Zienswijzennota_Rho_2025-05-14
Tekst van het document
\gemeente voerendaal Raadhuisplein 1 6367 ED Voerendaal Postbus 23000 6367 ZG Voerendaal
T 045 - 575 33 99 F 045 - 575 11 95 E info@voerendaal.nl W voerendaal.nl
\ Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ontwerp paraplubestemmingsplan ‘Landschapselementen’ Zaak 339850 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Procedure De publicatie van de terinzagelegging van het ontwerp paraplubestemmingsplan “Landschapselementen” heeft op donderdag 7 december 2023 plaatsgevonden. Vanaf 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024 heeft het ontwerp paraplubestemmingsplan en alle overige bijbehorende stukken volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor eenieder ter inzage gelegen gedurende welke termijn eenieder een zienswijze kon indienen. Het ontwerp paraplubestemmingsplan met de bijbehorende stukken konden worden ingezien bij het Klantcontactcentrum van de gemeente. Ook was het mogelijk om deze digitaal in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. 1.2 Zienswijzen Gedurende de zienswijzenperiode zijn 24 zienswijzen bij de gemeente Voerendaal ingekomen. Met een overzicht wordt de lijst van de indieners van de zienswijzen weergegeven onder paragraaf 1.4. Vervolgens zijn de zienswijzen afzonderlijk behandeld voor de overzichtelijkheid. Ten aanzien van de ontvankelijkheid: Wie schriftelijke zienswijzen per post indient, moet ze tijdig opsturen. Hiervoor geldt de verzendtheorie: zienswijzen zijn tijdig ingediend als ze binnen de termijn zijn verzonden en uiterlijk een week na afloop van de termijn zijn ontvangen (artikel 3:16 lid 3 jo. 6:9 lid 2 Awb).
Hierbij wordt gekeken naar een poststempel of een bewijs van aangetekend verzenden. Alle zienswijzen zijn tijdig ontvangen en juist geadresseerd. De zienswijzen aangeduid in paragraaf 1.4 zijn daarmee ontvankelijk. Ten aanzien van de inhoud: De ingediende zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan worden beknopt en zakelijk beschreven. Per zienswijze is aangegeven of deze al dan niet gegrond is en of het ontwerpbestemmingsplan wordt gewijzigd. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel in relatie tot de ingebrachte zienswijzen.
1.3 Algemene Verordening Persoonsgegevens Deze nota wordt als onderdeel van de besluitvorming van het bestemmingsplan op internet gepubliceerd. In verband met privacywetgeving, vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), zijn de zienswijzen daarom geanonimiseerd. Omdat het Besluit ruimtelijke ordening niet expliciet verplicht tot het elektronisch beschikbaar stellen van persoonsgegevens, is de AVG van kracht bij de elektronische beschikbaarstelling van bestemmingsplannen op internet. Dit betekent dat inloopreacties, zienswijzen e.d. niet elektronisch beschikbaar gesteld mogen worden als deze NAWgegevens (naam, adres, woonplaats) bevatten of andere persoonsgegevens. De werking van de AVG strekt zich niet uit tot gegevens over ondernemingen, die behoren tot een rechtspersoon. Dit geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. Omdat deze nota zienswijzen elektronisch beschikbaar wordt gesteld, zijn de zienswijzen gerubriceerd op nummer, zodat de inhoud van de nota geen NAW-gegevens van natuurlijke personen bevat. Om te kunnen herleiden wie welke zienswijze heeft ingediend is er een los overzicht “indieners zienswijzen” opgesteld. Dit overzicht wordt niet elektronisch beschikbaar gesteld.
1.4 Overzicht zienswijzen Nummer zienswijze Zienswijze 1 Zienswijze 2 Zienswijze 3 Zienswijze 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6 Zienswijze 7 Zienswijze 8 Zienswijze 9 Zienswijze 10 Zienswijze 11 Zienswijze 12 Zienswijze 13 Zienswijze 14 Zienswijze 15 Zienswijze 16 Zienswijze 17 Zienswijze 18 Zienswijze 19 Zienswijze 20 Zienswijze 21 Zienswijze 22 Zienswijze 23 Zienswijze 24
Datum brief/e-mail 15-12-2023 16-1-2024 16-1-2024 17-1-2024 18-1-2024 18-1-2024 16-1-2024 18-1-2024 9-1-2024 10-1-2024 16-1-2024 17-1-2024 12-12-2023 16-1-2024 16-1-2024 14-1-2024 16-1-2024 18-1-2024 16-1-2024 17-1-2024 17-1-2024 10-1-2024 16-1-2024 13-1-2024
Datum ontvangst 21-12-2023 18-1-2024 17-1-2024 17-1-2024 18-1-2024 18-1-2024 18-1-2024 18-1-2024 11-1-2024 11-1-2024 18-1-2024 18-1-2024 10-1-2024 17-1-2024 17-1-2024 17-1-2024 17-1-2024 18-1-2024 17-1-2024 17-1-2024 18-1-2024 15-1-2024 17-1-2024 15-1-2024
2
1.5 Ambtshalve wijzigingen Ambtshalve wijzigingen zijn wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan (ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan) die niet naar aanleiding van zienswijzen, maar ambtshalve worden doorgevoerd. Deze aanpassingen zijn nodig ter verhoging van de juridische kwaliteit van het bestemmingsplan of zijn het gevolg van gewijzigde inzichten of ondergeschikte plancorrecties. In hoofdstuk 2 worden de ambtshalve wijzigingen weergegeven en uitgesplitst in relatie tot de verbeelding, planregels en toelichting.
3
Hoofdstuk 2 Beantwoording zienswijzen Hieronder zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en van een gemeentelijke beantwoording voorzien.
Zienswijze 1 Indiener exploiteert een gemengd agrarisch bedrijf en koestert het omringende landschap en de wens om veel landschapselementen te behouden. Het planologisch borgen is naar de mening van indiener evenwel 'over de top'. Indiener pleit veeleer voor het stimuleren van aanplant en het mogelijk maken van stoken van snoeihout. Indiener wenst het bouwvlak te kunnen benutten zonder daartoe een kapvergunning nodig te hebben en aan een herplantplicht te moeten voldoen. Gelet hierop verzoekt indiener om de binnen het bouwvlak gelegen landschapselementen niet vast te leggen. Agrariërs onderhouden het landschap en de daarin gelegen landschapselementen. Indiener heeft het afgelopen jaar echter herhaaldelijk geen vergunning gekregen voor het stoken van snoeihout, hetgeen demotiverend werkt. Het afvoeren van snoeihout kost meer moeite, tijd en geld. Reactie Deze zienswijze ziet concreet op hagen en fruitbomen binnen de bestemming ‘Agrarisch bedrijf’. Over landschapselementen zijn al geborgd met een landschappelijk inpassingsplan (art. 5.5.1 bestemmingsplan Buitengebied 2013). Wijzigingen dienen planologisch ingepast te worden. De hagen en fruitbomen zijn daarom houtopstanden waarvoor geen nieuwe bescherming in het bestemmingsplan of 'Verordening bomen en houtopstanden’ (voorheen Bomenverordening) is opgenomen.
Vergunningaanvragen zoals stoken van snoeihout zijn geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Deze zienswijze wordt gegrond verklaard.
Zienswijze 2 Indiener verzoekt om aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan op twee punten: 1. Een deel van de haag rondom het bedrijf van indiener is naar de mening van indiener onterecht aangemerkt als landschapselement, aangezien deze haag uitsluitend als erfafscheiding dient en geheel binnen de grenzen en de werkingssfeer van het bestemmingplan Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o. is gelegen.
