CConstaterende datVoerendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Steinweg 9 te Voerendaal_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2022, gemeente VoerendaalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Steinweg 9 te Voerendaal14.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Steinweg 9 te Voerendaal Gemeente Voerendaal

Bestemmingsplan Steinweg 9 te Voerendaal Gemeente Voerendaal

Onderdeel:

Toelichting

IDN-nummer:

NL.IMRO.0986.BPsteinweg9-VG01

Projectnummer:

M198881

Status:

vastgesteld

Datum:

10 februari 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling

7

2.1 2.2 2.3

7 8 11

Ligging plangebied Beoogde planontwikkeling Ruimtelijke effecten

Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie

13

3.1 3.2

13 14

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' Strijdigheid planvoornemen

Hoofdstuk 4 Beleid

15

4.1 4.2 4.3 4.4

15 16 21 23

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten

25

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

25 25 26 27 28 29

M.e.r. Bodem Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid

Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten

35

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

35 36 36 37 39 41

Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterhuishouding Natuurbescherming Duurzaamheid

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

43

7.1 7.2

Grondexploitatie Planschade

43 44

Hoofdstuk 8 Planstukken

45

8.1 8.2

45 45

Algemeen Toelichting, regels en verbeelding

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

3

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en formele procedure

49

9.1 9.2 9.3 9.4

49 49 49 49

Inleiding Vooroverleg Inspraak Formele procedure

Toelichting

4

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Hoofdstuk 1

Inleiding

Dhr. R. Vliegen (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om een deel van de locatie Steinweg ong. te Voerendaal, inclusief de (noord)oostvleugel van de carréboerderij op het adres Steinweg 9, te verwerven om ter plekke een woning te realiseren. De locatie Steinweg 9 is in eigendom van de tante van de initiatiefnemer. De bebouwing bestaat uit twee vleugels. In de zuidwestelijke vleugel is de woning met huisnummer 9 gelegen. De noordoostvleugel bestaat uit een deels vervallen schuur. Initiatiefnemer beoogt om de schuur op te knappen en tot woning om te bouwen. Ter plekke wordt dus naast de bestaande woning een nieuwe woning voor de initiatiefnemer gerealiseerd.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied De gemeente Voerendaal heeft een positief standpunt ingenomen om ter plekke van de schuur een extra woning te realiseren. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' is de locatie reeds bestemd tot 'Wonen', echter het toevoegen en/of splitsen van woningen is niet toegestaan. Om voorliggend planvoornemen mogelijk te maken, dient een postzegelbestemmingsplan te worden opgesteld. Voorliggend document voorziet in een toelichting op de bijbehorende regels en verbeelding voor de bestemmingsplanherziening.

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

5

6

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Hoofdstuk 2

Plangebied en planontwikkeling

In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het project beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het project.

2.1

Ligging plangebied

Het plangebied omvat een gedeelte van de bebouwing en perceel op de locatie Steinweg 9 in het buitengebied van de gemeente Voerendaal. Het plangebied omvat de oostelijke vleugel van de bebouwing ter plekke met een gedeelte van de aanliggende gronden met een strook langs de Steinweg. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 1.900 m².

Luchtfoto met aanduiding plangebied De locatie is kadastraal bekend als Gemeente Voerendaal - sectie M - nummer 176 (gedeeltelijk).

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

7

Uitsnede kadastrale kaart met aanduiding plangebied

2.2

Beoogde planontwikkeling

2.2.1 Bestaande situatie Het pand op de locatie Steinweg 9 te Voerendaal maakt deel uit van een historische boerderijhoeve op een H-vorming grondplan. De bestaande woning is gelegen in de zuidwestelijke vleugel; de noordoostelijke vleugel was oorspronkelijk in gebruik als schuur. De volume van beide vleugels zijn van ongeveer dezelfde omvang. De agrarische functie is vele jaren geleden (eind jaren '80) beëindigt, waardoor de schuur buiten gebruik is geraakt. De bouwtechnische staat van de schuur is dan ook matig en dreigt verder te verslechteren. Het pand is gelegen in een omgeving met authentieke en karakteristieke elementen, waarvan onderhavige locatie deel van uitmaakt. Door de verslechtering van de bouwstaat dreigen de cultuurhistorische waarden verloren te gaan.

