CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-073 Raadsinformatiebrief beantwoording aanvullende schriftelijke vragen Vrij Voorne en LEF! Willemansweg

Commissie Ruimte 14 mei 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Antwoord van het college op art. 33 vragen fracties Vrij Voorne en LEF! over de aanvraag die is ingediend voor de huisvesting aan de Willemansweg in Oostvoorne.2.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naam behandelaar Jeffrey Brinkman E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181 Verzenddatum 25 maart 2025

Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee

Ons kenmerk 53761-2025 Bijlage(n) 1

Onderwerp art. 33 vragen door de fracties van Vrij Voorne en Lef! over de aanvraag die is ingediend voor de huisvesting aan de Willemansweg in Oostvoorne

Geachte leden van de raad, Op 3 maart 2025 zijn aanvullende vragen gesteld door de fracties van Vrij Voorne en Lef over de voorgenomen vergunningverlening voor het realiseren van een compound aan de Willemansweg. Deze vragen zijn aanvullend op de beantwoording door het college van de eerder door Vrij Voorne gestelde individuele vragen. Met deze raadsinformatiebrief worden de gestelde vragen beantwoord. Bij de beantwoording van vraag 1 wordt gesteld dat er geen exploitatievergunning benodigd is, verwijzend naar artikel 2.27 APV gemeente Voorne aan Zee. Deze is ingetreden op 1 januari 2024. De aanvraag dateert van voor die periode en zou derhalve beoordeeld dienen te worden op basis van de in 2023 geldende APV van de voormalige gemeente Westvoorne. Immers, het college beroept zich ook op een raadsbesluit uit Westvoorne uit 2010 op basis waarvan geen gebruik hoeft te worden gemaakt van een verklaring van geen bedenkingen af te geven door de gemeenteraad. In de APV van Westvoorne die in 2023 nog vigerend was, staat dat een exploitatievergunning benodigd is voor ‘ELKE AL DAN NIET BESLOTEN’ ruimte waarin de uitoefening van beroep of bedrijf aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. 1.

Waarom kiest het college de ene keer voor de wetgeving gerelateerd aan de indieningsdatum van de (oude) aanvraag en wanneer het zo uitkomt artikelen oplepelt uit een APV die van kracht is geworden na de indiening van de originele aanvraag?

Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl

Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01

In de eerste plaats wordt opgemerkt dat voor zowel de omgevingsvergunning voor het realiseren van de compound als het aanvragen van de exploitatievergunning de regelgeving van toepassing is die op dat moment geldt. Als het gaat om de exploitatievergunning dan wordt dus gekeken naar de APV die geldt op het moment dat een aanvraag tot exploitatie wordt ingediend. Een eventuele exploitatievergunningsaanvraag komt namelijk pas na het doorlopen van een ruimtelijke procedure. Dit is de reden dat is verwezen naar de APV van Voorne aan Zee. Op basis van de APV van Voorne aan Zee kan worden geconcludeerd dat een exploitatievergunning niet noodzakelijk is. Dit is een kwestie van volgordelijkheid en niet van willekeur. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de beantwoording van raadsvraag 1 van 14 februari 2025. 2.

Wanneer het college kiest zich te beroepen op artikel 2.27 APV gemeente Voorne aan Zee en aanneemt dat de exploitatie daar automatisch onder valt, verhoudt zich dat niet met het feit dat de aanvraag dateert van augustus 2023, zonder dan ook de exploitatie mee te nemen in de aanvraag. In dat geval geldt de toenmalige APV van Westvoorne maar deze aanvraag ontbreekt. Kan het college hier uitleg over geven? Zoals onder vraag 1 aangegeven is het moment dat een aanvraag voor exploitatie wordt ingediend, bepalend om te beoordelen welke regelgeving van toepassing is. Bij veel aanvragen wordt de aanvraag voor een exploitatievergunning pas ingediend als er meer duidelijkheid is over het doorgaan van de beoogde ontwikkeling. Zover komt het niet als het gaat om de Willemansweg, omdat er geen exploitatievergunning nodig is zoals eerder aangegeven is (zie raadsvraag 14-2-2025 antwoord op vraag 1).

3.

