CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen - CDA - Verkoop Veiligheidscentrum

Informatiebijeenkomst 23 mei 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vlissingen, 18 mei 2025, Vragen artikel 34 RVO Verkoop Veiligheidscentrum

Geacht college, Via RIB 265079/2650687 informeerde u ons over de voorgenomen Verkoop Veiligheidscentrum Zeeland (VCZ). Ongeveer gelijktijdig had Omroep Zeeland een item over de vele risico’s in Zeeland en de kwetsbaarheid (“wankel zijn”) van de veiligheid in Zeeland. Het CDA vraagt zich af of het verkopen van een Veiligheidscentrum de kwetsbare veiligheid nog niet verder vergroot tegen nog hogere kosten voor de Vlissingse (en Walcherse en Zeeuwse) inwoners/ Daarom heeft het CDA de volgende vragen: 1. 2.

Waarom is er voor de voorgenomen verkoop een “volwaardige accountantsverklaring” nodig? Zegt u hiermee dat zonder de voorgenomen verkoop “een volwaardig accountantsverklaring” niet nodig is? 3. Wat is voor u een “volwaardige accountantsverklaring”? 4. Wat heeft deze “volwaardige accountsverklaring u (en de gemeente Vlissingen) opgeleverd? 5. Wat heeft de “volwaardig” verklaring gekost en ten laste van wie en welk jaar komen deze kosten? 6. Waarom zijn de jaarrekening van 2021 en 2022 pas in uw college van 25 februari 2025 behandeld (u schrijft vastgesteld, maar vaststellen moet in een Algemene Vergadering van Aandeelhouders gebeuren zoals u ook aangeeft in begin van de RIB)? 7. Wat zijn de te verwachten kosten van het verkoopproces (externe begeleiding, due diligence onderzoek, ambtelijke uren etc)? 8. Betekent dat de in de begroting (paragraaf verbonden partijen) genoemde “bruidschat” van € 215.000 niet de enige kosten zijn? 9. Is er in de begroting 2025 rekening gehouden met deze kosten (dus zowel de “bruidschat als de aanvullende kosten)? 10. Worden er aan de overnemende partij speciale voorwaarden gesteld en garanties gevraagd met betrekking tot het kunnen trainen van de Zeeuwse brandweer en in ieder geval die van de Stadsgewestelijke Brandweer? 11. Is er over de voorwaarden waaronder de aandelen worden verkocht overleg gevoerd met de Veiligheidsregio Zeeland? 12.

In hoeverre is de wankele Veiligheid in Zeeland toch niet gediend met een “eigen” Veiligheids/Trainingscentrum, waarop korte afstand in kilometers, maar vooral tijd getraind kan worden? 13. Zouden de afwegingen en criteria die ooit gemaakt zijn om afstand te doen van deze BV gezien de verstrekken tijd en sterk veranderende omstandigheden, zowel bij het Centrum zelf, als ten aanzien van de Zeeuwse Veiligheidssituatie, nog steeds leiden tot een besluit om dit centrum over te dragen aan een Investeringsmaatschappij?

14. Bent u het met het CDA eens dat er nog onvoldoende structuur is hoe de raad wordt geïnformeerd over de stand van zaken en het presteren van de verschillende BV’s waarin de gemeente of volledig dan wel gedeeltelijk aandeelhouder is (of gaat worden via een Gemeenschappelijke Regeling)? 15. Zo nee, dan graag die structuur nog eens duidelijk maken of aangeven waar dit is vastgelegd/ 16. Zo ja, wanneer gaat u de raad informeren over hoe, wanneer, waarom, met welke bevoegdheden, rollen en documenten de raad geïnformeerd wordt over wat er in de BV’s gebeurd.

Met vriendelijke groet, Marin de Zwarte Fractievoorzitter CDA Vlissingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15592486/1