rvs Zienswijze 1e begrotingswijziging 2021, begroting 2022 en jaarrekening 2020 Orionis Walcheren bijlage 1 1e begrwijz
Tekst van het document
Hiervoor hebben we nog geen business case, maar verkennende gesprekken worden al gevoerd met ’s Heeren Loo en Philadelphia. ’s Heeren Loo is juist bezig om locaties af te stoten vanwege de grote spreiding en daarmee inefficiency. Dat biedt dus kansen voor Orionis. Simpel switchen wordt praktijk door een pilot te doen met ’s Heeren Loo waarbij kandidaten over en weer worden uitgewisseld waardoor zij meer kans maken om zich enerzijds door te ontwikkelen en anderzijds even pas op de plaats te maken wanneer dit door omstandigheden noodzakelijk is. Verder is er de kans om het Werkleerbedrijf diensten voor de WMO te laten uitvoeren. Hierdoor ontstaat er een verbreding van de werkleeromgeving waardoor meer variëteit voor SW en reintegratie ontstaat. Dit resulteert in lagere gemeentelijke lasten. Te denken valt aan vervoer, huishoudelijke hulp, wasgoed en arbeidsmatige dagbesteding. Hiermee ontschotten we de basis van de arbeidsmarkt en maken we simpel switchen voor Walcherse burgers mogelijk. 5. Wachtlijst Beschut Werk Kijken we specifiek naar Beschut Werk dan vindt het aannemen van de doelgroep plaats op basis van beschikbare Rijksfinanciering en bijbehorende formatie. In veel regio’s geeft dit geen probleem maar is er onderrealisatie. Op Walcheren leidt dit periodiek tot een wachtlijst.
Begin 2021 kan waarschijnlijk iedereen geplaatst worden, maar voor degenen die zich in 2021 nieuw melden zal dit afhangen van het aantal aanmeldingen. Is dit acceptabel gezien de gevolgen voor de betrokken inwoners? Vaak zijn dit immers kwetsbare (jongere) mensen voor wie werk essentieel is voor hun welbevinden. We beperken de inactiviteit door te werken met stageplaatsen gedurende 6 maanden voor plaatsing. Maar dit helpt slechts voor een deel. De wachttijd op de wachtlijst kan oplopen tot 2 jaar. Wanneer maatschappelijke baten en lasten worden meegenomen is een meer structurele oplossing zowel voor de klant als voor het algemeen belang aan te bevelen. Orionis hanteert het budget als leidend, maar individuele gemeenten hebben de mogelijkheid hiervan af te wijken door aanvullend budget beschikbaar te stellen.
- 25 -
Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende 4 jaren zijn als volgt: Project ontwikkeling: naar schatting levert detachering € 8,33 per uur meer op dan de huidige opbrengst met de werkzaamheden binnen het Werkleerbedrijf. Bij gemiddeld 1200 declareerbare uren per persoon per jaar (rekening houdend met parttime factor) dus € 10.000 extra per persoon. Ervan uitgaande dat 60% uiteindelijk ook geplaatst medio 2021 betekent dit een rendementsverbetering. De waarde daarvan (gemiddeld 6 maanden in 2021) is € 90.000, in 2022 en verder € 180.000. Na de eerste groep komt er een vervolg in 2021. Dit levert in de tweede helft van 2021 dan ook nog extra plaatsingen op, begroot op 15 personen. Opbrengst hiervan is gemiddeld 3 maanden, € 38.000 in 2021, in 2022 en verder € 150.000. Hier staan ook extra kosten tegenover: 3 fte in jobcoaching en jobhunting, € 223.000 per jaar, in opstartjaar 2021 € 192.000. Daarmee komt het netto rendement in 2021 uit op € 64.000 negatief, in 2022 € 107.000 positief en daarna stijgt dit verder door: òf kosten vallen grotendeels weg òf opbrengsten stijgen door. Slimmer werken: in 2021 € 100.000, jaarlijks oplopend met € 50.000 tot € 210.000. Tarifering magazijn en transport: voor 2021 € 130.000, voor 2022 en verder € 240.000. Werksoort Metaal/Graveer/Bankwerkerij: in 2021 € 180.000, in 2022 en verder € 250.000.
Samenwerking Groen: een ingroeipad van de besparingen (cumulatief) wat gezien de besluitvorming die nog plaats moet vinden doorschuift naar 2022: 2022 € 40.000, 2023 € 60.000, 2024 € 175.000; 2025 € 238.000 en 2026 € 261.000. Daarnaast valt € 50.000 aan besparing rechtstreeks bij gemeenten. Bedrijfsbureau: het Bedrijfsbureau is de spil in veel genoemde acties. Daar vindt een professionaliseringslag plaats. Dit leidt tot hogere salarislasten, mede door de vervanging van personeel. Meerkosten zijn € 209.000 structureel (1e jaar € 157.000). Hier staan nog mogelijke detacheringsopbrengsten vanuit herplaatsing tegenover, gerekend is met € 35.000 ingaande medio 2021. Huisvesting: afstoten Poortersweg was reeds begroot maar vindt 1,5 jaar eerder plaats. Een incidentele opbrengst in 2021 van € 100.000 en in 2022 € 70.000. Rendabeler klantbediening / omzet productie: een rendabeler klantbediening gaat zijn weerslag vinden in een hogere omzet bij gelijkblijvende werkzaamheden. Tegelijkertijd zijn, zoals reeds geschetst, economische ontwikkelingen erg onzeker. Vooralsnog worden hier geen mutaties doorgevoerd. Maar hier liggen potentieel wel grote kansen! Voor 2021 schatten we een bandbreedte van € 150.000 tot € 600.000. In de cijfers nemen we voorlopig voor 2021 € 200.000 op, jaarlijks oplopend met € 100.000 tot € 500.000.
Arbeidsmatige dagbesteding / koppeling met WMO / simpel switchen / SROI: hierover gaan we met gemeenten in gesprek. Voor 2022 begroten we een extra opbrengst van € 50.000, jaarlijks oplopend met € 100.000. Omzet productie/detachering en overheidssteun: op basis van de scenarioverwachtingen een nadeel van € 300.000.
- 26 -
Saldo Wsw-loonkosten en Rijksvergoeding: op basis van de meest recente blijfkansen (mei 2020) en de meest recente raming van de Rijksvergoeding (sept 2020) een voordeel van € 350.000 in 2020, oplopend naar € 497.000 in 2022. Doorbelasting re-integratie: deze houden we constant. Een toetsing eind 2020 op de hoogte van de doorbelasting laat zien dat dit een reëel bedrag is in relatie tot de werkleertrajecten die uitgevoerd worden binnen het Werkleerbedrijf. Samengevat: (besparingen cumulatief t.o.v. primaire begroting, in € 1.000, + = voordelig) Onderwerp 2021 2022 2023 2024 2025 Project ontwikkeling Slimmer werken * Metaal en Graveer * Bankwerkerij Rendabeler klantbediening * Magazijn marktconform Doorberekening vervoerskosten Huisvesting Poortersweg WMO/dagbesteding/SROI * Samenwerking Buitendiensten * Bedrijfsbureau Omzetdip corona * Saldo Wsw loonkosten
-64 100 80 100 200 100 30 100 0 0 -140 -300 350
107 150 150 100 300 200 40 70 50 40 -174 -300 497
330 200 150 100 400 200 40 0 150 60 -174 -150 532
330 210 150 100 500 200 40 0 250 175 -174 0 676
330 210 150 100 500 200 40 0 350 238 -174 0 676
Totaal verbetering saldo per jaar (* € 1.000) * bedragen zijn niet 'hard' afhankelijkheid van gemeenten
556
1.230
1.838
2.457
2.620
Hiermee bereiken we binnen 3 jaar het gemiddelde van de Cedris benchmark, en verbeteren daarna door. Aspecten die volgen uit het verdiepend onderzoek van KplusV worden meerjarig verwerkt in de 2e begrotingswijziging 2021. Daarbij gaat het uitsluitend om èxtra zaken uit het KplusV onderzoek ten opzichte van wat al in de meerjarenraming is opgenomen.