Er blijkt geen exploitatieplan beschikbaar. Wel wordt er gezegd dat het kostenverhaal is verzekerd doordat leges worden betaald en een planschadeovereenkomst is gesloten. Waaruit blijkt dat er een planschadeovereenkomst is gesloten, met wie en waar kunnen gedupeerden terecht om een planschadeclaim in te dienen? Waar is dit concreet terug te vinden? Wat is hierin de verantwoordelijkheid van de gemeente? Het kostenverhaal is verzekerd middels de planschadeovereenkomst die wordt gesloten met de vergunninghouder, voordat wordt overgegaan tot het nemen van een definitief besluit op de omgevingsvergunning. Indien bewoners menen recht te hebben op planschadevergoeding, kunnen zij een formeel verzoek indienen bij de gemeente. De verantwoordelijkheid van de gemeente beperkt zich tot het beoordelen van eventuele aanvragen. Als er sprake is van planschade dan worden deze kosten door de gemeente doorgelegd naar de initiatiefnemer. Dit is iets wat in de planschadeovereenkomst geregeld wordt. De wijze waarop een aanvraag bij de gemeente ingediend kan worden is te vinden via de gemeentelijke website https://www.voorneaanzee.nl/nadeelcompensatie.

4.

De originele aanvraag van augustus 2023 was bedoeld, zoals door de heer Bieber aan de raad destijds medegedeeld, om mensen te huisvesten die zouden komen werken voor Nesté. Dit project is reeds in een vergevorderd stadium en kent geen behoefte om via de heer Bieber haar werknemers te huisvesten op de compound. Hoogopgeleide kennismigranten laten zich niet opsluiten in een compound in containers waar zij 15m2 woonruimte tot hun beschikking krijgen en zelf voor de schoonmaak moeten zorgen. Waarom kiest het college ervoor om hier de ogen en oren voor te sluiten, terwijl in de toelichting bij de later ingezette uitgebreide procedure sprake is van medewerkers in dienst van de aannemer. Het college neemt afstand van de woorden dat mensen worden opgesloten. Voor de wijze van huisvesting en de kwaliteit van huisvesting hebben we oog, gelet op de vergunningsvereisten. Voor de verdere beantwoording van deze vraag wordt aangesloten bij de beantwoording van raadsvraag 3 van 14 februari 2025. Hier staat het volgende: ⎯ Het college hanteert de term expats, omdat dit ook hetgeen is wat door de aanvrager is aangeleverd. Zoals eerder vermeld is voor deze term gekozen, omdat het gaat om een hoogopgeleide kennismigrant die werkzaam is op de Maasvlakte.

Zo is in de ruimtelijke onderbouwing het volgende opgenomen: ‘In de Rotterdamse haven gaan verschillende projecten van start die zien op realisatie van installaties die bijdragen aan de verduurzaming van transport, zoals een biodieselraffinaderij. Deze projecten hebben een grote impact op het gebied van duurzaamheid in de Rotterdamse haven en zetten daarmee Nederland op de kaart als koploper op het gebied van biobrandstofproductie. Om deze projecten mogelijk te maken zijn professionals met een grote verscheidenheid aan expertises nodig. Deze professionals komen uit heel Europa en zullen hiervoor speciaal naar Nederland komen. Om een project spoedig te laten verlopen is naast een goede werkomgeving ook een veilige en comfortabele huisvesting van belang.’

5.

Het college zegt dat het hier gaat om hoogopgeleide kennismigranten die werkzaam zijn op de Maasvlakte. Wat kan het college doen als blijkt dat het niet gaat om hoogopgeleide kennismigranten? De initiatiefnemer moet aan de voorwaarden uit de omgevingsvergunning voldoen. Voor de vergunningverlening is het opleidingsniveau volstrekt irrelevant. Zoals eerder aangegeven zijn de mensen die op het perceel komen te werken werkzaam op de Maasvlakte. Dat ze met busjes hiernaar toe worden gebracht is ook meegenomen in de parkeerberekening. De initiatiefnemer is verplicht om zich te houden aan de voorwaarden van de vergunning. Bij een overtreding kan een last onder dwangsom of andere bestuursrechtelijke maatregel worden opgelegd.

6.

Wat verstaat het college onder hoogopgeleide kennismigranten? Met welke omschrijving/betekenis wordt dit getoetst? Als het gaat om de definitie hoogopgeleide kennismigranten dan is hier geen definitie voor opgenomen. Een duidelijk verschil tussen een arbeidsmigrant en een kennismigrant is het werk wat ze verrichten. Een kennismigrant heeft een hogere opleiding genoten. De toetsing ziet op ruimtelijke ordening aspecten. Opleidingsniveau is geen onderdeel van de toetsing.

7.

