CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

06 raadsvoorstel windturbines

Commissie Ruimte 8 juni 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam.5.763 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:

Bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis I. Bal 100214-2023

Gevraagd besluit De raad van Voorne aan Zee besluit:

1. 2. 3.

De nota van beantwoording vast te stellen. Het bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis NL.IMRO.0530.BPWindpark2020-VG01 gewijzigd vast te stellen. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen.

Advies van commissie Let op, enkel in te vullen door de Griffie zelf! 1.

Inleiding Momenteel staan er aan de buitenzijde van de Haringvlietdam 6 windturbines. Deze turbines hebben het einde van hun levensduur bereikt en zijn toe aan vervanging. De initiatiefnemer is van plan om de 6 bestaande turbines te vervangen door 2 nieuwe turbines aan de binnenzijde van de dam. Om de oude turbines weg te bestemmen en de nieuwe mogelijk te maken is een nieuwe bestemmingplan opgesteld. Aan het opstellen van dit bestemmingsplan “Windproject Haringvlietdam Hellevoetsluis” is een lange historie vooraf gegaan. De windopgave van de gemeente Hellevoetsluis komt voort uit het Convenant Realisatie Windenergie voormalige Stadsregio Rotterdam uit 2012 en de vastlegging van de locaties daarvoor bij de partiële herziening van de VRM van de provincie Zuid-Holland in 2017. De partiele herziening van de VRM is gepaard gegaan met een participatietraject waaraan ook door inwoners van de gemeente Hellevoetsluis en omwonenden van de windlocatie actief is deelgenomen. Onder andere tijdens bijeenkomsten georganiseerd door de provincie in 2017 en door de gemeente in 2018. In 2019 en 2020 zijn omwonenden door de gemeente geïnformeerd per brief over de voortgang van het project. Vanaf 2018 zijn door de gemeente de betrokkenoverheden verenigd in de Windwerkgroep en daarin meermalen geïnformeerd. Daarnaast hebben gesprekken plaatsgevonden met de ondernemers op het Quackstrand.

In het voorjaar van 2021 heeft de initiatiefnemer in overleg met de gemeente een Communicatie- en participatieplan gemaakt en is zij gestart met (online) informatiebijeenkomsten en een klankbordgroep. Aan de start van die bijeenkomsten is het nodige misgegaan bij het versturen van brieven en plannen van avonden. Daarna is er hard gewerkt om die ongelukkige start te herstellen. Zowel de Windwerkgroep als de Klankbordgroep komen nog steeds op regelmatige basis (eens in de 1 á 2 maanden) (online) bij elkaar. De klankbordgroep is sinds haar oprichting in april 2021 ruim 20 keer (online) bijeen geweest. Als onderdeel van het proces besloot de gemeenteraad van Hellevoetsluis op 28 april 2021 tot toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling zoals bedoeld in artikel 3.30 lid 1 onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) (RIS 20210119). Met de

coördinatieregeling worden de voorbereiding, bekendmaking en vaststelling van samenhangende vergunningen en procedures gebundeld. Dit betekent dat de ontwerpbesluiten en ook later genomen besluiten gelijktijdig ter inzage worden gelegd. In dit geval wordt ervoor gekozen om de omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen’, en ’het uitvoeren van een werk of werkzaamheden’, de Watervergunning en de WBRvergunning gelijktijdig te publiceren en ter inzage te leggen met het ontwerpbestemmingsplan. De Wnb-vergunning gebiedsbescherming en de Wnb-ontheffing soorten bescherming - die eveneens vallen onder het coördinatiebesluit van 28 april 2021 worden op een later tijdstip gepubliceerd en ter inzage gelegd. De vertraging na het coördinatiebesluit is veroorzaakt door de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 (202003882/1/R3) in zake Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 naar aanleiding van het Nevele-arrest. Deze uitspraak stelt kort gezegd dat de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windparken in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet rechtsgeldig zijn. Het Rijk moet nu alsnog een plan-m.e.r. doorlopen voor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling, met name voor de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Op basis van deze plan-m.e.r.

kunnen vervolgens nieuwe normen worden vastgesteld. Die kunnen gelijk zijn aan de ‘huidige’, maar ook hoger of lager worden. Projecten kunnen wachten tot het plan-m.e.r. door het Rijk is uitgevoerd en vervolgens toetsen aan de direct van toepassing zijnde nieuwe normen. Wanner deze plan-m.e.r. klaar zal zijn is momenteel nog niet bekent. Een andere optie, beschrijft de Raad van State in zijn uitspraak, is voor een project eigen normen te stellen die voor dát specifieke project onderbouwd dienen te worden en voorzien moeten zijn van een (1) actuele, (2) deugdelijke, (3) op zichzelf staande, en (4) op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Aangezien in juli 2021 onduidelijk was wat de gevolgen van deze uitspraak (van 30 juni 2021) zouden zijn is de behandeling van het voorontwerp-bestemmingsplan toen uitgesteld en is deze uitspraak goed bestudeerd. Hieruit werd inderdaad duidelijk dat de gemeenteraad zelf gekozen normen mag vaststellen die zijn afgestemd op de lokale situatie mits er uiteraard sprake is van goede ruimtelijke ordening (en dit blijkt uit de onderzoeken en motivering). De toepassing van lokale normen is ook opgenomen in de handreiking lokale normering windparken Rotterdamse regio die in samenwerking met de gemeente Hellevoetsluis is opgesteld.

