Legesverordening Gemeente Voerendaal 2026 (2)
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de invordering van Gemeente Voerendaal leges 2026 De raad van de gemeente Voerendaal; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en artikel 156, eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel h van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit: vast te stellen de ‘VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LEGES GEMEENTE VOERENDAAL 2026 (Legesverordening Gemeente Voerendaal 2026)
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder: a. 'dag': de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. 'jaar': het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n–1)e dag in het volgende kalenderjaar; c. 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december; d. 'maand': het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n–1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n–1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; 1
e. 'week': een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen
1. Leges worden niet geheven voor: a. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; b. beschikkingen of afschriften die betrekking hebben op een subsidie uit de gemeentekas, waaronder begrepen beslissingen op een aanvraag, die worden uitgereikt aan belanghebbenden; c. het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, voor zover deze uitsluitend betrekking heeft op het plaatsen van zonnepanelen, niet zijnde zonnepanelen in een grote of kleine zonneweide of energietuin;
2
d. opgaven en stukken, verstrekt aan de pers voor bekendmakingen in de nieuwsbladen; e. de uitreiking aan belanghebbenden van beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging daarvan betreffende enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; f. beschikkingen op verzoek- en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen of retributies; g. diensten waarvan de kosten krachtens de afdelingen 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald. 2. Geen leges worden geheven van openbare besturen, ambtenaren en instellingen voor nasporingen, inlichtingen of andere diensten en stukken, door hen in het openbaar belang gevraagd. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing
De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
3
Artikel 7 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, dat besluit of die handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden
1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: •
van zuiver redactionele aard zijn;
•
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van
4
de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: •
artikel 1.8a (verstrekkingen burgerlijke stand);
•
artikel 1.17 (schriftelijke verstrekking uit de Basisregistratie Personen);
•
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten);
•
paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
•
artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);
•
artikel 1.25, onderdeel a (verklaring omtrent het gedrag);
•
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
2. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de in artikel 2.1, vierde lid van de tarieventabel genoemde Bijlage I bij de tarieventabel. Artikel 10 Overgangsrecht
1. De ‘Legesverordening 2025’ van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. 5
Artikel 11 Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Legesverordening Gemeente Voerendaal 2026”.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2025. DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL, Namens deze, De griffier, F. Meijerink
Bijlage Tarieventabel behorende bij de Legesverordening Gemeente Voerendaal 2026 Indeling tarieventabel: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Personen 6
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Paragraaf 1.10
Diversen
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 Voorfase Paragraaf 2.3 Activiteiten bouwwerken Paragraaf 2.4 Activiteiten cultureel erfgoed Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.11
Overige tarieven
Paragraaf 2.12
Modaliteiten
Paragraaf 2.13
Vermindering
7
Paragraaf 2.14
Teruggaaf
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Paragraaf 3.5 Standplaatsen Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap Paragraaf 3.6A
Wet kinderopvang
Paragraaf 3.6B Overige bedrijfsmatige activiteiten
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op: a. dinsdag en donderdag om 09.00 uur als lokethandeling en zonder enig decorum:
€ 0,00
b. maandag tot en met vrijdag van 09.30 uur tot 18.30 uur:
€ 236,00
c. zaterdag van 09.30 uur tot 18.30 uur:
€ 446,00
Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte:
8
a. als lokethandeling en zonder enig decorum tijdens de openingsuren van het gemeentehuis:
€ 39,00
b. op maandag tot en met vrijdag van 09.30 uur tot 18.30 uur:
€ 236,00
c. op zaterdag van 09.30 uur tot 18.30 uur:
€ 446,00
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek, het tarief genoemd in artikel 1.1 verhoogd met: € 157,00 Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek, het tarief genoemd in artikel 1.2 verhoogd met:: € 157,00 Artikel 1.4a Beoordeling en afhandeling huwelijk/partnerschap op locatie Het tarief bedraagt voor de beoordeling en administratieve afhandeling van een verzoek voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op locatie:
€ 105,00
Artikel 1.4b Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap op locatie Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op een vooraf goedgekeurde locatie binnen de gemeentegrenzen: a. op maandag tot en met vrijdag (met uitzondering van een nationaal erkende feestdag) van 10.00 uur tot 21.00 uur:
€ 236,00
b. op zaterdag (met uitzondering van een nationaal erkende feestdag) van 10.00 uur tot 21,.00 uur:
€ 446,00
Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag, mits beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden:
€ 25,00
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: € 40,00 Artikel 1.7 Gereserveerd Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: a. een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering:
9
€ 42,00
Artikel 1.8a Diversen Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:
Definitief
