Bijlage 4 20241122_LIP Bergseweg 105 te Ubachsberg
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan
Bergseweg 105 te Ubachsberg Gemeente Voerendaal
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Gemeente Voerendaal
Status:
definitief
Datum:
22 november 2024
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen BV Kerkstraat 4, Ubachsberg 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonaer.nl
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Projectgebied.......................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 4
2
Ruimtelijke context ............................................................................................. 5 2.1 Het projectgebied ................................................................................................................... 5 2.2 Landschappelijke context projectgebied ................................................................................ 5 2.2.1
Ruime omgeving ................................................................................................................................ 5
2.2.2
Directe omgeving............................................................................................................................... 5
2.2.3
Landschappelijke analyse omgeving .................................................................................................. 6
2.2.4
Beschrijving kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg ..................................................... 7
2.2.5
Stedenbouwkundige analyse ........................................................................................................... 11
2.2.6
Landschappelijke analyse projectgebied ......................................................................................... 16
2.3 Beleidskaders........................................................................................................................ 18 2.3.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) .................................................................................... 18
2.3.2
Planologisch-juridische situatie ....................................................................................................... 19
3
Project .............................................................................................................. 22
4
Landschappelijke inpassing ............................................................................... 24 4.1 Uitgangspunten ontwerp ..................................................................................................... 24 4.2 Maatregelen inpassing ......................................................................................................... 24 4.2.1
Te behouden: beukenhaag rond tuin .............................................................................................. 24
4.2.2
Te behouden: bomen in de tuin ...................................................................................................... 24
4.2.3
Aan te planten: haag rond erfverharding ........................................................................................ 25
4.2.4
Aan te planten: fruitboomgaard voorzijde loods............................................................................. 25
4.2.5
Aan te planten: struweel op grondwal ............................................................................................ 26
4.2.6
Aan te planten: bosschage rond machineberging ........................................................................... 26
4.2.7
Hemelwaterberging ......................................................................................................................... 27
4.3 Lijst van nieuwe beplanting .................................................................................................. 28
Bijlagen ................................................................................................................... 29
M202301
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Ter plaatse van de locatie Bergseweg 105 te (6367 HA) Ubachsberg is een agrarische bedrijfslocatie gelegen gericht op akkerbouw. Onderdeel van deze bedrijfslocatie zijn onder anderen twee verouderde agrarische bedrijfsgebouwen. Ten behoeve van een duurzame voortzetting van de agrarische bedrijfsactiviteiten is het voornemen om aardappels het hele jaar rond te kunnen opslaan. De huidige bedrijfsgebouwen zijn daar niet geschikt voor. Dientengevolge is het voornemen om die bedrijfsbebouwing op te waarderen middels sloop- en nieuwbouw. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit de (her)ontwikkeling/uitbreiding van een agrarisch bedrijf, is in strijd met het omgevingsplan. Er dient buitenplans te worden afgeweken van het planologisch-juridisch kader middels een aanvraag Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Ten behoeve van deze aanvraag is een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving vereist waarin wordt aangetoond dat, ondanks de strijdigheid met het geldende planologischjuridische kader, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Voerendaal en daarom ook binnen het beschermingsgebied ‘Nationaal Landschap Zuid-Limburg’.
In de Omgevingsverordening Limburg wordt ten aanzien van het beschermingsgebied ‘Nationaal Landschap Zuid-Limburg’ voorgeschreven dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in deze gebieden – waarvan in casu sprake is – een beschrijving bevat van de in het projectgebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Het ontwerp van de plannen dienen te voldoen aan de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en dienen deze kwaliteiten te worden gewaarborgd en waar mogelijk te worden versterkt. Voorliggend document voorziet in een toelichting in de landschappelijke inpassing en de verbetering van de omgevingskwaliteit.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied omvat de agrarische bedrijfslocatie aan de Bergseweg 105 te (6367 HA) Ubachsberg. Het projectgebied is kadastraal bekend als gemeente Voerendaal – sectie P – nummers 156, 169, 149 en 454. De percelen zijn in eigendom van initiatiefnemers en de gemeente Voerendaal.
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
3
M202301
Ligging locatie
1.3
Leeswijzer
Hierna wordt het landschapsplan voor het projectgebied toegelicht. Allereerst wordt een landschapsanalyse uitgevoerd die de ruimtelijke context en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg beschrijven. Daarna volgt het concept en het landschappelijk inpassingsplan, die toegelicht worden in woord en beeld. Ten slotte volgen de maatregelen voor de ruimtelijke kwaliteitsbijdrage.
4
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
2 Ruimtelijke context 2.1
Het projectgebied
De projectlocatie bevindt zich aan de Bergseweg 105, in het buitengebied van de gemeente Voerendaal, ten noorden van de kern Ubachsberg. Het projectgebied omvat het agrarisch bedrijf ter plekke en een gedeelte van het naastgelegen perceel. Het projectgebied is kadastraal bekend als gemeente Voerendaal – sectie P – nummers 156, 169, 149 en 454.
2.2
Landschappelijke context projectgebied
Voorliggende paragraaf is opgesteld aan de hand van het handvat kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg. 2.2.1 Ruime omgeving Het plangebied bevindt zich in het Zuid-Limburgse Heuvelland, dat samen met het land van Herve (B), de Voerstreek (B) en de Haspengouw (B) een overgangsgebied vormt tussen de hoger gelegen Ardennen (B) en Eifel (D) en lagere gronden in Nederland en België. In het Heuvelland dat in een ver verleden een lössplateau was op een kalksteen ondergrond, hebben de beken dalen ingesleten. De geomorfologische structuur met afwisselend glooiende en plaatselijk (zeer) steile hellingen, de bodemopbouw en de waterhuishouding, die hierdoor zijn ontstaan vormden de basis voor het grondgebruik. Ook de ligging van de infrastructuur, de kernen en de andere meer gegroepeerde of incidentele bebouwing, is in belangrijke mate geënt op deze hoofdstructuur. 2.2.2 Directe omgeving Op basis van het Handvat Kernkwaliteiten Zuid-Limburg ligt de locatie binnen het deelgebied het Plateau van Ubachsberg. Plateau van Ubachsberg Het karakter van het Plateau van Ubachsberg wordt voor een groot deel bepaald door het zogenaamde Eiland van Ubachsberg. Dit geologische eiland vormt het hoogste punt van het plateau en is ontstaan als gevolg van verschillende insnijdingen van voormalige Maaslopen.