Daarop is het voorontwerp ter inzage gelegd van 3 maart tot 31 maart 2022 ter inzage gelegd en is tevens een begin gemaakt met het ontwikkelen van de lokale normen ten behoeve van de start van de formele procedure. Op het voorontwerp-bestemmingsplan zijn een aantal vooroverlegreacties en inspraakreacties binnengekomen. Op basis hiervan zijn er tussen het voorontwerp en de ter inzagelegging van het ontwerp meerdere bijeenkomsten geweest met de klankbordgroep waarin tevens de lokale normen besproken zijn (in juli, oktober en november 2022). Op 31 oktober 2022 is er ook een bijeenkomst geweest in het Droogdok met de brede omgeving om over de lokale normen te spreken (plenair en niet-plenair deel). Ten opzichte van het voorontwerp-bestemmingsplan is het ontwerp-bestemmingsplan aangevuld met lokale normen. Over het proces om tot een voorstel voor de locatie2

specifieke normen te komen is op regelmatige basis overlegd met de Klankbordgroep. Deze Klankbordgroep bestaat uit vaste groep omwonenden van het windproject en een aantal andere inwoners van de gemeente Hellevoetsluis en Westvoorne. De klankbordgroep is het inhoudelijk wel eens met de normen voor slagschaduw en externe veiligheid, maar is van mening dat de normen voor geluid niet goed aansluiten bij de daadwerkelijke hinder die omwonenden kunnen ondervinden. Dat zit met name in het feit dat de huidige geluidssystematiek werkt met een gemiddelde hoeveelheid geluid (bekend als de Lden methodiek) en niet met piekbelasting. Daarnaast is er geen norm voor laagfrequent of zelfs voor mensen onhoorbaar (infrasoon) geluid. In gesprek met de klankbordgroep is gekeken of hieraan tegemoet gekomen kan worden. Hieruit is de afspraak voortgekomen over het opnemen van een zogenaamde Vercammen- curve in de lokale normen. Tevens heeft de ontwikkelaar toegezegd de daadwerkelijke hoeveelheid geluid zonder en met geluid van de windmolens te meten en hierover in gesprek te blijven met de omwonenden. Een betere, of meer betrouwbare norm is op dit moment niet bekend bij gemeente en Initiatiefnemer. De gemeente heeft over de lokale normen een second opinion ingewonnen van een ter zake deskundig en onafhankelijk adviesbureau (Bosch & van Rijn).

De conclusie van het advies is dat de onderzoeken juist en volledig zijn uitgevoerd en kunnen dienen als basis voor de op te stellen lokale normen. Zij kwamen wel tot de bijstelling om een strandpaviljoen niet te beschouwen als geluidgevoelig object aangezien bewoning niet is toegestaan. De lokale normen zijn derhalve afgestemd op de dichtstbijzijnde woning. De afstand tussen de windmolens en de dichtstbijzijnde woningen bedraagt minimaal 800 meter. Op basis van deze conclusie heeft Bosch & van Rijn aan de gemeente een advies gegeven over het opnemen van lokale normen. Dit advies is overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. De lokale normen zijn tenslotte ook nog voorgelegd aan de DCMR voor advies. DCMR is vanwege haar expertise en (toekomstige) rol als toezichthouder voor de milieuvoorschriften intensief betrokken geweest bij de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan. DCMR kan zich vinden in de wijze hoe het proces om te komen tot lokale normen is doorlopen en in de milieu-informatie die is verzameld om het milieubelang zorgvuldig te kunnen wegen bij het vaststellen van die normen. De inhoudelijke onderzoeken ter onderbouwing van het ontwerp-bestemmingsplan (geluid, slagschaduw en externe veiligheid) zijn beoordeeld door de DCMR en die aandachtspunten die daaruit voortkwamen zijn geadresseerd.

De klankbordgroep is regelmatig geïnformeerd over de uitwerking van het bestemminsplan en het voorstel voor de lokale normen. Ook is de klankbordgroep in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het ontwerp-bestemmingsplan en de daarin opgenomen lokale normen. Op 8 december 2022 zijn het ontwerp-bestemmingsplan en de daarin opgenomen lokale normen toegelicht aan de klankbordgroep tijdens een online bijeenkomst. Op 23 december 2022 heeft de klankbordgroep een eerste partieel advies uitgebracht, het tweede deel van hun advies volgde op 28 april 2023. Op 28 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van de (op 1 januari 2023 gefuseerde) gemeente Hellevoetsluis besloten om het ontwerpbestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis ter inzage te leggen. Het plan heeft van 19 januari tot en met 1 maart 2023 ter inzage gelegen, samen met de ontwerpen van de omgevings-, water en Wbr-vergunning. Daarnaast is er op 15 februari 2023 een inspraakavond georganiseerd. In totaal heeft de gemeente 50 zienswijzen op het 3

ontwerp-bestemmingsplan ontvangen. Deze zienwijzen zijn gebundeld en beantwoord in een nota van beantwoording. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn er enige wijzigingen in het plan doorgevoerd alsmede enkele ambtelijke wijzigingen. Een opsomming van de aangebrachte wijzigingen is opgenomen in de nota van beantwoording én in paragraaf 8.2.5 van de toelichting van het bestemmingsplan. 2.