4
2. Een deel van het akkerland van indiener is onterecht ingetekend als onderdeel van een graft. Deze gronden zijn uitsluitend landbouwkundig in gebruik (teelt van bloemen, struiken en kerstbomen). Reactie Deze zienswijze ziet concreet op een haag binnen de bestemming ‘Agrarisch’ en een graft binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Gelet op de ligging binnen de bebouwde kom en gelet op de aard van het element ‘haag’ is dit uit het paraplubestemmingsplan gehaald. Deze haag vervalt ook in de 'Verordening bomen en houtopstanden' (HAAGL10-004). Er is geen sprake van dubbel vergunningvereiste. In de agrarisch bestemming en agrarisch met waarde blijft het aanlegvergunningvereiste staan. Voor houtopstanden is deze niet meer van toepassing aangezien sprake is van een andere vergunningplicht, namelijk via de ’Verordening bomen en houtopstanden’. De graft is gelegen buiten de bebouwde kom, binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ en als zodanig geïnventariseerd door een ter zake deskundig bureau waarvan uitgegaan mag worden. Een graft is het gevolg van de ontginning van het natuurlandschap. Door de inventarisatie en vastlegging is objectief helder wat de begrenzing is van de graft. Natuurlijke begroeiing is geen belemmering of beperking. Begroeiing op een graft draagt bij aan de functie van een graft om erosie tegen te gaan.
Het betreft de graft met code GRFT-K11-001: Het gedeelte dat in de zienswijze rood is gemarkeerd is inderdaad ten onrechte ingetekend als graft. Dit is in gebruik voor teelt van onder andere kerstbomen. Dit is te zien op de luchtfoto en op de foto’s van Viforis.
Deze zienswijze wordt gegrond verklaard.
Zienswijze 3 Indiener oefent een agrarisch bedrijf uit en heeft in 2010 een deel van de gronden ingericht door het aanplanten van landschapselementen en realisatie van kruidenrijke akkers, omdat indiener het belang inziet van natuur inclusieve landbouw. Indiener sluit daartoe beheersovereenkomsten met de Coöperatie Natuurrijk Limburg en doet zelfs meer dan op grond hiervan nodig is.
5
Indiener voelt zich onaangenaam getroffen door het ontwerpbestemmingsplan en is van mening dat de vastlegging in verschillende opzichten te ver wordt doorgevoerd, onduidelijk is, leidt tot strijdigheid tussen gemeentelijke opgaven, een averechts effect zal hebben en leidt tot aanzienlijke waardedaling van de gronden. Indiener, Natuurrijk Limburg en de LLTB zijn ten onrechte niet vooraf geïnformeerd over, noch betrokken bij, onderhavige planvorming. Als er een samenwerkingsverband was gevormd was de inventarisatie zelfs niet nodig geweest omdat de informatie van Natuurrijk Limburg dan gewoon gedeeld had kunnen worden. De inventarisatie heeft zonder toestemming en medeweten van indiener plaatsgevonden en de resultaten ervan zijn niet openbaar gemaakt, hetgeen de rechtszekerheid onder druk zet. De planologische vertaling bevat onjuistheden. Zo zijn hagen ingetekend daar waar ze fysiek niet staan, omdat op deze locaties ingangen zijn om percelen te kunnen bereiken. Paragraaf 3.3.5 Landschapsbeheer in Limburg is niet volledig nu de 3 fasen van de verkenning niet zijn omschreven. Indiener heeft voorts bezwaar tegen een bestemmingsplan met een benadering van eenzijdig en onvrijwillig opgelegde verplichtingen zonder tegenprestatie en handhavend optreden bij niet nakoming daarvan. Dit, terwijl het systeem van stimuleren en motiveren goed werkte.
Door uit te gaan van de inventarisatie onderwerpt de gemeente Voerendaal met dit bestemmingsplan niet het handjevol eigenaren die landschapselementen hebben verwijderd (en nu kennelijk niet meer onder de dubbelbestemming vallen), maar juist alle agrariërs en andere beheerders van landbouwareaal die zich de afgelopen jaren hebben ingezet voor het behoud, ontwikkeling, beheer en onderhoud van landschapselementen (waaronder indiener) aan beperkingen. Indiener vraagt zich af wat het verschil is tussen niet historische landschapselementen bij snelwegen, spoorwegen en sportaccommodaties en niet historische landschapselementen elders. En waarom landschapselementen op gronden van het waterschap en op landgoederen worden uitgezonderd vanwege de eisen en verantwoordelijkheden van het waterschap, respectievelijk opgestelde beheerplannen voor landgoederen, terwijl agrariërs evengoed beheersovereenkomsten hebben gesloten. Door bestaande én nieuwe landschapselementen niet alleen binnen de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met Waarden, maar ook binnen de overige bestemmingen zoals Agrarisch-Agrarisch Bedrijf, Bedrijf, Bedrijf-Agrarisch loonbedrijf. Maatschappelijk, Recreatie- Verblijfsrecreatie, Tuin of Wonen te voorzien van een dubbelbestemming, is sprake van een bestemmingsplan gericht op ontwikkeling.
Reactie Deze zienswijze ziet concreet op boomgaarden binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Gelet op de aard ervan zijn deze elementen ambtshalve uit het
6
paraplubestemmingsplan gehaald (zie onder hoofdstuk 2 van deze nota), zodat deze zienswijze in zoverre gegrond is. Boomgaarden met een bedrijfsmatig karakter zijn overigens ook niet vergunningplichtig in de ‘Verordening bomen en houtoptanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Dit paraplubestemmingsplan heeft als doel om waardevolle landschapselementen te beschermen. Dit betreft een publieke taak waarvan de grondslag is verankerd in diverse beleidstukken (verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van de toelichting). Aan de voorkant zijn extra inloopsessies toegevoegd in de communicatie. Diverse reacties zijn bij de ambtshalve wijzigingen meegenomen. Met diverse belangengroepen loopt regulier overleg waar ook het onderwerp landschapsbescherming op de agenda staat. Met de LLTB en Natuurrijk is flankerend aan het bestemmingsplantraject bovendien bestuurlijk overleg gevoerd. De inventarisatie van de landschapselementen is door een ter zake deskundig bureau uitgevoerd. Dit is met behulp van drones en veldwerk gebeurd. Bij de opdrachtverlening aan het onafhankelijk deskundig bureau is benadrukt dat de uitvoering plaatsvindt met inachtneming privacyregelgeving en respect voor eigendomssituaties.
De foto’s en kaarten waar de uiteindelijke overzichtskaart op is gebaseerd vormen onderdeel van de feitelijke informatie die is gebruikt voor de juridische vertaling in het bestemmingsplan en de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Deze zijn niet bij het bestemmingsplan gevoegd, maar zijn wel degelijk openbaar en bij de gemeente op te vragen en onderdeel van openbare geo informatie op de gemeentelijke kaartviewer. Beide hagen (HAAG-K13-001 en HAAG-J13-001) zijn houtopstanden. Deze hagen zijn uit de ‘Verordening bomen en houtopstanden’ (voorheen ‘Bomenverordening’) gehaald vanwege de oppervlakte van de hagen. Deze zijn ieder groter dan 10 are. In dat geval is de provincie bevoegd gezag voor de houtopstand. Voorafgaand aan het vellen van de houtopstand is een kapmelding nodig bij de provincie Limburg. De inhoud van paragraaf 3.3.5 (verkenning) is aangevuld en verplaatst naar paragraaf 3.3.4 (vóór het kopje Programma Landschap). Gelijke situaties zijn gelijk beoordeeld bij de keuze om op te nemen in het bestemmingsplan of ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Diverse locaties vallen buiten de inventarisatie. Dit met name om dubbelbescherming te voorkomen of vanwege lage landschappelijke waarde.
