Malburg” van spoor tot spoor. Een middeleeuwse nederzetting in Kerk-Avezaath. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 81, 145-159. Kars, E., 2001, Natuursteen. In, A.A.A. Verhoeven & O. Brinkkemper, Archeologie in de Betuweroute. Twaalf eeuwen bewoning langs de Linge bij De Kamer in Kerk-Avezaath. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 85, 341-362. Klok, J. 1980, Brielle, stad in de landen van Voorne. Alphen aan den Rijn Grant, A., 1982. The use of tooth wear as a guide to the age of domestic ungulates. In B. Wilson, C. Grigson and S. Payne (eds), Ageing and Sexing Animal Bones from Archaeological Sites, Oxford: Archaeopress, 223-250. Lauwerier, R.C.G.M., 1997. Laboratorium protocol archeozoölogie – ROB. Amersfoort: Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Payne, S., 1973. Kill-off Patterns in Sheep and Goats: The Mandibles of Aşvan Kale. In: D.

French (ed), Aşvan 1968-1972: An Interim Report, London: The British Institute of Archaeology at Ankara, 281-303 (= Anatolian Studies 23).

24

Figuur 1.1 Ligging onderzoeksgebied. Figuur 1.2 Het plangebied (rode stippellijn), met daarbinnen het deel dat volgens het weerstandsonderzoek binnen het vroegere kloosterterrein valt (paars gearceerd). Links hiervan de Bedevaartskerk. (Bron: Exaltus & Orbons 2017). Figuur 1.3. Het plangebied met in het noorden en noordwesten in rood het onderzoeksgebied, i.e. de maximale omvang van de kloostertuin met gracht. (Bron: Cornelisse 2019). Figuur 3.1 Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Van Deventer (ca.1560). Links de parochierkerk van Rugge; in het noordwesten het ommuurde terrein van het Regulierenklooster. Ten zuiden van de parochiekerk het Sint Agnies Nonnenklooster. (bron: Exaltus & Orbons 2017). Figuur 3.2 Reconstructietekening van het Regulierenklooster uit 1619 met in rood het plangebied (Bron: PvE). Figuur 3.3 Kopie van de kaart uit 1877 met de blootgelegde funderingen van het Regulierenklooster ter plaatse van de huidige Bedevaartskerk (Bron: Van der Gouw 1986). Figuur 3.4. Plangebied en omgeving met de opgravingsplattegrond uit 1877 en de proefsleuven uit 2019. Figuur 3.5. Resultaten en advies geofysisch onderzoek (Bron: Exaltus & Orbons 2017). Figuur 5.1 Overzicht van de proefsleuven (putten 1 -3) en de aangetroffen grondsporen (sp. 1-8). Figuur 5.2 Zuidprofiel in het westen van put 1.

Van boven naar benden de bouwvoor (BV), puinlaag, menglaag, sloot S1 met bovenin de vulling puinresten en onderin een humeuze band en sloot S6 met bovenin een vulling met puinfragmenten (S6-1) en onderin een humeuze laag (S6-2). XX betreft een bodemverstoring. Figuur 5.3 Overzicht van resultaten van de onderzoeken van 1877, 2018 en 2020 en het gereconstrueerde verloop van de grenssloten (sporen 6-8) en slootspoor 1. Figuur 5.4 De resultaten van het magnetometeronderzoek (linker afbeelding). Links in het midden is slootspoor 8 als donkere baan te zien (in rechter afbeelding met blauwe lijnen gemarkeerd). Direct erboven loopt de “slinger” van slootspoor 1 met links ernaast een donkere baan van muurresten. Verder noordelijk is de aanzet van slootspoor 6 te zien (in rechter afbeelding met blauwe lijnen gemarkeerd). Zichtbaar is dat spoor 8 in het oosten eindigt ter plaatse van het gereconstrueerde verloop van spoor 6/7. (Bron: Exaltus & Orbons 2017). Figuur 5.5 proefsleuven 2018 en 2020 geprojecteerd op het minuutplan van 1811. Duidelijk te zien is dat slootspoor 1 en de slingerende sloot op het minuutplaan dezelfde zijn. Figuur 6.1 Advieskaart. In rood de voorgestelde nieuwe begrenzing van de vindplaats Regulierenklooster binnen het plangebied. Figuur 6.2. Ontwerp deelgebied 1.