3.

Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten Door het bestemmingsplan en de bijbehorende de nota van beantwoording vast te stellen wordt aangesloten bij de eerdere besluiten die door het college en de gemeenteraad van de gemeente Hellevoetsluis zijn genomen. Ook past het binnen de Structuurvisie Hellevoetsluis 2015+, waarin is aangegeven dat het bestaande windpark op de dam wordt vervangen. Door de realisatie van de windmolens mogelijk te maken wordt voorkomen dat er door hogere overheden een windpark wordt afgedwongen. Dit sluit aan bij de wens uit het coalitieakkoord om zelf de regie behouden op het thema windturbines.

Argumenten Zoals beschreven in de inleiding heeft de vervanging van de windturbines op de Haringvlietdam een lang aanlooptraject gehad. Hierbij zijn inwoners, omwonenden en andere betrokkenen meerdere malen geïnformeerd en om hun mening gevraagd. De gemeente heeft altijd geprobeerd om de wensen en voorkeuren van de betrokkenen zoveel mogelijk mee te nemen in de plannen voor het vervangen van de windturbines. Uitspraken Raad van State Hierbij is er speciale aandacht besteed aan het ontwikkelen van lokale normen. Zoals hierboven beschreven heeft de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 (202003882/1/R3) in zake Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 een streep gezet door de destijds geldende normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windparken in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Dit heeft ervoor gezorgd dat het project vertraging opliep. In de uitspraak stelt de Raad van State dat de algemene milieuregels voor windturbines nog steeds mogen worden gebruikt voor één of twee windturbines, wat van toepassing is op dit plan. De gemeente heeft er echter voor gekozen om een stap verder te gaan dan het minimaal benodigde door het opstellen van eigen lokale normen. Hiermee kunnen omwonenden meegenomen worden in het proces en kan de gemeente waar gewenst extra eisen stellen.

In de uitspraak van 30 juni 2021 beschrijft de Raad van State dat het mogelijk is om voor een project eigen normen te stellen die voor dát specifieke project onderbouwd dienen te worden en voorzien moeten zijn van een (1) actuele, (2) deugdelijke, (3) op zichzelf staande, en (4) op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. De keuze voor deze werkwijze wordt gesteund door de uitspraak van de Raad van State van 12 april 2023, de einduitspraak inzake het windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 (ECLI:NL:RVS:2023:1433). Hieruit blijkt dat het stellen van lokale normen juridisch mogelijk is en voor de motivering van die normen door de gemeente mag worden uitgegaan van de actuele stand van wetenschappelijke kennis. Daarbij rust op een gemeenteraad niet een zelfde onderzoeksplicht als die voor een minister geldt bij het stellen van landelijke normen. De Raad van State geeft aan dat de gemeente bij het vaststellen van die normen een afweging mag maken tussen het belang van het realiseren van windenergie en het belang van de bescherming van omwonenden. In deze uitspraak wordt ook ingegaan op de verschillende deelaspecten die in de normering aan de orde 4

komen: geluid, slagschaduw en lichtschittering en externe veiligheid. Kortweg blijkt uit de uitspraak dat: • Lokale geluidnormen mogen worden gesteld op basis van de op dit moment beschikbare wetenschappelijke inzichten, waarbij expliciet ook oudere onderzoeken (waaronder het onderzoek van TNO uit 2008) nog bruikbaar worden geacht. Daarbij is het niet noodzakelijk eigen wetenschappelijke (veld)onderzoeken te verrichten; • De gemeente daarbij een afweging mag maken tussen de belangen van de omgeving en de belangen van het project. Er hoeft geen sprake te zijn van nul hinder; • De gemeente de vrijheid heeft om, mits gemotiveerd, een normsystematiek te kiezen. Lden / Lnight is daarbij een geschikte systematiek voor het normeren van windturbinegeluid die uitvoerbaar en handhaafbaar is. Er is geen reden om een andere geluidsmaat te hanteren omdat die betere bescherming zou bieden; • Voor externe veiligheid mag de gemeente aansluiten bij een risicobenadering, waarbij de handreiking risicozonering windturbines de meest recente inzichten bevat en toepasbaar is; Participatie Nadat de gemeente de keuze had gemaakt voor de systematiek met lokale normen, moesten deze natuurlijk nog wel worden ingevuld. Hiervoor is de gemeente veelvuldig en regelmatig in overleg getreden met omwonenden en betrokkenen.

