Beantwoording aanvullende technische vragen 1e berap 2026
Tekst van het document
BEANTWOORDING AANVULLENDE (TECHNISCHE) VRAGEN BIJ 1E BERAP 2026 1. Datum vraagstelling
30-6-2026
Fractie en indiener
Partij met Lef! , Dhr. Sommeling
Vergadering
Raadsvergadering
Datum vergadering
7-7-2026
Agendapunt
1e berap 2026
Publiceren op Notubiz Inleiding
ja Technische vraag m.b.t. juridische kosten
Vraag
Recent heeft een aantal inwoners een bedrag van rond de € 1.500,- (aan dwangsom) ontvangen. Om welke bedragen gaat het? Hoe vaak heeft dit plaatsgevonden en om welke dossiers gaat dit in 2025 en 2026? Antwoord
Portefeuillehouder
In 2025 zijn, wegens niet tijdig beslissen op een aanvraag of bezwaarschrift, nadat een ingebrekestelling was ontvangen en de wettelijke termijn van twee weken was verstreken, 14 dwangsommen aan burgers uitgekeerd voor een totaalbedrag van € 18.320,-. In 2026 is daarvoor tot op heden 1 dwangsom uitbetaald, voor een bedrag van € 1.442,-. Om privacyredenen kan niet worden toegelicht welke dossiers dit betreft. Dhr. Scheepers
2. Datum vraagstelling
30-6-2026
Fractie en indiener
CDA, Dhr. Woudenberg
Vergadering
Raadsvergadering
Datum vergadering
7-7-2026
Agendapunt
1e berap 2026
Publiceren op Notubiz Inleiding
ja Er zijn extra voorzieningen getroffen in de begroting 2026 voor het onderhoud van de buitenruimte, specifiek de groenvoorziening.
Vraag
Er is inmiddels een forse achterstand ontstaan in het onderhoud van de buitenruimte. Kan deze achterstand met de extra voorzieningen in de begroting worden ingelopen? Antwoord
Portefeuillehouder
In 2025 is het Integraal Beheerkader Plus vastgesteld. Omdat de financiële middelen ontbreken om direct het gewenste ambitieniveau op o.a. groen te behalen, is hiervoor een ingroeimodel vastgesteld (scenario 2). Daarmee zijn extra middelen ter beschikking gesteld om vanaf 2026 toe te werken naar het gewenste ambitieniveau en is er een meerjarenplanning opgesteld. Het ingroeimodel loopt tot 2032 en wordt jaarlijks geëvalueerd, teneinde te beoordelen of alles volgens planning loopt. Daarnaast is er in 2025 een extra financiële impuls gegeven om (een start te maken om) de achterstanden in het groenonderhoud weg te werken. Mw. Oosenbrug
3. Datum vraagstelling
30-6-2026
Fractie en indiener
BVNL, Dhr. Van der Jagt
Vergadering
Raadsvergadering
Datum vergadering
7-7-2026
Agendapunt
1e berap 2026
Publiceren op Notubiz Inleiding
ja De personeelskosten vallen op en vragen om blijvende aandacht en sturing.
Vraag
Hoe gaat het college de externe inhuur de komende jaren terugdringen?
Antwoord Portefeuillehouder
Sinds begin 2025 zijn veel vacatures vervuld (circa 45 fte). Hierdoor is minder inhuur nodig en die lijn zetten we door. Daarnaast treffen we maatregelen om het ziekteverzuim terug te dringen. Ook hiermee brengen we de behoefte aan inhuur terug.
4. Datum vraagstelling
30-6-2026
Fractie en indiener
PRO, Dhr. Van Ravenhorst
Vergadering
Raadsvergadering
Datum vergadering
7-7-2026
Agendapunt
1e berap 2026
Publiceren op Notubiz Inleiding
ja De komende jaren zal er veel van de interne organisatie worden gevraagd.
Vraag
Kan de organisatie alle werkzaamheden de komende jaren aan?
Antwoord
Portefeuillehouder
Eind 2025 zijn we begonnen met een strategische personeelsplanning (SPP). Dit project loopt verder door in 2026. Doel van SPP is te komen tot een optimale personele bezetting, nu en in de toekomst. Hiervoor leggen we een koppeling tussen de actuele en toekomstige ontwikkelingen en de omvang en competenties van het personeelsbestand, dat nodig is om die ontwikkelingen te realiseren.
5. Datum vraagstelling
2-7-2026
Fractie en indiener
IBV, mw. Comello
Vergadering
Raadsvergadering
Datum vergadering
7-7-2026
Agendapunt
1e berap 2026
Publiceren op Notubiz Inleiding Vraag
nee Uit de jaarstukken van 2025 blijkt dat er 40 miljoen aan investeringen doorgeschoven is naar 2026. Heeft het college overzicht hoe de uitvoering van deze investeringen inmiddels op de helft van 2026 verloopt? Is het uitstel van investeringen een bewuste keuze of gevolg van uitvoeringsprobelemen? Zijn er risico’s dat uitstel later leidt tot hogere kosten of kapitaalvernietiging?
Antwoord
Portefeuillehouder
Het college monitort de voortgang van de investeringsprojecten periodiek via de reguliere planning- en controlcyclus. Het eventueel doorschuiven van investeringen kent verschillende oorzaken, waaronder fasering van projecten, afhankelijkheid van externe partijen, capaciteitsvraagstukken en gewijzigde prioriteiten. Uitstel is daarmee niet per definitie het gevolg van uitvoeringsproblemen. Bij de bestuursrapportages wordt beoordeeld of bijstelling van de planning, budgetten of kredieten noodzakelijk is. Uitstel kan theoretisch tot hogere kosten leiden als gevolg van prijsontwikkelingen of een langer gebruik van bestaande activa, maar dit is geen gegeven. Op dit moment zijn er geen signalen dat sprake is van kapitaalvernietiging als gevolg van de doorgeschoven investeringen.