Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
\ Raadsvoorstel Onderwerp:
Rd4 ontwerpbegroting 2022 en jaarrekening 2020
Openbaarheid:
Openbaar
Zaak 185344
Portefeuillehouder: Wethouder Verbraak Datum Raad:
03-06-2021
Nummer:
\ Samenvatting Het in voorbereiding van strategisch meerjarenplan van Rd4 werkt niet door in de begroting 2022. Van Voerendaal wordt voor 2022 een bijdrage verwacht van € 1.085.086; dat is € 49.867 meer dan de begroting 2021. Over de jaren 2017 en 2018 vindt een afrekening plaats van de PMD-inzameling, wat een nabetaling betekent van in totaal € 44.944. Over het jaar 2020 vindt een afrekening plaats van de variabele component en dat betekent een nabetaling van € 4.496. Over 2020 bedraagt het positieve organisatieresultaat € 16.854. De jaarrekening 2020 resulteert daarmee in een nabetaling van € 32.586. Deze zal ten laste komen van het jaarrekeningresultaat 2020. Met de verhoogde bijdrage voor 2022 zal meerjarig rekening worden gehouden in de gemeentelijke begroting. Verwacht wordt dat de energietransitie in Nederland tot ± 2026 tot kostenstijgingen zal leiden. Daarna verwacht men dat in de markt enige investeringen zijn gedaan die de omschakeling gaan versnellen en de verwerkingskosten gaan stabiliseren. Om de stijgingen op te vangen worden diverse acties ondernomen, waaronder bewustwording onder de burgers. Betere scheiding leidt namelijk tot lagere verwerkingskosten. \ Conceptbesluit 1. kennis te nemen van de jaarrekening 2020 Reinigingsdiensten Rd4; 2.
kennis te nemen van de gevraagde extra bijdrage met betrekking tot de afrekening van de variabele component, gesaldeerd voor het positieve organisatieresultaat over 2020 ad €32.586, en deze ten laste te brengen van het resultaat van de jaarrekening 2020. 3. een positieve zienswijze kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van Rd4 ten aanzien van de ontwerpbegroting 2022; 4. in te stemmen met de bijdrage voor 2022 door de gemeente Voerendaal ad € 1.085.086 voor het basispakket; dekking van dit bedrag zal plaats vinden middels een aanpassing van het vaste tarief afvalstoffenheffing 2022. In de begroting 2022 zal hiermee rekening worden gehouden. \ Grondslag \ Aanleiding Een gemeenschappelijke regeling dient in het voorafgaande jaar een (ontwerp)begroting op te stellen en deze aan de raden van de deelnemende gemeenten voor te leggen. Elke raad wordt zo in de gelegenheid gesteld een zienswijze aangaande deze begroting
Pagina 1 van 4
kenbaar te maken. De voorliggende ontwerpbegroting 2022 van Rd4 zal in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 1 juli 2021 worden vastgesteld. Vanwege het financieel belang voor de gemeente en ter vergroting van het inzicht in de bedrijfsvoering bij Rd4 wordt ook de jaarrekening 2020 meegestuurd. Met betrekking tot de jaarrekening kan geen zienswijze worden afgegeven. Omdat de gemeenschappelijke regeling Rd4 bestaat uit een aantal entiteiten (zoals de regeling zelf, Rd4 Kringloopbedrijf B.V., Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en het Textielsorteercentrum) levert Rd4 de financiële stukken aan in de vorm van één geconsolideerd stuk waarin de cijfers van het hele bedrijf worden samengevoegd. Dit is weliswaar in tegenspraak met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording maar levert wel een beter (totaal)beeld op van de organisatie. Echter, formeel, volgens de wetgeving, dient de zienswijze van de raad zich te beperken tot de begroting van de gemeenschappelijke regeling (dus de begroting exclusief Rd4 Kringloopbedrijf B.V., Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en Textielsorteercentrum). In 2021 zal Rd4 het nieuw strategisch meerjarenplan en het nieuwe grondstoffenplan 2022-2026 voorleggen.