8

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Bestaande situatie Steinweg 9 (Bron: Google Streetview) 2.2.2 Beoogde situatie De gehele hoeve is reeds in familie-eigendom. Door onderhavig initiatief wordt geïnvesteerd in dit familiebezit en wordt een nieuwe duurzame invulling gegeven aan de schuur, waarmee een duurzame overdracht binnen de familie kan worden gegarandeerd. Gezien het pand, het (totaal)volume van de bouwmassa, de situering van de bouwmassa's van de twee vleugels ten opzichte van elkaar en de ligging ten opzichte van de overige functies en bebouwing in de omgeving, heeft het pand de stedenbouwkundige potentie om een kwalitatieve woning toe te voegen. Het bouwplan beoogt om de noordoostelijke vleugel te verbouwen tot een woning. Ter plekke wordt een woning beoogd waarbij de maten (oppervlakte, goot- en bouwhoogte) van de bestaande bebouwing blijft gehandhaafd. Inpandig wordt een woning met een grondvlak van circa 27 x 5 meter met twee bouwlagen

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

9

(begane grond en verdieping) gerealiseerd. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat zal door de nabijheid van de snelweg A79 een aantal gevels als 'dove gevel' worden uitgevoerd. Aan de achterzijde is reeds in de bestaande situatie sprake van een aanbouw. In de beoogde situatie blijft deze aanbouw intact en zal worden gebruikt als bergruimte bij de woning. Het perceel behorende bij onderhavige locatie ter plekke zal worden gesplitst, zodat een gedeelte van het perceel kan dienen als privétuin voor de te realiseren woning. Het betreft een strook grond parallel aan de Steinweg met een grondvlak met een breedte van ongeveer 60 meter en een diepte van ongeveer 30 meter, wat overeen komt met de diepte van de bebouwing ter plekke. Het overige gedeelte blijft in eigendom van de bewoners van Steinweg 9. Ter plekke is vanaf de Steinweg reeds een ontsluiting aanwezig naar onderhavig perceel. Deze zal dienen als oprit van en naar de beoogde woning en bijhorende tuin. De gewenste woning wordt aan de hand van de volgende figuren inzichtelijk gemaakt.

10

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Tekening(en) beoogde situatie

2.3

Ruimtelijke effecten

Voorliggende planontwikkeling voorziet in het toevoegen van één woning binnen de bestaande bebouwing op de locatie Steinweg 9. De schuur ter plekke, behorende bij de woning, verkeert in een bouwkundig matige staat. Het toevoegen van de woning voorziet in een duurzame invulling van de bebouwing ter plekke, waarmee de bebouwing met twee vleugels in ere wordt hersteld, waarmee de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd. Het planvoornemen voorziet in een inpandige verbouwing van de bestaande schuur, waarmee geen extra bebouwing ter plekke wordt beoogd. De ruimtelijk-visuele effecten zullen derhalve zeer beperkt en overwegend positief van aard zijn. De milieutechnische en ruimtelijke effecten van voorliggend planvoornemen worden beschreven in hoofdstuk 5 van voorliggende toelichting.

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

11

12

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Hoofdstuk 3 3.1

Planologisch-juridische situatie

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2013'

Binnen onderhavig plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013', vastgesteld door de raad van de gemeente Voerendaal op 11 april 2013, van kracht.

Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' met aanduiding plangebied Onderhavige locatie is bestemd tot 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met daaraan ondergeschikt aan huis gebonden beroepen en de (overige) daarbij behorende voorzieningen. Tevens is ter plekke de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van toepassing. De voor 'Waarde Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische monumenten en archeologische vindplaatsen en de bescherming van mogelijke archeologische waarden binnen gebieden met een archeologische verwachtingswaarde zoals zijn aangeduid op de kaart 'archeologie' opgenomen in het bestemmingsplan. In paragraaf 6.1 Archeologie en cultuurhistorie wordt verder ingegaan op het aspect archeologie. Parallel aan de Steinweg is een bomenlaan met eiken aanwezig. Voor dit landschapselement is de dubbelbestemming 'Waarde - Landschapselementen' van toepassing. Deze gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. Het behouden en versterken van de ter plekke aanwezige landschapselementen in combinatie met voorliggend planvoornemen wordt aanvullend beschreven in

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

13

paragraaf 6.5.2 Kernkwaliteiten. Ter plekke zijn aanvullend de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - bodembeschermingsgebied', 'vrijwaringszone - weg 1' (gedeelteijk) en 'vrijwaringszone - weg 2' (gedeeltelijk) van toepassing. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' zijn de gronden aangewezen voor duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden en voor bijzondere bescherming van de bodem van het bodembeschermingsgebied Mergelland. Daarbij dient rekening te worden gehouden met, dan wel afstemming te worden gezocht bij het hieromtrent bepaalde in de Omgevingsverordening Limburg. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 1' en 'vrijwaringszone - weg 2' dienen de gronden in het kader van de verkeersbelangen van de rijksweg A79 in beginsel vrij gehouden te worden van bebouwing. Genoemde gebiedsaanduidingen worden middels voorliggende bestemmingsplan één op één overgenomen. Het overnemen van de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - weg 1' en 'vrijwaringszone - weg 2' is van belang vanwege de beperkingen die in dat verband van toepassing zijn vanwege de weg voor (nieuwe) bebouwing buiten de reeds vastgelegde vlakken. Voor voorliggende planontwikkeling hebben de ze vrijwaringszones geen consequenties, aangezien omdat de realisatie plaatsvindt in reeds bestaande bebouwing.