Naar het westen toe vormt het brede, open droogdal van Colmont een forse insnijding in het plateau en wordt op de steile noordhelling gemarkeerd door een wijdverbreide en grotendeels intacte graftenstructuur die ook nog terug te vinden is nabij Eyserheide. Een andere harde insnijding vormt de A76 aan de voet van het prominente reliëf van het hellingbos Putberg. Bijzonder op dit plateau is het lokaal dagzomen en de winning van de harde Kunradersteen die veelvuldig als bouwsteen in de lokale historische architectuur terug te vinden is. Vanaf het geologisch monument ‘De Vrouwenheide’, gemarkeerd door de eveneens monumentale windmolen, zijn brede vergezichten mogelijk. Dit zowel in de richting van het Heuvelland en België als tot ver in de Duitse Eifel. Bijzonder op dit plateau is het lokaal dagzomen en de winning van de harde Kunradersteen die veelvuldig als bouwsteen in de lokale historische architectuur terug te vinden is. Vanaf het
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
5
M202301
geologisch monument ‘De Vrouwenheide’, gemarkeerd door de eveneens monumentale windmolen, zijn brede vergezichten mogelijk. Dit zowel in de richting van het Heuvelland en België als tot ver in de Duitse Eifel. 2.2.3 Landschappelijke analyse omgeving Het projectgebied ligt op het plateau tussen Ubachsberg en loopt in noordelijke richting af richting Voerendaal. De Bergseweg vormt al sinds de Middeleeuwen de belangrijkste weg tussen Ubachsberg en Voerendaal. De locatie ligt redelijk van de oude dorpskern van Ubachsberg. De redelijk nabijgelegen bebouwing van Ubachsberg rond de Vrenkeweg dateert van eind jaren ’70. Tot dan lag het projectgebied ruim buiten de kern. Vervolgens is door middel van de bebouwing langs de Bergseweg (nummers 105 en 109) en de daarbij behorende erfbeplanting vastgegroeid aan de kern. De percelen ten oosten van de Bergseweg, achter het projectgebied, zijn nog terug te leiden tot de Middeleeuwen. Aan de overzijde van de Bergseweg heeft ruilverkaveling plaatsgevonden en zijn cultuurhistorische elementen verdwenen. Op de steile hellingen rond het droogdal van Winthagen zijn deze echter behouden. De beplanting rondom het projectgebied is vooral geconcentreerd langs het wegenpatroon, graften en rond de agrarische bedrijfsbebouwing langs de Bergseweg. Van oudsher was dit een open landschap met bouwland.
Direct rond het projectgebied zijn dus geen landschapselementen van grote cultuurhistorische waarden aanwezig. De locatie ligt op de heuvelrug deel uitmakend van het Eiland van Ubachsberg en bevindt zich op een hoogte van ongeveer 177 m +NAP. Het landschap loopt in alle richting af, behalve richting de kern Ubachsberg.
Landschappelijke analysetekening met aanduiding projectgebied
6
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Uitsnede AHN4-kaart met aanduiding projectgebied
2.2.4
Beschrijving kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg
Kernkwaliteit reliëf De basis van het landschap en van de drie landschapstypen wordt gevormd door het reliëf. De rijkdom aan reliëf in Zuid-Limburg is het gevolg van de insnijding van de Maas en de vorming van Maasterrassen door een stijgende bodem én de daaropvolgende versnijding van aanliggende met löss bedekte vlakke landschappen door beken (Geul, Gulp, Geleenbeek, Roode Beek, Worm, Jeker en Voer). Op deze manier is de driedeling van het hooggelegen plateau, de tussenliggende helling en het lage dal ontstaan. Een helling vormt de overgang tussen het hoge plateau en het lage dal. In het type helling is er een onderscheid tussen een steile (>8°) en een flauwe hellingen (1°-4°). Steile hellingen zijn voornamelijk te vinden aan de plateaurand terwijl flauwe hellingen vaak op de grens van het dal liggen. Het dal is het laagste deel in het landschap en vormt het vertakte natuurlijke afwateringssysteem van het landschap. Watervoerende dalen hebben een vlakke dalbodem waarin de beek of rivier stroomt. Niet-watervoerende dalen, oftewel droogdalen, voeren slechts incidenteel water af. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van minimale hoogteverschillen. Er is vanaf de weg gezien sprake van een licht maaiveldverloop. Voorliggend project voorziet in de vervanging- en uitbreiding van de agrarische bedrijfsgebouwen op een vlakker gedeelte van het projectgebied.
Ten behoeve hiervan is het niet noodzakelijk het maaiveldverloop of de ondergrond aan te passen en diepe graafwerkzaamheden uit te voeren. Als gevolg van voorliggend project wordt het bestaande reliëf, alsook de ondergrond, niet gewijzigd dan wel onevenredig aangetast.
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
7
M202301
Uitsnede kaart kernkwaliteit reliëf
Kernkwaliteit contrast tussen open-besloten Het contrast tussen de openheid en beslotenheid van het landschap in Zuid-Limburg is in de basis bepaald door het reliëf. Het hoogteverschil tussen het hooggelegen plateau en het lage dal zorgt voor een scala aan verschillende zichtwerkingen. Doordat het plateau relatief vlak ligt en grootschalig ontgonnen is, heeft dit samen met de verschillende ruilverkavelingen tot het huidige open beeld geleid. De contrasten tussen de weidse openheid van de glooiende hoge plateaus enerzijds en intieme ruimtes op de steile hellingen of in de dalbodems anderzijds vormen een afwisselend landschapsbeeld. Van invloed op de openheid in het landschap is ook de aanwezigheid van opgaande elementen zoals bomen en heggen. Deze spelen een belangrijke rol in het begrenzen van zichten. De helling vormt het kader van het plateau en de begrenzing van het dal. De aanwezigheid van dichte opgaande beplanting zoals hellingbossen of graften geven steile hellingen een besloten karakter ter plekke. Op de flauwe hellingen, waar landbouw plaatsvindt, is door het halfopen karakter vanzelfsprekend een breder zicht richting het dal mogelijk. Door de relatief smalle dwarsdoorsnede van het dal wordt het zichtveld in grote mate bepaald door de randen van het dal.
Omdat de bebouwing en beplanting op deze randen veelal georiënteerd is op de waterloop, zijn de zichten in een eenzelfde lange lengterichting georiënteerd. Dit gegeven, in combinatie met de open dalbodem karakteriseert het dal als min of meer besloten.