\ Doel Binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt jaarlijks een sluitende begroting met als uitkomst een zogenaamd 0-resultaat opgesteld, omdat Rd4 tegen kostprijzen werkt en geen winstdoelstelling kent. Begroten is omgaan met onzekerheden. De Rd4begrotingen zijn zo realistisch mogelijk opgesteld. Dit om te voorkomen dat gemeenten achteraf nog moeten bijbetalen met niet gecalculeerde middelen. Meevallers binnen de Rd4 exploitatie ontvangen de gemeenten uiteraard als overschotten via de jaarlijkse jaarrekening retour. De opzet van de begroting vindt plaats aan de hand van de voorschriften Besluit Begroting & Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het werkproces voor de opbouw van deze begroting is net zo ingezet als voorafgaande jaren. De door de Rd4 aangeleverde gegevens zijn besproken met de (ambtelijke) Financiële en Beleidscommissie. \ Argumenten Medio 2021 zal Rd4 het nieuwe Strategisch Meerjarenplan 2022-2026 aanbieden onder de naam ‘Samen Steeds Slimmer’. Dit plan heeft nog geen invloed gehad op de voorliggende begroting 2022. Wel moet dit plan (waarin de bewustwording van de burger centraal zal staan) de routekaart worden naar een begin van een circulaire economie en een oneindig hergebruik van grondstoffen.
Eind 2021 zal het Grondstoffenplan 2022-2026 door Rd4 worden aangeboden als vervolg op het Afvalbeheersplan Fase I en II (2014-2020) waarin bewust richting is gekozen voor het verminderen van de hoeveelheid restafval en het stimuleren van verdere afvalscheiding. Voor de toekomst zal nog meer de nadruk worden gelegd op hergebruik en het ombuigen van afval naar grondstoffen. Uitdrukkelijk wordt er op gewezen dat de stijging in de lasten van Rd4 niet zo zeer zit in de organisatiekosten maar in de verwachte stijging in de verwerkingskosten van het afval. We verkeren momenteel in een periode waarin de omschakeling plaats vindt van een (eenmalige) verbruikseconomie naar een circulaire economie. Dit wordt gekenmerkt door het spanningsveld waarin fossiele brandstoffen en de gangbare (verbranden) verwerking nog vaak goedkoper is dan een duurzame verwerking of (prepareren voor) hergebruik. Rd4 verwacht dat de markt rond 2026 een omslagpunt hierin gaat bereiken. Door nu reeds voor te sorteren op wet- en regelgeving (en tegelijkertijd een actieve bijdrage te leveren) denkt Rd4 in de komende jaren de oplopende kostenstijgingen tot ± 4,7 miljoen te kunnen temperen. In het bedieningsgebied van Rd4 ligt het scheidingspercentage momenteel rond 72%. Gestreefd wordt naar een percentage van 80 in 2026. Goede scheiding wordt gezien als het fundament onder de kostenbeheersing.
Pagina 2 van 4
\ Kanttekeningen Nvt \ Relaties met programmabegroting en/of visiedocument Programma Volksgezondheid en milieu \ Financiële, juridische en organisatorische consequenties Jaarrekening 2020 Tegen de verwachtingen in laat de jaarrekening van Rd4 (geconsolideerd) een positief resultaat zien van € 973.072 (2019: € 275.770 ná inzet weerstandsvermogen). Dit resultaat geeft echter deels een vertekend beeld. Bij de accountantscontrole is gebleken dat het plan voor groot onderhoud aan de gebouwen niet meer voldoet aan de voorwaarden om een voorziening voor groot onderhoud op de balans te laten staan. Deze voorziening is dus vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Het gaat hier om een bedrag van € 542.884. Dit bedrag zal via een bestemmingsreserve alsnog worden gereserveerd voor groot onderhoud. Een en ander is terug te vinden op pagina 23 en 24 van de jaarrekening. Als we dit bedrag corrigeren op het resultaat van € 973.072 resteert nog een ‘genormaliseerd’ resultaat van € 430.188. Dit dient echter vervolgens weer uitgesplitst te worden naar verwerkingskosten per gemeente en een restantoverschot. Het resultaat op de verwerkingskosten bedraagt € 1.456.362 negatief. Dit negatieve resultaat wordt mede veroorzaakt door verwachte negatieve afrekeningen van het PMD over 2017 (€ 455.198) en 2018 (€ 632.909).