Er is gedurende het gehele proces van aanwijzen van locatie (met de provincie) in de periode 2017 -2018 tot aan vaststelling van het ontwerp-bestemmingsplan in 2022 op diverse wijze sprake geweest van procesparticipatie. Er zijn sinds 2018 meerdere informatiebijeenkomsten georganiseerd (in 2018, 2021, 2022 en 2023). Er is de mogelijkheid geboden om in te spreken bij commissievergaderingen van de gemeenteraad. Er zijn in de lokale media berichten verschenen. Er is ook actief de dialoog gezocht met omwonenden en andere belanghebbenden. Hiervoor is in 2021 de Klankbordgroep opgericht. De Klankbordgroep is door gemeente en initiatiefnemer gezamenlijk in het leven geroepen en heeft van de gemeente een adviserende rol gekregen. Uitgangspunt was de deelnemers van de Klankbordgroep zo goed mogelijk te informeren over de uitwerking van het project en alles wat daarbij voor hen als inwoners of anderszins belanghebbende relevant is. Er zijn steeds korte lijnen geweest tussen de Klankbordgroep en behandelend ambtenaren en de initiatiefnemer. Alle informatie die gedeeld kon worden werd steeds zo transparant en zo vroeg mogelijk met de Klankbordgroep gedeeld. Sinds de oprichting van de Klankbordgroep zijn er ca. 20 bijeenkomsten geweest.

Daarbij zijn de onderliggende rapporten voor het bestemmingsplan en de vergunningen besproken, alsook de onderzoeken naar lokale normen en de keuzes ten aanzien van de lokale normen. In oktober 2022 heeft de Klankborgroep zelf een presentatie gegeven op een informatiebijeenkomst die door de initiatiefnemer was georganiseerd. Advies van de Klankbordgroep. In het afsprakenkader voor de klankbordgroep is vastgelegd dat de Klankbordgroep indien zij dat wenst advies kan uitbrengen over stukken of vraagstukken die ter besluitvorming of om andere reden worden besproken. De Klankbordgroep krijgt daarvoor de gelegenheid om dat binnen twee weken te doen nadat de betreffende stukken aan haar zijn toegelicht.

5

De Klankborgroep heeft over het ontwerp-bestemmingsplan in twee instanties een advies uitgebracht. Op 23 december 2022 een eerste partieel advies. In dit advies wordt verzocht om de Klankbordgroep meer tijd te geven voor het uitbrengen van advies over dit veelomvattende en complexe dossier en derhalve het ontwerpbestemmingsplan nog niet vast te stellen. Verder wordt er in het advies gesteld dat de Klankbordgroep een zaken is opgevallen. Om kennis te nemen van welke dat zijn wordt verwezen naar bijlage 21 van het bestemmingsplan. Op dit advies is na besluitvorming over het ontwerp-bestemmingplan in de collegevergadering van de toenmalige gemeente Hellevoetsluis op 28 december 2023 de volgende terugkoppeling gegeven:  Het (1ste partiele) advies van de klankbordgroep van 23 december jl. is door het college meegenomen in haar besluitvorming.  Aan punt 3 van het advies, het verzoek om de lokale normen op een compacte wijze en een heldere en begrijpelijke manier te presenteren, zal worden tegemoetgekomen.  De overige adviezen van de klankbordgroep geven het college in dit stadium geen aanleiding tot aanpassing van het collegevoorstel of het ontwerp-bestemmingsplan. Op 28 april 2023 heeft de Klanbordgroep een tweede advies gegeven (bijlage 22 van dit bestemmingsplan).

In dit advies wordt verzocht om het ontwerp-bestemmingsplan in te trekken en opnieuw vast te stellen en een nieuwe zienswijze periode te starten. Dit advies zal niet worden overgenomen:  In het schriftelijke advies van de klankbordgroep (deel 1 en 2) zijn geen nieuwe inzichten of punten naar voren gekomen die niet al eerder in het traject in de diverse overleggen met de klankbordgroep ter sprake zijn gekomen dan wel via andere kanalen bekend zijn bij de gemeente;  Eenieder heeft al kunnen reageren op zowel het voorontwerp bestemmingsplan en het ontwerp-bestemmingsplan. Aangezien er geen feiten, onderzoeken of omstandigheden zijn die nieuwe inzichten zouden kunnen opleveren ziet het college geen meerwaarde in een extra inzagetermijn; Specifiek is in het ontwerp-bestemmingsplan al rekening gehouden met een aantal onderdelen uit eerste deel van het advies van de klankbordgroep, onder andere door:  Het opnemen van een samenvatting van de lokale normen in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 1.5);  Het opnemen van een verplichting tot het doen van een controlemeting van het bronvermogen van de windturbines direct na realisatie, om daarmee direct bij aanvang een controle te kunnen doen van de opgegeven geluidemissie;  Het feit dat er specifiek voor recreatiewoningen een afweging is gemaakt over een toegestane milieubelasting (die vergelijkbaar is met die voor

woningen).  Daarnaast is het college voornemens om in het definitieve bestemmingsplan tevens een nachtelijke geluidgrenswaarde (Lnight) op te nemen, om daarmee tegemoet te komen aan de wens die in meerdere zienswijzen naar voren komt.