In het paraplubestemmingsplan zijn de geïnventariseerde graften, poelen en holle wegen opgenomen, behalve in de bestemming Natuur omdat de borging daar al duidelijk is geregeld. De beheersovereenkomsten die agrariërs hebben gesloten zijn niet gelijk te stellen aan de eisen en verantwoordelijkheden van een bestuursorgaan als het Waterschap. Beheersovereenkomsten zijn privaatrechtelijk van aard, terwijl de publiekrechtelijke borging hiervan gewenst is. Het paraplubestemmingsplan is hiervoor een bij uitstek geschikt instrument.
7
Landschapselementen binnen een aantal landgoederen zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ planologisch beschermd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Complex historische buitenplaats’. Voor drie landgoederen, te weten: Hoeve ten Hove, kasteel Haeren en Buitenverblijf Huiskenshof is geen aanlegvergunning opgenomen voor de gronden direct om de bebouwing met bestemming Gemengd-Landgoed. De in de huidige bomenverordening al opgenomen houtopstanden blijven beschermd in de actualisatie van de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Voor zover elementen zijn gelegen binnen met name de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Agrarisch bedrijf’ en ‘Natuur’ en/of zijn gesitueerd binnen de bebouwde kom, zijn deze uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie hoofdstuk 2 van deze zienswijzennota). Deze zienswijze wordt gegrond verklaard.
Zienswijze 4 Indiener verzoekt om: • De verwijdering van de aanduiding graft, aangezien het een graft met een hoogteverschil van slechts een halve meter betreft. • De aanpassing van de vorm van de aanduiding graft van een hoek naar een rechte lijn, aangezien indiener het betreffend perceel terug wil brengen in de oude staat. • Verwijdering van de aanduiding ter plaatse van de bomen, aangezien deze midden in het perceel staan hetgeen belemmerend werkt bij eventuele toekomstige plannen tot sloop en herinrichting. Reactie De graft is als zodanig geïnventariseerd door een ter zake deskundig bureau waarvan uitgegaan mag worden. Een graft is het gevolg van de ontginning van het natuurlandschap. De zienswijze richt zich op twee graften. Voor wat betreft graft GRFTH14-001. Deze graft wordt ondanks de lage hoogte en beperkte begroeiing toch als waardevol gezien, vanwege het positieve effect van de graft op een vermindering van de waterafstroming. De graft blijft daarom behouden in het bestemmingsplan. Voor wat betreft graft GRFT-H12-001. Deze begroeiing maakt onderdeel uit van deze graft en is ook bepalend voor de waarde ervan. De vorm wordt niet aangepast. Een graft is een landschapselement waarvoor een afweging met vergunningaanvraag nodig is. Uit de provinciale omgevingsverordening volgt dat graften omgevingsvergunningsplichting zijn in het bestemmingsplan.
Ook in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 was de graft al vergunningplichtig. Gelet op de aard van het element ‘bos-bomen’ is dit element ambtshalve uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie onder hoofdstuk 2 van deze nota). Op dit punt is deze zienswijze daarom in zoverre gegrond. Betreffend element wordt meegenomen in de parallel aan dit paraplubestemmingsplan te actualiseren ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’) en
8
valt daarmee onder een lichter vergunningstelsel. Het omgevingsvergunningstelsel in de ‘Verordening bomen en houtopstanden’ is hier een passende regeling. Deze zienswijze wordt deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Zienswijze 5 Inloopavonden Indiener acht het proces van inspraak onzorgvuldig en onvoldoende verlopen. Inventarisatie Indiener stelt kritische vragen over de wijze van inventarisatie en de daarmee gepaard gaande kosten. Coöperatie Natuurrijk Limburg versus ontwerpbestemmingsplan Natuurrijk Limburg, waar indiener lid van is, beoogt behoud, herstel en versterking van landschapselementen, maar het ontwerpbestemmingsplan wordt als averechts ervaren. Toename van gronden met dubbelbestemming wordt gezien als een beperking die mogelijk leidt tot planschadeclaims. Gemiste kans voor de gemeente Voerendaal en haar landschap Leden en potentiële deelnemers uit Voerendaal, inclusief indiener, zien af van aanleg en onderhoud van landschapselementen door het ontwerpbestemmingsplan. Ongelijke behandeling Kritiek op ongelijke behandeling van nieuwe landschapselementen en uitzonderingen voor landschapselementen op gronden van het waterschap en landgoederen. Te gedetailleerd Bezwaar tegen gedetailleerde vastlegging voor handhaving, leidend tot statische landschapselementen in plaats van een levend landschap. Normaal beheer? Onduidelijkheid over wat onder normaal onderhoud en beheer valt, met zorgen over financiering van handhaving. Onduidelijkheid Indiener uit onzekerheid over wat precies is geïnventariseerd en vastgelegd over de landschapselementen.
De gemeente Voerendaal legt met dit bestemmingsplan geen beperkingen op aan een klein aantal eigenaren dat landschapselementen heeft verwijderd (en nu niet meer onder de dubbelbestemming valt), maar juist aan alle agrariërs en andere beheerders van landbouwgrond die zich de afgelopen jaren hebben ingezet voor het behoud, de ontwikkeling, het beheer en het onderhoud van landschapselementen, waaronder de indiener. De dubbelbestemming wordt toegekend aan zowel bestaande als nieuwe landschapselementen binnen verschillende bestemmingen, zoals Agrarisch-Agrarisch Bedrijf, Bedrijf, Bedrijf-Agrarisch loonbedrijf, Maatschappelijk, RecreatieVerblijfsrecreatie, Tuin of Wonen, wat wijst op een bestemmingsplan gericht op ontwikkeling.
9
Waardedaling Vrees voor aanzienlijke waardedaling van gronden en ontevredenheid over de gemeentelijke houding dat dit onder "normaal maatschappelijk risico" valt. Tot slot Het bestemmingsplan wordt gezien als het tenietdoen van inspanningen van Natuurrijk Limburg, wat niet gunstig is voor innovatieve ondernemers. Conclusie Gezamenlijke conclusie met Natuurrijk Limburg dat het ontwerpbestemmingsplan contraproductief is en zal leiden tot minder groei en zelfs afname van bestaande landschapselementen. Reactie Inloopavonden De beleving van indiener maakt niet dat onvoldoende inspraak is geboden bij de voorbereiding van het plan. Het bieden van inspraak maakt geen deel uit van de daarbij wettelijk gestelde eisen aan deze voorbereidingsprocedure. Niettemin heeft de gemeente participatie geboden in de vorm van inloopavonden, bedoeld om te informeren en reacties op te halen op conceptstukken. De evaluatie van de inloopavonden is betrokken bij de aanpak van vervolgcommunicatie over bestemmingsplan en ‘Verordening bomen en houtopstanden’ (voorheen ‘Bomenverordening’). Inventarisatie De inventarisatie van de landschapselementen is door een ter zake deskundig bureau uitgevoerd. Dit is met behulp van drones en veldwerk gebeurd.
