BIJLAGE 2 Eindrapportage Ubachsberg-samengevoegd
Tekst van het document
Eindrapportage Haalbaarheidsstudie Nieuwbouw Kindcentrum Ubachsberg 25-03-2025
1
Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer
3
FASE 1
4
§ 1.1 - Stedenbouwkundige en landschappelijk analyse
5
§ 1.2 - Ruimtebehoefte § 1.3 - Samenvattende beoordeling Milieuscan § 1.4 - Ruimtelijke inpassing § 1.5 - Beoordeling ruimtelijke inpassing
16 27 32 37
FASE 2
39
§ 2.1 - Verdieping en herijking ruimtebehoefte
40
§ 2.2 - Structuur Ontwerp § 2.3 - Ambities en Technisch Prestaties § 2.4 - Financiële haalbaarheid (budgetbepaling & kosten) § 2.5 - Doorloopplanning § 2.6 - Samenvattende beoordeling Structuurontwerp
44 53 60 67 69
Aanbevelingen
72
Bronvermelding
74
Bijlages Bijlage 1 - Analyse en Milieuscan Bijlage 2 - Doorloopplanning Bijlage 3 - Akoestisch onderzoek locatie 1
2
Inleiding en leeswijzer Scope van de studie De basisschool Bergop is gelegen aan de Bostenstraat 21 en vormt samen met het naastgelegen Multifunctioneel Centrum de Auw Sjoeël een belangrijk voorzieningencluster voor het dorp. De bestaande bebouwing voldoet echter niet meer aan de huidige normen en er is behoefte aan modernisering. Tevens is er een nadrukkelijke wens om Kinderopvang Op ‘t Bergske en BSO de Zonnestraal uit de nabije omgeving te integreren en het geheel als één nieuw kindcentrum te realiseren. Hiertoe zijn twee potentiële locaties in Ubachsberg aangewezen, te weten: o o
Locatie 1: bestaande schoollocatie aan de Bostenstraat, een centrale locatie binnen Ubachsberg gekoppeld aan Multifunctioneel Centrum De Auw Sjoeël; Locatie 2: huidige CNO locatie aan de Bergseweg (een van de uitvalswegen van Ubachsberg), gelegen aan de rand van het dorp met veel beschikbare ruimte;
In opdracht van de Gemeente Voerendaal hebben wij een haalbaarheidsstudie verricht waarbij beide locaties zijn onderzocht vanuit verschillende perspectieven met als doel in een vroeg stadium een integraal beeld te krijgen van mogelijkheden en onmogelijkheden. In deze rapportage zijn alle thema’s gebundeld ter ondersteuning van de besluitvorming. Proces Het haalbaarheidsonderzoek is opgedeeld in twee fasen. In de eerste fase worden de locaties getoetst en indien kansrijk worden deze in de tweede fase verder uitgewerkt. Fase 1 start met meerdere analyses: stedenbouwkundig, landschappelijk, ruimtelijk en een milieuscan. Zo worden in een vroeg stadium kansen en risico’s per locatie inzichtelijk. Vervolgens wordt een ruimtebehoefte opgesteld door enerzijds met de gebruikers in gesprek te gaan en anderzijds te kijken naar prognoses en normeringen. De uitkomsten van de analyses vormen samen met de ruimtebehoefte de basis voor een eerste inpassingsstudie op de potentiële locaties, hiermee wordt fase 1 afgerond.
Gedurende het proces is de voortgang besproken met de projectgroep, MT en het College. Tevens is er input gezocht bij de directe gebruikers. Middels een of meerdere informatie avonden zijn ambassadeurs en betrokkenen geraadpleegd. Leeswijzer De eindrapportage is in volgordelijkheid opgesteld en volgt in hoofdlijnen het hiervoor omschreven proces. Het is mogelijk dat aspecten die in fase 1 worden omschreven in fase 2 zijn aangescherpt of gewijzigd door nieuwe inzichten, te denken valt bijvoorbeeld aan de ruimtebehoefte. Zowel in fase 1 als in fase 2 wordt middels een multi-criteria analyse een overzicht geboden van de verschillende bevindingen. Kansen zijn in groen aangeduid en risico’s in oranje. Onbeheersbare risico’s zijn in het rood opgenomen en worden gezien als een “showstopper.” Dit maakt het mogelijk om de diverse locaties beter met elkaar te kunnen vergelijken. Op basis van deze vergelijking kunnen aanbevelingen geformuleerd worden. Behorend bij dit haalbaarheidsonderzoek zijn een aantal bijlagen opgenomen, deze dienen ter verduidelijking / aanvulling op hetgeen dat in de eindrapportage is getoond. Bijlage 1 is de analyse en milieuscan, uit deze bijlage zijn randvoorwaarden voortgekomen die in de modellen in dit rapport zijn verwerkt. Ook de conclusies voortkomend uit bijlage 1 zijn in dit rapport verwerkt.
Bijlage 2 bevat de gedetailleerde doorloopplanning, de toelichting daarop is in dit rapport opgenomen. Bijlage 3 bevat een akoestisch onderzoek naar de bestaande locatie (locatie 1), waarbij de varianten uit fase 1 getoetst zijn. bevat een akoestisch onderzoek naar de bestaande locatie (locatie 1), waarbij de varianten uit fase 1 getoetst zijn.
In fase 2 worden kansrijke locaties vervolgens verder uitgewerkt, allereerst door de ruimtebehoefte waar nodig verder aan te scherpen en door het vaststellen van ambities en bijbehorende technische prestaties. Op basis hiervan wordt het structuur ontwerp opgesteld. Tot slot wordt aan de hand van het structuur ontwerp de financiële haalbaarheid getoetst middels stichtingskosten begrotingen en een doorloopplanning bepaald.
3
FASE 1 20-12-2024
4
§ 1.1 - Stedenbouwkundige en landschappelijke analyse
5
Inleiding De Locaties 1. 2.
De herontwikkeling van een nieuwe school op de bestaande schoollocatie, kadastraal liggend op het perceel Voerendaal C3295; De ontwikkeling van het Kindcentrum op een nieuwe locatie. Voor deze locatie heeft de gemeente het perceel Voerendaal P149 en/of het aangrenzende perceel Voerendaal P150 voor ogen. Op deze locatie is momenteel een crisis noodopvang gevestigd. Deze zal echter in juli 2025 sluiten.
Perceel P149 LOCATIE 2 Perceel P150
VOERENDAAL
LOCATIE 1
KLIMMEN
Perceel C3295
LOCATIE 2
RANSDAAL LOCATIE 1
UBACHSBERG
6
Locatie 1 Basisschool Bergop Ubachsberg School
Het gebouw is aan vernieuwing toe. De plattegrond is star en moeilijk aanpasbaar. Daarbij dient veel geïnvesteerd te worden om het gebouw energetisch op te waarderen. Aanvullend speelt een ruimte vraag. Het doel is een toekomstbestendige situatie te crëeren waarbij de bijbehorende kindpartners worden opgenomen in de nieuwe voorziening t.b.v. optimale synergie en verbinding.
Harmonie zaal Bewegings onderwijs
Dagbesteding
Ontmoetingsruimte
Peuteropvang
Bestaande Basisschool Berg op: 863 m² B.V.O.
Gebouw school 892 Gebouw MFA 156 Speelterrein OB 782 Speelterrein BB 1.609 Parkeren 76 Fietsparkeren 69
Totaal
4.025
m² m² m² m² m² m²
m²
7
Overlast?
Locatie 1 Basisschool Bergop Ubachsberg In de nieuwe situatie dient rekening te worden gehouden met een beperkt aantal fietsenstallingen op eigen terrein en dient een optimalisatie gezocht te worden voor brengen en halen. Parkeren voor personeel mag in de directe nabijheid worden gedacht. Toegankelijkheid?
Bij de inpassingsstudie dient rekening gehouden te worden dat KDV, TSO, BSO en POV in het gebouw opgenomen worden, alsmede een extra beweegruimte.
Mooie bomen
Buitenruimte lijkt relatief ruim
8
Locatie 1 Basisschool Bergop Ubachsberg - huidige situatie
Slooplijn Afhankelijk van hergebruik Peuterspeelzaal ruimte
Inpassing fietsenstalling onder de bomen?
Samenkomst auto’s en fietsers en voetgangers
Gesloten beeld
Uitstraling naar omgeving?
9
Locatie 1 Basisschool Bergop Ubachsberg - kansen inpassing
Compact gebouw met verbinding naar Auw Sjoeël (gebruiksmogelijkheden Buitenruimte rondom schoolgebouw
Bestaande parkeervoorziening handhaven Inpassing fietsenstalling terrein Voldoende veiligheid en sociale controle
Uitstraling en gezicht
Mogelijkheden scheiden snel en langzaam verkeer?
10
Locatie 2 Nieuwe locatie
Dit perceel is niet in bezit van de gemeente maar kan indien noodzakelijk geacht onderdeel zijn van de studie
A B
Terrein A Terrein B
Totaal
10.410 5.585
15.995
m² m²
m²
11
Veiligheid fiets- en voetgangers?
Locatie 2 Nieuwe locatie
De CNO zal in de zomer van 2025 sluiten waardoor het perceel vanaf dan ter beschikking komt Maat en schaal van school i.r.t. weids landschap
Ruimte zat
Verbinding met dorp? Uitstraling?
12
Locatie 2 Nieuwe locatie - huidige situatie
Groots!
Samenkomst auto’s en fietsers en voetgangers
Onveilige verkeerssituatie
13
Locatie 2 Nieuwe locatie - kansen inpassing
Uitzicht op landschap! Ruimte! Samenhangend ontwerp met woningbouw en informele route?
Verbinding naar het dorp? Zichtbaarheid?
Scheiden snel en langzaamverkeer?
14
Locatie 2 Nieuwe locatie - kansen inpassing
Samenhangend ontwerp met ontwikkeling wonen
Locatie aan de dorpsrand Verbinding met ontwikkeling wonen
Voldoende ruimte beschikbaar
Veiligheid en sociale controle?
Kiss & Ride zone
Zichtbaarheid Scheiden snel en langzaamverkeer? Mogelijke ontwikkeling woningbouw ten westen van Bergseweg
15
§ 1.2 - Ruimtebehoefte
16
Ruimtebehoefte Basisschool Bergop Huidige situatie: Het huidige lesgebouw is 863 m² B.V.O. groot en biedt ruimte aan een zestal groepsruimtes, een klein en een groot werkplein, een kleine werkplek en een multifunctionele teamkamer. Er zijn twee kleutergroepen en twee combinatie groepen. De rest van de groepen is in jaargangen georganiseerd. Deze indeling is fluïde en heeft vooral te maken met beschikbaarheid van het personeel. De lokalen zijn georganiseerd rondom een gang en dit is dwingend in gebruik. De lokalen zelf zijn ruim van oppervlak en van veel licht voorzien. Binnendoor is een verbinding gelegd met de voorzieningen van de Auw Sjoeël. Voor het beweeg onderwijs maakt men gebruik van de kleed ruimtes en de beweegruimte in het MFC. Deze ruimte is in oppervlak iets kleiner dan een gymzaal en wordt gedeeld gebruikt. Men ervaart de ruimte als zeer beperkt (grootte van de zaal en berging mogelijkheden) alsmede de beschikbaarheid (beperkt aantal uren in de week) Ruimtebehoefte : o VNG normering: Voor het bepalen van de toekomstige ruimtebehoefte wordt voor het lesgebouw de Model Verordening Huisvesting Voorzieningen Onderwijs VNG gevolgd. De ruimtebehoefte van de school is in deze normering opgebouwd uit de basisruimtebehoefte en de aanvullende ruimtebehoefte.
De basisruimtebehoefte bestaat uit de vaste voet (200 m²) en de som van het aantal leerlingen dat op de school voor basisonderwijs is ingeschreven vermenigvuldigd met 5,03 m² per leerling. Onderdeel hiervan is een speellokaal. o
Leerlingen aantallen: Voor het bepalen van het aantal leerlingen wordt gekeken naar de prognoses 2024 tot 2043, zoals deze in de open data van DUO beschikbaar zijn. In de tabel op de volgende pagina is de fictieve ruimtebehoefte de komende jaren inzichtelijk gemaakt wanneer de prognoses gevolgd worden.
o
Aanvullende ruimtebehoefte Bij het toekennen van eventuele tijdelijke of permanente aanvullende ruimte wordt gekeken naar de verwachte periode dat de voorziening noodzakelijk is. Bij een te kort van 40 m² of meer voor een periode langer dan 4 jaar heeft de school recht op tijdelijke huisvesting. Bij een te kort van 55m² of meer voor een periode langer dan 15 jaar heeft de school recht op permanente huisvesting. Bouwen voor leegstand is niet gewenst, net zo min bouwen met een te kort. In de tabel op de volgende pagina is om deze reden inzichtelijk gemaakt wanneer er theoretisch ruimte overschot is (groen) en wanneer te kort (in het rood).
17
Prognoses leerlingen aantallen (2019) en theoretische ruimtebehoefte Basisschool Bergop
LESGEBOUW UBACHSBERG VEST.CODE VESTIGINGSNAAM 03RG00 Rooms Katholieke Basisschool Bergop
2024 149,6
2025 152,92
2026 148,42
2027 137,96
2028 128,35
m2 Ruimte BVO Lesgebouw
952
969
947
894
846
840
Ruimtebehoefte t.o.v. voorgaand jaar
-23
-53
-48
Drempelwaarde permanente voorzieningen 55m2
23
75
Drempelwaarde tijdelijke voorzieningen
23 2026 148,42 947
40m2
VEST.CODE VESTIGINGSNAAM 03RG00 Rooms Katholieke Basisschool Bergop m2 Ruimte BVO Lesgebouw
2024 149,6 952
2025 152,92 969
2029 2030 127,29 125,36
2031 122,66
2032 121,05
2033 118,63
2034 118,65
2035 121,36
2036 121,77
2037 122,07
2038 124,1
2039 127,97
2040 130,96
2041 132,19
2042 131,58
2043 AFNAME 127,92 -25
831
817
809
797
797
810
813
814
824
844
859
865
862
843
-5
-10
-14
-8
-12
0
14
2
2
10
19
15
6
-3
-18
124
129
139
152
160
172
172
159
157
155
145
125
110
104
107
126
75
124
129
139
152
160
172
172
159
-157
155
145
125
110
104
107
126
2027 137,96 894
2028 128,35 846
2029 2030 127,29 125,36 840 831
2031 122,66 817
2032 121,05 809
2033 118,63 797
2034 118,65 797
2035 121,36 810
2036 121,77 813
2037 122,07 814
2038 124,1 824
2039 127,97 844
2040 130,96 859
2041 132,19 865
2042 131,58 862
-126
87,03%
2043 AFNAME 127,92 -10,04 843 -51
92,72% 94,35%
Ruimtebehoefte relatief lineair
-48
-5
-10
-14
-8
-12
0
14
2
2
10
19
15
6
-3
-18
Drempelwaarde permanente voorzieningen 55m2
48
54
63
77
85
97
97
83
81
80
70
50
35
29
32
51
Drempelwaarde tijdelijke voorzieningen
48
54
63
63
77
97
97
81
81
80
70
50
35
29
32
51
2029 2030 127,29 125,36 840 831
2031 122,66 817
2032 121,05 809
2033 118,63 797
2034 118,65 797
2035 121,36 810
2036 121,77 813
2037 122,07 814
2038 124,1 824
2039 127,97 844
2040 130,96 859
2041 132,19 865
2042 131,58 862
14
2
2
10
19
15
6
-3
-18
40m2
VEST.CODE VESTIGINGSNAAM 03RG00 Rooms Katholieke Basisschool Bergop m2 Ruimte BVO Lesgebouw
2024 149,6 952
2025 152,92 969
2026 148,42 947
2027 137,96 894
2028 128,35 846
Ruimtebehoefte t.o.v. voorgaand jaar
-5
Basisschool -10 Bestaande -14 -8 -12 0
Drempelwaarde permanente voorzieningen 55m2
5
15
Drempelwaarde tijdelijke voorzieningen
5
40m2
Berg op 863 m² B.V.O.
2043 AFNAME 127,92 -0,43 843 -2
29
37
49
49
35
33
32
21
2
-13
-19
-16
2
15
29
37
49
49
35
33
32
21
2
-13
-19
-16
2
2029 2030 127,29 125,36
2031 122,66
2032 121,05
2033 118,63
2034 118,65
2035 121,36
2036 121,77
2037 122,07
2038 124,1
2039 127,97
2040 130,96
2041 132,19
2042 131,58
2043 127,92
BUITENRUIMTE UBACHSBERG VEST.CODE VESTIGINGSNAAM 03RG00 Rooms Katholieke Basisschool Bergop
83,65%
2024 149,6
2025 152,92
2026 148,42
2027 137,96
2028 128,35
Buitenruimte Model verordening
449
459
445
414
385
382
376
368
363
356
356
364
365
366
372
384
393
397
395
384
Buitenruimte Norm Kwaliteitskader
748
765
742
690
642
636
627
613
605
593
593
607
609
610
621
640
655
661
658
640
18
99,66% 99,74%
Ruimtebehoefte Basisschool Bergop
Buitenruimte Basisschool Bergop
Conclusies leerlingen prognoses en vertaling naar ruimte:
Buitenruimte Huidige situatie: In de huidige situatie is een onderbouw- en een bovenbouwplein ter beschikking met een totaal oppervlakte van 2400 m² (verhard en onverhard). Op het terrein is plek voor 10 fiets stallingsplekken voor personeel en 45 stuks voor leerlingen
o
o
o
Krimp?: De prognoses tonen een theoretische daling van het aantal leerlingen van 150 naar 128 . Wanneer nu gebouwd wordt voor het leerling aantal van 2025 dan wordt potentieel gebouwd voor leegstand. Wanneer nu gebouwd wordt voor het aantal leerlingen van 2043 dan heeft men in de eerste jaren een te kort van 51 -121 m². Men spreekt over de bandbreedte van één lokaal meer of minder. Wanneer we 128 leerlingen als uitgangspunt nemen voor de huisvesting is het tijdelijk te kort en het tijdelijk overschot theoretisch in balans. Maatschappelijke ontwikkelingen: In overleg wordt echter geconcludeerd dat er maatschappelijke ontwikkelingen zijn die het aantal leerlingen sterk kunnen beïnvloeden zoals de opvang van de statushouders waarvan het effect niet in de prognoses is mee genomen. Kindpartners: Tevens wordt aangedragen dat voor een toekomstbestendige ontwikkeling ruimte moet zijn voor (beperkte) uitbreiding of het aanhaken van andere partners en het in deze fase knijpen van de behoefte risicovol is.
Buitenruimte toekomstige situatie: o Model Verordening Huisvesting Voorzieningen Onderwijs: Voor het bepalen van de ruimtebehoefte buitenruimte wordt in eerste instantie gerefereerd naar de Model Verordening Huisvesting Voorzieningen Onderwijs. In dit model gaat men uit van de volgende staffel: 1-100 leerlingen: 300 m² 101-200 leerlingen: 300+ (3*(L-100) m² 201-400 leerlingen: 600 m² Bij een leerlingen aantal van 153 leerlingen betekent dit in theorie een ruimtebeslag van 459 m² buitenruimte. o
Kwaliteitskader huisvesting funderend onderzoek onderwijs : In 2021 is op verzoek van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de sectorverenigingen voor het primair en voortgezet onderwijs (PO-raad en VO-raad) een nieuwe norm beschreven in het ‘Kwaliteitskader huisvesting funderend onderzoek onderwijs’. Deze stelt dat op elk schoolplein per kind minimaal 5 vierkante meter aan buitenspeelruimte zijn waarvan minimaal 2 vierkante meter onverhard, tenzij het in een stedelijke omgeving is.
o
Visie gemeente & innovo: De gemeente heeft geen vigerende verordening onderwijs. In verband met de maatschappelijke ontwikkeling waarbij de thema’s gezondheid en bewegen een steeds belangrijker onderdeel vormen binnen de ontwikkeling van een kindcentrum én omwille van het feit dat het een landelijke context betreft wordt niet uit gegaan van VNG norm maar die van het Kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs.
o
Omslagfactor: De benodigde vierkante meters betreffen de minimale vierkante effectieve speelruimte. Bij de inpassing reserveren we in deze fase 15% opslag voor paden, hekken en hagen. Dit resulteert in een totaal van 879 m² buitenruimte voor de school, hetgeen een reductie is ten opzichte van de huidige beschikbare oppervlakte.
Strategie: Voor de studie wordt voor de vertaling naar ruimte wordt vooralsnog uit gegaan van het maximale aantal leerlingen van 153 stuks. Op een later moment kan de definitieve ruimtebehoefte en bijbehorende investering worden aangescherpt. Dit resulteert in een behoefte van 969 m² B.V.O.
19
Ruimtebehoefte Kinderopvang Op ‘t Bergske Ubachsberg Huidige situatie: Kinderopvang Op ‘t Bergske is een particuliere kinderopvang organisatie die op dit moment in een particuliere woning aan de Kerkstraat. o o
Soort opvang: KDV Op ‘t Bergske biedt kinderopvang aan van 0-4 jaar. Aantal kindplaatsen: 1 babygroep van 16 kindplekken en 1 peutergroep van 16 kindplekken.
Ruimtebehoefte nieuwe situatie: Op ‘t Bergske ziet kansen bij een integrale huisvesting van opvang en onderwijs omwille van de doorlopende leerlingen en een meer uitdagende aanbod van beweegruimte. In de nabije toekomst nemen ze de peuterspeelzaal die in de Auw Sjoëel is gehuisvest over van Human Kind en breiden daarmee het aanbod uit met 16 plekken. o
o
Aantal kindplaatsen: 1 babygroep van 16 kindplekken, 1 peutergroep van 16 kindplekken en een peuterspeelzaal van 16 kindplekken. Een totaal van 48 kindplekken. Ruimtebehoefte: Wanneer we van het maximale aantal kindplaatsen van 3*16 = 48 uitgaan en volledige exclusieve ruimtes voorzien, is de theoretische ruimtebehoefte: 48* 3,5 m²= 168m² netto groepsruimtes. Aanvullend dienen verschoonruimte buiten de groepsruimte (12 m²), keuken (10 m²), slaapkamers (24m²), berging spelmateriaal (6m²), entree (12 m²) en garderobe (12m²) voorzien te worden. Dit resulteert in 244 m² netto totaal. Met een tarra factor van 1,35 resulteert dit in een theoretische behoefte van: 330 m² B.V.O.. Dit is het aantal m² nieuwbouw indien de peuterspeelzaal in het MFC gesloopt wordt of een andere bestemming krijgt. Er is een kans om de peuterspeelzaal in de middag dubbel te gebruiken als BSO ruimte voor de jongste kinderen. Deze m² zijn op de volgende pagina bij BSO gereduceerd. Aanvullend is het tevens mogelijk om de spreekkamer en personeelsruimte dubbel te gebruiken met de school. De benodigde m² zijn daarom niet opnieuw gerekend.
Buitenruimte: Wat betreft de buitenruimte is het voorschrift dat er 3 m² per aanwezig kind moet zijn. Dit dient een eigen afsluitbare ruimte te zijn van 48*3m² = 144 m² netto buitenruimte. Met een tarra factor van 1,15 (te reserveren ruimte voor inpassing paden, hekwerken, hagen etc.) resulteert dit in een theoretische behoefte van: 166 m² B.V.O. eigen buitenruimte
20
Ruimtebehoefte BSO de Zonnestraal Huidige situatie: BSO de zonnestraal is een particuliere buitenschoolse opvang organisatie die op dit moment niet intern is gehuisvest maar in een particuliere woning aan de Kerkstraat. o
Soort opvang: BSO De Zonnestraal biedt op dit moment VSO (7:30-8:30) en BSO (ma di do 14:45 -18:00 / wo vr 11:30-18:00) ) aan. De dagen dat de school studiedagen heeft / vakantie is de BSO open van 7.30 tot 18.00 uur.
o
Aantal kindplaatsen: op dit moment zijn er 20 kindplaatsen per dag ter beschikking.
Ruimtebehoefte nieuwe situatie: De Zonnestraal ziet kansen bij een integrale huisvesting van opvang en onderwijs omwille van de doorlopende leerlingen en een meer uitdagende aanbod van beweegruimte . Buiten de stampgroep zouden leerpleinen, knutsellokalen, keukens en toiletten als gedeeld gebruik ingezet kunnen worden om zo benodigde aanvullende m² te verantwoorden.
o
Aantal kindplaatsen: . De wens is om mogelijk naar 24 kindplaatsen uit te breiden. 22 Kindplaatsen zouden de max. zijn wanneer de twee ruimtes in één gebouw verder van elkaar gelegen zijn waardoor personeel op kan splitsen (1 leider/leidster op 11 kinderen).
o
Ruimtebehoefte: Wanneer we van de maximale aantal kindplaatsen van 24 uitgaan is de theoretische ruimtebehoefte: 24* 3,5 m²= 84m². Met een tarra factor van 1,35 resulteert dit in een theoretische behoefte van: 114 m² B.V.O.. Een gedeelte hiervan kan gevonden worden in gedeelde voorzieningen, bijvoorbeeld de peuterspeelzaal van Op ‘t Bergske, maar één eigen stamgroep waar het totaal aantal kinderen kan samenkomen en lunchen is minimaal gewenst. Aanvullend is het tevens mogelijk om de spreekkamer, personeelsruimte en sanitair dubbel te gebruiken met de school. De benodigde m² zijn daarom niet opnieuw gerekend. Voor deze studie is een verhouding aangehouden van 30% dubbel gebruik en 70% eigen ruimte hetgeen een reductie zou opleveren van 34m² B.V.O. wat resulteert in een totaal behoefte van 80 m².
Buitenruimte: Wat betreft de buitenruimte is het voorschrift dat er 3 m² per aanwezig kind moet zijn. Het Kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs: onderzoek wijst uit dat dit Voor BSO kinderen veel te weinig is en dat 8 m² buitenruimte voldoende ruimte geeft om te bewegen. Indien het schoolplein ter beschikking staat biedt dit voldoende ruimte en zijn er geen aanvullende behoeftes
21
Ruimtebehoefte Bewegen De ruimtebehoefte van een lokaal voor bewegingsonderwijs is afhankelijk van het totaal aantal klokuren of lesuren dat in het lokaal bewegingsonderwijs is ingeroosterd. Voor bewegingsonderwijs door de leerlingen in de leeftijd van 4 en 5 jaar dient binnen de genormeerde bruto vloeroppervlakte lesgebouw een speellokaal te worden gerealiseerd. Huidige situatie: Op dit moment is een beweegruimte voorzien in het multifunctioneel Centrum De Auw Sjoeël waar de school gebruik van kan maken. Deze voorziening is via een interne verbinding te bereiken. De ruimte wijkt in maatvoering af van een traditionele gymzaal en is tevens inzetbaar door anderen. Dit levert in de praktijk een spanningsveld op en resulteert in een beperkt aanbod bewegingsonderwijs: er zijn geen extra beschikbare uren, wandrekken ontbreken, uitdagende opstellingen kunnen niet blijven staan, de ruimte is relatief klein voor grof motorisch spel en men komt berging te kort. Ruimtebehoefte nieuwe situatie: In de nabije toekomst wordt het aantal vereiste klokkuren bewegingsonderwijs vergroot en dit gaat mogelijk druk leggen op de beschikbare voorzieningen. De exacte omvang is niet bekend maar Innovo legt in hun onderwijsvisie nadruk op bewegen en het stimuleren van een gezonde levensstijl. Daarbij worden kansen gezien voor de kinderopvang en BSO.
