Beleidsplan bestuurlijke integriteit OUD
Tekst van het document
Beleidsplan bestuurlijke integriteit
Inhoudsopgave 1
Beleidsplan bestuurlijke integriteit...............................................................................1 Inleiding
4
1.1 Waarom een beleidsplan bestuurlijke integriteit?....................................................4 1.2 Inhoudelijk kader...................................................................................................4 1.3 Doel integriteitsbeleid............................................................................................6 1.4 Leeswijzer..............................................................................................................6 Wettelijke kaders.........................................................................................................8 2.1 Gemeentewet.........................................................................................................8 2.2 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur...........................................................9 2.3 Gedragscode openbaar bestuur..............................................................................9 2.4 Wetsvoorstel Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche.......................................................................................................9 2.5 Strafrecht bestuurlijke integriteit.........................................................................10 Goed bestuur en integriteit........................................................................................11 3.1 Goed
bestuur.......................................................................................................11 3.2 Integriteit............................................................................................................11 3.3 Integriteit is persoonlijk en situationeel................................................................12 3.4 Ondermijning.......................................................................................................12 Kernwaarden.............................................................................................................13 Integriteitsinstrumenten............................................................................................14 Monitoren en evalueren.............................................................................................18 Communicatie............................................................................................................19 7.1 Interne communicatie...........................................................................................19 7.2 Externe communicatie..........................................................................................19 Rollen en verantwoordelijkheden................................................................................20 Bijlage 1.
Nadere uitwerking wettelijke kaders............................................................23 1.
B..1 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur...................................23
2.
B.1.2. Gedragscode openbaar bestuur....................................................24
3.
B.1.3. Een betrouwbaar en professioneler openbaar bestuur. Een vertaling van de zeven beginselen van de Gedragscode openbaar bestuur............25
Hoofdstuk 1
Inleiding
3 2
Hoofdstuk 2
Wettelijke kaders
6
Hoofdstuk 3
Goed bestuur en integriteit
9
Hoofdstuk 4
Kernwaarden
11
Hoofdstuk 5
Integriteitsinstrumenten
12
Hoofdstuk 6
Monitoren en evalueren
16
Hoofdstuk 7
Communicatie
17
Hoofdstuk 8
Rollen en verantwoordelijkheden
18
Bijlage 1.
Nadere uitwerking hoofdstuk 2
21
3
HOOFDSTUK 1
Inleiding Integriteit krijgt alleen vorm in de praktijk, elke dag weer. Ook als niemand kijkt. Dit vraagt veel van politieke ambtsdragers.1 Zij staan namelijk dichtbij de inwoners en zij vormen het gezicht van de gemeente. Wet- en regelgeving en gedragscodes bevorderen het integer handelen van bestuurders2 en volksvertegenwoordigers, maar zij zijn zelf ook verantwoordelijk voor het agenderen, bewaken en borgen van de bestuurlijke integriteit. Dat is niet altijd even makkelijk. De praktijk van alledag is vaak weerbarstig en ingewikkeld en de keuzes die worden gemaakt zijn zelden zwart-wit. Het doel van het onderhavig beleidsplan is om de politieke ambtsdragers te ondersteunen bij het bevorderen van de bestuurlijke integriteit en de aandacht voor het onderwerp en het integriteitsbewustzijn bij hen te vergroten.
1.1
Waarom een beleidsplan bestuurlijke integriteit?
Sinds 1 januari 2023 is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee van start gegaan. Het is een ambtelijke en bestuurlijke gefuseerde gemeente bestaande uit de voormalige gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. Dit betekent dat er gezamenlijk aan nieuw beleid gewerkt moet worden waaronder het opstellen en uitvoeren van het onderhavig beleidsplan bestuurlijke integriteit. Met dit document geeft de gemeente Voorne aan Zee daar invulling aan. In dit document is de meerjarige ambitie, visie en doelen vastgelegd, gericht op het bevorderen van de ontwikkeling, implementatie en monitoring van het bestuurlijke integriteitsbeleid en ontwikkeling van het integriteitsbewustzijn. Het beleidsplan biedt:
Inzicht in wat onder integriteit en goed bestuur wordt verstaan;
Een visie op integriteit en de specifiek hieraan te verbinden kernwaarden;
Inzicht in de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden;
Een vaststelling van de instrumenten die worden ingezet om de doelen te bereiken;
Inzicht in de wijze van monitoren en evalueren;
En inzicht in de wijze van extern communiceren.
Dit beleidsplan is echter geen garantie voor goed bestuur. Besturen is mensenwerk. Maar een college en raad die actief aan de slag gaan met onderhavig beleidsplan laten zien waar zij voor staan en dat zij willen werken aan hun eigen functioneren. Onderhavig beleidsplan dient vastgesteld te worden door de raad en te worden geïmplementeerd en uitgevoerd door het college en de raad.
1.2
Inhoudelijk kader
De inrichting van een beleidsplan bestuurlijke integriteit is nergens voorgeschreven, maar een goed plan voorziet wel in een aantal essentiële onderdelen. In deze paragraaf wordt aan de hand van onderstaand model de opbouw en inhoud van dit plan omschreven.
1 2
Met politiek ambtsdragers worden zowel de burgemeester, de wethouders als de raadsleden bedoeld. Met bestuurders worden de burgemeester en wethouders bedoeld.
4
Afbeelding 1. Bouwstenen voor effectief beleid op het gebied van integriteit.
Visie. Aan de orde komt onder meer wat goed bestuur en integriteit is en wat dat voor de gemeente Voorne aan Zee betekent, welke kernwaarden richting geven aan deze begrippen, wat het doel is van het beleidsplan bestuurlijke integriteit en welke resultaten behaald dienen te worden en waar het beleidsplan wel - en eventueel niet - over gaat. Regels en procedures. Regels gaan over wat wel en niet kan. Regels zijn gebaseerd op de Gemeentewet. Gemeenten hebben de vrijheid om verder te gaan dan wat de Gemeentewet stelt. Op sommige onderdelen is namelijk duidelijkheid gewenst. Denk hierbij aan de omgang met persoonlijke belangen, draaideurconstructies, het omgaan met nevenfuncties of (on)gewenst gedrag. Hierbij gaat het om de invulling van de gedragscode integriteit. Ook procedures zijn van groot belang. We onderscheiden twee soorten procedures. De eerste soort procedures heeft betrekking op het maken van een afweging in het grijze gebied. 3 Er dient een kenbare procedure te zijn om een besluit of handeling van voldoende legitimiteit te kunnen voorzien. Een risicoanalyse integriteit in het kader van de benoeming van een collegelid, maar ook voor raadsleden4 gaat doorgaans in op deze grijze gebieden. De tweede soort procedures heeft betrekking op situaties waarin integriteit in het gedrang komt.
Heldere en kenbare procedures voor het melden van een vermoeden van een integriteitsschending, misstand of ongewenst gedrag zijn daarin cruciaal. Daarbij hoort ook dat vooraf afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop met een melding wordt omgegaan, hoe het onderzoeksproces eruitziet en hoe vervolgens met de resultaten wordt omgegaan. Borging. Integriteit verdwijnt gemakkelijk weer naar de achtergrond. Borging is daarom van belang en bestaat uit het beleggen van de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de bestuurlijke integriteit. Een onderdeel is ook het afleggen van verantwoording. Er dient daarnaast een proces te zijn van monitoring en evaluatie zodat de uitvoering van het beleidsplan een cyclisch proces is. Leren. Regels en procedures zijn niet genoeg. Zij moeten tot leven komen en tot bewustwording leiden. Proactieve inzet op integriteit bestaat uit continu leren en ontwikkelen, gericht op onder meer het vermogen tot een goede afweging te komen in het grijze gebied. Soms is leren en ontwikkelen gericht op het vergaren van kennis, maar veel vaker op het oefenen met normvinding inzake concrete casuïstiek. Integriteit is daarmee een competentie die continu moet worden ontwikkeld om tot gelegitimeerde keuzes te komen.