6

Hiermee is het college van mening dat zij een zorgvuldige afweging hebben gemaakt tussen enerzijds het beschermen van een goed woon- en leefklimaat en anderzijds het invullen van de opgave die de energietransitie met zich mee brengt en waar ook de gemeente Voorne aan Zee haar verantwoordelijkheid in moet nemen. Lden Uit de ontvangen zienswijzen blijkt dat veel belanghebbenden zich zorgen maken over het geluid van de nieuwe windturbines en de hinder die ze hiervan verwachten. Eén van de veelgehoorde klachten is dat de systematiek van de jaargemiddelde Lden norm geen recht doet aan de hinder die mensen ondervinden. De term jaargemiddeld wekt de suggestie dat het op het ene moment heel erg luid kan zijn en op het andere moment heel erg rustig. De angst is dat de maximale geluidsbelasting wordt uitgesmeerd over een jaar en dat de Lden norm geen relatie meer heeft met op enig moment ondervonden hinder. De afkorting Lden staat hierbij voor Level day-evening-night, het gemiddelde over een dag. In de geluidsnorm voor windmolens wordt geen rekening gehouden met achtergrondgeluid op een specifieke locatie. De windmolens moeten ‘op zichzelf’ altijd aan de norm van Lden 45 dB voldoen. Het geluid van windmolens op het niveau van de geluidnorm van 45 dB Lden is te vergelijken met het geluidniveau van een normaal gesprek.

De Lden is een theoretisch getal; dat komt omdat dit getal door zogenaamde “straf” factoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. De werkelijke geluidbelasting op de gevel door de windturbines ligt 2-4 dB(A) lager dan de norm in Lden. Daarnaast wordt het geluid dat de windturbine in de avond en nacht maakt zwaarder meegeteld in de Lden norm. Het maximale geluidsniveau van de windturbine wordt bepaald door het bronvermogen in de (maximale) windcondities. Een windturbine kan immers niet ‘harder’ worden gezet, en daardoor niet meer geluid produceren dan het maximale bronvermogen bij maximale windsnelheid. Dit maximum wordt veelal bereikt vanaf circa windkracht 5-6 op ashoogte. Uit onderzoek blijkt dat bij de maximale geluidemissie van de windturbine het daadwerkelijk optredende geluidniveau op de dichtstbijzijnde woning (Duinweg 9, Hellevoetsluis circa 39-41 dB(A) is. Onder geen enkele conditie kan het geluidsniveau hoger uitpakken, de windtubine kan niet ‘harder’ worden gezet. Omdat deze waarde onder de gestelde norm van 45 dB Lden ligt is het niet mogelijk om te ‘compenseren’ door de windmolen stil te zetten. Het is niet nodig om de methodiek te wijzigen om dit te borgen. De keuze is juist op de Lden norm gevallen om aan te sluiten bij de bredere kennis die bestaat over geluidsoverlast.

Deze systematiek (Lden) sluit aan bij normsystematieken voor andere geluidbronnen en komt voort uit de Europese richtlijn voor Omgevingslawaai. Dit is relevant voor het kunnen vergelijken en optellen van geluid uit verschillende bronnen. Ook is er is voldoende inzicht uit de wetenschappelijke onderzoeken over een periodenorm. De onderzoeken zijn namelijk gebaseerd op de hinderbeleving bij mensen woonachtig in de omgeving van windturbines. Hinder is gerapporteerd op basis van langdurige en herhaalde geluidsbelasting (blootstelling) over langdurige periodes, waarvan verschillende omstandigheden onderdeel zijn (veel wind, weinig wind, korte periodes, lange periodes van wind, overdag, avond, nacht). Er is voor de Lden norm een goede dosis-hinderrelatie beschikbaar vanuit wetenschappelijk onderzoek (en sluit aan bij het advies van de wereldgezondheidsorganisatie, WHO). Er is daarom goed bekend wat de gevolgen zijn van een bepaalde geluidbelasting, ongeacht het aanwezige achtergrondgeluid. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat een andere dosismaat sterke voordelen heeft of de voorkeur verdient. In de recente uitspraak over Delfzijl-Zuid heeft de Raad van State ingestemd met het gebruik van de Lden norm als 7

bruikbare normsystematiek. Nachtgeluid Zoals hierboven beschreven is in de Lden systematiek ook de geluidsbelasting tijdens de nacht opgenomen. Desondanks wordt er in veel zienswijzen gevraagd om een aparte norm op te nemen voor de nachtperiode. Daarom is een aparte Lnight norm opgenomen in het bestemmingsplan voor een gewijzigde vaststelling. Deze bedraagt dan maximaal Lnight 39 dB (aansluitend bij de al opgenomen norm van Lden 45 dB). Normwaarde Naast de systematiek komt de hoogte van de normwaarde ook vaak terug in de zienswijzen. Hierbij wordt gevraagd om een lagere normwaarde, om de hinder voor de omgeving terug te brengen. In het kader van het bestemmingsplan is een onderzoek naar de milieugevolgen van de windturbines op de Haringvlietdam uitgevoerd door Pondera Consult en is de geluidbelasting op de omgeving nauwkeurig in beeld gebracht. De gemeente heeft vervolgens aan adviesbureau Bosch en Van Rijn gevraagd een advies uit te brengen over een passende normstelling voor deze specifieke locatie. Uit de onderzoeken blijkt dat de maximale geluidbelasting ter plaatse van woningen van derden Lden 43 dB / Lnight 37 dB of lager bedraagt. Uit het rapport van Pondera blijkt verder dat 92% van de woningen een geluidbelasting van Lden 40 dB / Lnight 34 dB of lager ervaart. Dit ligt in alle gevallen ruim onder de advieswaarde van de WHO (Lden 45 dB).

