731.11 Speelruimtevisie Voorne aan Zee v07052024
Tekst van het document
Harmonisatie Speelruimtevisie 2024 mei 2024
Inleiding Voorne aan Zee is een fusiegemeente van de voormalige gemeenten: Westvoorne, Brielle en Hellevoetsluis. De aanleiding voor deze harmonisatie ligt bij de fusie. Met de harmonisatie maakt Voorne aan Zee nieuwe beleidskaders voor de hele gemeente. Op deze manier streeft gemeente naar een gelijkmatig en gelijkwaardig aanbod van speelvoorzieningen in de buitenruimte.
Voormalige gemeenten Brielle en Hellevoetsluis hebben beleidskaders op het gebied van speelruimte. De beleidskaders van de voormalige gemeente Brielle en Hellevoetsluis waren nagenoeg hetzelfde en zijn in voorliggend document als uitgangspunt genomen. Het harmoniseren van het speelruimtebeleid zorgt voor kaders op het gebied van speelruimte, waar gemeente Voorne aan Zee de komende periode mee vooruit kan. Wel ligt er de wens om in de nabije toekomst verder te kijken dan alleen speelruimte. De buitenruimte is namelijk van iedereen, en iedereen maakt gebruik van de openbare ruimte. Het is daarom verstandig om in de toekomst verder te kijken dan de formele openbare speelplekken, waardoor ook oudere doelgroepen meer tot hun recht kunnen komen in het beleid. Op deze manier kan Voorne aan Zee buitenruimte bieden die geschikt is voor zowel jong als oud.
Leeswijzer Voorliggende speelruimtevisie beschrijft hoe de gemeente Voorne aan Zee de speelruimte de komende jaren voor al haar gebruikers leuk en aantrekkelijk gaat maken. In Hoofdstuk 1, 2 en 3 komen de belangrijkste thema’s aan bod. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de analyseresultaten per woonkern. Tot slot geeft hoofdstuk 5 een aantal aanbevelingen voor de ontwikkelingsrichting die gewenst is om onze visie op speelruimte binnen de gemeente nog verder te brengen en te realiseren.
1. Een gevarieerd speellandschap 1.1 Centrale plekken met veel uitdaging en mogelijkheden om te ontdekken, ontmoeten en verwonderen Kinderen spelen graag en veel samen met hun buurtgenoten. Ze geven aan dat ze de grotere plekken, waar veel te beleven valt, het meest waarderen en gebruiken. Dit geldt ook voor sportplekken. Als de buurt veilig genoeg is, gaan kinderen ook op ontdekkingstocht door de buurt en naar die grote centrale plekken. De grenzen van hun speelbuurt worden bepaald door drukke (50 km/h) wegen, water, grote groengebieden of sociale barrières zoals ouders die aangeven. Veel ouders in de gemeente Voorne aan zee geven aan 5 minuten lopen (circa 400 meter) als een ideale afstand te zien tot die echt leuke plek. Speelruimte die we aanbieden moet van hoge kwaliteit zijn en vooral veel verschillende speelmogelijkheden bieden. Het moet kinderen verleiden om letterlijk over de drempel te stappen en naar buiten te gaan. Het ontwerp van speelruimte moet een uitdagend geheel van toestellen en landschapselementen vormen. In elke wijk moet zo’n centrale plek, een speellandschap, te vinden zijn. Dit kunnen ook groene schoolpleinen zijn, mits daar genoeg plekken voor overdag aanwezig zijn en het plein ook open is buiten schooltijden.
Meer landschapselementen zoals heuveltjes, laagtes en diverse soorten groen zijn belangrijk voor kinderen, maar bevorderen ook de ruimte voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Toestellen moeten uitdagend zijn, dienen waar mogelijk inclusie te bevorderen en dienen aan te sluiten bij de wensen van de doelgroepen. Het ontwerp moet zo zijn dat het samen spelen stimuleert en ontmoeting van volwassenen faciliteert. We streven naar plekken die aantrekkelijk zijn voor alle doelgroepen, en ontmoeting van jong en oud faciliteert.