a. elk afschrift van een akte van de burgerlijke stand als bedoeld in artikel 23b, tweede lid van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
€ 17,80
b. elk uittreksel als bedoeld in artikel 23b, eerste lid van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek € 17,80 c. elke verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
€ 31,10
d. attestatie de vita (internationaal)
€ 17,80
e. elk meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand
€ 17.80
f. een, betreffende een in de onderdelen a, b, d of e genoemd stuk, meertalig formulier als bedoeld in artikel 7, eerste lid van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200) € 17,80 g. een, betreffende een in onderdeel c genoemd stuk, meertalig formulier als bedoeld in artikel 7, eerste lid van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200)
€ 24,00
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten
Ontwerp
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van de in dit artikel genoemde documenten het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent), zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden: a. een nationaal paspoort: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 88,65
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 67,05 b. een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 88,65
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 67,05 c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 88,65
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 67,05 d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
10
€ 67,05
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart
Ontwerp
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van de in dit artikel genoemde documenten het ten hoogste te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent), zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden: a. een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 80,10
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 43,20 b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
€ 39,05
Artikel 1.11 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a. voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:
€ 60,30
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen
Ontwerp
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs, het tarief, zoals dat is opgenomen in artikel 104b van het Reglement rijbewijzen, inclusief de a. rijkskostencomponent, zijnde het bedrag dat de gemeente moet afdragen aan de RDW als vergoeding van de produktiekosten van het rijbewijs (afgerond naar beneden op vijf cent:
€ 53,65
tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs via de RDW, het tarief, zoals b. dat is opgenomen in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer (afgerond naar beneden op vijf cent) € 53,65 Artikel 1.13 Modaliteiten 1. Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt: a. bij een spoedlevering verhoogd met:
€ 39,65
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Personen
11
Artikel 1.14 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de Basisregistratie Personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn (leges)
€ 10,50
b. tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn (gratis pensioen) d. tot het verstrekken van overige gegevens, per verstrekking:
€ 10,50
Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking voor ieder daaraan besteed kwartier
€ 25,00
Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking
Tarief ‘25
In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: € 7,50 Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen Basisregistratie Personen 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de Basisregistratie Personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:
€ 25,00
2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een afschrift van de gemeentebegroting:
€ 50,00
b. een afschrift van de gemeenterekening:
€ 47,00
12
Artikel 1.20 Gereserveerd
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Gereserveerd Artikel 1.22 Gereserveerd Artikel 1.23 Gereserveerd
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Gemeentegarantie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening:
€ 31,00
Artikel 1.25 Overige publiekszaken
Tarief ‘25
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:
€ 41,35
b. tot het legaliseren van een handtekening:
€ 10,50
c.
tot het ter legalisatie zenden van stukken naar een andere gemeente in Nederland, in het persoonlijk belang van de aanvrager: € 10,50
d.
tot het afgeven van een verklaring dat de foto op een stuk, de foto is van degene, te wiens name het stuk is gesteld of van degene die in dat stuk wordt bedoeld:
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Gereserveerd
13
€ 10,50
Artikel 1.27 Gereserveerd Artikel 1.28 Gereserveerd
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014 Gereserveerd Artikel 1.30 Leegstandwet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:
€ 144,00
b. verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:
€ 48,00
Artikel 1.31 Wet op de kansspelen
Tarief ‘25
1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: A. voor een bepaalde tijd van minimaal twaalf maanden en maximaal vier jaar, per twaalf maanden of naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning: a. voor één kansspelautomaat:
€ 56,50
b. voor twee of meer kansspelautomaten: een basisbedrag van:
€ 34,00
per kansspelautomaat verhoogd met:
€ 22,50
B. voor onbepaalde tijd: a. voor één kansspelautomaat:
€ 95,00
b. voor twee of meer kansspelautomaten: een basisbedrag van:
€ 64,00
per kansspelautomaat verhoogd met:
€ 56,00
2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning met een totaal prijzengeld van minder dan € 4.500): € 26,00 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2.27 van de Algemene plaatselijke verordening: € 378,00
14
Artikel 1.32 Telecommunicatiewet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: a. bij een sleuflengte van: 0 – 100 meter:
€ 315,00
101 – 1.000 meter:
€ 368,00
1.001 m en langer:
€ 420,00
b. als het betreft werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met: € 1,65 en per lasgat verhoogd met:
€ 1,90
c. als het betreft werkzaamheden in bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met: € 1,55 en per lasgat verhoogd met: d. als met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met:
€ 1,90
€ 47,00