3
Met het ‘grijze gebied’ wordt bedoeld dat er in een situatie geen duidelijke regels zijn. Wat in de ene situatie als integer wordt gezien, is dat in een andere context juist niet. Dit zorgt ervoor dat er zgn. grijze gebieden ontstaan in wat toelaatbaar is. 4 Als in het beleidsplan wordt gesproken van ‘raadsleden’, kan ook ‘raadscommissieleden’ worden gelezen.
5
1.3
Doel integriteitsbeleid
Het doel van het bestuurlijke integriteitsbeleid is het voorkomen en zo nodig beheersen van mogelijke - integriteitsrisico’s. Hiervoor is met name het vergroten van de bewustwording van het bestaan van integriteitsrisico’s in en rondom het bestuurlijke werk van essentieel belang. Het scheppen en vastleggen van een duidelijke en richtinggevende visie en bijbehorende kernwaarden voor integer handelen zijn belangrijke randvoorwaarden. Maar bovenal is het doel dat politieke ambtsdragers integer, zuiver handelen en weerbaar zijn tegen mogelijke integriteitsschendingen. De resultaten van het beleidsplan zijn:
Het is voor college- en raadsleden helder wat integer handelen betekent voor de gemeente Voorne aan Zee;
Alle college- en raadsleden voelen zich veilig om twijfels of vragen op het gebied van integriteit te bespreken;
Het is voor college- en raadsleden duidelijk bij wie zijn terecht kunnen met vragen en of dilemma’s op het gebied van integriteit;
Het college en de raad geven het goede voorbeeld, maken dilemma’s bespreekbaar en investeren actief op bewustwording en regelgeving over integriteit en het integer functioneren van het bestuur;
Het vertrouwen van de college- en raadsleden in elkaar en het vertrouwen van de inwoners en bedrijven in de gemeente Voorne aan Zee wordt versterkt.
1.4
Leeswijzer
Dit beleidsplan is een levend document dat regelmatig - samen met de politiek ambtsdragers uit de praktijk - zal worden geactualiseerd. Dit is de eerste versie van het beleidsplan dat tot stand is gekomen dankzij een klankbord- en stuurgroep die bestaan uit betrokken ambtenaren, raads- en raadscommissieleden en de burgemeester, maar is ook opgesteld in afstemming met de rest van het college en raad. Hoofdstuk 2. Dit hoofdstuk beschrijft de relevante wet- en regelgeving voor bestuurlijke integriteit. Hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk wordt een visie gegeven op wat wordt verstaan onder integriteit en goed bestuur. Dit vormt het onderliggende gedachtegoed waarop de rest van het integriteitsbeleid en beleidsplan is gebaseerd, maar ook voor de wijze waarop het college en raad willen functioneren. Hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk wordt de visie op integriteit en goed bestuur vertaald naar concrete en richtinggevende kernwaarden. Hoofdstuk 5. Dit hoofdstuk beschrijft de functionarissen die zijn betrokken en of vanuit hun functie verantwoordelijkheid hebben
voor
het
ontwikkelen,
implementeren
en
of
monitoren
van
het
bestuurlijke
integriteitsbeleid. Daarbij is een beschrijving van de rollen, taken en bevoegdheden gegeven. Hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk worden de instrumenten beschreven die worden ingezet om preventief met bestuurlijke integriteit bezig te zijn, maar ook om het thema bestuurlijke integriteit levend te houden. Hoofdstuk 7. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de monitoring en evaluatie van het bestuurlijke integriteitsbeleid wordt vormgegeven en wie daarvoor verantwoordelijk is. Hoofdstuk 8. Tenslotte wordt ingegaan op de wijze waarop in- en extern gecommuniceerd wordt over - hoe gewerkt wordt aan - bestuurlijke integriteit. Uitvoeringsplan De uitvoering van de visie op integriteit en goed bestuur is een kwestie van langere termijn. Het beleidsplan beslaat daarom meerdere jaren. Het ligt voor de hand om, op basis van het plan, ook een meer gedetailleerd uitvoeringsplan te ontwikkelen. Het uitvoeringsplan is de (meer)jaarlijkse doorvertaling van het beleidsplan en beschrijft de concreet te ondernemen activiteiten wie daarvoor verantwoordelijk is. Het uitvoeringsplan wordt in principe iedere raadsperiode opnieuw
6
opgesteld. Er kunnen zich onvoorziene ontwikkelingen voordoen waarop een passend antwoord gevonden moet worden. Het uitvoeringsplan maakt dergelijke flexibiliteit mogelijk.
7
HOOFDSTUK 2
Wettelijke kaders Dit hoofdstuk omschrijft de relevante wet- en regelgeving voor bestuurlijke integriteit. Het is vooral wet- en regelgeving die het optreden van de decentrale overheid reguleert, zoals de Gemeentewet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (hierna: Abbb). De waarden die vervolgens aan deze wet- en regelgeving ten grondslag liggen, worden in het onderhavig beleidsplan, maar ook in de gedragscodes expliciet gemaakt. Het zijn de gezamenlijke waarden op basis waarvan het bestuur van de gemeente Voorne aan Zee functioneert.
2.1
Gemeentewet
De meeste regels voor bestuurlijke integriteit zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Hieronder een opsomming van de meest relevante regels met een korte toelichting en een verwijzing naar het betreffende artikel. De vertaling van deze regels zijn ook terug te vinden in de gedragscodes.
De burgemeester is op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit (artikel 170, lid 2 van de Gemeentewet).
De gemeenteraad is op grond van de Gemeentewet verplicht tot vaststellen van gedragscodes voor zijn leden, voor de wethouders en voor de burgemeester (artikel 15, lid 2 van de Gemeentewet).
Raadsleden zijn op grond van de Gemeentewet verplicht nevenfuncties openbaar te maken (artikel 12 van de Gemeentewet).
Raadsleden mogen bepaalde functies als lid van de raad niet tevens uitoefenen (artikel 13 van de Gemeentewet). Idem voor wethouders. Wethouders mogen bepaalde functies als collegelid niet tevens uitoefenen (artikel 36b van de Gemeentewet). Op overtreding staat de sanctie van ontslag (artikel 46 van de Gemeentewet, artikel 47 van de Gemeentewet).
Raadsleden mogen bepaalde handelingen als lid van de raad niet uitvoeren (artikel 15 van de Gemeentewet). Idem voor bestuurders (artikel 41c, lid 1 van de Gemeentewet, artikel 69, lid 1 van de Gemeentewet).
Bestuurders zijn op grond van de Gemeentewet verplicht nevenfuncties en inkomsten hieruit melden (artikel 41b van de Gemeentewet, artikel 67 van de Gemeentewet).
Raadsleden en bestuurders zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om de eed of belofte af te leggen voordat zij in functie treden (artikel 14 van de Gemeentewet, artikel 41a van de Gemeentewet, artikel 65 van de Gemeentewet).
Wethouders zijn op grond van de Gemeentewet verplicht bij benoeming tot in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet ouders is dan drie maanden (Artikel 36a, lid 2 van de Gemeentewet).