1.2 We bieden steunplekken en informele speelruimte ter ondersteuning van de centrale plekken Aanvullend op centrale plekken bieden we steunplekken aan. Dit zijn bijvoorbeeld speelplekjes voor hele jonge kinderen waar de afstand binnen de speelbuurt anders te groot wordt. Of sportplekken voor jeugd of jongeren als de centrale plek hiervoor niet genoeg ruimte biedt. Deze aanpak van centrale plekken, aangevuld met steunplekken en informele speelruimte per buurt is toekomstbestendig, omdat dit een goed basisnetwerk oplevert voor spelen, nu en in de toekomst, onafhankelijk van de leeftijd en het exacte aantal kinderen in die buurt.
Voorbeeld van wijken met grote centrale plekken
1.3 Normering voor de nadere uitwerking
Iedere buurt en elk dorp bevat één of meerdere centrale plekken, afhankelijk van de grootte, inrichting en het aantal inwoners van de buurt of kern. In ieder geval bij meer dan 140 kinderen onder de 12 jaar, wordt gezocht naar een extra centrale plek. Bij een decentrale ligging van de centrale plek (langer dan 5 minuten lopen à 400 meter of andere belemmerende omgevingsfactoren, kan een extra centrale- of steunplek worden aangewezen.
De type plekken die we onderscheiden zijn: • Bovenwijkse plek: Grote uitdagende plekken met wijkoverstijgend aanbod. Denk daarbij aan een grote kinderboerderij, natuurspeeltuin of grote skatebaan. • Centrale plek: breed en gevarieerd aanbod voor 0 t/m 12 jaar of voor 0 t/m 18 jaar, biedt uitdaging en nodigt uit tot samen spelen.
• Steunplek: Speel- of sportplek ingericht voor een specifieke doelgroep, ondersteunend aan de centrale plek in de buurt. • Informele speelplek: speelruimte op de stoep, pleintje, grasveld of speelbosjes, biedt spelaanleidingen dicht bij huis.
2. Een speellandschap voor jong en oud 2.1 Iedereen speelt mee Kinderen moeten altijd buiten kunnen spelen. Elke dag en in alle weertypes. Met buitenspelen doen kinderen nieuwe ervaringen op, komen ze met anderen in contact en gaan ze op ontdekking. Ook ouders en verzorgers komen zo met elkaar in contact. Speelplekken zijn de ontmoetingsplekken voor een brede doelgroep. Daarnaast leidt spelen tot bewegen en behendigheid. Kinderen leren balanceren, springen, kruipen, ontwijken, klimmen, hangen en zwaaien. Ook volwassenen zorgen voor hun gezondheid door te sporten en bewegen in de openbare ruimte. Kortom, buiten spelen en bewegen is leuk en gezond. Om kinderen en volwassenen vaker en langer uit te dagen tot verkennen en bewegen wil gemeente Voorne aan Zee een rijke speel- en beweegomgeving aanbieden. Dit doet de gemeente niet alleen, maar altijd in samenwerking met kinderen en volwassen omwonenden. Een belangrijk aandachtspunt in onze gemeente is het realiseren van sport en ontmoetingsplekken voor jongeren. De afgelopen jaren zijn er een aantal goede beweegplekken voor jongeren gekomen in onze gemeente. Het is belangrijk dat deze plekken blijven bestaan en dat, in samenwerking met het jongerenwerk, jongeren worden gestimuleerd om buiten te sporten. De beeldvorming dat alle jongeren boven de 14 voor overlast zorgen klopt niet.
Jongeren hebben ook recht op eigen plekken in de openbare ruimte waar ze kunnen sporten en ontmoeten. Uit evaluatie van speelruimteonderzoeken blijkt dat gemeenten die voldoende, goed gespreide plekken bieden met een gevarieerde inrichting de minste overlast hebben en dat zowel de jongeren als bewoners tevreden zijn. We willen als gemeente dus ook ruimte bieden voor jongeren die willen kijken, kletsen en ontmoeten bij de sportplekken.
