CConstaterende datVoerendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal_Motivering (1)

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente VoerendaalBij agendapunt: Adviesrecht Raad omgevingsvergunning uitbreiden camping Ransdalerstraat 114, te Ransdaal (622564)16.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ransdalerstraat 114 Te Ransdaal Motivering Gemeente Voerendaal

Projectgegevens: Projectnummer: Datum:

M221717 27 mei 2025

Ransdalerstraat 114 Te Ransdaal Motivering Gemeente Voerendaal

Status:

NL.IMRO.0986.OVransdalerstr114ON01 ontwerp

Vestiging Baexem Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM 0475 - 45 92 60

Vestiging Ubachsberg Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL 045 - 575 32 55

IDN-nummer:

info@aelmans.com www.aelmans.com Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2

5 7

Aanleiding Geldend omgevingsplan

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

13

2.1 2.2 2.3

13 15 19

Bestaande situatie Beoogd project Ruimtelijk-visuele effecten

Hoofdstuk 3 Beleidskader

25

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid en regelgeving Gemeentelijk beleid

25 29 37

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

39

4.1

Bodem

39

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Geluid Bedrijvigheid Kwaliteit van de buitenlucht Omgevingsveiligheid Cultureel erfgoed Verkeer en parkeren Water Natuur Duurzaamheid en klimaat

40 40 41 41 43 44 46 49 53

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

55

5.1 5.2

55 58

Participatie en omgevingsdialoog Financiële uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 6 Afweging van belangen en conclusie

61

Motivering

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

3

4

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

1.1.1 Inleiding Ter plekke van de Ransdalerstraat 114 te Ransdaal is minicamping 'Op Gen Beukelskoel' gevestigd. Ter plekke is sprake van een bestaande minicamping met 40 kampeerplekken op circa 1,2 hectare.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Het voornemen bestaat om de bestaande camping in oppervlak (4.290 m²) en aantal kampeerplaatsen (met 35 tot een totaal van 75 stuks) uit te breiden, met daarbij benodigde halfverharding. Tevens wordt een nieuw sanitairgebouw (circa 80 m²) op het bestaande deel van het kampeerterrein voorzien. Ter plekke van de beoogde uitbreiding en gewenste nieuwe sanitair is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013', onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van Voerendaal, van kracht. Binnen de regels van de aldaar vigerende bestemming 'Agrarisch' is het inrichten en gebruiken van de gronden voor een camping, alsook het bouwen van een nieuw sanitairgebouw, niet toegestaan. Teneinde het voornemen alsnog mogelijk te maken, dient te worden afgeweken van het omgevingsplan. Dit is enkel mogelijk indien het voornemen passend is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). In voorliggende motivering wordt hierop nader ingegaan.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

5

1.1.2 Ligging projectgebied Onderhavig projectgebied is gelegen aan de Ransdalerstraat 114 te (6312 AK) Ransdaal. De beoogde uitbreidingslocatie grenst geheel aan de achterzijde van de woonpercelen behorende bij de Ransdalerstraat 98 t/m 106.

Luchtfoto met aanduiding projectlocatie 1.1.3 Begrenzing van het projectgebied Het bestaande kampeerterrein betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Voerendaal - sectie I nummers 95, 246 (gedeeltelijk), 247 (gedeeltelijk), en 336 (gedeeltelijk). De uitbreiding van het kampeerterrein is voorzien ter plekke van het kadastrale perceel gemeente Voerendaal - sectie I - nummer 417 (groot: 4.290 m²).

6

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Kadastrale kaart met aanduiding besluitgebied

1.2

Geldend omgevingsplan

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn alle geldende ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, e.d.) onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Voerendaal. Ter plekke van onderhavige projectlocatie zijn de regels van twee bestemmingsplannen van toepassing. 1.2.1 Bestemmingsplan 'Kernen Klimmen, Ransdaal,Ubachsberg,e.o.' Vooraleerst zijn ter plekke van de bestaande camping 'Op Gen Beukerskoel' de regels van het bestemmingsplan 'Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.' van toepassing. Op grond van dit bestemmingsplan geldt de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' .

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

7

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.' met aanduiding bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'

Binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' is een bouwvlak van circa 3.300 m² opgenomen. Hiervan is circa 2/3 onbebouwd, terwijl het bouwvlak voor 100% mag worden bebouwd met gebouwen met een maximale goothoogte van 5 meter en maximale bouwhoogte van 10 meter. Voorts zijn de aanduidingen 'bedrijfswoning' (met aanduiding voor maximaal 2 bouwlagen), 'kampeerboerderij', en 'caravanstalling' (ter plekke van de grote stal) van toepassing.

Geldend bouwvlak (links) en aanduiding 'kampeerboerderij' (rechts)

8

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Ter plekke van het westelijke deel van de bestaande camping is de bestemming 'Agrarisch' van toepassing.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.' met aanduiding bestemming 'Agrarisch'

Binnen de bestemming 'Agrarisch' is een aanduiding 'kampeerboerderij' opgenomen.

Aanduiding 'kampeerboerderij'

Naast de bestemmingen 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' en 'Agrarisch' zijn de dubbelbestemming 'Waarde -

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

9

Archeologie', de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - weg' en 'wro-zone - rode contour' van toepassing. Het beoogde sanitairgebouw is voorzien binnen de bestemming 'Agrarisch' ter plekke van de aanduiding 'kampeerboerderij', doch buiten het bouwvlak van de aangrenzend gelegen bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Het bestemmingsplan biedt geen binnenplanse bevoegdheden om het gewenste nieuwe sanitarigebouw alsnog mogelijk te maken. Hiertoe dient buitenplans te worden afgeweken. 1.2.2 Bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' De beoogde uitbreiding van de bestaande camping is gelegen binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013'. Op grond daarvan geldt de bestemming 'Agrarisch', de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie', en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone bodembeschermingsgebied' en 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'.

Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' met aanduiding perceel uitbreiding camping

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik. Het gebruiken van de gronden als kampeerterrein is binnen de regels niet toegestaan. Het bestemmingsplan biedt (eveneens) geen binnenplanse bevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders om alsnog de gewenste uitbreiding van de bestaande camping te faciliteren. Ook hiervoor geldt dat medewerking enkel buitenplans kan worden gefaciliteerd. 1.2.3 Facetbestemmingsplannen Naast de van toepassing zijnde bestemmingsplannen 'Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.' en 'Buitengebied 2023' zijn twee facetbestemmingsplannen in voorbereiding. De ontwerpen van deze facetbestemmingsplannen zijn ter inzage gelegd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor - bij vaststelling - deze plannen eveneens onderdeel gaan uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

10

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

1.2.3.1 Paraplu bestemmingsplan hoogzitten Vooraleerst is op 7 december 2023 het ontwerp bestemmingsplan 'Paraplu bestemmingsplan hoogzitten' bekend gemaakt. Met dit facetbestemmingsplan worden uitsluitend de mogelijkheden van hoogzitten geregeld. Dit in navolging op de door de provincie Limburg voor wildbeheer vastgestelde spelregels. Op basis van die spelregels wordt door de provincie in concrete gevallen toestemming daarvoor verleend. In het buitengebied zijn ten behoeve van wildbeheer hoogzitten nodig (hoogzitbouwwerken en aanzitladders). Om permanente hoogzitten juridisch mogelijk te maken dient betreffend facetbestemmingsplan. Dit facetbestemmingsplan impliceert geen belemmeringen voor voorliggend project. 1.2.3.2 Paraplu bestemmingsplan landschapselementen Tevens is op 7 december 2023 het ontwerp bestemmingsplan 'Paraplu bestemmingsplan landschapselementen' ter inzage gelegd. Met dit facetbestemmingsplan biedt de gemeente een juridische regeling voor behoud en handhaving van de waardevolle landschapselementen binnen buitengebied. Aan de hand van een inventarisatie is een actueel overzicht binnen het totale grondgebied van de gemeente verkregen. Voor wat betreft voorliggend projectgebied is vooraleerst de bestaande haag aan de buitenzijde als waardevol beoordeeld.

Ook de boomgaarden op het kampeerterrein zelf zijn als zodanig aangewezen, doch deze maken geen onderdeel uit van het plangebied van het facetbestemmingsplan. Ter plekke van de boogde uitbreiding van het kampeerterrein zelf is geen sprake van waardevolle landschapselementen.

Kaartuitsnede inventarisatie waardevolle landschapselementen

Ten behoeve van het aan het bestaande kampeerterrein toe te voegen perceel dient een doorgang te worden gerealiseerd in de op de perceelsgrens aldaar aangewezen als waardevol aangewezen haag. Op grond van de regels behorende bij het ontwerp facetbestemmingsplan is 'het vellen, rooien, dempen, egaliseren, afgraven of verwijderen van landschapselementen, dan wel het verrichten van werkzaamheden, die ernstige beschadiging, het versterven of de verdwijning van landschapselementen tot gevolg hebben' zonder omgevingsvergunning niet toegestaan. Deze vergunningplicht geldt niet voor onder andere werkzaamheden ten behoeve van normaal onderhoud en beheer, van ondergeschikte betekenis, of in het kader van het normale bodemgebruik. Het rooien van de haag over enkele meters ten behoeve van het creëren van een doorgang naar het nieuwe kampeerterrein betreft een activiteit van ondergeschikte betekenis. Bij ongewijzigde vaststelling van het ontwerp facetbestemmingsplan vormt dit geen belemmeringen voor onderhavig project. Aanvullend op vorenstaande is noemenswaardig dat in het kader van voorliggend project het nieuw toe te

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

11

voegen kampeerterrein volledig zal worden omzoomd met een nieuwe haag en op het terrein zelf zal worden voorzien in een nieuwe boomgaard. Zulks analoog aan het aangrenzende bestaande kampeerterrein.

12

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

In de jaren negentig van de vorige eeuw is ter plekke van de Ransdalerstraat 114 een kleinschalige kampeervoorziening in de vorm van een boerderijcamping met 15 kampeerplekken gerealiseerd. Dit ter verbreding van de agrarische bedrijfsactiviteiten. In 2007/2008 is een ruimtelijke procedure doorlopen op basis waarvan door de gemeente Voerendaal vergunning is verleend om, naast de gebezigde agrarische bedrijfsactiviteiten, de kleinschalige kampeervoorziening uit te breiden tot een minicamping met 40 kampeerplaatsen. Het bestaande kampeerterrein heeft een omvang van ruim 1,2 hectare. De bestaande situatie ter plekke van de bebouwing wordt inzichtelijk gemaakt in de volgende figuur. Achter het woonhuis bevindt zich de voormalige ten behoeve van de agrarische bedrijfsactiviteiten in gebruik zijnde bebouwing. Inpandig zijn diverse ruimten ingericht ten dienste van de bestaande minicamping. In de bebouwing direct grenzend aan het woonhuis betreft dit de sanitair-, (af)was), en recreatieruimten. In de grote stal is, naast een werkplaats en beperkte ruimte voor dierhuisvesting, overwegend sprake van caravanstalling en stalling van landbouwvoertuigen. Qua dierhuisvesting is sprake van 5 koeien en 3 paarden, welk gebruik als hobbymatig kan worden aangemerkt.

Gebruiksfuncties bebouwing

Het overige deel van onderhavig projectgebied is ingericht ten behoeve van de kampeerplaatsen en het parkeren (ter plekke van de vroegere voeropslagen). Ter plekke van de gewenste uitbreiding is sprake van weiland. De bestaande terreininrichting is aan de hand van onderstaande afbeelding weergegeven.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

13

Bestaande terreininrichting

Aan de hand van de volgende luchtfoto's wordt een beeld gegeven van de bestaande situatie ter plekke van het projectgebied.

