CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-125 Omgevingsplan Buitengebied Brielle - Veegplan 2

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Omgevingsplan Buitengebied Brielle - Veegplan 21.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naam behandelaar Ghislaine Chatziioannou - van der Vlies E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181

Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee

Verzenddatum 29 mei 2024 Uw kenmerk

Ons kenmerk Zaak-60247-2024 Bijlage(n) ..

Onderwerp Omgevingsplan Buitengebied Brielle - Veegplan 2

Geachte leden van de raad, In de raadsvergadering van 30 mei 2024 wordt het ‘Omgevingsplan Buitengebied Brielle – Veegplan 2 (“Veegplan 2”) behandeld. Naar aanleiding van de behandeling in de Commissie Ruimte van de gemeente Voorne aan Zee op 15 mei 2024, schrijven wij u deze raadsinformatiebrief waarin ingegaan wordt op de noodzaak van de volledige vaststelling van het Veegplan 2. Daartoe wordt eerst kort de relevante achtergrond geschetst. Dit wordt gevolgd door een uiteenzetting van de inhoud van het Veegplan 2. Relevante achtergrond Op 28 januari 2020 is het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Omgevingsplan Buitengebied Brielle (‘Omgevingsplan’) vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Brielle als opvolger van de Beheersverordening ‘Landelijk gebied’ uit 2007 (“Beheersverordening”). Bij de omzetting van de Beheersverordening naar het Omgevingsplan zijn er omissies in het Omgevingsplan gekomen. Kort en goed zijn dat de volgende twee omissies: -

De percelen die op grond van de Beheersverordening bestemd waren als ‘Woondoeleinden, voormalig agrarisch bedrijf’, zijn in het Omgevingsplan herbestemd als 'Paardenstalling' met 'Wonen in Bedrijfswoningen'. Specifiek ten aanzien van het toegestane gebruik is op deze percelen niets veranderd omdat bij de voorgaande bestemming ‘Woondoeleinden, voormalig agrarisch bedrijf’ ook een paardenstalling was toegestaan met een toegestane buitenruimte van 1200 m2. Ten aanzien van het wonen op de percelen zijn de gebruiksmogelijkheden wel gewijzigd omdat wonen alleen nog maar is toegestaan in het geval er een bedrijfsmatige paardenstalling wordt geëxploiteerd op het perceel. Dit terwijl op de betreffende percelen ook hobbymatige paardenstallingen zijn gesitueerd.

Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl

Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01

-

De percelen die op grond van de Beheersverordening bestemd waren als ‘Agrarische aanverwante doeleinden – paardenhouderij’, zijn op grond van het Omgevingsplan bestemd als ‘Paardenstalling’ met ‘Wonen in Bedrijfswoningen’. Specifiek ten aanzien van wonen is op deze percelen niets veranderd omdat bij de bestemming ‘Agrarische aanverwante doeleinden – paardenhouderij’ ook slechts een bedrijfswoning was toegestaan. Ten aanzien van de overige gebruiksmogelijkheden op deze percelen geldt dat deze wel beperkt zijn omdat de bestemming ‘Agrarische aanverwante doeleinden – paardenhouderij’ geen beperking van het toegestane aantal vierkante meters aan buitenruimte kende en de bestemming ‘Paardenstalling’ deze beperking wel kent, te weten: 1200 m2.

Inhoud Veegplan 2 Het is van belang deze omissies te herstellen gelet op de nadelige gevolgen hiervan voor de perceeleigenaren. Zij worden thans immers beperkt in hun planologische mogelijkheden. Indien deze omissies blijven voortbestaan, kan dit dan ook leiden tot (nog meer) schadeclaims bij de gemeente Voorne aan Zee. Dit klemt temeer nu met het Veegplan 2 de omissies op een goede wijze worden hersteld die recht doet aan de belangen van alle belanghebbenden. Dit wordt hieronder per omissie nader toegelicht. Herstel omissie; plattelandswoning Zoals toegelicht zijn de percelen die op grond van de Beheersverordening bestemd waren als ‘Woondoeleinden, voormalig agrarisch bedrijf’, in het Omgevingsplan herbestemd als 'Paardenstalling' met 'Wonen in Bedrijfswoningen'. Dit betreffen de percelen: Molendijk 1, Kloosterweg 23, en Abbewerveweg 6. Omdat door de herbestemming van burgerwoning naar bedrijfswoning de mogelijkheden op hun perceel zijn ingeperkt omdat er bijvoorbeeld geen derden meer mogen wonen, maar een burgerwoning gelet op de richtafstanden niet mogelijk is, zijn de woningen herbestemd als ‘plattelandswoning’. Plattelandswoningen kunnen zowel bewoond worden in een bedrijfsmatige- als een niet bedrijfsmatige situatie. De woningen zelf worden in dat geval namelijk gezien als onderdeel van het bedrijf.

