Beantwoording technische vragen cie ruimte Brielse Brug
Tekst van het document
BEANTWOORDING VRAGEN
Datum vraagstelling Vraagsteller
11 september 2024 de commissie Ruimte
Portefeuillehouder het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee Team 6 RO - Ruimtelijke Ontwikkeling Datum beantwoording 17 september 2024
Vragen Bevoegdheid gemeentebestuur tot het aangaan van een overeenkomst Er zijn vragen gesteld over de rechtsgeldigheid van i) de diverse overeenkomsten die mede ten grondslag liggen aan de vergroting van de bandbreedte van het opgesteld windvermogen en ii) de ten behoeve van het windproject Brielse Brug gesloten anterieure overeenkomst. 1) Is de schriftelijke afspraak inzake de vergroting van de bandbreedte van het opgesteld windvermogen (van 6 naar 15 MW) in het project Brielse Brug door college en Provincie Zuid-Holland (provincie) rechtsgeldig? 2) De vraag aan het college is dan ook, is de door het college van Brielle getekende anterieure overeenkomst rechtsgeldig? 3) Is door de raad van de gemeente Brielle een verklaring van geen bedenkingen afgegeven? Beoordeling aanvraag om een omgevingsvergunning De volgende vragen hebben betrekking op de beoordeling van de aanvraag. Meer in het bijzonder zijn vragen gesteld over de rol en positie van de provincie als bevoegd gezag en de beoordeling van enkele meer technische aspecten van de aanvraag.
4) Is er gezien de bestuursopdracht en Voorne-Putten Energie neutraal meer opgesteld vermogen op de locatie Brielse Brug noodzakelijk dan 6 MW? 5) Hoe wordt aan deze laatste opmerking in de bestuursopdracht, waarbij staat dat de keuze van de turbine in overleg plaatsvindt, inhoud gegeven? 6) Kan het zijn, indien de raad negatief besluit, de initiatiefnemer naar de provincie stapt en het bevoegd gezag weer terug neemt en dan voldaan moet worden aan de eisen die anno 2024 gelden? Hoe ziet de situatie er dan uit? 7) Is het mogelijk om de windturbines in de nachtelijke uren stil te zetten. 8) Kan er in plaats van met Lden en Lnight normen met Laeq-normen gewerkt worden in vergunningvoorschriften.
9) Kan er een alternatieve locatie voor de zorgboerderij worden gezocht? 10) Waarom is het advies van de welstandscommissie overgenomen? Beantwoording Aanleiding Op 11 september 2024 is in de vergadering van de Commissie Ruimte het raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen windproject Brielse Brug behandeld. Tijdens deze behandeling is een aantal technische vragen gesteld door enkele fracties. Van de zijde van het college is toegezegd om deze vragen schriftelijk te beantwoorden. Deze beantwoording treft u hieronder aan. De vragen vallen uiteen in vragen die zien op de diverse overeenkomsten zoals die door het college van burgemeester en wethouders van (voorheen) de gemeente Brielle zijn gesloten en vragen die zien op meer technische en ruimtelijke aspecten. Gelet op de uiteenlopende aard van de vragen wordt hieronder eerst per type vraag – overeenkomst/technisch/ruimtelijk – een korte meer algemene inleiding gegeven. Daarna volgt de beantwoording van de vragen. Afgesloten wordt met enkele opmerkingen ten behoeve van de aankomende besluitvorming door uw raad in de raadsvergadering van 26 september 2024. Inleiding Een besluit nemen op dit onderwerp vraagt om een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen.
Het reeds genomen besluit van het college van Voorne aan Zee tezamen met de aangeboden Nota van Beantwoording voorziet in deze zorgvuldige weging met inachtneming van de in de zienswijzen gedeelde aandachtspunten van omwonenden en belanghebbenden. Geconcludeerd kan worden dat gelet op zowel het zorgvuldig doorlopen proces om te komen tot een vergunningsaanvraag als de reeds toegepaste wijzigingen, wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Een verklaring van geen bedenkingen moet verder worden verleend als voldaan wordt aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is als gezegd sprake omdat de realisatie van het windproject Brielse Brug niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De initiatiefnemer heeft bijvoorbeeld toegezegd dat de windturbines zowel aan de huidige als aan de toekomstige normen zullen voldoen. Er zijn dan ook naar de mening van het college van Voorne aan Zee geen ruimtelijke argumenten om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met de rol van de provincie. Antwoorden Bevoegdheid gemeentebestuur tot het aangaan van een overeenkomst Algemeen kader Uit artikel 160 van de Gemeentewet, en meer in het bijzonder artikel 160, eerste lid, onder d, volgt dat het college bevoegd is tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.