3.2

Strijdigheid planvoornemen

Op onderhavige locatie is sprake van de bouwaanduiding 'vrijstaand' op het bouwvlak, waardoor ter plekke binnen het bouwvlak één vrijstaande woning is toegestaan. Binnen het vigerende bouwvlak wordt een extra woning beoogd, waardoor geen sprake meer is van één vrijstaande woningen. Het college van de gemeente Voerendaal heeft per brief d.d. 5 november 2019 (zie Bijlage 1) een positief standpunt afgegeven omtrent voorliggend planvoornemen. Door voorliggende bestemmingsplanherziening wordt vastgelegd dat ter plekke een extra woning mag worden gerealiseerd.

14

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Hoofdstuk 4

Beleid

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014). Voor wat betreft het regionale beleid wordt ingegaan op de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. In de NOVI wordt gebruik gemaakt van afwegingsprincipes bij het maken van keuzes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

In de NOVI zijn de volgende belangrijste keuzes opgenomen: een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zodanig wordt ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie dient oog te zijn voor omgevingskwaliteit; de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Daarbij wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI.

In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. In de NOVI wordt ten aanzien van Zuid Limburg aangegeven dat de regio sociaaleconomische en fysieke opgaven heeft die van betekenis zijn in een bijzondere grensoverschrijdende omgeving (met regio’s rond het Duitse Aken, het Waalse Luik en het Vlaamse Hasselt). De opgaven die te maken hebben met bereikbaarheid

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

15

(drielandentrein), circulaire economie (Chemelot) en bevolkingsdaling (voormalige mijnstreek) zijn stuk voor stuk fors en vragen alle drie internationale afstemming en overleg. Een rijksrol is daarbij noodzakelijk. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): Project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 4.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden.

In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de NOVI, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de NOVI en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) Provinciale Staten van Limburg hebben op 12 december 2014 het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) vastgesteld. In het POL2014 is de provincie opgedeeld in zoneringen. Onderhavig plangebied is gelegen binnen de zonering 'Buitengebied'.

16

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Uitsnede kaart 'zoneringen' POL2014 met ligging plangebied Buitengebied De gronden die gelegen zijn in de zone 'Buitengebied' betreffen alle gronden in het landelijk gebied die niet zijn gelegen in de 'Goudgroene natuurzone', 'Zilvergroene natuurzone' en/of 'Bronsgroene landschapszone'. Het betreffen met name gronden met een agrarisch karakter, waarbij (o.a.) ruimte wordt gegeven voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. De provinciale beleidsaccenten in de zone 'Buitengebied' zijn gericht op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe (landbouw)bedrijfslocaties, het terugdringen van de milieubelasting vanuit de landbouw en de kwaliteit en het functioneren van de ondergrond. 4.2.2 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. De provincie moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie is in dat verband doende het POL2014 te vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna ook: de POVl). De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie meegenomen.

De zoneringen op grond van het POL2014 zijn in de ontwerp POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. Ook in de ontwerp POVI is onderhavig plangebied gelegen in het 'buitengebied'. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is geen sprake van relevante wijzigingen.

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

17

Uitsnede kaart 'Limburgse principes' ontwerp POVI met aanduiding plangebied 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) specifieke regelgeving geldt.

Uitsnede kaart 'milieubeschermings-gebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 met ligging plangebied

18

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Onderhavig plangebied is blijkens de kaart 'Milieubeschermingsgebieden' in eerste instantie gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In Nederland zijn in totaal 20 zogenaamde nationale landschappen aangewezen. Dit zijn landschappen met elk een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen. De Nationale Landschappen kenmerken zich door de specifieke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het landschap, zoals natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De kernkwaliteiten zijn voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Op deze kernkwaliteiten wordt in paragraaf 6.5.2 nader ingegaan. De ligging in dit het bodembeschermingsgebied is ook in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' middels gebiedsaanduiding vastgelegd. Daarbij is vastsgelegd dat binnen het bodembeschermingsgebied duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden een als bijzondere bescherming van de bodem noodzakelijk is.

Gestreefd wordt naar een kwaliteit van bodem, grondwater en landschap die voldoet aan de eisen die de aanwezige bijzondere biotische, abiotische en cultuurhistorische waarden stellen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het provinciale beleid in het POL2014 alsook OvL2014. Op grond van de omgevingsverordening geldt primair een verbod op het verrichten van handelen in beekdalen, bronnen of bronzones, graften en holle wegen. Hiervan is ter plekke van onderhavig plangebied geen sprake. De gebiedsaanduiding 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' wordt met voorliggend bestemmingsplan overgenomen. De specifieke regels zoals opgenomen in paragraaf 4.5 van de OvL2014 zijn van toepassing. 4.2.4 Provinciaalwoonbeleid In de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt in paragraaf 2.4.2 Wonen ingegaan op woningbouwplannen. Deze paragraaf is bij besluit d.d. 5 oktober 2020 door Provinciale Staten van Limburg gewijzigd. Ten aanzien van nieuwe woningen geldt op provinciaal niveau het volgende: 1.

