CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-114 raadsbrief antwoord vragen art. 33 RvO OCI van FvD

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vragen fractie FVD inzake vergunning ammoniaktank in Rotterdam Europoort.1.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naam behandelaar Geradine Roskam E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181 Verzenddatum 24 april 2024

Aan de leden van de raad Uw kenmerk

Ons kenmerk 67787-2024 Bijlage(n) ..

Onderwerp Beantwoording raadsvragen ex. art. 33 RvO, inzake vergunning OCI opslag ammoniak van FvD. Hellevoetsluis, 24 april 2024,

Geachte leden van de raad, Op 18 april 2024 heeft de fractie van FvD vragen gesteld inzake de vergunning van OCI voor de opslag van ammoniak. Op 22 september 2023 is er een ontwerpbeschikking van Antea Nederland B.V., namens OCI Terminal Europoort B.V (OCI) voor de inrichting aan de Moezelweg 151 te Rotterdam – Europoort ter inzage gelegd. Het betreft een inrichting voor de op- en overslag van ammoniak, de productie en op- en overslag van aqua-ammonia en de productie van demiwater. Het college heeft op 24 oktober 2023 een zienswijze ingediend. Er zijn diverse zienswijzen ingediend over de ontwerpbeschikking van OCI, waaronder de zienswijze van de gemeente. Op 2 april heeft de gemeente de definitieve beschikking voor de opslag van ammoniak bij het bedrijf OCI ontvangen van de DCMR. Deze beschikking ligt ter inzage tot en met 16 mei 2024. Hieronder vindt u de beantwoording van de vragen van FvD door het college: Het niet uitvoeren van een MER was het belangrijkste argument voor het indienen van een zienswijze voor zowel verontruste burgers als ook het college. 1. Klopt het dat de vergunning nu verleend is zonder dat er een MER is uitgevoerd en er daarbij geen gehoor is gegeven aan de indieners van de zienswijzen? De DCMR heeft inderdaad de definitieve vergunning verleend van OCI voor de opslag van ammoniak welke tot 16 mei ter inzage ligt.

In de definitieve vergunning is aangegeven dat er geen MER is uitgevoerd. De activiteit op- en overslag van ammoniak valt onder C.25 en D 25.1 van het Besluit milieueffectrapportage (wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische

Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl

Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01

producten). Omdat met de aangevraagde verandering de opslagcapaciteit met 60.000 ton toeneemt, is sprake van een wijziging of uitbreiding van een installatie en is, in dit geval, sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Volgens de regelgeving is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Naar aanleiding van de diverse adviezen en gesprekken zijn er wel extra maatregelen opgenomen in de definitieve vergunning voor de opslagtank: Om de kans op optreden van een groot incident te verkleinen wordt de nieuwe opslagtank uitgevoerd als full containment opslagtank. Hiermee wordt bedoeld dat de opslagtank dubbelwandig is uitgevoerd inclusief vast dak. Bij deze uitvoering is er wel ammoniakgas in de ruimte tussen de primaire en de secundaire wand (de zogenaamde ‘annulaire ruimte’) aanwezig. Bij een lek in de primaire wand, blijft de vrijkomende ammoniak binnen de secundaire wand en zijn er geen directe gevolgen voor de omgeving. Bij detectie van vloeibare ammoniak tussen de binnenste en buitenste schil, kan de tank veilig leeggehaald worden om de lekkage te verhelpen. Doordat beide schillen moeten falen voordat er ammoniak naar de buitenlucht kan ontsnappen, wordt de kans op optreden verkleind.

Om lekkage van ammoniak van de full containment tank door impact van buitenaf (drukgolven, rondvliegende objecten) en/of warmtebelasting te voorkomen wordt de tank voorzien van een betonnen wand. Deze extra maatregelen zijn tot stand gekomen door de verstrenging van de PGS 12 waar de DCMR aan mee gewerkt heeft. 2. Klopt het dat de gemeente Voorne aan Zee samen met OCI, de Vereniging Verontruste Burgers Voorne en DCMR een technisch gesprek heeft gehad waar de bezwaren zijn besproken? Op 9 februari heeft de DCMR een bijeenkomst georganiseerd voor iedereen die een zienswijze heeft ingediend waarbij diverse specialisten van de Milieudienst Rijnmond DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond aanwezig waren. Tijdens deze bijeenkomst werden de zienswijzen behandeld en konden er vragen worden gesteld. OCI was ook aanwezig bij dit overleg. 3. Klopt het dat de gemeente Voorne aan Zee een gesprek heeft gehad met de heer Molenaar, directeur van DCMR vlak voordat de vergunning werd verleend? Nee. 4. Klopt het dat bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag niet gekeken is naar de extra risico’s bij de overslag en transport van ammoniak? Nee dit klopt niet. Voor de overslag van ammoniak zijn voorschriften opgenomen in de vergunning. 5.

Hoe worden de extra risico’s bij deze overslag en transport beoordeeld en op welke manier worden deze activiteiten vergund?In de aanvraag stond immers dat het transport

binnen Nederland voornamelijk via een pijpleiding zou gaan plaatsvinden terwijl bekend is dat dit niet het geval zal zijn. Voor het vervoer van ammoniak over water, spoor en weg, is het ministerie van I&W bevoegd gezag. De belangrijkste regels hierover zijn opgenomen in het zogenoemde Basisnet. Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de bebouwde omgeving en de veiligheid van mensen die wonen of verblijven dicht in de buurt van de infrastructuur waar dit vervoer plaatsvindt. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

6. Wat zijn de mogelijkheden tot het indienen van een bezwaar tegen deze vergunning en is het college van plan dit te doen? Indieners van een zienswijze hebben tot 16 mei de tijd op in beroep te gaan. Hoewel de zienswijze van de gemeente niet wordt gevolgd, acht het college het instellen van beroep tegen de omgevingsvergunning niet opportuun op basis van juridische inzichten. Specifiek in het kader van de m.e.r.-beoordeling is daarbij van belang dat op grond van de wet- en regelgeving in dit geval geen sprake is van een m.e.r.-plicht. Wel is een vormvrij m.e.r.-beoordeling uitgevoerd op basis waarvan door de DCMR en de VRR is geconcludeerd dat geen belangrijke nadelige effecten te verwachten zijn voor het milieu. Nu deze nadelige effecten niet verwacht worden, geldt er geen m.e.r.-plicht. Het college heeft thans geen aanknopingspunten waaruit volgt dat de uitkomst van deze beoordeling gebreken kent en daarmee onjuist zou zijn. Alles overwegende vindt het college de kans van slagen voor een beroepszaak nagenoeg nihil, en zal daarom geen beroepsprocedure instellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14099159/1