rvs Verordening Monumentencommissie Vlissingen 2022 bijlage 2 zienswijze met reactie
Tekst van het document
Gemeente Vlissingen aan het college van burgemeester en wethouders p/a Paul Krugerstraat 1 4382 MA VLISSINGEN
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
12-11-2020
1204109 / 1249230
ONS KENMERK
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
M. Overbeeke
Paul Krugerstraat 1
0118-487226
DATUM
16 december 2020 BIJLAGEN
ONDERWERP
Omgevingswet - instelling van een nieuwe monumentencommissie
Geacht college, De monumentencommissie heeft uw brief van 11 november 2020, betreffende de ontwikkelingen ten gevolge van de nieuwe Omgevingswet en dat in het bijzonder met betrekking tot de monumentencommissie in de vergadering op 10 december besproken. De monumentencommissie heeft een concepttekst ontvangen voor een nieuwe Verordening Monumentencommissie in te voeren per 1 januari 2022, gelijktijdig met de invoering van de Omgevingswet. De commissie is gevraagd hierop haar visie kenbaar te maken. De tekst per artikel volgend komt zij met de volgende punten: Artikel 1: begripsbepalingen
Onder zowel a. en d. wordt een definitie van ‘commissie’ gegeven, echter verschillend. Het is onduidelijk wat bedoeld wordt. reactie: deze opmerking is juist en hebben wij in de actuele ontwerp-verordening verwerkt. N.a.v. het begrip monumentencommissie: is uitsluitend bedoeld monumentencommissie in enge zin, d.w.z. voor toetsing van rijks- en gemeentelijke monumenten. Blijft het Ambtelijk Toetsingsteam [ATT] bestaan? Hoe wordt de integrale toetsing gerealiseerd? reactie: het ATT blijft vooralsnog bestaan, dit verandert niet met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het is denkbaar dat de welstandsadvisering onder de Omgevingswet na 2022 wordt bijgesteld. Dit vindt niet plaats dan nadat het beleid hierover is geformuleerd. Ook in de huidige situatie is er, indien nodig, afstemming tussen beiden. Hoe wordt dit geregeld. Het dient helder weergegeven te worden hoe de relatie welstandstoetsing – monumententoetsing wordt en algemeen monumententoetsing in relatie tot integrale omgevingstoetsing. reactie: de integrale afstemming [men zoekt elkaar op] wordt niet gewijzigd. De bestaande werkafspraken blijven in stand. Deze wijzigen pas na de formulering van het beleid over de welstandsadvisering.
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
Bij e: wat wordt exact onder rijksmonumenten verstaan: alleen bovengrondse monumenten of ook archeologische monumenten. En heeft de monumentencommissie daarbij ook een taak. reactie: de ontwerp-verordening komt voort uit de Omgevingswet. In de Omgevingswet wordt verwezen naar de Wet op het cultureel erfgoed. In die laatste wet is de definiëring van het begrip "rijksmonument" opgenomen. Daar horen de ondergrondse en archeologische monumenten bij. Het is niet nodig in de ontwerp-verordening de wettelijk definitie en omschrijving over te nemen. Bij e: geldt rijksmonumentenactiviteit analoog ook voor [evt. toekomstige] gemeentelijke monumentenactiviteit. reactie: ja, de tekst van de ontwerp-verordening hebben wij hiermee aangevuld. De ontwerp-verordening kan worden toegepast nadat de besluitvorming over gemeentelijke monumenten heeft plaatsgevonden. Aanpassing van de ontwerp-verordening is dan niet meer nodig.
Artikel 2: taak
Bij 1: is in alle gevallen a t/m d bedoeld advisering alleen wanneer dit wordt gevraagd of kan de monumentencommissie ook ongevraagd advies geven? reactie: de lijn van de Omgevingswet hebben wij in de ontwerp-verordening gevolgd. Daarin wordt gesproken over advisering op aanvragen. De commissie heeft in artikel 2.1 onder a de bevoegdheid om buiten aanvragen om ons college te adviseren. Die bepaling is heel ruim geformuleerd en omvat dus impliciet gevraagde en ongevraagde adviezen. Bij 1b2: waarom heeft dit punt alleen betrekking op een [voorbeschermd] gemeentelijk monument en niet ook op rijksmonumenten. De directe omgeving van alle monumenten valt in het nieuwe stelsel onder een vorm van bescherming. Wat is in dit verband de omgevingsgrens van een monument [definitie] en hoe wordt die bepaald. reactie: een beschermd of voorbeschermd rijksmonument monument is al in de Omgevingswet en in Wet cultureel erfgoed geregeld. En daarmee ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning daarvoor. Het begrip beschermd stadsgezicht wordt niet als taakveld genoemd in dit artikel. Hoe is dit geregeld en wat wordt de taak van de monumentencommissie daarbij. reactie: de taak van de commissie hebben wij in artikel 1 onder e beperkt tot de wettelijke taak. De wettelijk taak is beschreven in art 16.15a sub c. Omgevingswet.
De commissie heeft volgens dat artikel geen taak bij het beschermd stadsgezicht. In huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen zijn panden aangewezen als cultuurbepalend. Wat wordt de status van deze panden en wat is de taak van de monumentencommissie hierbij. Ook dit is niet als taakveld in dit artikel opgenomen. reactie: als onderdeel van de "Bruidsschat" van de Omgevingswet blijven de bestaande bestemmingsplannen voorlopig van kracht. De aanwijzing van cultuurbepalende panden in de bestemmingsplannen blijft dus in stand. In de taakomschrijving van de commissie is in art 2, lid 1 onder d in algemene bewoordingen in de advisering over deze aspecten voorzien.