e. als met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 3. De tarieven bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c worden verminderd met de van de melder verkregen of te verkrijgen privaatrechtelijke vergoeding voor beheerskosten in verband met de werkzaamheden, met dien verstande dat de uitkomst van de vermindering niet minder dan nihil kan bedragen Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten:
€ 36,00
b. een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:
€ 36,00
c. verstrekking of verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): -
15
indien geen medisch advies is vereist:
€ 26,00
-
indien een medisch advies op basis van een dossierstudie toereikend is, exclusief werkelijke kosten dossierstudie:
€ 26,00
indien een medisch advies op basis van een geneeskundig onderzoek is vereist, exclusief werkelijke kosten geneeskundig onderzoek: € 26,00
d. het nemen van een tijdelijke verkeersmaatregel:
€ 26,00
e. afgifte van een verklaring van geen bezwaar: -
ten behoeve van een provinciale ontheffing als bedoeld in artikel 148, eerste lid van de Wegenverkeerswet (wedstrijd met voertuigen op de weg):
€ 53,00
-
voor gebruik van de openbare weg ten behoeve van een wedstrijd op of aan de weg anders dan met voertuigen:
€ 53,00
-
voor gebruik van de openbare weg, niet zijnde een wedstrijd op of aan de weg en niet zijnde een wielertoertocht: € 26,00
f. een ontheffing als bedoeld in artikel 148, eerste lid van de Wegenverkeerswet (wedstrijd met voertuigen op de weg € 53,00 g. een ontheffing als bedoeld in artikel 2.5, vierde lid van de Algemene plaatselijke verordening (plaatsen voorwerpen op, aan of boven de weg)
€ 26,00
Artikel 1.33a Naturalisatie
Ontwerp
Het tarief bedraag voor het in behandeling van een aanvraag tot: a. tot naturalisatie tot Nederlander (enkelvoudig verzoek standaard)
€ 1.139,00
b. tot naturalisatie tot Nederlander (enkelvoudig verzoek verlaagd)
€ 847,00
c. tot naturalisatie tot Nederlander (gezamenlijk verzoek standaard)
€ 1.454,00
d. tot naturalisatie tot Nederlander (gezamenlijk verzoek verlaagd)
€ 1.163,00
e. tot het afleggen van een optie ter verkrijging van het Nederlanderschap (enkelvoudig)
€ 241,00
f. tot het afleggen van een optie ter verkrijging van het Nederlanderschap (gezamenlijk)
€ 412,00
g. tot het afleggen van een optie ter verkrijging van het Nederlanderschap (medeopterend kind)
€ 27,00
h. tot meenaturalisatie tot Nederlander van een minderjarige
€ 168,00
Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 10,50 b. een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:
16
€ 26,00
c. stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 10,50 d. kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1. in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:
€ 0,30
2. in formaat A3 of groter, per bladzijde:
€ 0,30
3. kleurenkopie in ieder formaat, per bladzijde:
€ 1,00
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder
17
omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; - binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid
of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; - kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: één van de hierna genoemde omgevingsplanactiviteiten waarvoor het omgevingsplan een vergunningplicht bevat en de activiteit in strijd is met het tijdelijk deel van het omgevingsplan en/of in strijd is met de regels van het omgevingsplan: •
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan (binnen
de bebouwde kom); •
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan (buiten
de bebouwde kom), mits niet hoger dan 5 m1 en de oppervlakte niet meer dan 150 m2; •
een erfafscheiding/omheining;
•
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of
openbare voorziening dat niet voldoet aan de vergunningsvrij voorwaarden, mits niet hoger dan 5 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m2; •
een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een gedeelte van een
dergelijk bouwwerk mits deze niet hoger is dan 10 meter en niet meer dan 50 m2 bedraagt;
18
•
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen
buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard danwel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; - grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en die niet voldoet aan de definitie “kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit”; - omgevingsoverleg: a. in de vorm van een intaketafel: overleg, waarin een ruimtelijk en maatschappelijk initiatief (gericht op de fysieke leefomgeving) wordt besproken en beoordeeld en de wenselijkheid van het initiatief wordt bepaald; b.
in de vorm van een omgevingstafel: overleg, waarin een complex ruimtelijk en maatschappelijk initiatief ruimtelijk wordt beoordeeld en de haalbaarheid van het initiatief wordt bepaald; - grote zonneweide of energietuin: een installatie, met een oppervlakte van meer dan 200 m², voor de opwekking van elektriciteit door middel van zonnepanelen (of zonnecollectoren), geplaatst op of aan de grond, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals onderconstructie, bekabeling, omvormers, hekwerken en transformatorstations; - kleine zonneweide of energietuin: een installatie, met een oppervlakte van meer dan 60 m2 en maximaal 200 m2, voor de opwekking van elektriciteit door middel van zonnepanelen (of zonnecollectoren), geplaatst op of aan de grond, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals 19
onderconstructie, bekabeling, omvormers, hekwerken en transformatorstations. 4. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: - onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor
de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; - onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; - onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting, waarbij als ondergrens voor de berekening van de bouwkosten worden gehanteerd de in bijlage I bij deze tarieventabel opgenomen eenheidsprijzen. Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. om beoordeling van een principeverzoek c.q. conceptaanvraag om een omgevingsvergunning inclusief het houden van omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit inclusief het houden van omgevingsoverleg; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
20
d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6.
