Beantwoording technische vragen fractie D66 belastingverordeningen 2025 woonlastendruk (afvalstoffen, riool, OZB)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Datum vraagstelling
21-11-2024
Vraagsteller / fractie
E. Mulder, fractie D66
Vergadering van Datum Agendanummer
Commissie AZM 4 december 2024 div.
Vraag
Naar aanleiding van de goede informatiebijeenkomst technische sessie belastingverordeningen op 20 november jl. heb ik een aantal vragen: 1. tabel woonlastendruk eigen woning:
in het vergelijk tussen de OZB 2025 en 2024 is de WOZwaarde per vm gemeente gelijkgetrokken op €400K. Graag een overzicht gebaseerd op de feitelijk
gemiddelde WOZ-waarde per vm gemeente.
2. N.a.v. de woonlastendruk huurwoning:
het eph in vm Westvoorne gaat €155,63 (54,4%) meer betalen. Over hoeveel huishoudens gaat het hier? Hoeveel van deze hh krijgen kwijtschelding? Is een compensatie- / gewenningsregeling mogelijk? Is het mogelijk het voordeel dat de vm Briellenaren in
een huurwoning (€152,75) hebben af te romen en in te zetten voor de eph huurders in Westvoorne?
3. Begroting 2024 versus tabel woonlastendruk eigen woning:
op blz.65 van de Begroting 2024 staan andere woonlasten dan in de Tabel opgenomen en dit leidt tot het volgende vergelijk:
De oorzaak is waarschijnlijk de gebruikte WOZ-waarde voor de berekening.
In de B2024 is een waarde gehanteerd van €374.367 voor 2024. In de Tabel is € 400.000 gebruikt als basis.
Klopt deze veronderstelling? en zo ja, waarom is de afwijkende WOZ-waarde in de tabel gebruikt?
4. WOZ-waarde stijging:
Uit de tabel woonlastendruk eigen woning, valt op te maken dat rekening is gehouden met een stijging van de WOZ-waarde met 3,5% ( van €400K naar €414k).
Is dit ook de gemiddelde stijging zoals deze zich voordoet ?
Graag zie ik de beantwoording snel tegemoet, zodat ik deze kan meenemen in de voorbereiding van AZM.
Portefeuillehouder
R. van der Kooi
Team
Financiën
Datum beantwoording
25 november 2024
Antwoord 1. Tabel woonlastendruk eigen woning De SVHW bepaalt de WOZ-waarden van onze gemeente. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering hiervan. U wilt een overzicht ontvangen gebaseerd op de feitelijk gemiddelde WOZ-waarde per voormalige gemeente. De gemiddelde WOZwaarde van de afzonderlijke voormalige gemeenten worden niet meer geregistreerd. Per 1 januari 2023 is er één gemiddelde WOZ-waarde van de gemeente Voorne aan Zee. 2. N.a.v. de woonlastendruk huurwoning - Over hoeveel huishoudens gaat het? Het gaat om 1.918 huishoudens. - Hoeveel van de huishoudens krijgen kwijtschelding? Het SVHW heeft in 2024 160 aanvragen tot kwijtschelding van de voormalige gemeente Westvoorne toegekend. Of de aanvraag betrekking heeft op een meer- of eenpersoonshuishouden wordt niet geregistreerd. - Is een compensatie-/gewenningsregeling mogelijk? - Is het mogelijk het voordeel dat vm Briellenaren in een huurwoning hebben af te romen en in te zetten voor de eph huurders in Westvoorne? Nee, beiden zijn in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Bij het heffen van belastingen mag namelijk geen sprake zijn van willekeur of het voortrekken van een bepaalde categorie inwoners.
3. Begroting 2024 versus tabel woonlastendruk eigen woning Ja, uw veronderstelling is juist. In de begroting 2024 is een verwachte gemiddelde WOZwaarde benoemd. In het overzicht Woonlastendruk 2025 is gekozen voor een bedrag van € 400.000. Dit bedrag is geen precies gemiddelde, maar een afgeronde voorbeeldwaarde. Deze waarde is bedoeld als vergelijk en om inzicht te bieden. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is gevraagd om meerdere, hogere, WOZ-waarden aan het overzicht Woonlastendruk toe te voegen. Een tweetal WOZ-waarden (eveneens voorbeeldwaarden) is daarom toegevoegd aan het overzicht dat is opgenomen in de raadsinformatiebrief over de woonlastendruk 2025 (kenmerk 216129-2024). 4. WOZ-waarde stijging Ja, dit is de gemiddelde verwachte stijging. Dit is opgenomen in het raadsvoorstel van de Verordening Onroerendezaakbelastingen Voorne aan Zee 2025. Deze stijging is gebaseerd op geprognotiseerde WOZ-waarden. De daadwerkelijke stijging is pas inzichtelijk op het moment de WOZ-waarden definitief vaststaan. Dit leidt vrijwel altijd tot (kleine) verschillen in de geprognotiseerde en de definitieve WOZwaarden, en zo ook tot verschil in de begrote en daadwerkelijke opbrengst voor de onroerendezaakbelastingen.