Dit omvat dus bijvoorbeeld het aangaan of wijzigen van een overeenkomst.
2
De raad is niet bevoegd om een overeenkomst namens de gemeente aan te gaan. Wel kan de raad -zorgvuldigheidshalve- worden verzocht om zogenoemde ‘wensen en bedenkingen’ als bedoeld in artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet te uiten. Bijvoorbeeld indien het aangaan of wijzigen van een overeenkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor een gemeente. Het college kan deze wensen en bedenkingen vervolgens meewegen bij de uiteindelijke beslissing om een overeenkomst al dan niet aan te gaan of te wijzigen. Het college is en blijft echter bij uitsluiting bevoegd om deze beslissing te nemen, de raad kan de gemeente immers in een dergelijk geval niet binden. Anders gezegd, het niet vragen van wensen en bedenkingen tast de geldigheid van de aangegane overeenkomst niet aan. Het bepaalde in artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet kan dan ook niet worden gelijkgesteld met de afgifte van een verklaring van geen bedenkingen in het ruimtelijk spoor. Feitelijke gang van zaken Op 9 februari 2018 is door het college namens de gemeente Brielle een bestuursovereenkomst met de provincie gesloten waarin de gemeente zich committeert om voor 2020 windturbines van minimaal 6 en ten hoogste 9 MW te realiseren in de Nieuwe Ondernemingspolder te Brielle. De afspraken uit deze bestuursovereenkomst zijn door het college namens de gemeente en de provincie op 10 december 2021 verlengd.
Daarbij is ook een wijziging doorgevoerd en is afgesproken dat maximaal twee windturbines worden gerealiseerd met het meest optimale vermogen, met dien verstande dat het totaal opgesteld vermogen van de beide turbines kleiner is dan 15 MW. De turbines moeten voor 31 december 2025 gerealiseerd zijn. Voorafgaand aan de verlenging van de bestuursovereenkomst, is door Pondera namens de initiatiefnemer aan de raad van de voormalige gemeente Brielle tijdens een themabijeenkomst een plan gepresenteerd. Onderdeel van dit plan vormde een wijziging naar maximaal twee windturbines met een gezamenlijk vermogen kleiner dan 15 MW. Deze themabijeenkomst vond plaats op 15 september 2021 en tijdens deze bijeenkomst is een groot aantal vragen gesteld van voornamelijk technische aard. Door het college van de gemeente Brielle is vervolgens het besluit genomen om de bestuursovereenkomst te wijzigen, en namens de provincie is bij brief van 10 december 2021 aangegeven dat deze wijziging akkoord is bevonden. De raad van de gemeente Brielle is geïnformeerd en heeft de raadsinformatiebrieven van 26 oktober 2021 en 4 januari 2022 voor kennisgeving aangenomen. Ook is de raad van de gemeente Brielle in deze brieven meegenomen in het verdere proces, waaraan ook uitvoering is gegeven door alle partijen. 1)
Ja, deze afspraak is rechtsgeldig tot stand gekomen. Zoals hierboven aangegeven is het college bevoegd om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Dit omvat dus bijvoorbeeld het aangaan of wijzigen van een overeenkomst. Nu het college van de gemeente Brielle heeft besloten tot een wijziging van de overeenkomst en deze wijziging door de andere contractuele partij – de provincie – akkoord is bevonden is deze rechtsgeldig tot stand gekomen.
