250902 Hoofdlijnenbericht over actualisatie Regiovisie Jeugd Rijnmond 2026 - 2030
Tekst van het document
Hoofdlijnenbericht over de actualisatie van de Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond Inleiding Dit is het eerste concept van de geactualiseerde Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond voor 2026 tot en met 2030. Met dit document ligt er een gezamenlijk kompas in een tijd waarin de uitdagingen binnen de jeugdhulp toenemen: de vraag naar jeugdhulp blijft stijgen, de kosten nemen toe en er is een tekort aan professionals. Veel gezinnen ervaren een groeiende maatschappelijke druk door de combinatie van economische onzekerheid en sociale veranderingen. Tegelijkertijd geldt dat jeugdhulp geen vanzelfsprekend antwoord op (maatschappelijke) problemen mag zijn. Het is onwenselijk dat steeds meer kinderen en jongeren afhankelijk worden van professionele hulp. Een sterke pedagogische basis in het gezin, de buurt en op school zijn cruciaal voor een gezonde ontwikkeling. Deze regiovisie benadrukt daarom dat kinderen en jongeren in Rijnmond zo thuis mogelijk opgroeien – veilig, gezond en met toekomstperspectief. De GRJR zorgt ervoor dat er regionale specialistische zorg beschikbaar is als deze pijlers in het geding komen. Preventie, lokale jeugdhulp en het lokale team, bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning, en het versterken van de basisvoorzieningen zijn hierbij randvoorwaarden waar elke gemeente een eigen verantwoordelijkheid voor draagt.
Specialistische jeugdhulp wordt alleen ingezet waar dat echt noodzakelijk is, en altijd zo nabij en passend mogelijk georganiseerd. Door hulp te beperken tot situaties waarin het écht nodig is, wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van gezinnen en jongeren en hun veerkracht. Zelfredzaamheid betekent dat ouders en jeugdigen, binnen de mogelijkheden van hun situatie, hun eigen oplossingen creëren – waar nodig ondersteund door mensen en organisaties in hun omgeving. De opgave vraagt om een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijs en maatschappelijke partners hebben ieder een cruciale rol. Alleen door domeinoverstijgend samen te werken kan het aantal jeugdigen en ouders dat afhankelijk is van specialistische hulp daadwerkelijk afnemen. Deze actualisatie van de regiovisie schetst een duidelijke ambitie en richting: Rijnmond is een regio waar kinderen en jongeren zoveel mogelijk zonder jeugdhulp opgroeien, maar waar passende ondersteuning zo thuis nabij mogelijk beschikbaar is wanneer dat echt nodig is. Daarom de titel: Nabij en passend. De regiovisie wordt afgestemd met jeugdigen, ouders/verzorgers, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, onderwijs, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en andere ketenpartners. 1
1. Waarom een geactualiseerde regiovisie? De regiovisie 2020 vormde een belangrijke basis voor de beweging naar het nabij en passend organiseren van jeugdhulp. Sindsdien hebben we samen waardevolle stappen gezet, maar zijn er ook nieuwe uitdagingen en kansen ontstaan. En soms moeten zaken ook echt beter dan we de afgelopen jaren hebben gedaan. Het Rekenkamerrapport Samen op zoek naar zicht (2025) biedt daarvoor voldoende aanknopingspunten. Met deze actualisatie willen we koersvast doorgaan en tegelijkertijd scherpere keuzes maken om een beter resultaat te bereiken. Er zijn vijf belangrijke redenen voor deze actualisatie: 1. Wettelijke verplichting en inhoud van de regiovisie De landelijke wet- en regelgeving verplicht elke jeugdhulpregio om te beschikken over een actuele regiovisie. Dit is niet enkel een bureaucratische eis, maar een essentieel middel om gezamenlijke koers te bepalen, af te stemmen met nieuwe ontwikkelingen, en de aanpak sluitend én toekomstbestendig te maken. Gemeenteraden zijn wettelijk verplicht deze visie vast te stellen, als integraal onderdeel van het gemeentelijke beleidsplan zoals geregeld in de Jeugdwet. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg schrijft een aantal onderwerpen voor die in de Regiovisie benoemd moeten worden. Dat lichten we in hoofdstuk 4 inhoudelijk toe. 2.