14

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Luchtfoto's projectgebied bestaande camping inclusief beoogde uitbreiding

2.2

Beoogd project

In de bestaande situatie wordt de camping gerund door vader en zoon. De zoon is, naast de activiteiten gericht op de minicamping, in loondienst. Gelet op de leeftijd van de vader bestaat de wens om uit loondienst te gaan zodat de zoon zich volledig kan richten op de exploitatie van de minicamping. In dat verband is het noodzakelijk om de huidige geëxploiteerde camping uit te breiden, zodat dit een financieel haalbaar plaatje wordt. De agrarische bedrijfsmatige activiteiten ter plekke van onderhavige locatie zijn door de jaren heen afgeschaald tot een hobbymatig karakter. Het voornemen van de zoon (bedrijfsopvolger) is om een in hoofdzaak recreatief bedrijf gericht op kamperen te bezigen. In de huidige situatie wordt een grote vraag naar de bestaand geëxploiteerde reguliere kampeerplaatsen ter plekke van onderhavige camping ervaren. In de regio wordt, mede gevoed door actueel overheidsbeleid, door veel bestaande recreatiebedrijven ingezet op vernieuwing en verbijzondering van het kamperen. Als gevolg daarvan is regionaal bezien sprake van een afname van het aanbod aan 'traditionele kampeerplekken'. Dit is echter juist het kamperen zoals ter plekke van de camping 'Op Gen Beukelskoel' reeds lange tijd wordt

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

15

gebezigd. Cliënt is van mening, en ervaart dit ook als zodanig, dat juist ook (nog steeds) behoefte bestaat aan traditionele kampeerplekken. Ingegeven vanuit de nog steeds bestaande behoefte hiertoe is het voornemen om ter plekke van het recent verworven perceelnummer 417 een vergroting van het kampeerterrein door te voeren en deze in te zetten ten behoeve van het uitbreiden van het aantal 'traditionele' kampeerplekken. Het betreft een terrein van 4.290 m² waarmee de het aantal kampeerplekken op het gehele terrein kan doorgroeien naar 75 stuks. De huidige structuur en zeer nette inrichting van het bestaande kampeerterrein wordt doorgetrokken naar dit nieuwe kampeerterrein. Aanvullend zullen de bestaande en nieuwe kampeerplekken, alsook de rijpaden, met grastegels (open verharding) worden verstevigd zodat het terrein bij slechtere weersomstandigheden berijdbaar blijft. In de nieuwe situatie is sprake van een 'traditionele camping' met een seizoensgebonden exploitatie. Het kampeerseizoen betreft de periode van 15 maart tot en met 31 oktober van enig kalenderjaar. Voorzien wordt in 75 plekken van kampeermiddelen. Onder een kampeermiddel wordt in deze verstaan een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren. Deze kampeermiddelen mogen uitsluitend gedurende het kampeerseizoen aanwezig zijn.

De seizoensgebonden exploitatie en het toegestane soort recreatieverblijf kan als voorschrift bij de te verlenen omgevingsvergunning worden verbonden. Zo kan bijvoorbeeld worden voorgeschreven dat op een standplaats geen chalets, trekkershutten en/of stacaravns mogen worden geplaatst, waarmee het risico op 'chaletisering' wordt voorkomen. Mede gelet op de beoogde groei van het aantal kampeerplaatsen, het feit dat het bestaande sanitair enigszins gedateerd is, en de loopafstand tussen het kampeerterrein en dit sanitair, bestaat voorts de wens om een nieuw sanitairgebouw van circa 80 m² (inclusief overkapping) te realiseren. Dit nieuwe gebouw is voorzien aan de entree van het kampeerterrein zelf, als gevolg waarvan de loopafstand met circa 60 meter afneemt.

16

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Kampeerterrein en sanitair nieuwe situatie

In onderstaande figuur is de beoogde terreinindeling van camping 'Op Gen Beukerskoel' weergegeven. De kampeerplekken zelf zullen worden (half)verhard met open kunststof grasplaten. De padenstructuur en de ruimten voor parkeren zullen worden (half)verhard met grasbetontegels.

Beoogde terreininrichting

Aan de hand van onderstaande figuren is het gewenste sanitairgebouw inzichtelijk gemaakt.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

17

Aanzichten (boven) en plattegrond (beneden) sanitairgebouw

Referentiebeeld sanitairgebouw

18

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

2.3

Ruimtelijk-visuele effecten

Ieder ruimtelijk plan waarbij de mogelijkheid wordt gecreëerd om nieuwe voorzieningen te realiseren, gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk-visuele effecten. Zo ook voorliggend project waarbij een agrarisch perceel wordt toegevoegd aan, en ingericht als, kampeerterrein. In eerste instantie is noemenswaardig in dit verband dat de beoogde uitbreiding van de camping vanuit de straatzijde (Ransdalerstraat) niet zichtbaar is. Het zicht wordt belemmerd door de lagere ligging van de straat ten opzichte van de aanliggende woonpercelen, en de bestaande bebouwing. Aan de zuidzijde grenst de beoogde uitbreiding aan uitgestrekt buitengebied. De uitbreiding zelf is gelegen op een licht hellend terrein, waarbij het maaiveld vanuit de oostelijke punt van het terrein richting het meest westelijke punt afloopt met bijna 5 meter. Het maaiveld vanaf de perceelsgrens met de bestaande camping en het zuidwestelijke buurperceel loopt met bijna 2 meter af. Dit verval van het perceel is inzichtelijk gemaakt in de volgende figuur met hoogteprofielen.

Hoogteprofielen terreindeel uitbreiding camping

Vanuit de (openbare) wegenstructuur rondom het projectgebied, ten zuiden van Ransdaal, bestaat nauwelijks zicht op de beoogde uitbreiding. Dit zicht zal zich beperken tot vanaf de Akerweg, waarbij het zicht af zal nemen naar mate de Akerweg in zuid(oost)elijke richting wordt afgelopen. De hoogteprofielen vanaf de Akerweg richting het uit te breiden kampeerterrein zijn weergegeven in onderstaande figuren.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

19

Hoogteprofielen vanuit de Akerweg

De recent tussen de Akerweg en Achtbundersweg gerealiseerde verbinding is gelegen op meer dan 400 meter afstand tot onderhavig projectgebied. Gelet op de hoogteprofielen en het maaiveldverloop van het tussenliggende terrein zal geen zicht bestaan op de uitbreiding van de camping.

20

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Hoogteprofielen vanaf verbindingsweg Akerweg en Achtbundersweg

Ter hoogte van de gerealiseerde onsluiting op de Achtbundersweg richting de achterzijde van de agrarische bedrijfslocatie aan de Ransdalerstraat 70/70a/70b bestaat vanwege het tussenliggende oplopende maaiveld geen zicht op de camping.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

21

Hoogteprofiel ontsluiting op Achtbundersweg

Uitgaand op de hoogteprofielen vanuit de Achtsbunderweg ten zuidwesten van het projectgebied lijkt, vanwege terreinverloop zicht te bestaan. In de bestaande situatie wordt dit zicht (overigens op meer dan 400 meter afstand) reeds belemmerd door tussenliggende landschapselementen zoals hagen en bomen.

