2024-202 Windproject Brielse Brug. Brief aan voorzitter gemeenteraad Voorne aan Zee betreffende geluidnormen Windproject Brielse Brug incl. memo LAeq
Tekst van het document
t.a.v. Gemeente Voorne aan Zee Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis Betreft: Windproject Brielse Brug Datum: 20 september 2024 Geachte voorzitter gemeenteraad Voorne aan Zee, In aanloop naar de definitieve besluitvorming voor windproject Brielse Brug richten wij, initiatiefnemers van windproject Brielse Brug, ons tot de raadsleden van gemeente Voorne aan Zee. Windproject Brielse Brug bestaat zoals u weet uit het voornemen voor het realiseren van twee windturbines in de Ondernemingspolder aan weerszijden van de N57. Donderdag 26 september a.s. dient de gemeenteraad Voorne aan Zee te beslissen over het afgeven van de definitieve verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunning van het windproject. Wij begrijpen goed dat dit geen eenvoudige keuze is, omdat er zorgen spelen in de omgeving ten aanzien van bijvoorbeeld hinder en gezondheid. Dit project heeft bij een deel van de bewoners van het gebied tot felle weerstand geleid. Wij hebben er dan ook alle begrip voor dat er door u, maar ook vanuit de omgeving, zorgvuldig wordt nagedacht over het project. En dat er ook kritisch wordt gekeken naar de gemaakte keuzes in het proces. Dit heeft de invulling van windproject Brielse Brug dan ook sterker gemaakt door aanvullende maatregelen te treffen om de eventuele hinder zoveel als mogelijk te beperken (zie verderop brief).
Zoals u waarschijnlijk weet zijn wij, Kees Herweijer van Rodenburg en Nico Rodenburg, de initiatiefnemers van het windproject en zijn wij lokale ondernemers en bewoners uit de Ondernemingspolder. In 2017 hebben wij vernomen dat de provincie de Ondernemingspolder als definitieve locatie voor windenergie heeft opgenomen in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). Begin 2018 hebben de gemeente Brielle en de provincie een bestuursovereenkomst gesloten, waarin de gemeente zich committeerde om windturbines vóór 2020 te (laten) realiseren in de Ondernemingspolder. Omdat onze agrarische percelen midden in de Ondernemingspolder liggen waar potentie is voor windturbines werden wij al snel benaderd door meerdere projectontwikkelaars om een grondpositie te verwerven. Als grondeigenaren zijn we toen met elkaar in gesprek gegaan om te beslissen hoe we hiermee om moesten gaan. Uit onze gesprekken kwam een heldere conclusie naar voren: mócht er iets gerealiseerd gaan worden, dan wilden we zelf invloed hebben op het proces. Niets doen zou betekenen dat elders in de polder ontwikkelaars (van buitenaf) een plan zouden realiseren. We hebben op meerdere vlakken advies ingewonnen en daaruit kwam naar voren dat we de ontwikkeling het beste zelf ter hand konden nemen.
In 2018 zijn we met de gemeente Brielle in gesprek gegaan over ons standpunt over de ontwikkeling van windenergie in de Ondernemingspolder. Een lokaal initiatief werd door de gemeente als positief ervaren. In 2019 is door de gemeente de ‘Haalbaarheidsvisie windenergie Brielle’ vastgesteld. Aansluitend hierop konden initiatiefnemers plannen indienen. Uiteindelijk is dit, naast ons, ook door een tweede initiatiefnemer gedaan. Het tweede plan was afkomstig van de Arshak Dabagian. Na overleg is besloten het vervolgproces gezamenlijk, als één initiatief, voort te zetten. De afgelopen 5 jaar hebben wij diverse onderzoeken laten uitvoeren en zijn er informatiebijeenkomsten en gesprekken met omwonenden geweest. Hier hebben wij veel tijd, energie en financiële middelen voor ingezet. We zijn ons ervan bewust dat het project gevoelig ligt en dat het op meerdere gebieden impact heeft en gaat hebben op de omgeving. Wij zijn zelf ook woonachtig in de Ondernemingspolder op korte afstand van de geplande windturbines en willen hier ook prettig blijven wonen. Maar belangrijker nog, wij zijn onderdeel van en hebben een goede verstandshouding met onze omgeving en willen dat graag zo houden.