Ongewenste groei in gebruik jeugdhulp De voortdurende toename in de omvang en zwaarte van de jeugdhulp die we in regio Rijnmond zien, is een zorgelijke ontwikkeling. Jeugdzorg moet beschikbaar zijn wanneer dat echt nodig is, maar mag niet uitgroeien tot de standaardroute voor problemen die ook binnen gezin, school of de bredere sociale omgeving kunnen worden opgelost. Veel en zware hulp is niet altijd effectief. Soms geldt zelfs dat het averechts kan werken: ‘baat het niet, dan schaadt het wel’. 3. Effect op middelen en prioriteiten De groei in het gebruik van jeugdhulp heeft daarnaast een direct effect op de beschikbare middelen. Het toenemend beroep op jeugdhulp legt een zware druk op gezinnen, professionals en gemeentelijke budgetten. Daarbij zijn tijd, geld en menskracht schaars: we kunnen niet alles tegelijk. Dat vraagt om scherpe keuzes en duidelijke prioriteiten. Het uitgangspunt is dat middelen vooral worden ingezet voor hulp die écht noodzakelijk en effectief is. Tegelijkertijd moeten we investeren in het versterken van de pedagogische basis, zodat minder vaak een beroep op specialistische zorg nodig is. Alleen zo houden we het jeugdhulpstelsel uitvoerbaar en betaalbaar.
2
4. Nieuwe inkoopperiode We staan aan de vooravond van een nieuwe inkoopperiode. Dat betekent dat gemeenten gezamenlijk afspraken maken met aanbieders over de inrichting en levering van jeugdhulp voor de komende jaren. Om dit zorgvuldig te doen, hebben we een stevige, gezamenlijke basis nodig. De regiovisie biedt dat fundament: het geeft richting en houvast, zodat de inkoop aansluit bij onze gezamenlijke ambitie. 5. Nieuwe maatschappelijke en inhoudelijke uitdagingen De samenleving is aan het veranderen: individualisering, prestatiedruk, digitalisering en afnemende sociale cohesie maken het opvoeden uitdagender en vergroten de kwetsbaarheid van jongeren. De jeugdzorgketen zelf is door de grote hoeveelheid partijen versnipperd geraakt, waardoor samenwerking tussen domeinen (zoals onderwijs en maatschappelijke ondersteuning) en continuïteit van zorg onder druk staan. Deze dubbele complexiteit vraagt om een regiovisie die verder kijkt dan zorg alleen. Preventie, het versterken van het pedagogisch klimaat, het vergroten van bestaanszekerheid en het bouwen aan sterke lokale teams en veerkrachtige gemeenschappen zijn cruciale pijlers voor een toekomstbestendige aanpak. Alleen door domeinoverstijgend en mensgericht te werken met lokale teams in de lead, kunnen we recht doen aan de realiteit van gezinnen en jongeren in onze regio. Tot slot.
We sluiten met deze regiovisie beter aan op andere regionale en landelijke trajecten, zoals het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de regionale visie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en de Hervormingsagenda Jeugd. In hoofdstuk 4 gaan wij hier nader op in. Deze actualisatie helpt ons om die samenhang te versterken. De kernvraag die ons bindt is: hoe bieden we goede jeugdhulp in een snel veranderende maatschappij met daarbij schaarste van middelen en personeel?