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 21
Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Conceptaanvraag en omgevingsoverleg Het tarief bedraagt: a. voor het in behandeling nemen van een aanvraag om beoordeling van een principeverzoek c.q. conceptaanvraag om een omgevingsvergunning, inhoudende het toetsen aan het omgevingsplan, regelgeving en beleid en, indien noodzakelijk, een behandeling door de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit, alsmede de administratieve afhandeling: - wanneer geconcludeerd wordt dat het verzoek vergunningvrij gerealiseerd kan worden:
€ 100
- wanneer het een conceptaanvraag voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2.7 van de Algemene plaatselijke verordening betreft: - in alle andere andere gevallen:
€ 180 € 360
b. voor elke volgende behandeling door de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit, alsmede de administratieve afhandeling c. voor het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving in het kader van een concept-aanvraag/principe22
€ 80
verzoek, een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een deel van het omgevingsplan te wijzigen: 1. voor een overleg aan de intaketafel:
€0
2. voor een eerste overleg aan de omgevingstafel:
€ 500
3. voor elk volgend overleg aan de omgevingstafel:
€ 250
4. per in te schakelen adviseur verhoogd met de door de adviseur gefactureerde kosten:
PM
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van de aanvraag, die uitsluitend betrekking heeft op het plaatsen van zonnepanelen, niet zijnde zonnepanelen in een grote of kleine zonneweide of energietuin, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over de bouwkosten: met een minimum van:
€ 360
met een maximum van:
€ 70.000
Als ondergrens voor de berekening van de bouwkosten worden gehanteerd de in bijlage I bij deze tarieventabel opgenomen eenheidsprijzen Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
23
1,1 %
1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk (met uitzondering van de aanvraag, die uitsluitend betrekking heeft op het plaatsen van zonnepanelen, niet zijnde zonnepanelen in een grote of kleine zonneweide of energietuin) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit waarbij sprake is van een bouwactiviteit: over de bouwkosten:
2,4 %
met een minimum van:
€ 360
met een maximum van:
€ 140.000
Als ondergrens voor de berekening van de bouwkosten worden gehanteerd de in bijlage I bij deze tarieventabel opgenomen eenheidsprijzen voor een omgevingsplanactiviteit die uitsluitend bestaat uit het b. in stand houden of gebruiken van een bouwwerk waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit:
€ 360
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt het tarief: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij ontheffing/afwijkingsmogelijkheid (zoals opgenomen in het omgevingsplan), verhoogd met:
€ 360
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, verhoogd met: 24
€ 720
c. voor een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in artikel 2.1, derde lid, verhoogd met:
€ 720
d. voor een grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in artikel 2.1, derde lid, verhoogd met:
€ 1.440
3. De tarieven, genoemd in lid 1 en lid 2 worden in voorkomende gevallen: a. als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.50, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is, verhoogd met:
NVT
b. als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met:
€ 720
c. als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met:
€ 720
De onder 1, 2 en 3 vermelde bedragen worden verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een 25
PM
monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 360
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (inhoudende een kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit):
€ 360
Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, met uitzondering van de aanvraag, die uitsluitend betrekking heeft op het plaatsen van zonnepanelen, niet zijnde zonnepanelen in een grote of kleine zonneweide of energietuin, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 26
1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ 360
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
€ 360
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (inhoudende een kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit): 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ 1.440
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
€ 1.440
2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk 27
€ 360
monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Het op grond van de leden 1, 2 of 3 verschuldigde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of met uitzondering van de aanvraag, die uitsluitend betrekking heeft op het plaatsen van zonnepanelen, niet zijnde zonnepanelen in een grote of kleine zonneweide of energietuin, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ 360
b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
€ 360
Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht
28
PM
1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
€ 360
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (inhoudende een kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit):
€ 1.440
2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Het op grond van lid 1 of lid 2 verschuldigde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 29
€ 360
en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Het vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 360
Het vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in 30
PM
de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
31
PM
a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48 32
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, 33
PM
aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
34
PM
a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.2 van de Omgevingswet van toepassing is (reguliere voorbereidingsprocedure):
€ 360
b. voor een aanvraag, waarop paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet van toepassing is (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: zie artikel 2.48
35
PM
c. het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 1. Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen 36
PM
van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde
€ 360
activiteiten: Het vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 360
Het vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering
PM
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in artikel PM van het omgevingsplan bedraagt het tarief, onverminderd het 37
NVT
bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in artikel PM van het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
NVT
3. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met [normwaarde archeologische verwachtingswaarde OF archeologische verwachtingen], als bedoeld in artikel PM van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
NVT
4. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld in artikel PM van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige 38
NVT
waarde. als bedoeld in artikel PM van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde
NVT
activiteiten: 6. De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (inhoudende een kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit) betreft en worden in dat geval verhoogd met: