Vragen - POV - Verkoop voormalig archief en aangevraagde omgevingsvergunning
Tekst van het document
Vragen conform art. 34 R.v.O. Vlissingen, 16 juli 2025 Geacht college, In 2021 is het voormalig archiefpand in Vlissingen te koop aangeboden. Het pand is destijds na inschrijving gegund aan een partij. Recent is ons gebleken dat er nu een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor de realisatie van appartementen op deze locatie. Het te-koop-bord heeft al die jaren aan de gevel gehangen en de eigendomsoverdracht is thans nog steeds geen feit. Al die tijd zijn er geen vergunningaanvragen gepubliceerd (tot deze week) en bleef het stil. Ondertussen droeg de gemeente het risico van het complex. Wij hebben hierover de volgende vragen: 1. Waarom heeft het proces rondom de eigendomsoverdracht zoveel tijd in beslag genomen? Was dat te wijten aan verkoper (gemeente) en/of koper en waarom? 2. Was het bij de gunning bekend (op grond van de gestelde voorwaarden) dat het traject wellicht jaren in beslag zou nemen en zo ja waarom is dan niet gekozen om te gunnen aan een andere initiatiefnemer? 3. Indien deze vertraging niet bekend was (dan wel bekend behoorde te zijn) ten tijde van de gunning, maar later is gebleken, welke nadere compenserende afspraken zijn er gemaakt? 4. Is er door verkoper of koper overwogen om de gunningsovereenkomst te ontbinden wegens niet-nakoming en/of boete, rente te vorderen? 5.
Kunt u toelichten op basis van welke criteria de gunning in 2021 is gedaan? Wat waren de belangrijkste overwegingen bij het selecteren van de betreffende partij? Wat behelsde het voorstel? Wat was het maatschappelijk belang? 6. Het pand werd verkocht omdat het Archief vanwege bezuinigingsmaatregelen naar Middelburg verhuisde en het bestand van de gemeentelijke accommodaties als gevolg van de Art.12 werd heroverwogen. Het financiële aspect bij deze verkoop was groot. In hoeverre heeft u bij de gunning de opbrengst een rol laten spelen? 7. Welke afspraken zijn er in 2021 vastgelegd met betrekking tot de functie waarvoor het pand werd gegund? Zijn deze afspraken nog steeds van kracht en hoe worden deze gehandhaafd? 8. Hoe verhoudt de nu aangevraagde vergunning voor appartementen zich tot de oorspronkelijke gunningsafspraken? Heeft de partij toestemming gevraagd of gekregen om de invulling te wijzigen? 9. Wordt de in 2021 overeengekomen prijs ook in 2025 gehanteerd bij overdracht? Zo ja, kunt u toelichten waarom is gekozen voor het handhaven van deze prijs, ondanks de veranderingen (ca. 30%) in de marktwaarde van het pand en de bestemming van het pand? 10.
Hoe wordt het verschil tussen de marktwaarde van het pand in 2021 en de (hogere) waarde in 2025 gecompenseerd? Wordt er een herwaardering toegepast? En hoe worden de risico’s en kosten die in de tussentijd bij de gemeente zijn blijven liggen (zoals onderhoud, exploitatie of misgelopen opbrengst) hierin meegenomen?
11. Welke specifieke ontbindende voorwaarden en termijnen zijn destijds vastgelegd in de overeenkomst m.b.t. het moment van overdracht, de invulling van het pand en eventuele wijziging van bestemming of functie? 12. Vindt het college dat de huidige gang van zaken past binnen een transparante en eerlijke verkoopprocedure waarbij alle partijen gelijke kansen kregen? Zo ja, waarom? Zo nee, welke lessen worden hieruit getrokken en wat kan nu nog aan bijvoorbeeld de prijs worden nu het erop lijkt dat de voorwaarden van de overeenkomst zijn veranderd en deze mogelijk opengebroken kan worden? Uw beantwoording zien wij graag binnen de daarvoor gestelde termijn tegemoet, Fractie POV