Bij de opdrachtverlening aan het onafhankelijk deskundig bureau is benadrukt dat de uitvoering plaatsvindt met inachtneming privacyregelgeving en respect voor eigendomssituaties. De foto’s en kaarten waar de uiteindelijke overzichtskaart op is gebaseerd vormen onderdeel van de feitelijke informatie die is gebruikt voor de juridische vertaling in het bestemmingsplan en de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Deze zijn niet bij het bestemmingsplan gevoegd, maar zijn wel degelijk openbaar en bij de gemeente op te vragen en onderdeel van openbare geoinformatica op de gemeentelijke kaartviewer. Vergroten van de leesbaarheid en hanteerbaarheid van de regels voor bestaande landschapselementen is van belang voor iedereen. Daarom is passend budget beschikbaar gesteld voor de bestuurlijke opdracht tot opstellen van een paraplubestemmingsplan. Normaal beheer en onderhoud is en blijft vergunningvrij. Toezicht en handhaving van mutaties landschapselementen is opgenomen in het Handhavingsprogramma VTHbeleidsplan. Op basis van meldingen en incidentele controles onderneemt de gemeente actie. Daarbij wordt bekeken of sprake is van overtreding en indien nodig op welke manier de juiste vergunningaanvraag door betrokkene wordt gedaan. Coöperatie Natuurrijk Limburg versus ontwerpbestemmingsplan
10
De provincie is primair bevoegd gezag ten aanzien van het beleid landschapselementen. In dat kader bestaat onder meer bescherming vanuit de Wet Natuurbescherming (Omgevingswet) en de Omgevingsverordening. De rol gemeente is aanvullend ten aanzien van een zorgvuldige planologische borging. Het is een bevoegdheid van de gemeente en meer specifiek een bevoegdheid van de raad om deze ruimtelijk relevante belangen met een bestemmingsplan planologisch te borgen, voor zover deze nog niet leesbaar en hanteerbaar waren geborgd in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' en/of in de gemeentelijke ‘Verordening bomen en houtopstanden’ (voorheen ‘Bomenverordening’). Kans op schade door de aanlegvergunningplicht in het paraplubestemmingsplan landschapselementen is zeer gering aangezien momenteel al een relevante aanlegvergunningplicht geldt. Een kapvergunningeis is geen planologisch beperkende maatregel, maar onderdeel van een algemene verordening. Ongelijke behandeling De beheersovereenkomsten die agrariërs hebben gesloten zijn niet gelijk te stellen aan de eisen en verantwoordelijkheden van een bestuursorgaan als het Waterschap. Beheersovereenkomsten zijn privaatrechtelijk van aard, terwijl de publiekrechtelijke borging hiervan gewenst is. Het paraplubestemmingsplan is hiervoor een bij uitstek geschikt instrument.
Gelijke situaties zijn gelijk beoordeeld bij de keuze om op te nemen in het bestemmingsplan of de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Diverse locaties vallen buiten de inventarisatie. Dit met name om dubbelbescherming te voorkomen of vanwege lage landschappelijke waarde. In het paraplubestemmingsplan zijn de geïnventariseerde graften, poelen en holle wegen opgenomen, behalve in de bestemming Natuur omdat de borging daar al duidelijk is geregeld. Te gedetailleerd Het paraplubestemmingsplan is leesbaarder en hanteerbaarder. Bestaande elementen zijn ten opzichte van bestemmingsplan Buitengebied 2013 consistenter zichtbaar op de verbeelding en vertaald in de planregels. Bovendien is gebruik gemaakt van een actuele veldinventarisatie. Het bestemmingsplan Buitengebied 2013 biedt daarnaast de ruimte om ook nieuwe elementen aan te leggen. Normaal beheer? Normaal onderhoud en beheer ziet op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. Dit is verwerkt in de planregels en zal zorgvuldig en redelijk getoetst worden. Handhaving is een kerntaak van de gemeente en in de financiering daarvan wordt voorzien. Dit is meegewogen in de voorbereiding van dit plan en verankerd in beleid. Onduidelijkheid Er is sprake van een beheerplan.
Het betreft alleen de bestaande elementsoorten graften/steilranden, holle wegen en poelen. De andere geïnventariseerde elementsoorten zijn meegenomen in de actualisatie van de ‘Verordening bomen en houtopstanden
11
(voorheen ‘Bomenverordening’). Er is geen sprake van dubbel vergunningvereiste. In de agrarisch bestemming en agrarisch met waarde blijft het aanlegvergunningvereiste staan. Voor houtopstanden is deze niet meer van toepassing aangezien sprake is van een andere vergunningplicht, namelijk via de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). De gegevens en documenten die voort zijn gekomen uit de inventarisatie zijn openbaar en in te zien, dan wel op te vragen bij de gemeente. Waardedaling Daar waar belanghebbenden van mening zijn dat sprake is van planschade, zal dit een eigen procedure doorlopen in welk kader zal worden vastgesteld in hoeverre sprake is van ‘normaal maatschappelijk risico’. Daar is deze bestemmingsplanprocedure niet voor bedoeld. De provincie is primair bevoegd gezag ten aanzien van het beleid landschapselementen. In dat kader bestaat onder meer bescherming vanuit de Wet Natuurbescherming (Omgevingswet) en de Omgevingsverordening. De rol gemeente is aanvullend ten aanzien van een zorgvuldige planologische borging. Kans op schade door de aanlegvergunningplicht in het paraplubestemmingsplan landschapselementen is zeer gering aangezien momenteel al een relevante aanlegvergunningplicht geldt. Een kapvergunningeis is geen planologisch beperkende maatregel, maar onderdeel van een algemene verordening.
Ten aanzien van feitelijke waardedaling bestaan diverse (provinciale) tegemoetkomingen. Zo telt betreffende grond (sinds januari 2023) wel mee als subsidiabel areaal voor de basisinkomenssteun. Daarnaast mogen landschapselementen meegeteld worden als niet-productief areaal, waarmee zij bijdragen aan het kunnen voldoen aan de Goede Landbouw en Milieucondities/GLMC (conditionaliteit) 8. Deze conditionaliteit stelt dat een agrariër, om in aanmerking te komen voor de basisinkomenssteun, 4% van het bouwland niet-productief dient in te richten. Naast bovengenoemde elementen biedt het GLB-NSP via de ecoregeling of via het Agrarische Natuur en Landschapsbeheer mogelijkheden om landschapselementen te onderhouden. Dit gebeurt op basis van vrijwillige deelname. Voor dit onderhoud ontvangen agrariërs een vergoeding die rekening houdt met kosten voor beheer én gederfde opbrengsten. Tot slot De afweging tot aanleg van nieuwe elementen ligt in beginsel bij de grondeigenaar. Regels voor de aanleg van nieuwe elementen vallen buiten het paraplubestemmingsplan. Daartoe zijn passende regels in het geldende bestemmingsplan buitengebied opgenomen. Deze zienswijze wordt deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Zienswijze 6 Inloopavonden Indiener acht het proces van inspraak onzorgvuldig en onvoldoende verlopen.
12
Inventarisatie Indiener stelt kritische vragen over de wijze van inventarisatie en de daarmee gepaard gaande kosten. Coöperatie Natuurrijk Limburg versus ontwerpbestemmingsplan Natuurrijk Limburg, waar indiener lid van is, beoogt behoud, herstel en versterking van landschapselementen, maar het ontwerpbestemmingsplan wordt als averechts ervaren. Toename van gronden met dubbelbestemming wordt gezien als een beperking die mogelijk leidt tot planschadeclaims. Gemiste kans voor de gemeente Voerendaal en haar landschap Leden en potentiële deelnemers uit Voerendaal, inclusief indiener, zien af van aanleg en onderhoud van landschapselementen door het ontwerpbestemmingsplan. Ongelijke behandeling Kritiek op ongelijke behandeling van nieuwe landschapselementen en uitzonderingen voor landschapselementen op gronden van het waterschap en landgoederen. Te gedetailleerd Bezwaar tegen gedetailleerde vastlegging voor handhaving, leidend tot statische landschapselementen in plaats van een levend landschap. Normaal beheer? Onduidelijkheid over wat onder normaal onderhoud en beheer valt, met zorgen over financiering van handhaving. Onduidelijkheid Indiener uit onzekerheid over wat precies is geïnventariseerd en vastgelegd over de landschapselementen.