2. Onze ambitie: Nabij en Passend Onze ambitie is onveranderd en helder: jeugdhulp moet nabij en passend zijn. Dit betekent concreet dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk in hun eigen gezin, op school en in hun directe omgeving kunnen opgroeien. Zo zorgen we ervoor dat gezinnen zelfredzaam en veerkrachtig worden en blijven. Nabij betekent dat hulp zo dicht mogelijk bij het kind en gezin wordt georganiseerd: toegankelijk, overzichtelijk en effectief. Jeugdzorg moet geen systeem zijn dat ver van het dagelijkse leven afstaat, maar tijdelijk en natuurlijk aansluiten op het leven van het kind en gezin – thuis, op school en in de buurt. Professionals hebben zicht op het volledige aanbod in de gemeente – inclusief het voorliggend veld zoals jongerenwerk, sport, cultuur en Wmovoorzieningen – zodat hulp op de juiste plek en het juiste moment kan worden geboden. Passend betekent dat de geboden hulp nauw aansluit op de daadwerkelijke behoeften van het kind of gezin. Dit vraagt om maatwerk en een integrale analyse van de hulpvraag: de 3
juiste intensiteit, het juiste specialisme en de juiste duur, afgestemd op de situatie. Lokale teams zorgen hier met de ouders voor. Passende hulp voorkomt dat kinderen onnodig zware zorg ontvangen, maar zorgt er ook voor dat er tijdig wordt opgeschaald als dat nodig is. Zo wordt over- en onderbehandeling voorkomen en krijgt ieder kind precies de ondersteuning die nodig is om zich zo veilig en gezond mogelijk en met perspectief te ontwikkelen. Het doel is altijd om gezinnen in staat te stellen zonder professionele hulp maar met ondersteuning van de pedagogische basis verder te kunnen (afschalen) – op weg naar zelfstandigheid en eigen regie. Passende hulp is uiteraard ook hulp die efficiënt en effectief is. Dit meten we met de juiste data. Zo blijft specialistische jeugdhulp beschikbaar voor wie dat écht nodig heeft, maar wordt het nooit de standaardroute. Een uitdrukkelijk doel is om regionaal minder uithuisplaatsingen (zowel vrijwillig als door de rechter uitgesproken) en minder uitstroom naar buitenregulier onderwijs te bereiken. Uithuisplaatsingen zijn vaak schadelijk voor de jeugdige en moeten vermeden worden. Dit wordt alleen nog gebruikt als laatste redmiddel. Ook horen jeugdigen zo veel als mogelijk verbonden te blijven aan hun school. Ook als zij jeugdhulp krijgen.
Jeugdigen hebben op school hun sociale contacten, hun ontwikkeling wordt hier gestimuleerd, het voorkomt leerachterstanden en zij houden de binding met hun ‘normale’ leven. Nabij en passend werken betekent dat kinderen, jongeren en gezinnen kunnen rekenen op een samenhangend en effectief ondersteuningsaanbod dat aansluit op de leefomgeving. Professionals weten wat het gezin verder kan helpen en welk aanbod beschikbaar is zodat zij tijdig en doelgericht kunnen schakelen. Dit kan alleen als effectieve casusregie wordt belegd bij de lokale teams en het estafettemodel doorbroken wordt: (lokale) professionals blijven oplopen met het gezin, welke hulp er ook wordt ingezet en ook als de regie tijdelijk bij een Gecertificeerde Instelling ligt. Passende hulp is lang niet in alle gevallen jeugdhulp. Als jeugdhulp wel passend is, dan ondersteunt het de pedagogische basis, wordt het netwerk betrokken, blijft het gezin zo veel als mogelijk bij dezelfde aanbieder, wordt waar mogelijk afgebouwd zodra herstel zichtbaar is, en schaalt op als de situatie daarom vraagt. Zo beperken we de inzet van zware en dure trajecten tot de jeugdigen en gezinnen die dat echt nodig hebben. Om jeugdigen effectief te helpen is betrokkenheid, afstemming van ondersteuning en samenwerking tussen domeinen en organisaties onmisbaar.
Wanneer scholen, huisartsen, jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke organisaties en lokale teams (de toegangs- en wijkteams van de gemeenten) vanuit de principes van de Hervormingsagenda samenwerken, ontstaat integraliteit, samenhang en continuïteit – met minder wisselende hulpverleners. Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid, maakt gebruik van elkaars expertise, omarmt het gezin en houdt vast tot de warme overdracht naar de pedagogische basis. Het vergroot bovendien de regie en overzichtelijkheid voor kinderen en ouders.
4
Een ander belangrijk principe is preventie. Door lichte, laagdrempelige en vroegtijdige interventies aan te bieden, in combinatie met pedagogische steun in de directe omgeving, kunnen veel opgroei- en opvoedvragen worden opgevangen zonder dat specialistische hulp nodig is. Daarmee voorkomen we onnodige escalatie, zwaardere zorg en versterken we de eigen kracht en veerkracht van gezinnen Op deze manier zorgen nabijheid en passendheid voor een jeugdhulpstelsel dat effectief, uitvoerbaar en betaalbaar blijft, en dat kinderen en jongeren de kans geeft veilig, gezond en met perspectief op te groeien.