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
realisatie 2020 lasten baten
begroting 2021 lasten baten
Werkinfrastructuur
5.566
5.203
5.883
5.230
229
435
6.112
5.665
Wsw-doelgroep
16.787
14.054
16.004
13.211
204
554
16.208
13.765
-1.493
Subtotaal
20.860
19.257
20.357
18.441
433
989
20.790
19.430
321
0
328
0
127
0
454
0
21.181
19.257
20.685
18.441
560
989
21.245
19.430
Totaal product Saldo
-1.924
0
begroting 2021-1 lasten baten
Doorbel. re-integratie Directe apparaatskosten
-1.530
1e wijziging lasten baten
-2.244
- 27 -
-1.530
429
-1.815
Werkleerbedrijf
begroting 2022
raming 2023
raming 2024
raming 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Werkinfrastructuur
6.198
6.261
6.025
6.658
6.016
7.034
5.953
7.134
Wsw-doelgroep
15.591
13.416
15.019
13.114
14.242
12.660
13.505
12.311
Doorbel. re-integratie
-1.544
Subtotaal Directe apparaatskosten
20.246 458
19.677 0
19.486 463
19.772 0
18.687 467
19.694 0
17.872 471
19.445 0
Totaal product
20.704
19.677
19.949
19.772
19.153
19.694
18.343
19.445
Saldo
-1.558
-1.027
-1.572
-177
- 28 -
-1.586
541
1.102
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Werk staat centraal, maar een inkomen in de vorm van een uitkering is soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet snel, duidelijk, rechtvaardig en rechtmatig: juist gebruik van (armoede)regelingen wordt gestimuleerd, tegen moedwillig onjuist gebruik wordt opgetreden. Zo krijgt de burger waar hij recht op heeft. Tegelijkertijd kunnen we de financiële problematiek van de burger niet los zien van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig. Door volop te blijven inzetten op re-integratie bereiken we eind 2021 een uitkeringsbestand waarvan de kosten passen binnen de Rijksvergoeding die daarvoor staat. Vanaf 2022 groeit dit uit tot een positief saldo. Wat willen we bereiken Product Inkomen
Realisatie 2020
Begroot 2021
Begroot 2021-1
Begroot 2022
Door het PvA is de ontwikkeling van het klantenaantal positiever dan landelijke cijfers
96
33
33
17
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
2935
2902
€ 0,50 mln negatief
€ 0,98 mln negatief
€ 0,18 mln negatief
€ 0,19 mln positief
Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen 4 weken afgehandeld en – bij toekenning – betaalbaar gesteld (wettelijk: 8 weken)
85 %
90 %
90 %
90 %
Handhaving: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering
nvt
nvt
20-30 %
20-30 %
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen
Afhankelijk Afhankelijk van scenario van scenario
Vanwege de coronacrisis geeft 2021 veel onzekerheid. Vandaar dat de eerste indicatoren zijn bekeken vanuit de drie eerder genoemde scenario’s. Per scenario zijn voor de componenten instroom en uitstroom inschattingen gemaakt. Dit mede op basis van de landelijke doorrekening van de CPBscenario’s naar bijstandsaantallen. Dit leidt tot de volgende aantallen: Scenario’s 2021 Licht Middel Zwaar Mutatie in het jaar + 150 + 475 + 800 Eindstand 3085 3410 3735 jaargemiddelde 2994 3162 3342 De verschillen van scenario’s middel en zwaar ten opzichte van het lichte scenario zijn dan als volgt: Scenario’s 2021 Middel Zwaar Eindstand + 325 + 650 jaargemiddelde + 168 + 348
- 29 -
Dit laat een grote spreiding zien, die zichtbaar is gemaakt in onderstaande grafiek.
begroting 2021-1
3800
3735
3700
Scenario 1 (licht) Scenario 2 (middel) Scenario 3 (zwaar)
3600 3500
3410
3400 3300 3200 3100 3000
3085 2935
2900 1-jan
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Wat gaan we daarvoor doen
Kader: Inkomen is ondersteunend aan de toeleiding naar werk Werk staat centraal, maar een inkomen in de vorm van uitkering is soms nodig. Dit moet dan wel gezien worden als een tijdelijke oplossing. Het aanmelden voor een uitkering is in feite de start voor toeleiding naar werk. Bij voldoende werk is een uitkering immers niet (meer) nodig. Dat lukt soms, maar niet altijd. We werken aan een tweetal belemmeringen die klanten ondervinden als zij vanuit de uitkering aan het werk gaan. Klanten ervaren een drempel voor het aanvaarden van deeltijdwerk. Zij krijgen te maken met meerdere betaalmomenten, mogelijk verlaging van toeslagen, iedere maand melden van de bijverdiensten (die per week, per 4-weken of per maand kunnen zijn, en is dat dan bruto of netto?) en latere betaling van de uitkering vanwege de verrekening. Dit levert stress op en kan er zelfs toe leiden dat klanten helemaal afzien van het aanvaarden van deeltijdwerk. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Het verwerken leidt voor Orionis tot een grote administratieve stroom. Begin 2021 wordt de verwerking versneld door dit melden digitaal mogelijk te maken. Een administratieve belemmering is daarmee weggehaald. Een andere belemmering kan weggehaald worden door nazorg te verlenen. Ook het aanvaarden van een fulltime baan en het beëindigen van de uitkering kan namelijk tot financiële stress leiden.
Wanneer komt het eerste salaris? En hoe gaat het verder met de toeslagen? Nazorg verlenen op dit punt neemt stress weg.
- 30 -
Kaders: De klant staat centraal – Niet iedereen hetzelfde maar iedereen het zijne De dienstverlening is betrouwbaar, duidelijk, deskundig, snel en toegankelijk Orionis Walcheren gaat in haar dienstverlening uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van de inwoner. Dat deden we al en dat blijft zo. Daar past wel een nuancering bij. We moeten meer aansluiting zoeken bij de klant. Bij een klant die financiële stress ervaart moeten we er rekening mee houden dat dit denk- en doenvermogen van de klant beperkt. De inwoner die een beroep doet op de dienstverlening van Orionis Walcheren heeft vaak financiële problemen. Een deel van hen kampt ook met psychische of sociale problematiek. We spreken dan ook van multi-problematiek. Vanuit de gedragswetenschappen is aangetoond dat dit het denkvermogen van mensen beïnvloedt evenals het vermogen om informatie te wegen en rationele keuzes te maken. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft in haar rapport ‘Weten is nog geen doen, een realistisch perspectief op zelfredzaamheid’ (2017) geconstateerd dat naast het denkvermogen ook het doenvermogen van mensen in stresssituaties beperkter is dan we aannemen. Dit betekent ook dat we van de klant niet automatisch kunnen verwachten dat hij zich actief meldt, zich aan afspraken houdt en gevraagde informatie op tijd en volledig aanlevert.
In de dienstverlening van Orionis Walcheren moeten we hier meer rekening mee houden. We kiezen voor een stress-sensitieve dienstverlening. Onderdelen hiervan zijn: Geen stress toevoegen: burgers ontvangen in rustgevende ruimten. Gebruik van formulieren met een eenvoudige indeling. Begrijpelijke brieven met een klantvriendelijke toon en passend taalniveau. Steunende interactie: motiverende gesprekvoering en respectvolle, gelijkwaardige en empathische gesprekken. Voorzien in psycho-educatie: de klant informeren hoe stress gedrag kan ontregelen en verkennen met hem in hoeverre dat ook bij hem aan de orde is. En de inzichten daarvan verwerken in plannen van aanpak. Tonk-regeling Nieuw in 2021 is de Tonk-regeling: Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten. De Tonk is een tijdelijke steunmaatregel op basis van het bestaande instrument bijzondere bijstand. In overleg met gemeenten is deze regeling uitgewerkt. Burgers kunnen een tegemoetkoming ontvangen in noodzakelijke kosten die ze als gevolg van een inkomensterugval door de coronacrisis niet zelf kunnen betalen. Onbekend is nog hoeveel aanvragen we kunnen verwachten. De Tonk is bij uitstek een regeling waarbij “Niet iedereen hetzelfde maar iedereen het zijne” van toepassing zal zijn. Kader: Orionis Walcheren ziet toe op het rechtmatig verstrekken van uitkeringen Rechtmatigheid gaat over het hele uitkeringsproces.