Het projectgebied ligt op het open plateau. De nieuwe (vervangende) bebouwing wordt vanaf afstand bezien (Vrenkeweg/Kersboomkensweg) gerealiseerd vrijwel geheel ter plaatse van de reeds bestaande bebouwing en de voormalige bebouwing ter plaatse van het bestaande perceel. Voorts is aan de voorzijde van onderhavige locatie relatief veel beplanting aanwezig welke is georiënteerd langs de Bergseweg.
8
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Door zorgvuldig om te gaan met de situering van de beoogde bebouwing en beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de locatie, kan worden gezorgd voor een evenwicht in voldoende inpassing maar ook het behouden van de openheid van het plateau met doorkijkjes. Hiermee kan het schaalcontrast ter plekke worden behouden en versterkt.
Uitsnede kaart kernkwaliteit contrast open-besloten
Kernkwaliteit cultuurhistorie Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg kent een lange bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot de prehistorie. In het landschap zijn de verschillende relicten en elementen een tastbare herinnering aan verschillende fases in de geschiedenis van dit heuvellandschap. De fasen in de geschiedenis hangen nauw samen met het reliëf en het natuurlijke landschap. In combinatie met het groene karakter vormt cultuurhistorie de huidige aanblik van het pittoreske landschap. Hellingen vergden meer moeite om bruikbaar te worden gemaakt voor de mens. Flauwe hellingen zijn door de kap van het bosgeschikt gemaakt voor landbouw terwijl de steile hellingen deels onontgonnen zijn gebleven en functioneerden als houtopslag of graasgebieden. Met de ontginning van het plateau vormden zich langzaam maar zeker steeds meer holle wegen in de helling. Het dal vormt de basis van de bewoningsgeschiedenis van Zuid-Limburg. De vroegste nederzettingen zijn ontstaan op smalle hoger gelegen zones tussen dalbodem en helling. De nabijheid van water voor hooiland en vruchtbare akkergrond onderaan de helling vormden een ideale vestigingsplek. In het dal vindt men veruit de oudste elementen van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap. Wegen- en nederzettingspatronen ontstonden evenwijdig aan de waterloop. Momenteel zijn de cultuurhistorische waarden binnen en rond het projectgebied beperkt.
De verkaveling rond het projectgebied is nog terug te leiden tot de Middeleeuwen. Echter, van oudsher was dit een open landschap met bouwland. Direct rond het projectgebied zijn dus geen
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
9
M202301
landschapselementen van grote cultuurhistorische waarden aanwezig. Door zorgvuldig te kiezen voor passende landschapselementen passend rond agrarische bedrijfsbebouwing, kunnen de cultuurhistorische waarden binnen en rond het projectgebied worden versterkt, te meer omdat de locatie meer en meer vast is gegroeid aan de kern Ubachsberg. Hiermee kan de dorpsmantel op een zorgvuldige manier worden afgerond.
Uitsnede kaart kernkwaliteit cultuurhistorie
Kernkwaliteit groen karakter Waar het reliëf de abiotische, oftewel, de niet-levende ondergrond is van het landschap, vormt de kernkwaliteit groen karakter de biotische, oftewel de levende laag in het landschap. Het groene karakter van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is een combinatie van natuurlijke invloeden van flora en fauna en menselijke activiteit sinds de prehistorie. Het groene karakter is hierbij niet alleen belangrijk voor de ecologie van het landschap maar heeft ook een visueel aspect. In het verleden was het gehele landschap bedekt met bos. De mens vestigde zich in het begin vooral langs de beken, maar verplaatste zich in de loop der tijd steeds meer richting plateaus. In dit landschapstype is het belangrijk onderscheid te maken tussen steile en flauwe hellingen. Steile hellingen zijn ongeschikt voor ontginning en daardoor voor een groot gedeelte bedekt met bos. Flauwe hellingen zijn geschikt gemaakt voor landbouw door het kappen van het bos, het beplanten van graften en het planten van heggen. Het onderscheid tussen de warme zuidhelling en de relatief koude noordhelling speelt ook een rol in het groene aanzien van het hellinggebied. Het groene karakter ter plekke wordt gedefinieerd door het agrarische landschap, de bomen en overige beplanting langs de Bergseweg en rond het naastgelegen perceel.
Het groene karakter kan worden versterkt door in een landschappelijke inpassing van de bestaande beoogde bebouwing, passend bij de huidige landschapselementen. Door de aanplant van passende elementen als hagen en (fruit)bomen, wordt de verharding en bebouwing op een goede manier ingepast, al moet ook
10
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
rekening worden gehouden met het schaalcontrast open-besloten. Op deze manier kan het plan in het groene en open landschap ter plekke worden ingepast en wordt de kernkwaliteit groen karakter versterkt.
Uitsnede kaart kernkwaliteit groen karakter
2.2.5 Stedenbouwkundige analyse De Bergseweg is van oudsher de doorgaande weg tussen Ubachsberg en Voerendaal. De locatie Bergseweg 105 ligt op de overgang van het open buitengebied naar de kern van Ubachsberg. Het verlengde van de Bergseweg, de Oude Schoolstraat binnen de kern Ubachsberg, maakt deel uit van een van de oude bebouwingslinten van Ubachsberg. De oudere bebouwing binnen Ubachsberg is kleinschalig van opzet. De gaten binnen het oorspronkelijke lint zijn recenter, in de jaren ’70 van de 20ste eeuw, opgevuld met woningen. Het buitengebied kenmerkt zich door de openheid van het plateau. Grootschalige volumes kunnen in Zuid-Limburg het beste landen op de plateaus in tegenstelling tot de hellingen of in de dalen. De korrelgroottestudie van de directe omgeving bevestigt dit. Langs de oostzijde van de Bergseweg is dit het geval en liggen verspreid een aantal agrarische bouwkavels (huisnummers 75, 85-87, 95). Door de grotere afstanden tussen de locaties (tussen de 150 en 300 meter) blijft het open beeld van het plateau in stand. De bedrijfsgebouwen van deze agrarische bedrijven hebben allen een vergelijkbare afmeting (lengte: 35 tot 45 meter, breedte: 15 tot 25 meter, goothoogte 4,5 tot 5 meter, bouwhoogte 7 tot 9 meter). Opvallend is dat de kopgevels van de bedrijfsbebouwing richting de Bergseweg zijn georiënteerd.