Hoogteprofielen vanaf Achtbundersweg

22

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Naast vorenstaande uiteenzetting met betrekking tot eventueel zicht vanuit de omgeving op de plek van de beoogde uitbreiding van de camping, dient te worden benoemd dat voorliggend project gepaard gaat met nieuwe landschappelijke aanplant rondom en op het nieuwe kampeerterrein. Daarop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9.2.4. Op grond van vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ruimtelijk-visuele effecten die optreden aanvaardbaar mogen worden geacht.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

23

24

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening Limburg . Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030.

3.1

Rijksbeleid en regelgeving

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is door het Rijk opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de lange termijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en verandering energievoorziening. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

In de NOVI wordt onder andere prioriteit gegeven aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Dit houdt in dat landgebruik in balans moet worden gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste moeten gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is én waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. In de NOVI wordt ten aanzien van Zuid-Limburg aangegeven dat de regio sociaaleconomische en fysieke opgaven heeft die van betekenis zijn in een bijzondere grensoverschrijdende omgeving (met regio's rond het Duitse Aken, het Waalse Luik en het Vlaamse Hasselt).

De opgaven die te maken hebben met bereikbaarheid (drielandentrein), circulaire economie (Chemelot) en bevolkingsdaling (voormalige mijnstreek) zijn stuk voor stuk fors en vragen alle drie internationale afstemming en overleg. Een rijksrol is daarbij noodzakelijk. 3.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Omgevingsbesluit

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

25

Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving.

Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat regels ter bescherming van de nationale belangen aan de hand van instructieregels, waaronder : waarborgen van veiligheid; beschermen van waterbelangen; beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; In Hoofdstuk 4 van deze motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in Hoofdstuk 4 bij het betreffende aspect behandeld. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.3.1 Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel op Rijksniveau voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van Artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien.

26

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Deze instructieregel geldt ook voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit regelt artikel 8.0b Bkl. 3.1.3.2 Stedelijke ontwikkeling Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Over de vraag wanneer precies sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich gebogen in een overzichtsuitspraak d.d. 28 juni 2017 (zaaknummer 201608869/1/R3). Daarin is onder andere overwogen dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m² deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Voorliggende planontwikkeling betreft op grond van de overzichtsuitspraak - gelet op het oppervlak van het toe te voegen terrein - een stedelijke ontwikkeling. 3.1.3.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Vervolgens dient te worden beoordeeld of sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.

Bij de beoordeling of sprake is van een 'nieuwe stelijke ontwikkeling' komt - gelet op de overzichtsuitspraak - tevens betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was. In dat verband kan bij voorliggende planontwikkeling vooraleerst worden overwogen dat bij voorliggende planontwikkeling het totale ruimtebeslag van het kampeerterrein toeneemt met 4.290 m² tot in totaal circa 16.500 m². Daartegenover staat dat op grond van geldende bestemmingsplan het nog niet benutte deel van het bouwvlak achter de grote (voormalige) stal circa 2.200 m² bedraagt dat voor 100% mag worden bebouwd. Bij voorliggend project wordt een nieuw sanitairgebouw voorzien met een oppervlak van circa 80 m². Indien het totale oppervlak van de extra kampeermiddelen zouden worden meegenomen in het nieuw te bebouwen oppervlak, en hiervoor per kampeermiddel gemiddeld een oppervlak van 15 m² (6x2,5 meter) zou worden gehanteerd, bedraagt het totale oppervlak aan nieuwe bebouwing circa 605 m² (80 + 35*15). Dit is slechts 27,5% (605/2.200 m²) van het het potentieel te bebouwen oppervlak van de agrarische bouwkavel.

Voorts is de bouwhoogte van het sanitairgebouw (maximaal circa 2,5 meter) en de te plaatsen kampeermiddelen (circa 3 meter) beperkt ten opzichte van de toegestane goot- (5 meter) en bouwhoogte (10 meter) voor bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak. Als gevolg hiervan is de ruimtelijke uitstraling van het project beperkt is ten opzichte van het gelden planologisch-juridische kader. Met het kunnen realiseren van de beoogde uitbreiding van het kampeerterrein, met daarbij nieuw te realiseren sanitair, is het mogelijk om een gezonde en duurzame bedrijfsvoering gericht op verblijfsrecreatie te kunnen (blijven) voeren. Het realiseren van nieuwe (agrarische) bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak is daarmee niet meer noodzakelijk. Bovendien wordt het toe te voegen kampeerterrein wordt omzoomd met hagen en op het terrein zelf wordt voorzien in nieuwe boomaanplant. De groene uitstraling van het perceel wordt hiermee versterkt. Het terrein wordt uitsluitend gedurende het kampeerseizoen (15 maart tot en met 31 oktober) gebruikt voor verblijfsrecreatie in de vorm van kampeermiddelen. Zoals in paragraaf 2.3 uiteengezet is de visualiteit van de uitbreiding vanuit de omgeving beperkt, en daarmee tevens de ruimtelijke uitstraling.

De nu voorliggende planontwikkeling impliceert een aanzienlijke afname van te realiseren bebouwing ten opzichte van het bij recht op grond van het vorige planologisch-juridische kader toegestane oppervlak aan bedrijfsbebouwing. Gelet op het bij recht toegestane oppervlak aan bedrijfsbebouwing en de bij voorliggend project te realiseren bebouwing kan worden overwogen dat geen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Desalniettemin wordt de planontwikkeling hierna, vanwege het uitbreiden van het totale ruimtebeslag (met 4.290 m²), zekerheidshalve aanvullend beschouwd als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

27

3.1.3.4 Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Beoordeeld dient te worden of onderhavig plangebied is gelegen binnen of buiten bestaand stedelijk gebied. De definitie hiervan luidt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) als volgt: 'op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen.' De beantwoording van de vraag of sprake is van de ligging binnen of buiten bestaand stedelijk gebied, hangt af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, planologisch-juridisch kader, en de aard van de omgeving.

