Beantwoording GL PvdA B. van Ravenhorst technische vragen inz. agendapunt 15
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Datum vraagstelling 28-08-2023 Vraagsteller / fractie Bert van Ravenhorst GL/PvdA Vergadering van Datum Donderdag 31 augustus Raadsvergadering Agendanummer Agendapunt 15 1. Op 13 april was de begroting beschikbaar en werd aan de raad gevraagd een zienswijze te geven. Ook werd gevraagd de zienswijze voor 1 juli te geven. Dit leidt tot de vraag waarom dit nu pas geagendeerd staat. Tevens tot de vraag wat nu nog de zin van behandeling is. En tenslotte tot de vraag hoe het college er zorg voor draagt dat dit volgend jaar beter gaat.
2. In de begroting wordt aangegeven op blz. 9 dat DCMR er in principe van uitgaat dat de overgang naar de Omgevingswet budgetneutraal is. De vraag is hoe realistisch dit is. De Omgevingswet is een veelomvattende wet die ook van diensten als DCMR veel vraagt als het gaat om reguliere VTH-taken en adviesproductenvoorlichting en advisering aan de verschillende gemeenten. Kan de DCMR aangeven hoe zij dit denkt te realiseren? Er wordt op blz. 9 ook aangegeven dat er nog geen inzicht is in de kosten voor de invoering van de Omgevingswet. Op blz. 18 wordt wel een bedrag als risico genoemd, namelijk 500k. Samenvattend betekent dit dat er drie verschillende signalen worden afgegeven m.b.t de te verwachten kosten. Kunt u hier helderheid in geven? 3. Eveneens op blz. 18 wordt gesproken over de focus van managementsturing. Hier wordt 740k voor gezien als risico. Vraag is of dit geen reguliere bedrijfsvoeringskosten zijn die gewoon in de begroting thuishoren. Tevens de vraag als hier ook verlofstuwmeren en tijdschrijven zijn opgenomen of men wel het inzicht heeft in wat er op deze punten speelt. Dat vraag in hoeverre men in control is. Portefeuillehouder: Igor Bal Team: Vergunningen, Toezicht & Handhaving Afdeling: Ruimtelijke ontwikkeling Datum beantwoording: 29 augustus 2023
Antwoorden: 1. De reden dat dat dit onderwerp pas nu geagendeerd is, heeft voornamelijk te maken met het feit dat de interne afstemming langer dan gebruikelijk heeft geduurd, als gevolg van bijvoorbeeld het traject van de begrotingscyclus dat gelijktijdig liep. Uw zienswijze over de begroting is nog wel zinvol, omdat de zienswijzen van de gemeenteraden op 7 september besproken worden in het Algemeen Bestuur van de DCMR. Het college verwacht agendering en behandeling volgend jaar tijdiger te kunnen bewerkstelligen omdat de interne afstemming ten aanzien van DCMRgerelateerde onderwerpen dan volledig op orde is. 2. De invoering van de Omgevingswet betekent een grote opgaven voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. Op landelijk niveau is door de koepels (IPO, VNG en de gezamenlijke omgevingsdiensten) bij het Rijk aangedrongen op een goede onderbouwing van de financiële consequenties van de Omgevingswet. Door de koepels is herhaaldelijk ervoor gepleit meer helderheid te krijgen m.b.t. de financiële gevolgen van taakveranderingen (zoals bodemtaken) en mogelijke frictiekosten. Op landelijk niveau is er echter geen eenduidig inzicht ontwikkeld wat de financiële gevolgen van de implementatie van de Omgevingswet voor gemeenten, provincie en omgevingsdiensten kunnen zijn.
Om die reden is door het Dagelijks bestuur als uitgangspunt in de begroting ervoor gekozen om de Omgevingswet binnen de bestaande budgettaire kaders van DCMR uit te voeren. Deze lijn is in de begroting 2024 die door het Dagelijks bestuur wordt voorgelegd aan het Algemeen bestuur als uitgangspunt opgenomen. Vanzelfsprekend zal in de beheersmatige en inhoudelijke sturing van DCMR dit onderwerp de komende jaren grote aandacht krijgen. De richtlijnen van het BBV bepalen dat omgevingsdiensten inzichtelijk moeten maken welke risico’s in de bedrijfsvoering een rol kunnen spelen. Het Algemeen bestuur heeft hiervoor een methodiek van risicomanagement vastgesteld. Deze methodiek is erop gericht dat het weerstandsvermogen van de organisatie voldoende financiële buffer biedt om eventuele financiële risico’s op te vangen. Vanuit deze invalshoek is de invoering van de Omgevingswet opgenomen in de risicoparagraaf (blz 18) van de begroting. In het bestuur is afgesproken om de frictiekosten in het resultaat te verwerken, en met het opnemen van de Omgevingswet in de risicoparagraaf is tevens besloten dat er hiervoor geen extra reservering voor kosten vooraf wordt gemaakt. De omvang van het weerstandsvermogen van DCMR wordt binnen afgesproken bandbreedtes door het Algemeen bestuur op een zodanig niveau gehouden dat de genoemde risico’s voldoende kunnen worden opgevangen.
Overigens is de verwachting dat ook na 1 januari 2024 de koepelorganisaties en de rijksoverheid in gesprek zullen moeten blijven over de financiële gevolgen van de Omgevingswet. 3. Zoals aangegeven bij vraag 2 is het DCMR-bestuur conform het BBV verplicht een risicoparagraaf op te nemen in de begroting. De managementsturing valt inderdaad onder de reguliere bedrijfsvoeringskosten, die onderdeel vormen van de begroting. In deze managementsturing valt naast de inhoudelijke sturing en de sturing op alle beheersaspecten (financiën, HR) ook de sturing op goed tijdschrijven en het adequaat managen van de verlofvoorraad. In de interne DCMR-sturing hebben deze onderwerpen dan ook grote prioriteit, en ook het Dagelijks bestuur voert monitoring en sturing uit op het gebied van de urenrealisatie (die mede door tijdschrijven en verlofmanagement wordt beïnvloed). Deze onderwerpen vallen dus binnen de reguliere bedrijfsvoering. De reden dat in de risicoparagraaf deze onderwerpen zijn genoemd heeft te maken met de grote invloed die hiervan uitgaat op de balans tussen kosten en opbrengsten. Voor onvoorziene risico’s is daarmee een buffervermogen beschikbaar, maar opvangen binnen de reguliere bedrijfsvoering blijft het uitgangspunt. De prioriteit (ook bestuurlijk) ligt dan bij een goede sturing op deze onderwerpen, zodat de balans tussen kosten en opbrengsten gewaarborgd is en blijft.
Technische vragen zijn vragen over agendapunten voor een commissie- of raadsvergadering. Termijn van indiening t.b.v. tijdige beantwoording in commissie of raad: - Voor de vergaderingen op dinsdag: uiterlijk de donderdag ervoor (12.00 uur) - Voor de vergaderingen op woensdag: uiterlijk de vrijdag ervoor (12.00 uur) - Voor de vergaderingen op donderdag: uiterlijk de maandag ervoor (12.00 uur)