Mede daarom hebben wij in de aanvraag voor de omgevingsvergunning ook een aantal aanvullende maatregelen voorgesteld om de hinder op de omgeving zoveel mogelijk te beperken en tegelijkertijd nog een haalbaar project te waarborgen. Deze aanvullende maatregelen staan los van het
voldoen aan wet- en regelgeving en gaan in het geval van geluid, slagschaduw en verlichting verder dan de normen die hiervoor gelden. Zo hebben we onder andere de volgende maatregelen genomen: • • • • •
•
Afschalen van 3 naar 2 turbines op verzoek van omwonenden en gemeenteraad Brielle. Plaatsing zo dicht als technisch mogelijk langs de N57 en zoveel mogelijk afstand tot gevoelige objecten Sterk minimaliseren van slagschaduw naar bijna nul uur per jaar op woningen. Terugbrengen maximale tiphoogte van 249 naar 230 meter. Maatwerkvoorschriften vastleggen voor de geluidbelasting op direct omwonenden waar sprake is van cumulatie van geluid met bestaande windturbines. Deze geluidbelasting is lager dan de wettelijke normen die gelden voor dit project uit het Activiteitenbesluit. Toepassen van naderingsdetectiesystemen zodat in de avond en nacht de rode lampen op de windturbines alleen aangezet worden in het geval er een vliegtuig in de directe nabijheid van de windturbines vliegt.
Afgelopen zomer hebben wij gesprekken mogen voeren in twee verschillende sessies met een groot deel van de raadsleden. Dit is naar onze mening erg nuttig geweest om van gedachten te wisselen. Ook hebben wij hier goed de kans gehad om ons kant van het verhaal te vertellen en de mogelijke nuancering aan te brengen. Informatie die niet altijd goed overgebracht wordt in de krantenkoppen, de media en gesprekken met omwonenden. Eén van de zorgen van raadsleden die naar voren is gebracht is de bescherming van omwonenden ten aanzien van geluid, en dan met name de piekbelasting. Daarom is voorgesteld om in aanvulling op een jaargemiddelde geluidnorm (Lden en Lnight – sytematiek) een Laeqnorm vast te leggen. Een LAeq-norm maximeert het geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelig object (woningen) in een bepaalde, vaak kortdurende, periode. Net als bij een Lden-norm wordt deze getoetst middels berekeningen, niet door middel van een meting ter plaatse van de gevel. De raadsleden hebben in de gesprekken met ons aangeven graag ook voor windproject Brielse Brug een LAeq norm te zien, om piekbelasting te voorkomen voor omwonenden. Dit hebben wij in overweging genomen en na afstemming met onze adviseurs zijn wij bereid om gezamenlijk met u afspraken te maken over het vastleggen van geluidnormen conform de LAeq-systematiek.
Wij verzoeken daarbij om dit gezamenlijk en zorgvuldig uit te werken, teneinde te komen tot een goede bescherming voor de omgeving die ook de juridische toets der kritiek kan doorstaan bij de Raad van State. Een uitwerking hiervoor treft u in bijgevoegde memo. In het bepalen van de LAeq waarde is hierbij uitgegaan van een doorvertaling van de standaardwaarde uit het Concept Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving van 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Deze waarden voor geluidbelasting zijn dus lager dan tot dusver is vastgesteld in het maatwerkbesluit voor windproject Brielse Brug. Wij zien reacties op deze brief en laatstgenoemd voorstel graag tegemoet en vertrouwen op een spoedige en positieve besluitvorming voor windproject Brielse Brug tijdens de raadsvergadering 26 september aanstaande. Met hartelijke groet, Kees Herweijer van Rodenburg Nico Rodenburg
Namens Windproject Brielse Brug BV
Bijlage: Memo LAeq-norm Windproject Brielse Brug
Memo Onderwerp
Datum
LAeq-norm windproject Brielse Brug
20-9-2024
Aanvullende LAeq-geluidnorm WP Brielse Brug Inleiding Windpark Brielse Brug valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer en er geldt wettelijk gezien derhalve een geluidnorm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Daarnaast is er middels maatwerkvoorschriften op grond van cumulatie aanvullend voor enkele woningen een lagere norm gesteld. Gedurende de looptijd van het project zijn er inmiddels nieuwe landelijke conceptnormen gepubliceerd in het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving. Deze moeten nog door de Tweede Kamer worden behandeld en zijn nog niet definitief. De initiatiefnemers zijn voornemens om vooruitlopend op deze nieuwe normen, al aan te sluiten bij de standaardwaarde uit het ontwerpbesluit van 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Deze liggen lager dan de op dit moment van toepassing zijnde wettelijke normen. De desbetreffende geluidnormen zijn in de dosismaat Lden en Lnight. Lden (en Lnight) is een jaargemiddelde norm met straffactoren voor de avond- en nachtperiode.