Dat begint al bij de intake voor de uitkering en duurt voort gedurende de looptijd van de uitkering. Dit zorgt er voor dat iemand die geen recht (meer) heeft op de uitkering deze ook niet ontvangt. Maar ook andersom: dat de klant die wèl recht
- 31 -
heeft ook krijgt waar die klant recht op heeft. Dat vraagt om een juiste balans tussen vertrouwen en handhaving. 9% van de uitstroom uit de bijstand bij Orionis komt door handhaving. Dit is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Dit betekent ongeveer 100 klanten per jaar. Rechtmatigheid komt terug in de volgende aspecten: Poortfunctie: voorlichting (preventie) en onterechte aanvragen voorkomen. Duidelijke informatieverstrekking: voorkomen moet worden dat een “onbewuste fout” uit onwetendheid van de klant bij Orionis verwordt tot “fraude”. Bestandsbeheer: stimuleren ‘spontane nalevingsbereidheid’ om de juiste informatie te geven / ontvangen Bestandsvergelijk: benutten van gegevens van derden wat binnen de wet is toegestaan. Hiervoor gebruiken we informatie vanuit het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau is de dienstverlenende organisatie die gegevens over burgers voor gemeenten ontsluit en verrijkt. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van algoritmes, maar van feitelijke informatie. Misbruik aanpakken: lik-op-stuk beleid als klant de gemaakte afspraken niet nakomt of misbruik blijkt te maken van de voorzieningen. Handhaving is geen onderwerp op zich. Het vormt een onderdeel van een totaal kader van dienstverlening waar Orionis Walcheren zich mee wil identificeren. Dus in die zin zijn we allemaal ook ‘handhavers’.
We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: Wij voeren met klanten een eerlijk en open gesprek vanuit de situatie van de klant. In een gesprek wordt verkend en besproken welke ondersteuning vanuit wet- en regelgeving mogelijk is. En wat we van elkaar kunnen verwachten als er diensten worden afgenomen. Wij maken onze dienstverleningsnormen kenbaar en houden onszelf hieraan. Wij geven vertrouwen aan de klant. Dat is een basishouding. Wij hoeven niet van alles bewijsmateriaal, maar durven te steunen op een ondertekende verklaring van een klant. Als een klant van anderen ondersteuning krijgt gaan wij dat niet meteen korten maar laten een bepaald deel vrij. Sowieso laten we de ondersteuning door voedsel/kleding/dierenbank en decembergiften vanuit ideële organisaties vrij. Daarnaast is de richtlijn dat maximaal € 50 per maand (€ 600 per jaar) als redelijk wordt gezien. In een gesprek maken we afspraken die de klant én wijzelf nakomen. Als er iets niet afgesproken kán worden, zeggen we dit eerlijk. Wij zijn open over wat we controleren en hoe, waarom en wanneer we dit doen. Wij vinden dat we met het verstrekken van gemeenschapsgeld goed moeten kunnen verantwoorden. Naarmate een klant langer uitkering ontvangt, is het gerechtvaardigd om regelmatig een check te doen en de klant om informatie te vragen.
We gaan er vanuit dat klanten ter goede trouw een beroep doen op onze dienstverlening. Als blijkt dat er toch feiten boven tafel komen die strijdig zijn met de verklaring van de klant, zijn we strikt: we confronteren de klant, we onderzoeken de feiten, vorderen onterecht ontvangen geld terug en sanctioneren met inachtneming van de ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon of gezin. Bovengenoemde waarden komen als toon en boodschap terug in onze voorlichting / informatievoorziening. Dit leidt tot grotere nalevingsbereidheid van de klant.
- 32 -
Kader: Alle activiteiten vinden plaats binnen de budgetten van het Rijk Buig Er is nog een onverdeeld deel Rijksvergoeding Buig, dat niet door het reguliere verdeelmodel wordt verdeeld over de gemeenten, het zogenaamde ‘deelbudget Covid-19’. Gezocht wordt naar een verdeling die recht doet aan de spreiding van de gevolgen van de coronapandemie op de bijstand. Met andere woorden: per gemeente moet de extra vergoeding wegens de coronacrisis passen bij de extra kosten vanwege de coronacrisis. Deze verdeelsystematiek moet nog in overleg met VNG ontworpen worden. Onzeker is momenteel welk deel Walcheren hieruit ontvangt. Landelijk bedraagt dit deel 4,78% van het totale budget. Dit geeft voor de te begroten opbrengstenpost dus een grote onzekerheid. Omdat we de bijbehorende lasten al in onze begroting incalculeren, rekenen we ook een bepaald deel van deze vergoeding mee. Anders zouden we een verkeerde vergelijking maken. Dit extra budget staat nog los van de reguliere bijstelling van de budgetten in mei en de definitieve vaststelling in september van het lopende jaar. Vinden de activiteiten op Werk en Inkomen plaats binnen de budgetten van het Rijk? Op basis van bovenstaande doelstellingen en activiteiten is de situatie eind 2021 als volgt: De personeelskosten liggen 20% lager dan landelijk gemiddeld. Hierbij zijn de plan van aanpakmiddelen volledig meegenomen.
Dit betekent dat de Walcherse gemeenten circa € 1,7 miljoen minder kwijt zijn aan de uitvoeringskosten Werk en Inkomen dan de gemiddelde Nederlandse gemeente. De re-integratiemiddelen die gemeenten aan Orionis verstrekken liggen € 179.000 hoger dan de ontvangen Rijksvergoeding. Het Buig tekort is van € 7,2 miljoen in 2017 gedaald naar ongeveer € 0,1 miljoen in 2020 (realisatie). Eind 2021 daalt het aantal klanten in de bijstand naar verwachting naar het landelijk gemiddelde. Het verdeelmodel en de corona-aanpassing hierin resulteert in het saldo op de Buig voor 2021. De activiteiten voor Werk en Inkomen vinden plaats binnen de budgetten van het Rijk. Tozo-regeling De uitvoering van de Tozo-regeling loopt door in 2021. Inmiddels is het invoeren van de vermogenstoets per 1 april 2021 geschrapt. Tozo-3 wordt per 1 april Tozo-4 en blijft verder ongewijzigd doorlopen tot 30 juni 2021. De middelen voor de Tozo-uitkering worden op declaratiebasis vergoed door het Rijk. Uitvoeringskosten zijn vorig jaar reeds gereserveerd. Eenzelfde geldt ook voor de afwikkeling van de verstrekte bedrijfsleningen Tozo: ontvangsten worden teruggestort naar het Rijk en voor uitvoeringskosten is vorig jaar al een bedrag gereserveerd. Bijzondere bijstand / minimabeleid De uitgaven voor bijzondere bijstand en minimabeleid gaan toenemen. Dit komt vooral omdat de doelgroep stijgt.
Als gevolg van toenemende werkloosheid en toenemende bijstandsaantallen wordt de groep die met hun inkomen onder de inkomensgrens (110% / 130% bijstandsnorm) valt groter. Binnen de huidige regelgeving krijgt dus een groter aantal mensen recht op de regeling. Overigens betekent dit niet automatisch dat het beroep op bijzondere bijstand evenredig stijgt: er moet ook een noodzaak zijn voor die kosten van bijzondere bijstand. - 33 -
Bij minimaregelingen is het verschillend. Soms is de noodzaak specifiek aantoonbaar (bijvoorbeeld “chronisch ziek”: dit zal weinig voorkomen in de nieuwe doelgroep die nu hun werk verliest). Soms is die noodzaak meer algemeen, zoals bij fonds Cultuur, sport en onderwijs (CSO). Daarom verwachten we alleen bij de CSO een stijging van het aantal aanvragen. We gaan uit van de volgende ingeschatte percentages voor 2021: - Stijging uitgaven bijzondere bijstand 10% - Stijging uitgaven minimabeleid: 60% op onderdeel CSO Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende 4 jaren zijn als volgt: Buig 2021 Rijksvergoeding Buig: de voorlopige toekenning voor 2021 is € 48.150.000. Dat is € 2.840.000 meer dan in de primaire begroting is opgenomen. Het macrobudget is gebaseerd op een stijging van de gemiddelde aantallen bijstandsuitkeringen met 7,43%. De overige opbrengsten uit terugvordering en verhaal worden negatief beïnvloed door de financiële situatie van onze (ex-)klanten en de landelijke discussie over terugvordering. Bijstelling: € 325.000 lager (structureel). De primaire begroting 2021 gaat uit van een jaargemiddelde van 2882 klanten. De lasten bij scenario 1 (2994 jaargemiddelde) moeten met € 1.330.000 naar boven worden bijgesteld. Zoals gezegd is de macrovergoeding gebaseerd op een stijging klantenaantal van 7,43%.