Wegens de beperkte inzetbaarheid van de huidige beweegvoorziening in het MFC is de vraag gesteld of een aanvullende beweegruimte dient te worden voorzien. Voor het toetsen van de haalbaarheid wordt een aanvullende beweegruimte aanbevolen, deze strategie wordt ondersteund door Innovo. Dit maakt het kindcentrum tevens onafhankelijk van het MFC voor het bewegingsonderwijs, mocht de aldaar aanwezige ruimte in de toekomst niet meer beschikbaar zijn. Indien een oplossing wordt gevonden om de beperkingen van de huidige beweegruimte in het MFC op te heffen, kan mogelijk worden volstaan zonder een aanvullende beweegruimte. Anders zijn de volgende mogelijkheden zijn ter tafel gekomen;
In een beweegruimte is minder ruimte voor de traditionele sporten als voetbal en basketbal en meer aanleiding voor interactief en dynamisch bewegen. Maatvoering en inrichting hangen hiermee samen. In de buitenruimten zouden aanvullende m² beweegruimte gevonden kunnen worden. o
o
Speellokaal: Voor het bewegen van de jongste groepen gaan we uit van het integreren van een speellokaal binnen de onderwijsmeters.
o
Beweegruimte: Een mogelijke uitbreiding van de beweegruimte zou kunnen zijn om een beweegruimte additioneel aan het speellokaal te voorzien van 14*14 m² met een beperkte aantal voorzieningen als 2 kleedruimten (50m²), 1 berging (45m²), docentenruimte incl. douche (12m²), sanitair (12m²). Dit resulteert in een theoretische behoefte van 295 m² netto. Bij een tarra factor van 1,35 betreft dit 398 m² B.V.O..
Gymzaal: Indien een verkleinde beweegruimte te weinig mogelijkheden geeft, kan een gymzaal van 21*12 m netto worden opgenomen met een beperkte aantal voorzieningen als 2 kleedruimten (50m²), 1 berging (45m²), docentenruimte incl. douche (12m²), sanitair (12m²). Dit resulteert in een theoretische behoefte van 421m² netto. Bij een tarra factor van 1,35 betreft dit: 568 m² B.V.O..
Strategie: Een volledige gymzaal voorziening exclusief voor onderwijs is in investering en in exploitatie niet haalbaar. Voor de studie wordt daarom uitgegaan van het inpassen van een beweegruimte aanvullend aan het speellokaal.
22
Ruimtebehoefte Autoparkeren
Bepalen van aantal parkeerplaatsen en van verkeersgeneratie
Huidige situatie: het huidige schoolgebouw wordt voor zowel auto’s als fietsen ontsloten aan de Bostenstraat. Ter plaatse van de entree is een schoolzone met oversteekplaats gepositioneerd. Op het kadastrale perceel van de school, maar buiten de hekken, zijn grenzend aan de Bostenstraat een 10-tal insteek auto parkeerplaatsen voorzien. De Bostenstraat is een tweerichtingsstraat hetgeen in de ochtend resulteert tot een verkeerssituatie die men als niet veilig beschouwt. Parkeerbeleid: Gemeente Voerendaal heeft geen eigen parkeerbeleid dat in deze fase dienst kan doen als richtinggevend voor de verkeersafwikkeling in de nieuwe situatie. Er zijn geen praktijk gebaseerde gegevens bekend. Voor een reële indicatie worden de normen en cijfers aangehouden zoals deze in de CROW zijn opgenomen. De parkeerkencijfers zijn nadrukkelijk niet bedoeld om als norm te dienen maar ontwikkeld om een orde van grootte uit te rekenen voor de te verwachten parkeervraag. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende invloeden:
o
Bereikbaarheidskenmerken van de locatie; De vraag naar parkeerplaatsen en de omvang van de verkeersgeneratie wordt bepaald door: de locatie van de functie; het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen. Om deze reden worden de kencijfers onderscheiden naar stedelijke zone en naar stedelijkheid graad. Voor de stedelijke zone wordt onderscheid gemaakt tussen: centrum; schil/overloopgebied; rest bebouwde kom; buitengebied. Locatie Ubachsberg wordt beschouwd als buitengebied Gemeente Voerendaal heeft een gemiddelde dichtheid van adressen van 822 adressen per km² en behoort tot de categorie weinig stedelijk.
o
Specifieke eigenschappen van de functie; Er kan worden uitgegaan van een normaal draagvlak. Kindcentrum Ubachsberg is de enige onderwijslocatie in Ubachsberg en heeft geen concurrentie. De meeste werkende ouders zullen echter buiten Ubachsberg werken en voor het brengen en halen eerder aanspraak maken op de auto. Anderzijds betreft het een klein dorp met korte loopafstanden en grote sociale controle waarbij kinderen met gemak te voet naar school kunnen komen.
o
3 Mobiliteitskenmerken van gebruikers/ bezoekers; Er is een verwacht auto gebruik naar motief van 25-30%
Figuren uit: Kennisplatform Crow , Kennismodule parkeercijfers 2024 https://kennisbank.crow.nl/
23
Ruimtebehoefte Autoparkeren
Kerncijfers wonen werken en voorzieningen
Basisschool: Basisschool: De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen. De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid gaan staan onder invloed van velerlei factoren waarbij maatwerk noodzakelijk is. Vandaar dat in de CROW voor deze categorie geen verkeersgeneratiecijfers zijn opgenomen maar wel kerncijfers ter beschikking staan. Vaste parkeerplaatsen: Voor de locatie buitengebied en weinig stedelijk wordt een kerncijfer van 0,5 tot 1,0 plaats per leslokaal geadviseerd. Dit is exclusief een kiss & ride. Het aandeel bezoekers is meegerekend voor 48%. Bij 153 leerlingen omgerekend naar 6 lokalen zijn 0,5 of 1,0 *6 aantal parkeerplaatsen benodigd. Dit resulteert in 3 tot 6 parkeerplaatsen. Kiss & ride: Indien op locatie voldoende plek ter beschikking is, is het zeer wenselijk een kiss & ride te voorzien. Eventueel kan deze na de piekmomenten als buitenspeelruimte / beweegruimte gebruikt worden door onderwijs. De gewenste aantallen hiervoor zijn niet bekend en hangen af van de specifieke (on)mogelijkheden op het terrein. Kinderdagopvang Op ‘t Bergske: Voor de locatie buitengebied en weinig stedelijk wordt een kerncijfer van 1,4 tot tot 1,6 per 100 m² B.V.O. geadviseerd. Dit is excl. een kiss & ride. Het aandeel bezoekers is 0% . Voor de 48 kindplaatsen en 330 m² B.V.O. zijn 1,4 of 1,6 * 3,3 aantal parkeerplaatsen benodigd.
Dit resulteert in 4 tot 5 aanvullende parkeerplaatsen. Buitenschoolse opvang de Zonnestraal: Voor het brengen en halen van de kinderen van de BSO wordt volledig dubbel gebruik gerekend met de voorzieningen die getroffen moeten worden voor school. Totaal: Op basis van de input die is gegeven en waarbij naar voren komt dat veel kinderen te voet komen of met de auto worden gebracht wordt voor de studie het maximale aantal aangehouden van 11 stuks. De ruimte hiervoor kan in de openbare ruimte worden gezocht.
Figuren uit: Kennisplatform Crow , Kennismodule parkeercijfers 2024 https://kennisbank.crow.nl/
24
Ruimtebehoefte Fietsparkeren Fietsparkeren in de huidige situatie: Er zijn geen exacte praktijk gebaseerde gegevens bekend. Op dit moment worden op terrein 45 fietsplekken voor scholieren geboden en 10 voor personeel. Naar inschatting wordt nog geen 50% hiervan gebruikt. Rede hiertoe is dat de verkeerssituatie als niet veilig wordt ervaren, auto’s en fietsers mengen zich en ook hoogteverschillen spelen een rol. Fiets parkeerbeleid: Gemeente Voerendaal heeft geen eigen beleid dat in deze fase dienst kan doen als richtinggevend. Voor een reële indicatie worden de normen en cijfers aangehouden zoals deze in de CROW zijn opgenomen Ruimtebehoefte fietsparkeren nieuwe situatie: Voor een school met minder dan 250 leerlingen wordt voor het aantal stallingsplekken voor de leerlingen een bandbreedte van 7,5-12,5 fiets per lokaal geadviseerd. Wanneer we uitgaan van 153 leerlingen kunnen we dit vertalen naar 6 lokalen. Dit resulteert in een behoefte van 46 tot 75 fietsparkeerplaatsen.
Voor de medewerkers wordt op 1 van de 10 leerlingen gerekend met een bandbreedte van 0,2 tot 0,7 fietsplek. Dit resulteert in een behoefte van 3 tot 10 fietsparkeerplaatsen. In de wetenschap dat het grootste gedeelte van de leerlingen te voet komt of met de auto wordt gebracht, wordt voor het totaal het kleinste getal gehanteerd en dit resulteert in een theoretisch behoefte van 49 stallingsplekken. Het huidige aanbod betreft tevens 45 plekken maar worden minimaal gebruikt.. In overleg wordt besproken dit aantal te halveren en van 25 stuks uit te gaan.
Figuren uit: Kennisplatform Crow , Kennismodule parkeercijfers 2024 https://kennisbank.crow.nl/
Fietsparkeren kindpartners: er worden op dit moment geen aanvullende voorzieningen gerekend voor partners, mede in de wetenschap dat de huidige voorzieningen niet volledig worden gebruikt en bezet. m² per fiets: in de studie wordt 2m² per fiets aangehouden. Dit is iets meer dan de gebruikelijke 1,8m² per fiets maar in verband met het feit dat veel fietsen breder worden en of worden uitgerust met manden wordt dit vooralsnog aangehouden. Dit betekent een ruimtebehoefte van 50 m²
25
Samenvattende ruimtebehoefte Kindcentrum Ubachsberg
SAMENVATTENDE RUIMTEBEHOEFTE KINDCENTRUM UBACHSBERG GEBOUW
netto
factor
Onderwijs gebouw 100%
bruto m2 969
Kinderopvang Op 't Bergske 100%
244
1,35
329
BSO de Zonnestraal 70%
59
1,35
79
Beweegruimte
295
1,35
398 1.776
BUITEN SPELEN Onderwijs buitenruimte Kinderopvang Op 't Bergske BSO de Zonnestraal
PARKEREN Fietsparkeren 25 stuks Auto parkeren 11 stuks, in openbare ruimte
netto factor 765 1,15 144
1,15
dubbelgebruik
bruto m2 879 166 0 1.045
netto m2/ stuk bruto m2 25 2 50 50 11 25 275
26
§ 1.3 - Samenvattende beoordeling Milieuscan
27
Toelichting toetsingscriteria
o
Voor beide locaties is een milieuscan uitgevoerd, zie hiervoor bijlage 1. De analyse is opgebouwd uit de volgende hoofdonderdelen: ruimtelijke analyse, cultuurhistorie, planologie en milieu. Elk hoofdonderdeel is vervolgens verder onderverdeeld en wordt hieronder kort toegelicht:
o
Ruimtelijke analyse: o Morfologie / typologie / genius loci: getoetst wordt of het beoogde kindcentrum in de omgeving past. Zo wordt onder andere beoordeeld of het gebouw en de maatschappelijke functie daarvan in het huidige dorpsweefsel past. o Hoogte contouren: hoogteverschillen op locaties hebben mogelijk invloed op de aanhechting aan de openbare ruimte en kunnen indien aanwezig een barrière vormen. Het overbruggen van hoogteverschillen vergt in veel gevallen extra ruimte en een hogere investering. o Nationaal Landschap Zuid Limburg: een groot gedeelte van Ubachsberg valt onder het Plateau van Ubachsberg (een van de deelgebieden van het Nationaal Landschap Zuid Limburg). Het behouden en versterken van de kernkwaliteiten van dit landschap vergt een zorgvuldige omgang en bescherming. Opgestelde leidende beginselen en ontwerpprincipes bieden een kader bij een nadere ontwikkeling. Cultuurhistorie: o Archeologie: de archeologische waarde van de locatie wordt getoetst. o Monumenten: getoetst wordt of een mogelijke monumentstatus beperkingen oplevert voor de beoogde ontwikkeling. Planologie: o Bestemmingsplan: past de beoogde ontwikkeling binnen het bestemmings- / omgevingsplan of is een wijziging benodigd. o Milieuzonering wonen: getoetst wordt of de afstand tot omliggende bebouwing/woningen zodanig is dat daar (geluid)overlast ondervonden kan worden van de beoogde ontwikkeling.
o Spuitcirkels agrarische bestemmingen: op tot agrarisch bestemde gronden wordt mogelijk met chemische bestrijdingsmiddelen gewerkt, deze middelen kunnen slecht zijn voor de gezondheid. Er worden spuitcirkels gehanteerd om de risico’s in kaart te brengen, onder dit punt wordt getoetst of de beoogde ontwikkeling binnen deze spuitcirkels komt te liggen en extra aandacht verdient. o Klic-melding: staat voor Kabels en leidingen informatie centrum, getoetst wordt of aanwezige kabels en leidingen in de grond beperkingen kunnen opleveren voor de beoogde ontwikkeling.
Capaciteit elektriciteitsnet: het elektriciteitsnet staat onder druk, wegens netcongestie worden nieuwe aanvragen op een wachtlijst geplaatst. Hoogspanningslijnen: zowel boven- als ondergrondse hoogspanningslijnen hebben impact op waar wel en niet gebouwd mag worden. In Ubachsberg bevinden zich in de noordoosthoek van locatie 2 bovengrondse hoogspanningslijnen, dit levert een beperking op van de beschikbare ruimte (ook t.a.v. overige toekomstige ontwikkelingen in het gebied).
Milieu: o Externe veiligheid: beoordeeld wordt of er op de locaties risico’s zijn voor mens en dier als gevolg van het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hieronder vallen onder meer bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken alsmede de risico’s langs transportassen zoals spoorlijnen en snelwegen. o Stikstof: een stikstofberekening is vereist, mede omdat negatieve gevolgen ten aanzien van stikstof niet uit te sluiten zijn. De relevantie neemt toe wanneer Natura 2000 of Natuur Netwerk Nederland gebieden in de nabije omgeving aanwezig zijn. Voor Ubachsberg is dit het geval met Natura 2000 gebieden het Geuldal en de Kunderberg en ligt er een Natuur Netwerk Nederland gebied 500 meter ten westen van locatie 2. o Hittestress en luchtkwaliteit: getoetst wordt of op de beoogde locaties hittestress of een verminderde luchtkwaliteit ervaren wordt. o Wateroverlast: op basis van gegevens over waterdiepte bij neerslag is getoetst of wateroverlast in de huidige situatie een rol speelt. o Geluidshinder: bij geluidgevoelige gebouwen als onderwijsgebouwen is het van belang de geluidsbelasting vast te stellen. Middels verkennend onderzoek zijn mogelijke risico’s in kaart gebracht en toegelicht. Randvoorwaardenkaart Uit de milieuscan zijn voor een aantal onderzochte thema’s directe randvoorwaarden te herleiden voor de inpassing van een nieuw gebouw.
Dit is samengevat in een randvoorwaarden kaart per locatie, zie hiervoor de volgende twee pagina’s Multi criteria analyse Om de bevindingen in een kader te plaatsen en de locaties te kunnen vergelijken is een multi criteria analyse opgesteld (deze volgt na de randvoorwaarden kaarten). Hierbij wordt het stoplicht principe gehanteerd en per thema met een kleur aangeduid of dit een kans (groen) biedt, neutraal is of niet onderscheidend is voor inpassing (geel), een beheersbaar risico betreft (oranje) of een onbeheersbaar risico oplevert (rood).
28
Locatie 01 Basisschool Bergop – randvoorwaarden kaart milieuscan o
Milieuzonering: een groot deel van het beschikbare plangebied ligt binnen 30 meter tot omliggende bestaande woningen, zodanig dat het realiseren van de benodigde metrages al gauw zal leiden tot een overschrijding van deze grens. Aanvullend akoestisch onderzoek (zie bijlage 3) heeft uitgewezen dat geluidsoverlast een mogelijk een risico vormt op deze locatie. Dit risico is beheersbaar door mitigerende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld in de vorm van geluidsschermen. In het voorerfgebied, aangrenzend aan de Bostenstraat aan de oostzijde, zijn dergelijke mitigerende maatregelen over het algemeen niet wenselijk. De verwachting uit het akoestisch onderzoek is echter dat de beoogde ontwikkeling niet zal leiden tot een overschrijding van de wettelijke eisen ten aanzien van het binnen niveau, bij een nadere uitwerking dient dit te worden geverifieerd. Voor de opmaak van het omgevingsplan dient in overleg gegaan te worden met de nabije omgeving. Zie tevens ‘bijlage 1 analyse en milieuscan’ voor meer informatie
o
Contouren bestaande groenvoorziening: het is wenselijk om de bomen die zich aan de randen van het perceel bevinden te handhaven. Deze vormen enerzijds een buffer richting de woningen en waarborgen daarnaast voldoende afstand tot de perceelsgrens.
o
Bestemmingsplan: een bestemmingsplanwijziging zal benodigd zijn omdat er geen sprake zal zijn van vervangende nieuwbouw ter plaatse van de bestaande bebouwing vanwege de toegenomen ruimtebehoefte. Ook wordt richting de straat afgeweken van de aangeduide gevellijn (deze volgt de lijn van het bestaande gebouw en de voormalige gymzaal). Daarnaast is de maximale goothoogte in het bestemmingsplan vastgesteld op 6 meter, alleen al de nieuw te bouwen voorziening voor bewegen zal hoger uitkomen.