Daarmee worden de woningen niet beschermd tegen de milieugevolgen van het bedrijf, waardoor de bedrijfsmogelijkheden op het perceel niet aangetast worden. De woningen mogen daarnaast echter ook bewoond worden door derden als burgerwoningen. De herbestemming van bedrijfswoning naar plattelandswoning is dan ook voordelig voor alle betreffende perceeleigenaren nu deze ruimere mogelijkheden biedt dan alleen een bedrijfswoning of alleen een burgerwoning. Daarbij heeft overigens te gelden dat het herbestemmen van de woningen verder ook geen ruimtelijke effecten heeft op andere nabijgelegen percelen (inclusief woningen). Herstel omissie; paardenhouderijen Zoals toegelicht zijn de percelen die op grond van de Beheersverordening bestemd waren als ‘Agrarische aanverwante doeleinden – paardenhouderij’, op grond van het Omgevingsplan per abuis bestemd als ‘Paardenstalling’ met ‘Wonen in Bedrijfswoningen’. Dit betreffen de percelen Rijswaardsedijk 11 en Abbewerveweg 5. Door deze herbestemming worden deze percelen geconfronteerd met een beperking van 1200 m2 aan buitenruimte die voorheen niet gold.

Hiermee is ten onrechte in het Omgevingsplan geen onderscheid gemaakt tussen de percelen waarop van oudsher een kleinschalige ‘paardenstalling’ was gesitueerd en de percelen waarop van oudsher een grootschalige ‘paardenhouderijen’ was gesitueerd. Dit onderscheid bestaat feitelijk gezien nog wel en kenmerkt zich onder meer door het verschil in bedrijfsmatigheid en de omvang en situering van het perceel. Kort en goed zijn de percelen die met het Veegplan 2 (terug)bestemd worden naar ‘Paardenhouderij’ aanzienlijk groter – zowel qua bedrijfsmatige omvang als omvang van het perceel waar de bestemming op ziet – dan de percelen die bestemd zijn gebleven als ‘Paardenstalling’. De ligging van de percelen is daarnaast ook geschikter voor grootschalige bedrijfsmatigheid, bijvoorbeeld omdat de percelen vrij liggen waardoor een volledige benutting van het perceel niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. De herbestemming van de percelen die voorheen als ‘Agrarische aanverwante doeleinden – paardenhouderij’ bestemd waren naar ‘Paardenstalling’ leidt tot een grove beperking van de rechtmatige gebruiksmogelijkheden op het perceel. Wij hechten er dan ook aan deze omissie zo spoedig als mogelijk te herstellen door deze percelen te herbestemmen naar ‘Paardenhouderij’.

Dat niet alle percelen herbestemd worden naar ‘Paardenhouderij’ heeft – zoals hierboven toegelicht – te maken met de omvang van de bedrijfsmatigheid, alsmede de omvang en de situering van de percelen. Er is maatwerk geleverd door per perceel te kijken naar welke bestemming planologisch en feitelijk gezien het meest passend is. Dit maatwerk is noodzakelijk omdat een bestemmingsplan – zoals het Veegplan 2 – niet in strijd mag zijn met de goede ruimtelijke ordening.1. Bij een perceel dat grenst aan meerdere burgerwoningen, is immers minder ruimte voor intensiever gebruik dan bij een perceel dat vrij ligt of naast een andere bedrijfswoning is gesitueerd. Overige aanpassingen Mede vanwege de goede ruimtelijke ordening en het leveren van maatwerk is tevens per perceel beoordeeld of de planologische mogelijkheden op het perceel verruimd konden worden naar de feitelijke situatie. Daar waar dit mogelijk was, is hier toepassing aan gegeven. Daarbij heeft uiteraard wel te gelden dat op het ene perceel planologisch gezien meer toegestaan kan worden dan op het andere perceel. Ten aanzien van het perceel Molendijk 1 zijn deze mogelijkheden eerder al beoordeeld en is deze beoordeling neergelegd in een (thans nog niet onherroepelijke) omgevingsvergunning voor het gebruik dat in strijd is met het Omgevingsplan.

