Vragen - beantwoording 89. D66 - Laadpalenconcessie
Tekst van het document
Fractie D66
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
DATUM
2729330 / 2732092
6 november 2025 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
C Moerkerk
Paul Krugerstraat 1
+31118729676
ONDERWERP
Beantwoording art 34 RvO vragen D66 - laadpalenconcessie Geachte fractie, Naar aanleiding van de door uw fractie op 18 augustus 2025 ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt. De beantwoording is later dan dat u van ons gewend bent, dit is afgestemd met de griffie. Uw inleiding De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft recent aanbevelingen gedaan over het organiseren van meer marktwerking, transparantie en innovatie bij de uitrol van publieke laadinfrastructuur. Tegelijkertijd blijkt uit de stukken rond de beoogde concessie voor de NAL-regio Zuidwest dat er nog diverse juridische en organisatorische onzekerheden zijn. D66 Vlissingen stelt daarom onderstaande vragen alvorens een onomkeerbare stap te zetten in deze concessie. Vraag 1 Waarom heeft het college op 17 juni 2025 een besluit genomen tot deelname aan de concessie, terwijl uit de stukken blijkt dat de juridische documenten — waaronder het mandaat en de volmacht richting de gemeente Rotterdam — op dat moment nog niet definitief waren uitgewerkt? Heeft het college zich hiermee niet gecommitteerd aan een constructie waarvan de juridische basis onvolledig was? Ons antwoord Het college heeft op basis van de inhoud de keuze genomen om deel te nemen aan de collectieve concessie. Het mandaat en volmacht is een verdere uitwerking van dit besluit, wat de komende tijd aandacht krijgt.
Vraag 2 De concessie presenteert de uitrol als ‘datagedreven’ (laaddrukanalyses/plankaart), maar de feitelijke opdrachtverlening, planning, prioritering en technische invulling liggen bij het Concessiemanagement en de CPO’s. Daarmee bepaalt in de praktijk vooral de CPO waar, wanneer en hoe er geplaatst wordt, terwijl onze weigeropties beperkt zijn tot incidenteel en gemotiveerd. Hoe borgt het college dat niet de CPO, maar de gemeente Vlissingen de regie houdt over locatiekeuze, tempo, strategische locaties (o.a. toerisme) en ruimtelijke
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
inpassing? Noem concrete sturingsinstrumenten, beslismomenten en weigergronden die lokaal afdwingbaar zijn, en niet slechts procedureel of achteraf. Ons antwoord De veronderstelling dat de CPO bepaalt waar, wanneer en hoe laadpalen in Vlissingen worden geplaatst, is niet correct. De regie op de locatiekeuze en de planning ligt volledig bij de gemeente, ondersteund door het contract- en managementteam van Rotterdam en RALZuidwest. De werkwijze is als volgt: • Vooraf stellen wij zelf een plankaart op met alle mogelijke geschikte locaties. Daarmee bepaalt de gemeente het speelveld waarbinnen laadpalen geplaatst kunnen worden. • De regiovertegenwoordiger van het contract- en managementteam, in dienst van de provincies Zeeland en Zuid-Holland, voert de data-analyse uit. Op basis hiervan wordt volgens de opgestelde plankaart een voorstel gedaan voor de plaatsing van een nieuwe laadpaal. • De gemeente heeft altijd het laatste woord: een voorstel kan worden geaccordeerd, verschoven naar een andere potentiële locatie of incidenteel volledig worden afgewezen. Pas na dit gemeentelijk akkoord gaat het voorstel naar de CPO. • Uitgangspunt is altijd balans in vraag en aanbod. Er worden dus niet te veel en niet te weinig laadpalen geplaatst. Dit is een strategie waar we ons aan gecommitteerd hebben.
