R_Bijlage 7 Externe Veiligheid
Tekst van het document
MEMO PROJECT
Bestemmingsplan Open Club Klimmen
PROJECTNR.
SLM016073
ONDERWERP
Onderzoek externe veiligheid
REFERENTIE
SLM016073.NOT002.v2.AC.RL
AUTEUR
Ann-Sofie Corthouts
DATUM
14 januari 2022
1
INLEIDING
De gemeente Voerendaal is voornemens om het gebied rondom Basisschool Ummer Clumme, de voetbalvelden van VV Hellas en Tennisvereniging Klimmen opnieuw in te richten. Onderdeel van deze plannen is het realiseren van de Open Club Klimmen (OCK), waarin een combinatie aan functies gerealiseerd wordt. Dit betreft ondermeer nieuwbouw van de basisschool, de kantine voor de voetbal- en tennisvereniging, een gymzaal, de bibliotheek, een kinderdagopvang, wijkverpleging en fysiotherapie. Daarnaast worden er enkele woningen, in de vorm van appartementen, gerealiseerd in het gebied. In onderstaande figuur 1-1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is in voorliggende notitie het aspect ‘externe veiligheid’ beschouwd.
Figuur 1-1 Ligging plangebied
wsp.com
pagina 1/6
2
EXTERNE VEILIGHEID
2.1
ONGEVALLEN GEVAARLIJKE STOFFEN
Op basis van de publieke risicokaart zijn de aanwezige risicobronnen in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd. In figuur 2-1 is de situering van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen risicobronnen grafisch weergegeven.
1
2
Figuur 2-1 Risicobron (groene lijn) ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd)
De volgende risicobronnen zijn nader beschouwd in relatie tot het planvoornemen. Het betreft: 1. Basisnetroute gevaarlijke stoffen, A79: afrit 4 (Hulsberg) – Knooppunt Kunderberg 2. Terveurt 5; 3. Hogedrukaardgasleidingen; Binnen een straal van 4.000 meter van het plangebied zijn geen spoorroutes gelegen waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden. Deze zijn dan ook niet relevant vanuit het oogpunt externe veiligheid. Externe veiligheid beschrijft de grootte van het overlijdensrisico als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. De mate van externe veiligheid wordt bepaald door de grootte van het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
wsp.com
pagina 2/6
Plaatsgebonden risico:
risico op een plaats buiten een inrichting, een transportroute of een buisleiding, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting, op die transportroute of met die buisleiding, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is vastgesteld op ten hoogte 1 x 10 -6 per jaar voor kwetsbare objecten. Groepsrisico:
cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting, een transportroute of een buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting, op die transportroute of met die buisleiding waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde: - 10-5 per jaar voor 10 dodelijke slachtoffers - 10-7 per jaar voor 100 dodelijke slachtoffers - 10-9 per jaar voor 1000 dodelijke slachtoffers De oriëntatiewaarde is het ijkpunt in een systeem waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. Een toename van het groepsrisico dient dan ook verantwoord te worden. 2.1.1
ANALYSE PLAATSGEBONDEN RISICO
TERVEURT 5
De inrichting aan de Terveurt 5 is gelegen op circa 750 meter van de grens van het plangebied. Op basis van de gegevens van de openbare risicokaart geldt voor deze bron, zijnde een bovengrondse propaantank, een risicocontour van maximaal 25 meter. Deze bron levert daarmee geen belemmering op voor het plan. BASISNETROUTE GEVAARLIJKE STOFFEN, A79: AFRIT 4 (HULSBERG) – KNOOPPUNT KUNDERBERG
Volgens de Regeling basisnet geldt voor het wegtracé A79, afrit 4 (Hulsberg) – Knooppunt Kunderberg ter hoogte van het plangebied een risicocontour van 0 meter. Voor dit tracé is daarnaast geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Het plaatsgebonden risico van deze bron vormt daarmee geen belemmering. HOGEDRUKAARDGASLEIDINGEN
Op ruim 3.000 meter (ten noordoosten) van het plangebied zijn een aantal buisleidingen gelegen. Het plangebied is in ieder geval buiten de PR-contouren van de leidingen gelegen. Daarmee leveren deze bronnen geen belemmering op voor het plan.