3
Bij het voorgaande is tevens van belang dat het college van de gemeente Brielle de raad-zorgvuldigheidshalve– informeel om wensen en bedenkingen heeft verzocht. Alhoewel het vragen van wensen en bedenkingen uiteraard niet afdoet aan de bevoegdheid van het college om een overeenkomst te wijzigen – er is geen sprake van een verklaring van geen bedenkingen – volgt uit de raadsinformatiebrieven ook dat de raad van de gemeente Brielle in beginsel niet negatief stond tegen een wijziging van de overeenkomst. 2)
Ja, ook deze anterieure overeenkomst is rechtsgeldig tot stand gekomen. Wederom is de overeenkomst aangegaan door het college van de gemeente Brielle, en is het college bevoegd om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.
3)
Nee, er is geen verklaring van geen van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 2.27 van de Wabo afgegeven door de gemeente Brielle. De steller doelt mogelijk op de vraag of de raad van de gemeente Brielle wensen en bedenkingen heeft geuit als bedoeld in artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet. Zoals volgt uit het antwoord op de eerdere vragen is de raad van de gemeente Brielle zowel voor als tijdens de themabijeenkomst informeel om wensen en bedenkingen gevraagd ten aanzien van de wijziging van de bestuursovereenkomst, maar zijn die niet geuit. De raadsinformatiebrieven die het college heeft gestuurd na de themabijeenkomst hebben vervolgens geen aanleiding gegeven tot een nadere bespreking in de commissie- of raadsvergadering in de gemeente Brielle waarna de anterieure overeenkomst is aangegaan. Beoordeling aanvraag om een omgevingsvergunning Algemeen kader Door de initiatiefnemer is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van twee windturbines in de Ondernemingspolder. Deze aanvraag past binnen de bandbreedte van opgesteld vermogen zoals afgesproken in de bestuursovereenkomst. Zoals eerder aangegeven is de aanvraag leidend voor de te volgen procedure. Verder is – normaalgesproken – de provincie het bevoegd gezag voor het nemen van een beslissing op een dergelijke aanvraag.
Echter, tussen de gemeente en de provincie zijn afspraken gemaakt over de delegatie van deze bevoegdheid naar de gemeente. Gelet op de aanvraag is verder het college het bevoegd gezag binnen de gemeente om de omgevingsvergunning te verlenen maar dient de raad wel een verklaring van geen bedenkingen af te geven. De raad kan een verklaring van geen bedenking alleen weigeren op ruimtelijke gronden. Indien de raad deze verklaring niet afgeeft, dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. De raad kan een verklaring van geen bedenkingen alleen weigeren als sprake is van strijd met de goede ruimtelijke ordening. Een dergelijke weigering moet ook onder verwijzing naar de goede ruimtelijke ordening met ruimtelijk relevante argumenten worden onderbouwd en worden gemotiveerd. Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel in de commissie van 11 september 2024 hebben raadsleden aangegeven dat er zich ruimtelijke weigeringsgronden voordoen in dit project. Deze zijn op 11 september 2024 in ieder geval niet concreet aan de orde gekomen. Bijvoorbeeld het aantal MW is geen ruimtelijk relevant argument omdat het uitsluitend ziet op het vermogen. 4
Het college van Voorne aan Zee is dan ook van mening dat er geen ruimtelijke gronden zijn waarop de aanvraag om verklaring van geen bedenkingen kan worden geweigerd. Het college van Voorne aan Zee is van oordeel dat de aanvraag voldoet aan het vereiste van de goede ruimtelijke ordening, en heeft zich daarbij gebaseerd op de stand van het recht naar het heden toe en op de adviezen van de diverse (onafhankelijke) deskundigen die door het college zijn verzocht te adviseren over onderdelen van de aanvraag. Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat het college ook mag afgaan op deze advisering tenzij deze overduidelijk onjuist is. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Zo heeft bijvoorbeeld onderzoeksbureau Peutz geen eigen berekeningen ten grondslag gelegd aan haar rapport. 4)
Ja, de aanvraag met daarin het aantal verzochte MW is leidend. Daarbij is wel van belang dat het aantal MW op zichzelf bezien geen ruimtelijk relevant element is. Verder moet de bestuursovereenkomst worden gezien in relatie tot het regionale windconvenant en de optimaliseringsopgave in de vastgestelde zoekgebieden windenergie op Voorne-Putten. De vergroting van de bandbreedte is destijds aangevraagd omdat de gemeente Brielle alsmede de andere gemeenten op VoornePutten liever op zoek wilden gaan naar optimalisatiemogelijkheden binnen de huidige grenzen van de vastgestelde zoekgebieden windenergie in de Noordrand van het eiland Voorne-Putten. Deze gemeenten wilden namelijk niet het risico lopen dat er nog voor einde van dit decennium extra zoeklocaties windenergie zouden worden onderzocht en zouden worden vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening op Voorne-Putten. Zij wilden de regie zo veel als mogelijk in eigen hand houden.