Op de vraag of het college met de bij de aanvraag geleverde informatie dat het hier noch arbeidsmigranten, noch expats maar personen in dienst van de aannemer betreft verklaard vindt dat zij vast moet blijven houden aan de term Expats, volgt een verwijzing naar het antwoord op de vorige vraag. Wat is het nu? Arbeidsmigranten, expats of werknemers die gehuisvest gaan worden op de Willemansweg? Vast blijven houden aan wat in de originele aanvraag staat is in tegenspraak met de realiteit. De vraag aan het college is, dat wanneer de aanvraag betrekking heeft op Expats, op welke wijze het college dan toetst en handhaaft dat er expats worden gehuisvest op een veilige en comfortabele wijze. De veiligheid en comfort worden gewaarborgd via de bouwtechnische eisen, brandveiligheidsvoorschriften en eventuele SNF-normen. Indien blijkt dat de huisvesting niet aan de gestelde eisen voldoet, kan er handhavend worden opgetreden. 8. Allereerst komt hier een antwoord op een vraag die niet is gesteld, en een wonderlijke verdeling van de in de aanvraag opgevoerde bouw- en projectkosten, die op zich al de nodige vragen zouden moeten oproepen bij de gemeente en leiden tot twijfel over de opgave. Nu is er opeens sprake van kosten die verwacht worden verrekend te zijn door de eigenaar van de grond in de pacht. Er zijn inmiddels meerdere verschillende antwoorden gegeven op de vragen m.b.t. de kosten.

Welk verhaal is nu waar en hoe kan de raad herleiden wat juist is? Tevens wordt gesteld dat de 228 daadwerkelijke units reeds beschikbaar zouden zijn voor de eigenaar. Het college beoordeelt de aanvraag omgevingsvergunning. De opgegeven bouwkosten worden hierbij betrokken. Naar aanleiding daarvan is door het college gevraagd om de hoogte van de bouwkosten nader toe te lichten. Dit heeft de initiatiefnemer toegelicht in de nadere onderbouwing. Dit document maakt onderdeel uit van de ontwerpbeschikking die ter inzage heeft gelegen. Hier is het volgende in opgenomen: Op onderhavige locatie wordt niet gebouwd. Het betreft alleen het plaatsen van bestaande units. De units zijn verplaatsbaar en kunnen op termijn elders in Nederland geplaatst worden. Om deze reden worden de bouwkosten toegepast zoals genoemd in de aanvraag en omvatten deze niet de kosten van bestaande units. Voor de verdere toelichting wordt aangesloten bij vraag 2 zoals deze op 2 december 2024 door de Lef! is gesteld.

9.

In de beantwoording geeft u aan dat ‘de daadwerkelijke units zijn reeds beschikbaar en vallen niet onder de bouwkosten. Dit was anders geweest als de eigenaar een gebouw had gerealiseerd wat hier permanent zou blijven staan of wanneer de units niet in zijn eigendom zouden zijn geweest.’ Het is een feit dat de heer Bieber/IMC Cross-border de units niet in eigendom heeft. In de beantwoording zegt u dat om deze reden de units dus WEL onder de bouwkosten moeten vallen. Gaat het college een rectificatie vragen bij de initiatiefnemer? En gaat het college, bij hogere kosten dan € 500.000,- alsnog een BIBOB-onderzoek uitvoeren?

Zie hiervoor de beantwoording van vraag 10 van 10 december 2024. Zie hiervoor ook de beantwoording van vraag 5 van 20 januari 2025. Daaruit valt op te maken dat de daadwerkelijke units reeds in eigendom zijn van de initiatiefnemer en hierdoor niet vallen onder de bouwkosten. 10.

Wie is dan die eigenaar? Is dat de initiatiefnemer die straks vergunninghouder wordt? Nergens blijkt uit dat de initiatiefnemer over de financiële middelen beschikt, staat er geen vermogen op de balans, dus hoe zit dit dan, of kan elke willekeurige eenmanszaak zonder financiële middelen in aanmerking komen voor een omgevingsvergunning om een compound te laten bouwen zonder zekerheden af te geven en/of rekening te houden met de maatschappelijke impact? De gemeente doet geen uitspraak wie de eigenaar is van goederen en/of gronden. Dit is wel door een ieder na te zoeken in het kadaster, maar wordt niet openlijk gedeeld. Wij spreken de vergunninghouder aan als niet aan de voorwaarden uit de omgevingsvergunning zou worden voldaan. Degene die de vergunning heeft aangevraagd is IMC crossborder. Een gebrek aan financiële middelen is geen weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning.

11.