29
Locatie 02 Bergse- en Vrenkeweg – randvoorwaarden kaart milieuscan o
Spuitcirkels: indien een afstand van 50 meter vanaf agrarisch bestemde gronden gerespecteerd wordt blijft op beide percelen weinig vrije ruimte over voor een onderwijsgebouw. Een reductie van de afstand tot 20 meter door het toepassen van afschermende voorzieningen levert aanzienlijk meer ruimte op om een onderwijsgebouw te realiseren, echter zal de buitenruimte mogelijk binnen de 20 meter contour vallen en dus een aandachtspunt blijven. Dit betekent in deze fase een mogelijk risico voor de haalbaarheid. Voor de opmaak van het omgevingsplan dient in overleg gegaan te worden met de nabije omgeving en een overeenkomst te worden gesloten met agrariërs t.b.v. een spuitvrije zone. Zie hiervoor bijlage 1 analyse en milieuscan
Indien aan de Bergseweg woningen worden ontwikkeld vormt deze lijn de 50m. contour m.b.t. spuitcirkels
N.b.: er ligt wel een kans om dit integraal met de gewenste woningbouw ontwikkeling op te lossen. o
Hoogspanningslijnen: de noordoost hoek van perceel P149 wordt doorsneden door een magneetveldzone, deze door het RIVM vastgestelde zone kent in Ubachsberg een rekenafstand van 85 meter. Concreet houdt dit in dat binnen 85 meter van de buitenste hoogspanningslijn geen onderwijsgebouw mogelijk is;
o
Milieuzonering: door de omvang van de beschikbare percelen is het goed mogelijk om voldoende afstand te bewaren tot omliggende bebouwing, het gaat hier met name om de bestaande woningen aan de Vrenkeweg;
o
Contouren bestaande groenvoorziening: op beide percelen zelf is weinig kwalitatief groen te vinden, enkel aan de westzijde dienen een tweetal geclusterde groepjes als buffer naar de drukke Bergseweg. Buiten de percelen aan de zuidwestkant vormt een gestructureerde jonge bomenrij de begrenzing, het is wenselijk om deze bomenrij intact te laten en voldoende afstand te bewaren.
o
Bestemmingsplan: ondanks dat in het bestemmingsplan behorende bij het buitengebied geen geluidscontour is opgenomen zal deze zonder wijzigingen aan de verkeersstructuur zeker van toepassing zijn.
Indien aan de Bergseweg woningen worden ontwikkeld vormt deze lijn de 30m. contour m.b.t. milieuzonering
Voor de ruimtelijke inpassing is als uitgangspunt genomen dat aan de westzijde van de Bergseweg woningen ontwikkeld zullen worden. De contouren voor spuitcirkels komen daarmee vanaf de westzijde te vervallen, in plaats daarvan zal de 30 meter milieuzonering contour wel van toepassing zijn
30
Beoordeling Analyse en Milieuscan Ruimtelijke analyse: Locatie 1 (bestaand) en 2 (CNO) onderscheiden zich respectievelijk in een centrale ligging versus een ligging buiten de huidige contouren van het dorp. Het wel of niet waarderen hiervan is een principiële en bestuurlijke keuze en dient bovendien in het perspectief gezien te worden van een mogelijke integrale woningbouw opgave. Locatie 1 heeft een functionele koppeling met MFC de Auw Sjoeël, locatie 2 valt onder Nationaal Landschap Zuid Limburg hetgeen in de nadere uitwerking extra aandacht vraagt. Op beide percelen is een gering hoogteverschil aanwezig, echter niet dusdanig dat dit beperkingen op zal leveren in de nadere uitwerking. Cultuurhistorie: Locatie 1 is gelegen in een gebied met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde, derhalve is dit een aandachtspunt. Een groot deel van locatie 2 valt onder een gebied met hoge archeologische waarde in een historische dorpskern, vanwege de striktere eisen aan een dergelijk gebied zou de beoordeling negatiever moeten uitpakken. Echter is voorafgaand aan het realiseren van de CNO (crisisnoodopvang) grondig onderzoek verricht en hebben ontgravingen plaatsgevonden, om deze reden worden beide locaties gelijk beoordeeld. Er zijn geen monumenten gelegen op of direct aangrenzend aan beide locaties, wat dit betreft zijn er geen aandachtspunten.
Planologie: Op beide locaties is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Op locatie 1 is het niet mogelijk dat bij een meer dan verdubbelde ruimtebehoefte de vervangende nieuwbouw binnen de footprint van het bestaande gebouw zal blijven. Voor locatie 2 zullen de als ‘agrarisch’ en ‘agrarisch bedrijf’ bestemde gronden moeten worden gewijzigd naar ‘maatschappelijk’. Betreft de milieuzonering vormt de afstand tot bestaande woningen op locatie 1 een risico, aanvullend akoestisch onderzoek (zie bijlage 3) heeft dit aangetoond. Verwacht wordt dat de voorgestelde projectie op locatie 1 niet zal leiden tot een overschrijding van de wettelijke eisen ten aanzien van het binnen niveau en dat het risico te beheersen valt. Spuitcirkels vormen op locatie 2, door de vrije ligging met agrarische gronden rondom, een aandachtspunt. Ook de vrij te houden zone rondom hoogspanningslijnen heeft impact op locatie 2 en snijdt in de noordoost hoek een deel van de beschikbare ruimte af. Wat betreft de klic-melding en de capaciteit van het elektriciteitsnet zijn beide locaties gelijk beoordeeld. Milieu: Op het gebied van externe veiligheid, stikstof, hittestress en luchtkwaliteit en wateroverlast zijn beide locaties gelijk of zijn de verschillen gering. Op het gebied van geluidshinder scoort locatie 1 duidelijk beter door de rustige ligging aan de Bostenstraat.
Bij locatie 2 is, door de ligging aan het uiteinde van een van de invalswegen naar Ubachsberg, de geluidsoverlast aanzienlijk hetgeen maatregelen vraagt.
31
§ 1.4 - Ruimtelijke inpassing
32
Locatie 01 Basisschool Bergop – variant 01 De ruimtebehoefte is vertaald naar maat en schaal en in de randvoorwaarden kaart geprojecteerd om de haalbaarheid ervan te toetsen. Voor het vertalen naar massa zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: o
o o o
o o
Gebouw grotendeels in 1 bouwlaag, enkel een gedeelte van het onderwijsgebouw is op de verdieping geplaatst. De hierbij gehanteerde verhouding is als volgt: 60% op begane grond, 40% op de eerste verdieping; Het gebouw is qua positionering grotendeels over het huidige gebouw geprojecteerd, hierdoor zal tijdelijke huisvesting noodzakelijk zijn; Bestaande parkeervoorziening aan de Bostenstraat blijft gehandhaafd; Zowel het onderwijsgebouw als de KDV en BSO hebben een directe interne toegang tot de beweegruimte en MFC de Auw Sjoeël via de bestaande gangzone aan de oostkant van dit gebouw; Separate entree voorzien voor KDV en BSO; Het gebouw blijft zo veel mogelijk buiten de 30 meter zone tot bestaande bebouwing.
Kansen: + School in dorpskern + Verbinding met MFC De Auw Sjoeël + Gescheiden verkeersstromen mogelijk Risico’s: - 30 meter milieuzonering - Geringe ontwerpvrijheid - Ruimtebehoefte past net - Weinig groeimogelijkheden - Bouwen op perceelsgrens (beweegruimte)
Buitenruimte onderwijs: 764 m²
Fietsparkeren: 50 m²
Fiets
Bestaande parkeerplaatsen handhaven: 10 stuks, haaks parkeren
Auto
Buitenruimte KDV: 166 m² Footprint gebouw: 1.422 m²
deels 2 bouwlagen
33
Locatie 01 Basisschool Bergop – variant 02 Uitgangspunten: o Compacter gebouw, gebruikers gepositioneerd rondom de beweegruimte, directe verbindingen met de beweegruimte zijn hierdoor voor alle gebruikers mogelijk; o De rooilijn van het gebouw ligt ten opzichte van variant 01 verder terug naar achteren waardoor de afstand naar de Bostenstraat groter is; o Kinderopvang Op ‘t Bergske heeft een beter gedefinieerde en afgeschermde buitenruimte t.o.v. variant 01; o Het binnenhalen van daglicht is een aandachtspunt bij de aangrenzende ruimtes van het MFC, zeker met het aangrenzende hogere volume van de beweegruimte.