Er is dan ook geen wetenschappelijke aanleiding om een lagere normwaarde te stellen dan de advieswaarde van de WHO, zeker nu duidelijk is dat de daadwerkelijk optredende geluidbelasting hier in alle gevallen al (ruim) onder zal blijven. Door de norm te baseren op basis van op dit moment beschikbare wetenschappelijke inzichten sluit de gemeente aan bij de eisen die de Raad van State stelt in haar uitspraak. Laagfrequent geluid Laagfrequent geluid (LFG) is geluid met een zeer lage frequentie, tussen de 20Hz en circa 100/125Hz. Beneden 20 Hz spreken we van infrageluid. Bijna alle geluidbronnen produceren een combinatie van ‘gewoon’ geluid en LFG. De voornaamste bronnen van LFG zijn wegverkeer, railverkeer en vliegverkeer. Ook airconditioning, mechanische ventilatie en windturbines zijn bronnen van LFG. LFG is altijd onderdeel van het totale (hoorbare en onhoorbare) geluid, waarin ook de hogere frequenties zijn meegenomen. Uit metingen aan windturbines is bekend dat het aandeel LFG in windturbinegeluid zeer beperkt is en de optredende geluidniveaus ter plaatse van woningen zijn relatief laag (in vergelijking met andere geluidbronnen). Er is geen wetenschappelijk bewijs dat specifiek laagfrequent geluid leidt tot andere hinder of (gezondheids)klachten dan hoorbaar geluid. Dit is bevestigd door de deskundigen van de Raad van State in de zaak windpark Delfzijl Zuid uitbreiding.

Er is dus ook geen reden om te wachten op de uitkomsten van landelijke normen, aangezien het niet aannemelijk is dat hier nieuwe inzichten uit voort zullen komen ten aanzien van laagfrequent geluid. Mede vanwege reacties tijdens (digitale) informatiebijeenkomsten over de windturbines en vanuit de Klankbordgroep over LFG is in het ontwerp-bestemmingsplan opgenomen dat de initiatiefnemer moet aantonen dat de windturbines aan de zogenaamde Vercammen-curve voldoen, om daarmee een garantie te geven dat mogelijke hinder van LFG zoveel mogelijk wordt voorkomen. De ‘bromtonen’ waar in sommige zienswijzen naar verwezen wordt zijn het gevolg van ‘tonaal’ (laagfrequent) geluid. Dit is iets anders dan gewoon laagfrequent geluid en vrijwel 8

altijd het gevolg van een probleem met de bron (motor, ventilator of bijvoorbeeld een windturbine). Het gaat daarbij ook om hoorbaar geluid. Om te voorkomen dat dit optreedt zal een bronmeting aan de windturbines worden gedaan. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan. Met deze bronmeting kan objectief vastgesteld worden of sprake is van tonaliteit in het geluid. Deze meting wordt gedaan binnen zes maanden nadat de windturbines in bedrijf zijn genomen. Indien de windturbines niet voldoen aan de opgegeven waarden van de fabrikant, of wanneer sprake is van tonaliteit, of wanneer de bronvermogen metingen leiden tot het optreden van een geluidniveau ter plaatse van woningen boven de in het bestemmingsplan opgenomen norm, zal dit tot aanpassingen moeten leiden. Gezondheid In veel ingediende zienswijzen komen zorgen naar voren over de gezondheidseffecten van de windmolens op de lange termijn. Het gaat dan met name om zorgen over de gevolgen van geluid, trillingen en/of laagfrequent geluid, hart- en vaatziekten en/of concentratiestoornissen. In enkele zienswijzen wordt gevraagd om toepassing van het voorzorgsbeginsel, waarbij volgens de indieners van het initiatief af moet worden gezien totdat met zekerheid kan worden vastgesteld dat er geen negatieve gezondheidseffecten zijn.