VOver de jaren 2017 en 2018 vindt een afrekening plaats van de PMD-inzameling, wat voor Voerendaal een nabetaling betekent van in totaal € 44.944. Over het jaar 2020 vindt een afrekening plaats van de variabele component en dat betekent een nabetaling van € 4.496. Over 2020 bedraagt het positieve organisatieresultaat € 16.854. De jaarrekening 2020 resulteert daarmee in een nabetaling van € 32.586. Deze zal ten laatste komen van het jaarrekeningresultaat 2020. Het bestuur van Rd4 stelt voor het positieve organisatieresultaat niet toe te voegen aan het weerstandsvermogen van de organisatie maar ten gunste van de deelnemers te laten komen. Omtrent het afrekenen van PMD worden nog juridische procedures gevoerd. De genoemde bedragen zijn 50% van het totale belang. Voor de jaren 2019 en 2020 is nog geen inschatting te maken, maar ook hier dient rekening te worden gehouden met terug te betalen voorschotvergoedingen. Een stukje toelichting uit de jaarrekening van Rd4: ‘Inzake de PMD-afrekening is destijds in de boekjaren 2017 en 2018 uitgegaan van de aannames welke destijds bekend waren. De jaren 2015 en 2016 zijn in boekjaar 2019 definitief afgewikkeld.
Dit was op basis van een aangepast uitvoeringsbesluit zoals dat eind 2018 na een moeizaam proces is overeengekomen tussen de producenten (Afvalfonds) en de overheid (VNG).’ Belangrijke aspecten waren: - Hoogte vermarktingsvergoeding; - Verrekenen kunststof niet-zijnde verpakkingen; - Verrekenen PET-tray’s; - Niet afrekenen op gesorteerde maar op verkochte hoeveelheden. Naar verwachting zal de rechter in november a.s. uitspraak doen in genoemde juridische procedure. Vanaf 2022 zal overigens zeer waarschijnlijk niet meer afgerekend worden op basis van het regiemodel (waarbij niet alleen wordt gekeken naar de aangeleverde hoeveelheden, maar ook naar daadwerkelijk afgezette/verkochte hoeveelheden) maar op basis van het bronscheidingsmodel ofwel aangeleverde hoeveelheden. De invloed van corona is moeilijk aan te wijzen in de jaarrekening. Er zijn weliswaar extra kosten gemaakt voor thuiswerkplekken (76.000), extra kilometervergoedingen (vanwege beperkte bezetting vrachtwagens) en extra inhuur ivm ziekteverzuim, gederfde opbrengsten kringloopwinkel (250.000) en textielsorteercentrum (260.000) maar die konden deels worden opgevangen door in te spelen op de situatie;
Pagina 3 van 4
bijvoorbeeld door personeel elders in te zetten. De stormloop bij de eerste lock down op de milieuparken heeft wel geleid tot extra hoeveelheden te verwerken afval met navenant hogere verwerkingskosten. Het is echter extreem moeilijk om het corona-effect hierin exact te kwantificeren. De vrees die werd geuit in de raadsinformatiebrief van 6 juli 2020 (namelijk een te verwachten negatief effect van € 2.500.000) is dus niet bewaarheid. Een andere factor die mede deze extra kosten heeft opgevangen zijn de lager dan geraamde afschrijvingskosten. Als gevolg van het uitstellen van investeringen (in met name het wagenpark) in 2019 vielen de afschrijvingen lager uit dan voorzien. \ Uitvoering Nvt
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN VOERENDAAL De secretaris
De burgemeester
C.J.H.M. Janssen
W. Houben
\ Bijlagen Besluit inzake bestemming resultaat Rd4 2020 - vastgesteld AB 08.04.2021.pdf (original), GR - Begro en meerjarenbegroting 2023-2025 GR Rd4 enkelvoudig - gemeenteraden.pdf (original), GR - Begroti 2022 GR Rd4, geconsolideerd - gemeenteraden.pdf (original), Jaarrekening BV Facilitairbedrijf Rd4 2 vastgesteld AB 08.04.2021.pdf (original), Jaarrekening GR Rd4, enkelvoudig 2020 - vastgesteld AB 08.04.2021.pdf (original), Jaarrekening GR Rd4, geconsolideerd 2020 - vastgesteld AB 08.04.2021.p (original), Jaarrekening NV Rd4 2020 - goedgekeurd RvC 08.04.2021.pdf (original)
Pagina 4 van 4