2.

3.

4.

5.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden.

De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid, dan wel van de wijze waarop invulling is

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

19

gegeven aan het bepaalde in het vierde lid. De gemeenteraad van Voerendaal heeft de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg vastgesteld op 13 oktober 2016. Onderhavig plan voldoet aan het bepaalde in die structuurvisie. In paragraaf 4.3 van voorliggende toelichting wordt daarop ingegaan. 4.2.5 Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie daarin bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling.

Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderhavig project betreft het kunnen realiseren van één extra woning binnen een bestaande schuur. Op basis van jurisprudentie is bepaald dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Voorliggend project wordt derhalve niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. 4.2.6 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde 'rode contouren' is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht. In z'n algemeenheid betreft het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestaat. Daarbij dient sprake te zijn van 'kwaliteitswinst'. Deze kwaliteitswinst kan op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) 'groenfonds'.

De provincie geeft in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarden voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Voerendaal beschikt nog niet over een vastgestelde (gemeentelijke) structuurvisie. Voorliggende planontwikkeling is dan ook getoetst aan de van toepassing zijnde provinciale beleidsregel. Voorliggend voornemen voorziet in de realisatie van een extra woning in een bestaand bijgebouw. Onderhavig plangebied is reeds bestemd tot 'Wonen' en er wordt geen extra onbebouwde grond uitgegeven voor woningbouw. Doordat sprake is van een inpandige functiewijziging, is geen sprake van extra ruimtebeslag op maagdelijke grond in het buitengebied. Er vindt derhalve geen aantasting op het buitengebied plaats. Door middel van voorliggend planvoornemen wordt ter plekke kwaliteitsverbetering beoogd door het duurzaam in stand houden van bebouwing in het buitengebied dat reeds in een matige bouwstaat verkeerd en verder dreigt te verpauperen.

20

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

4.2.7 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, is voorliggende planontwikkeling hiermee niet strijdig. De ter plekke van onderhavig plangebied van toepassing zijnde provinciale zonering 'Buitengebied' impliceert geen onoverkomelijke belemmeringen vanuit beleidsoogpunt. Voorts is geen sprake van strijdigheid met de uitgangspunten van het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. Ook is onderhavige planontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling en zodoende niet 'ladderplichtig'.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) Op 13 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Voerendaal ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal. Het kader voor de SVWZL is het in samenwerking met de provincie en andere direct betrokken partijen tot stand gekomen en in december 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL), die eveneens een visie bevat op Zuid-Limburg. In de SVWZL staat de transformatieopgave centraal, dat wil zeggen de totale woningbehoefte op basis van het aantal huishoudens, rekening houdend met de huidige woningvoorraad en de leegstand. De SVWZL bevat een driedelige opgave voor gemeenten, namelijk: a. b. c.

het verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot; het terugdringen van de ongewenste planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave; het toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de uitgangspunten van de SVWZL. Om invulling te geven aan deze opgave hebben de Zuid-Limburgse gemeenten in totaal dertien beleidsafspraken met elkaar gemaakt. Één van de afspraken luidt als volgt: Op een uniforme wijze dient een afweging te worden gemaakt om kwalitatief goede nieuwe woningbouwinitiatieven aan de woningmarktprogrammering toe te voegen. Nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Hierbij kan in volgorde gebruik gemaakt worden van: A. B.

Compenseren met direct gekoppelde sloop of onttrekking; Elke nieuw toe te voegen woning wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitwerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een sub regionaal op te zetten sloopfonds vloeien; C. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarbinnen dit besluit is genomen; D. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale woningmarktprogrammering. Hiervan mag ¼ deel gezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief. In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument of beeldbepalend pand kan volstaan worden met een één op één compensatie. Op grond van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) dienen aan de bestaande planvoorraad toe te voegen woningen in beginsel te worden gecompenseerd, hetzij middels fysieke sloop hetzij middels doen van een financiële storting in het (regionale) sloopfonds.

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

21

4.3.2 Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021 - onderdeel gemeente Voerendaal In de 'Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021 - onderdeel gemeente Voerendaal' wordt - naast de woonvisie in regionaal verband - specifiek ingegaan op de woonvisie van de gemeente Voerendaal. De algemene visie op wonen is gericht op vier aspecten: de gemeente wil de ouder wordende inwoner in staat stellen om zo goed mogelijk zelfstandig te blijven laten wonen; de gemeente wil enerzijds de eigen jongeren binden en boeien en anderzijds gezinnen van buiten de gemeente aantrekken; er moet ruimte worden geboden aan initiatieven die gericht zijn op een kwalitatieve transformatie van bestaande panden; het is de bedoeling om Voerendaal als prima woongemeente op de kaart te zetten. Voorliggende planontwikkeling voorziet in het realiseren van één extra woning in een bestaande hoeve die tot eind jaren '80 agrarisch in gebruik is geweest. In het westelijke deel van de hoeve is een bestaande woning aanwezig. Het andere deel van de hoeve is in verval geraakt vanwege langdurige leegstand na beëindiging van de agrarische activiteiten ter plekke. Gelet op de omvangrijke bouwmassa leidt eventuele uitbreiding van de bestaande woning in dit deel van de hoeve tot één zeer grote woning.