2.2 In samenwerking met gebruikers De wensen van kinderen staan altijd centraal. Zij weten immers het beste hoe en waar zij het liefste spelen. Kinderen en volwassen omwonenden denken altijd mee over de inrichting van speelplekken en bepalen samen met de gemeente hoe de speelplaats er uit komt te zien. Daar waar behoefte is aan een beweegplek voor volwassenen of ouderen wordt samengewerkt met de initiatiefnemers. De te nemen acties voor speelruimte kunnen vertaald worden naar vier mogelijke situaties: 1. Een kleine verandering op de speelplek, 2. Een grote verandering van de speelplek, 3. Aanleg of omvorming van een speelplek, 4. Reactie op een initiatief van bewoners. In het hoofdstuk aanbeveling staat aangegeven wat het stappenplan is in deze situaties.
Inclusie Iedereen moet mee kunnen binnen het speelklimaat van Voorne aan Zee, waaronder zeker ook kinderen met een handicap. Zij moeten zich op de speelplekken echt welkom voelen. Wij vinden als gemeente Voorne aan Zee dat elk kind zich thuis moet voelen.
2.3 Buitenspelen begint bij de voordeur De informele speelruimte betreft ook de stoep en de achterpaden, zijn de eerste opstap naar spelen in de wijk. Te weinig informele ruimte zorgt voor een barrière om zelfstandig op pad te gaan. Daarnaast geeft de informele speelruimte, zoals bomen, struiken, grasveldjes, pleintjes, vijvers en rustige straten, ook heel veel speelmogelijkheden. Je kunt er bijvoorbeeld een balletje trappen, crossen, hutten bouwen, verstoppertje spelen, bloemen plukken of gaan vissen. Hoe beter de informele speelruimte, hoe minder formele speelruimte met toestellen er nodig is
2.4 We differentiëren naar leeftijd, type spel en sport, en ontmoeten Voor elke leeftijd wat te doen: dat is één van de uitgangspunten in de harmonisatie. Kinderen en de jeugd krijgen op de centrale plekken en steunplekken de ruimte. Voor jongeren zijn er aanvullende richtlijnen.
Sport- en ontmoetplek voor iedere 100 jongeren
Voor jongeren geldt: voor iedere 100 jongeren (12-18 jaar) is er in gemeente Voorne aan Zee een sport- en ontmoetingsplek. De plekken worden gelijkmatig over de gemeente verspreid. Daarnaast is er voor iedere 500 jongeren een verwijsplek, bij voorkeur gecombineerd met een multifunctionele sportvoorziening. Zo ontstaat voldoende spreiding. Het aantrekkelijkst zijn de plekken waar sporten en ontmoeten gecombineerd worden. Jongeren hebben zo eigen plekken en verdringen geen jeugdigen. Verder streven we naar voor iedere 500 jongeren een echt gave verwijsplek maken, wat verder van de woningen, met uitgebreide ontmoetings- en sportmogelijkheden en in goed overleg met jongerenwerk.
Er is in de gemeente Voorne aan Zee voldoende potentie voor plekken voor jongeren waarmee we kunnen voldoen aan onze wensen. Door nieuwbouwprojecten kan echter een aantal van deze jongerenplekken komen te verdwijnen. De jongerenplekken die er al zijn, zijn soms matig van inrichtingskwaliteit. Jongeren willen meer variatie in het aanbod en ook gewoon een rustig plekje om gezellig te kletsen. In overleg met jongeren en jongerenwerk kunnen we deze plekken onder de loep nemen en samen de kwaliteit verhogen en een gevarieerd aanbod maken dat overeenkomt met de behoeften van jongeren. Zo maken we plekken waar het prettig voelt en er geen sprake is van overlast.
Verwijsplek voor iedere 500 jongeren
3. Natuurlijk spelen is de basis 3.1 Natuurbeleving Natuurlijk spelen is je verwonderen over de wereld en de natuur om je heen. Zien hoe mieren druk in de weer zijn of hoe vlinders vliegen rond een bloeiende struik. Regenplassen, vallende bladeren, koud en warm en de wisseling van seizoenen. Om dit soort dingen te kunnen beleven en ervaren is een natuurlijker inrichting van speelplekken nodig. Tegelijk ontstaat er meer besef van de noodzaak tot buitenspelen en het belang van risicovol spelen en met vallen en opstaan nieuwe dingen uitproberen. Op een plek met alleen vaste speeltoestellen valt dit vaak tegen. Door meer variatie in de inrichting te maken en hierbij de omgeving van de plek te betrekken ontstaan meer mogelijkheden.