Voor raadsleden geldt een verplichting tot geheimhouding van informatie waarvan kennis wordt genomen in een vergadering die met gesloten deuren was (artikel 23 van de Gemeentewet).
Het opleggen van geheimhouding is geregeld in de Gemeentewet. Alle bevoegdheden zijn in één geheimhoudingshoofdstuk vastgelegd in plaats van in een regeling per bestuursorgaan. (hoofdstuk Va van de gemeentewet).
8
Voor raadsleden en bestuursleden is in de Gemeentewet een bepaling opgenomen wanneer niet deelgenomen kan worden aan beraadslaging en stemmingen (artikel 28 van de Gemeentewet, artikel 58 van de Gemeentewet).
2.2
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Een overheid - dus ook de gemeente - moet zich tegenover inwoners en bedrijven houden aan een aantal - gedrags - regels. Deze staan los van de gewone procedurevoorschriften bij het nemen van een besluit. Een deel van deze regels staat in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), maar er is ook zogenaamd ‘ongeschreven recht’. Dit ongeschreven recht zijn de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hieronder een opsomming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een nadere uitwerking van deze beginselen is opgenomen in bijlage B.1.1. Het proces van voorbereiding en besluitvorming
Zorgvuldige voorbereiding (artikel 3:4, eerste lid van de Awb).
Fair-play beginsel (artikel 2:4 van de Awb).
Verbod van détournement de procedure.
Motivering en inrichting van besluiten
Daadkrachtige en kenbare motivering (artikel 3:47 van de Awb).
Rechtszekerheid.
Inhoud van besluiten
Rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel.
Gelijkheidsbeginsel. Dit volgt uit artikel 1 van de Grondwet.
Verbod van détournement de pouvoir (artikel 3:3 van de Awb).
Materiële zorgvuldigheid.
Evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 lid 2 van de Awb).
2.3
Gedragscode openbaar bestuur
Een ander instrument voor - decentrale - overheden om goed bestuur in de praktijk te brengen is de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur met daarin de beginselen van deugdelijk bestuur (2009).5 Het is een informeel instrument dat een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van politieke
ambtsdragers
om
gewetensvolle
invulling
te
geven
aan
hun
taken
en
verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur. Volgens de Code moet elk overheidsbestuur zich houden aan de volgende regels: openheid en integriteit, participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid, legitimiteit, lerend en zelfcorrigerend vermogen en verantwoording. Een nadere uitwerking van deze regels is opgenomen in bijlage B.1.2. De gemeente Voorne aan Zee heeft als organisatie een eigen invulling gegeven aan deze zeven regels. Het betreft de zgn. ‘gouden regels’ voor het bestuurlijk-ambtelijk samenspel. Deze uitwerking is opgenomen in bijlage B.1.3.
2.4
Wetsvoorstel Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche
Momenteel liggen in de Tweede Kamer wijzigingen voor inzake de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche. Het gaat om de verplichting tot het uitvoeren van
5
De gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin staat dat de gemeente aansluit bij de beginselen die in deze code zijn neergelegd. Er worden zgn. ‘gouden regels’ opgesteld op basis van deze code. Deze regels worden momenteel opgesteld in het kader van het ambtelijk-bestuurlijk-samenspel-traject.
9
een risicoanalyse integriteit en de omgang met en het verplicht melden van financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties. Het is in het wetsvoorstel als volgt geformuleerd. Verplichting tot risicoanalyse integriteit
Er wordt een risicoanalyse uitgevoerd met betrekking tot de bestuurlijke integriteit van de beoogd wethouder. De risicoanalyse heeft betrekking op de eed (verklaring en belofte) bedoeld in artikel 41a en de normen bedoeld in de artikelen 36b, 41b, 41ba, 41c, eerste lid, 58 en 89, tweede lid.
De burgemeester ziet toe op de uitvoering van de risicoanalyse.
Voorafgaand aan de benoeming van de wethouder worden uitsluitend de conclusie, aanbevelingen en eventuele maatregelen die volgen uit de risicoanalyse door tussenkomst van de burgemeester overgelegd aan de raad.
De beoogd wethouder wordt voor het overleggen aan de raad in de gelegenheid gesteld te reageren op de uitkomsten van de risicoanalyse.
Ten aanzien van de uitkomsten van de risicoanalyse die niet aan de raad zijn overgelegd geldt een geheimhoudingsplicht.
Een
wethouder
maakt
de
eventuele
maatregelen
terstond
na
benoeming
openbaar.
Openbaarmaking geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis. Verplichting tot melden financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties
Een wethouder/de burgemeester heeft geen financiële belangen, bezit geen effecten en verricht geen effectentransacties voor zover dit ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap.
In de memorie van toelichting tweede tranche wordt het begrip financieel belang omschreven, namelijk: “Het begrip financieel belang is zeer divers. Het kan gaan om het bezit van effecten, vorderingsrechten, onroerend goed (zoals bouwgrond), alsook om financiële deelnemingen in ondernemingen, et cetera. Zelfs negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen of onderhandse schulden, kunnen in verband met een goede functievervulling relevant zijn. Het gaat ook om financiële belangen waar een wethouder (mede)zeggenschap over heeft. Derhalve worden ook de financiële belangen van minderjarige kinderen en de partner (mits getrouwd in gemeenschap van goederen) relevant geacht”.
Zodra meer duidelijkheid is over de wijzigingen en het al dan niet opnemen daarvan in de Gemeentewet, zullen deze wijzigingen ook in het onderhavige plan en de gedragscodes een plek krijgen.
2.5
Strafrecht bestuurlijke integriteit
Tot slot wordt ander relevant kader voor bestuurlijke integriteit gevormd door de volgende wetgeving uit het Wetboek van Strafrecht:
Geheimschending (artikel 272).
Verduistering (artikel 359).
Vervalsing (artikel 360).
Verduistering, beschadiging, vernieling van akten, bewijsmateriaal, bescheiden e.d. (artikel 361).
Fraude en corruptie (artikel 363).
In het Wetboek van Strafvordering is in artikel 162 de verplichting voor bestuurders neergelegd om direct aangifte te doen van misdrijven.
10
HOOFDSTUK 3
Goed bestuur en integriteit Het is allereerst van belang dat het college en de raad een gezamenlijke definitie heeft van integriteit en goed bestuur. Dit is het onderliggende gedachtegoed waarop de rest van het integriteitsbeleid en beleidsplan is gebaseerd. Het geeft aan hoe het college en de raad willen werken en wat zij belangrijk vinden.
3.1
Goed bestuur
Bij goed bestuur gaat het om het samenspel tussen raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving (zie afbeelding 2). Het gaat om de invulling van onder meer normen en waarden, rollen en verantwoordelijkheden, samenwerking en onderling gedrag binnen de raad en binnen het college, tussen raad en college, tussen raad/college en ambtelijke organisatie en tussen de samenleving en raad/college.
Afbeelding 2. Samenspel raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving.
In termen van goed bestuur heeft de gemeente Voorne aan Zee ervoor gekozen om met de volgende kernwaarden invulling te geven aan het begrip, namelijk: betrouwbaar, onafhankelijk, open en een gepaste omgang met elkaar. Een nadere definitie van deze begrippen is in hoofdstuk 4 gegeven.