Ten aanzien van grote woningen wordt in regionale woonvisie aangegeven dat ingezet wordt op transformatie hiervan, om daarmee tegemoet te komen aan woonproducten waar behoefte aan is. Onder andere wordt hiermee gedoeld op de herbestemming van leegstaand vastgoed en het het splitsen van grote woningen. Voorliggende planontwikkeling voorziet hierin. De hoeve is familie eigendom. Initiatiefnemer is het neefje van de huidige bewoonster van het bestaande woonhuis en wil als starter op de woningmarkt de schuur verbouwen tot woonhuis. Het initiatief past binnen de visie van de gemeente Voerendaal t.a.v. starters zoals opgenomen in de regionale woonvisie. In dat verband wordt onder andere aangegeven dat in de gemeente Voerendaal op diverse plekken grote woningen of andere panden (zoals carré-boerderijen) staan die gezien hun omvang veel onderhoud vragen. Dit maakt dat vaak weinig vraag naar deze grote panden is voor bewoning door één huishouden, ondanks dat de woningen en/of locaties erg aantrekkelijk zijn. De gemeente Voerendaal beoordeeld in dergelijke gevallen of bijvoorbeeld splitsing van woningen en panden kan bijdragen aan mogelijkheden voor onder andere starters.

Doordat bij voorliggende planontwikkeling de mogelijkheid wordt geboden om een extra woning te realiseren in de sterk vervallen schuur, wordt voor de jonge iniatiefnemer de mogelijkeid gecreëerd om ter plekke te gaan wonen. 4.3.3 Beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen2021' Op 27 februari 2021 is de nieuwe beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwinitiatieven 2021' binnen de gemeente Voerendaal in werking getreden. Ook is gelijktijdig de beleidsregel 'Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg' ingetrokken. Op grond van de nieuwe beleidsregel hoeven 'goede woningbouwplannen' niet meer te worden gecompenseerd. Of sprake is van een goed woningbouwplan wordt bepaald aan de hand van drie criteria: Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: Aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; Herstructurering/vervangingsbouw van woningen; Hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; Aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.

22

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: Criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte Criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. Onderhavig planvoornemen voorziet in de toevoeging van één woning ter plekke van een in verval zijnde schuurgedeelte van een voormalige boerderijhoeve. Hoewel geen sprake is van een monumentale status, kan de vormgeving van de boerderijhoeve als karakteristiek en waardevol worden betiteld.

Als gevolg van het planvoornemen wordt in deze vervallen vleugel van de hoeve een nieuwe woning gerealiseerd en de karakteristieke H-vorm op duurzame wijze gewaarborgd. Sprake is van een stedenbouwkundige kwaliteitsverbetering, verbetering van de beleving van de straat/locatie, en bovendien wordt verdere teloorgang opgeheven. Op grond hiervan mag worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan het eerste criterium van de nieuwe beleidsregel. Voorts is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals reeds in paragraaf 4.2.5 geconstateerd en wordt vanuit die optiek voldaan aan het tweede criterium. Voorliggende planontwikkeling is voorgelegd aan de subregio, welke de woningtoevoeging heeft geaccordeerd. Zodoende wordt tevens voldaan aan het derde criterium. 4.3.4 Conclusie regionaal beleid Voorliggend planvoornemen kan worden betiteld als een 'goed woningbouwplan' dat voldoet aan de nieuwe beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' op grond waarvan in casu geen compensatie aan de orde is.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030 Op 22 december 2016 heeft de gemeenteraad van Voerendaal de Omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030 vastgesteld. Met de omgevingsvisie anticipeert de gemeente op de over enkele jaren van kracht zijnde nieuwe Omgevingswet. Het gaat in de omgevingsvisie nadrukkelijk om een integrale visie op de fysieke leefomgeving die is gericht op het bevorderen van een vitale gemeente. Binnen de gemeente Voerendaal zijn veel ruime koopwoningen gesitueerd. Meer dan 40% van de voorraad bestaat uit vrijstaande woningen die bovendien tot de hogere prijsklassen gerekend kunnen worden (> € 300.000). Veel van deze woningen worden bewoond door oudere inwoners, terwijl die groep vanuit het oogpunt van levensloopbestendigheid andere eisen stelt. De verwachting is dat de afzetbaarheid van die panden en andere grote woningen naar de toekomst toe onder druk komt te staan. Dit type vastgoed is vanwege de hoge aanschafprijs en de kosten die nodig zijn om de woning up-to-date te maken immers minder toegankelijk. Voor (startende) gezinnen kan de prijs-/ kwaliteitsverhouding van woningen een knelpunt zijn. De aangeboden woningen zijn vaak gewoonweg te duur en/of moeten met hoge kosten up-to-date gemaakt worden.