Daarbij dient tevens op grond van jurisprudentie te worden beoordeeld of het voorgaande planologisch-juridisch kader binnen het gebied al een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied volgens het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Gelet op de definitie voor 'stedelijk gebied' kan de bestaande camping worden geschaard als liggind binnen een 'stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca'. Het bestaande kampeerterrein ligt weliswaar op de overgang naar het buitengebied. De beoogde uitbreiding van het kampeerterrein grenst zodoende aan bestaand stedelijk gebied, doch maakt zelf nog geen onderdeel uit van het 'bestaand stedelijk gebied'. Gelet hierop worden hierna de redenen uiteengezet waarom het project niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt ingegaan op de behoefte van de uitbreiding, de op te lossen knelpunten c.q. opgaven, en een verkenning van de oplossingen c.q. alternatieven. 3.1.3.5 Behoefte Ten behoeve van de gewenste uitbreiding van de camping is een bedrijfsplan uitgewerkt.

Onderdeel van dit bedrijfsplan is een marktverkenning. Deze marktverkenning is bijgevoegd als Bijlage 1. Camping Op Gen Beukelskoel richt zich met name op de leefstijlen (cf. Segmentatiemodel Leisure Leefstijlen Verblijfsrecreatie) 'rustig groen' en 'ingetogen aqua' en in iets mindere mate op 'gezellig lime'. De ‘rustig groene’ en ‘ingetogen aqua’ campinggasten kunnen in Zuid-Limburg feitelijk kiezen uit 36 camping met in totaal 836 plaatsen. Dit is goed voor 14% van het totale aanbod aan kampeerplaatsen. Een uitbreiding binnen deze categorie, waarin voorliggend project voorziet, zal niet direct als ‘meer van hetzelfde’ gekwalificeerd worden, eerder als een marginale uitbreiding van het aanbod. De behoefte aan het uitbreiden van het aantal traditionele kampeerplaatsen in onderhavig gebied wordt onderstreept door de themagroep vrijetijdseconomie (VTE). Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 3.2.2.5. 3.1.3.6 Knelpunten/opgaven en oplossingen c.q. alternatieven Enkele jaren geleden is contact geweest met de gemeente over de voorgenomen uitbreiding van de bestaande camping. De vraagstelling die daarbij centraal stond was de plek waar een eventuele uitbreiding van de camping mogelijk zou kunnen zijn. Uit dat contact is gebleken dat uitbreiding aan de achterzijde op eigendomsgronden vanuit ruimtelijk oogpunt niet wenselijk werd bevonden.

Daarmee zou 'dieper' in het buitengebied worden gegaan, alsook zou een uitbreiding aldaar - gelet op de hoogte in het landschap - vanuit de omgeving zichtbaar zijn. Een uitbreiding 'aan de zijkant' (westelijk grenzend aan het bestaande kampeerterrein) zou meer kans van slagen hebben. Daarmee wordt niet dieper het buitengebied 'ingedrongen'. Voorts is vanwege het natuurlijke terreinverloop van dit perceel de zichtbaarheid vanuit de omgeving minimaal.

28

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

Op basis van vorenstaande is het eigendom verworven van een deel van betreffende grond. Dit betreft het kadastrale perceelnummer 417, alwaar de nu voorliggende uitbreiding van het kampeerterrein is voorzien. 3.1.3.7 Conclusie ladder voor duurzame verstedelijking Gelet op vorenstaande uiteenzetting, waarbij voorliggend project is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, daarbij mede ingaand op de behoefte en knelpunten/opgaven en oplossingen c.q. alternatieven, wordt geconcludeerd dat bij voorliggende ontwikkeling sprake is van een zorgvuldig en duurzaam gebruik van de ruimte, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid en regelgeving Op grond van vorenstaande uiteenzetting van het Rijksbeleid wordt geconcludeerd dat voorliggend project hiermee geen strijdigheden oplevert

3.2

Provinciaal beleid en regelgeving

3.2.1

Omgevingsvisie Limburg

3.2.1.1 Algemeen Op 15 december 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door Gedeputeerde Staten, waarna vervolgens Provinciale Staten deze op 1 oktober 2021 hebben vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. In algemene zin is de Omgevingsvisie een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. In de visie worden onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed omschreven. Daarnaast worden tevens de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving - indachtig de Omgevingswet - in de Omgevingsvisie meegenomen. 3.2.1.2 Hoofdopgaven In de omgevingsvisie worden door de provincie drie hoofdopgaven onderscheiden die Limburg-breed spelen. Weliswaar verschillen de accenten per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: 1.

2. 3.

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving: a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.

3.2.1.3 Limburgse principes en algemene zonering Bij het maken van afwegingen op het gebied van de fysieke leefomgeving hanteert de provincie de volgende principes: gestreefd wordt naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; meer stad, meer land; zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, boven- én ondergronds. Voor het toekomstbeeld voor Limburg hanteert de provincie een indicatieve zonering. De verschillende categorieën worden ondergebracht bij drie hoofdtypes:

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

29

1.

2.

3.

landelijke gebieden: a. groenblauwe mantel b. Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura2000-gebied) c. buitengebied bebouwde gebieden: a. stedelijk gebied b. stedelijk centrum c. landelijke kern d. werklocaties infrastructuren: a. (inter)nationale weg b. provinciale weg c. (inter)nationale spoorweg d. (inter)nationale waterweg e. (lucht)haven f. (inter)nationale leidingstrook

De ter plekke van onderhavige camping (inclusief uitbreiding) van toepassing zijnde provinciale zonering is weergegeven in onderstaande figuur.

Zoneringen

Aan de straatzijde is de camping gelegen binnen de 'landelijke kern'. Ter plekke van het overige terrein zijn de zoneringen 'groenblauwe mantel' en 'buitengebied' van toepassing. De gewenste uitbreiding van het kampeerterrein is gelegen in de 'groenblauwe mantel' en het 'buitengebied'; niet nieuwe sanitairgebouw is voorzien binnen de 'groenblauwe mantel'. Groenblauwe mantel De gebieden aangewezen als groenblauwe mantel liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar de provincie goede combinatiemogelijkheden ziet voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige

30

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

monumentale en beeldbepalende gebouwen. In de groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. De provincie biedt mogelijkheden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer die bijdragen aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Gemeenten hebben de motiveringsplicht om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten in de groenblauwe mantel aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan. Bij nieuwe ontwikkelingen zal rekening gehouden moeten worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten, maar ook met regionale afspraken ten aanzien van de ontwikkeling van onder meer wonen, bedrijventerreinen, detailhandel en vrijetijdseconomie. Op deze motiveringsplicht in relatie tot voorliggend project wordt nader ingegaan in paragraaf 3.2.2.4. Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot.

Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. 3.2.1.4 Thematische visies De provincie onderscheidt in de omgevingsvisie de volgende thematische visies: wonen en leefomgeving veiligheid en gezondheid cultuur, sport en erfgoed economie werklocaties mobiliteit energie land- en tuinbouw water natuur landschap bodem en ondergrond Per thema beschrijft de provincie in de omgevingsvisie het provinciale belang, de opgave, de ambities en waar de provincie voor kiest. Voor voorliggend project is sprake van een ontwikkeling gericht op de vrijetijdseconomie. Daarop wordt in de thematische visie 'economie' door de provincie ingegaan. Aangegeven wordt dat de vrijetijdseconomie een belangrijke economische pijler in Limburg vormt. Daarover wordt het volgende in de omgevingsvisie vermeld: 'Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang.

Een stabiele balans is nodig: Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Bij de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing wordt verblijfsrecreatie vaak, zonder nadere kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing, als mogelijke nieuwe functie gezien. Dit is geen realistische

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

31

oplossing wanneer dan sprake is van enkel een kwantitatieve toevoeging. Oneigenlijk gebruik van verblijfsaccommodaties, (zoals permanent of tijdelijk wonen), leidt tot vertroebeling van de recreatieve identiteit en is ongewenst. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor handhaving, maar dat blijkt niet eenvoudig.' Specifiek ten aanzien van het thema vrijetijdseconomie hecht de provincie belang aan de volgende ontwikkelingen: De provincie wil het vakmanschap in de (water)recreatie sector versterken. Daarbij wordt bevorderd dat ondernemers, overheden en kennisinstellingen samenwerken aan een goede fysieke infrastructuur. Ook wordt het delen van data en kennis, het vormen van sterke netwerken en het ontwikkelen van een gezamenlijke marketingstrategie, die gericht is op de juiste doelgroepen, bevorderd. Een specifiek aandachtspunt daarbij is het voorkomen van overdruk om recht te doen aan belangen van inwoners; Gekozen wordt voor het verhogen van de kwaliteit van het aanbod. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dit geldt zowel voor verblijfs- als dagrecreatie; Dagrecreatieve voorzieningen zoals bioscopen, casino’s, kartbanen en trampolineparken horen thuis in het ‘bebouwd gebied’ (‘stedelijk gebied’, ‘stedelijke centrumgebied’ en ‘landelijke kern’).

Dit type voorzieningen en andere functies (zoals detailhandel en horeca) versterken elkaar en kunnen daardoor met name de vitaliteit van stedelijke centra versterken. De schaal van de voorziening dient te passen bij de schaal van de kern. In het buitengebied en de groenblauwe mantel zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein, een dagstrand, agrotoerisme of een visvijver voor de sportvisserij. Een uitzondering hierop is het vestigen van een grootschalige (boven)regionale dagrecreatieve trekker in het buitengebied; indien de beoogde locatie bij een integrale afweging de meest optimale locatie blijkt; De provincie blijft de voorkeur geven aan het gebruik van monumenten en beeldbepalende gebouwen voor de vestiging van nieuwe initiatieven op het gebied van vrijetijdseconomie, als daar kwantitatief en kwalitatief behoefte aan is; Het blijft wenselijk harde planvoorraad voor vrijetijdseconomie waarvoor geen zicht op realisatie is, te schrappen. De harde planvoorraad belemmert goede nieuwe initiatieven; De provincie blijft voorstander van afspraken over kwantiteit en kwaliteit van verblijfsrecreatie en hotels op regionale schaal; De kwaliteitsslag die is ingezet voor bungalowparken en kampeerterreinen moet worden voortgezet en aangevuld met een kwaliteitsslag voor hotels.

Bij deze kwaliteitsslag wordt in een maatwerkaanpak per individuele onderneming de gewenste doorontwikkeling bepaald. Mogelijke opties zijn daarbij onder meer: een verdere doorontwikkeling van het bedrijf, eventueel in combinatie met een kwaliteitsverbetering; een herontwikkeling van de bestaande locatie binnen de vrijetijdseconomie; een transformatie/sanering van de bestaande locatie naar een andere functie. Hier kan sprake zijn van een nieuwe functie voor bestaande gebouwen, sloop van die gebouwen of een combinatie daarvan. De provincie continueert het beleid om het gebruik van recreatieverblijven voor andere functies dan verblijfsrecreatie, zoals permanent en tijdelijk wonen, te verbieden. In afwijking van het voorgaande blijft, in het kader van de revitalisatie c.q. sanering van vakantieparken en kampeerterreinen, onder voorwaarden tijdelijke huisvesting van short-stay internationale werknemers toegestaan voor maximaal tien jaar. Indien nodig zal de provincie, in datzelfde kader en onder nader te bepalen voorwaarden, ook tijdelijke huisvesting van woonurgenten toestaan. In de basis wordt ingezet op het doorvoeren van een kwaliteitsslag van verblijfsaccommodaties, en het behoud en versterking van voorzieningen.

Voor de juiste doorvertaling van het provinciale beleid zijn regionale bestuursafspraken met de gemeenten in Zuid-Limburg gemaakt over onder andere de vrijetijdseconomie. Naar aanleiding van de gemaakte afspraken is in december 2019 de Visie Vrijetijdseconomie 2030 van de Zuid-Limburgse gemeenten en de provincie Limburg aangeboden aan de diverse gemeenten. In deze visie wordt verwoord op welke wijze de gemeenten gezamenlijk willen werken aan een toekomstbestendige toeristisch-recreatieve bestemming Zuid-Limburg.

32

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

De geformuleerde ambities voor de vrijetijdseconomie in Zuid-Limburg in 2030 zijn als volgt: toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio; kwalitatieve groei gaat boven kwantitatieve groei gaat; landschappelijke en stedelijke kwaliteiten moeten elkaar versterken; de vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen; inwoners en gasten kunnen heel Zuid-Limburg beleven. De strategie om de geformuleerde ambities ook daadwerkelijk te gaan realiseren is opgebouwd uit vijf pijlers: 1. Kwaliteit De focus van de vrijetijdseconomie ligt op groei in kwaliteit. Bescherming en verbetering van landschappelijke kwaliteiten, toeristisch-recreatieve voorzieningen en erfgoed staat hierbij centraal. 2. Verleiden De wens is om inwoners en gasten te verleiden om ook de minder bekende locaties in de regio te bezoeken. Het doel hiervan is langer te verblijven en vaker terug te komen. 3. Beleving van Zuid-Limburgse Grote Verhalen Om ervoor te zorgen dat inwoners en gasten geraakt worden door de bijzondere verhalen van Zuid-Limburg en zich daarmee verbonden voelen, zet de regio in op het ontwikkelen, ontsluiten en vervolgens promoten van de belangrijke Zuid-Limburgse verhalen. 4.