Voor Orionis is de doelstelling 33 klanten beter dan landelijk (= 1,12%). Dat zou betekenen een groei van 6,31%, oftewel een jaargemiddelde van 3128 klanten. Dat zit tussen scenario 1 en 2 in. Meerkosten ten opzichte van scenario 1 zijn dan € 1.995.000. Dit nemen we zo op in de begroting. Hiermee doen we in de lastenprognose recht aan de stijging van de Rijksvergoeding. Het saldo Buig ontwikkelt daarmee € 810.000 nadelig ten opzichte van de primaire begroting. Maar er is nog een onverdeeld deel Rijksvergoeding Buig, dat niet door het reguliere verdeelmodel wordt verdeeld over de gemeenten. Onzeker is welk deel Walcheren hieruit ontvangt. Landelijk is dit deel 4,78% van het macrobudget. Evenredig voor Walcheren is dat € 2.415.000. Maar de verwachting is dat Walcheren juist minder dan evenredig ontvangt. We nemen daarom 2/3e deel hiervan op in de begroting, € 1.610.000 extra vergoeding. De lasten die er bij horen (hogere klantaantallen als gevolg van coronacrisis) hebben we immers ook al opgenomen in de begroting. Het uiteindelijke saldo Buig ontwikkelt daarmee € 800.000 voordelig ten opzichte van de primaire begroting (voorlopig). Het was € 980.000 negatief, en wordt nu € 180.000 negatief. Hiermee is ook de voorlopig opgenomen taakstelling van € 244.000 ingevuld.
Onzekerheid: scenario 2 betekent € 510.000 meer lasten dan nu opgenomen, scenario 3 betekent € 3.190.000 meer lasten dan nu opgenomen en onzeker wat dit aan extra vergoeding betekent.
- 34 -
Buig 2022 en verder Saldo voor 2022 afgeleid van 2021. De helft van de extra klantendaling 2021 en de helft van de extra klantendaling 2022 heeft een financieel effect van € 372.000 voordelig. Dus saldo Buig wordt € 190.000 positief. Hiermee is 5 jaar na de start van het Plan van Aanpak een positief saldo Buig bereikt. Voor het macrobudget en de vertaling daarvan naar Walcheren wordt uitgegaan van de meest recente meerjarenraming (oktober 2020). Saldo voor 2023 afgeleid van 2022. De helft van de extra klantendaling 2022 heeft een financieel effect van € 123.000 voordelig. Dus saldo Buig wordt € 313.000 positief. Voor het macrobudget en de vertaling daarvan naar Walcheren wordt uitgegaan van de meest recente meerjarenraming (oktober 2020). Overig 2021: Uitvoering Tozo-3 t/m juni: € 2.000.000 aan toekenningen aan ondernemers en aan Rijksvergoeding. Voor uitvoeringskosten is reeds een bedrag ontvangen in 2020 en bestemd voor 2021. Voor bijzondere bijstand 2021 en 2022 begroten we 10% meer (€ 300.000), voor minimabeleid 60% meer CSO = € 450.000. In 2023 nog de helft daarvan, daarna niet meer. Het beleid bijzondere bijstand en het minimabeleid wordt bepaald door de deelnemende gemeenten. De bijzondere bijstand en het minimabeleid zijn zogenaamde ‘open-einde’regelingen. Dit betekent dat het werkelijk aantal goedgekeurde aanvragen de uiteindelijke uitgaven bepaalt.
Uitvoering Tonk-regeling: nog geen bedragen opgenomen, volgt in de volgende begrotingswijziging als we een betere inschatting kunnen maken.
Inkomen
realisatie 2020
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
46.939
46.889
47.361
46.385
3.325
2.515
50.686
48.900
'Coronabudget' Buig Onderzoekskosten BBZ
0
1e wijziging
0
begroting 2021-1
1.610
1.610
0
0
100
0
0
0
100
0
Tozo-regeling
13.166
14.260
0
0
2.000
2.000
2.000
2.000
Bijz.bijstand/minimareg.
5.888
5.888
5.619
5.620
750
750
6.369
6.370
83
0
28
9
0
0
28
9
overig Taakstelling
-244
244
0
Subtotaal
66.077
67.037
52.863
52.013
6.319
6.875
59.182
58.888
Directe apparaatskosten
4.471
0
4.583
0
-1.294
0
3.289
0
Totaal product
70.548
67.037
57.446
52.013
5.025
6.875
62.471
58.888
Saldo
-3.511
-5.434
- 35 -
1.850
-3.583
Inkomen
begroting 2022
raming 2023
raming 2024
raming 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
54.100
54.290
53.469
53.782
52.908
53.221
52.370
52.683
'Coronabudget' Buig
0
0
0
0
Onderzoekskosten BBZ
100
0
100
0
100
0
100
0
Bijz.bijstand/minimareg.
6.453
6.454
6.164
6.165
5.917
5.917
5.970
5.971
29
9
29
9
29
9
29
9
Subtotaal
60.682
60.753
59.762
59.956
58.954
59.147
58.469
58.663
Directe apparaatskosten
3.318
0
3.348
0
3.378
0
3.409
0
Totaal product
64.000
60.753
63.110
59.956
62.332
59.147
61.878
58.663
overig
Saldo
-3.247
-3.155
- 36 -
-3.185
-3.215
Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek laat zichtbaar wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle (preventieve) interventies voor inwoners van Walcheren met problematisch schulden. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen, dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden en kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de coronapandemie plaatsen; met name (kleine) ondernemers en zzp’ers worden grotendeels overeind gehouden door de steunmaatregelen vanuit de centrale overheid en coulance van leveranciers. Wij verwachten in 2021 en 2022 alsnog een deel van deze populatie te moeten ondersteunen met inkomen, BBZ leningen, re-integratie, maar zeker ook schuldhulpverlening. Wat willen we bereiken We verwachten meer ondersteuningsvragen van particulieren en zelfstandig ondernemers.
Door aanpassingen en uitbreidingen in de dienstverlening kunnen we vroegtijdig, snel en duurzaam de gevraagde ondersteuning bieden. De doelstellingen van het programma Schuldhulpverlening zijn: 1. Schulden en financiële problemen voorkomen door vroegsignalering en preventie. Met ervaring in vroegsignalering i.s.m. woningcorporaties en de nieuwe wetgeving per 1 januari 2021 hieromtrent ontstaan kansen om Walcherse inwoners met schulden beter in beeld te krijgen en eerder te ondersteunen. 2. Schulden en financiele problemen (duurzaam) oplossen: Ondersteuning betekent schuldregelen, op maat begeleiden én gedragsverandering bewerkstelligen. Bij een hulpvraag is het zaak om direct te handelen zodat de inwoner zo snel mogelijk stressvermindering ervaart. 3. Schuldhulpverlening is toegankelijk. Het is het van belang om zo makkelijk mogelijk bereikbaar te zijn voor inwoners. Dit betekent een inzet op meerdere (keten)partijen en communicatiekanalen. 4. Schuldhulpverlening is onderdeel van een integrale klantbenadering en wordt ook ingezet als interventie in het re-integratieproces. Voor het meten van het bereiken van deze doelstellingen gebruiken we de volgende, afgeleide indicatoren: 1. Voorkomen van schulden komt met name tot uiting in vroegsignalering. Een indicator hiervan voegen we in de loop van 2021 toe aan het dashboard aan de hand van de eerste ervaringen. 2.
Oplossen meten we door het percentage geslaagde schuldregelingen. We spreken van een geslaagde schuldregeling als de klant deze na de looptijd van 3 jaar succesvol afsluit. Daarnaast is snelle reactie op een eerste melding van een klant van groot belang. We streven dan ook om binnen 7 werkdagen de hulpvraag vast te stellen 3. We gaan in 2021 inventariseren hoe we toegankelijkheid meetbaar kunnen maken. 4. De integrale klantbenadering meten we door het aantal extra interventies schuldhulpverlening vanuit de afdelingen Werk en Inkomen. Dit betreft dus klanten die om andere redenen dan problematische schulden of geldzorgen bij Orionis ondersteuning vragen.