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

23

Door de vergrijzing en ontgroening worden demografische ontwikkelingen steeds meer bepaald door verhuisbewegingen. Hieruit blijkt dat er een vertrekoverschot is bij jongeren, ondanks dat door de aantrekkelijke leefomgeving en de goede en korte reisafstand tot de belangrijke werklocaties in Zuid-Limburg de gemeente een geschikte woonlocatie voor jongeren en jonge gezinnen. De gemeente wil ruimte bieden aan initiatieven die gericht zijn op een kwalitatieve transformatie van bestaande panden waarbij voor de jongeren en jonge gezinnen betaalbare woningen worden gerealiseerd. Voorliggend planvoornemen voorziet hierin en is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030. 4.4.2 Welstandsnota Voerendaal 2013 Op 27 juni 2013 is de Welstandsnota Voerendaal 2013 vastgesteld. Door de gemeente zijn in deze nota welstandsgebieden met bijbehorende welstandsniveaus bepaald. Per gebied gelden specifieke criteria voor nieuw- of verbouw van bouwwerken. De gebiedscriteria zijn opgesteld per gebied dat een samenhangend karakter heeft. De beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning vindt plaats op verschillende schaalniveaus. In de welstandsnota is sprake van drie welstandsniveaus. Per welstandsniveau wordt getoetst op specifieke onderdelen. Dit is in onderstaande tabel aangegeven.

Onderhavig plangebied is gelegen binnen welstandsniveau 1, waarvoor de zware welstandstoets van toepassing is. De welstandsnota biedt naast het bestemmingsplan het kader waarbinnen bouwplannen ontworpen en beoordeeld moeten worden. 4.4.3 Conclusie gemeentelijk beleid Onderhavig project voldoet aan de Omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030. Voor het overige zijn binnen de gemeente Voerendaal geen beleidsstukken aanwezig die inhoudelijk relevant zijn voor het project, en derhalve beleidsmatig geen belemmeringen opleveren.

24

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Hoofdstuk 5

Milieutechnische aspecten

Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.

5.1

M.e.r.

Bij het realiseren van nieuwe woningen kan een milieueffectrapportage nodig zijn op basis van het Besluit m.e.r. of de Wet natuurbescherming. 5.1.1 Besluit m.e.r. Als bij woningbouw sprake is van een stedelijk onwikkelingsproject, zoals aangegeven in onder deel D 11.2, kolom 1, én wordt voldaan aan de drempel zoals opgenomen in kolom 2, dan is sprake van een m.e.r.-plicht. Zoals in paragraaf 4.2.5 aangegeven kan voorliggende planontwikkeling niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorts is geen sprake van een project dat betrekking heeft op (1) een oppervlak van 100 hectare of meer, (2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of (3) een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Op grond van het Besluit m.e.r. bestaat voor voorliggende planontwikkeling geen m.e.r. plicht. 5.1.2 Wet natuurbescherming Een project is ook mogelijk m.e.r.-plichtig als een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is. Dit kan het geval zijn als gevolg van toename van stikstof op stikstofgevoelige natuurgebieden. Zoals in paragraaf 6.5.3 aangegeven is bij voorliggende planontwikkeling een sprake van een toename van stikstof op stikstofgevoelige natuurgebieden. Op grond van de Wnb bestaat voor voorliggende planontwikkeling eveneens geen m.e.r. plicht. 5.1.3 Conclusie m.e.r. Gelet op vorenstaande vormt het aspect m.e.r.

geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

5.2

Bodem

5.2.1 Algemeen Indien sprake is van een planologische functiewijziging of ter plekke nieuwe verblijfsruimtes worden toegevoegd, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. 5.2.2 Verricht bodemonderzoek Bij onderhavige ontwikkeling is sprake van het toevoegen van een woning in een bestaande schuur. Ter plekke is geen sprake van een planologische functiewijziging, maar worden ten behoeve van de beoogde woning nieuwe verblijfsruimten toegevoegd. Derhalve heeft voor voorliggende locatie een verkennend bodem- en asbestonderzoek plaatsgevonden. De rapportage van het onderzoek is ingevoegd als Bijlage 2. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies gedaan:

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

25

Grondmengmonsters van zowel de boven- als ondergrond zijn analytisch onderzocht. Uit de analyseresultaten van de betreffende grondmengmonsters blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden.Uit de resultaten van het PFAS onderzoek blijkt, dat de concentraties PFAS de rapportagegrenzen niet overschrijden. Vorenstaande betekent, dat voornoemde stoffen (PFAS) geen invloed hebben op de bodemkwaliteit ter plaatse en derhalve ook geen invloed hebben op de uiteindelijke kwalificatie van de grond. Tevens is ter plekke zintuiglijk en middels analytisch onderzoek geen asbestverdachte materialen aangetoond. Op basis van de bevindingen kan de hypothese “onverdacht” met betrekking tot asbest worden bevestigd. Resumerend kan gesteld worden dat er vanuit milieuhygiënische oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen verbonden zijn ten aanzien van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de hiermee samenhangend bouwplannen ten behoeve van de realisatie van een woning. 5.2.3 Conclusie bodem Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

5.3

Geluid

5.3.1 Algemeen Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Onderhavig plangebied is gelegen buiten geluidszones van spoorwegen en/of industrieterreinen. Door de ligging aan de Steinweg (60 km/h) en de nabijheid van de A79 is wel sprake van wegverkeerslawaai. Ten aanzien van alle wegen, behalve 30 km/u wegen en wegen behorende bij een woonerf, geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die buitenstedelijk zijn gelegen en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone van 250 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Onderhavig plangebied is gelegen aan de Steinweg. Voor deze weg geldt een maximum snelheid van 60 km/u. Tevens is op korte afstand de weg Barrier/Valkenburgerweg (80 km/h) en de A79 gelegen. Dergelijke wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder gezoneerd, waardoor onderhavig plangebied binnen de geluidszones van beide wegen valt. Wanneer er ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen geluidzones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden.

Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een Hogere Waarde gevolgd dienen te worden. 5.3.2 Verricht akoestisch onderzoek De rapportage van het verrichte akoestische onderzoek wegverkeerslawaai is bijgevoegd als Bijlage 3. Op grond van het uitgevoerde akoestisch onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Barrier en Valkenburgerweg overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van het bouwplan; De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Steinweg overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op één gevel van het bouwplan. Daarnaast wordt op deze gevel ook de maximale ontheffingswaarde van 53 dB in buitenstedelijk gebied overschreden; De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de A79 overschrijdt op meerdere gevels van het bouwplan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op een aantal beoordelingspunten wordt ten gevolge van het wegverkeer op de A79 de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied eveneens overschreden.

26

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de A79 en Steinweg bedraagt 62 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘tamelijk slecht’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Door de betreffende geveldelen als “dove gevel” uit te voeren, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Voorliggende planontwikkeling voorziet in de juridische regeling, middels bouwaanduidingen voor de dove gevels en een voorwaardelijke verplichting in artikel 3.5.4 van de regels, op grond waarvan de daadwerkelijke realisatie van de dove gevels is verankerd. Als zodanig bestaat de mogelijkheid om ter realisatie van het bouwplan een hogere waarde door de gemeente vast te (laten) stellen.

Dit is overigens slechts mogelijk indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard stuiten. Gebleken is dat – kortheidshalve verwijzend naar de in het akoestisch rapport gegeven motivatie – het toepassen van geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht onvoldoende doeltreffend is. Het vaststellen van een hogere waarde loopt parallel aan de bestemmingsplanprocedure. De buitenruimte/tuin wordt gerealiseerd ten noordoosten van de bestaande bebouwing. Op deze locatie is al reeds het gebruik als tuin rechtstreeks toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Verder zal de bestaande bebouwing een deel van de geluidbelasting tegenhouden. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Opmerking Bij de locatie van de Steinweg 9 zijn door de overheid geluidreducerende maatregelen gepland (Meerjarenplan Geluidsanering), waarbij begin 2021 het definitieve plan bekend wordt gemaakt.

Gezien het nog niet bekend is hoe deze maatregelen er uit komen te zien kan hier geen rekening mee gehouden worden in het akoestische rekenmodel. Aan de hand van voorlopige varianten van deze maatregelen is het aannemelijk dat de geluidbelasting veroorzaakt door de A79, na het uitvoeren van deze maatregelen daalt met ca. 3 tot 5 dB. Dit draagt verder bij aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de juridische regeling van voorliggende planontwikkeling is in artikel 3.6.4 een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de voorwaardelijke verplichting voor het realiseren van de dove gevels (al dan niet gedeeltelijk) op te heffen indien de noodzaak hiertoe na vaststelling van het 'Meer Jaren Programma Geluidsanering' is komen te vervallen. 5.3.3 Conclusie geluid Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid – bij verlening van de hogere waarden en toepassing van voldoende karakteristieke geluidwering – geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

5.4

Milieuzonering

5.4.1 Algemeen Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen;

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

27

het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. 5.4.2 Bedrijfsactiviteiten Teneinde te bepalen of een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te realiseren woning aanwezig is, dient bestaande bedrijvigheid in de (directe) omgeving te worden beoordeeld. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)'. Valkenburgerweg 54 Ter plekke van de Valkenburgerweg 54 is een agrarisch fruitbedrijf gelegen. Uitgaande van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)' dient voor de bedrijfsbebouwing van akkerbouw en fruitteelt (SBI-code: 0111, 0113) een minimale richtafstand te worden gehanteerd van 30 meter voor het aspect geluid. Omdat de afstand van het plangebied tot onderhavig bedrijf 90 meter bedraagt, vormt dit agrarisch bedrijf geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling. Barrier 91 Op de locatie Barrier 91 is een autogarage gevestigd. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)' wordt een autogarage geschaard onder de categorie 'handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven' (SBI-code: 451, 452, 454). Voor deze categorie wordt een maximale richtafstand aangehouden van 30 meter voor het aspect geluid.