De voorstellen zijn gebaseerd op een uitgebreide data-analyse die aantoont waar extra laadcapaciteit daadwerkelijk nodig is. Bovendien hebben gemeenten zich via de VNG gecommitteerd aan het uitgangspunt dat laadinfrastructuur geen drempel mag vormen voor de groei van elektrisch vervoer. De CPO heeft dus géén invloed op de locatiekeuze of de data-analyse. Hun rol beperkt zich tot de uitvoering van wat de gemeente besluit binnen de gemaakte beleidskeuzes. Concrete sturingsinstrumenten en beslismomenten voor de gemeente zijn: • het opstellen van de plankaart, volledige regie op mogelijke locaties; • definitief akkoord per locatievoorstel, vóórdat dit naar de CPO’s gaat; • mogelijkheid om een voorgestelde locatie te verplaatsen of incidenteel af te wijzen; • vrije ruimte om strategische locaties aan te dragen, bijvoorbeeld ten behoeve van toerisme of ruimtelijke inpassing. Daarnaast biedt de datagedreven werkwijze belangrijke voordelen. Door de kwartaallijkse uitrol op basis van objectieve laaddrukanalyses ontstaat een proactieve en planbare aanpak. Dit geeft duidelijkheid aan alle betrokken partijen, vermindert de ambtelijke belasting en draagt bij aan een efficiënte inzet van de schaarse capaciteit van installateurs. Vraag 3 Er is een cap op strategische locaties (o.a. toerisme) en een 5%-plafond voor specifieke doelgroepen.
Is dit voor Vlissingen toereikend, gezien seizoenspieken en netcongestie? Hoe garanderen we dat lokale prioriteiten niet ondersneeuwen in de verdeling? Ons antwoord Dit is voor Vlissingen toereikend. De concessie richt zich op het realiseren van een dekkend netwerk. Daar valt al automatisch een aantal strategische locaties in. Extra strategische locaties zijn een aanvulling op dit dekkende netwerk. Daarom verwachten we dat het aantal extra strategische locaties beperkt is.
Blad 2 behorend bij 2729330 / 2732092
Strategische laadpalen worden na plaatsing meegenomen in de data-gedreven monitoring. Bij voldoende gebruik is plaatsing van extra laadpalen op de strategische locaties onderdeel van de reguliere uitrol. Daarmee voorkomen we dat de cap beperkend werkt. Vraag 4 Bevestigt het college dat de concessie een exclusief recht geeft aan slechts twee marktpartijen om gedurende tien jaar publieke laadpalen te plaatsen en exploiteren in Vlissingen, zonder mogelijkheid tot gemeentelijke keuzevrijheid of overstap naar een andere partij? Waarom is dit acceptabel voor Vlissingen, terwijl de ACM wijst op het belang van meer marktwerking en open toegang? Ons antwoord Wanneer we ons conformeren aan een aanbesteding zitten daar verplichtingen aan vast zoals een contractperiode. De plaatsingsperiode en daarmee de exclusiviteit is beperkt tot drie jaar, met de mogelijkheid om deze periode éénmalig met anderhalf jaar te verlengen. Daarnaast geldt dat bij een Europese aanbesteding in de vorm van een concessie sprake is van marktwerking. Marktpartijen hebben in concurrentie ingeschreven en de concessie wordt gegund aan de best scorende aanbieders.
Vraag 5 Hoe waarborgt de concessie toegang voor kleinere/innovatieve Zeeuwse partijen (installatie, beheer, energiecoöps), gezien de exclusiviteit en centrale aansturing? Welke ruimte is er voor pilots/bidirectioneel/dynamische tarieven buiten de concessie? Ons antwoord De selectiecriteria voor de mogelijke opdrachtnemers zijn bewust zo opgesteld dat ook kleinere partijen kans maken om een deel van de collectieve concessie te winnen. Daarnaast is er ruimte voor deze concessiehouders om afspraken te maken met lokale partijen, bijvoorbeeld over de installatie van laadpalen. Het uitgangspunt van de concessie is het realiseren van een betrouwbaar en betaalbaar netwerk voor alle gebruikers. Binnen dit kader wordt waar mogelijk ruimte geboden voor innovaties, zoals dynamische tarieven. Afhankelijk van de aard van een pilot kan de gemeente daarnaast ook experimenteren met andere partijen. Vraag 6 Wie krijgt welke data (LINDA, uptime, storingen, wachttijden, tariefopbouw), met welke frequentie, en wat is de lokale sturingsruimte op basis van die data? Komen dashboards openbaar beschikbaar voor raad/inwoners? Ons antwoord Gemeenten krijgen toegang tot de data via het LINDA-portaal. Binnen de kaders van wet- en regelgeving, inclusief AVG, staat het ons vrij om delen van deze informatie te delen met de gemeenteraad of inwoners.