3. Leidende principes De ambitie om de jeugdhulp nabij en passend te organiseren sluit aan bij de Leidende Principes die het Algemeen Bestuur, in 2020, in samenspraak met de aanbieders en andere betrokkenen van de Jeugdhulpregio Rijnmond heeft vastgesteld. De leidende principes uit 2020 zijn belangrijk voor onze ambitie om de jeugdhulp nabij en passend te organiseren en maken daarom integraal onderdeel uit van de Regiovisie. De leidende principes zijn: •
Kinderen hebben een (t)huis en kunnen naar school. Alle inzet heeft als uiteindelijk doel dit in stand te houden.
•
Ouders en opvoeders zijn blijvend. Hulpverlening sluit aan bij wat zij nodig hebben.
•
We doen wat helpt. Dat betekent dat we ook andere hulp en ondersteuning inzetten dan jeugdhulp. Eventueel kan aanvullend jeugdhulp aan de orde zijn.
•
We luisteren naar de vraag van het kind en spreken de taal van het kind. We vragen hen wat ze zelf willen.
•
We streven altijd naar passende hulp: gewoon is goed genoeg.
Tegelijkertijd scherpen we de uitwerking van onze principes in de praktijk aan. Dat doen we door als gemeenten sterker te sturen als opdrachtgever, door verordeningen beter af te stemmen en door duidelijke kaders te stellen richting aanbieders. Daarnaast leggen we meer nadruk op domeinoverstijgend werken: onderwijs, bestaanszekerheid, publieke gezondheidszorg, Wmo en jeugd versterken elkaar.
4. Ontwikkelingen en uitdagingen •
Landelijke eisen: De nieuwe wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg vraagt van ons om de onderliggende thema’s een plaats te geven in de regiovisie. In deze paragraaf gaan 5
we op de belangrijkste onderwerpen in, voor zover deze nog niet voldoende in dit stuk aan de orde zijn geweest. In de definitieve versie zullen nog verplichte elementen worden toegevoegd. - Aanpak van wachttijden In onze regiovisie ligt de nadruk sterk op het beperken van de instroom van kinderen in de specialistische jeugdwet. Wij verwachten dat dit een positieve invloed heeft op de wachttijden - Bovenregionale afstemming De GRJR is als grote jeugdhulpregio in staat om ons eigen zorglandschap te organiseren. Voor de meest complexe casuïstiek is echter afstemming op landsdeelniveau (Zuid-Holland) nodig zoals voor de Jeugdhulp plus. De 5 jeugdhulpregio’s in ons landsdeel leggen samen de visie vast op de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. Ook in het bovenregionaal expertisenetwerk (BREN) werken we samen in het landsdeel aan passende zorg voor de meest complexe doelgroep. De regiovisie is onze kapstok voor de bovenregionale afstemming. - Verbinding met landelijke jeugdhulpstructuren In onze contacten met de aanbieders die vallen onder het Landelijk TransitieArrangement (LTA) die actief zijn voor Rijnmond en de VNG als inkoper van het LTA nemen we hoofdboodschap van de regiovisie mee. Ook hier is passend en nabij van groot belang.
