Vragen - HvD- Verbetering van toegankelijkheid in Vlissingen. Een kans voor inclusie
Tekst van het document
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Vlissingen
Oost-Souburg, 15 mei 2025
Onderwerp: Vragen over de verbetering van toegankelijkheid in Vlissingen: Een kans voor inclusie!
Geacht college,
Tijdens de bijeenkomst van de Lokale Inclusie Agenda (LIA) op 20 maart jongstleden werd pijnlijk duidelijk dat de gemeente Vlissingen op het gebied van toegankelijkheid en inclusieve openbare ruimte nog grote stappen te zetten heeft. Meerdere insprekers wezen op obstakels die voor veel mensen onzichtbaar zijn, maar voor inwoners met een beperking dagelijkse belemmeringen vormen. Een van die terugkerende knelpunten zijn de ondergrondse afvalcontainers: vaak te hoog, te ver weg, moeilijk te gebruiken en soms ronduit onlogisch geplaatst. Een voorbeeld speelt zich af aan de Irenestraat, bij de woonlocatie van de stichting “Gewoon Wonen” aan de Molenweg in Oost-Souburg (vertegenwoordiger van deze stichting was een van de aanwezige insprekers). Twee ondergrondse containers blokkeren daar de toegang tot de woning (zie foto’s), waardoor bewoners hun aangepaste duofiets niet kunnen gebruiken of stallen. Nu het mooie weer is begonnen, kunnen zij niet zelfstandig of met begeleiding op pad. Geen uitje naar het park, geen bezoek aan familie — simpelweg omdat de toegang tot hun eigen woning wordt belemmerd door verkeerd geplaatste containers. Dit is niet alleen frustrerend, maar ook onnodig kwetsend in een gemeente die zichzelf graag vriendelijk en toegankelijk noemt. De raadsleden van Hart voor de Dorpen nemen al zeven jaar actief deel aan de Burgerschouw.
Het is altijd een goed georganiseerde inspraakmoment. Daarbij valt op dat deze participatiemomenten vooral gericht zijn op de technische staat van stoepen, straten en de aanpak van vervuiling. Wat structureel ontbreekt, is het perspectief van inwoners met een beperking. Er wordt te weinig gekeken door hun ogen, terwijl juist hun ervaring essentieel is voor een inclusieve openbare ruimte. De bijeenkomst van LIA heeft ons de raadsleden van Hart voor de Dorpen met andere ogen leren kijken: naar wat het betekent als toegankelijkheid niet vanzelfsprekend is. Deze situatie roept vragen op. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat álle inwoners zich vrij en veilig kunnen bewegen in hun eigen wijk? En hoe kunnen inspraakmomenten zoals de Burgerschouw worden versterkt, zodat toegankelijkheid structureel wordt meegenomen in het beleid en ontwerp van de openbare ruimte?
Vragen aan het college:
1.
Wordt bij het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers standaard rekening gehouden met de toegankelijkheid voor mensen met een beperking? Zo ja, op welke wijze wordt dit meegenomen in de besluitvorming? Zo nee, waarom niet?
2.
Is het college op de hoogte van de situatie aan de Irenestraat bij de stichting “Gewoon Wonen”, waar bewoners hinder ondervinden van de huidige locatie van de afvalcontainers?
3.
Klopt het dat op de oorspronkelijke tekeningen de containers waren gepland aan het begin van het groene strookje tussen de Molenweg en de Irenestraat? Zo ja, waarom is er destijds gekozen voor een andere locatie, zonder eerst goed te onderzoeken of deze nieuwe plek geen hinder zou veroorzaken?
4.
Is het college bereid om in overleg met bewoners en de Stichting Gewoon Wonen te onderzoeken of de betreffende afvalcontainers (of tenminste 1 ervan) verplaatst kunnen worden, bijvoorbeeld naar het grasveld aan de Molenweg? Graag toelichting.
5.
Zo ja, welke concrete stappen onderneemt het college om de situatie aan de Irenestraat direct op te lossen? Binnen welk tijdsbestek kunnen bewoners hier verbetering verwachten?
6.
Deelt het college de mening van de HvD dat toegankelijkheid en inclusie een structurele plek moeten krijgen binnen gemeentelijke participatie-instrumenten zoals de Burgerschouw? Graag toelichting.
7.
Op welke manier wil het college de Burgerschouw verder ontwikkelen tot een instrument dat niet alleen de technische staat van de openbare ruimte beoordeelt, maar ook actief bijdraagt aan de verbetering van toegankelijkheid en inclusie? En hoe worden ervaringsdeskundigen en bewoners met een beperking structureel hierbij betrokken?
8.
Kunnen de toetsingslijsten voor de openbare ruimte zodanig aangepast worden dat toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid voor mensen met een beperking standaard worden meegenomen bij de beoordeling van de openbare ruimte? Graag toelichting.
9.
Is het college bereid om toe te zeggen dat de toetsingslijsten voor de openbare ruimte worden aangepast zodat toegankelijkheid structureel wordt meegenomen, en kan het college aangeven op welk moment deze aangepaste lijsten beschikbaar zijn? Is het daarnaast mogelijk om een concreet voorbeeld van zo’n aangepaste lijst te delen met de raad?
10. Vindt het college dat Vlissingse ambtenaren meer kennis en bewustwording over toegankelijkheid zouden kunnen krijgen, zodat ze dit kunnen gebruiken bij inspraakmomenten zoals de Burgerschouw?
Wij hopen dat het college deze signalen serieus neemt en bereid is tot snelle actie, zowel in de specifieke situatie aan de Irenestraat als in het bredere streven naar een inclusieve openbare ruimte voor alle inwoners van Vlissingen.
Wij zien uw antwoorden met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet, Namens HvD Louise Claessens Joanna Weijermans