Artikel 3: samenstelling
Bij 1: ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk onderdeel van de nieuwe wet. Met name deskundigheid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit is naast de andere genoemde disciplines noodzakelijk. reactie: deze opmerking is juist. Wij hebben dit in de ontwerp-verordening verwerkt. Bij 5: de cao voor architectenbureaus met daarin genoemde tarieven wordt 2x per jaar aangepast. Aanpassing dient dus niet jaarlijks maar telkens bij aanpassing van de cao plaats te vinden. Naast een reiskostenvergoeding ontvangen de commissieleden ook een reistijdvergoeding. Dit is niet in dit artikel opgenomen. reactie: de opmerking is juist. Wij hebben dit in de ontwerp-verordening verwerkt.
2
De commissie geeft in overweging na te gaan of het zinvol is een reserve lid te benoemen. Daarbij aangetekend dat voor de functie van reserve-lid die slechts een enkele keer wordt opgeroepen om te vervangen in de praktijk weinig respons zal zijn. reactie: in de ontwerp-verordening is een vergader-quorum opgenomen. De commissie kan pas vergaderen als tenminste 3 leden aanwezig zijn. Het doorgaan van vergaderingen van de commissie en het uitbrengen van adviezen is van belang voor initiatiefnemers en bedrijven. Uitgangspunt is dat een vergadering altijd moet doorgaan. Er moet daarom minimaal 1 reserve lid zijn aangewezen. De commissie moet verder bij meerderheid besluiten nemen. Daarvoor is de aanwezigheid van tenminste 3 leden nodig.
Artikel 4: zittingsduur
De zittingsduur wordt in dit artikel voorgesteld op 2 x 3 = 6 jaar. De praktijk is dat het voor nieuwe leden enige tijd kost om zich in te werken en inzicht te krijgen in de kenmerken, de structuur, [lokale] historische architectuur en verschijningsvorm van de stad. Dit kost al 1 periode van 3 jaar. Een periode van slechts 2 x 3 jaar betekent een verspilling van opgebouwde deskundigheid. De commissie opteert daarom sterk voor een periode van 3 x 3 jaar, totaal 9 jaar. reactie: de secretaris, maar ook de vakinhoudelijk ondersteuner verzorgt de ondersteuning van de commissie. De ondersteuning is ook beschikbaar bij het geven van inzicht in de kenmerken, de structuur, [lokale] historische architectuur en verschijningsvorm van de gemeente. Bestaande en nieuwe leden kunnen hierdoor voldoende deskundig onderbouwde commissie-adviezen geven. In de ontwerp-verordening hebben wij de wettelijke verplichting van benoeming en ontslag door de gemeenteraad uitgewerkt. De [vrijwel] onbeperkte zittingsduur wordt afgeschaft. Met de maximale benoemingstermijn van 2 x 3 jaar geeft de gemeenteraad aan de leden van de commissie het tijdperspectief.
Artikel 6: werkwijze
Mede ingegeven door de situatie rond COVID-19, maar zeker ook uit praktische overwegingen, kan het zinvol zijn een bepaling op te nemen voor vergaderen anders dan in een fysieke samenstelling, bijvoorbeeld via Skype of andere digitale vorm [e-mail], om daarmee een rechtsgeldig advies te kunnen uitbrengen. reactie: deze opmerking is juist. In de ontwerp-verordening hebben wij dit verwerkt. De voorzitter bepaalt de wijze van vergaderen: fysiek of digitaal. De voorzitter houdt daarbij zo mogelijk rekening met de voorkeur van insprekers of belanghebbenden. De fysieke of digitale vergaderingen zijn in beginsel ook openbaar. Bij digitale vergaderingen krijgen toehoorders toegang tot het platform waarop de vergadering plaatsvindt. De wijze van besluitvorming en stemming volgt in beginsel het Burgerlijk verenigingsrecht. Dit is op zich correct; de commissie streeft echter telkens naar unanimiteit van stemmen en argumentering waarin alle aspecten en diversiteiten van deskundigheden tot uitdrukking komen. De commissie stelt het op prijs wanneer unanimiteit als beginsel zou worden opgenomen. reactie: wij vertrouwen op de kracht van de argumenten die in monumentencommissie worden gewisseld. Maar ook op de kwaliteiten van de deskundigen om elkaar te overtuigen. In voorkomende gevallen maakt de commissie in de adviezen de opvatting van de minderheid van de commissie kenbaar gemaakt.
Algemeen: De commissie adviseert u het jaar 2022 als overgangs- en inwerkjaar te nemen. Om die reden lijkt het de commissie niet wenselijk de gehele commissie integraal te vervangen per 1 januari 2022 uit oogpunt van continuïteit van deskundigheid. reactie: in de ontwerp-verordening hebben wij deze keuze niet gemaakt. Met de invoering van de Omgevingswet is sprake van een trendbreuk. Deze moet ook in de commissie worden doorgevoerd.
3
De commissie is uiteraard bereid een toelichting te geven op de aangegeven punten. Hopende u hiermee te hebben geïnformeerd,
Hoogachtend, Monumentencommissie van Vlissingen, De secretaris
M. Overbeeke
4