- Realisatie van regionale expertteams en bovenregionale expertisenetwerken Regio Rijnmond heeft een Regionaal Expertise team ingericht op basis van de landelijke richtlijnen. Vanuit het RER wordt samengewerkt met het bovenregionale expertise netwerk t.b.v. kennisdeling en samenwerking. Binnen Rijnmond wordt een deel van de functies van het RER door team zorgbemiddeling uitgevoerd. Daarnaast zetten we in op doorontwikkeling van het RER. Het doel van het RER is om op basis van (gestructureerde) dataanalyses in de regio t.b.v. het zorglandschap ontwikkelingen en trends te duiden en daarin adviezen uit te brengen aan de regio. Bovendien moet de regiovisie aangeven hoe gemeenten samenwerken via een gemeenschappelijke regeling (Jeugdregio) voor de regionale organisatie van specialistische jeugdzorg. De Jeugdregio is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de regionale inkoop van (hoog-)specialistische jeugdhulpvormen, het afstemmen van administratieve processen, bovenregionale afstemming en de organisatie van regionale expertteams. De GRJR is ontstaan in 2014 en heeft in die jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt. Er is, zoals ook wordt beschreven in het rekenkamerrapport, zeker ruimte voor verbetering, maar de wijze waarop binnen de regio wordt samengewerkt, is goed op elkaar afgestemd. •
Hervormingsagenda Jeugd De landelijke Hervormingsagenda, die tot stand kwam ná onze vorige regiovisie, 6
vraagt om een herijking van onze regionale koers en vaak ook van de inrichting van het lokale zorglandschap. Deze actualisatie is in de geest van de hervormingsagenda geschreven. •
Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming De hulp en bescherming aan gezinnen kinderen die in een onveilige situatie verkeren schieten tekort: het stelsel is te complex georganiseerd, de problemen in gezinnen en huishoudens worden onvoldoende in samenhang opgepakt en volwassenen en kinderen voelen zich niet gehoord en gezien. Daarnaast is er vaak nog te weinig aandacht voor achterliggende problematiek van diverse aard, zoals psychiatrische problemen, verslaving, schulden, problematische echtscheiding en problemen met huisvesting. Een beter stelsel van kind- en gezinsbescherming is noodzakelijk. We zetten ons daarom in om gezinnen sneller betere hulp en bescherming te bieden, gericht op samenwerking en gelijkwaardigheid en met minder organisaties in de keten. We willen minder kinderbeschermingsmaatregelen en in het bijzonder minder uithuisplaatsingen. Als ingrijpen toch nodig is, willen we dat met betere hulp en minder versnipperd doen. Dit vraagt om integrale ondersteuning van gezinnen, met een centrale rol voor stevige lokale teams met oog voor veiligheid. Het oude ‘estafettemodel’, waarbij hulp van de ene naar de andere organisatie wordt doorgegeven, laten we daarmee los. In de afgelopen jaren hebben we in proeftuinen in onze regio nieuwe werkwijzen en instrumenten ontwikkeld en beproefd.
Stevige lokale teams bieden hulp dichtbij kinderen en volwassenen en worden daarbij ondersteund door professionals met expertise op het gebied van veiligheid. De proeftuinen laten zien dat dat tot goede resultaten leidt, maar dat de volwaardige realisatie hiervan aanpassing van het stelsel en de bijbehorende wetgeving vergt.
•
Personeelstekorten Professionals zijn van onschatbare waarde, maar de druk op hen is hoog en op de lange termijn niet vol te houden. We moeten daarom zoeken naar manieren om de beschikbare capaciteit effectiever en duurzamer in te zetten. Als wij erin slagen om minder kinderen door te verwijzen naar specialistische hulp en direct doorverwijzen naar de meest passende vorm van zorg dan maken we hierin grote slagen . Herijking van het vakmanschap van professionals zorgt ervoor zij gemotiveerd blijven voor hun vak en actief blijven in de sector.