De huidige bedrijfsbebouwing op de locatie Bergseweg 105 is kleinschaliger van opzet. De aardappelbewaarloods aan de straatzijde heeft en lengte van 20 meter, een breedte van 14 meter en een goot- en bouwhoogte van 3 respectievelijk 6 meter. De achterste machineberging heeft een lengte van 40 meter, een breedte van maximaal 15 meter en een goot- en bouwhoogte van 4 respectievelijk 6 meter. Ten opzichte van de overige agrarische bebouwing is dit een maat kleiner
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
11
M202301
van opzet. De nieuwe bebouwing moet goed geënsceneerd zijn en in maat en schaal passen op de locatie. Er is daartoe bewust gekozen de nieuwbouw te splitsen in twee gebouwen, om daarmee de korrelgrootte van de bebouwing te verkleinen. Door de machineberging achter en haaks op de aardappelbewaarloods te positioneren, wordt tevens aangesloten bij een meer traditioneel opzet van een (meer gesloten) boerenerf. Masterplan Wonen – Gemeente Voerendaal 2023-2032 Het perceel dat momenteel dienst doet als tijdelijke crisisopvanglocatie voor asielzoekers, tussen voorliggend plangebied, de Bergseweg en de Vrenkeweg, is in het Masterplan Wonen van de gemeente Voerendaal opgenomen. Dit is één van de mogelijke kansrijke woningbouwlocaties binnen de gemeente. In dit Masterplan is een eerste stedenbouwkundige afweging gemaakt of de locatie geschikt is voor nieuwe bebouwing. Omdat het plangebied aansluit op deze woningbouwlocaties, zijn de ruimtelijke en stedenbouwkundige afwegingen ook relevant voor de locatie Bergseweg 105.
Luchtfoto (CNO) bron: www.voerendaal.nl/cno (links agrarisch bedrijf Bergseweg 105 en rechts tijdelijke crisisopvang)
Naast de aanwezige bebouwing draagt de beplanting langs de Bergseweg en Vrenkeweg bij aan de korrelgrootte en massabeleving van het landschap. Door de bestaande bomenrijen langs de wegen en een aantal robuuste bosschages is reeds sprake van een meer besloten landschap waarin de nieuwe bebouwing kan worden gesitueerd. Dit geldt ook voor de nieuwbouw op de locatie Bergseweg 105. Deze robuuste beplantingsvormen hebben een hoogte van tussen de 6 en 12 meter. Ten behoeve van de beoogde woningbouwplannen op grond van het Masterplan worden deze robuuste groenstructuren behouden, waarbij de nieuwe bebouwing hiertussen worden ingepast. Deze grootschalige groene elementen verhogen het laadvermogen van het landschap. Door de nieuwe bebouwing aan te laten sluiten aan deze robuuste structuren, zal de nieuwe bebouwingsmassa wegvallen tegen de bestaande landschappelijke massa’s. De zichtlijnen en (bestaande) open ruimtes op het open buitengebied zijn een kwaliteit en moeten worden behouden.
12
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Vanuit akoestisch oogpunt is het noodzakelijk een grondwal van twee meter hoog aan te leggen langs de zuidzijde van het perceel Bergseweg 105. Deze grondwal ligt parallel aan de gevels van de bebouwing én parallel aan de groenstructuren. Doordat deze wal ligt ingebed tussen deze elementen en toekomstige nieuwe bebouwing aan de zuidzijde, wordt de openheid en doorzichten in het landschap niet aangetast.
Optie 2: nieuwe bebouwing ten noordoosten van hoogspanningsleiding? Direct naast het plangebied loopt een hoogspanningsleiding met de daarbij behorende beschermingszone. In deze zone mag vanwege externe veiligheidsredenen niet worden gebouwd. Gevolg is dat deze zone de mogelijke locaties en oppervlakte van de beoogde uitbreiding beperkt. Daarom is er in potentie een optie om de uitbreiding van het bouwvlak en de bebouwing aan de noordoostelijke van de hoogspanningslijn zijde te situeren. Echter, vanuit landschappelijk oogpunt is dit niet te adviseren. Bij die optie 2 komt de bebouwing verder in het open buitengebied te liggen, waarbij de zichtlijnen vanuit de kern Ubachsberg op het open buitengebied worden doorsneden. De bebouwing zal daarmee zichtbaarder zijn in het landschap. Door deze ligging verliest de bebouwing tevens de directe relatie met het huidig erf aan de Bergseweg 105. In de huidige stedenbouwkundige situatie zijn de agrarische erven langs deze weg direct georiënteerd op de Bergseweg. Door sloop van de bedrijfsbebouwing aan de Bergseweg en de nieuwbouw op ongeveer 150 meter op te richten, wordt de ruimtelijke relatie verbroken en wordt de nieuwe bebouwing een gebiedsvreemd ‘eiland’ in het open buitengebied. Ook vanuit waterhuishoudkundig oogpunt is deze locatie af te raden. De nieuwe bebouwing wordt dan gesitueerd aan het begin van een (droog)dal.
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
13
M202301
Tekening verkenning optie 2
Visuele impact Bergseweg De grootste visuele impact van de nieuwe bebouwing is te verwachten vanaf de Bergseweg komend vanuit Voerendaal. Door te kiezen voor een clustering van bebouwing ten zuiden van de hoogspanningsleiding, blijft het open buitengebied in stand. De visuele impact vanaf de Bergseweg wordt daarmee ook beperkt. Langs de Bergseweg zijn een aantal landschapselementen aanwezig als taluds, hagen, struwelen en een aantal bomen. Verder is ten noorden tevens een drinkwatervoorziening aangelegd. Deze voorziening komt 3 meter boven het oorspronkelijk maaiveld uit, wat de blik vanaf het noorden op het plangebied verkleint c.q. wegneemt.
14
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
De bestaande drinkwatervoorziening voor de hoogspanningsmasten ontneemt het zicht op de locatie Bergseweg 105 (bron: Google Streetview, september 2023)
Dichterbij neemt de bestaande bedrijfswoning van onderhavige locatie grotendeels het zicht weg op de bestaande (en beoogde) bedrijfsbebouwing binnen het plangebied. Tevens zijn ter plekke een aantal beplantingsvormen als een haag en enkele bomen aanwezig. De bestaande bebouwing en structuren dragen dus bij aan het landschappelijk inpassen van de bebouwing.