- 37 -
Realisatie 2020
Begroot 2021
Begroot 2021-1
Begroot 2022
Vroegsignalering
---
---
Ntb
ntb
Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met de schuldhulpverlener
95%
90%
90%
90%
Percentage geslaagde schuldregelingen
86%
Aantal 200
80%
80%
Aantal extra interventies schuldhulpverlening vanuit Werk en Inkomen
50
125
125
125
Wat gaan we er voor doen Om bovenstaande doelen te bereiken zetten we in op de volgende vijf speerpunten: 1. Vroegsignalering en preventie 2. Dienstverlening aan zelfstandig ondernemers 3. Ketenaanpak 4. Extra inzet saneringskrediet 5. Integrale klantbenadering Deze speerpunten worden hieronder toegelicht. 1. Vroegsignalering en preventie Door een efficiënt en zo dekkend mogelijk netwerk van vroegsignalering op te zetten wordt op termijn de instroom Schuldhulpverlening verminderd. De wetswijziging die in januari 2021 in is gegaan biedt hiervoor de basis. Aangezien dit een nieuwe activiteit is, staat 2021 in het teken van opzetten, implementeren en leren wat de meest effectieve werkwijze is. Op termijn geeft dit dus een verschuiving van curatieve naar preventieve activiteiten. De eerste paar jaar zijn de curatieve activiteiten nog niet afgenomen en zijn er dus extra middelen nodig. Desondanks heeft de Rijksoverheid geen middelen beschikbaar gesteld voor uitvoering van de wet. Door de bestaande activiteiten voor woningbouw en werkgevers te combineren met de nieuwe wettelijke activiteiten kan de uitvoering zo efficiënt mogelijk ingericht worden. Dit vindt plaats in het Meldpunt Geldzorgen Walcheren. Middelburg en Veere financieren dit door inzet van tijdelijke middelen in het kader van de Brede Schuldenaanpak. Deze middelen zijn tot eind 2021 toereikend.
Gemeente Vlissingen heeft de intentie uitgesproken om vroegsignalering niet bij Orionis maar binnen de eigen organisatie te beleggen. In de loop van 2021 worden juridische, operationele en financiële gevolgen hiervan besproken met de drie Walcherse gemeenten. Op verzoek van Vlissingen verzorgt Orionis tot die tijd de vroegsignalering. Vroegsignalering is sterk afhankelijk van goede afspraken met schuldeisers. Deze vervullen immers conform de nieuwe wet een signaalfunctie. Om deze reden is er een landelijk convenant afgesloten tussen enerzijds gemeenten en anderzijds de koepelorganisaties van woningbouwverenigingen, energieleveranciers- en waterleveranciers en zorgverzekeraars. Dit wordt aangevuld met lokale overeenkomsten.
- 38 -
In het kader van preventie gaat Orionis samen met gemeenten onderzoeken hoe inwoners gemakkelijker hulp vinden en zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen. We gaan hierbij de volgende mogelijkheden verkennen. Online en offline tools op het gebied van vergroten van financiële vaardigheden en kennis over financiën. Vergroten gebruik Nederlandse Schuldhulproute en Geldfit.nl Laagdrempelige en toegankelijke dienstverlening vanuit sociale media en apps. 2. Dienstverlening aan zelfstandig ondernemers De wet verplicht gemeenten om alle natuurlijke personen ondersteuning bij problematische schulden te bieden. Dit geldt dus ook voor zelfstandig ondernemers. Voor ondernemers met een levensvatbaar bedrijf, die tijdelijk steun nodig hebben is schuldhulpverlening aan ondernemers onderdeel van de dienstverlening van Orionis. Om de dienstverlening aan zelfstandig ondernemers effectief en efficiënt in te richten voegen we alle diensten voor ondernemers samen binnen één team. Dit team bestaat uit: BBZ, Tozo en SHV. In een vervolgstap breiden we dit uit met re-integratie (van zelfstandig ondernemers naar loondienst of van bijstand naar ondernemerschap) en aansluiting bij het mobiliteitscentrum. Verder kijken we in 2021 in samenwerking met de afdeling economische zaken van de drie gemeenten of een breder ondernemersplatform ondernemend Walcheren kan ondersteunen.
Ondernemers met een niet-levensvatbaar bedrijf worden geadviseerd om hun bedrijf te beëindigen en doorverwezen naar partijen voor administratieve ondersteuning. Verder kan de klant coaching krijgen in het kader van Tozo en eventueel BBZ voor levensonderhoud. 3. Ketenaanpak Schuldhulpverlening is bij uitstek een dienstverlening die alleen succesvol is in een ketenaanpak, zowel bij vroegsignalering als in de toegang en uitvoering. Orionis is slechts één van de partijen in deze keten. Denk aan de volgende partijen als onderdeel van de ketenaanpak: Maatschappelijk Werk Walcheren, Schuldhulpmaatje, Humanitas Thuisadministratie, Leger des Heils, marktpartijen voor budget en bewind, woningcorporaties, CZ, werkgevers, gemeentelijke belastingen, zorg, onderwijs. Het volgende kader is dan opgenomen in de kadernota: Kader: Schuldhulpverlening is een ketenaanpak Gemeenten zijn regievoerder van deze ketenaanpak en vullen dit op de volgende manier in: Moedige Dialoog Walcheren wordt door gemeenten Middelburg en Veere gezien als de netwerkorganisatie om deze ketenaanpak te versterken. Er ontstaat zo een publiek/private samenwerking om geldzorgen eerder aan te kunnen pakken. Door deze samenwerking kunnen meer vindplaatsen ontstaan van waaruit signalen van geldzorgen komen.
Gemeente Vlissingen ziet de op te zetten gemeentelijke integrale toegang als de plaats om de samenwerking met partijen in het voorliggend veld verder te intensiveren, zodat de dienstverlening nog effectiever ingezet kan worden bij (beginnende) geldzorgen. In de ketenaanpak van schuldhulpverlening spelen ook marktpartijen een belangrijke rol. Denk hierbij aan de commerciële producten schuldenbewind en budgetbeheer. De volgende aspecten worden in 2021 in samenhang belicht:
- 39 -
1. Hoe kunnen we zodanige invloed uitoefenen op marktpartijen dat de inwoners van Walcheren kwalitatief goede dienstverlening krijgen? 2. Hoe borgen we samenwerking tussen marktpartijen en andere partijen in de ketenaanpak? Doelstelling hierbij is dat het juiste product wordt ingezet (niet te licht maar ook niet te zwaar) gericht op stabilisatie, zelfredzaamheid en ontwikkeling van de inwoner. 3. De kosten worden veelal vergoed vanuit bijzondere bijstand. Hoe houden we deze beheersbaar? 4. Welke handvatten biedt de wet ‘Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind’ ten aanzien van bovengenoemde aspecten? Schuldhulpverlening is sterk afhankelijk van de medewerking van schuldeisers. Om deze samenwerking in de keten te bevorderen worden landelijk twee voorzieningen ontwikkeld (zie ook de infographic op pagina 65). De verwachting is dat deze voorzieningen in de loop van 2021 operationeel zijn. Orionis gaat van beide voorzieningen gebruik maken. Dit resulteert in snellere afhandeling en verlaging van de administratieve lasten. 4. Extra inzet saneringskrediet Schuldbemiddeling is maatwerk en heeft meerdere instrumenten tot zijn beschikking. Orionis maakt in 2021 een verschuiving naar vaker inzetten van het saneringskrediet. Bij een saneringskrediet is de schuldenaar in één keer van al zijn schuldeisers af en heeft hij nog maar één schuldeiser, Orionis.
Dat neemt direct heel veel stress weg. En als de schuldenaar (meer) gaat werken, merkt hij dat direct in zijn portemonnee. Voor de schuldeiser is sanering prettig, omdat hij direct de boeken kan sluiten. Het bespaart de schuldhulpverlener en Orionis administratieve lasten die gemoeid zijn met het verwerken van mutaties gedurende de 3-jarige aflosperiode. Naast de financiële afhandeling wordt de klant op maat begeleid om recidive te voorkomen. In de loop van 2021 is het landelijke waarborgfonds operationeel en sluit Orionis zich hier bij aan. 5. Integrale klantbenadering Schuldenproblematiek komt meestal niet alleen. Vandaar dat we bij de dienstverlening aan klanten oog hebben voor de totale klantsituatie. Dit doen we door het houden van een brede intake en tijdens de dienstverlening andere leefgebieden in beeld houden. Dit doen we in nauwe samenwerking met Maatschappelijk Werk Walcheren en WMO loketten van gemeenten. Daarnaast werkt schuldenproblematiek in veel gevallen belemmerend bij de toeleiding naar werk. Immers, door de stresssituatie waarin mensen verkeren is hun denk- en doenvermogen beperkt. Aandacht voor de schuldenproblematiek van klanten krijgt bij re-integratie een meer prominente rol.