Deze beoordeling heeft op dezelfde manier plaatsgevonden als de beoordeling van de percelen in Veegplan 2. De aanpassingen die destijds zijn doorgevoerd ten aanzien van het perceel Molendijk 1 (ontwerpverklaring van geen bedenkingen van 21 september 2022, definitieve verklaring van 15 december 2022), zijn dan ook in lijn met de aanpassingen zoals doorgevoerd in Veegplan 2. De rechtbank heeft inmiddels ook onderschreven dat de aanpassingen ten aanzien van Molendijk 1 conform de goede ruimtelijke ordening zijn. Omdat hoger beroep is ingesteld tegen de omgevingsvergunning en deze daarmee nog niet onherroepelijk is, wordt deze gelet op de rechtszekerheid nog niet verwerkt in het Veegplan 2. Dit laat onverlet dat de omgevingsvergunning wel al in werking is getreden.

1

Onder de Omgevingswet dient er bij een omgevingsplan sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Belang vaststellen Veegplan 2 Hoewel met het Veegplan 2 geen sprake is van het opstellen van een geheel nieuw beleid voor de gemeente, is van belang dat dit toch wordt vastgesteld. Hoewel het gaat om individuele percelen, gaat het daarbij juist om het algemene belang dat gediend is met Veegplan 2. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Het belang van de vaststelling van het Veegplan 2 is er allereerst in gelegen dat de perceeleigenaren thans worden geconfronteerd met de nadelige gevolgen van de omissies en aan hen geen recht wordt gedaan indien deze omissies blijven voortduren. Met het vaststellen van het Veegplan 2 is daarmee het belang van alle perceeleigenaren gediend. Ten tweede is van belang dat de perceeleigenaren waarop een verruiming plaatsvindt er belang bij hebben dat deze verruiming op een zo kort mogelijke termijn plaatsvindt. Hoewel individuele belangen niet centraal staan, wordt in dat verband ter illustratie wel gewezen op het belang van de eigenaren van het perceel Kloosterweg 23 om een rijbaan te kunnen realiseren die benodigd is om bedrijfsmatige activiteiten te kunnen ontplooien. Ten derde is van belang dat de omissies een gegeven zijn. Het laten voortbestaan daarvan zonder dat daar een valide ruimtelijke afweging aan ten grondslag ligt, leidt in gevallen tot schade bij de perceeleigenaren en daarmee tot (plan)schadeclaims bij de gemeente.

Met dit Veegplan 2 wordt herstel in natura geboden waardoor eventuele (plan)schadeclaims komen te vervallen. Ten vierde is van belang dat ook als nieuw paardenbeleid vastgesteld zou worden – waarom verzocht is met de motie van 18 april 2024 – op perceelsniveau gekeken dient te worden naar een goede toebedeling van functies aan locaties als er planologische wijzigingen plaatsvinden. Kortom, om tot uitvoerbaar beleid te komen zal ook een toets op perceelsniveau uitgevoerd moeten worden zoals die thans heeft plaatsgevonden bij het opstellen van Veegplan 2. Indien het Veegplan 2 thans niet wordt vastgesteld omdat op nieuw beleid gewacht wordt, dan zal in feite ten aanzien van deze locaties opnieuw een soortgelijke toets uitgevoerd moeten worden. Ook dit is niet in het belang van de perceeleigenaren. Overige procedures Omdat tijdens de commissievergadering is gebleken dat er veel vragen zijn over overige lopende procedures, hechten wij eraan om te benadrukken dat de vaststelling van dit Veegplan 2 losstaat van andere procedures nu deze niet relevant zijn in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Overige procedures kunnen dan ook geen rol spelen in de besluitvorming. Dit geldt ook voor de thans lopende planschadeprocedure. Daarbij heeft overigens wel te gelden dat voor zover de omissies zouden leiden tot planschade, deze omissies met het Veegplan 2 hersteld worden.

Daarmee wordt eventuele schade vanwege de omissie ook hersteld. Indien het Veegplan 2 niet in zijn geheel vastgesteld wordt, dan zal – zoals hierboven toegelicht – in die gevallen waar schade is door het Veegplan ook geen sprake zijn van herstel in natura en dan zal de gemeente aan de lat staan voor de betaling van deze schade. Het opknippen van het Veegplan 2 is gelet op de gelijkluidende problematiek en het voorgaande dan ook niet wenselijk.

Conclusie Gelet op het voorgaande wordt dan ook geconcludeerd dat er een groot belang bestaat aan zowel de zijde van de perceeleigenaren, als de zijde van de gemeente, om tot vaststelling van het gehele Veegplan 2 over te gaan.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee

R. (Rudie) Heintjes MCM gemeentesecretaris

Dr. J.P. (Peter) Rehwinkel burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14210267/1