3.2
Integriteit
Integriteit is een belangrijke pijler van de kwaliteit van goed bestuur. Integriteit is namelijk met name van belang voor het vertrouwen van de samenleving in het bestuur. De gemeente Voorne aan Zee maakt daar een belangrijk onderdeel van uit: zij is verantwoordelijk voor het oplossen van verschillende maatschappelijke opgaven op lokaal niveau. Een integer, maar ook stabiel bestuur draagt bij aan de legitimiteit van het overheidshandelen. Daarnaast is een integer en stabiel bestuur effectiever en efficiënter om taken eerlijk uit te voeren en de diensten te leveren waar de samenleving recht op heeft. Goed bestuur is dus integer bestuur. In de gemeente Voorne aan Zee wordt geprobeerd om gezamenlijk grip te krijgen op het begrip integer bestuur door onderscheid te maken tussen het juridische en moreel-ethische perspectief op integriteit. 11
Juridisch perspectief Het juridische perspectief op integriteit is statisch. Dit perspectief komt met name tot uiting in verwijzingen naar de relevante wettelijke bepalingen op het gebied van integriteit uit de Gemeentewet. Moreel-ethisch perspectief Het moreel-ethische perspectief op integriteit is dynamisch. Dit perspectief komt met name tot uiting in aanvullende afspraken over gedrag. Integriteit is namelijk niet alleen een kwestie van - het respecteren van - wettelijke bepalingen, maar ziet juist op gedrag en onderlinge omgangsvormen. Het draait om een respectvolle omgang met inwoners en bedrijven en tussen politieke ambtsdragers onderling. Er moet echter voor gewaakt worden dat integriteit - in het politieke debat - niet te breed wordt opgerekt. Het moet niet in de war worden gebracht met politieke stijl en inhoudelijke voorkeuren. De inzet van integriteit en integritisme als politiek wapen liggen dan op de loer. Integritisme houdt in dat integriteitsoordelen worden geveld, terwijl daar geen grond voor is. Daarbij wordt te snel iets als integriteitskwestie of -schending beschouwd.
3.3
Integriteit is persoonlijk en situationeel
Het is goed om te beseffen dat integriteit en integer handelen in beginsel vooral een persoonlijke eigenschap is. Het is een karaktereigenschap van een individu. De meningen over wat het begrip integer inhoudt, kunnen op individueel niveau nogal verschillen. Wat de één onder eerlijk, betrouwbaar of onkreukbaar verstaat, kan door de ander anders worden ervaren. Daarbij kunnen opvattingen over wat wel en niet integer is door ontwikkelingen in de tijd veranderen. Daarbij is het ook goed om te beseffen dat de toepassing van waarden en normen situatieafhankelijk is. Wat in de ene situatie als integer wordt gezien, is dat in een andere context juist niet. Dit zorgt ervoor dat er zgn. ‘grijze gebieden’ ontstaan in wat toelaatbaar is. Duidelijk integriteitsbeleid, maar ook richtinggevende gedragscodes en discussies over zulke situaties leveren inzicht op en kunnen een individueel college- of raadslid ondersteunen in hun keuzes. Integriteit is meer dan het vastleggen van een aantal afspraken in een beleidsplan en gedragscodes, het moet namelijk vooral in samenhang worden gezien met cultuur, mentaliteit en bewustwording. Integriteit is het goede doen terwijl niemand kijkt.
3.4
Ondermijning
Met het oog op goed bestuur en integer handelen, kan het thema en - lokaal - fenomeen ondermijning niet onbesproken blijven. Voor een succesvol integriteitsbeleid dient er sprake te zijn van bewustwording van ondermijning en mogelijke beïnvloeding - of infiltratie - van de georganiseerde criminaliteit en een integer en weerbaar bestuur. Bij bestuurders en gemeenteraad gaat het met name om transparantie, helderheid en weerbaarheid tegen bedreigingen, maar ook om bewustwording van de problematiek die speelt. Daarbij is een instrumentarium van belang om niet-integere – criminele – personen uit het bestuur van Voorne aan Zee te weren. In het instrumentarium zijn twee zaken van belang, namelijk de uitvoering van de risicoanalyse integriteit en preventie en trainingen zoals de training ondermijning en weerbaar bestuur.6
6
Zie hoofdstuk 5 voor een verdere uitwerking van deze instrumenten.
12
HOOFDSTUK 4
Kernwaarden In dit hoofdstuk wordt de visie op integriteit en goed bestuur vertaald naar concrete en richtinggevende kernwaarden. Wij zijn betrouwbaar College- en raadsleden zijn betrouwbaar voor de inwoners, private bedrijven en maatschappelijke organisaties in de samenleving, maar ook voor de ambtelijke organisatie en elkaar. Het betekent dat zij hun afspraken nakomen. Dit wil zeggen dat zij zeggen wat zij doen en zij doen wat zij zeggen. Bij het maken van en de uitvoering van beslissingen zijn zij objectief en zorgvuldig. Daarbij is het van belang dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Wij zijn onafhankelijk Het handelen van college- en raadsleden is onpartijdig. Dat wil zeggen dat er geen vermenging optreedt met persoonlijke, oneigenlijke belangen. Daarbij dient ook de schijn van een dergelijke vermenging door het college- en raadslid worden vermeden. Wij zijn open Open zijn betekent dat college- en raadsleden transparant zijn. Zij zijn transparant over hun rol in een bepaalde situatie waarbij zij zuiver zijn over de wijze waarop zij tot besluiten zijn gekomen. Beslissingen moeten begrijpelijk zijn voor iedere inwoner. College- en raadsleden communiceren helder, verschuilen zich niet achter onnodige ingewikkelde - juridische - taal en zij leggen uit wat zij bedoelen.
Daarbij is het uitgangspunt openbaarheid en wordt er zo min mogelijk gebruik gemaakt van geheimhouding. Als geheimhouding noodzakelijk is, wordt duidelijk gemaakt waarom dit nodig is. Bij open zijn hoort ook zo reflectief mogelijk zijn over het eigen handelen. College- en raadsleden houden zichzelf, maar elkaar ook regelmatig de spiegel voor. Zij durven zich daarbij kwetsbaar op te stellen als zij niet weten of hun aanpak de juiste is of hoe integer te handelen in een bepaalde situatie. Dat wordt bespreekbaar gemaakt. Wij gaan op een gepaste wijze met elkaar om Er
wordt
op
een
respectvolle
manier
omgegaan
met
inwoners,
private
bedrijven
en
maatschappelijke organisaties in de samenleving, met medewerkers van de gemeente en met elkaar. College- en raadsleden hebben een voorbeeldfunctie. Zij zijn zich daarvan bewust. Zij onthouden zich daarbij van ongewenste omgangsvormen. Zij beseffen dat zij het vaak niet met elkaar eens zijn, maar respecteren onderlinge verschillen. Zij laten daarbij de ander in zijn of haar waarde en zijn bereid om naar elkaar te luisteren. Er zijn geen excuses om elkaar buiten te sluiten en er is sprake van algemene inclusie.
13
HOOFDSTUK 5
Integriteitsinstrumenten Een beleids- en daaraan verbonden uitvoeringsplan borgt de permanente aandacht voor integriteit. Met deze plannen wordt voorkomen dat, wanneer andere (politieke) activiteiten en prioriteiten om meer inspanning vragen, het belang van het thema integriteit terugvalt, in de vergetelheid raakt of wordt ingestoken vanuit een incident gedreven aanpak. De meerwaarde van het beleidsplan is dat het lerend vermogen, namelijk door het vastleggen van bepaalde instrumenten, wordt vergroot. Denk hierbij aan gedragscodes, risicoanalyses, meldprotocol, buddysysteem en of moreel beraad. Gedragscodes De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en haar bestuurders een gedragscode vast te stellen. Dit kan een gezamenlijke code, voor college en raad, of twee aparte codes zijn. De gemeente Voorne aan Zee heeft twee aparte gedragscodes voor raadsleden en collegeleden vanwege de verschillende bepalingen die in de Gemeentewet zijn opgenomen over integriteit ten aanzien van raads- en collegeleden. Deze verschillen hangen met name samen met de eigenstandigheid van de verschillende posities. De gedragscodes maken duidelijk wat de - juridische - normen en - moreel-ethische - waarden zijn die de politieke ambtsdragers van belang achten, wat niet toelaatbaar is en biedt een houvast hoe te handelen.