We geven hiermee invulling aan het volgende kader uit de kadernota: Kader: Schuldhulpverlening is ondersteunend aan de toeleiding naar werk Overige beleidsuitgangspunten Kwaliteit: Voor het oplossen van schulden en financiële problemen is kwaliteit van dienstverlening van groot belang. De kwaliteit wordt geborgd door het lidmaatschap aan de NVVK. De NVVK heeft gedragsregels ontwikkeld met richtlijnen voor goede schuldhulpverlening. Orionis draagt zorg voor het nakomen van de uit de certificeringen voortvloeiende kwaliteitseisen.
- 40 -
Schuldhulpverlening is voor alle inwoners breed toegankelijk, zo ook voor gezinnen met minderjarige inwonende kinderen. Waar nodig wordt contact gelegd met partners binnen het Sociaal Domein om de veiligheid van kinderen te borgen. Hierbij kan gedacht worden aan het RBL en maatschappelijk werk. Voorkomen moet worden dat kinderen de dupe zijn van de financiële problemen van hun ouders. Er wordt onderzocht of- en in hoeverre minimaregelingen zoals Cultuur sport en onderwijs en het jeugdsportfonds worden benut om de participatie van kinderen te bevorderen. Beslistermijn: Snelheid is van belang om verergering van de schuldsituatie te voorkomen. Vandaar ons eerder genoemde streven om binnen 7 werkdagen na het eerste gesprek de hulpvraag in beeld te hebben. Daarna kan als dat nodig is al ingezet worden op stabilisatie. Op dat moment is er nog geen volledig plan van aanpak. De wet schrijft voor om dit binnen 8 weken na het eerste gesprek te hebben. In een verordening is het mogelijk om een kortere periode dan deze 8 weken vast te leggen. We kiezen hier niet voor omdat na een eerste stabilisatie maatwerk nodig is. De keuze van de juiste interventies is belangrijker voor een duurzame oplossing. Wat mag het kosten Vanaf 2021 is vroegsignalering een nieuwe wettelijke taak. De verwachting is dat hiervoor 2 tot 3 fte nodig zijn, nog zonder extra kosten vanwege de coronacrisis.
Op termijn kan dit wellicht gefinancierd worden door een afname van de schuldhulpverlening. De eerste jaren zijn echter extra middelen nodig. Desondanks stelt de Rijksoverheid geen extra middelen aan gemeenten ter beschikking voor deze nieuwe taak. Daarnaast verwachten we door de coronacrisis kostenstijgingen door een hoger beroep op schuldhulpverlening. De omvang hiervan is afhankelijk van het verloop van de coronacrisis. Dit leidt tot de volgende scenario-analyse. Extra kosten 2021 Nieuwe taken vroegsignalering
Licht 180.000
Middel 180.000
Zwaar 180.000
Extra kosten door Corona: 1. Meer aanvragen SHV 2. Extra schuldhulp aan ondernemers 3. Extra vroegsignalering subtotaal Corona
115.000 250.000 30.000 395.000
115.000 350.000 120.000 585.000
115.000 450.000 240.000 805.000
TOTAAL
575.000
765.000
985.000
De financiële effecten voor 2021 en de komende 4 jaren zijn als volgt: Met ingang van 2021 is jaarlijks € 180.000 benodigd voor de uitvoering van de nieuwe taak vroegsignalering voor de drie gemeenten. Dit bedrag is gebaseerd op een inschatting en wordt geëvalueerd op basis van de werkelijke volumes en activiteiten. Deze kosten komen terug in het programma Uitvoering. Dit budget wordt aangepast indien gemeente Vlissingen in de loop van 2021 zelfstandig vroegsignalering gaat uitvoeren. Het Rijk heeft voor de bestrijding van de coronacrisis voor Schuldhulpverlening extra middelen aan de gemeenten ter beschikking gesteld. In de decembercirculaire 2020 is voor de Walcherse gemeenten € 324.000 ter beschikking gesteld over 2020 en 2021. Deze middelen zijn dus volledig nodig om de effecten op te vangen. Voor 2021 gaan we vooralsnog uit van
- 41 -
het lichte scenario, waarbij de meerkosten van € 395.000 voor het grootste deel opgevangen kunnen worden uit de Rijksmiddelen steun- en herstelpakket. In 2022 spelen de volgende ontwikkelingen een rol: Inkomensverlies in 2020 en 2021 leidt tot meer aanvragen schuldhulpverlening in 2022. Afhankelijk van de coronacrisis en steunmaatregelen doen ondernemers ook in 2022 een beroep op schuldhulpverlening. Ook voor 2022 stelt het Rijk naar verwachting extra middelen ter beschikking ter bestrijding van de coronacrisis. De eerste kostenbesparende effecten van het NVVK arrangement worden duidelijk. De eerste ervaringen met de nieuwe wettelijke taak rondom vroegsignalering leiden tot bijstelling van de activiteiten. Tijdelijke financiering Meldpunt Geldzorgen stopt. De gevolgen hiervan moeten de komende periode in kaart gebracht worden.
Schuldhulpverlening
realisatie 2020
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
1e wijziging
baten
lasten
begroting 2021-1
baten
lasten
baten
Bijdr. klanten/derden
83
94
0
94
Bijdrage gemeenten
49
66
0
66
Subtotaal
0
132
0
160
0
0
0
160
Directe apparaatskosten
0
0
0
0
1.193
0
1.193
0
Totaal product
0
132
0
160
1.193
0
1.193
160
Saldo
132
160
-1.193
-1.033
Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)
begroting 2022 lasten baten
raming 2023 lasten baten
raming 2024 lasten baten
raming 2025 lasten baten
Bijdr. klanten/derden Bijdrage gemeenten
94 66
94 66
94 66
94 66
Subtotaal
0
160
0
160
0
160
0
160
Directe apparaatskosten
1.204
0
1.215
0
1.226
0
1.237
0
Totaal product
1.204
160
1.215
160
1.226
160
1.237
160
Saldo
-1.044
-1.055
- 42 -
-1.066
-1.077
Programma Overhead Het programma Overhead betreft de uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s. Alle bedrijfsvoeringkosten zijn hierin opgenomen. De kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens daarnaar doorbelast. Per saldo resteert overhead in dit programma. Wat willen we bereiken Een efficiënte en effectieve uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn. Wat gaan we daarvoor doen Kader: Orionis Walcheren werkt samen binnen het sociaal domein Orionis streeft naar een brede integrale aanpak in samenwerking met meerdere (zorg)partijen en de 3 gemeenten, gericht op stabilisatie en ontwikkeling. Dit doen we omdat de meeste van onze klanten bij meerdere partijen in beeld zijn en ondersteuning vragen. Èn omdat we er van overtuigd zijn dat een gezamenlijke aanpak tot duurzame verbeteringen voor de klant leidt. Deze gezamenlijkheid moet in 2021 meer vorm krijgen. De ontmanteling van Porthos heeft geleid tot drie gemeentelijke teams voor toegang WMO en Jeugdzorg. Vlissingen kiest daarbij voor een brede integrale toegang. Samen met gemeenten kijken we hoe participatie van de klant een bijdrage kan leveren aan de oplossing van de problematiek van de klant. Dit vraagt van Orionis op uitvoeringsniveau met elk gemeentelijk team in meer of mindere mate contact over individuele gezamenlijke klanten.
Om een integrale aanpak te voeren moeten we nadenken over: Hoe kunnen re-integratie / participatie en zorg elkaar versterken door parallelle trajecten? Wat is de rol van armoedebeleid en schuldhulpverlening hierin? Hoe kan vroegsignalering en preventie effectief ingericht worden? De medewerkers van MWW (Maatschappelijk Werk Walcheren) en Orionis vinden elkaar als er dienstverlening van de andere organisatie nodig is. Gezien de grote overlap in klanten (65% vanuit een recent onderzoek bij schuldhulpverlening) is een gezamenlijke ambitie geuit om de samenwerking te intensiveren met als doelstelling te denken vanuit één klantproces. Dit vereist delen van de visie op de klant en klantdienstverlening. Voor dit laatste punt is het uitgangspunt voor beide organisaties een stress-sensitieve klantdienstverlening. Vervolgens moeten de klantprocessen op elkaar aangesloten te worden zodat er sprake is van een gedeelde aanpak. Overige zaken In de Kadernota zoals die eind 2019 door de Raden is vastgesteld zijn 15 kaders meegegeven. De uitwerking van die kaders heeft in de voorgaande programma’s een plaats gekregen. Daar komt een nieuwe ontwikkeling bij: Inburgering.