Gelet op de werkelijke afstand van 360 meter tot aan het plangebied, wordt ruimschoots voldaan aan deze richtafstand. Steinweg 7 Tevens is op de locatie Steinweg 7 een agrarisch bedrijf gevestigd. Uitgaande van de maximale richtafstand van 30 meter op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)' voor bedrijfsbebouwing van akkerbouw en fruitteelt (SBI-code: 0,111, 0,113) vormt deze bedrijfsvoering geen belemmering, aangezien de afstand tot onderhavig plangebied ruim 600 meter meter bedraagt. 5.4.3 Conclusie milieuzonering Gelet op de genoemde afstanden mag worden verondersteld dat in de omgeving aanwezige bedrijvigheid geen onevenredige hinder zal veroorzaken die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat ter plekke van de door cliënt beoogde woning. Andersom vormt de realisatie van de woning geen extra belemmeringen voor de ontwikkelmogelijkheden van deze bedrijven. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

5.5

Luchtkwaliteit

5.5.1 Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

28

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. 5.5.2 Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. 5.5.3 NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit.

Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.506 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. 5.5.4 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het belsuit is niet van toepassing op onderhavig planvoornemen. 5.5.5 Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.6

Externe veiligheid

Omdat ter plekke één nieuwe woning wordt beoogd, is in onderhavig gevalsprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid. 5.6.1 Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Groepsrisico

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

29

Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron.

Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. Verantwoording van het groepsrisico Voor bepaalde situaties geldt op basis van het beleid een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, de Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) en het Bevb (Besluit externeveiligheid buisleidingen) zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Voor buisleidingen geldt dat de verantwoording van het groepsrisico van toepassing is binnen de 1%letaliteitsafstand van de buisleiding.

Als de ruimtelijke ontwikkeling buiten de 100%-letaliteitsafstand plaatsvindt of buiten de 10-8 plaatsgebonden risicocontour voor toxische stoffen, of het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of met minder dan 10% toeneemt, kan een aantal onderdelen van de verantwoording achterwege worden gelaten. In dat geval richt de focus zich hoofdzakelijk op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid. Conform het Bevt dient een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde verantwoord te worden. 5.6.2 Beoordeling externe veiligheidsrisico's Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige (beperkt) kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico’s, is de Risicokaart Limburg geraadpleegd. Op de risicokaart is informatie opgenomen over risicovolle bedrijven, transportroutes en buisleidingen.

30

bestemmingsplanSteinweg 9 te Voerendaal

Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied

Risicovolleinrichtingen (Bevi) Binnen straal van circa 1 kilometer rondom onderhavige plangebied zijn een aantal risicovolle inrichtingen met bovengrondse propaantanks aanwezig: op circa 260 meter aan de Valkenburgberweg 52; op circa 340 meter aan de Terveurt 5; op circa 780 meter aan de Steinweg 5; op circa 830 meter aan de Retersbekerweg 2; op circa 875 meter aan de Hoensweg 17. Alle tanks hebben een inhoud kleiner dan 3.000 liter, behoudens de propaantank gelegen aan de Hoensweg 17 die een inhoud heeft van 6.400 liter. Voor alle tanks geldt dat onderhavig plangebied is gelegen buiten de te hanteren veiligheidsafstanden en deze derhalve geen belemmeringen vormen.

Transportroutes (Bevt) Ten opzichte van de te realiseren woning is in de omgeving een aantal transportroutes gelegen. A79 Op circa 40 meter is de autosnelweg A79 gelegen. Deze autosnelweg vormt de verbindingsweg tussen Maastricht en Heerlen. Uit de vervoersgegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A79 (wegvak L02) de stofcategorieën LF1, LF2, LT2, en GF3 worden vervoerd. De toxische vloeistoffen bepalen in dit geval de begrenzing van het invloedsgebied. Uit tabel 4-2 van de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) volgt dat de grens van het invloedsgebied als gevolg van transport van LT2 880 meter bedraagt. Hiermee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de A79. Voor wegvak L02 bedraagt de plaatsgebonden risicocontour 0 meter en geldt geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het plaatsgebonden risico en PAG vormen geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Voerendaal&id=b59d66b1-ae52-47da-af82-1ec6f808cf0a