Vragen - FVD-SP - Groene plannen waterstof en ammoniak
Tekst van het document
Datum: 30 januari 2024
Onderwerp: Artikel 34 vragen met betrekking tot ‘groene plannen waterstof/ammoniak’
Geacht college, Er verschijnen steeds meer berichten over de rol van onze gemeente in het regionale waterstofnetwerk (of beter gezegd, de regionale infrastructuur en breder waterstofnetwerk). Ondanks dat er een MER (milieueffectrapportage) is opgesteld voor de situatie in Vlissingen, hebben wij nog enkele vragen over de plannen voor waterstof en de opslag van ammoniak.
1. Hoe worden de omwonenden betrokken bij het besluitvormingsproces en op welke manier wordt ervoor gezorgd dat duidelijk is dat wij hun zorgen serieus nemen? 2. Wat is het standpunt van de lokale politiekbetrokkenen met betrekking tot de ammoniakopslag? Zijn er al formele bezwaren ingediend? 3. Welke maatregelen neemt de gemeente om de mogelijke lokale impact van de Evolution en Vesta Terminals op het milieu en de gemeenschap van Vlissingen te beoordelen en aan te pakken? 4. Met welk doel zijn de plannen voor een (aansluiting op) een regionaal waterstofnetwerk uitgewerkt? 5. Welke kosten-baten analyse ligt hieraan ten grondslag? 6. Kan een dergelijke exercitie vruchtbaar zijn zonder subsidie? 7. Welke subsidies zijn inmiddels aangevraagd en over welke bedragen gaat het? 8. Indien er aanpassingen benodigd zijn, zowel tijdens de realisatie als in functie zijnde, aan de infrastructuur (spoor, water, weg en transportleidingen), is de gemeente hiervan gevrijwaard of al dan niet gecompenseerd door derde(n)? 9. Welke inkomsten en uitgaven heeft de gemeente bij zowel realisatie als wanneer het in functie is? 10. Gezien de mogelijk extra werkgelegenheid; kan de gemeente dit dragen met oog op de voorzieningen en woonruimte? Zowel bij de realisatie als wanneer het in functie is? 11.
Wat zijn de specifieke veiligheidsmaatregelen die Evolution en Vesta Terminals nemen om de risico's van ammoniakopslag en vooral ook transport te minimaliseren en hoe worden we hier als gemeente over op de hoogte gehouden? Wat betekent het dat de risico’s ‘binnen de perken’ zijn? 12. Kunnen we vertrouwen op het milieueffectrapport dat aangeeft dat de risico's binnen de normen blijven? Zijn er onafhankelijke beoordelingen van dit rapport? Wat zeggen deze normen precies? 13. Wat zijn de genoemde risicoplafonds voor het transport van gevaarlijke stoffen, en hoe worden deze gehandhaafd en gemonitord?
14. Milieudienst DCMR is betrokken partij als beoordelaar en handhaver van de vergunningen. De reputatie van deze partij, die onder andere toezicht heeft op Chemours, is niet geheel vlekkeloos. Hoe kan men hierover zorgen ontnemen en borgen? 15. Hoe wordt het transport van ammoniak over de weg en het spoor georganiseerd? Zijn er nu al concrete plannen voor het minimaliseren van het aantal transporten (of gelijkblijvend met de beoogde groei aan capaciteit in ogenschouw), waarvan bekend is dat dit zo’n beetje het grootste risico met zich meedraagt in deze processen? 16. Hoe wordt het transport van de waterstof gerealiseerd bij de toekomstige uitbreiding van krakers/elektrolyse? Indien middels leidingen, van welke capaciteit? In geval over weg en spoor, wat is de verwachte frequentie van de transport bewegingen? 17. Blijven de 2 nu concrete plannen en eventueel toekomstige uitbreiding naar 2 stuks krakers/elektrolyse binnen het terrein van voormalig Thermphos? 18. Is er een plan om meer ammoniakkrakers te plaatsen in de regio om de geïmporteerde ammoniak om te zetten in waterstof? Hoe past dit in de bredere strategie en hoe past dit in het ‘landschap’? 19.
Hoe wordt rekening gehouden met de toekomstige initiatieven voor ammoniakopslag en transport in de regio? Hoe worden omwonenden hierin meegenomen? Hoe wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd? Tijdens een presentatie is door North Sea Port gezegd dat circa 80% van de ammoniak via de leiding van de Gasunie getransporteerd zal worden. 20. Wat is de exacte capaciteit van deze transportleiding? 21. Is dit gebaseerd op de 2 concrete plannen of is ook rekening gehouden met eventuele uitbreiding. Zo ja, welke uitgangspunten? 22. Hoe wordt de overige 20% gedaan en met welke verdeelsleutel? Tevens met welke uitgangspunten? 23. Hoe wordt samengewerkt met de Veiligheidsregio om ervoor te zorgen dat de huidige en toekomstige transportvolumes geen onaanvaardbare veiligheidsrisico's (die de VRZ ook beaamt en benadrukt) met zich meebrengen? Denkt u hierbij ook aan risico’s met betrekking tot de kerncentrale en de COVRA. 24. Zijn er communicatieplannen voor noodsituaties (voor de lokale gemeenschap)? 25. Wat is de impact met betrekking tot de toekomstige EBI bij eventuele noodsituaties? 26. Idem voor het bestaande munitiedepot? Op de website van Ørsted staat dat de windparken Borssele I en II een miljoen huishoudens van elektriciteit kunnen voorzien(https://orsted.nl/duurzame-energie/wind-op-zee/borssele-1-en-2 ).
In de plannen voor de elektrolyser, wordt gesproken over het aanwenden van de opwek van deze windmolens op zee. 27. Is het college het met ons eens, dat het een beetje de omgekeerde wereld is als we, in een wereld waarin elektriciteit en aansluiting op het net (voor bedrijven) al heel moeilijk is, we toejuichen dat een waterstoffabriek de aanjager wordt om de uitrol van offshore windparken te versnellen? 28. Krijgt dit plan inderdaad voorrang op het aansluiten van andere bedrijven? 29. Aangezien windmolens wiebelstroom leveren; welk aandeel van de aangeleverde energie voor de elektrolyser wordt, realistisch gezien, geleverd door de windturbines? \Legt men de productie bij windstille dagen soms ook stil?
In de plannen die al wel bekend zijn, wil men groene waterstof maken door gebruik te maken van wind, eventueel met ondersteuning van kernenergie. 30. Hoe gaat men ervoor zorgen dat de energiemix die wordt geleverd voor de waterstofproductie alleen bestaat uit windenergie en kernenergie? In de gemaakte plannen, wordt vooral gesproken over de omzetting naar waterstof voor industriële toepassing. 31. Is het ook de bedoeling om waterstof als energiedrager te gaan gebruiken als opslag voor ‘te veel’ door wind opgewekte energie op piekmomenten om een ondersteuning te bieden aan het elektriciteitsnet, wanneer zij kampen met onbalans op het net?