- 43 -
Inburgering Met ingang van 2022 gaat de nieuwe Wet Inburgering in. De gemeente wordt weer verantwoordelijk voor het inburgeringsproces van statushouders. Orionis is met gemeenten in overleg om te bepalen welke taken in het kader van inburgering door welke partij wordt uitgevoerd. Daarbij spelen ook de welzijnsorganisaties een rol. 2021 is voorbereidingsjaar voor het jaar 2022 waarin de wet een feit is. Streven is de voorbereidingen eind 3e kwartaal afgerond te hebben, zodat we in het 4e kwartaal met de nieuwe werkwijze kunnen starten. Gemeenten maken naar verwachting verschillende keuzes. Dat betekent: verschillende mate waarin Orionis betrokken is bij het onderdeel Inburgering. Voor Middelburg en Veere wel de regierol, voor Vlissingen niet. Voor de ene gemeente wel leerroutes (taaltrajecten) inkopen, voor de andere niet. Wel/geen toegangsrol. Verschillende mate van samenwerking met welzijnsorganisaties. En waarschijnlijk wel voor alle drie de gemeenten de rol van uitvoering van werktrajecten. Dit vraagt om een inburgeringsproces, opgeknipt in onderdelen, waarvan de afname van die onderdelen per gemeente kan verschillen. Deze verschillende keuzes leiden tot efficiencyverlies en mogelijk hogere uitvoeringskosten. Zoals gezegd is 2021 het voorbereidingsjaar. Hierin worden definitieve afspraken gemaakt.
Ook over de wijze van opdrachtnemersrol (GR of dienstverleningsovereenkomst) en financiering (exploitatiebijdrage of tarifering). Als de afname per gemeente verschillend is pleit dit voor een aparte dienstverleningsovereenkomst en bijbehorende tarieven. Voor de begroting betekent dit dat in 2021 voorbereidingskosten zijn opgenomen en een gemeentelijke vergoeding daarvoor. Voor 2022 en verder uitvoeringskosten, gebaseerd op inschattingen, met de daarbij behorende gemeentelijke vergoeding. Verdiepend onderzoek Werkleerbedrijf Een tweede ontwikkeling is het verdiepend onderzoek naar het Werkleerbedrijf waartoe in januari 2021 de opdracht is gegeven. De uitkomsten daarvan komen in april/mei. Deze kunnen aanleiding geven tot aanpassing van de uitvoering en mogelijk van beleid. En uiteraard daarmee aanpassingen van de financiën. Dit wordt in een volgende begrotingswijziging verwerkt. Klanttevredenheid Vanuit gemeenteraden wordt opgeroepen om klanttevredenheid te meten. Het is goed om dat te doen. Hiervoor stellen we het volgende proces voor. Er zijn al gegevens beschikbaar, vanuit signalen van de Sociale cliëntenraad, de uitkomsten van een klantreis-onderzoek en zaken die we kunnen leren vanuit de bezwaarprocedures en klachten. Dit alles leidt tot de volgende samengevatte bevindingen: De klantbenadering kan verbeterd worden.
Denk hierbij aan inlevingsvermogen, oplossingsgerichtheid, bejegening, toon en taalgebruik in brieven en formulieren. De digitale dienstverlening is niet optimaal: er zijn veel klachten over de werking van het digitaal loket en de digitale formulieren. Daarnaast zijn er verbeteringen nodig ten aanzien van de logica en gebruiksvriendelijkheid.
- 44 -
De informatievoorziening is niet volledig: De informatie is niet voldoende eenduidig (medewerker 1 geeft andere informatie dan medewerker 2). De klant vindt het poortproces verwarrend: het proces is ingewikkeld, de klant spreekt verschillende medewerkers en verschillende gesprekken geven onduidelijkheid: Waar zit ik in het proces? Meerdere keren hetzelfde verhaal moeten vertellen. Digitaal aanmelden bij een vraag om hulp voor schuldhulpverlening kan een drempel zijn.
Deze bevindingen leiden tot de volgende aanbevelingen, waar we nu al mee aan de slag kunnen: Klantdienstverlening begint met een door alle betrokken medewerkers onderschreven klantbeeld en bijbehorende klantbenadering. Dit is nu opgenomen in onze missie en visie. Dit bepaalt de gewenste houding en gedrag van medewerkers in klantcontacten. Dit bepaalt ook de gewenste telefonische, schriftelijke en digitale communicatie. Optimale klantdienstverlening is een resultaat voor de organisatie (naast uitstroom naar werk en doorlooptijd van aanvragen). Er wordt hierop ook gestuurd door de leiding. Pas het poortproces aan met aandacht voor de digitale dienstverlening en duidelijke procesinformatie. Neem drempels weg ten aanzien van schuldhulpverleningsvragen. We stellen eerst vast welk doel we met het meten van klanttevredenheid willen bereiken. Vervolgens kunnen we dan bepalen wat het juiste middel is en wat het juiste moment van meten is. Sluitstuk is het daadwerkelijk uitvoeren en borgen. In 2021 doorlopen we dit proces. Scenario’s Er is meer personele capaciteit nodig vanwege een toenemende vraag naar onze dienstverlening. Alle doelgroepen nemen toe en hun problematiek is tegelijkertijd complexer geworden. Dit vraagt veel van de uitvoering.
Uit de in 2019 uitgevoerde Berenschot benchmark blijkt dat de formatie-omvang van Orionis op de onderdelen Participatiewet/BBZ en schuldhulpverlening aan de onderkant van de benchmark zit. Er is daarmee te weinig ruimte voor de implementatie van nieuw beleid of de uitvoering van extra werkzaamheden. De toenemende uitvoeringslast leidt dus tot een toenemende vraag aan beschikbare fte’s. Zoals in de inleiding al toegelicht is werken we met scenario’s. Drie verschillende scenario’s met betrekking tot de impact van de pandemie en de economische gevolgen hiervan op de verschillende werkterreinen van Orionis: bijstandsuitkeringen, re-integratie, schuldhulpverlening en omzetten Werkleerbedrijf. Uit deze scenario’s volgt een bepaalde mate van inzet. Hoe zwaarder het scenario, hoe groter de extra personele inzet is die dit vraagt. De personele formatie in de primaire begroting 2021 is gebaseerd op ongewijzigd beleid en omstandigheden; de situatie 2020. Hierop is bedrag van € 151.000 in mindering gebracht wegens de afbouw van de middelen Plan van Aanpak. Scenario’s: het lichte scenario laat sowieso al een stijging zien ten opzichte van 2020: meer instroom in de bijstand, een stijgend klantenaantal en stijgende vraag naar schuldhulpverlening. Dit vraagt extra personele inzet, en wel 10,7 fte, omgerekend € 750.000. Dit is te splitsen in: - 45 -
Intake / klantmanagement / re-integratie 5,0 fte Bijstandsverlening 0,9 fte Schuldhulpverlening 4,8 fte Voor de scenario’s middel en zwaar bedraagt dit 22,2 resp. 32,0 fte (€ 1.560.000 - € 2.240.000). Vanuit de Rijksoverheid zijn extra middelen toegekend, het steun- en herstelpakket. Dit om de gemeentelijke gevolgen op het terrein van re-integratie, schuldhulpverlening en bijstandstoekenningen op te vangen. Overigens wordt hierbij door het Rijk niet met scenario’s gewerkt maar is een vast bedrag toegekend. Voor Walcheren bedraagt dit € 1.401.000. Dit is een vaste vergoeding tegenover een onzekere uitgavenpost. Voor 2022 komt er ook zo’n bedrag. In deze begrotingswijziging is er voor gekozen het lichte scenario op te nemen en de bandbreedte van de andere scenario’s weer te geven. Bij deze bandbreedte geldt dus: zwaardere scenario’s leiden tot meer inzet, maar daarbij wel gelijkblijvende doelstellingen op het gebied van uitstroom. Ook maakt de scenarioberekening zichtbaar dat bij een scenario ‘middel’ de volledige extra vergoeding nodig is voor de noodzakelijke ondersteuning van extra klanten, en dat bij scenario ‘zwaar’ de vergoeding tekortschiet. De Tozo-ondersteuning in 2021 kan ingezet worden vanuit de in 2020 gereserveerde middelen: een inzet van € 349.000. Vanuit de arbeidsmarktregio en ESF komen ook extra middelen.