Er wordt gesteld dat nu het om plaatsen gaat en aan het bouwbesluit dient te worden voldaan. Dat dit een voorwaarde is om tot vergunningverlening over te gaan. Hierin wordt aangegeven dat uit de aangeleverde stukken blijkt dat hieraan wordt voldaan. Welke stukken zijn dat en waar kunnen wij deze terugvinden, zodat wij als raadsleden zelf zouden kunnen concluderen dat de aangeleverde informatie voldoet? Het gaat om de stukken zoals aangeleverd bij de aanvraag omgevingsvergunning en dus de stukken die deel uit maken van de ontwerpbeschikking die eind 2024 is gepubliceerd. Vanuit de vakafdeling wordt de aanvraag getoetst aan het bouwbesluit. Als een initiatief niet aan het bouwbesluit voldoet, kan een vergunning niet worden verleend. Het bouwen conform bouwbesluit is ook een voorwaarde die in een eventueel te verlenen vergunning is opgenomen. De toezichthouder van de gemeente controleert of daadwerkelijk gebouwd wordt conform de afgegeven omgevingsvergunning.

12.

De vraag was o.a. door wie de vergunning bij het waterschap is aangevraagd. Tevens is aangegeven dat de omgevingsvergunning van het waterschap zou zijn bijgevoegd. Deze ontbreekt helaas. Door wie of welke partij is de vergunning op 25 augustus 2023 aangevraagd en wanneer ontvangen wij de omgevingsvergunning van het waterschap? Het is in alle gevallen een verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer om alle benodigde vergunningen aan te vragen. De omgevingsvergunning is op 25 augustus 2023 aangevraagd door IMC cross-border business B.V. en op 25 oktober 2023 is deze omgevingsvergunning ook verleend door het Waterschap Hollandse Delta. Wij hebben de omgevingsvergunning alsnog bij deze beantwoording gevoegd. Deze was inderdaad eerder niet meegezonden.

13.

Nu het werknemers betreft in dienst van de aannemer, zoals in de toelichting bij de originele aanvraag is gevoegd wordt gesteld, is er sprake van een

afhankelijkheidsrelatie. Daarnaast is de stelling dat mensen die langer dan 3 maanden vanuit de compound tewerkgesteld worden niet in lijn is met overheidsbeleid, waar de termijn van 4 maanden wettelijk is vastgesteld. Waarom houdt de gemeente zich niet aan het Rijksoverheidsbeleid? En, omdat het college ervoor kiest deze mensen niet te belasten met toeristenbelasting maar beweert afspraken te maken over een bij te laten houden nachtregister door de initiatiefnemer, ze na 3 maanden in laat schrijven in de gemeentelijke BRP (Basis Registratie Personen), neemt dat ook verantwoordelijkheden en zorgplicht met zich mee. Hoe gaat het college daarmee om? Het is niet aan het college om de periode van verblijf door de expats te bepalen. Op basis van de vraagstelling is niet duidelijk op welke wijze wij ons niet zouden houden aan het Rijksbeleid. Voor de beantwoording van de vraag over toeristenbelasting verwijzen wij in eerste instantie naar de beantwoording van vraag 14 en 15 zoals in de eerdere raadsvraag van 14 februari 2025 opgenomen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat onterecht een termijn van drie maanden wordt genoemd, voordat iemand moet worden ingeschreven. Zoals de vraagsteller aangeeft, geldt een periode van vier maanden voordat inschrijving in de BRP verplicht is. Dit staat ook in de ontwerp beschikking opgenomen.

Voor de tussenliggende periode dat nog geen inschrijving nodig is, zal een nachtregister worden bijgehouden en zal toeristenbelasting worden geheven. 14.

Zowel op rijksoverheid.nl als in ons eigen arbeidsmigrantenbeleid wordt gesteld dat arbeidsmigranten die langer dan 4 maanden hier verblijven ingeschreven moeten worden in het BRP. Daar is in deze casus geen sprake van. Waarom zegt het college nu toch dat er geen toeristenbelasting wordt geheven? Zie hiervoor de beantwoording van vraag 13.

15.

Gesteld wordt dat de huisvesting dient te voldoen aan de SNF-normen. Is dat als eis meegenomen in de vergunningsvoorwaarden? Is de initiatiefnemer door de Stichting Normering Flexnormen gecertificeerd? Worden er jaarlijks inspecties uitgevoerd? Voor het initiatief geldt dat na opleveren een volledige SNF keuring plaatsvindt. De initiatiefnemer moet dit laten uitvoeren. Daarna zal jaarlijks een inspectie door SNF worden uitgevoerd.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee

L. Mans MSc gemeentesecretaris

A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15470122/1