Kansen: + School in dorpskern + Verbinding met MFC De Auw Sjoeël + Gescheiden verkeersstromen mogelijk Risico’s: - 30 meter milieuzonering - Geringe ontwerpvrijheid - Ruimtebehoefte past net - Weinig groeimogelijkheden
Buitenruimte onderwijs: 879 m²
Bestaande parkeerplaatsen handhaven: 10 stuks, haaks parkeren
Auto Fiets Fietsparkeren: 50 m²
Footprint gebouw: 1.402 m²
Buitenruimte KDV: 166 m²
deels 2 bouwlagen
34
Locatie 02 Bergse- en Vrenkeweg – variant 01 Uitgangspunten: o Gebouw grotendeels in 1 bouwlaag, enkel een gedeelte van het onderwijsgebouw is op de verdieping geplaatst. De hierbij gehanteerde verhouding is als volgt: 60% op begane grond, 40% op de eerste verdieping; o Zowel het onderwijsgebouw als de KDV en BSO hebben een directe interne toegang tot de beweegruimte; o Meer dan 30 meter afstand vanaf het kindcentrum incl. buitenruimte tot de woningen aan de Vrenkeweg; o Het onderwijsgebouw maakt de hoek van de Bergse- en Vrenkeweg af, het gebouw vormt hiermee een bufferzone tussen de straat en de buitenruimte; o De buitenruimtes behorende bij het onderwijs en de kinderopvang oriënteren zich naar het vrije landschap in het noordoosten.
Kansen: + Voldoende ontwerpvrijheid + 30 meter milieuzonering eenvoudig te respecteren + Voldoende groeimogelijkheden + Gescheiden verkeersstromen mogelijk + Verbinding met landschappelijk buitengebied Risico’s: - Ligging buiten huidig dorpsweefsel
Resterende ontwikkelruimte ten noorden van het kindcentrum ca. : 6.700 m² Buitenruimte onderwijs: 879 m²
Buitenruimte KDV: 166 m² Footprint gebouw: 1.380 m² deels 2 bouwlagen
Auto
Fiets
K&R: 10 stuks, langs parkeren
Fietsparkeren: 50 m²
35
Locatie 02 Bergse- en Vrenkeweg – variant 02 Uitgangspunten: o In deze variant is het gebouw incl. buitenruimte (gelijk aan variant 01) op het noordelijke perceel gepositioneerd. Qua begrenzing is de 30 meter contour aangehouden van het aangrenzende perceel, ook blijft het kindcentrum buiten de hoogspanningscontour van 85 meter; o Afhankelijker van overige ontwikkelingen: als immers de overige ontwikkelingen ten zuiden van het kindcentrum geen doorgang vinden ontstaat de kans dat het kindcentrum “verloren” in het buitengebied komt te liggen.
Kansen: + Voldoende ontwerpvrijheid + 30 meter milieuzonering eenvoudig te respecteren + Voldoende groeimogelijkheden + Gescheiden verkeersstromen mogelijk + Verbinding met landschappelijk buitengebied Risico’s: - Ligging buiten huidig dorpsweefsel
Buitenruimte onderwijs: 879 m²
Footprint gebouw: 1.380 m²
Buitenruimte KDV: 166 m²
Auto Fietsparkeren: 50 m² K&R: 12 stuks, langs parkeren
Fiets Resterende ontwikkelruimte ten zuiden van het kindcentrum ca. : 5.900 m²
deels 2 bouwlagen
36
§ 1.5 - Beoordeling ruimtelijke inpassing
37
Beoordeling ruimtelijke inpassing
Locatie 1: variant 01
Locatie 1: variant 02
Locatie 2: variant 01
Locatie 2: variant 02
Uit de inpassingsstudies blijkt dat een nieuw kindcentrum met het vastgestelde programma op beide locaties haalbaar in te passen is. In fase twee zal dieper worden ingegaan op de kwaliteit van de inpassing. Vooruitlopend hierop kunnen we echter al de volgende onderscheidende kenmerken waarnemen: Inpasbaarheid en ontwerpvrijheid: De meer dan verdubbelde ruimtebehoefte zet de inpasbaarheid op locatie 1 onder druk. Ondanks dat op deze locatie de verbinding met het MFC een kwaliteit en kans is, levert het gelijktijdig ook beperkingen op in ontwerpvrijheid. Op locatie 2 is een onderwijsgebouw goed inpasbaar met voldoende ontwerpvrijheid. De werkelijke inpassing en ontwerpvrijheid hangt daar wel nauw samen met de mogelijke aangrenzende ontwikkelingen en afspraken met omwonenden i.r.t. milieuzonering en spuitcirkels. o Routing en logistiek: Locatie 1 is sterk ingebed in het dorpsweefsel, de centrale ligging in Ubachsberg maakt de locatie geschikt en zorgt voor voldoende sociale controle. Op dit moment zijn er echter al veel problemen rondom het brengen en halen van kinderen en het mengen van auto- en fietsverkeer, dit leidt tot onveilige situaties en overlast naar de buurt. Bij de inpassing van een Kindcentrum zullen de verkeersbewegingen geïntensiveerd worden hetgeen, zonder aanpassingen van de openbare ruimte, tot meer overlast zal leiden.
Locatie 2 ligt daarentegen aan de rand van het dorp en heeft meer ruimte ter beschikking om het parkeerprobleem veilig op te lossen. Het is wenselijk om het kindcentrum op deze plek integraal te ontwerpen met de beoogde ontwikkeling van woningen waarbij gescheiden verkeersafwikkelingen potentieel via een secundaire weg kunnen worden georganiseerd. o Groeipotentieel: Locatie 1 zit met de ruimtebehoefte behoorlijk in de knel op het perceel, enkel op de verdieping zullen in de toekomst uitbreidingsmogelijkheden beschikbaar zijn. Bij locatie 2 is het groeipotentieel afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen rondom, als het terrein dat voor het onderwijsgebouw beschikbaar gesteld wordt voldoende ruim is zal uitbreiding relatief eenvoudig te realiseren zijn. o Randvoorwaarden milieuscan: De geringe afstand (milieuzonering) tot naburige percelen vormt op locatie 1 het voornaamste aandachtspunt uit de milieuscan. Met het gebouw is het al vrijwel onmogelijk om op 30 meter afstand te blijven, laat staan met de bijbehorende buitenruimtes. Op locatie 2 vormen de spuitcirkels, milieuzonering en hoogspanningslijnen de voornaamste aandachtspunten. T.a.v. de spuitcirkels is een afstand van 20 meter eenvoudig te bewaren, 50 meter is daarentegen niet mogelijk. De vanuit milieuzonering gehanteerde 30 meter is goed te bewaren tot de omliggende bebouwing.
Tot slot is aan de noordoost zijde een hoek van het perceel afgesneden vanwege de contour van de hoogspanningslijnen, er blijft echter voldoende ruimte over voor het kindcentrum. Op beide locaties zal een bestemmingsplanwijziging benodigd zijn. o
38
FASE 2 25-03-2025
39
§ 2.1 - Verdieping en herijking ruimtebehoefte
40
RUIMTESTAAT SCHOOL
Samenvattende ruimtebehoefte Kindcentrum Ubachsberg Van B.V.O. naar NVO: In de eerste fase is op basis van leerlingenprognoses en kengetallen een vertaling gemaakt naar minimaal benodigde bruto vierkante meters. Dit heeft geresulteerd in een totaal behoefte van 1776 m², een buitenruimte van 1045m² en 50 m² fietsparkeren In fase 2 is een verdieping gezocht en een voorstel gedaan van de onderverdeling naar de netto nuttige meters. Dit is gedaan door de verschillende soorten ruimtes, de aantallen en het benodigde oppervlak in overleg samen te stellen tot nevenstaande lijst. Dit is nadrukkelijk een start van het gesprek. De inhoudelijke doorwerking en het creëren van draagvlak zal op een later moment door Innovo worden opgepakt. School: Voor het aandeel van de school wordt zichtbaar dat de beperkte grootte van de school leidt tot een zeer beperkte mogelijke ruimtelijke diversiteit. Indien er binnen de genormeerde m² gerekend moet worden dan is het niet mogelijk om naast de lokalen een teamkamer, multifunctionele ruimte (crea ruimte/ muziek ruimte, techniek ruimte), buitenbergingen en techniek inpandig te organiseren. Dit zijn echter ruimtes die niet zomaar gemist kunnen worden in een toekomstbestendig kindcentrum.
Om te voorkomen dat dit in een latere fase tot een onhaalbare situatie leidt is besloten deze m² nu wel te voorzien en ten opzichte van het genormeerde oppervlak mee te rekenen. Dit leidt tot 218 m² B.V.O. meer dan in fase 1 genoteerd.