Lden en LAeq en geluidpieken Omdat de Lden en Lnight dosismaten gemiddelden zijn, kunnen er op bepaalde momenten ook (beperkt) hogere geluidniveaus optreden. De spreiding is echter beperkt, omdat de windturbine in principe (afhankelijk van de windsnelheid) een bepaalde geluidproductie kent en anders dan bijvoorbeeld een muziekinstallatie niet ineens veel ‘harder’ kan zijn. Wel zit er – afhankelijk van de specifieke omstandigheden een spreiding in de optredende geluidniveaus. Voor windturbines in Nederland geldt doorgaans1 dat het maximale geluidniveau gedurende een korte periode (bijvoorbeeld 1 minuut) circa 2 tot maximaal 4 dB(A) hoger is dan het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode (L night). Omdat het verschil tussen Lnight en Lden circa 6 dB bedraagt, kan ook worden gesteld dat het maximale geluidniveau gedurende een korte periode tussen de 2 en 4 dB(A) onder de geluidbelasting in dB Lden ligt. Met andere woorden: door de geluidbelasting in dB Lden te normeren wordt daarmee ook impliciet een beperking gesteld aan de geluidniveaus gedurende een korte periode. Uit de gesprekken met de gemeenteraadsleden in Brielle is gebleken dat met name over de kortstondige geluidniveaus zorgen zijn. Er zijn enkele windparken in Nederland waar aanvullend op een norm in de dosismaat Lden een norm in de dosismaat LAeq wordt voorgesteld of waarbij dat reeds is vastgelegd.
Hieronder wordt een dergelijke norm beschreven voor de situatie bij Windproject Brielse brug, waarbij voor deze specifieke situatie de nieuwe landelijke norm vertaald wordt naar eenaanvullende LAeq norm en ook de manier van toetsing wordt beschreven. Dit laatste is belangrijk om ook de handhaafbaarheid te borgen en juridische zekerheid te kunnen bieden.
1
Doorgaans = wanneer geen geluidmitigatie wordt toegepast. Bij de toepassing van geluidreducerende modi kan het voorkomen dat het geluidniveau in de dag/avond hoger is en in de nacht lager.
Pagina 1
De grootheid LAeq beschrijft het equivalente A-gewogen geluidniveau gedurende een bepaalde periode. Omdat de bronmetingen conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines uitgaan van een meetduur van 1 minuut, wordt voorgesteld om voor de LAeq norm ook een beoordelingsperiode van 1 minuut te hanteren. Daarmee zijn waarden 1:1 vergelijkbaar. Waar LAeq wordt beschreven, kan dus ook LAeq,1min worden gelezen.
Hoogte norm Er is inmiddels een strengere landelijke geluidnorm voorgesteld in het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving. Het ligt voor de hand om die normhoogte te gebruiken als uitgangspunt voor de vertaling naar een aanvullende LAeq norm. Daarmee wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de nieuwe landelijke regels en ontstaat geen strijdigheid tussen de Lden en de LAeq benadering. Concreet kan dit worden gedaan door op basis van realistische beschikbare windturbinetypes (en geen luidruchtige worst-case of onrealistische windturbines) de maximale LAeq-niveaus te bepalen voor deze locatie. Uit de analyse volgt dat van de in overweging zijde windturbines voor Windproject Brielse Brug er een geluidniveau in de dag- en avondperiode kan worden verwacht van 44 dB(A) LAeq,1min. Voor de nachtperiode wordt een maximaal geluidniveau van 42 dB(A) LAeq,1min verwacht. Hierbij is dus al rekening gehouden met mitigerende maatregelen en de nieuwe ontwerpnormen. Deze waarden zouden in aanvulling op de Lden en Lnight waarden kunnen worden gehanteerd.