5)
De bestuursovereenkomst die tussen de provincie en gemeente Brielle is afgesloten op 9 februari 2018 en bevat de volgende overweging: “Dat het aan de gemeente is om samen met de ontwikkelaars van de locatie windenergie en andere belanghebbenden in het gebied zoals omwonenden, ondernemers, buurgemeenten en grondeigenaren de verschillende belangen af te wegen en te bepalen wat de beste plek is voor windturbines binnen de begrenzing van de locatie en de daarbij geldende voorwaarden (waaronder turbine-type, participatie-eisen etc). “ De strekking van deze overweging is dat er afstemming over maatwerk plaatsvindt binnen het zoekgebied bij de totstandkoming van een plan en een uiteindelijke vergunningsaanvraag tijdens het participatietraject. Dit is ook expliciet gebeurd in dit project door op basis van een haalbaarheidsvisie (2019) en bijbehorende participatiebijeenkomsten een plan te ontvangen van de initiatiefnemer. Daarbij geldt dat de bij het plan behorende vergunningsaanvraag dient te voldoen aan de uitgangspunten van die haalbaarheidsvisie. Geluid is als item een van de belangrijkste aspecten in dit kader en het akoestisch onderzoek is onderdeel van de vergunningsaanvraag.
In het akoestisch onderzoek, opgeleverd in opdracht van de initiatiefnemer, is het gebruikelijk uit te gaan van een range aan mogelijke windturbinetypes waarbij de meest lawaaiige windturbine die past binnen de gestelde bandbreedtes van opgesteld vermogen als -worst case5
referentie wordt geanalyseerd wat betreft geluidsbelasting, inclusief de daarbij benodigde maatregelen om te voldoen aan een acceptabel woon- en leefklimaat van omwonenden. In het akoestisch onderzoek is melding gemaakt van de worst-case (meest lawaaiige) windturbine (met naam en toenaam genoemd) waardoor aan deze overweging uit de bestuursovereenkomst gehoor is gegeven. Overigens is niet de strekking van de overweging dat inwoners het windturbine-type bepalen. Die keuze ligt voor aan de initiatiefnemer binnen de afgesproken range van turbines die passen binnen de toegestane geluidsbelastingwaarden conform het Activiteitenbesluit en het bijbehorende maatwerkbesluit. Wel is van belang dat – zelfs indien sprake is van een ‘worst case’ scenario – nog steeds wordt voldaan aan de daaraan te stellen eisen. 6)
Allereerst merken wij op dat door initiatiefnemer een memo is opgesteld, die als bijlage bij deze beantwoording is gevoegd. In deze memo is inzichtelijk gemaakt dat het project kan voldoen aan zowel de thans geldende normen als de normen die – naar verwachting – in de toekomst zullen gelden. Initiatiefnemer heeft in deze memo ook een aantal toezeggingen in dit verband gedaan, waaraan hij kan worden gehouden. Voorts geldt dat wanneer de raad besluit om de verklaring van geen bedenkingen niet af te geven, de provincie kan besluiten om het bevoegd gezag weer terug te nemen. Dit volgt uit de Electriciteitswet en is in 2023 ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak die ziet op de Karolinapolder1. Per de datum van terugname van de bevoegdheid door de provincie, zal het college van gedeputeerde staten weer het bevoegde gezag worden voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Het is dan aan de provincie om vast te stellen welk wettelijk regime van toepassing is op de aanvraag. Opgemerkt wordt dat zelfs indien de provincie niet besluit het bevoegd gezag weer terug te nemen, de initiatiefnemer zich ook zelf kan wenden tot de provincie met een dergelijk verzoek, dan wel met het verzoek om na een afwijzend besluit op de omgevingsvergunning een besluit te nemen.