Visualisatie Google Streetview met indicatie bebouwing
Conclusies • Langs de Bergseweg is sprake van verspreide agrarische locaties met daartussen open gebieden. Onderhavige locatie Bergseweg 105 past in dat beeld. Echter, de bestaande bebouwing op de locatie Bergseweg 105 is kleiner van opzet dan de overige agrarische bedrijfsbebouwing op de andere locaties; • Door de robuuste beplantingsstructuren (met een hoogte tot 12 meter) is sprake van robuuste elementen. De beoogde bebouwingshoogte, met een goothoogte van 6 meter en een nokhoogte
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
15
M202301
van 8,7 tot 9,4 meter en een maximale bouwhoogte van 10,1 meter, wordt aansluitend aan deze beplantingsstructuren aangelegd. Daarmee heeft het landschap ter plekke nog voldoende draagkracht en mogelijkheden om de nieuwe bebouwing in te bedden en in te passen; • Rekening houdend met de hoogspanningsleiding is het advies om de bebouwing ten zuidwesten (dus nabij de huidige) bebouwing te realiseren. Bebouwing ten noordoosten van de hoogspanningsleiding heeft geen duidelijke relatie/oriëntatie (meer) op de Bergseweg. Tevens komt de bebouwing dan te veel te liggen in het open buitengebied, waardoor de kernkwaliteit van het open buitengebied (te) veel wordt aangetast; • Visueel is de locatie vooral zichtbaar vanaf de Bergseweg, komend vanuit Voerendaal. Door de bestaande groene landschapselementen langs de Bergseweg, de drinkwatervoorziening, de bestaande (te behouden) bedrijfswoning en de daarbij behorende beplanting in stand te laten, wordt vanaf de Bergseweg het zicht op de nieuwe bebouwing reeds grotendeels ontnomen.
2.2.6 Landschappelijke analyse projectgebied De projectlocatie ligt aan de Bergseweg 105 te Voerendaal. Deze weg is een belangrijke verkeersader voor wegverkeer van- en naar Voerendaal. Aan weerszijde van de weg zijn voornamelijk agrarische gronden met hier en daar (voormalige) agrarische bedrijven en/of bedrijfsgebouwen. Een opvallend element is de op het naastgelegen perceel tijdelijke crisis opvangcentrum (CNO). De bestaande aardappelbewaarloods heeft een oppervlak van circa 300 m² en de machineberging heeft een oppervlak van circa 445 m². In totaal betreft de vloeroppervlak ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten circa 775 m². Beide gebouwen zijn gedateerd en toe aan vervanging. Tussen beide gebouwen is door de eigenaar erfverharding aangelegd. Echter, deze buitenruimte is te klein om fatsoenlijk te manoeuvreren met voertuigen en machinerie. De beplanting in de bestaande situatie is geconcentreerd rond de bedrijfswoning en aan de Bergseweg. De tuin rond de bedrijfswoning en aan de Bergseweg is door de initiatiefnemer een beukenhaag aangeplant. Deze haag is uitgegroeid tot een hoogte van 1,5 meter. Verder staan naast en achter de bedrijfswoning een aantal bomen met verschillende omvang, waarvan de eik naast de woning het meeste volume heeft. Achter de woning zijn verder een (rode) beuk en een aantal fruitbomen aangeplant.
Op basis van het (ontwerp) paraplubestemmingsplan ‘Landschapselementen’ is de haag rond de tuin opgenomen als een waardevol element. De vraag is of deze haag inderdaad grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde heeft om deze aanduiding te rechtvaardigen. Op het naastgelegen (zuidelijk) perceel was tot 2020 bebouwing aanwezig ten behoeve van een nertsenfokkerij. Op dit perceel was ook veelal opgaande beplanting aanwezig. In kader van het saneren van deze locatie in 2020/2021 is de bebouwing en ook een groot gedeelte van de beplanting verwijderd. Momenteel is nog een houtsingel van gemengde samenstelling (o.a. eiken, essen, esdoorn) langs de Bergseweg aanwezig. De rest van het perceel is momenteel vrij van opgaande beplanting en ingericht ten behoeve van de tijdelijke opvang.
16
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Landschappelijk analyse projectgebied
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
17
M202301
2.3
Beleidskaders
2.3.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op het moment dat de nieuwe omgevingswet in werking treedt, dient de provincie te beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De POVI is 1 oktober 2021 door de Provinciale Staten vastgesteld en richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie meegenomen.
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met aanduiding projectgebied
Het projectgebied ligt op de overgang van de zoneringen ‘buitengebied’ en ‘groenblauwe mantel’. Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. Groenblauwe mantel De 'groenblauwe mantel' betreft de gebieden die als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg zijn gelegen. Het zijn gebieden waar de provincie goede combinatiemogelijkheden ziet voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaat-adaptieve karakter
18
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen deel uit van de groenblauwe mantel, maar staan er wel mee in verband.
2.3.2 Planologisch-juridische situatie Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen in de Gemeente Voerendaal van rechtswege onderdeel geworden van één omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. De bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel bestaat uit: • (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen. • Rijksregels over activiteiten (aangeduid als ‘de bruidsschat’). Omdat bestemmingsplannen onderdeel uitmaken van het omgevingsplan wordt in navolgende paragraaf, naast het omgevingsplan, tevens het ter plekke geldende bestemmingsplan beschouwd. Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ Op basis van de ‘oude’ wetgeving is ter plaatse van onderhavige locatie het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’, vastgesteld door de raad op 13 november 2014, van kracht met daarin opgenomen een bouwvlak en maatvoering aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden: 1. Op grond van dit bestemmingsplan is de locatie gedeeltelijk bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ en gedeeltelijk als ‘Agrarisch’. Voorts is de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – bodembeschermingsgebied’ van toepassing.
Uitsnede bestemmingplankaart met aanduiding bouwlocaties
Strijdigheid bestemmingsplan Volgens het bestemmingsplan mogen gebouwen alleen binnen het bouwvlak binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ worden gerealiseerd. De nieuwe agrarische bedrijfsbebouwing is geprojecteerd op gronden buiten het bouwvlak en/of binnen de bestemming ‘Agrarisch’.