wsp.com
pagina 3/6
2.1.2
ANALYSE GROEPSRISICO
TERVEURT 5
De inrichting bevindt zich op circa 750 meter van het plangebied. Omdat een toevoeging van personen op een dergelijk grote afstand geen invloed heeft op het groepsrisico van deze bron is nader onderzoek niet noodzakelijk. BASISNETROUTE GEVAARLIJKE STOFFEN, A79: AFRIT 4 (HULSBERG) – KNOOPPUNT KUNDERBERG
De afstand van het wegtracé tot het plangebied bedraagt circa 500 meter. Conform artikel 8 van het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes is het voor een plan dat buiten 200 meter van een transportroute is gelegen, niet noodzakelijk om in te gaan op o.a. de hoogte van het groepsrisico. HOGEDRUKAARDGASLEIDINGEN
De invloedsgebieden van de buisleidingen op ruim 3.000 meter van het plangebied reiken in ieder geval niet over het plangebied en zijn hiermee niet relevant vanuit het oogpunt externe veiligheid. 2.1.3
VERANTWOORDING GROEPSRISICO
Het plangebied is gelegen op een afstand van 500 meter van de A79. Conform de Regeling Basisnet worden er over het wegtracé naast brandbare gassen (GF3), brandbare vloeistoffen (LF1 en LF2) en toxische vloeistoffen (LT2) vervoerd. Het invloedsgebied van de A79 wordt bepaald door het transport van toxische vloeistoffen (LT2) en bedraagt 880 meter conform de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). Daarmee is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van de A79. Overeenkomstig artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient wel ingegaan te worden op de voorbereiding en bestrijding van een ramp en op de mogelijkheid van personen om zich in veiligheid te stellen bij het voordoen van een ramp. A. Voorbereiding en bestrijding van een ramp Ten behoeve van de bestrijdbaarheid van een ramp valt te denken aan: - Het snel alarmeren van de brandweer; - Een goede bereikbaarheid van het gebied over 2 verschillende routes vanuit 2 tegengestelde windstreken; - Aanwezigheid van voldoende water; - Voldoende mogelijkheid om de omgeving te waarschuwen. B. Mogelijkheid van personen om zich in veiligheid te stellen Ten behoeve van de zelfredzaamheid van personen valt te denken aan: - Risicocommunicatie richting de gebruikers van het object; - Tijdige alarmering; - Mogelijkheid tot schuilen in een gebouw waarvan de toevoer van buitenlucht is uit te schakelen.
Conform artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient de gemeente Voerendaal de Veiligheidsregio Zuid-Limburg in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen voer de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. 2.1.4
CONCLUSIE
Aangezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de A79 is gelegen, dienen de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg meegewogen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
wsp.com
pagina 4/6
Het bevoegd gezag moet hiertoe de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen over bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied. 2.2
HOOGSPANNINGSLIJNEN
De magneetveldzones rond het bovengrondse hoogspanningsnet zijn door het RIVM vastgelegd in de Netkaart. Deze Netkaart bevat de breedte van de indicatieve magneetveldzone. Indien de indicatieve zone een bestemmingsplan overlapt, moet nader onderzoek plaatsvinden. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat de dichtstbijzijnde hoogspanningslijnen ten westen van het plangebied liggen.
Figuur 2-2 Ligging hoogspanningslijnen ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld)
De indicatieve zone voor de hoogspanningslijnen bedraagt maximaal 65 meter aan weerszijden. Het plangebied ligt buiten deze indicatieve zone, waardoor de hoogspanningslijnen geen risico opleveren voor de planrealisatie. 2.3
ZENDMASTEN
Uit het Antenneregister blijkt dat de meest nabij gelegen zendmasten op een afstand van circa 500 meter liggen. Dit betreffen GSM-masten, LTE-masten, UMTS-masten, vaste verbindingen en 5Gmasten.
wsp.com
pagina 5/6
Figuur 2-3 Ligging zendmasten ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd)
Agentschap Telecom, toezichthouder op het gebruik van elektromagnetische velden, voert jaarlijks door heel Nederland steekproefsgewijs veldsterktemetingen uit om na te gaan of de blootstellingslimieten worden overschreden. Uit geen enkele van de veldsterktemetingen blijkt dat de blootstellingslimieten op publiek toegankelijke plaatsen in Nederland worden overschreden. 2.4
CONCLUSIE
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de A79 is, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Het bevoegd gezag moet hiertoe de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen over bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied. De overige risicobronnen in de directe omgeving vormen geen belemmering voor de planrealisatie.
wsp.com
pagina 6/6