Het RIVM en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hebben onderzoek gedaan naar de gevolgen van windturbines op de volksgezondheid. Uit deze rapporten blijkt dat blootstelling aan geluid (alle soorten geluid) kan leiden tot hinder of aan stress gerelateerde klachten, met name in de nachtperiode in geval van slaapverstoring. Dat geldt ook voor geluid van windturbines. Voor andere gezondheidseffecten dan hinder ontbreekt volgens deze onderzoeken consistent bewijs. Uit voorzorg hanteert de WHO een advieswaarde van Lden 45 dB om onaanvaardbare hinder en daarmee samenhangende gezondheidseffecten te voorkomen. Boven deze advieswaarde is het aantal mensen dat hinder ondervindt hoger dan onder de advieswaarde, maar ook onder de advieswaarde zal sprake zijn van een bepaalde mate van hinder. Met andere woorden de advieswaarde sluit niet uit dat mensen hinder ondervinden van het geluid, maar hoe harder het geluid hoe meer hinder. Zoals eerder beschreven is er verder geen wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en schadelijke effecten op de gezondheid. In tegenstelling tot wat in de zienswijzen wordt beweerd betekent het voorzorgsbeginsel dat een afweging moet worden gemaakt of een bepaald risico, in dit geval de kans op (ernstige) hinder, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Daarbij betekent dit niet dat er nul hinder als uitgangspunt moet gelden, maar wel dat een norm de kans op hinder voldoende beperkt. De gemeente is van mening dat de genomen maatregelen voldoende zijn om de kans op (ernstige) hinder te beperken. Er is, op basis van de geldende wetenschappelijke inzichten en adviezen, een lokale norm opgenomen in een toepasbare systematiek. Naar aanleiding van de inspraakreacties wordt hier nog een losse nachtnorm aan toe gevoegd. Ter voorkoming van overlast door laagfrequent geluid is opgenomen dat de windturbines moeten voldoen aan de zogenaamde Vercammen-curve. Na oplevering van de windturbines zullen metingen plaatsvinden om te controleren of de windmolens niet meer geluid produceren dan is gespecificeerd. In de planregels is opgenomen dat het 'Reken- en meetvoorschrift windturbines' (Bijlage 4 9

bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) van toepassing is. Onder 2.6 van deze bijlage is beschreven hoe de handhaving moet plaatsvinden. De gemeente is van mening dat het pakket van normen, maatregelen en handhavingsmogelijkheden de kans op hinder in voldoende mate verminderd en dat dit opweegt tegen de maatschappelijke voordelen van de windturbines. Natuur Er zijn ook enkele zienswijzen binnengekomen die betrekking hebben op natuur en dierenwelzijn. Deze focussen zich met name op het risico dat vogels lopen om geraakt te worden door de windturbines. Hierbij verzoeken ze nadrukkelijk om de toepassing van een vogelradar of -detectiesysteem dat de windturbines kan uitschakelen wanneer er risico’s voor vogels ontstaan. Sommige systemen werken met radartechnologie, andere op basis van slimme camerasystemen. Momenteel zijn deze systemen nog volop in ontwikkeling en de huidige systemen kunnen vooral grotere vogelsoorten, zoals de zeearend, goed detecteren. De initiatiefnemer heeft aangegeven de windturbines te zullen voorzien van een detectiesysteem, waarbij de keuze voor het type systeem uiteindelijk wordt bepaald door ervaringen op andere plaatsen en beschikbare technologie. Dit is in eerste instantie geborgd via de ontheffing Wet natuurbescherming, maar wordt volledigheidshalve ook toegevoegd in een planregel in het bestemmingsplan.

Procedure Zoals beschreven in de inleiding is het voorontwerp-bestemmingsplan van 3 maart tot 31 maart 2022 ter inzage gelegd. Tegelijkertijd is het plan ook verstuurd naar de relevante overlegpartners, waarna hun reacties zijn verwerkt in het ontwerp-bestemmingsplan (zie Nota beantwoording vooroverleg en zienswijzen voorontwerp-bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam). Hieruit bleek dat de overlegpartners geen bezwaren hebben die vaststelling van het plan verhinderen. Hierna is in samenspraak met belanghebbenden gewerkt aan de lokale normen en het opstellen van een goede ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan. Dit alles heeft geleid tot het ontwerp-bestemmingsplan wat op 28 december 2022 door het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis ter inzage is gelegd. In de ter inzage termijn van 6 weken zijn 50 zienswijzen ontvangen die betrekking hebben op het ontwerp-bestemmingsplan. De gemeente heeft een nota van beantwoording opgesteld in twee delen; Deel 1 waarin de veel voorkomende thema’s behandeld worden en Deel 2 waarin de individuele zienswijzen puntsgewijs behandeld worden. Met deze werkwijze kunnen de specifieke argumenten uit de zienswijzen behandeld worden en is er tegelijkertijd de ruimte om de veel voorkomende en ingewikkelde thema’s in detail te behandelen.