In beide gevallen verliest de gemeente dus de regie en wordt de gemeente mogelijk geconfronteerd met een schadeclaim.
7)
Bij het antwoord op deze vraag is van belang dat de wettelijke eisen ten aanzien van geluidbelasting in de nachtelijke uren al zodanig in elkaar steken, dat een strenger geluidregime in de nachtelijke uren wordt toegepast teneinde de nachtrust van omwonenden op een acceptabel niveau te houden. Dit is dus verwerkt in de jaargemiddelde norm als onderdeel van het te hanteren Activiteitenbesluit met bijbehorende -regeling. Het geheel stilzetten van windmolens is geen optie omdat er dan een te negatief effect optreedt voor de elektriciteitsproductie en er dus dan geen financieel haalbaar project meer is. Wel kunnen extra specifieke geluid reducerende maatregelen getroffen worden. Daartoe is in dit geval ook overgegaan door het vaststellen van een maatwerkbesluit.
1 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@136741/201909160-1-r2/ , r.o. 16 e.v.
6
8)
Ja, dat zou in theorie mogelijk zijn. Zoals eerder aangegeven is het college echter van oordeel dat op basis van de Lden en Lnight normen zoals die nu zijn opgenomen al wordt voldaan aan de wettelijke vereisten. Ook met een Laeq-norm, kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordeningen kan een definitieve verklaring van geen bedenkingen worden afgegeven. Als de raad meent dat een Laeq-systematiek beter zou passen dan een jaargemiddelde norm dan is het uiteraard wel mogelijk om na te gaan of de initiatiefnemer toch bereid is hieraan gevolg te geven wanneer de raad bijvoorbeeld hier een motie over aan zou nemen. Op dat moment zou het college gevolg moeten geven aan de aangenomen motie. De initiatiefnemer heeft al aangeboden beschikbaar te zijn voor overleg over dit aspect. Mocht dit een realistische overweging zijn dan worden de jaargemiddelde normen die gelden voor dit project omgezet in Laeq-normen. Ten overvloede geldt dat dit dan andere waarden zijn dan die zijn toegepast in het windproject Haringvlietdam omdat dat een andere lokale situatie betreft. Met andere woorden, geluidsnormen zijn locatiespecifiek, op de ene locatie heeft geluid een ander effect dan op de andere locatie.
9)
Daartoe bestaat geen aanleiding. Uit onderzoek blijkt dat het windproject voldoet aan de normen uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast is de aanvraag ter advisering voorgelegd aan onze overlegpartners waaronder de GGD. Alle overlegpartners zijn vanuit hun deskundigheid akkoord gegaan met realisering van het windpark. Er wordt geen reden gezien om te twijfelen aan de uitkomsten van de onderzoeken en de adviezen van onze overlegpartners. Alhoewel dus reeds wordt voldaan aan de toegestane waarden vanuit het Activiteitenbesluit is de initiatiefnemer in gesprek met vertegenwoordigers van beide zorgboerderijen om eventuele extra maatregelen te realiseren ter verdere beperking van eventuele overlast. De vertegenwoordigers hebben aangegeven eerst een raadsbesluit over een te verlenen verklaring van geen bedenkingen af te wachten voordat er concreet verder wordt gesproken over dit aanbod.
10) De CRK is voor de gemeente de belangrijkste adviseur op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het college van Voorne aan Zee heeft het advies van de welstandscommissie, Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), d.d. 21 augustus 2023 beoordeeld en is tot de slotsom gekomen dat het advies van CRK zeer zorgvuldig tot stand is gekomen en ziet dus geen aanleiding om dit advies naast zich neer te leggen. Er kan – in theorie – worden afgeweken van een verstrekt welstandsadvies, maar dat gebeurt maar zelden en alleen als daar expliciete aanleiding toe is. Dit advies is gedegen, volledig en goed onderbouwd naar mening van het college van burgemeester en wethouders.
7