De gemeente Voerendaal legt met dit bestemmingsplan geen beperkingen op aan een klein aantal eigenaren dat landschapselementen heeft verwijderd (en nu niet meer onder de dubbelbestemming valt), maar juist aan alle agrariërs en andere beheerders van landbouwgrond die zich de afgelopen jaren hebben ingezet voor het behoud, de ontwikkeling, het beheer en het onderhoud van landschapselementen, waaronder de indiener. De dubbelbestemming wordt toegekend aan zowel bestaande als nieuwe landschapselementen binnen verschillende bestemmingen, zoals Agrarisch-Agrarisch Bedrijf, Bedrijf, Bedrijf-Agrarisch loonbedrijf, Maatschappelijk, RecreatieVerblijfsrecreatie, Tuin of Wonen, wat wijst op een bestemmingsplan gericht op ontwikkeling. Waardedaling Vrees voor aanzienlijke waardedaling van gronden en ontevredenheid over de gemeentelijke houding dat dit onder "normaal maatschappelijk risico" valt. Tot slot Het bestemmingsplan wordt gezien als het tenietdoen van inspanningen van Natuurrijk Limburg, wat niet gunstig is voor innovatieve ondernemers.
13
Conclusie Gezamenlijke conclusie met Natuurrijk Limburg dat het ontwerpbestemmingsplan contraproductief is en zal leiden tot minder groei en zelfs afname van bestaande landschapselementen. Reactie Inloopavonden De beleving van indiener maakt niet dat onvoldoende inspraak is geboden bij de voorbereiding van het plan. Het bieden van inspraak maakt geen deel uit van de daarbij wettelijk gestelde eisen aan deze voorbereidingsprocedure. Niettemin heeft de gemeente participatie geboden in de vorm van inloopavonden, bedoeld om te informeren en reacties op te halen op conceptstukken. De evaluatie van de inloopavonden is betrokken bij de aanpak van vervolgcommunicatie over bestemmingsplan en de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Inventarisatie De inventarisatie van de landschapselementen is door een ter zake deskundig bureau uitgevoerd. Dit is met behulp van drones en veldwerk gebeurd. Bij de opdrachtverlening aan het onafhankelijk deskundig bureau is benadrukt dat de uitvoering plaatsvindt met inachtneming privacyregelgeving en respect voor eigendomssituaties. De foto’s en kaarten waar de uiteindelijke overzichtskaart op is gebaseerd vormen onderdeel van de feitelijke informatie die is gebruikt voor de juridische vertaling in het bestemmingsplan en de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’).
Deze zijn niet bij het bestemmingsplan gevoegd, maar zijn wel degelijk openbaar en bij de gemeente op te vragen en onderdeel van openbare geoinformatie op de gemeentelijke kaartviewer. Vergroten van de leesbaarheid en hanteerbaar van de regels voor bestaande landschapselementen is van belang voor iedereen. Daarom is passend budget beschikbaar gesteld voor de bestuurlijke opdracht tot opstellen van een paraplubestemmingsplan. Normaal beheer en onderhoud is en blijft vergunningvrij. Toezicht en handhaving van mutaties landschapselementen is opgenomen in het Handhavingsprogramma VTHbeleidsplan. Op basis van meldingen en incidentele controles onderneemt de gemeente actie. Daarbij wordt bekeken of sprake is van overtreding en indien nodig op welke manier de juiste vergunningaanvraag door betrokkene wordt gedaan. Coöperatie Natuurrijk Limburg versus ontwerpbestemmingsplan De provincie is primair bevoegd gezag ten aanzien van het beleid landschapselementen. In dat kader bestaat onder meer bescherming vanuit de Wet Natuurbescherming (Omgevingswet) en de Omgevingsverordening. De rol gemeente is aanvullend ten aanzien van een zorgvuldige planologische borging.
Het is een bevoegdheid van de gemeente en meer specifiek een bevoegdheid van de raad om deze ruimtelijk relevante belangen met een bestemmingsplan planologisch te borgen, voor zover deze nog niet leesbaar en hanteerbaar waren geborgd in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' en/of in de gemeentelijke de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’).
14
Kans op schade door de aanlegvergunningplicht in het paraplubestemmingsplan landschapselementen is zeer gering aangezien momenteel al een relevante aanlegvergunningplicht geldt. Een kapvergunningeis is geen planologisch beperkende maatregel, maar onderdeel van een algemene verordening. Ongelijke behandeling De beheersovereenkomsten die agrariërs hebben gesloten zijn niet gelijk te stellen aan de eisen en verantwoordelijkheden van een bestuursorgaan als het Waterschap. Beheersovereenkomsten zijn privaatrechtelijk van aard, terwijl de publiekrechtelijke borging hiervan gewenst is. Het paraplubestemmingsplan is hiervoor een bij uitstek geschikt instrument. Gelijke situaties zijn gelijk beoordeeld bij de keuze om op te nemen in het bestemmingsplan of de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Diverse locaties vallen buiten de inventarisatie. Dit met name om dubbelbescherming te voorkomen of vanwege lage landschappelijke waarde. In het paraplubestemmingsplan zijn de geïnventariseerde graften, poelen en holle wegen opgenomen, behalve in de bestemming Natuur omdat de borging daar al duidelijk is geregeld. Te gedetailleerd Het paraplubestemmingsplan is leesbaarder en hanteerbaarder. Bestaande elementen zijn ten opzichte van bestemmingsplan Buitengebied 2013 consistenter zichtbaar op de verbeelding en vertaald in de planregels.
Bovendien is gebruik gemaakt van een actuele veldinventarisatie. Het bestemmingsplan Buitengebied 2013 biedt daarnaast de ruimte om ook nieuwe elementen aan te leggen. Normaal beheer? Normaal onderhoud, gebruik en beheer ziet op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. Dit is verwerkt in de planregels en zal zorgvuldig en redelijk getoetst worden. Handhaving is een kerntaak van de gemeente en in de financiering daarvan wordt voorzien. Dit is meegewogen in de voorbereiding van dit plan en verankerd in beleid. Onduidelijkheid Er is sprake van een beheerplan. Het betreft alleen de bestaande elementsoorten graften/steilranden, holle wegen en poelen. De andere geïnventariseerde elementsoorten zijn meegenomen in de actualisatie van de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Er is geen sprake van dubbel vergunningvereiste. In de agrarisch bestemming en agrarisch met waarde blijft het aanlegvergunningvereiste staan. Voor houtopstanden is deze niet meer van toepassing aangezien sprake is van een andere vergunningplicht, namelijk via de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). De gegevens en documenten die voort zijn gekomen uit de inventarisatie zijn openbaar en in te zien, dan wel op te vragen bij de gemeente.
15
Waardedaling Daar waar belanghebbenden van mening zijn dat sprake is van planschade, zal dit een eigen procedure doorlopen in welk kader zal worden vastgesteld in hoeverre sprake is van ‘normaal maatschappelijk risico’. Daar is deze bestemmingsplanprocedure niet voor bedoeld. De provincie is primair bevoegd gezag ten aanzien van het beleid landschapselementen. In dat kader bestaat onder meer bescherming vanuit de Wet Natuurbescherming (Omgevingswet) en de Omgevingsverordening. De rol gemeente is aanvullend ten aanzien van een zorgvuldige planologische borging. Kans op schade door de aanlegvergunningplicht in het paraplubestemmingsplan landschapselementen is zeer gering aangezien momenteel al een relevante aanlegvergunningplicht geldt. Een kapvergunningeis is geen planologisch beperkende maatregel, maar onderdeel van een algemene verordening. Ten aanzien van feitelijke waardedaling bestaan diverse (provinciale) tegemoetkomingen. Zo telt betreffende grond (sinds januari 2023) wel mee als subsidiabel areaal voor de basisinkomenssteun. Daarnaast mogen landschapselementen meegeteld worden als niet-productief areaal, waarmee zij bijdragen aan het kunnen voldoen aan de Goede Landbouw en Milieucondities/ GLMC (conditionaliteit) 8. Deze conditionaliteit stelt dat een agrariër, om in aanmerking te komen voor de basisinkomenssteun, 4% van het bouwland niet-productief dient in te richten.