5. Wat moet beter? De afgelopen jaren hebben we samen veel in beweging gezet, maar we moeten eerlijk zijn: de resultaten zijn nog niet genoeg. Kinderen en gezinnen merken het dagelijks als hulp niet snel genoeg beschikbaar is, als trajecten te zwaar worden ingezet of als er te weinig samenhang is tussen professionals en voorzieningen. Daarom is het – naast de hier boven genoemde ontwikkelingen en uitdagingen - nú tijd om de volgende stap te zetten. 7
Versterken pedagogische basis De inzet van jeugdhulp groeit al jaren. Dit is in de eerste plaats een zorgelijk signaal over de mentale gezondheid van onze jeugdigen en de veerkracht van gezinnen. Daarnaast heeft het ook grote financiële gevolgen. De huidige manier van werken is op de lange termijn niet houdbaar. Dit vraagt om het versterken van de pedagogische basis: alle relaties en contacten tussen ouders, kinderen, mede-opvoeders en de voorzieningen die hen ondersteunen, zowel fysiek als online. Een sterke pedagogische basis biedt ruimte om samen de mooie, maar soms ook lastige aspecten van opvoeden en opgroeien te dragen. Tegelijkertijd zien we maatschappelijke ontwikkelingen die de pedagogische basis verzwakken. Onze samenleving legt steeds meer nadruk op individuele prestaties, maakbaarheid en het oplossen van problemen via afzonderlijke hulpverleningstrajecten. Daardoor raakt de kracht van het netwerk rond gezinnen onderbenut. Het is belangrijk dat we beseffen dat problemen waar kinderen tegenaan lopen vaak niet in het kind liggen, maar in de omgeving. Soms is het juist de omgeving die zich moet aanpassen – bijvoorbeeld door aanpassingen in de klas – in plaats van het kind te verplaatsen naar een andere school of gezin. Hulp is tijdelijk, het netwerk is blijvend Jeugdhulp is altijd bedoeld als tijdelijk vangnet.
Het doel is dat kinderen en gezinnen hun zelfstandigheid en veerkracht zo snel mogelijk terugvinden. Daarom moet elke vorm van hulp gericht zijn op herstel: wat is nodig om het gezin weer zelf verder te laten kunnen, gesteund door familie, vrienden, school en buurt? Afbouwen van hulp is hierbij een essentieel onderdeel, niet het sluitstuk. Een blijvend sterk netwerk om het gezin heen is uiteindelijk de beste garantie voor duurzame ondersteuning. Kind en gezin écht centraal Hulp is pas effectief wanneer deze aansluit bij het dagelijks leven van kinderen en gezinnen en gebaseerd is op een integrale analyse van hun vraag en situatie. Dat vraagt om actieve en blijvende betrokkenheid van professionals: luisteren naar hun ervaringen, hen laten meedenken en meebeslissen, en uitgaan van hun kracht en perspectief. Dit betekent ook dat hulpverlening flexibel moet zijn en meebeweegt met wat een gezin nodig heeft. Dat kan alleen als professionals betrokken blijven bij een gezin zolang dat nodig is. Dit leidt tot minder terugval en is dus kosteneffectiever. In onze ogen zijn jongeren en ouders niet slechts ‘cliënten’, maar volwaardige partners in het proces. Wij leveren maatwerk, samen met het gezin en diens omgeving. Samenwerken zonder schotten Kinderen en gezinnen hebben geen baat bij versnipperde hulpverlening die zich beperkt tot de grenzen van één domein.
Zij vragen om een integrale aanpak waarin onderwijs, zorg, welzijn, veiligheid en gemeenten de handen ineenslaan. Jeugdigen en gezinnen worden niet van de een naar de ander gestuurd. We houden vast en nemen onze verantwoordelijkheid 8
Domeinoverstijgende samenwerking moet daarom de norm zijn. Dit betekent niet alleen beter afstemmen en samenwerken tussen organisaties binnen de jeugdzorg, maar ook werken met gedeelde doelen, gezamenlijke verantwoordelijkheid en waar mogelijk ontschotting van middelen. Alleen zo voorkomen we dat gezinnen verdwalen in het systeem en creëren we samenhangende ondersteuning.
Regierol en opdrachtgeverschap Het opdrachtgeverschap van gemeenten verstevigen we niet alleen overkoepelend, maar ook op casusniveau. Gemeenten zetten in op stevige procesregie rond complexe casussen om de wettelijk taken op gebied van doelmatigheid en doeltreffendheid van jeugdhulp beter te kunnen invullen. Nu worden kinderen te vaak niet passend genoeg geholpen waardoor ze vaak naar andere aanbieders worden doorverwezen in het jeugdhulpsysteem. Of er wordt te snel gegrepen naar gedwongen maatregelen, die onnodig duur en bovendien vaak niet effectief zijn. Of ze ontvangen intensieve 1 op 1- begeleiding die schadelijk is voor hun ontwikkeling. Te vaak belanden kinderen ook op een buitenregionale instelling wat betrokkenheid van het gezin en school bemoeilijkt. Met procesregie geven we de gezamenlijke besluitvorming rond complexe casuïstiek vorm om tot passende zorg te komen. Hiervoor is domeinoverschrijdende samenwerking in het zorglandschap nodig. Hierdoor zetten we een fundamentele stap naar een jeugdhulpstelsel dat de balans vindt tussen vraag en middelen en dat kinderen en gezinnen écht perspectief en bescherming biedt.