Tabel 1.1 Administratieve gegevens. Tabel 5.1. Overzicht van de ouderdom van de sloten 7 en 8.

25

V_nr

volg_nr

put spoor

soort

1

1

2

7 s1

tre

1

2

2

7 s2

kan

ijzerengobe

1

3

2

7 r

kom

1

4

2

7 r

2

1

3

8 s2

kan

2

2

3

8 s2

2

3

3

8 r

3

1

3

8 r

4

1

3

8 r

4

2

3

8 r

4

3

3

8 rood

5

1

3

8 s2

5

2

3

8 s2

object

additieven

buitenzijde

decoratie motief draairillen buik, gevlamd, draairillen, groef bij aanzet groef hals bruin/paars oppervlak

6 loodglazuur

binnenzijde

ribbels op rand

worstoor horizontaal

loodglazuur

spaarzaam

worstoor vertikaal

dubbelzijdig

gewelfde/geknepen standring

kan

zoutglazuur zoutglazuur, ijzerengobe

pis

loodglazuur

dru

1 loodglazuur

dubbelzijdig spaarzaam: rand

pot

type opp.behand.

locatie

7

dubbelzijdig

decoratie techniek

panthervel-achtig

ziel, worstoor vertikaal standvoet

vingerindrukken

buitenzijde

ribbel

ribbel bij hals

buitenzijde

draairillen

dubbelzijdig

loodglazuur

dubbelzijdig

zoutglazuur zoutglazuur, 1 ijzerengobe

gewelfde standring

gewelfde/geknepen standring

worstoor, band met vingerindrukken onder hals

loodglazuur

geknepen standring

standring, schenktuit

dakpan

kan

V_nr volg_nr put spoor totaal gewicht datering vroeg

datering laat

Productieplaats

1

1

2

7

1

284

1400

1450 Siegburg

1

2

2

7

1

238

1300

1500 Langerwehe

1

3

2

7

1

354

1400

1500

1

4

2

7

1

101

1250

1450

2

1

3

8

11

126

1400

1500

2

2

3

8

1

154

1400

1500

2

3

3

8

5

360

1400

1500

lintoor vertikaal, geknepen standring

3

1

3

8

1

213

1375

1550

4

1

3

8

23

1999

1500

1700

4

2

3

8

5

160

1400

1700

4

3

3

8

1

36

5

1

3

8

1

13

1300

1600

5

2

3

8

15

759

1375

1450 Langerwehe

V_nr

volg_nr

put spoor

opmerkingen Literatuur trechterbeker met klein potlichaam en conische trechter, geen oor. Profiel net compleet. Diameter opening 6cm, hoogte 16 cm, Ostkamp 2009, cat 22 in Velde, Ostkamp, Veldman en Wyns 2009, 7 diameter bodem 6,3, maxdiameter buit 7 cm. ADC rapport 1000 waarschijnlijk Langerwehe, baksel eerder grijsbruin dan 7 grijs/donkergrijs echter Waarschijnlijk een r-kom-6. Oranje baksel, kraagrand met 7 ribben. Max. diameter 32 cm. H?, diameter bodem?

1

1

2

1

2

2

1

3

2

1

4

2

2

1

3

2

2

3

2

3

3

3

1

3

8 mogelijk panthervel achtig motief. buitenzijde, binnenzijde goed gelazuurd in i.i.g. onderste helft. 8 Glazuur mogelijk niet dekkend bovenste helft. max diameter 8 cm, diameter rand 6, hoogte 12,5 cm. Relatief 8 slanke drinktuit met uitgebogen rand, rand loodgelgazuurd

4

1

3

8 grote pot met schenklib

4

2

3

8 diverse fragmenten

4

3

3

5

1

3

5

2

3

8 plavuis, dakpan? lichtgrijs baksel, zeer dunne glazuurlaag, lelijk afgewerkt/slechte 8 kwaliteit diameter voet9 cm, max diameter (buik) 12 cm, diameter 8 rand/hals 5 cm, hoogte 26 cm. O.a. Verduin 2019 (Zie ds systeem)

7 oranje rood baksel, rand geglazuurd, nogelijk een grape redelijk geod geglazuurd, lichtgrijs baksel mogelijk Siegburg, 8 Vroeg Raeren ook niet uitgesloten

2

Griffioen 2015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080076/2