Een gedragscode heeft overigens niet de juridische status van een algemeen bindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De gedragscode kan daarnaast gebruikt worden om het handelen en gedrag bespreekbaar te maken en betrokkenen daarop aan te spreken. Risicoanalyses integriteit voor wethouders Een risicoanalyse integriteit is onderdeel van de benoemingsprocedure van kandidaat-wethouders. In het Wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche wordt gepleit voor de verplichting van de uitvoering van de risicoanalyse integriteit. De burgemeester ziet toe op de uitvoering van de risicoanalyse. Het voornaamste doel is inzicht te krijgen in mogelijke risico’s voor benoeming op persoonlijk, relationeel, financieel en functioneel gebied. Op basis van de uitkomsten van de risicoanalyse, kunnen beheersmaatregelen geformuleerd worden om integriteitsrisico’s te verminderen. De risicoanalyse is ook bedoeld om het bewustzijn van de kandidaat-wethouder te stimuleren. Met de uitvoering van deze analyse wordt het fundament gelegd om als wethouder tijdens de bestuursperiode regelmatig en laagdrempelig met elkaar in gesprek te gaan over dilemma’s die verband houden met bestuurlijke integriteit.
14
Delen uitkomsten van de risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders In het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad Voorne aan Zee staan enkele regels opgenomen over - het delen van de uitkomsten - de risicoanalyse voor kandidaat-wethouders, namelijk in artikel 6, lid 4:
De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen;
De burgemeester brengt over het eindresultaat van de risicoanalyse verslag uit aan de commissie geloofsbrieven van de gemeenteraad.
Risicoanalyse integriteit voor raadsleden Een risicoanalyse integriteit voor raadsleden is niet verplicht. Het geschiedt op vrijwillige basis. Een risicoanalyse integriteit is onderdeel van de geloofsbrief voor raads- en commissieleden. De risicoanalyse voor raadsleden ziet enkel toe op het inzicht krijgen in mogelijke risico’s op het gebied van:
(Neven)functies. In het bijzonder of er sprake is van functies die een raadslid niet tevens mag uitoefenen ingevolge artikel 13, lid 1, van de Gemeentewet;
Financiële belangen. In het adviesgesprek voor de risicoanalyse is er nadrukkelijk aandacht voor de financiële belangen van raadsleden;
Hierover worden zo nodig afspraken gemaakt die worden toegevoegd aan de geloofsbrief. Delen uitkomsten van de risicoanalyse integriteit voor raadsleden
De burgemeester en griffier krijgt inzicht in de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft de griffier een goed beeld van de nevenfuncties van het raadslid en kan de griffier met de burgemeester indien nodig een gesprek voeren met het raadslid over de uitkomsten.
De raadsleden dragen er individueel - en daar waar nadere afspraken zijn gemaakt binnen een fractie - zorg voor dat de beheersmaatregelen gedurende de raadsperiode worden opgevolgd.
Soms staat een onderwerp ter besluitvorming op de agenda waarbij een raadslid door zijn of haar nevenfunctie (in)direct betrokken is. In deze gevallen moet het raadslid in principe zelf de afweging maken of het nodig is zich van de beraadslaging en of stemming te onthouden. Het is belangrijk dat zij hierbij niet alleen toetsen of er sprake kan zijn van belangenverstrengeling, maar ook of de schijn van belangenverstrengeling kan bestaan.
Verklaring Omtrent Gedrag Beoogde wethouders zijn op grond van de Gemeentewet verplicht bij benoeming tot in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden ( Artikel 36a, lid 2 van de Gemeentewet). Voor raadsleden is een verplichting tot het hebben van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) niet opgenomen in de Gemeentewet. Wel wordt in dit beleidsplan de politieke partijen geadviseerd een dergelijke VOG te vragen van kandidaat raadsleden.
Meldingsprocedure bij (het vermoeden van) een integriteitsschending De gemeente Voorne aan Zee heeft een meldingsprocedure voor integriteitsschendingen. Een raads- of collegelid dat een vermoeden heeft van een integriteitsschending kan dit bespreken met de burgemeester, griffier of gemeentesecretaris of met de externe vertrouwenspersoon. Het raads15
of collegelid kan besluiten een melding te doen ingevolge de meldingsprocedure. De geldende procedures zijn beschreven in meldprotocol. Instellen buddysysteem Met een buddysysteem is het mogelijk voor nieuwe raadsleden om wegwijs gemaakt te worden in het raadswerk en in het bijzonder de - on - geschreven regels op het gebied van integriteit. Indien gewenst kan de griffier duo’s maken op basis van:
Ervaring;
Partij-overstijgend;
Coalitie- en oppositie-overstijgend.
Het is niet verplicht voor - nieuwe - raadsleden om een buddy te hebben. Het vormen van een duo is op vrijwillige basis. De duo’s hebben regelmatig met elkaar contact. De frequentie van het contact is naar ieder duo’s eigen wens in te vullen. Instellen moreel beraad Het moreel beraad versterkt het handen en voeten geven aan integriteit op individueel niveau van college- en raadsleden, maar ook collectief niveau als college en de raad als geheel. Er wordt jaarlijks een gezamenlijk moreel beraad met college en raad georganiseerd waarin dilemma’s, twijfels en lastige keuzes uit de werkpraktijk bespreekbaar worden gemaakt. Het is daarbij de uitdaging om in plaats van een discussie vanuit - politieke - meningen, een dialoog vanuit vragen te voeren. Het is de bedoeling om een weloverwogen standpunt met elkaar te vormen over de vraag wat in de aangereikte situatie het beste is om te doen. Er wordt rekening gehouden met alle betrokkenen. Bij het jaarlijks moreel beraad is het aanbevelingswaardig om een dilemma, twijfel of lastige keuze met betrekking tot het thema ondermijning en weerbaarheid te bespreken. Instellen training ondermijning en weerbaar bestuur Eén keer per bestuursperiode een training voor het college en de raad afzonderlijk over de thema’s ondermijning en weerbaar bestuur.
In de training moet met name de nadruk liggen op de rol en de weerbaarheid van college- en raadsleden. In de training moet onder andere aandacht zijn voor wat ondermijning is, het herkennen en erkennen van signalen van ondermijning, het bespreken van (integriteits)dilemma’s, kwetsbaarheden en andere risico’s, aandacht voor een veilige en integere werkomgeving en het borgen van het thema. Instellen externe vertrouwenspersoon Als een politieke ambtsdrager een vermoeden heeft van een integriteitsschending die hij of zij wellicht zelf heeft begaan of een andere ambtsdrager, is het raadzaam om het onderwerp te bespreken met een externe vertrouwenspersoon. Er zou immers sprake kunnen zijn van een misverstand of onwetendheid. Door het instellen van een externe vertrouwenspersoon kunnen de burgemeester, griffier en gemeentesecretaris ook meer ontzien worden in hun taak als sparringpartner voor ambtsdragers als zij twijfelen over hun eigen of andermans al dan niet uitgevoerde handeling. Een externe vertrouwenspersoon (hierna: externe VP) is verantwoordelijk voor:
Het indien gewenst bespreken van een vermoeden van integriteitsschending met een raads- of collegelid; 16
Het begeleiden en of bijstaan van het raads- of collegelid indien hij of zij het vervolgtraject ingevolge het meldingsprotocol ingaat. De vertrouwenspersoon kan een melding van een vermoeden van een integriteitsschending niet zelf in behandeling nemen.