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
19
M202301
Dientengevolge is het realiseren van de bedrijfsgebouwen niet toegestaan. Omgevingsplan gemeente Voerendaal Ter plekke is het omgevingsplan ‘Omgevingsplan gemeente Voerendaal’ (identificatienummer: /akn/nl/act/gm0986/2020/omgevingsplan), vastgesteld en in werking getreden vanaf 1 januari 2024, van kracht. Zoals aangegeven in voorgaande paragraaf is het voornemen in strijd met dit omgevingsplan, namelijk: 1. Bouwen van bedrijfsgebouwen binnen de bestemming ‘Agrarisch’. 2. Bouw van twee nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen (deels) buiten het bouwvlak. Gelet hierop valt onderhavige activiteit onder een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn 2 varianten: 1. een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen; 2. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Gelet op bovenstaande dient voor onderhavig project een omgevingsvergunning te worden aangevraagd en is het mogelijk voor de gemeente om toepassing te verlenen aan het voornemen middels een aanvraag Buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Er is geen sprake van het wijzigen van de ter plekke geldende bestemming en/of bedrijfsactiviteiten, waardoor een wijziging van het omgevingsplan niet aan de orde is. (Ontwerp) bestemmingsplan ‘Landschapselementen’ Op het projectgebied is het ontwerp-paraplubestemmingsplan ‘Landschapselementen’ van toepassing. Dit bestemmingsplan ziet op een planologisch-juridische regeling ten aanzien van landschapselementen in het buitengebied van de gemeente Voerendaal. Op grond van dit bestemmingsplan is ter plaatse van de projectlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschapselementen’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – haag’ van toepassing.
Uitsnede bestemmingplankaart met aanduiding ‘Waarde – Landschapselementen’
De voor 'Waarde - Landschapselementen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding, realisatie en herstel van de in
20
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden. Onderhavig project voorziet in de sloop- en nieuwbouw van bedrijfsgebouwen buiten deze bestemming. Voorts wordt het geheel landschappelijk ingepast op grond waarvan de groenstructuren ter plekke worden behouden dan wel aangeplant. Dit komt enkel de landschappelijke kwaliteit ter plekke ten goede.
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
21
M202301
3 Project Initiatiefnemers wensen op de locatie Bergseweg 105 twee nieuwe bedrijfsgebouwen te realiseren. Eén wordt gesitueerd buiten het bouwvlak én deels buiten het eigendomsgebied van initiatiefnemers. Ten behoeve van het mogelijk maken van dit nieuwe gebouw wordt een gedeelte van het perceel in eigendom van de gemeente Voerendaal verkocht aan initiatiefnemers. Het nieuwe bedrijfsgebouw wordt voorzien van twee bewaarcellen voor los gestorte producten en een overkapte laad- en losplaats. De nieuwe situatie is in onderstaande tekening gevisualiseerd.
Situatietekening op luchtfoto met aanduiding aan te kopen grond
Bedrijfsgebouw 1 Zoals in bovenstaande illustratie weergegeven is het beoogde plan meerledig. Het bedrijfsgebouw, aangeduid als bedrijfsgebouw nummer 1, heeft een oppervlakte van 1.250 m² (25 x 50) waarvan feitelijk 875 m² (25 x 35) zal worden gebruikt ten behoeve van opslagdoeleinden van landbouwproducten (aardappelen en/of uien). De resterende 375 m² (25 x 15) wordt gebruikt voor overkapte laad- en losplaats.
22
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Bedrijfsgebouw 2 Het tweede bedrijfsgebouw, welke in de situatietekening is aangegeven met nummer 2, wordt voorzien van een machineberging/opslagruimte van circa 200 m² (10 x 20) en een bewaarplaats voor agrarische producten van circa 400 m² (20 x 20). De totale oppervlakte bedraagt 600 m².
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
23
M202301
4 Landschappelijke inpassing 4.1
Uitgangspunten ontwerp
Op basis van de landschapsanalyse, de kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de uitgangspunten van de structuurvisie is gezocht naar een goede landschappelijke inpassing en landschappelijke kwaliteitsverbetering op en rond de locatie Bergseweg 105 te Ubachsberg. Doel is om de bebouwing en verharding op een goede landschappelijke manier in te bedden in het landschap, waarbij de bestaande landschappelijke waarden en kwaliteiten worden gewaarborgd. Uit de analyse blijkt dat de locatie oorspronkelijk in het open buitengebied lag, maar door latere bebouwing en aanplant momenteel onderdeel uitmaakt van de rand van de kern Ubachsberg. De tijdelijke crisisopvang versterkt dit beeld. De beplanting rondom het projectgebied is vooral geconcentreerd langs het wegenpatroon, graften en rond de agrarische bedrijfsbebouwing langs de Bergseweg. Direct rond het projectgebied zijn dus geen landschapselementen van grote cultuurhistorische waarden aanwezig. Door het versterken van landschapselementen is sprake van het versterken van de kernkwaliteiten ‘schaalcontrast’, ‘groen karakter’ en ‘cultuurhistorisch erfgoed’. Voorliggende uitganspunten vormen de leidraad voor de gewenste landschappelijke inpassing van het project. Dat heeft geleid tot voorliggend landschapsplan.
4.2
Maatregelen inpassing
4.2.1 Te behouden: beukenhaag rond tuin Rond de tuin van de bedrijfswoning is reeds een beukenhaag aangeplant. Deze beukenhaag is middels het ontwerp-paraplubestemmingsplan ‘Landschapselementen’ vastgelegd als een waardevol element. Deze haag zorgt draagt bij aan de inpassing van de locatie en zal worden behouden en door voorliggend plan worden vastgelegd.
4.2.2 Te behouden: bomen in de tuin Verder staan naast en achter de bedrijfswoning een aantal bomen met verschillende omvang, waarvan de eik naast de woning het meeste volume heeft. Achter de woning zijn verder een (rode) beuk en een aantal fruitbomen aangeplant. Deze bomen hebben reeds een robuust volume en dragen bij aan een gedegen inpassing van de bestaande en nieuwe bebouwing en verharding. Dit element wordt middels voorliggend inpassingsplan vastgelegd.