Naast bovengenoemde elementen biedt het GLB-NSP via de ecoregeling of via het Agrarische Natuur en Landschapsbeheer mogelijkheden om landschapselementen te onderhouden. Dit gebeurt op basis van vrijwillige deelname. Voor dit onderhoud ontvangen agrariërs een vergoeding die rekening houdt met kosten voor beheer én gederfde opbrengsten. Tot slot De afweging tot aanleg van nieuwe elementen ligt in beginsel bij de grondeigenaar. Regels voor de aanleg van nieuwe elementen vallen buiten het paraplubestemmingsplan. Daartoe zijn passende regels in het geldende bestemmingsplan buitengebied opgenomen. Deze zienswijze wordt deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Zienswijze 7 Als particuliere eigenaren worden indieners verplicht op grond van het plan een boomgaard in stand te houden. Indieners hebben nooit een vergoeding geclaimd of ontvangen die rekening houdt met kosten voor beheer en gederfde opbrengsten. Door inwerkingtreding van dit plan ontstaat een blijvende waardevermindering van de grond. In de toekomst zullen indieners niet in staat zijn zelf het onderhoud te plegen en zal dat door derden tegen kosten moeten worden uitgevoerd hetgeen leidt tot inkomstenderving. Aangezien de bomen nu nog zonder vergunning gekapt mogen worden, concluderen indieners dat de boomgaard niet waardevol is en ten onrechte als zodanig is bestemd. Indieners verzoeken om de verwijdering van de dubbelbestemming ter plaatse van de boomgaard, dan wel te voorzien in een adequate vergoeding voor kosten en
16
waardedaling. Reactie Het vastgestelde bestemmingsplan wordt gepubliceerd en is te raadplegen op de website Regels op de kaart - Omgevingswet - Regels op de kaart - Omgevingsloket. De actuele kaart behorende bij de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’) is eveneens openbaar te raadplegen. Deze zienswijze ziet concreet op boomgaarden binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Gelet op de aard ervan zijn deze elementen ambtshalve uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie onder hoofdstuk 2 van deze nota), zodat deze zienswijze in zoverre gegrond is. Boomgaarden met een bedrijfsmatig karakter zijn overigens ook niet vergunningplichtig in de ’Verordening bomen en houtopstanden’ (voorheen ‘Bomenverordening’). Deze zienswijze wordt gegrond verklaard.
Zienswijze 8 Twee als landschapselement bestemde percelen betreffen de privétuinen bij de woonhuizen van indieners. Indieners achten het niet wenselijk dat particuliere tuinen aangemerkt worden als landschapselementen. Er lijkt sprake van rechtsongelijkheid, aangezien er verder geen privétuinen als landschapselementen zijn bestemd. De bomen op een deel van een perceel dat is aangemerkt als een landschapselement zijn niet allemaal in beste conditie. De struiken en bomen op een deel van een perceel dat is aangemerkt als een landschapselement staan in zeer natte ondergrond hetgeen ook tot gevolg heeft dat de struiken en bomen niet stevig staan. Voor bovengenoemde percelen achten indieners het niet wenselijk dat ze worden opgenomen als landschapselement gezien het beperkende karakter wat hierdoor ontstaat. Daarnaast zijn indieners van mening dat de beperkingen een waardevermindering zullen betekenen voor de percelen. Reactie De woonhuizen en tuinen van indieners zijn gelegen binnen een landgoed. Zij maken meer specifiek onderdeel uit van Kasteelcomplex Puth. De aanduiding landschapselementen binnen de bestemming Gemengd-landgoed stond in het ontwerp paraplubestemmingsplan. Er is geen aanlegvergunningstelsel of landschapsplan opgenomen in de primaire bestemming Gemengd-landgoed. Daarom was het perceel in eerste instantie opgenomen in het paraplubestemmingsplan.
De houtopstanden binnen bestemming gemengd landgoed zijn echter niet als apart element geïnventariseerd in zowel de bomenverordening 2012, als in de inventarisatie van Viforis. Ze zijn weggelaten in het vastgestelde paraplubestemmingsplan. Er is dus bovendien
17
geen sprake van een waarde verminderend effect door een bestemmingsplanregeling. Deze zienswijze wordt gegrond verklaard.
Zienswijze 9 Indiener is het er niet mee eens dat zijn perceel is aangemerkt als landschapselement. Er staan acht oude fruitbomen die op korte termijn niet meer levensvatbaar zullen zijn. Daarnaast merkt indiener op dat dit bestemmingsplan tot gevolg zal hebben dat de waarde van de betreffende gronden aanzienlijk zal dalen. Indiener voelt zich niet meer ‘baas’ op zijn eigen grond, en concludeert dat hij de bomen op korte termijn zal gaan rooien. Reactie Gelet op de aard van het element ‘boomgaard’ is dit ambtshalve uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie onder hoofdstuk 2 van deze nota). Boomgaarden met een bedrijfsmatig karakter zijn overigens ook niet vergunningplichtig in de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). In zoverre is deze zienswijze daarom gegrond. Aan het weghalen van houtopstanden zijn regels verbonden in het geldende bestemmingsplan buitengebied. Voorafgaand aan het voornemen tot rooien dient een aanvraag aanlegvergunning te worden voorbereid of een omgevingsvergunning kap op grond van de ‘Verordening bomen en houtopstanden’. Deze zienswijze wordt gegrond verklaard.
Zienswijze 10 Aanleiding paraplubestemmingsplan Het ontbreken van een duidelijke grondslag maakt het bestemmingsplan niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Doelstelling Het doel van het plan gaat naar de mening van indieners voorbij aan een conserverende regeling en mist faciliterend beleid, waardoor het niet voldoet aan de verwachtingen van de indieners. De aanwijzing van alle landschapselementen toont gebrek aan inzicht in hun belang voor de agrarische sector en recreatie, zonder recreatieve belevingswaarde of specifieke ecologische meerwaarde aan te tonen. Vrijwilligers Het plan gaat naar de mening van indieners voorbij aan de kosten en inspanningen van vrijwilligers en particuliere grondeigenaren voor het beheer en onderhoud van landschapselementen.
18
Verstedelijking Indieners uiten hun bezorgdheid over de relatie tussen huisvestingsopgave en compensatieplicht voor landschapselementen, met een gebrek aan uitwerking over hoe de gemeente de compensatie ziet. Inventarisatie Indieners uiten hun zorgen over privacy aantasting bij toekomstige inventarisaties en veldbezoeken. Selectie van uitgesloten gebieden Indieners hebben kritiek op inconsistentie en gebrek aan consistentie in de uitsluiting van bepaalde gebieden, met suggesties voor verbetering. Afbeeldingen Indieners merken op dat bepaalde afbeeldingen niet zichtbaar zijn, hetgeen de inhoudelijke beoordeling bemoeilijkt. Natura 2000 Indieners corrigeren de bewering dat De Kunderberg het enige Natura 2000-gebied in Voerendaal is. Landschapsbeheer in Limburg Indieners merken op dat de toelichting niet compleet is v.w.b. de verkenning en de overeenstemming met conclusies van de verkenning. Archeologie Indieners wijzen op de noodzaak van een planologische afweging tussen archeologie en landschapselementen. Economische uitvoerbaarheid Indieners uiten kritiek op de economische paragraaf en het gebrek aan analyse van mogelijke inkomensderving. Barro Indieners vragen om schrapping van oppervlakten binnen veiligheidszones van buisleidingen. Redelijkheid van instandhoudingsplicht Indieners hebben vragen over het opleggen van een instandhoudingsverplichting bij calamiteiten.
Handhaving Indieners hebben kritiek op subjectieve maatstaven zoals 'ernstige beschadiging' en het gebrek aan toelichting op handhaving en toezicht. Landgoed indieners en haar omgeving Indieners houden een pleidooi voor gelijke behandeling van landgoederen en verzoeken om elementen op hun landgoed ook buiten beschouwing te laten.