De externe VP is iemand van buiten de gemeentelijke organisatie. De externe VP is nadrukkelijk geen aanspreekpunt voor de inwoners van de gemeente die een vermoeden van een integriteitsschending door een politiek ambtsdrager willen bespreken.
17
HOOFDSTUK 6
Monitoren en evalueren Dit hoofdstuk beschrijft een ander onderdeel van de borging, namelijk het meten van de voortgang van het bestuurlijke integriteitsbeleid. Door concrete activiteiten en doelen te benoemen, wordt het mogelijk de voortgang te meten. Het resultaat wordt zichtbaar als alle - in hoofdstuk 8 genoemde - betrokkenen zich periodiek over de voortgang verantwoorden. Onderhavig hoofdstuk omschrijft hoe de monitoring wordt vormgegeven en wie daarvoor verantwoordelijk is. Naast het volgen en sturen op de uitvoering van het beleidsplan, is het belangrijk inzichtelijk te maken of het gevoerde beleid tot de beoogde doelstellingen leidt. Het onderdeel evaluatie is daarom van belang en dient ook in dit hoofdstuk te worden opgenomen. De verbeterpunten die in de evaluaties aan de orde worden gesteld, moeten worden vastgelegd en doorgevoerd. Zoals in de Gemeentewet is vastgelegd, is de burgemeester verantwoordelijk voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit van de gemeente. Door deze taak wettelijk te verankeren is het voor alle betrokkenen in het bestuur duidelijk waar de verantwoordelijkheid voor de bewaking van de bestuurlijke integriteit en het daarbij behorende beleid is belegd. De burgemeester is verantwoordelijk voor het - initiëren van - opstellen en vaststellen van het bestuurlijke integriteitsbeleids- en uitvoeringsplan.
Het is daarbij van belang dat de burgemeester en de rest van de driehoek 7 - kan vaststellen of de uitvoering volgens de vastgestelde planning en kaders verloopt. Dit kan via de integriteitsbeleidscyclus. Daarbij wordt de burgemeester in het evalueren, monitoren en rapporteren geholpen door de volgende betrokkenen:
De driehoek overlegt minimaal één keer per jaar - ondersteund door de integriteitscoördinator over de voortgang van de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid;
De burgemeester - ondersteund door de griffier, gemeentesecretaris en integriteitscoördinator evalueert en rapporteert jaarlijks aan het college en de raad over - de voortgang van - de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid;
De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het jaarlijks bespreken van het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid en besluit zo nodig ook de rapportage van de burgemeester over - de voortgang van - de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid.
Het is raadzaam om het beleidsplan aan het einde van iedere bestuursperiode gezamenlijk met het college en de raad - of eerder als dat nodig of gewenst is - te bespreken. In zo’n gezamenlijke sessie wordt stilgestaan bij de vraag of de visie integriteit en kernwaarden nog actueel zijn, of deze nog aansluit bij ontwikkelingen, tijdsgeest en of de beoogde doelen worden behaald en of aanpassing behoeven.
7
De driehoek bestaat uit: de burgemeester, griffier en gemeentesecretaris.
18
HOOFDSTUK 7
Communicatie Integriteit is een bewustwordingsthema. Het is van belang dat het onderwerp regelmatig intern, maar ook extern onder de aandacht wordt gebracht. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de burgemeester, de wethouders en de raadsleden. Het zijn juist de politieke ambtsdragers die kunnen laten zien dat zij veel waarde hechten aan een goed, integer bestuur. Zij tonen de zichtbaarheid van het beleid vooral vanuit hun voorbeeldrollen. Dit komt tot uiting in het gedrag, maar juist ook in de communicatie. Het effect gaat overigens verloren en het werkt zelfs averechts als hun gedrag niet overeenkomt met de boodschap.
7.1
Interne communicatie
Met interne communicatie wordt bedoeld de berichtgeving vanuit het college richting de organisatie. Het college brengt de organisatie in ieder geval één keer per jaar op de hoogte over de vormgeving en uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid. Dit kan via het Intranet.
7.2
Externe communicatie
De buitenwacht hecht steeds meer waarde aan integriteit en ethiek in overheidsorganisaties. Vandaar dat de gemeente ook effectief extern over integriteit wil communiceren. Het college en de raad - ondersteund door de griffier, gemeentesecretaris en integriteitscoördinator - stellen jaarlijks in ieder geval één extern bericht op over de uitgevoerde activiteiten en of resultaten van het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid. Er wordt jaarlijks besloten wat daar het juiste medium voor is, bijvoorbeeld sociale media of juist de lokale krant. Overig Daarnaast draagt de griffier - ondersteund door de adviseur raadscommunicatie - er zorg voor dat er zo veel mogelijk communicatie plaatsvindt via de sociale media kanalen, bijvoorbeeld als er een moreel beraad heeft plaatsgevonden of een andere integriteit gerelateerde activiteit.
19
HOOFDSTUK 8
Rollen en verantwoordelijkheden Dit hoofdstuk beschrijft de actoren die zijn betrokken en of vanuit hun functie een verantwoordelijkheid hebben voor het ontwikkelen, monitoren en implementeren van het bestuurlijke integriteitsbeleid. Daarbij hoort in ieder geval een beschrijving van de rollen, taken en bevoegdheden. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor:
Het vaststellen van het bestuurlijk integriteitsbeleid, -instrumenten en -regelingen;
Het vaststellen van de gedragscode integriteit voor wethouders, de burgemeester en raadsleden;
Het periodiek voeren van het gesprek over integriteit;
Het uitvoering geven aan de afspraken zoals gemaakt in de gedragscode integriteit voor de raad en het meldprotocol vermoeden integriteitsschending politieke ambtsdragers;
Het toetsen en beoordelen van de integriteit bij de benoeming van kandidaat-wethouders;
Het jaarlijks bespreken van het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid;
En indien nodig, het bespreken van de door de burgemeester opgestelde rapportage over het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid.
Het college is verantwoordelijk voor:
Het vaststellen van het bestuurlijk integriteitsbeleid, -instrumenten en -regelingen;
Het uitvoering geven aan de afspraken zoals gemaakt in de gedragscode integriteit voor het college en het meldprotocol vermoeden integriteitsschending politieke ambtsdragers.
De burgemeester is verantwoordelijk voor:
Het
jaarlijks
bespreken
van
de
voortgang
van
de
uitvoering
van
het
bestuurlijke
integriteitsbeleid in de driehoek - ondersteund door de integriteitscoördinator;
Het bevorderen van de bestuurlijke integriteit en het leiden en gelasten van onderzoek. Indien nodig kan de burgemeester ook een extern bureau vragen om het onderzoek uit te voeren.
