Beantwoording Technische vragen CDA PVaZ VV Omgevingsplan Buitengebied Brielle Veegplan 2 voor commissie
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Datum vraagstelling 7 mei 2024 Vraagsteller / fractie: CDA, PvaZ en Vrij Voorne Vergadering van Datum 15 mei Agendanummer 14 Omgevingsplan Buitengebied Brielle Veegplan 2 Vraag 1. Bij beantwoording van de zienswijzen onder 2A geeft u aan dat met elke betrokkene waar de gemeente nog geen contact mee had overleg gevoerd. Contact met de reclamant geeft aan dat, buiten het doen van mededelingen (schriftelijk) door de huidige gemeente Voorne aan Zee geen sprake is geweest van overleg. Reclamant zou hier wel grote behoefte aan hebben om zo tot een gezamenlijke oplossing te komen, Een wens die gesteund wordt door de ombudsman Rotterdam. Kunt u aangeven wanneer dit overleg heeft plaatsgevonden? Is hiervan een verslag gemaakt dat ook beschikbaar is voor reclamant? Waarom heeft dit overleg niet tot een oplossing geleid? 2. U geeft onder 2A aan dat de wens van reclamant is hun buitenruimte ongelimiteerd te gebruiken. Contact met reclamant leert dat hij inzet op 3500 m2 van de 120.000m2 in zijn bezit. Dit komt neer op een kleine 3%. Hoe rijmt u dit met elkaar? 3. U geeft aan dat “anders dan reclamanten veronderstellen, het perceel zelf nooit is bestemd als paardenhouderij”. Reclamant geeft echter aan dat een vergunning is verstrekt voor het houden van een paardenhouderij. Bent u hiervan op de hoogte? 4.
Andere locaties zoals Rijswaardsedijk 11, Abbewerveweg 5 en Bollaarsdijk 15 worden wel bestemd als paardenhouderij. Mollenweg 1 heeft hiervoor al wel een vergunning. Waarom is de omzetting in de eerste drie gevallen wel mogelijk? 5. U geeft onder 2c aan dat, zodra de omgevingsvergunning onherroepelijk is dit wordt verwerkt in het omgevingsplan. Dit omdat er nog een hoger beroep loopt van één van inwoners uit de straat. Tegelijkertijd loopt er ook een beroep tegen onderdelen van veegplan 1 (bv. Biomassa) die wel zijn verwerkt in veegplan 2. Hoe rijmt u dit met elkaar? 6. Inmiddels heeft in beroep de rechter de bezwaren tegen de omgevingsvergunning Molendijk 1 ongegrond verklaard. Klopt het dat ingevolge jurisprudentie u die dan moet verwerken in het omgevingsplan/bestemmingsplan? 7. Onder 2F geeft u aan dat milieutechnisch geen verdere verzwaring van het gebruik kan plaatsvinden. Waar gaat het daarbij om. Alleen het aantal paarden of ook het gebruik van de buitenruimte? Welke milieutechnische aspecten of regels betreft het dan?
8. Aan de Molenweg 1 wordt van bedrijfswoning een plattelandswoning gemaakt. Zijn de regels voor een plattelandswoning dezelfde als een bedrijfswoning bv. waar het gaat om milieu en overlast van het aanliggende bedrijf? Indien de eisen aan een plattelandswoning strenger zijn gaat u hierop dan handhaven?
Portefeuillehouder Igor Bal Team Ruimtelijke Ontwikkeling Datum beantwoording 15 mei 2024 Antwoord 1. Wij verwijzen in de eerste plaats naar de beantwoording van de zienswijze in de Nota zienswijzen onder punt 2A. Ten aanzien van het perceel van reclamanten is slechts de bedrijfswoning gewijzigd naar plattelandswoning. Hier is contact over geweest met de advocaat van reclamanten. Wij hebben nader overleg niet opportuun geacht omdat wij op goede gronden mocht aannemen dat de wijziging naar plattelandswoning recht doet aan de belangen van appellant. In meer algemene zin en anders dan reclamant veronderstelt, is de gemeente Voorne aan Zee meermaals in gesprek geweest met reclamant. Zo is er een periode geweest waarbij op regelmatige basis overleg was tussen een ambtenaar van de gemeente en reclamant. Ook is in de start van de handhavingsprocedure een gesprek geweest met de wethouders waarin onder meer de planologische mogelijkheden op zijn perceel zijn toegelicht. Dit nog los van het regelmatig contact tussen de advocaat van de gemeente en de advocaat van reclamant. Dit contact is door de gemeente ook uitgebreid beschreven in een brief van 26 oktober 2023 aan de Ombudsman van Rotterdam Rijnmond. 2. Dit aspect staat los van het nu voorliggende Veegplan.