19
Verbeelding Indieners uiten klachten over het ontbreken van duidelijke veldnummers en fouten in de bestemming van bepaalde landschapselementen. Tot slot Indieners hebben de indruk dat het college ecologische doelstellingen nastreeft met handhaving en beboeting, in plaats van stimulering. Reactie Voor zover de landschapselementen op de percelen waar deze zienswijze op ziet boomgaarden, hagen en singels, dan wel bomen-bos betreffen, zijn deze elementen vanwege de aard uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie hoofdstuk 2 van deze zienswijzennota). In zoverre is deze zienswijze dus gegrond. Over elementen worden zo nodig overgeheveld naar de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’) die parallel aan dit paraplubestemmingsplan wordt geactualiseerd. Houtopstanden zijn opgenomen in de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). De kapontheffing die daarin is opgenomen biedt een passende bescherming met minder impact voor een aanvrager dan de huidige vergunning systematiek in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2013. Aanleiding en grondslag paraplubestemmingsplan De grondslag van dit paraplubestemmingsplan komt voort uit provinciaal en gemeentelijk beleid. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3 (‘Beleidskader’) van de plantoelichting.
De bescherming van landschapselementen is ook eerder al geïmplementeerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’. Dit paraplubestemmingsplan voorziet in een actualisatie daarvan. Dit paraplubestemmingsplan strekt wel degelijk tot een goede ruimtelijke ordening. Dit paraplubestemmingsplan is wel degelijk conserverend van aard. Het legt de bestaande situatie gedetailleerd en gespecificeerd vast. Het woord “realisatie” hoort hier niet in thuis en is met een ambtshalve wijziging verwijderd. Ambtshalve is besloten een aantal landschapselementen uit het paraplubestemmingsplan te halen. Houtopstanden zijn opgenomen in de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). De kapontheffing die daarin is opgenomen biedt een passende bescherming met minder impact voor een aanvrager dan de huidige vergunning systematiek in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2013. Vrijwilligers Naar de mening van de raad draagt dit paraplubestemmingsplan juist bij aan de doelstellingen die genoemde vrijwilligers en particuliere grondeigenaren voor ogen hebben. Namelijk de instandhouding van de landschapselementen die zo kenmerkend zijn voor het Zuid-Limburgse landschap. Normaal onderhoud en beheer vallen niet onder de vergunningplicht door dit paraplubestemmingsplan. Hoe de eigenaren van de gronden waar de landschapselementen aanwezig zijn dit regelen is aan hen.
Het is niet aan de gemeente om dit te bepalen en op te leggen.
20
Verstedelijking Het belang van behoud van de kwaliteit van het landschap moet hand in hand gaan met de verstedelijking. Een goede belangenafweging is maatwerk. Het kader voor passende bescherming wordt geboden door het paraplubestemmingsplan en de actualisatie de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). De beoordeling van concrete vergunningaanvragen kenmerkt zich door een helder werkproces en deskundige beoordeling. Na een evenwichtige belangenafweging kan het voorkomen dat in de vergunning voorwaarden voor herplant/compensatie worden vastgelegd. Inventarisatie De inventarisatie van de landschapselementen is door een ter zake deskundig bureau uitgevoerd. Dit is met behulp van drones en veldwerk gebeurd. Bij de opdrachtverlening aan het onafhankelijk deskundig bureau is benadrukt dat de uitvoering plaatsvindt met inachtneming privacyregelgeving en respect voor eigendomssituaties. Selectie van uitgesloten gebieden De regeling van het paraplubestemmingsplan betreft een aanvulling van de regeling in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’. De bebouwde kom is buiten de scope gehouden omdat beschermingswaardige elementen zich vooral in het buitengebied bevinden. Gelijke situaties zijn gelijk beoordeeld bij de keuze om op te nemen in het bestemmingsplan of de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’).
Diverse locaties vallen buiten de inventarisatie. Dit met name om dubbelbescherming te voorkomen of vanwege lage landschappelijke waarde. In het paraplubestemmingsplan zijn de geïnventariseerde graften, poelen en holle wegen opgenomen, behalve in de bestemming Natuur omdat de borging daar al duidelijk is geregeld. De beheersovereenkomsten die agrariërs hebben gesloten zijn niet gelijk te stellen aan de eisen en verantwoordelijkheden van een bestuursorgaan als het Waterschap. Beheersovereenkomsten zijn privaatrechtelijk van aard, terwijl de publiekrechtelijke borging hiervan gewenst is. Het paraplubestemmingsplan is hiervoor een bij uitstek geschikt instrument. Afbeeldingen De betreffende afbeeldingen zijn waar nodig hersteld en zichtbaar gemaakt. Na publicatie wordt per element 1 of 2 afbeeldingen opgenomen bij de data. Voor de vergunningverleners zijn alle afbeeldingen in te zien. De afbeeldingen en de omschrijving daarvan maken onderdeel uit van de inventarisatie door een ter zake deskundig bureau. De raad mag hierop vertrouwen en laat deze ongewijzigd. Voor het overige volstaat de raad met de opmerking dat de inhoud van de toelichting niet juridisch bindend is en daarmee ook niet vatbaar is voor bezwaar/beroep.
Natura 2000 De toelichting (sub paragraaf 3.2.3) is aangepast door de drie (deels) binnen de grenzen van de gemeente Voerendaal gelegen Natura 2000-gebieden te noemen. Dit betreft: 1. Kunderberg
21
2. Geuldal (hier maakt de Vrakelberg ook deel van uit)
3. Geleenbeekdal (hier maakt het Cortenbacherbos onderdeel van uit) Landschapsbeheer in Limburg De tekst over de verkenning is aangevuld en verplaatst naar paragraaf 3.3.4 (vóór Programma Landschap). Het betreft een beknopte samenvatting. De betreffende stukken zijn apart raadpleegbaar. Archeologie De term “realisatie” is met een ambtshalve wijziging uit de regels (artikel 5.1) verwijderd. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit paraplubestemmingsplan. De instandhouding van bestaande landschapselementen doet geen afbreuk aan eventuele aanwezige archeologische waarden. Bovendien zijn de elementen die zien op bomen, uit het paraplubestemmingsplan gehaald. De raad merkt in dit kader nog op dat archeologische toevalsvondsten moeten worden gemeld bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Economische uitvoerbaarheid De verwachting is dat vanwege de bestaande aanlegvergunningplicht in het bestemmingsplan buitengebied 2013 de kans op planschade zeer gering is. De raad merkt bovendien op dat het bedrag aan eventuele planschade dat lager is dan 2% van het jaarinkomen voor eigen rekening en risico komt. Gelet hierop is dit risico in kwestie verwaarloosbaar en heeft de raad in redelijkheid kunnen stellen dat dit plan economisch uitvoerbaar is. Bovendien is een groot aantal landschapselementen uit het paraplubestemmingsplan verwijderd.
Verwezen wordt naar hoofdstuk 2 van deze zienswijzennota. Barro Zowel landschapselementen met betrekking tot bomen, hagen en bosschages, als regels over “realisatie” van landschapselementen zijn uit dit paraplubestemmingsplan gehaald. In zoverre is hier dan ook geen sprake (meer) van door het paraplubestemmingsplan beschermde houtopstanden, zoals: bomen, hagen en andere begroeiingen binnen de veiligheidszones van buisleidingen. Voor de aanleg van landschapselementen zijn regels opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Redelijkheid van instandhoudingsplicht De vraag of het vervangen van zieke bomen onder normaal onderhoud valt kan niet beantwoord worden in het kader van dit paraplubestemmingsplan, aangezien alle elementen die zien op bomen ambtshalve uit het paraplubestemmingsplan zijn gehaald. In het kader van de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’) zijn regels en werkafspraken benoemd onder welke voorwaarden geen omgevingsvergunning geldt bij regulier onderhoud. Handhaving Gelet op de verschillen in verschijningsvorm van de verschillende soorten landschapselementen is het antwoord op de vraag wanneer sprake is van ‘ernstige beschadiging’ per definitie casuïstisch van aard. Het is aan het college om hier een afweging in te maken.