Duurzame vernieuwing Om nieuwe doelgroepen aan te (blijven) trekken en economisch vitaal te blijven, richt deze pijler zich op continue vernieuwing van het toeristisch-recreatief product. 5. Ondernemerschap en innovatie Deze pijler richt zich o.a. op het stimuleren van innovatie en cross-overs, thema- en doelgroepgericht werken, het opleiden van geschikt personeel en het verbinden van ondernemers met de streekidentiteit.

Bij voorliggend project wordt voorzien in een uitbreiding van een bestaande camping van 40 naar 75 kampeerplekken. Daarbij wordt ingezet op een uitbreiding in kwantitatieve zin voortbordurend op de bestaande kwaliteit van de camping voor regulier kamperen. De camping ligt als het ware op de overgang van Parkstad en het Heuvelland. Er bestaat (nog steeds) behoefte aan het 'traditioneel kamperen' zoals ter plekke van onderhavige camping aangeboden. Dit wordt ook in de praktijk ervaren bij de exploitatie van de camping. Daar waar veel andere campings in de regio inzetten op vernieuwing en inzetten op andere vormen van kamperen, is het de wens bij onderhavig voornemen júist om inzetten op het 'traditionele kamperen'. Advies themagroep vrijetijdseconomie (VTE) Omdat onderhavige uitbreiding niet past binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan heeft regionale afstemming plaats te vinden. Omdat 35 kampeerplekken worden toegevoegd is op grond van het beleid sprake van een grootschalig initiatief (>25 plaatsen). Het initiatief is dientengevolg afgestemd met het bestuurlijk overleg Nationaal Landschap Zuid-Limburg (BO NLZL) en het bestuurlijk overleg Ruimtelijke Economie (BO RE). Ten behoeve van deze afstemming is de beoogde uitbreiding van de bestaande camping aan de hand van het daartoe geëigende VTE-formulier en een bedrijfsplan nader uitgewerkt.

De camping heeft, zoals ook aangegeven in het bedrijfsplan, laten zien een structureel goede gemiddelde bezettingsgraad te hebben en vitaal te zijn waardoor de beoogde uitbreiding als een gezonde groei is gekwalificeerd. De themagroep vrijetijdseconomie (VTE) heeft op 3 november 2023 een definitief advies uitgebracht. Dit advies is bijgevoegd als Bijlage 3. Daarbij heeft de themagroep aangegeven allesoverziend positief tegenover

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

33

voorliggend project te staan. In het advies is een aantal specifieke opmerkingen meegegeven aan de gemeente: 1. 2. 3.

4.

De seizoensgebonden exploitatie moet zorgvuldig worden verankerd in de planregels; De definitie van een kampeermiddel dient eng te worden gemotiveerd zodat er geen risico bestaat op chaletisering; In de toelichting dient duidelijk het concept van seizoensgebonden verblijfsrecreatie te worden omschreven en te worden vewezen naar het bedrijfsplan, waarin het eindbeeld wordt geschetst van een traditionele camping; Er moet in de ruimtelijke procedure specifieke aandacht zijn voor de landschappelijke inpassing.

Aan vorenstaande aandachtspunten voldoet voorliggend project. 3.2.1.5 Gebiedsgerichte visies Naast de thematische visies gaat de provincie in de omgevingsvisie ook in op de gebiedsgerichte visies. Daarbij wordt voor ingegaan op de visie op bovenregionaal niveau, om vervolgens de visies voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg uiteen te zetten. Ten aanzien van de vrijetijdseconomie wordt onder andere aangegeven dat zowel in de groenblauwe mantel als het buitengebied kansen worden gezien, in combinatie met versterking van natuurwaarden en landschapskwaliteiten (groenblauwe mantel). Specifiek voor het landelijke gebied van Zuid-Limburg wordt het volgende vermeld ten aanzien van vrijetijdseconomie. 'De vrijetijdseconomie in Zuid-Limburg groeit in kwaliteit. De vrijetijdseconomie wordt beter verbonden aan het bewaken en verhogen van de kwaliteit van het Zuid-Limburgse landschap. Duurzaamheid is hierbij belangrijk, daarom worden toerisme en recreatie met respect voor mens en omgeving ontwikkeld. Door de realisatie van het landschappelijke raamwerk inclusief het groene stedelijk uitloopgebied van de stad-landzones, groeit het aanbod aan extensieve recreatiemogelijkheden in de randen van het middengebied sterk. We pakken de recreatieve overdruk in kwetsbare gebieden daarnaast aan door de (gemotoriseerde) mobiliteit in deze gebieden te beperken.

Voor de bezoeker straalt de binnentuin ‘het goede leven’ en de kleinschaligheid die daarbij hoort uit. Zuid-Limburg is één kwaliteitsvol toeristisch product voor de bewoners en bezoekers. Beleving van de Zuid-Limburgse Grote Verhalen, die veelal gekoppeld zijn aan het Zuid-Limburgse materieel en immaterieel erfgoed, zijn fysiek en digitaal zichtbaar en beleefbaar.' 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg

3.2.2.1 Algemeen De Omgevingsvisie Limburg is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de provincie Limburg. Daar waar de provincie van mening is dat het noodzakelijk is om bindende regels te stellen voor de uitwerking van onderdelen van beleid in de POVI, dan gebeurt dit in de omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven. regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen.

34

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

3.2.2.2 Gebiedsaanwijzigingen Bij de OvL behoort een aantal thematische kaarten. Deze kaarten zijn digitaal raadpleegbaar, waarbij op perceelniveau kan worden beoordeeld welke provinciale regels uit de OvL van toepassing zijn. Ter plekke van onderhavige locatie inclusief uitbreiding zijn diverse gebiedsaanwijzigingen van toepassing; deze zijn opgenomen in onderstaande figuur.