Meet- en rekenmethode Bij een norm hoort altijd ook een toetsings- en handhavingsmethode. Zeker in het geval van geluidnormen is dit van belang, aangezien dit complexe materie is. Het reken- en meetvoorschrift windturbines biedt hiervoor een goede basis, die ook weer zo veel als mogelijk aansluit bij de wijze waarop de L den-norm wordt getoetst. De procedure volgt op hoofdlijnen de volgende stappen indien een controle moet plaatsvinden: 1. Het geluidbronvermogen per windsnelheid op ashoogte (en per octaafband) moet worden gemeten middels een bronmeting conform hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Bij toepassing van geluidmodi aan de windturbine, worden ook de geluidbronvermogens per windsnelheid op ashoogte voor alle van toepassing zijnde geluidmodi gemeten. 2. Voor iedere windsnelheid op ashoogte waarvoor voldoende metingen zijn uitgevoerd (en eventueel per geluidmodus) wordt het geluidniveau op maatgevende toetspunten berekend middels het overdrachtsmodel uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (beschreven in hoofdstuk 3 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines). Op de volgende pagina zijn de formules voor deze berekening beschreven; 3. De berekende geluidniveaus worden getoetst aan de voorgestelde norm (per beoordelingsperiode).
Bij toepassing van geluidmodi kan er een verschil zijn tussen het geluidniveau in de dag- en de avond- of nachtperiode2. Belangrijk hierbij is dat er een directe controle mogelijk is. Ten opzichte van de toetsing aan de Lden-norm wordt de emissieterm namelijk niet omgerekend naar een jaargemiddeld bronvermogen, maar wordt gelijk gerekend met het geluidbronvermogen per windsnelheid op ashoogte.
2
In verband met de meetonzekerheid van de meetapparatuur en de meetomstandigheden worden gemeten overschrijdingen tot en met 2 dB geaccepteerd, omdat bij dergelijk gemeten overschrijdingen niet met zekerheid gesteld kan worden dat daadwerkelijk sprake is van een overschrijding van de LAeq-norm.
Pagina 2
Overdrachtsberekening Voor de overdrachtsberekeningen wordt hoofdstuk 3 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines gevolgd met een aanpassing aan formule 3.3. Deze is volgens het Reken- en meetvoorschrift windturbines als volgt: 𝐿eq,i,n = 𝐿E − 𝐷geo − 𝐷lucht − 𝐷ref − 𝐷scherm − 𝐷veg − 𝐷terrein − 𝐷bodem − 𝐶meteo waarbij LE het jaargemiddelde bronvermogen bedraagt. Deze formule moet worden vervangen door de volgende formule: 𝐿eq,i,n = 𝐿W,i − 𝐷geo − 𝐷lucht − 𝐷ref − 𝐷scherm − 𝐷veg − 𝐷terrein − 𝐷bodem − 𝐶meteo Hierbij is Leq,i,n de bijdrage aan het equivalente A-gewogen geluidniveau (beoordelingsperiode 1 minuut) per octaafband i en per windturbine n. LW,i is het geluidbronvermogen per octaafband i. De dempingstermen (aangeduid met D) en de meteocorrectie worden overeenkomstig paragrafen 3.5 t/m 3.13 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines bepaald. Toetsing Voor de toetsing aan de LAeq-norm worden alle bijdragen aan het equivalente geluidniveau bij elkaar opgeteld: 9
𝑁
𝐿A,eq = 10 log ∑ ∑ 10𝐿eq,𝑖,𝑛/10 𝑖=1 𝑛=1
Hierbij is: i = 1, 2, … 9 (31,5, 63, … 8000 Hz) n = 1, 2, N (N is het aantal windturbines)
Samenvatting Aanvullend op de Lden norm is het mogelijk een LAeq-norm voor WP Brielse Brug te hanteren. Dit memo beschrijft op welke manier dat mogelijk is, hoe dit kan worden berekend en hoe handhaving (middels bronmeting en berekening) kan plaatsvinden. Voor windpark Brielse brug zijn de volgende geluidniveaus (getalswaarden) toepasbaar als maximale toelaatbare waarden op de gevel van geluidgevoelige objecten: Systematiek
Getalswaarde
Getalswaarde nachtperiode
dag/avondperiode Lden / Lnight systematiek
45 dB Lden
39 dB Lnight
LAeq systematiek
44 dB LAeq
42 dB LAeq
Pagina 3