Het stimuleren en faciliteren dat integriteit periodiek op de agenda van de raad en het college staat;
Het toezien op de uitvoering van de risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders;
Het zijn van sparringpartner voor de wethouders en raadsleden bij - aanhoudende - twijfel over hun eigen al dan niet door een ander uitgevoerde handeling;
De afhandeling van integriteitsmeldingen door en over college- en raadsleden in afstemming met de griffier en gemeentesecretaris. De griffier is verantwoordelijk voor:
Het
jaarlijks
bespreken
van
de
voortgang
van
de
uitvoering
van
het
bestuurlijke
integriteitsbeleid in de driehoek - ondersteund door de integriteitscoördinator;
Het ondersteunen van de burgemeester bij het jaarlijks evalueren en rapporteren aan het college en de raad over - de voortgang van - de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid; 20
Het bevorderen van integriteit onder raadsleden en hen ondersteunen door er voor te zorgen dat integriteit periodiek op de agenda van de raad staat;
Het zorgdragen dat de gemaakte afspraken in het beleidsplan - waaronder het moreel beraad, het buddysysteem en de training ondermijning en weerbaar bestuur - door de raad ten uitvoering worden gebracht;
Het zorgdragen voor het thema integriteit op de agenda van het inwerkprogramma voor de raad;
Het maken van een overzicht naar aanleiding van de risicoanalyses integriteit voor raadsleden van de kwetsbare functies en - financiële - belangen van de raadsleden om gedurende de raadsperiode - indien gewenst - mee te kunnen denken over het al dan niet meedoen met de beraadslaging en of stemming;
Het ondersteunen van het college en de raad bij het opstellen en verspreiden van een extern communicatiebericht over de uitgevoerde activiteiten en resultaten van het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid. Dit in samenwerking met de adviseur raadscommunicatie;
Het zijn van sparringpartner voor de burgemeester, wethouders en raadsleden bij aanhoudende - twijfel over hun eigen al dan niet door een ander uitgevoerde handeling;
De beoordeling en afhandeling van integriteitsmeldingen door en over college- en raadsleden in samenwerking met de burgemeester (proceseigenaar).
De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor:
Het
jaarlijks
bespreken
van
de
voortgang
van
de
uitvoering
van
het
bestuurlijke
integriteitsbeleid in de driehoek - ondersteund door de integriteitscoördinator;
Het ondersteunen van de burgemeester bij het jaarlijks evalueren en rapporteren aan het college en de raad over - de voortgang van - de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid;
Het zorgdragen dat de gemaakte afspraken in het beleidsplan - waaronder het moreel beraad en de training ondermijning en weerbaar bestuur - door het college ten uitvoering worden gebracht;
Het ondersteunen van het college en de raad bij het opstellen en verspreiden van een extern communicatiebericht over de uitgevoerde activiteiten en resultaten van het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid;
Het zijn van sparringpartner voor de burgemeester en de wethouders bij - aanhoudende - twijfel over hun eigen al dan niet door een ander uitgevoerde handeling;
De beoordeling en afhandeling van integriteitsmeldingen door en over college- en raadsleden in samenwerking met de burgemeester (proceseigenaar).
De driehoek is verantwoordelijk voor:
Het jaarlijks overleg over de voortgang van de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid;
Het jaarlijks evalueren en rapporteren aan het college en de raad over - de voortgang van - de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid.
De integriteitscoördinator is verantwoordelijk voor:
Het ondersteunen van de bestuurlijke integriteit door het signaleren en adviseren van het bestuur over integriteitsbeleid, -instrumenten en -regelingen;
Het ondersteunen van de driehoek in hun jaarlijkse bespreking over de voortgang van de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid;
Het ondersteunen van de burgemeester bij het jaarlijks evalueren en rapporteren aan het college en de raad over - de voortgang van - de uitvoering van het bestuurlijke integriteitsbeleid; 21
Het ondersteunen van het college en de raad bij het opstellen en verspreiden van een extern communicatiebericht over de uitgevoerde activiteiten en resultaten van het gevoerde bestuurlijke integriteitsbeleid;
Het - indien gevraagd - ondersteunen van de burgemeester bij het beoordelen van een melding van een vermoeden van een integriteitsschending op ontvankelijkheid.
22
Bijlage 1.
B..1
Nadere uitwerking wettelijke kaders
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Het proces van voorbereiding en besluitvorming
Zorgvuldige voorbereiding (artikel 3:4, eerste lid van de Awb).
Fair-play beginsel (artikel 2:4 van de Awb).
Verbod van détournement de procedure. Dit staat niet als zodanig in de Awb of een andere wet, maar het betekent dat het bevoegd gezag geen besluit mag nemen met een procedure die niet voor dit besluit bestemd is. Het mag ook geen besluit nemen met gebruik van een procedure, die niet past bij het besluit. De gebruikte procedure moet kloppen met de wet.
Motivering en inrichting van besluiten
Daadkrachtige en kenbare motivering (artikel 3:47 van de Awb).
Rechtszekerheid. Dit staat niet als zodanig in de Awb of een andere wet, maar het betekent dat procedures zo moeten zijn opgeschreven dat ze duidelijk zijn voor de burger. Procedures mogen dus niet zo zijn dat je ze op verschillende manieren kunt uitleggen. Ook mag de overheid niet achteraf een procedure aanpassen.
Inhoud van besluiten
Rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel. Dit staat niet als zodanig in de Awb of een andere wet, maar dit beginsel beschermt de burger tegen onzekerheid en tegen willekeur van de kant van de overheid. Iemands rechtspositie moet voldoende veilig zijn. Dit betekent vooral dat het bevoegd gezag het geldende recht toepast. Een bestuursorgaan mag besluiten niet met terugwerkende kracht wijzigen ten nadele van de betrokken burger. Het vertrouwensbeginsel verlangt dat bestuursorganen gewekt vertrouwen niet mag beschamen. Het vertrouwen moet wel gerechtvaardigd zijn.
Gelijkheidsbeginsel. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en ongelijke gevallen ongelijk naar de mate waarin zij verschillen. Dit volgt uit artikel 1 van de Grondwet.
Verbod van détournement de pouvoir (artikel 3:3 van de Awb). Een bestuursorgaan mag een bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze de bevoegdheid kreeg van de wetgever. Dit verbod bevat dat de overheid haar bevoegdheden alleen gebruikt voor het algemeen belang en binnen het algemeen belang alleen voor die specifieke doeleinden die de wetgever voor ogen heeft gehad.
23
Materiële zorgvuldigheid. Dit staat niet als zodanig in de Awb of een andere wet, maar overheidsmaatregelen moeten zo min mogelijk schade veroorzaken. Het is soms onvermijdelijk dat belangen van individuen schade ondervinden door maatregelen voor het algemeen belang. Het bestuursorgaan moet alle relevante factoren in de besluitvorming betrekken.
Evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 lid 2 van de Awb). Dit beginsel kijkt naar de gevolgen van een besluit. Uit een besluit kunnen lasten voortvloeien. Deze mogen niet onevenredig zwaar zijn in vergelijking met het belang dat het besluit dient. De verhouding tussen het effect en het middel moet in balans zijn. Als een besluit van de overheid voor iemand onevenredig nadelig is dan moet de overheid dit nadeel goed maken. Dit kan door iets in ruil voor het nadeel terug te geven. De overheid kan hier ook een vergoeding voor geven.
Gevolgen van niet voldoen aan de regels Burgers en bedrijven kunnen bezwaar maken als de overheid niet aan de regels voldoet. Zij moeten wel aantonen dat de overheid zich niet aan de beginselen houdt. De rechter gebruikt de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur om te toetsen of de overheid het goed heeft gedaan. De rechter kan besluiten dat het anders moet.
B.1.2.