De bedragen zijn op dit moment nog niet bekend , en ook niet de voorwaarden waaronder deze kunnen worden benut. Deze zijn daarom nog niet opgenomen in deze 1e begrotingswijziging. Uiteraard gaan we subsidies maximaal gebruiken. Dit betekent dat de gevraagde middelen vanuit steun- en herstelpakket achteraf naar beneden kunnen worden bijgesteld als er meer vanuit externe subsidies wordt gefinancierd. Extra taken Er zijn ook extra taken ondergebracht bij Orionis. Dit betreft: - Kindertoeslagaffaire (extra t.o.v. GR): het begeleiden van de gedupeerden Middelburg en Veere. Hier staan extra Rijksmiddelen tegenover, € 24.000. Deze worden begroot, evenals de inzet van deze middelen voor (personele) kosten. - Wettelijke taak vroegsignalering (extra t.o.v. voorgaand jaar). - Meldpunt geldzorgen Middelburg/Veere (extra t.o.v. GR): cf. de afspraak voor 2021 1 fte inzet en een vergoeding daarvoor vanuit de 2 gemeenten. Deze afspraak eindigt eind 2021. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2021 en de komende 4 jaren zijn als volgt: In 2021 voorbereidingskosten Inburgering € 50.000 en een even grote gemeentelijke vergoeding. Dit betreft vooral ICT-aanpassingen, opleiding en communicatie. In 2022 en verder uitvoeringskosten inburgering, globale inschatting € 130.000 (2 fte) en een even grote gemeentelijke vergoeding.
In 2021 en 2022: Scenario licht: toename personeelslasten met 10,7 fte, € 750.000. Stijging van de exploitatievergoeding met eenzelfde bedrag. Bandbreedte: scenario zwaar betekent een extra last van € 1.490.000 ten opzichte van scenario licht, hiervan kan dan € 840.000 niet gedekt worden uit het steun- en herstelpakket.
- 46 -
Uitsluitend 2021: Afwikkeling Tozo-3 en Tozo 4: € 300.000 personeelskosten en een even grote vrijval van de Tozo-vergoeding. Voor de jaren 2021 t/m 2023: afwikkeling Tozo-kredieten € 49.000 personeelskosten en een even grote vrijval van de Tozo-vergoeding. Vooralsnog alleen 2021: kindertoeslagaffaire: personeelskosten € 24.000 en gemeentelijke vergoeding € 24.000. Mogelijk worden ook in de jaren 2022/2023 nog kosten gemaakt, dit is nog niet begroot. Uitsluitend 2021: meldpunt geldzorgen: personeelskosten € 65.000 en gemeentelijke vergoeding € 65.000 M.i.v. 2021: Vroegsignalering: personeelskosten € 180.000. Hier tegenover staat een vergoeding van € 180.000 vanuit (woningcorporaties en) gemeenten, deze is opgenomen onder de Algemene Dekkingsmiddelen bij de gemeentelijke exploitatievergoeding.
Overhead
realisatie 2020
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
Personeelskosten
12.470
0
12.547
Overig
4.170
553
4.698
Doorbel. re-integratie
-2.646
baten
1e wijziging
baten
lasten
384
-2.694
Steun en herstelpakket
begroting 2021-1
baten
lasten
1.368
0
13.915
0
50
488
4.748
872
0
0
baten
0
-2.694 750
750
Subtotaal
13.994
553
14.551
384
1.418
1.238
15.969
1.622
Directe apparaatskosten
-5.237
0
-5.368
0
-492
0
-5.860
0
Totaal product
8.757
553
9.183
384
926
1.238
10.109
1.622
Saldo Reserveringen
-8.205 0
Saldo na reserveringen
-8.799
0
0
-8.205
0
312 0
-8.799
0
-8.487 0
312
0 -8.487
Overhead
begroting 2022
raming 2023
raming 2024
raming 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
lasten
Personeelskosten
13.627
Overig
4.782
Doorbel. re-integratie
-2.718
Steun en herstelpakket
baten
baten
12.852 573
4.988
12.918 584
-2.743 750
baten
5.067
13.039 545
-2.767 0
baten
5.113
547
-2.792 0
0
Subtotaal
15.691
1.323
15.097
584
15.218
545
15.360
547
Directe apparaatskosten
-5.913
0
-5.966
0
-6.019
0
-6.074
0
Totaal product
9.778
1.323
9.132
584
9.199
545
9.286
547
Saldo
-8.455
-8.547
- 47 -
-8.654
-8.740
De extra lasten zoals in de 1e begrotingswijziging opgenomen zijn, op voorbereidingskosten inburgering na, allemaal personeelskosten. De daar tegenover staande vergoedingen zijn deels opgenomen onder “Overig”. Het Steun en herstelpakket is apart benoemd. Overzicht taakvelden conform BBV
Bedragen in € 1.000
1e begrotingswijziging 2021
primaire begroting 2022
Taak veld
lasten
baten
saldo
lasten
18.766 283 0 0 0 0
-9.694 0 -15.842 0 0 0
70.899 22.027
-65.457 -20.982
0 Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.7 Alg. uitkeringen en overige uitkeringen 0,9 Vennootschapsbelasting 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat rekening van baten en lasten 6 Sociaal Domein 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie
- 48 -
baten
saldo
9.072 283 -15.842 0 0 0
18.452 -9.395 267 0 0 -14.705 0 0 0 0 0 0
9.057 267 -14.705 0 0 0
5.442 1.045
72.290 -67.166 21.486 -21.229
5.124 257
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Onder algemene dekkingsmiddelen zijn de twee gemeentelijke bijdragen opgenomen. De reguliere exploitatievergoeding en de extra bijdrage van de gemeenten.
Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000) Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage gemeenten Totaal alg dekkingsmiddelen
Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000) Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage gemeenten Reductie gemeentelijke bijdrage Totaal alg dekkingsmiddelen
realisatie 2020 lasten baten
begroting 2021 lasten baten
1e wijziging lasten baten
begroting 2021-1 lasten baten
2.158
2.290
-1.288
1.002
14.215
14.661
180
14.841
0
16.373
0
16.951
0
-1.108
0
15.842
begroting 2022 lasten baten
raming 2023 lasten baten
raming 2024 lasten baten
0
0
0
0
14.975
15.228
15.365
15.503
-270
-1.354
-2.053
-2.616
0
14.705
0
13.874
0
raming 2025 lasten baten
13.312
0
12.887
De vergoeding voor vroegsignalering (een structurele taak èn volgens de GR) van € 180.000 ingaande 2021 is opgenomen onder de exploitatiebijdrage. (Reductie) extra bijdrage In de begroting 2022 is de extra bijdrage teruggebracht tot nul. Ingaande 2022 ontstaat er een overschot. Dit leidt tot een reductie op de door gemeenten te betalen bijdrage. VZG-norm De afspraak is dat GR-en zich houden aan de VZG-norm. Deze norm stelt het percentage vast waarmee de gemeentelijke bijdrage voor de uitvoeringskosten mag stijgen ten opzichte van voorgaand jaar. Bij de vaststelling van de 1e begrotingswijziging 2020 in de Raad van Vlissingen is hier nog eens expliciet op gewezen. Bovengenoemde verhoging van uitvoeringskosten heeft te maken met nieuwe en/of extra taken. Daarmee wordt in deze begroting voldaan aan de VZG-norm.
- 49 -
Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag volgens de GR maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De stand per ultimo 2021 en 2022 is – vooralsnog – nihil. Gezien het feit dat de reserve nihil is komen afwijkingen in de realisatie direct tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Reorganisatievoorziening Voor de totale kosten die samenhangen met de reorganisatie die in 2013 is doorgevoerd is een voorziening gevormd. Periodiek wordt de hoogte van deze voorziening getoetst en wordt een eventuele herziening meegenomen. De meest recente stand van de voorziening is per ultimo 2020 en bedraagt € 376.000. Dit is van voldoende niveau om de uitgaven 2021 en verder te dekken. Verplichtingen lopen door t/m 2025. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in de risicoscan opgenomen.