Zoals ook hierboven beschreven hebben de zienswijzen aanleiding gegeven tot enkele wijzigingen in het bestemmingsplan, waardoor het plan gewijzigd vastgesteld dient te worden. Een uitgebreide opsomming hiervan staat in de toelichting van het bestemmingsplan en de nota van beantwoording. Hieronder een beknopte samenvatting:  Er is een aanvullende Lnight norm opgenomen in de planregels om nachtelijke geluidsbelasting specifiek te borgen.  In de omgevingsvergunning ontbrak ten onrechte een voorschrift dat verplicht tot het doen van een controlemeting van het brongeluidvermogen van de windturbines. Dit is alsnog toegevoegd aan de vergunning. 10

In de toelichting van het bestemmingsplan is een verduidelijkende passage opgenomen over de woningen in de omgeving van de windmolens en hun afstand tot de planlocatie. In de zienswijzen wordt een aantal kleinere tekstuele aanpassingen voorgesteld en wordt gevraagd om het kaartmateriaal zoveel als mogelijk de huidige strandlijn, de aangebrachte parkeerplaatsen bij het Quackstrand en de bootsteiger in beeld te brengen. Dit leidt tot enkele aanpassingen in de toelichting op het bestemmingsplan. Er wordt een planregel opgenomen waarmee de installatie van een signalerings- en detectiesysteem voor grote roofvogels wordt geborgd.

Exploitatieplan De kosten van de gemeente (uren inzet ambtelijk apparaat) worden afgedekt via een bijdrage in het kostenverhaal zoals opgenomen in de anterieure overeenkomst welke op 29-06-2021 in het college van B&W van Hellevoetsluis is geaccordeerd voor ondertekening (RIS 20210333). Omdat de kosten hiermee gedekt zijn is het opstellen van een exploitatieplan niet nodig. 4.

Communicatie en participatie De indieners van de zienswijze ontvangen bericht over de beantwoording van den zienswijzen en de behandeling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. De indieners hebben de mogelijkheid om in te spreken tijdens deze behandeling. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad dient de vaststelling bekend gemaakt te worden. De indieners van de zienswijze worden hierover geïnformeerd. Na vaststelling van het bestemmingsplan publiceert het college van burgemeester en wethouder een kennisgeving van het vaststellingsbesluit op overheid.nl. Daarnaast worden het bestemmingsplan en de bijbehorende omgevingsvergunning op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd. Het vaststellingsbesluit, het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning worden voor 6 weken ter inzage gelegd. Hiervoor zal er ook een analoge kopie beschikbaar zijn bij de klantcontactcentra. De termijn voor het indienen van een beroepschrift door belanghebbenden bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bedraagt zes weken vanaf de dag na terinzagelegging van het besluit. Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de dag na het aflopen van de beroepstermijn, tenzij er een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend tijdens de beroepstermijn.

5.

Duurzaamheid Met de vervanging van de oude windturbines op de Haringvlietdam wordt bijgedragen aan het opwekken van duurzame energie. Dit draag bij aan de doelen van de gemeenten op Voorne-Putten om in 2040 energieneutraal te zijn.

6.

Kosten, baten en dekking De kosten van de gemeente (uren inzet ambtelijk apparaat) worden afgedekt via een bijdrage in het kostenverhaal zoals opgenomen in de anterieure overeenkomst welke op 29-06-2021 in het college van B&W Hellevoetsluis is geaccordeerd voor ondertekening (RIS 20210333).

7.

Regionale afstemming Bij vaststelling van het bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam vervult de 11

gemeente Voorne aan Zee de windopgave van de toenmalige gemeente Hellevoetsluis uit het Convenant realisatie windenergie (toenmalige) Stadsregio Rotterdam uit 2012 die in 2017 overgenomen is bij de partiële herziening van de Visie Ruimte en Mobiliteit van de provincie Zuid Holland. Bijlagen: A Regels en toelichting bij het bestemmingsplan B Verbeelding van het bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan: Bijlage 1 Memo visualisaties Bijlage 2 Technisch onderzoek lokale normen Bijlage 3 Samenvatting technisch onderzoek lokale normen Bijlage 4 Oplegnotitie technisch onderzoek lokale normen over Shamrock Inn Bijlage 5 Motivering op te nemen lokale milieunormen in bestemmingsplan Bijlage 6 Geluid- en slagschaduwonderzoek vergunningaanvraag Bijlage 7 Externe veiligheidsanalyse Bijlage 8 Second opinion onderzoeken naar geluid, slagschaduw en externe veiligheid Bijlage 9 Waterveiligheidsstudie Bijlage 10 Effecten op vogels en vleermuizen - Beoordeling Wnb Bijlage 11 Veldonderzoeken ecologie Bijlage 12 Toetsing soortenbescherming Wnb Bijlage 13 Verslechteringstoets Wnb met AERIUS-berekening Bijlage 14 Archeologisch advies Bijlage 15 Onderzoek economisch effect op toerisme Bijlage 16 Radarverstoringsonderzoek Bijlage 17 VVGB Defensie Bijlage 18 Windturbines en Gezondheid Bijlage 19 Communicatie- en participatieplan Bijlage 20 Antwoordnota vooroverleg en

zienswijzen Bijlage 21 Advies (deel 1) klankbordgroep lokale normen en concept ontwerpbestemmingsplan Bijlage 22 Advies (deel 2) klankbordgroep lokale normen en ontwerpbestemmingsplan Bijlage 23 Nota van beantwoording zienswijzen Windturbines Haringvlietdam Bijlage 24 Publicatie bestemmingsplan windturbines Haringvlietdam

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12798413/2