6. Wat verwachten we van elkaar? De transformatie van de jeugdhulp is een gezamenlijke opgave. Geen enkele partij kan dit alleen. Alleen als gemeenten, aanbieders, onderwijs, zorg en maatschappelijke partners ieder hun rol goed oppakken én elkaar vasthouden, kunnen we de beweging naar nabij en passend waarmaken. Dat vraagt om duidelijke afspraken en een gedeelde verantwoordelijkheid: •
Van gemeenten: De huidige opgaven in de jeugdhulp vragen om meer dan het vasthouden aan bestaande structuren. We zijn een betrouwbare opdrachtgever en sturen op de effectiviteit van het geheel van onze regionale specialistische jeugdhulp én op casusniveau. We moeten durven leren, experimenteren en vernieuwen. Dat betekent het beter benutten van data en deze grondig analyseren om inzicht te krijgen in wat werkt en waar knelpunten liggen. De duiding van de data gaat een belangrijke rol spelen bij de op te stellen inkoopstrategie. Het betekent ook ruimte maken voor nieuwe werkvormen en methoden die bewezen effectief zijn, en het actief terugdringen van bureaucratie die professionals belemmert in hun werk. Vernieuwing vraagt lef: het loslaten van oude patronen en het aandurven van andere keuzes, ook als dit spannend is. 9
•
Van aanbieders verwachten we dat zij zich actief committeren aan de regiovisie. Dat betekent dat zij niet alleen goede zorg leveren, maar ook samenwerken met partners uit andere domeinen. Hun inzet is gericht op normaliseren, een goede analyse van het achterliggende probleem en het tijdig afschalen van hulp, zodat kinderen en gezinnen weer sterker terug kunnen vallen op hun eigen omgeving. We voorkomen een estafette van verschillende aanbieders, waardoor gezinnen tussen wal en schip terechtkomen. In de inkoopstrategie die hierop volgt maken we concreet wat we daarvoor verwachten van onze aanbieders.
•
Van partners – zoals scholen, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, huisartsen, welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke instellingen – verwachten we dat zij samen met ons verantwoordelijkheid nemen voor de brede ontwikkeling van kinderen en gezinnen. Zij hebben een sleutelrol in het vroegtijdig signaleren van problemen, het bieden van preventieve steun aan kinderen en ouders en het versterken van de pedagogische basis en daarmee in het voorkomen van jeugdzorg.
•
Van elkaar als geheel verwachten we dat we werken vanuit één gezamenlijke opdracht: passende ondersteuning voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Dat betekent dat we sturen op effectiviteit, samen leren van data en praktijkervaringen en elkaar aanspreken op resultaten. We delen kennis, werken domeinoverstijgend en zetten onze middelen en expertise in als collectief, niet als losse schakels.
De kern is eenvoudig: alleen door samen te werken, elkaars expertise te benutten en kinderen en gezinnen écht centraal te zetten, kunnen we een jeugdhulpstelsel realiseren dat dichtbij, passend en toekomstbestendig is. Deze actualisatie van de regiovisie maakt duidelijk dat we veel nadrukkelijker willen streven naar het voorkomen of verkorten van specialistische zorg en het voorkomen van uithuisplaatsingen en uitschoolplaatsingen. We willen dat zo concreet mogelijk vertalen in een uitvoeringsplan en een inkoopstrategie gebaseerd op een gedegen analyse van de beschikbare gegevens in onze regio, gericht op een nieuwe inkoopperiode vanaf 1 januari 2029. Daarbij zullen we ook aandacht besteden aan de aanbevelingen van de Rekenkamer en de uitkomsten van de Evaluatie GRJR die dit najaar wordt uitgevoerd. “Samen bouwen we in Rijnmond aan jeugdhulp die dichtbij, passend en duurzaam is.”
10