Gebiedsaanwijzigingen Omgevingsverordening Limburg ter plekke van projectgebied

Op de in casu aan de orde zijnde relevante instructieregels wordt hierna ingegaan. 3.2.2.3 Instructieregels beschermingsgebied 'Einstein Telescope' Vooraleerst is de gehele locatie in het beschermingsgebied 'Einstein Telescope'. Op grond van de instructieregels voor dit beschermingsgebied (Afdeling 16.1 Omgevingsverordening Limburg) zijn specifiek aangewezen activiteiten (zoals bijvoorbeeld de plaatsing van windmolens, of boringen dieper dan 100 meter) verboden. Voorliggend project voorziet niet in een bedoelde verboden activiteit, waardoor geen sprake is van strijdigheid met de regels van het beschermingsgebied 'Einstein Telescope'. 3.2.2.4 Instructieregels beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg' Het projectgebied is voorts gelegen binnen het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. In Afdeling 7.1 van de Omgevingsverordening Limburg zijn de instructieregels voor dit beschermingsgebied voorgeschreven.

Voorgeschreven is dat een motivering bij een omgevingsplan (of buitenplanse omgevingsplanactiviteit) dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg een beschrijving bevat van (a) de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten (reliëf, open-besloten karakter, groene karakter, en cultuurhistorisch erfgoed), (b) de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan, en (c) de wijze waarop de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Ten behoeve van voorliggend project is een landschappelijk inpassingsplan vervaardigd. Dit plan is bijgevoegd als Bijlage 2. Onderdeel van dit plan is een omschrijving van de in het plangebied voorkomende

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

35

kernkwaliteiten, de wijze hoe met de bescherming en de versterking van deze kwaliteiten wordt omgegaan, en hoe eventuele negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij het opstellen van het inpassingsplan is gebruik gemaakt van het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Als gevolg van voorliggend project is geen sprake van strijdigheden met de instructieregels van het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. 3.2.2.5 Instructieregels toevoeging vestigingsmogelijkhedenvrijetijdseconomie In artikel 12.6 van de Omgevingsordening Limburg zijn instructieregels opgenomen voor de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor vrijetijdseconomie. Een dergelijke toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad of planvoorraad vrijetijdseconomie wordt alleen toegestaan als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes, de provinciale omgevingsvisie, en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. In verband met deze provinciale instructieregels wordt het volgende overwogen. In paragraaf 3.2.1.4 is onderbouwd dat voldaan wordt aan de beleidsuitgangspunten van de POVI, aan de Visie Vrijetijdseconomie, en aan de bestuursafspraken in welk verband een positief advies is verkregen van de themagroep VTE.

Gelet op vorenstaande is als gevolg van voorliggend project is geen sprake van strijdigheden met de instructieregels voor toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor verblijfsrecreatie 3.2.2.6 Instructieregels grondwaterbeschermingsgebieden Onderhavig projectgebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, specifiek een freatisch grondwaterbeschermingsgebied. Freatische grondwaterbeschermingsgebieden zijn gebieden waar het grondwater zich rechtstreeks onder het oppervlak bevindt in een watervoerende laag, zonder een ondoorlatende laag erbovenop. De voeding gebeurt hier rechtstreeks door het insijpelen van hemelwater en/of oppervlaktewater. In afdeling 4.2 van de Omgevingsverordening Limburg zijn instructieregels opgenomen zoals deze gelden voor (onder andere) grondwaterbeschermingsgebieden. Het doel van deze instructieregels is het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de waterwinning, en het beschermen van de kwantiteit en kwaliteit van het grondwater. Bij voorliggende project is geen sprake van verboden activiteiten zoals opgenomen in afdeling 4.2 van Omgevingsvisie Limburg. 3.2.2.7 Instructieregels uitsluitingsgebied windturbines In artikel 13.1 van de Omgevingsverordening Limburg is bepaald dat ter plekke van het 'uitsluitingsgebied windturbines' geen plaatsing van een windturbine met een masthoogte van 25 meter of hoger toe wordt gelaten.

Daarvan is bij voorliggend project geen sprake. 3.2.2.8 Instructieregels ‘uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw’ Ter plekke van voorliggend projectgebied is sprake van de ligging in een uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw. In afdeling 10.1 is voorgeschreven dat een omgevingsplan een uitbreiding van het bouwvlak voor een glastuinbouwbedrijf onder specifieke voorwaarden kan toestaan in het uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw. Bij voorliggend project is geen sprake van een glastuinbouwbedrijf. 3.2.3 Conclusie provinciaalbeleid en regelgeving Gelet op het vorenstaande uiteenzetting wordt geconcludeerd dat onderhavig project past binnen het provinciale beleid en regelgeving.

36

Ransdalerstraat 114 te Ransdaal

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030 Op 22 december 2016 heeft de gemeenteraad van Voerendaal de Omgevingsvisie Voerendaal 2016-2030 vastgesteld. Met de omgevingsvisie anticipeert de gemeente op de over enkele jaren van kracht zijnde nieuwe Omgevingswet. Het gaat in de omgevingsvisie nadrukkelijk om een integrale visie op de fysieke leefomgeving die is gericht op het bevorderen van een vitale gemeente. In het kader van de vrijetijdseconomie wordt door de gemeente in haar omgevingsvisie in de basis ingezet op het stimuleren en faciliteren van toeristisch-recreatieve ontwikkelingen die inspelen op de identiteit van Voerendaal, ziet Voerendaal het als een meerwaarde als initiatieven ook toegevoegde waarde hebben voor het functioneren van de gemeenschap, en vindt de gemeente het belangrijk om ruimte te bieden voor nieuwe initiatieven op het gebied van kwalitatief onderscheidende en/of innovatieve vormen van recreatie- en verblijfsaccommodaties. Bij voorliggend project wordt juist ingezet op een uitbreiding van een bestaande camping in kwantitatieve zin. Geen sprake is van een vernieuwende en/of onderscheidende vorm van recreatie en verblijf. Zoals ook door de themagroep vrijetijdseconomie in haar advies aangegeven verdwijnen traditionale campings als gevolg van de transitie van veel campings naar glampings met bijzondere concepten of naar bungalowparken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Voerendaal&id=51f82d32-6132-4e51-97be-d643fb9eaf0d