3.2 Uitdagende speellandschappen Spelen doen kinderen niet alleen op speelplekken met toestellen maar eigenlijk altijd en overal. De huidige inventaris bevat weinig variatie en is weinig uitdagend. Daarom gaan we speellandschappen maken met volop speelmogelijkheden, van klimmen en klauteren tot verstoppertje spelen en hutten bouwen. Aanvullend bieden speeltoestellen extra spelmogelijkheden, zoals schommelen, draaien en duikelen. In combinatie met sportvoorzieningen ontstaat er nog meer variatie. Het speellandschap versterkt bovendien de relatie tussen de speelplek en de omgeving.
3.3 Duurzame speellandschappen Een speellandschap is duurzaam, circulair en toekomstbestendig. Er zijn minder toestellen nodig om tot een gevarieerd en uitdagend aanbod te komen. Een deel van de speelplekken kan op die manier omgevormd worden tot informele speelruimte. Dit betekent ook een verandering in het beheer. Er vindt een verschuiving plaats in de onderhoudskosten van speeltoestellen en voorzieningen (minder inspectie) naar kosten voor groenonderhoud. Door gebruik te maken van natuurlijke spelaanleidingen en een groenere inrichting dragen speelplekken in hoge mate bij aan klimaatadaptatie. Bomen zijn goed tegen hittestress en groene plekken zonder verharding kunnen meer water bergen bij flinke regenbuien.
4. Nadere uitwerking per kern Kern: Brielle Wijk: Brielle
Kern: Vierpolders & Zwartewaal Wijk: Vierpolders & Zwartewaal
Kern: Hellevoetsluis Wijk: Centrumgebied
Kern: Hellevoetsluis Wijk: De Kooistee
Kern: Hellevoetsluis Wijk: De Struyten
Kern: Hellevoetsluis Wijk: Den Bonsen Hoek
Kern: Hellevoetsluis Wijk: Hellevoet
Kern: Nieuwenhoorn Wijk: Nieuwenhoorn
Kern: Hellevoetsluis Wijk: Nieuw-Helvoet
Kern: Oudenhoorn Wijk: Oudenhoorn
Kern: Hellevoetsluis Wijk: Ravense Hoek
Kern: Oostvoorne Wijk: Oostvoorne
Kern: Rockanje Wijk: Rockanje
5. Slot en vervolg Deze speelruimtevisie zorgt voor een harmonisatie van de visie op speelruimte, voor de gehele gemeente Voorne aan Zee. Bij deze harmonisatie zijn voornamelijk de uitgangspunten van de beleidskaders van voormalige gemeenten Hellevoetsluis en Brielle aangehouden. De harmonisatie is vooral een harmonisatie op beleidsniveau. Bij deze harmonisatie worden de bestaande financiële middelen als richtlijn gebruikt in de vervangingsopgave.
Vervolg In de openbare ruimte speelt echter meer dan alleen het domein spelen. Een belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren is dat gemeenten steeds meer integraal werken, mede door de invoering van de Omgevingswet. Op basis van deze harmonisatie kan gemeente Voorne aan Zee verder werken aan nieuwe, integrale beleidskaders voor de openbare ruimte. In plaats van de primaire focus op kinderen en jongeren, worden dan alle doelgroepen in de buitenruimte meegenomen, zoals volwassenen en senioren. Op deze manier kan Voorne aan Zee bijdragen aan een buitenruimte die geschikt is voor zowel jong als oud. In plaats van spelen gaat het dan over de behoeften van alle leeftijdsgroepen in de buitenruimte. Het gaat over bewegen, ontmoeten, sporten én spelen (BOSS). Deze integrale benadering van de buitenruimte levert veel kansen op om ook andere domeinen en disciplines, waaronder groen, sociaal domein en sport bij de buitenruimte te betrekken. Toekomstig beleid moet dan ook de verbinding leggen tussen het fysieke- en sociale domein. Hierdoor kan er ook meer aandacht ontstaan voor koppelingen met de uitdagingen die ons nu en in de toekomst te wachten staan, denk aan: klimaatadaptatie, inclusie en het gebruik van de openbare ruimte in het algemeen.