Openheid en integriteit o Het bestuur is open en integer - zowel binnen de eigen organisatie als naar andere o
o
Het bestuur luistert naar vragen en ideeën van burgers bij onderwerpen die hen
o
aangaan. Het bestuur legt verantwoording af aan burgers over wat er met hun ideeën is gedaan.
Behoorlijke contacten met burgers o Het bestuur zorgt ervoor dat de organisatie altijd te bereiken is via meerdere kanalen:
de telefoon, internet en balie. Het bestuur maakt duidelijk wat de burger mag verwachten.
Doelgerichtheid en doelmatigheid o Het bestuur maakt de doelen van de organisatie bekend. o
overheidsorganisaties. Het bestuur geeft duidelijke informatie over procedures en besluiten.
Participatie o Het bestuur weet wat er leeft in de samenleving.
o
Gedragscode openbaar bestuur
Het bestuur neemt beslissingen die nodig zijn om deze doelen te behalen.
Legitimiteit o Het bestuur neemt alleen beslissingen en maatregelen waartoe het bevoegd is. o
Het bestuur leeft de daarbij geldende wet- en regelgeving na.
o
Het bestuur kan alle beslissingen altijd rechtvaardigen.
Leren en zelfcorrigerend vermogen o Het bestuur leert van fouten en andere ervaringen om de prestaties te verbeteren. o
Het bestuur kijkt en leert van de manier van werken bij andere overheidsorganisaties.
o
Het bestuur laat zich controleren.
Verantwoording o Het bestuur legt aan de omgeving verantwoording af over het beleid.
En nadere toelichting op bovenstaande spelregels is in de code vindbaar.
24
B.1.3.
Een betrouwbaar en professioneler openbaar bestuur. Een vertaling van de zeven beginselen van de Gedragscode openbaar bestuur
De vuistregels die richting geven aan het handelen zijn:
Het belang van de inwoners en ondernemers van Voorne aan Zee staat voorop en daarmee centraal in ons handelen;
We werken met gezond verstand in het belang van Voorne aan Zee;
We komen onze afspraak na (‘afspraak is afspraak’);
We houden ons aan de door ons vastgestelde verordeningen en reglementen en staan jaarlijks stil of deze nog voldoen aan de actuele wensen.
Beginsel 1: Openheid en integriteit
We houden rekening met elkaar, luisteren naar elkaar, geven feedback, werken samen en respecteren elkaar. Dat werkt ook door in onze manier van debatteren;
We debatteren op een respectvolle manier met elkaar. Dat mag scherp op de inhoud, maar ‘zacht’ op de man;
We nemen actief deel aan vergaderingen;
We zijn ons steeds bewust en hebben oog voor de uitstraling naar inwoners tijdens commissie en raadsvergaderingen, maar ook als we zichtbaar aanwezig zijn in onze gemeente;
We zijn ons bewust van voorbeeldgedrag, ook op sociale media of in de buitenwereld.
Beginsel 2: Participatie
Kaderstellend: De raad heeft het gemeentelijk participatiebeleid vastgesteld. Op basis van de Omgevingswet stelt de raad een lijst van aangewezen gevallen vast waarvoor participatie verplicht is. Voor grotere projecten, plannen en programma’s, waarvan het college de initiatiefnemer is, stelt de raad een startnotitie vast of neemt zij een participatiebesluit;
Controlerend:
De
raad
toetst
het
participatieproces
aan
het
participatiebeleid,
de
participatieverordening of aan het participatieplan of -paragraaf;
Volksvertegenwoordigend: De raad kan zelf participatieprocessen initiëren die helpen bij de kaderstellende en controlerende taken.
Beginsel 3: Behoorlijke contacten met burgers
We zijn er voor onze inwoners, verenigingen en ondernemers. We zetten ons in voor het algemeen belang en hebben oog voor hun individuele belangen. We reageren snel op hun vragen;
We hebben oog voor en zijn scherp op een goede communicatie met onze inwoners, verenigingen en ondernemers;
We werken met gezond verstand in het belang van Voorne aan Zee. Dat betekent dat we beslissingen nemen op basis van feiten, hoor en wederhoor plegen, problemen oplossen en dingen niet onnodig moeilijk maken;
We gedragen ons correct door respectvol en professioneel te communiceren, rekening houdend met de behoeften en wensen van anderen;
Het belang van inwoners, verenigingen en ondernemers staat voorop. De agenda van raad en college stellen we vanuit die gedachte op;
College- en raadsleden en ambtenaren handelen vanuit het perspectief dat de belangen van inwoners, verenigingen en bedrijven centraal staan;
We zijn toegankelijk en benaderbaar in onze rol en geven ruimte aan het gesprek; 25
De ambtelijke organisatie werkt consequent en methodisch aan verbetering van de externe dienstverlening binnen de kaders die door het college en/of de raad zijn aangegeven.
Beginsel 4: Doelmatigheid en doelgerichtheid
We zijn rolvast wat betekent dat we duidelijkheid scheppen over eigen en elkaars rol als dat aandacht vraagt;
We sturen op resultaat, boeken het resultaat gezamenlijk, communiceren hierover en vieren bereikte resultaten met elkaar;
We vergaderen zo effectief en efficiënt mogelijk op basis van goede informatie zodat we onze vergadertijd optimaal benutten;
We bedenken vooraf welk resultaat (voor Voorne aan Zee) wil bereiken;
We doen commissievergaderingen niet opnieuw in de raadsvergadering;
We brengen focus aan. Goede en belangrijke onderwerpen krijgen voldoende tijd en aandacht. De lange termijn agenda is hierin een belangrijk instrument voor zowel het college als de raad;
Onze vergaderdiscipline is zakelijk, ‘to the point’ en zonder herhalingen waardoor er ruimte overblijft voor het debat;
Onze besluitvorming is voor de buitenwereld duidelijk, begrijpelijk en zorgvuldig;
Vergaderstukken zijn kwalitatief en inhoudelijk goed en worden tijdig ter beschikking gesteld;
Raadsinstrumenten zijn bekend en worden toegepast zoals ze zijn bedoeld;
Er is ruimte voor actualiteit met duidelijke spelregels waar en hoe dit geadresseerd kan worden.
Beginsel 5: Legitimiteit
We werken volgens de Gemeentewet en vastgestelde regelementen en verordeningen; dat betekent dat de ambtelijke organisatie voor het college werkt en de griffie voor de raad. De afspraken over samenspel tussen ambtelijke organisatie en griffie liggen vast in de verordeningen, zoals vastgesteld door de raad en de daarop gemaakte werkprocessen;
Aanpassing van besluiten en bestuurlijke afspraken vragen een nieuw besluit. In de commissie vindt daartoe de voorbereiding plaats;
Besluiten worden genomen zowel door het college als de raad, ieder in zijn eigen verantwoordelijkheid.
Beginsel 6: Lerend en zelfcorrigerend vermogen
We evalueren iedere raadsvergadering in het presidium en iedere commissievergadering in de agendacommissie;
Raads- en commissievoorzitters maken zich de regels eigen en hebben een aanmoedigende, bewakende en soms corrigerende rol;
Presidium, agendacommissie, griffie en directie hebben systematisch aandacht voor nakomen en evaluatie van werkwijzen en komen waar nodig met initiatieven tot bijstelling/bijsturing;
De driehoek - burgemeester, griffier en gemeentesecretaris - hebben een stimulerende en bewakende rol als het gaat om de het gebruik en inzet van verordeningen, reglementen en werkprocessen;
We maken ruimte en tijd voor ontmoeting en gesprek en maken onze verwachtingen duidelijk over rol en positie in het besluitvormingsproces;