24
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg (in bijlage 1 is het landschapsplan op schaal 1:1000 bijgevoegd)
4.2.3 Aan te planten: haag rond erfverharding Rond de (uit te breiden) erfverharding aan de achterzijde wordt voor het inpassen van de verharding en het landschappelijk afbakenen van het erf, een haag aangeplant. Hierin is aan de achterzijde een opening opgenomen ten behoeve van de bereikbaarheid van het achterliggende percelen middels het bestaande kavelpad. Gekozen is om de haag qua soortenstelling te laten aansluiten op de bestaande beplanting, daarom is gekozen voor een beukenhaag. In totaal wordt 85 meter aan nieuwe haag aangeplant. De hagen worden aangeplant met de inheemse soort beuk (Fagus sylvatica) en hebben een hoogte van circa 1,5 meter. De haag bestaat uit 1 rij met een plantverband van 5 planten per meter. De onderlinge plantenafstand bedraagt 0,25 meter. De haag dient 2 keer per jaar gesnoeid te worden om de gewenste hoogte te handhaven.
4.2.4 Aan te planten: fruitboomgaard voorzijde loods Aan de voorzijde van de nieuwe aardappelbewaarloods, langs de Bergseweg, is de ruimte en mogelijkheid om de nieuwe bebouwing op een passende manier landschappelijk in te passen. Door te kiezen voor gebiedseigen landschappelijke elementen als een fruitboomgaardje, wordt naast een landschappelijke inpassing ook de cultuurhistorische waarden ter plekke versterkt en wordt een logische overgang gecreëerd van het open agrarisch gebied via een boomgaardje naar de kern Ubachsberg. Rond dit gedeelte van het perceel wordt een haag aangeplant. De hagen worden aangeplant met de inheemse soort beuk (Fagus sylvatica) en hebben een hoogte van circa 1,5 meter. De haag bestaat
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
25
M202301
uit 1 rij met een plantverband van 5 planten per meter. De onderlinge plantenafstand bedraagt 0,25 meter. De haag dient 2 keer per jaar gesnoeid te worden om de gewenste hoogte te handhaven. Hierbinnen worden een aantal fruitbomen aangeplant. Als bomen worden inheemse fruitbomen (bijv. appel, pruim en/of peer) aangeplant. Bij de aanplant worden boompalen en boomband aangebracht ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant). Eenmaal per twee jaar netheidssnoei en begeleidingssnoei ten behoeve van opkronen en kroonvorming in de winterperiode. Bij eventuele uitval de betreffende boom in het voorjaar vervangen.
4.2.5 Aan te planten: struweel op grondwal Aan de zuidzijde van het perceel, langs de aardappelbewaarloods, wordt een grondwal aangelegd. Deze grondwal heeft een dubbele functie. Enerzijds draagt de grondwal bij aan het goed landschappelijk inpassen van de locatie. Vanuit akoestisch oogpunt is de aanleg van de grondwal noodzakelijk voor het tegengaan van uitstraling van industrielawaai vanaf de locatie op de zuidelijk gelegen percelen. Deze grondwal heeft een hoogte van twee meter. Mogelijk wordt bovenop de wal een geluidsscherm geplaatst. Dit scherm met een hoogte van 1,5 meter wordt geplaatst binnen 3 maanden nadat er op kadastrale kavel 149 een onherroepelijke vergunning voor woningbouw is verleend en die te realiseren woning(en) op grond van de situering een te hoge gevelbelasting heeft. Op de buitenzijde van de wal wordt struweel aangeplant, waarmee de bebouwing en het (optionele) geluidscherm landschappelijk worden ingepast. Dit struweel heeft een gemengde samenstelling en heeft een breedte van 3 meter (totale oppervlakte ca. 205 m²). De aanplant van dit struweel bestaat uit twee rijen met een onderlinge plantafstand van 1,5 meter. Tussen de rijen is tevens sprake van 1,5 meter, zodat de aanplant bestaat uit een driehoeksverband. De eerste tien jaar dient de singel uit te groeien tot een gesloten element.
De onderhoud in deze fase bestaat uit het vrijhouden van de aanplant zodat deze niet raken overwoekerd door bijvoorbeeld brandnetels. Vervolgens wordt de singel als hakhout beheerd. Eens tussen de 10 – 12 jaar wordt het struweel afgezet, waarbij de beplanting tot 10 – 20 cm boven de grond wordt afgezaagd. Vervolgens groeit de beplanting weer uit. Voor een goed resultaat dient niet het gehele struweel in één keer te worden afgezet, dit beheer vindt gefaseerd plaats. Per keer kan 30% - 50% worden afgezet.
4.2.6 Aan te planten: bosschage rond machineberging Vanaf de Hunsstraat en Kersboomkensweg is sprake van zicht op de nieuw te realiseren bebouwing. Voor een goede inpassing van de bebouwing en een landschappelijke kwaliteitsverbetering dient rond de machineberging beplanting te worden toegevoegd. Zaak is om hierbij ook om evenwicht te vinden in een goede inpassing van de bebouwing, maar ook voor het bewerken van het agrarisch perceel. Daarom is ervoor gekozen de beplanting langs de bebouwing en het verharde erf te
26
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
plaatsen en daarmee een gedeelte van het perceel vrij te houden ten behoeve van het agrarisch gebruik van het perceel. Het aan te planten struweel heeft een gemengde samenstelling en heeft een breedte van 6 meter (totale oppervlakte ca. 305 m²). De aanplant van dit struweel bestaat uit drie rijen met een onderlinge plantafstand van 1,5 meter. Tussen de rijen is tevens sprake van 1,5 meter, zodat de aanplant bestaat uit een driehoeksverband. De eerste tien jaar dient de singel uit te groeien tot een gesloten element. De onderhoud in deze fase bestaat uit het vrijhouden van de aanplant zodat deze niet raken overwoekerd door bijvoorbeeld brandnetels. Vervolgens wordt de singel als hakhout beheerd. Eens tussen de 10 – 12 jaar wordt het struweel afgezet, waarbij de beplanting tot 10 – 20 cm boven de grond wordt afgezaagd. Vervolgens groeit de beplanting weer uit. Voor een goed resultaat dient niet het gehele struweel in één keer te worden afgezet, dit beheer vindt gefaseerd plaats. Per keer kan 30% - 50% worden afgezet.
4.2.7 Hemelwaterberging Bij ruimtelijke plannen is het streven de bebouwing en verharding geheel af te koppelen. Ter plekke is sprake van 3.870 m² aan bebouwing en verharding. Vanuit het Waterschap Limburg zijn eisen gesteld dat hemelwater vallend op bebouwing en verharding binnen het eigen terrein bij voorkeur op het eigen terrein dienen te worden verwerkt. In Zuid-Limburg is hiervoor de norm van een bui van 80 mm opgenomen. De capaciteit van de hemelwatervoorziening dient 3.870 x 0,080 (80 mm) = 309,6 m³ te bedragen. Ten noorden van de erfverharding wordt eten behoeve van de opvang van hemelwater een wadi met flauwe taluds gerealiseerd. De diepte van de wadi is maximaal 0,8 meter met een talud 1:3,75. Hiermee wordt een voorziening gerealiseerd met voldoende capaciteit (ongeveer 324 m³).
