CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviesrecht voor de raad en verplichte participatie onder de Omgevingswet raadsvoorstel

Commissie Ruimte 14 september 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Adviesrecht voor de raad en verplichte participatie onder de Omgevingswet.1.022 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:

Adviesrecht voor de raad en verplichte participatie onder de Omgevingswet. Igor Bal/ Daan van Orselen 169593-2023

Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit: 1. Bijgevoegde lijst met categorieën van activiteiten vast te stellen (Bijlage 1), waarvoor a) advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, conform artikel 16.15a lid b onder 1 Omgevingswet, en b) participatie verplicht is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, conform artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet; 2. De lijst genoemd onder punt 1 in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt; Advies van commissie Let op, enkel in te vullen door de Griffie zelf! 1. Inleiding Op 1 januari 2024 zal de Omgevingswet in werking treden. Dit heeft ook gevolgen voor de bevoegdheden van de gemeenteraad. De huidige “verklaring van geen bedenkingen” komt te vervallen. Hiervoor in de plaats komt het “adviesrecht” bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn activiteiten die niet passen in het omgevingsplan en niet met behulp van een binnenplanse afwijking van het omgevingsplan zijn te verlenen. Het adviesrecht geldt alleen voor door de raad aangewezen gevallen. In dit voorstel wordt een lijst met categorieën van activiteiten voorgesteld waarvoor het advies van de gemeenteraad nodig is.

Hiernaast introduceert de Omgevingswet ook de bevoegdheid van de gemeenteraad om categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen, waarbij de initiatiefnemer verplicht is om belanghebbenden, zoals omwonenden vroegtijdig bij de planvorming te betrekken (participatie). In dit voorstel is in de lijst met categorieën waarvoor het adviesrecht geldt ook opgenomen in welke gevallen de verplichte participatie geldt. 2. Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten De Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt leidt tot het nemen van besluiten om overeenkomstig de nieuwe wet te kunnen gaan werken. Bij het opstellen van de lijst voor het adviesrecht is deels aangesloten bij de huidige lijst met gevallen van categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is. 3. Argumenten  Onder de Wabo is het uitgangspunt dat een omgevingsvergunning voor (grote) afwijkingen van een bestemmingsplan alleen kan worden verleend als de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) heeft afgegeven. Bij de voormalige gemeenten van Voorne aan Zee, bestaan verschillende lijsten van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Wabo tegelijkertijd worden ingetrokken. Daarmee verliezen eerder vastgestelde lijsten hun betekenis.

 Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan

waarin wel een advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Het advies van de raad is bindend. Voor de niet-aangewezen gevallen is geen advies van de gemeenteraad vereist. Op dit moment bestaat er geen bevoegdheid om initiatiefnemers te verplichten om omwonenden vroegtijdig bij hun plannen te betrekken. De huidige Inspraak verordeningen voorzien hier niet in. Wel worden initiatiefnemers in het kader van vooroverleg over een voorgenomen project – of soms zelfs nog na indiening van een aanvraag – in voorkomend geval verzocht om omwonenden te informeren en om een reactie te vragen. Juist bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met een grote impact op de omgeving, kan het nuttig zijn om belanghebbenden te laten participeren. Hierdoor kan niet alleen bij de planvorming maar ook bij de besluitvorming beter rekening worden gehouden met betrokken belangen. Ook kan het draagvlak potentieel toenemen en kan het aantal bezwaar- en beroepsprocedures mogelijk afnemen. Gelet op de potentiële voordelen van participatie (ook voor de aanvrager) is het raadzaam om voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met een grote impact op de fysieke leefomgeving, participatie verplicht te stellen.

De aanvrager staat het in beginsel vrij zelf de wijze van participatie te bepalen (maatwerk) en is niet verplicht om de participatiereacties over te nemen. In Bijlage 1 is een lijst met categorieën opgenomen waarvoor het adviesrecht geldt en tevens een participatieverplichting geldt. In twee gevallen is de participatieverplichting uitgebreider dan het adviesrecht. Dit betreffen gevallen waarvan de ruimtelijke impact voor direct belanghebbenden ook groot kan zijn. Het uitbrengen van een ‘bindend advies’ zal een aanzienlijke inspanning van de raad vergen. Het aanvraagdossier met goede ruimtelijke onderbouwing (en aanverwante rapporten) zal moeten worden bestudeerd alsmede eventuele ‘participatie-reacties’ en er zal uiteraard een gemotiveerd advies moeten worden opgesteld. Daarbij moet ook bedacht worden dat de reguliere beslistermijn voor omgevingsvergunningen onder de Omgevingswet straks 8 weken bedraagt (+ eenmalig 6 weken verdaging), ook voor vergunningverlening voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Uit ervaring is gebleken dat 8 weken in veel gevallen niet haalbaar is. Het is dus raadzaam om enige terughoudendheid te betrachten bij het aanwijzen van gevallen waarin de raad bindend advies wenst uit te brengen. Voorkomen moet worden dat een onwerkbare situatie ontstaat.

Daarnaast kan opgemerkt worden dat de gemeenteraad met het bestaande raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college van B&W) nu reeds vinger aan de pols kan houden en kan sturen op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Bovendien kan de (eventuele) aanwijzing van categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad bindend advies wenst uit te brengen, later desgewenst worden uitgebreid. De lijst met categorieën treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt en geldt dan voor nieuwe aanvragen die onder de Omgevingswet worden ingediend. De verklaring van geen bedenkingen en de lijsten met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is, komt met inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Behalve voor de aanvragen die nog ingediend zijn onder de WABO.

4. Communicatie en participatie De raad is eerder op de hoogte gebracht van de wijzigingen die met de Omgevingswet samenhangen.

2

5. Duurzaamheid Niet van toepassing. 6. Kosten, baten en dekking Niet van toepassing. 7. Regionale afstemming Iedere gemeente kan zelf bepalen voor welke gevallen een adviesrecht geldt. Hiervoor is geen regionale afstemming noodzakelijk. Bijlage(n): 2  Raadsbesluit;  Bijlage 1: Lijst van categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor adviesrecht van de raad nodig is en voor welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld. 8.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080118/3