Informatie over tariefopbouw is contractueel vastgelegd binnen de concessie. Het doel van de laaddrukanalyse en de concessie is het creëren van balans in vraag en aanbod van publieke laadpalen. Dit sluit aan bij de doelstellingen van Vlissingen. Lokale sturingsruimte kan worden benut via de strategische laadpalen. Vraag 7 Bevestigt het college dat geen tussentijdse beëindiging of bijsturing van de samenwerking mogelijk is zonder juridische en/of financiële gevolgen? Welke ruimte heeft Vlissingen nog om bij te sturen, bijvoorbeeld als de tarieven te hoog blijken of als de uitvoering lokaal niet goed aansluit?
Blad 3 behorend bij 2729330 / 2732092
Ons antwoord De gemeente conformeert zich aan de gehouden termijn van de concessie en dat er zonder reden de overeenkomst niet ontbonden kan worden. Tarieven dienen binnen een vooraf gestelde bandbreedte te vallen en/of binnen vooraf gestelde kaders. Daarmee liggen de afspraken over de tarieven voor de volledige plaatsingen exploitatieperiode vast. Binnen de gehele aanpak worden voldoende afspraken gemaakt om tussentijds bij te sturen indien nodig. Het doel van de laaddrukanalyse en de concessie is het creëren van balans in vraag en aanbod van publieke laadpalen. Dit sluit aan bij de doelstellingen van Vlissingen. Bij niet functioneren of wanpresteren kan teruggevallen worden op contractuele afspraken of kunnen de reguliere juridische stappen doorlopen worden. Vraag 8 Waarom is niet gekozen voor continuering van het openmarktmodel, waarin meerdere CPO’s op basis van heldere beleidsregels laadpalen mogen plaatsen, zoals in meerdere Nederlandse gemeenten gebeurt? Ons antwoord Het college is van mening dat met deelname aan de collectieve aanpak en collectieve concessie op de beste manier invulling gegeven wordt aan de beleidsdoelen. Het college heeft zich hierbij o.a. gebaseerd op uitgebreide onderzoeken van RAL-Zuidwest. Overigens merken we hierbij op dat het merendeel van de Nederlandse gemeenten en de NAL-regio Zuidwest deel uitmaakt van een collectieve concessie.
Vraag 9 Heeft het college een transparante vergelijking gemaakt tussen het concessiemodel en het openmarktmodel (kosten, regielast, tarieven, innovatie, lokale ondernemerskansen), in het licht van de ACM-aanbevelingen voor meer concurrentie? Zo ja, ontvangen wij graag die analyse; zo nee, waarom niet en is het college bereid dit alsnog te doen vóór onomkeerbare stappen? Ons antwoord We herkennen ons niet dat de uitspraak van de ACM zou botsen met deze collectieve aanpak en aanbesteding. Sterker nog: de aanbevelingen uit de marktrapportages zijn geborgd in de aanbesteding. Dit blijkt onder meer uit de concurrentiegerichte gunning aan meerdere marktpartijen, de contractuele borging van transparante tarieven en service-eisen, en het opnemen van innovatieverplichtingen. Daarmee sluit de gekozen aanpak juist beter aan bij de lijn van de ACM. Vraag 10 Is het college bereid het besluit tot deelname aan de concessie te heroverwegen, bijvoorbeeld na evaluatie van de definitieve aanbestedingsstukken, of bij twijfel over de aansluiting op de beleidsdoelen van Vlissingen? Ons antwoord Het college is niet voornemens om de deelname te heroverwegen aangezien er een weloverwogen keuze is gemaakt om deel te nemen aan de concessie. Vraag 11 Het Programma Mobiliteit ligt volgens de college-/raadsstukken pas in september 2025 ter
Blad 4 behorend bij 2729330 / 2732092
vaststelling voor en is expliciet bedoeld als kaderstellend, langjarig beleid. Waarom acht het college het verstandig om nu al te participeren in een langjarige, exclusieve concessie, terwijl deze kaders formeel nog niet door de raad zijn vastgesteld? Is het college bereid de deelname op te schorten of te conditioneren totdat een expliciete conformiteitstoets is uitgevoerd en door de raad is bekrachtigd? Ons antwoord In het programma mobiliteit wordt verwezen naar het bestaande beleidsdocument Beleidsregels openbare Laadinfrastructuur. Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 5 behorend bij 2729330 / 2732092