Hierbij zal het gelijkheidsbeginsel, en ook de andere beginselen van behoorlijk bestuur in acht moeten worden genomen.
22
Toezicht en handhaving van landschapselementen is opgenomen in het Handhavingsprogramma VTH-beleidsplan. Op basis van meldingen en incidentele controles onderneemt de gemeente actie. Daarbij wordt bekeken of sprake is van overtreding en indien nodig op welke manier de juiste vergunningaanvraag door betrokkene wordt gedaan. Landgoed indieners en haar omgeving De landschapselementen zijn weggehaald uit het vastgestelde paraplubestemmingsplan. De elementen zijn aan te merken als houtopstanden. Daarom zijn de struiken en bomen opgenomen in de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Dat heeft geen waarde verminderend effect aangezien sprake is van een algemene regel. Er is geen aanlegvergunningstelsel of landschapsplan opgenomen in het bestemmingsplan ‘Gemengd-landgoed’. Daarom was het perceel in eerste instantie opgenomen in het paraplubestemmingsplan. Verbeelding Bij de digitale kaarten in de kaartviewer wordt duidelijke informatie per element geboden. De veldnummers zullen dan verwijzen naar het juiste element. Tot slot De raad streeft instandhouding van voor het Zuid-Limburgse landschap kenmerkende landschapselementen na. Daarbij vindt invulling van de gemeentelijke beleidsvrijheid plaats in relatie tot de relevante beleidskaders van zowel de gemeente als andere bevoegde overheden zoals de provincie.
De ambtshalve wijzigingen komen voor een groot deel tegemoet aan de door indiener geuite zorgen. Deze zienswijze wordt deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Zienswijze 11 Indiener is een agrarische ondernemer binnen de gemeente Voerendaal die zich onder meer bezighoudt met verschillende landschapselementen op agrarische gronden binnen de gemeente Voerendaal. Indiener heeft hiertoe beheerovereenkomsten gesloten met Natuurrijk Limburg. Indiener is van mening dat dit plan een averechts effect heeft en leidt tot forse waardedaling van de gronden (tot 70%). Verder merkt indiener op dat de grenzen van de dubbelbestemmingen niet overal overeenkomt met de werkelijkheid. Indiener merkt op dat hij niet op de hoogte was van de inventarisatie, hetgeen indiener zeer onfatsoenlijk vindt. Het is voor indiener onduidelijk wat precies is geïnventariseerd, zodat hij dit ook niet kan controleren. Indiener heeft zijn twijfels bij de inhoud van de inventarisatie.
23
Toen de vigerende dubbelbestemming in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 werd vastgelegd zijn indiener en de andere eigenaren niet op de hoogte gesteld. Indiener betreurt de gehanteerde werkwijze en vraagt zich af waarom belanghebbende partijen zoals LLTB en Natuurrijk Limburg niet in het voortraject betrokken zijn. Naar de mening van indiener had dit geld, onduidelijkheid en werk kunnen besparen. Het buiten beschouwing laten van onder meer de gronden van het Waterschap is naar de mening van indiener ‘meten met twee maten’. Indiener heeft zich evengoed te houden aan de beheersovereenkomsten. Indiener mist in het hele plan, in welke vorm dan ook, de stimulering vanuit de gemeente Voerendaal om gemotiveerd verder te gaan met het beheer en onderhoud van de landschapselementen. Reactie Gelet op de aard ervan zijn deze elementen ambtshalve uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie onder hoofdstuk 2 van deze nota), zodat deze zienswijze in zoverre gegrond is. De haag is opgenomen in de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). De kapontheffing die daarin is opgenomen biedt een passende bescherming met minder impact voor een aanvrager dan de huidige vergunning systematiek in het geldende bestemmingsplan buitengebied 2013.
Gelet op de aard van het element ‘hoogstamboomgaard’ is dit eveneens ambtshalve uit het paraplubestemmingsplan gehaald (zie onder hoofdstuk 2 van deze nota). Boomgaarden met een bedrijfsmatig karakter zijn overigens ook niet vergunningplichtig in de de ‘Verordening bomen en houtopstanden (voorheen ‘Bomenverordening’). Er is geen sprake van dubbel vergunningvereiste. In de agrarisch bestemming en agrarisch met waarde blijft het aanlegvergunningvereiste staan. Voor houtopstanden is deze niet meer van toepassing aangezien sprake is van een andere vergunningplicht, namelijk via de ’Verordening bomen en houtopstanden’. Inventarisaties worden niet aangekondigd. Dit is wettelijk ook niet verplicht. De gegevens en documenten die voort zijn gekomen uit de inventarisatie zijn openbaar en in te zien, dan wel op te vragen bij de gemeente. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ heeft de wettelijke procedure doorlopen. Het is gepubliceerd als informeel voorontwerp, ontwerp en vastgesteld plan, en er was respectievelijk gelegenheid voor de indiening van informele inloopreacties, zienswijzen en beroep. Dit paraplubestemmingsplan heeft als doel om waardevolle landschapselementen te beschermen. Dit betreft een publieke taak. De gemeente is hiertoe bevoegd. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de wettelijke verplichte zienswijzemogelijkheid inloopreacties in te dienen.
Met Natuurrijk en LLTB heeft flankerend aan het formele traject overleg plaatsgevonden over passend instrumentarium
24
voor behoud landschapselementen. De beheersovereenkomsten die agrariërs hebben gesloten zijn niet gelijk te stellen aan de publiekrechtelijke eisen en verantwoordelijkheden van een bestuursorgaan als het Waterschap. Beheersovereenkomsten zijn privaatrechtelijk van aard, terwijl de publiekrechtelijke borging hiervan gewenst is. Het paraplubestemmingsplan is hiervoor een bij uitstek geschikt instrument. De raad streeft met het paraplubestemmingsplan naar een leesbaarder en hanteerbaarder kader voor het behoud en beheer van landschapselementen. In samenhang met de mogelijkheden van provinciale regelgeving stimuleren wij de ontwikkeling en beheer van landschapselementen. De afweging tot aanleg van nieuwe elementen ligt in beginsel bij de grondeigenaar. Regels voor de aanleg van nieuwe elementen vallen buiten het paraplubestemmingsplan. Daartoe zijn passende regels in het geldende bestemmingsplan buitengebied opgenomen De raad merkt op dat de inloop- en zienswijzenprocedure zijn bedoeld om een plan te verbeteren. Deze zienswijze wordt deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Zienswijze 12 Coöperatie Natuurrijk Limburg versus ontwerpbestemmingsplan Natuurrijk Limburg, waar de indiener lid van is, streeft naar behoud, herstel, beheer en versterking van landschapselementen in Voerendaal. Het ontwerpbestemmingsplan wordt beschouwd als averechts en draagt naar de mening van indiener niet bij aan de groei van landschapselementen, wat in strijd is met het stimulerende perspectief van Natuurrijk Limburg. Gemiste kans voor de gemeente Voerendaal en haar landschap Leden, inclusief de indiener, zien af van aanleg en onderhoud van landschapselementen vanwege beperkingen opgelegd door het ontwerpbestemmingsplan. Ongelijke behandeling Indiener uit kritiek op de ongelijke behandeling van nieuwe landschapselementen in verschillende gebieden en het uitsluiten van landschapselementen op gronden van waterschap en landgoederen. Te gedetailleerd Indiener heeft bezwaar tegen te gedetailleerde vastlegging, wat leidt tot statische landschapselementen in plaats van een levend landschap. Normaal beheer? Het is voor indiener niet duidelijk wat onder normaal onderhoud en beheer valt. Verder heeft indiener vragen over de financiering van de handhaving hiervan.