AANTAL M2
M2 TOTAAL
Het speellokaal is tevens een deel van de beweegruimte. De m² zijn bij onderwijs 12 opgenomen
BEWEGEN Speellokaal (tevens beweegruimte) Berging speellokaal
1 1
85 6
85 6
ONDERBOUW Ingang cluster Onderbouw lokalen Opslag OB Toiletgroep OB Spreekruimte OB Garderobes Leerplein
1 3 1 3 1 3 1
12 56 4 3 12 3 30
168 4 9 12 9 30
BOVENBOUW Ingang cluster Bovenbouw lokalen Opslag BB Toiletgroep BB Spreekruimte BB Garderobes Leerplein
1 3 1 3 1 3 1
12 56 4 3 12 3 30
12 168 4 9 12 9 30
GEZAMENLIJK Hoofdentree Aula / ontmoetingsruimte Keuken Teamkamer Multi functionele ruimte
1 1 1 1 1
12 56 15 36 56
12 56 15 36 56
FACILITAIR ALGEMEEN Balie / administratie/ conciërge Directie kamer Kopieer ruimte Centrale berging Werkkast Sanitair personeel Mindervalide toilet lift Buitenberging in de buitenruimte container ruimte in de buitenruimte Techniek ruimte op dak/ buiten gebouwschil
1 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1
12 12 6 6 4 3 5 5 12 12 45
12 12 6 6 4 6 5 5 12 12 45
Subtotaal netto tarra (wand constructie techniek) totaal BVO Kader fase 1 Vergelijk fase 1
35%
879 308 1187 969 218
41
RUIMTESTAAT OPVANG
Samenvattende ruimtebehoefte Kindcentrum Ubachsberg KDV Bergske : In het interview uit fase 1 is met KDV Bergske individueel gesproken en de ruimtebehoefte aangeduid. Op basis hiervan en ervaring in het realiseren van kindcentra is nevenstaande ruimtestaat opgenomen. De benoemde ruimten zijn volledig als eigen gebruik mee geteld. De eerder gereserveerde 329 m² is een realistisch uitganspunt voor verder studie. Het is belangrijk om vroeg in het proces in gesprek te gaan en te verifiëren of de financiële impact van het realiseren van dit aantal m² op hoofdlijnen realistisch is. In de eerste fase hebben we gezien dat de ruimtebehoefte voor het IKC toeneemt door het aanhaken van partners en dat dit voor de bestaande locatie kritisch is. De inzichten wijzigen mogelijk wanneer het aantal m² wijzigt. BSO De Zonnestraal : In het interview in fase 1 is met BSO de Zonnestraal individueel gesproken en de ruimtebehoefte aangeduid. Op basis hiervan en ervaring in het realiseren van kindcentra is nevenstaande ruimtestaat opgenomen. Hierbij is bij de BSO ruimte voor de jongste kinderen gerekend met 70% dubbel gebruik van de huidige Peuteropvang in de bestaande Auw Sjoeël. Wanneer het kindcentrum op locatie CNO landt is dit dubbelgebruik praktisch niet mogelijk en dient gerekend te worden met 100% eigen gebruik (40m² B.V.O.
meer) Het is het belangrijk om vroeg in het proces in gesprek te gaan en te verifiëren of de financiële impact van het realiseren van dit aantal m² op hoofdlijnen realistisch is. Beweegruimte: In fase 1 is duidelijk geworden dat er een aanvullend aanbod van beweegruimte gewenst is, zowel op de bestaande locatie als op de CNO locatie. Dit maakt het kindcentrum onafhankelijk van het MFC voor het voorzien van een inpandige bewegruimte. Echter gaat men voor het bewegingsonderwijs zoveel mogelijk uit van bewegen in de buitenruimte. De ruimte die inpandig wordt voorzien is dan ook geen traditionele gymzaal maar een ruimte die uit moet nodigen tot divers sport en spelgebruik en wordt gezien als aanvulling op de mogelijkheden in de buitenruimte. In de ruimtestaat is een veld van 14*14 meter voorzien met aanvullende voorzieningen. Het thema bewegend leren is nadrukkelijk iets dat Innovo in de praktijk wenst te brengen en het opnemen van een beweegruimte biedt dan de juiste kansen. In de doorwerking van de ruimtebehoefte zijn de m² van het speellokaal (onderwijs) ingezet om de bijkomstige m² van de beweegruimte te drukken.
KDV BERGSKE Ingang cluster Opvang ruimtes (16 kindplaatsen) Garderobe Verschoonruimte Keuken Slaapkamer Berging speelmateriaal Buggy ruimte
AANTAL M2
1 3 3 1 1 3 1 1
Subtotaal netto tarra (wand constructie techniek) totaal BVO Kader fase 1 Vergelijk fase 1 BSO DE ZONNESTRAAL Ingang cluster gedeeld met school/ KDV Opvang ruimte 1 (jong) 12 kindplaatsen Opvang ruimte 2 (oud) 12 kindplaatsen Garderobes, dubbel gebruik school Opslag Keuken / pantry, dubbel gebruik school Toiletgroep OB dubbel gebruik school Spreekruimte OB dubbel gebruik
Subtotaal netto tarra (wand constructie techniek) totaal BVO Kader fase 1 Vergelijk fase 1
Totaal Vergelijke fase 1
12 56 3 12 10 8 4 5
35%
0 1 1 0 1 0 0 0
3
Subtotaal netto tarra (wand constructie techniek) totaal BVO Kader fase 1 Vergelijk fase 1 BEWEEGRUIMTE Ingang cluster Kleed- & wasruimte Beweegruimte 14*14 minus 85m2 speellokaal Berging EHBO/ Docentenruimte Sanitair MIVA toilet douche combinatie Techniekruimte in buitenruimte
M2 TOTAAL
12 42 42 3 4 10 3 12
35%
1 2 1 1 1 2 1
3
12 25 111 45 12 3 6
30%
12 168 9 12 10 24 4 5 244 85 329 0 0
0 42 42 0 4 0 0 0
Alleen dubbel gebruik mogelijk bij locatie Auw Sjoeël. Bij CNO locatie dient factor 1 aangehouden te worden.
88 31 119 79 40
12 50 111 45 12 6 6
Het speellokaal is tevens een deel van de beweegruimte. De m² van de beweegruimte zijn verminderd met de m² van het speellokaal
242 73 315 398 -83
1949 173
42
Samenvattende ruimtebehoefte Kindcentrum Ubachsberg
RUIMTEBEHOEFTE KINDCENTRUM UBACHSBERG LOCATIE BESTAAND GEBOUW
netto
RUIMTEBEHOEFTE KINDCENTRUM UBACHSBERG LOCATIE CNO factor
bruto m2 1187
Onderwijs gebouw 100%
GEBOUW
netto
factor
bruto m2 1187
Onderwijs gebouw 100%
Kinderopvang Op 't Bergske 100%
244
1,35
329
Kinderopvang Op 't Bergske 100%
244
1,35
329
BSO de Zonnestraal 70%
59
1,35
79
BSO de Zonnestraal 100%
88
1,35
119
Beweegruimte (minus m2 speellokaal)
242
1,3
315
Beweegruimte (minus m2 speellokaal)
242
1,3
315
1.910 BUITEN SPELEN Onderwijs buitenruimte
netto
Kinderopvang Op 't Bergske BSO de Zonnestraal
765
factor 1,15
bruto m2 880
144
1,15
166
dubbelgebruik
0
1.949 BUITEN SPELEN Onderwijs buitenruimte
netto
Kinderopvang Op 't Bergske BSO de Zonnestraal
765
factor 1,15
bruto m2 880
144
1,15
166
dubbelgebruik
0
1.045 PARKEREN Fietsparkeren 25 stuks
netto
Auto parkeren 11 stuks, in openbare ruimte
25
11
m2/ stuk 2
bruto m2 50
25
50 275
1.045 PARKEREN Fietsparkeren 25 stuks
netto
Auto parkeren 11 stuks, in openbare ruimte
25
11
m2/ stuk 2
bruto m2 50
25
50 275
43
§ 2.2 - Structuur Ontwerp
44
Relatieschema Alvorens het structuurontwerp op te stellen is op basis van de herijkte ruimtestaat de benodigde netto ruimtebehoefte naar aantal, maat en schaal vertaald en in een relatieschema samengebracht. Uitgangspunten: o Herkenbare en uitnodigende hoofdentree, in directe verbinding met de aula; o Heldere organisatiestructuur met aula als centraal hart, hiervandaan kunnen gebruikers zich gemakkelijk oriënteren; o Afzonderlijke gebruikers direct vanuit het centrale hart bereikbaar middels korte, duidelijke en veilige looproutes; o De op de verdieping gepositioneerde bovenbouw is goed zichtbaar en eenvoudig te bereiken vanuit het hart; o Afzonderlijke gebruikers hebben een ‘eigen herkenbare plek’; o Indien gewenst zijn nevenentrees per gebruiker/cluster eenvoudig te voorzien; o Op de bestaande locatie is een directe verbinding met MFC Auw Sjoeël gewenst; o Multi functionele ruimte, teamkamer en keuken nemen een centrale positie in Hoofdentree binnen het gebouw zodat deze voor alle gebruikers goed toegankelijk zijn; o Centraal gelegen speellokaal / beweegruimte is direct toegankelijk vanuit het hart; o Speellokaal / beweegruimte daarnaast ook eenvoudig te bereiken vanuit onderbouw en BSO; o Beweegruimte heeft een directe verbinding met de buiten beweegruimte; o De twee clusters binnen de school bestaan uit een leerplein waarvandaan steeds drie groepsruimten, een spreekruimte