Dit veegplan ziet er sec op om een aantal omissies die zijn ontstaan bij de omzetting van beheersverordening naar omgevingsplan te herstellen, zodat nadelige gevolgen voor bewoners van de gemeente Voorne aan Zee vanwege deze omissies worden voorkomen. Verder is van belang dat de beperking van de buitenruimte tot 1.200 m 2 reeds in het Omgevingsplan is opgenomen. Het Omgevingsplan is onherroepelijk en kan niet meer aangetast worden. Wij wijzen in dit verband ook naar de beantwoording van de zienswijze in de Nota zienswijzen. In aanvulling hierop kan los van het nu voorliggende Veegplan nog worden aangegeven dat aan reclamanten een omgevingsvergunning is verleend voor ongeveer 1.400m² aan buitenruimte en dat is wat ruimtelijk gezien aanvaardbaar wordt geacht op dit perceel. Deze omgevingsvergunning is echter nog niet onherroepelijk zoals benoemd onder de beantwoording bij vraag 6. 3. Van een vergunde situatie is geen sprake. Dit volgt ook uit de uitspraak die de rechtbank Rotterdam op 14 februari 2024 heeft gedaan. Wederom heeft verder te gelden dat dit aspect verder ook losstaat van het nu voorliggende Veegplan. 4. De locaties Rijswaardsedijk 11 en Abbewerveweg 5 hadden in de beheersverordening reeds de bestemming paardenhouderij. De locatie Bollaarsdijk 15 was als ‘agrarisch’ bestemd.
Voor de locaties Rijswaardsedijk 11, Abbewerveweg 5 en Bollaarsdijk 15 wordt de bestemming paardenstalling gewijzigd naar paardenhouderij om de omissies die zijn ontstaan bij de omzetting van beheersverordening naar omgevingsplan te herstellen. Dit is nader gemotiveerd in de toelichting van het voorliggende Veegplan onder 1.2.6, 1.2.7 en 1.2.8.
Voor wat betreft de Molendijk 1 wijzen wij op de uitgebreide beantwoording zoals opgenomen in de Nota zienswijzen onder punt 2F. Kort en goed wordt de herbestemming van het perceel van reclamant naar paardenhouderij niet wenselijk geacht om de redenen genoemd onder punt 2F. 5. De kwestie van de Biomassa ziet op een andere situatie dan de specifieke situatie aan de Molendijk. In de kwestie van de Biomassa is geen sprake van een verleende omgevingsvergunning die nog in rechte voorligt. 6. De omgevingsvergunning is nog niet onherroepelijk. Er is na het opstellen van de Nota van zienswijzen alsnog hoger beroep ingediend tegen de uitspraak van de rechtbank. Zodra deze omgevingsvergunning onherroepelijk is, zal de omgevingsvergunning in het omgevingsplan worden verwerkt. 7. Wederom staat deze vraag los van het nu voorliggende Veegplan. Als eerder aangegeven ziet dit Veegplan er sec op om een aantal omissies die zijn ontstaan bij de omzetting van beheersverordening naar omgevingsplan te herstellen, zodat nadelige gevolgen voor bewoners van de gemeente Voorne aan Zee vanwege deze omissies worden voorkomen. Wij wijzen verder op de uitgebreide beantwoording zoals opgenomen in de Nota zienswijzen onder punt 2F. Het gaat verder om beide punten, waarbij moet worden gedacht aan regels die zien op bijvoorbeeld geur en geluid. 8.
Zoals eerder aangegeven zijn wij van oordeel dat de wijziging naar plattelandswoning recht doet aan de belangen van reclamant. Uitgangspunt is dat deze wijziging in beginsel geen belemmering met zich mee mag brengen voor het aanliggende bedrijf van reclamant.
Technische vragen zijn vragen over agendapunten voor een commissie- of raadsvergadering. Termijn van indiening t.b.v. tijdige beantwoording in commissie of raad: - Voor de vergaderingen op dinsdag: uiterlijk de donderdag ervoor (12.00 uur) - Voor de vergaderingen op woensdag: uiterlijk de vrijdag ervoor (12.00 uur) - Voor de vergaderingen op donderdag: uiterlijk de maandag ervoor (12.00 uur)