Schematische doorsnede wadi
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
27
M202301
4.3
Lijst van nieuwe beplanting Naam
1. Aanplant haag rond erfverharding Aanplant inheemse haag: Beuk
Omva ng va n el ement
Omva ng bi j a a npl a nt (cm)
Ei ndhoogte/ breedte
85 m / 425 s t
100-125 cm
1,5 m / 1 m 5 s t per m
100-125 cm
1,5 m / 1 m 5 s t per m
12-14 cm
nvt
nvt
5 m/ 3 m
a a npl a nt dri ehoeks verba nd 1,5 x 1,5 m
5 m/ 6 m
a a npl a nt dri ehoeks verba nd 1,5 x 1,5 m
Pl a ntverba nd
Fagus sylvatica
2. Aanleg fruitboomgaard voorzijde loods 47 m / 235 s t Aanplant inheemse haag: Beuk Fagus sylvatica Aanplant bomen: 6 s tuks Appel
Malus domestica
Prui m
Prunus domestica
Peer
Pyrus communis
3. Aan te planten struweel op grondwal Aanplant struweel op buitenzijde wal: 205 m² / 273 s t 100-125 cm Vel des doorn
Acer campestre
Zwa rte el s
Alnus glutinosa
Ha a gbeuk
Carpinus betulus
Ha zel a a r
Corylus avellana
Beuk
Fagus sylvatica
Hul s t
Ilex aquifolium
Vl i erbes
Sambucus nigra
Hol l a nds e l i nde Tilia europaea
4. Aan te planten struweel langs machineberging 305 m² / 153 s t 100-125 cm Aanplant struweel rond berging: Vel des doorn
Acer campestre
Zwa rte el s
Alnus glutinosa
Ha a gbeuk
Carpinus betulus
Ha zel a a r
Corylus avellana
Beuk
Fagus sylvatica
Hul s t
Ilex aquifolium
Vl i erbes
Sambucus nigra
Hol l a nds e l i nde Tilia europaea
28
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
M202301
Bijlagen 1) Tekening Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg (schaal 1:1000);
Landschappelijk inpassingsplan Bergseweg 105 te Ubachsberg Pouderoyen BV
29
Naam
nnin
Hemelwateropvang: wadi met flauwe taluds; inhoud 324 m³
gslei
ding
Bestaande bomen (o.a. eik, rode beuk en kers) tuin
1. Aanplant haag rond erfverharding Aanplant inheemse haag:
Aan te planten haag rond erfverharding
Beuk
Ei ndhoogte/ breedte
85 m / 425 s t
100-125 cm
1,5 m / 1 m 5 s t per m
100-125 cm
1,5 m / 1 m 5 s t per m
12-14 cm
nvt
nvt
5 m/ 3 m
a a npl a nt dri ehoeks verba nd 1,5 x 1,5 m
5 m/ 6 m
a a npl a nt dri ehoeks verba nd 1,5 x 1,5 m
Fagus sylvatica
2. Aanleg fruitboomgaard voorzijde loods 47 m / 235 s t Aanplant inheemse haag: Beuk Fagus sylvatica 6 s tuks Aanplant bomen:
Aan te leggen erfverharding
Appel
Malus domestica
Prui m
Prunus domestica
Peer
Pyrus communis
3. Aan te planten struweel op grondwal Aanplant struweel op buitenzijde wal: 205 m² / 273 s t 100-125 cm Vel des doorn
Bestaande beukenhaag rond tuin
nd
taa
Bes
Nieuwbouw machineberging
b
Alnus glutinosa Carpinus betulus
Ha zel a a r
Corylus avellana
Beuk
Fagus sylvatica
Hul s t
Ilex aquifolium
Vl i erbes
Sambucus nigra
Hol l a nds e l i nde Tilia europaea
4. Aan te planten struweel langs machineberging 305 m² / 153 s t 100-125 cm Aanplant struweel rond berging:
sew
rg Be
Aan te planten bosschage rond machineberging
Vel des doorn
eg
Nieuwbouw aardappelbewaarloods
Te slopen bebouwing (gearceerd)
Zwa rte el s Ha a gbeuk
Acer campestre
Zwa rte el s
Alnus glutinosa
Ha a gbeuk
Carpinus betulus
Ha zel a a r
Corylus avellana
Beuk
Fagus sylvatica
Hul s t
Ilex aquifolium
Vl i erbes
Sambucus nigra
rsb
ak
vl ouw
Acer campestre
Ke
105
Aan te leggen grondwal langs loods t.b.v. akoestische maatregel en landschappelijke inpassing; hoogte wal: 2 meter
Aan te planten bosschage op grondwal
Bestaande houtsingel (o.a. eik, es) langs Bergseweg
G lan een ting zich Ker en t t do sbo alud or om ken holle swe we g g
Hol l a nds e l i nde Tilia europaea
g
we
Over te dragen perceel (paarse omkadering)
s en mk
bep
Aan te leggen fruitboomgaard met beukenhaag en enkele fruitbomen voorzijde nieuwe loods
Pl a ntverba nd
ken sw eg
gspa
Omva ng bi j a a npl a nt (cm)
oom
Hoo
Omva ng va n el ement
oo
sb er K n
109
at
ra sst
e
n
u eH
fd
tv
ch
Zi
Hemelwater dient op eigen terrein te worden opgevangen. Ter plekke is sprake van bebouwing en verharding met een oppervlakte van 3.780 m². De capaciteit van de hemelwatervoorziening dient 3.780 m² x 0,08 (80 mm) = 309,6 m³ te bedragen.
a an
Vren k
15
ewe
g
26
Bestaande bosschage (o.a. eik, kers) aan zuidzijde perceel
24
28 30
22
50 m
N
16
eg 22 november 2024 - Landschappelijk inpassingsplan - Bergseweg 105 te Ubachsberg - schaal141:1000 ew nk
e Vr
10
12
58
45
55 53
at
40
dstra
30
ostar
20
t
10
a tra
0
ns
ste
Bo 20 18